CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bestemmingsplan Vossepolder deelgebied 6.pdf

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 14: Vaststellen bestemmingsplan woningbouwproject Vossepolder, deelgebied 623.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VOSSEPOLDER, DEELGEBIED 6 bestemmingsplan

1/2

2/2

DATUM KENMERK

30-06-2022 NL.IMRO.0534.Vossepolder-VA01

PROJECT PROJECTLEIDER

Vossepolder, deelgebied 6 ir. R.A. Sips

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

gemeente Hillegom 053400.20181423

AUTEUR STATUS

S. den Breejen MSc vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

9

1.1

Aanleiding

9

1.2

Ligging plangebied

9

1.3

Vigerend bestemmingsplan

10

1.4

Planvorm

11

1.5

Planproces

12

1.6

Leeswijzer

12

Hoofdstuk 2

Gebiedsvisie

13

2.1

Plangebied

13

2.2

Hoofdstructuur van woonwijk Vossepolder

13

2.3

Fase 6

18

Beleidskader

21

3.1

Rijksbeleid

21

3.2

Provinciaal

24

3.3

Gemeentelijk beleid

26

Hoofdstuk 4

Milieuonderzoek

31

4.1

Verkeer en parkeren

31

4.2

Wegverkeerslawaai

33

4.3

Bedrijven en milieuzonering

34

4.4

Externe veiligheid

36

4.5

Luchtkwaliteit

39

4.6

Bodem

42

4.7

Archeologie

44

4.8

Water

46

4.9

Ecologie

51

4.10

Vormvrije m.e.r.‐beoordeling

55

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

57

5.1

Planvorm

57

5.2

Verbeelding

57

5.3

Uitleg van de planregels

57

Hoofdstuk 3

3/116

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

61

6.1

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

61

6.2

Participatie

61

6.3

Zienswijzen

61

Economische uitvoerbaarheid

63

Hoofdstuk 7

Bijlagen bij de toelichting

4/116

Bijlage 1

Bodemonderzoek deelgebied 1

Bijlage 2

Goedkeuring bodemsanering deelgebied 2

Bijlage 3

Bodemonderzoek deelgebied 4

Bijlage 4

Bodemonderzoek deelgebied 5

Bijlage 5

Stikstofonderzoek

Bijlage 6

Stikstofberekening Vossepolder

Bijlage 7

Quick Scan flora en fauna

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 9

Advies veiligheidsregio

Bijlage 10

Vleermuis‐ en huismuskasten

Bijlage 11

Vormvrije m.e.r.‐beoordeling

Bijlage 12

Ontwerpbesluit hogere waarden

Bijlage 13

Nota zienswijzen

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

95

Artikel 1

Begripsbepalingen

95

Artikel 2

Wijze van meten

99

Bestemmingsregels

101

Artikel 3

Groen

101

Artikel 4

Verkeer

102

Artikel 5

Water

103

Artikel 6

Wonen

104

Artikel 7

Leiding ‐ Gas

107

Artikel 8

Waterstaat ‐ Waterkering

109

Hoofdstuk 3

Algemene regels

111

Artikel 9

Anti‐dubbeltelregel

111

Artikel 10

Algemene bouwregels

112

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

113

Artikel 12

Overige regels

114

Overgangs‐ en slotregels

115

Artikel 13

Overgangsrecht

115

Artikel 14

Slotregel

116

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

5/116

6/116

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De Vossepolder, gelegen in Hillegom, is een woonwijk in ontwikkeling, die via een gefaseerde aanpak inmiddels grotendeels gerealiseerd is. Wat nog resteert is de ontwikkeling van het meest noordelijke deelgebied als afronding van de wijk als geheel. In planologische zin is de eerste aanzet voor de woningbouw gegeven door het bestemmingsplan Vossepolder dat in 2006 is vastgesteld. Met dat plan werd de hoofdstructuur van de toekomstige woonwijk vastgelegd en een ruime, uit te werken woonbestemming vastgelegd. Nadien zijn de verschillende deelplannen die ontwikkeld zijn via afzonderlijke uitwerkingsplannen mogelijk gemaakt. Voor het noordelijke deelgebied van de Vossepolder, ook wel bekend als deelgebied 6, is nog geen gedetailleerde planologische regeling uitgewerkt. De gemeente Hillegom heeft daarom dit bestemmingsplan opgesteld om ook de laatste fase van de wijk Vossepolder te kunnen realiseren. Parallel aan dit bestemmingsplan is door ontwikkelaar BPD ook het definitieve bouwplan uitgewerkt, dat op basis van dit nieuwe bestemmingsplan vergund kan worden. De gemeente hanteert hiervoor de zogenoemde coördinatieregeling, wat inhoudt dat de omgevingsvergunning niet na vaststelling van het bestemmingsplan wordt aangevraagd, maar gelijktijdig.

Dit betekent concreet dat het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning gezamenlijk ter inzage worden gelegd en dat ze ook gezamenlijk worden vastgesteld c.q. verleend.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied bestaat uit het meest noordelijke deelgebied van de woonwijk Vossepolder, bekend als deelgebied 6. De rest van de woonwijk is reeds gerealiseerd of wordt nog gerealiseerd en is om die reden buiten dit bestemmingsplan gelaten. De wijk als geheel wordt omringd door het water van de Weerlanervaart (noordzijde), de Ringvaart (oostzijde) en de Vossevaart (zuidzijde). Aan de westzijde wordt de wijk begrensd door de Weerlaan. De begrenzing van het plangebied wordt globaal weergegeven in figuur 1.1. De Ringvaart als oostelijke plangrens is direct ook de gemeentegrens en provinciegrens.

9/116

Figuur 1.1. Ligging plangebied

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Binnen het plangebied zijn meerdere vigerende plannen van toepassing, te weten:  bestemmingsplan Vossepolder, vastgesteld 12‐10‐2006;  Parapluplan Parkeren, vastgesteld 26‐01‐2020;  Parapluplan Wonen, Hillegom, vastgesteld 15‐10‐2020.  bestemmingsplan Snippergroen, vastgesteld 28‐01‐2021. Van bovenstaande plannen is het bestemmingsplan Vossepolder uit 2006 het overkoepelende bestemmingsplan voor de gehele woonwijk. Hierin is de ontwikkeling van het gebied als woonwijk voor het eerst mogelijk gemaakt en is naast de hoofdstructuur een ruime, uit te werken woonbestemming vastgelegd.

10/116

De overige plannen hebben ieder betrekking op een groter plangebied en voorzien in regels rondom een specifiek onderwerp, te weten parkeren en wonen. Met het 'Parapluplan Parkeren' zijn parkeereisen vastgelegd parkeren en met het 'Parapluplan Wonen' worden enkele begrippen toegevoegd of vervangen aan het geldende bestemmingsplan aangezien er recent jurisprudentie is ontstaan met betrekking tot hoe het begrip wonen kan worden uitgelegd. Met het plan 'Snippergroen' zijn verspreid over de gemeente stukjes snippergroen van een passende regeling voorzien waar het gebruik inmiddels gewijzigd was.

1.4

Planvorm

Het voorliggende bestemmingsplan betreft een gedetailleerd eindplan van deelgebied 6, wat inhoudt dat de bestemmingen zoals Groen, Verkeer, Water en Wonen gedetailleerd zijn ingetekend in de wijk. Dat het plan als eindplan valt aan te merken, houdt in dat er met directe bestemmingen wordt gewerkt. Dit betekent dat er direct een omgevingsvergunning verleend kan worden als de aanvraag voor een omgevingsvergunning voldoet aan de bepalingen uit dit bestemmingsplan. Er is dus geen sprake meer van wijzigingsbevoegdheden of uit te werken bestemmingen die eerst doorlopen moeten worden alvorens tot ontwikkeling van de noordrand over te kunnen gaan. Overeenkomstig artikel 3.30 Wro is het gewenst om gebruik te maken van de coördinatieregeling en de besluitvorming van het bestemmingsplan, omgevingsvergunning en aanverwante besluiten te combineren. Relatie met Omgevingsvisie en Omgevingswet Dit bestemmingsplan heeft een directe relatie met de gemeentelijke Omgevingsvisie Hillegom, waarin de Vossepolder volledig als woongebied is aangemerkt. Doordat dit bestemmingsplan de ontwikkeling van het laatste deelgebied voor woningbouw mogelijk maakt, wordt invulling gegeven aan de visie van de gemeente op het plangebied. Bij de voorbereidingsprocedure van dit bestemmingsplan is afgewogen of er een meerwaarde zou zijn om voor het noordelijke deelgebied een Omgevingsplan op te stellen.

De keuze is daarbij op een traditioneel bestemmingsplan gevallen, waarbij een aantal redenen van belang zijn geweest. De belangrijkste redenen hangen samen met de planning, het uitgedachte eindbeeld en de mogelijkheden die ook met een traditioneel bestemmingsplan geboden kunnen worden. Het beoogde eindbeeld voor dit laatste deelgebied ligt al op hoofdlijnen vast op basis van het verkavelingsplan voor de Vossepolder. Gelet op de eerdere deelplannen was er bovendien de reële verwachting dat de benodigde onderbouwing en onderzoeken voor het laatste deelgebied goed op te stellen c.q. uit te voeren waren. De mogelijkheid om met een Omgevingsplan een grotere mate van flexibiliteit te bieden of om op lokaal niveau af te wijken van (milieu)regelgeving, was om die reden niet van toegevoegde waarde.

11/116

Om deze redenen is gekozen voor een bestemmingsplan, in de wetenschap dat ook op deze wijze aangesloten wordt bij de Omgevingsvisie. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet, als de gemeente voor haar hele grondgebied een Omgevingsplan op moet stellen, wordt dit plangebied opgenomen in de algehele omvorming van de ruimtelijke plannen van de gemeente Hillegom.

1.5

Planproces

Dit bestemmingsplan komt tot stand via een ontwerpbestemmingsplan en tot slot de vaststelling van het bestemmingsplan. De gemeente heeft ervoor gekozen geen voorontwerpbestemmingsplan op te stellen aangezien al langere tijd bekend is dat in dit gebied ook woningbouw ontwikkeld gaat worden. Wel vindt in een vroeg stadium afstemming plaats met de omgeving en worden instanties in een vroeg stadium om advies gevraagd Als in paragraaf 1.1. genoemd, wordt daarbij overeenkomstig artikel 3.30 Wro de coördinatieprocedure toegepast, waarmee de procedure voor de omgevingsvergunning voor het bouwen gelijktijdig met de bestemmingsplanprocedure doorlopen wordt. Concreet houdt dit in dat het ontwerp‐bestemmingsplan en de ontwerp‐omgevingsvergunning gelijktijdig gepubliceerd worden en hier zienswijzen op ingediend kunnen worden gedurende een termijn van 6 weken. Daarna zal ook de vaststelling van het bestemmingsplan en het verlenen van de omgevingsvergunning definitief plaatsvinden, waarbij eventuele zienswijzen worden meegewogen.

1.6

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit de toelichting, de regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding zijn samen het juridisch bindende gedeelte van het plan, waarin de gebruiks‐ en bouwmogelijkheden voor de gronden in het plangebied zijn vastgelegd. De inhoud van de regels correspondeert daarbij met de bestemmingen en aanduidingen die op de verbeelding zijn opgenomen. De toelichting vormt het verklarende en onderbouwende gedeelte bij het bestemmingsplan. Hierin komen de volgende onderdelen aan bod:  Hoofdstuk 2 gaat in op het plangebied, de opzet van de wijk en het resterende deel van de woningbouwontwikkeling;  Hoofdstuk 3 beschrijft het beleidskader voor dit bestemmingsplan en toetst bovendien of de nieuwe mogelijkheden die in dit plangebied geboden worden (de ontwikkeling van de noordrand) daaraan voldoen;  Hoofdstuk 4 gaat in op de uiteenlopende milieuonderzoeken. Daarbij ligt de focus op de ontwikkelingsmogelijkheden van de noordrand, aangezien dit het enige deel van het plangebied is waar sprake is van een nieuwe ontwikkeling die op basis van de vigerende plannen nog niet mogelijk was;  Hoofdstuk 5 omvat de juridische planbeschrijving, waarin is vastgelegd hoe de regels zijn opgebouwd;  Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Meer specifiek is hier aandacht voor ontvangen inspraak‐ en overlegreacties en zienswijzen.

 Hoofdstuk 7 biedt tot slot een toelichting op de economische uitvoerbaarheid van het plan.

12/116

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Plangebied

De woonwijk Vossepolder bevindt zich in het noordoosten van Hillegom en wordt aan drie zijden begrensd door water en aan een zijde door een ontsluitingsweg. Ten noorden ligt de Weerlanervaart met daarachter de Oude Weerlaan met een karakteristiek bebouwingslint en de open landschapsstructuur van de Weerlanerpolder. Aan de oostzijde ligt de Ringvaart, die de grens aangeeft van de Haarlemmermeerpolder. De Vossevaart begrenst het zuiden van het de woonwijk. De zuidoever van deze vaart bestaat uit ligplaatsen voor woonboten. Achter deze woonboten ligt de jaren '60 woonwijk Meer en Dorp. De westelijke grens van de woonwijk is de ontsluitingsweg Weerlaan met hierachter de in de jaren '90 gerealiseerde woonwijk Woonpark Treslong. Het plangebied zelf bestaat uit het nog te ontwikkelen deelgebied 6 aan de noordrand van het plangebied. Dit deelgebied wordt omringd door de Weerlaan (westzijde), de Weerlanervaart (noordzijde), de Ringvaart (oostzijde) en het al bestaande deel van de wijk (zuidzijde).

2.2

Hoofdstructuur van woonwijk Vossepolder

Het vigerende bestemmingsplan Vossepolder uit 2006 heeft de basis gevormd voor de gefaseerde ontwikkeling van de wijk die met de realisatie van deelgebied 6 wordt afgerond. Waar de realisatie van deelgebied 6 als een logische afronding van de wijk als geheel kan worden aangemerkt, was er in 2006 nog sprake van open gronden en een manege. Om tot ontwikkeling van een woonwijk te komen is in die periode nadrukkelijk gestuurd op een heldere en goede hoofdstructuur voor de wijk en een heldere beschrijving van het gewenste eindbeeld, waarmee de wijk vervolgens fase voor fase gerealiseerd kon worden. In dat verband zijn er drie documenten die van belang zijn om hier toe te lichten, te weten het bestemmingsplan Vossepolder 2006, het Verkavelingsplan en het Beeldregieplan. 2.2.1

Bestemmingsplan 2006

In het bestemmingsplan Vossepolder uit 2006 is zoals gezegd de hoofdstructuur van de wijk vastgelegd. Er is in dat verband een verkenning gedaan van functies en structuren in de omgeving en de wijze waarop die bepalend zijn voor de ontwikkeling van het gebied tot woonwijk. Daarbij zijn 4 belangrijke aspecten in beeld gekomen die in grote mate bepalend zijn (geweest) voor de inrichting en de fasering van de woningbouwontwikkeling. Dit zijn:  geluidhinder van de Weerlaan: het verkeer op de Weerlaan zorgt voor geluidsbelasting op het plangebied waar rekening mee gehouden dient te worden door voldoende afstand aan te houden.  woonboten: om rekening te houden met de woonboten die langs de zuidoever van de Vossevaart liggen is het stedenbouwkundig plan hierop aangepast.  leidingtracé: langs de noordelijke rand van het plangebied loopt een leidingtracé van Gasunie. Hier is rekening mee gehouden in de verkaveling van de woonpercelen en de positionering van de hoofdgebouwen.

13/116

manege; in het noordelijke deel van het plangebied was tot enige tijd geleden een manege aanwezig, die inmiddels verhuisd is naar een nieuwe locatie ten noorden van de Weerlanervaart. De aanwezigheid van deze manege de bijbehorende hindercontour, is met name bepalend geweest bij de keuze welke deelgebieden als eerst zijn ontwikkeld.

Een schematische weergaven van de genoemde belemmeringen heeft geleid tot een vlekkenkaart voor de ontwikkeling van de Vossepolder, welke is opgenomen in figuur 2.1.

Figuur 2.1 Vlekkenkaart omgevingsfactoren Vossepolder

14/116

2.2.2

Verkavelingsplan

Binnen de hoofdstructuur die in het bestemmingsplan Vossepolder 2006 is vastgelegd, is vervolgens een Verkavelingsplan uitgewerkt. Een weergave daarvan is opgenomen in figuur 2.2. Het uitgangspunt hiervan is geweest dat de wijk een leesbare en herkenbare wijk voor de bewoners zou worden. In het Verkavelingsplan zijn tussen en rondom de bebouwing de volgende elementen te onderscheiden die belangrijke dragers zijn voor de herkenbaarheid en ruimtelijke samenhang van de wijk:  De Laan; de centrale ontsluitingsweg van de wijk voorzien van een singel.  De Groene Hoven; twee haaks op de laan gelegen groenstroken met een vrijliggend fietspad waaraan de noordelijke en zuidelijke woonbuurt zijn gelegen.  De Randen; het hele woongebied wordt omsloten door water en een groene buitenrand met doorzichten op de omgeving.  Zichtlijnen; In het plangebied liggen verschillende zichtlijnen die een relatie leggen tussen de Groene Hoven, de randen van het plangebied en de omgeving. Ook zorgen ze voor een open karakter in de wijk.

Figuur 2.2 Verkavelingsplan Vossepolder

15/116

2.2.3

Beeldregieplan

Als derde sturingsmiddel is er naast het bestemmingsplan en het verkavelingsplan een Beeldregieplan opgesteld door de gemeente, dat stamt uit 2007. Het Beeldregieplan Vossepolder omschrijft haar eigen functie als volgt: 'het verkavelingsplan en bestemmingsplan vormen de belangrijkste ruimtelijke en juridische planologische kaders voor de woningbouwontwikkeling. De randvoorwaarden uit deze plannen (onder meer situering, maatvoering en programma) zijn echter nog 'beeldloos'. Om de vastgestelde ambitie ook in de toekomstige beeldkwaliteit van de bebouwing en openbare ruimte te kunnen realiseren, is dit 'Beeldregieplan Vossepolder' opgesteld.' Via het Beeldregieplan kan de gemeente bij de woningbouwontwikkeling sturen op uitstraling en beeldkwaliteit van de woonwijk Vossepolder en de samenhang tussen de verschillende dragers in de wijk. Ook bepaalt het in hoge mate de identiteit van Vossepolder. Uit het plan blijkt dat bij de ontwikkeling van de Vossepolder wordt gestreefd naar een dorpse, rustige en veilige woonomgeving, met groene kwaliteiten in de vorm van plantsoenen, singels en bomen. De uitstraling van de wijk is geïnspireerd op de kleinschalige tuindorpen die in de vooroorlogse periode in Hillegom zijn gerealiseerd. Voor Vossepolder wordt er één overheersend sfeerbeeld nagestreefd. De woningen hebben een jaren '20 en '30 stijl, met traditioneel kleur‐ en materiaalgebruik.

De openbare ruimte is zorgvuldig vormgegeven, en kent één uniforme stijl. Erfafscheidingen bestaan uit een haag of een gemetselde plint met een hek er boven op. In het Beeldregieplan zijn vervolgens verschillende zones onderscheidden, zoals blijkt uit figuur 2.3. Deze zones kennen een onderlinge samenhang, maar kunnen worden gezien als verschillende stedenbouwkundige eenheden met hun eigen beeldkwaliteit. De onderlinge verschillen van de zones komen tot uiting in aspecten als bouwmassa, stedenbouwkundige accenten, bouwhoogte, dakvorm en materialisering. Het Beeldregieplan neemt op deze wijze de positie in van de gemeentelijke Welstandsnota bij het beoordelen van bouwplannen binnen de Vossepolder.

16/116

Figuur 2.3. Zonering beeldkwaliteit Vossepolder

17/116

2.3

Fase 6

Fase 6 betreft de laatste fase van de wijk Vossepolder waarvoor de eindsituatie nog niet is vastgelegd. Door ontwikkelaar BPD is hier een plan voor uitgewerkt dat aansluit bij de hoofdstructuur van de wijk en de ontwerpgedachte uit het Beeldregieplan. In figuur 2.4 is de inrichtingstekening van BPD weergegeven voor fase 6. Uit deze tekening blijkt duidelijk dat de structuur van fase 6 in belangrijke mate vastligt door de natuurlijke begrenzing van het deelgebied (Weerlanervaart, Ringvaart, Weerlaan) en door de eerdere fasen van de wijk die al gerealiseerd zijn of die nog gerealiseerd worden op basis van een reeds definitief vastgelegd bouwplan.

Figuur 2.4. Uitsnede verkavelingsplan noordrand Vanuit de gedachte van het oorspronkelijke Verkavelingsplan en het Beeldregieplan is door BPD een plan uitgewerkt dat aansluit bij de voorgestelde Tuindorp architectuur van het Beeldregieplan Vossepolder. Ten opzichte van het Verkavelingsplan is er sprake van enige verdichting, waarvoor de gemeente ruimte heeft geboden bij de aanbesteding van fase 6. Dit moet in het licht bezien worden van het actuele gemeentelijke Woonprogramma, dat voor de gehele gemeente een grotere woningbouwopgave omvat dan op het moment dat in 2006 het Verkavelingsplan werd opgesteld. Programma BPD heeft met behoud van het gewenste type architectuur en inrichting, ruimte gevonden om 47 woningen in het ontwerp op te nemen. Dit aantal onderverdeeld in 10 geschakelde woningen langs de Weerlaan, 5 vrijstaande woningen en 12 twee‐onder‐een‐kapwoningen langs de Weerlanervaart, 2 twee‐onder‐een‐kapwoningen langs de Ringvaart en 18 appartementen op het snijpunt van de Weerlaan en Weerlanervaart. De bedrijfswoning van de voormalige manege blijft behouden en wordt bestemd als reguliere woning.

18/116

Eindbeeld Waar BPD de ruimte is geboden om af te wijken van het Verkavelingsplan uit 2006 ‐ om zo in de huidige markt in meer woningen te kunnen voorzien ‐, is tevens ruimte geboden door de gemeente om in enige mate af te wijken van het Beeldregieplan. Dit valt te motiveren doordat het Beeldregieplan inmiddels 15 jaar oud is en destijds bedoeld was om de transformatie van poldergebied naar woonwijk van heldere kaders te voorzien. Inmiddels is de wijk nagenoeg voltooid en is het logischer om te beoordelen of het bouwplan goed aansluit bij de reeds ontwikkelde en al vergunde (maar nog te bouwen) delen van de wijk. Dit laatste is overigens alleen mogelijk door het bouwplan in ieder geval aan de sfeer van het Beeldregieplan te laten voldoen, aangezien de rest van de wijk al volgens het Beeldregieplan is uitgedacht. Het Beeldregieplan is in dit geval meer als referentiekader gebruikt en in mindere mate als strikt toetsingskader. Het bouwplan van BPD leidt tot een eindbeeld dat goed aansluit bij de oorspronkelijke gedachte uit het Beeldregieplan. Dit valt af te lezen aan de diverse stroken en blokken met bebouwing waarin het bouwplan te onderscheiden valt. Hieronder volgt een beknopte beschrijving van het bouwplan per blok, waaruit blijkt dat het plan goed aansluit bij het Beeldregieplan zoals weergegeven in figuur 2.3.

De Weerlaanzone: waterwoningen Het Beeldregieplan voorzag in deze zone in maximaal 10 geschakelde woningen parallel aan de Weerlaan die een belangrijke functie vervullen in de uitstraling van Vossepolder naar buiten toe. In het bouwplan van BPD zijn deze letterlijk opgenomen. Ze liggen met de achterzijde langs een brede waterloop parallel aan de Weerlaan. Door de plaatsing van de woningen is er sprake van wandvorming langs de Weerlaan. De woningen bestaan uit een laag met een ruime kap (bouwhoogte 12,5 m) waar nog twee woonlagen in gerealiseerd worden, waarbij de nok haaks op de Weerlaan is gesitueerd. Om de goot iets hoger te kunnen realiseren dan de feitelijke bouwlaag, is in het bestemmingsplan een goothoogte van maximaal 4 m opgenomen. De Weerlaanzone: appartementen Het appartementengebouw op het snijpunt van de Weerlaan en de Weerlanervaart vormt een hoogteaccent in de wijk. Het gebouw biedt de ruimte aan maximaal 18 appartementen. Het gebouw heeft een bouwhoogte van vijf lagen en een kap. De nok‐ en gevelopbouw sluit verder in vormgeving aan op de geschakelde woningen langs de Weerlaan. De Weerlanervaartzone De maximaal zeventien woningen langs de Weerlanervaart vormen samen de noordrand van het plangebied. Van deze zeventien woningen worden 12 twee‐onder‐een‐kapwoningen gebouwd en 5 vrijstaande woningen.

Deze woningen bestaan uit een bouwlaag met een kap waaronder nog twee woonlagen gerealiseerd kunnen worden. De bouwhoogte is bepaald op maximaal 11 m, wat aansluit bij de grondgebonden woningen in de aangrenzende fasen die al eerder gerealiseerd zijn dan wel worden. De achterzijde van alle woningen is naar de Weerlanervaart gericht. Ongeveer in het midden van deze strook van woningen, wordt in noord‐zuidrichting een fietspad aangelegd dat via een fietsbrug over de Weerlanervaart de bebouwde kom verbindt met het buitengebied.

19/116

Ringvaart Langs de Ringvaart bevinden zich twee woningen. Het gaat om twee‐onder‐één‐kapwoningen die bestaan uit twee woonlagen en een kap. Openbaar gebied en parkeren De wegenstructuur in het bouwplan van BPD sluit exact aan op het oorspronkelijke Verkavelingsplan en lag ook al vast door de eerste ontwikkelde delen van de wijk. Ook de water‐ en groenstructuur sluiten aan bij de oorspronkelijke opzet. Opgemerkt wordt dat er in de waterstructuur naar oplossingen is gezocht, die ook zijn gevonden, om meer watercompensatie te kunnen realiseren. Hier wordt in paragraaf 4.8 nader op ingegaan. Wat betreft het parkeren wordt bij de grondgebonden woningen overwegend ingezet op parkeren op eigen terrein. De woningen beschikken allen voldoende ruimte om een of twee auto's op het voorerf te parkeren. Hier wordt ook op aangestuurd door in het openbaar gebied niet overdadig in parkeerruimte te voorzien. Bij het appartementencomplex wordt een parkeerkoffer gerealiseerd voor de bewoners van de appartementen. Langs interne wegen binnen het plangebied wordt aan een zijde voorzien in parkeerplaatsen. Dit hangt zowel samen met het gewenste eindbeeld als met het stimuleren van parkeren op eigen terrein.

20/116

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten het Rijk stelt bij de inrichting van Nederland en hoe keuzes gemaakt worden bij de uitvoering daarvan. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken aan de nationale prioriteiten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio’s;  en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI doet geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor het voorliggende plan. Conclusie De NOVI staat de voorgenomen laatste fase van woongebied de Vossepolder niet in de weg. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Voor dit plan is de Ladder voor duurzame verstedelijking relevant. Ieder bestemmingsplan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro).

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte worden beschreven. Wel of geen stedelijke ontwikkeling De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Bestaande planologische mogelijkheden spelen hierbij ook een belangrijke rol. Bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. De locatie wordt aan drie zijden omsloten door stedelijke functies of heeft al een uit te werken bestemming voor wonen en is daarom onderdeel van het bestaand stedelijk gebied.

21/116

Relevante regio Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de regio Holland‐Rijnland en daarbinnen de gemeente Hillegom. Wel of geen stedelijke ontwikkeling Uit jurisprudentie blijkt dat het toevoegen van meer dan 11 woningen wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling, tenzij sprake is van rechtstreekse of uit te werken bestemmingen die deze functie al mogelijk maakt. Het plangebied valt in het geldende bestemmingsplan deels binnen de uit te werken bestemming woongebied (Artikel 4) en deels binnen de bestemming Manege (Artikel 5) met een wijzigingsbevoegdheid (Artikel 13) naar woondoeleinden. De 47 woningen die in de noordrand voorzien worden, zijn deels geprojecteerd binnen het gebied van de uit te werken bestemming uit het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast wordt de bestaande woning behorende bij de manege herbestemd als reguliere woning. Deze woningen worden niet als stedelijke ontwikkeling gezien, gelet op de uitwerkingsplicht.

Uit jurisprudentie (Uitspraak Raad van State 201401417/1/R1) blijkt immers dat onbenutte planologische mogelijkheden in een nieuw plan kunnen worden opgenomen, zonder dat hoeft te worden voldaan aan de in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro genoemde voorwaarden (ladder voor duurzame verstedelijking). Hier is sprake van onbenutte planologische mogelijkheden, die wederom worden vastgelegd. Een ander deel van de woningen valt binnen de oorspronkelijke bestemming van de manege, waar een wijzigingsbevoegdheid was opgenomen voor woningbouw. Om die reden dient uitgegaan te worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Conclusie Omdat voor (een deel) van het plan sprake is van een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied is hierna de behoefte beschreven. Beschrijving behoefte De eerste vraag die gesteld wordt vanuit de ladder is of er een regionale behoefte is naar de functie die het plan mogelijk maakt. Daarbij is het uitgangspunt dat de ontwikkeling plaats heeft binnen bestaand stedelijk gebied. De locatie is reeds grotendeels bestemd als woongebied en valt geheel binnen het 'bestaand stads‐ en dorpsgebied'. De behoefte aan woningen blijkt vervolgens uit de provinciale woningbehoefteraming (WBR) uit 2021 waarvan in figuur 3.1 een overzicht is weergegeven.

Hieruit blijkt voor de gehele regio Holland‐Rijnland een woningbehoefte voor de periode 2021‐2030 van 27.450 woningen.

22/116

Figuur 3.1

WBR 2021

De WBR maakt in tegenstelling tot eerdere WBR's geen uitsplitsing meer per gemeente, maar wanneer naar de vorige WBR (2019) wordt gekeken kunnen voor Hillegom toch specifiekere conclusies getrokken worden. De WBR uit 2019 is weergegeven in figuur 3.2

Figuur 3.2

WBR 2019

Uit die WBR kwam voor Holland‐Rijnland een totale woningbehoefte naar voren van 24.160 (13.710 + 10.45) voor de periode 2020‐2030. Geconcludeerd kan worden dat de totale woningbehoefteraming voor Holland‐Rijnland in de WBR in 2021 omhoog is bijgesteld. Daar komt nog bij dat er in de WBR 2021 bovendien nog 22.150 woningen over de regio's verdeeld dienen te worden, wat nog voor een verdere ophoging zorgt. De cijfers die specifiek voor Hillegom waren uitgesplitst in de WBR 2019, te weten 700 + 560 woningen) zullen om die reden inmiddels ook hoger liggen. Met het voorliggende bestemmingsplan dat in totaal 47 woningen mogelijk maakt, wordt bijgedragen aan deze toenemende woningbehoefte. De nadere sturing binnen de gemeente op aantallen en typen woningen vindt plaats op basis van het gemeentelijk Woonprogramma 2020‐2024, dat in paragraaf 3.3.3 aan de orde komt.

23/116

3.2

Provinciaal

3.2.1

Omgevingsvisie en omgevingsverordening Zuid‐Holland (geconsolideerde versie 07‐08‐2021)

De provincie zet in op het beter benutten van het bestaand stads‐ en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet‐ en regelgeving Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de Rijksladder. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte.

Figuur 3.3 Visiekaart Beter benutten bebouwde ruimte Omgevingsverordening In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Voor de beoogde ontwikkeling zijn onderstaande artikelen relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen);

24/116

b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door:  zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door:  een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Lid 2 t/m 6 zijn in dit geval niet relevant. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.

de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Toetsing Waar het gaat om de ruimtelijke kwaliteit, vormt de ontwikkeling van deelgebied 6 een logische en reeds geplande afronding van de wijk Vossepolder. Op de provinciale kwaliteitskaart is het gebied volledig ingetekend als 'steden en dorpen'.

De ontwikkeling geeft invulling aan dit gebiedsidentiteit en sluit goed aan bij de hoofdstructuur van de bestaande wijk. De wijk ligt tevens binnen een bredere zone die als stads‐ en dorpsrand is aangemerkt en waarin er aandacht moet zijn voor de overgang naar het buitengebied. In dat verband wordt opnieuw opgemerkt dat deelgebied 6 de afronding vormt van een grotere woonwijk die eerder in gang is gezet. Met name de rand langs de oostzijde is al grotendeels gerealiseerd, waarmee de overgang naar het buitengebied reeds bepaald is. De twee woningen uit deelgebied 6 die langs de Ringvaart gesitueerd zijn, passen in dat beeld. Langs de noordrand wordt de afronding van de wijk volledig door deelgebied 6 bepaald. Achter deze woningen zorgen de groene afronding van de wijk en de Weerlanervaart voor een natuurlijke afronding van de wijk en zachte overgang naar het buitengebied.

25/116

Door middel van de aanleg van een fietsbrug wordt er tevens een verbinding gelegd richting het buitengebied, zodat beide gebieden goed met elkaar in verbinding staan.

Figuur 3.4 Uitsnede provinciale kwaliteitskaart Waar het gaat om de ladder onderbouwing, geldt dat dit in paragraaf 3.1.2 reeds gemotiveerd is.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin‐ en Bollenstreek 2016 (ISG2016) In juli 2016 is door de betrokken gemeenteraden de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin‐ en Bollenstreek 2016 (ISG2016) vastgesteld. Het doel van deze structuurvisie is drieledig:  het gedetailleerder dan in de Regionale StructuurVisie (RSV) vastleggen van het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de vitalisering van de Duin‐ en Bollenstreek tot en met 2030;  het, in tegenstelling tot de RSV, wettelijk verankeren van het ontwikkelingskader als zelfbindend ontwikkelingskader voor de greenportgemeenten;  het verschaffen van een planologisch juridische basis voor het verevenen van plankosten op basis van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro). De ISG2016 heeft een integraal karakter en geldt voor nagenoeg het hele buitengebied van de zes greenportgemeenten. Het beleid richt zich hoofdzakelijk op de toekomstige ruimtelijk functionele ontwikkeling van het buitengebied. Met als doel een gemeenschappelijke inzet voor de herstructurering en revitalisering van de Greenport Duin‐ en Bollenstreek. Dit in samenspraak met verbetering van de natuurlijke, landschappelijk en recreatieve kwaliteiten.

26/116

Om het doel te bereiken hanteren de gemeenten een aantal pijlers voor het ruimtelijk beleid tot 2030, te weten:  faciliteren van de herstructurering, versterking en vernieuwing van het gehele bollen‐, vaste planten‐ en bloemencomplex in combinatie met verbetering van het landschap;  realiseren van de daarvoor benodigde ruimtelijke functiewijzigingen in de Duin‐ en Bollenstreek;  bijdragen aan de sociaaleconomische vitaliteit van de greenportgemeenten;  bijdragen aan de verbetering van de bereikbaarheid van de gehele regio HollandRijnland.

Figuur 3.5 Uitsnede visiekaart In de ISG is aangegeven dat de bovenregionale opgave voor de bouw van 1.500 woningen rondom station Hillegom grotendeels zal worden opgevangen binnen de (toenmalige) rode contouren van Hillegom, Lisse en Noordwijkerhout. Mede vanuit het belang van ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie is er voor gekozen om de bollengrond rondom het station open te laten. Het project Vossepolder deelgebied 6 valt binnen de ‘Begrenzing van het Stedelijk gebied van de Greenport’. Conclusie Het initiatief is in overeenstemming met de ISG2016.

27/116

3.3.2

Omgevingsvisie Heerlijk Hillegom (actualisatie, 2021)

De gemeente Hillegom heeft vooruitgelopen op de Omgevingswet al een Omgevingsvisie opgesteld, die de rol van de voormalige structuurvisie overneemt. Onder de naam 'Heerlijk Hillegom' stippelt de gemeente een globale koers uit voor de toekomst en de wijze waarop zij sturing wil geven aan toekomstige ontwikkelingen. Duurzaamheid neemt daarbij een centrale rol in. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie hebben veel inwoners, ondernemers, verenigingen en instanties meegedacht over de koers richting de toekomst. In de Omgevingsvisie is Hillegom verdeeld in 6 deelgebieden. Per deelgebied zijn de belangrijkste karakteristieken en koers voor het betreffende deelgebied omschreven. De zes deelgebieden zijn in onderstaande zoneringskaart uitgesplitst.

Figuur 3.6 Zonering Omgevingsvisie

28/116

Het centrale thema en tevens hoofdthema uit de Omgevingsvisie is duurzaamheid. De gemeente hanteert dit als leidend principe voor de toekomstige ontwikkeling. Initiatieven moeten niet alleen bijdragen aan de kernkwaliteit van het deelgebied, maar ook aan een duurzame toekomst voor Hillegom en omgeving. Om de duurzaamheidsambities van de Omgevingsvisie te kunnen verwezenlijken heeft de gemeenteraad een Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2018‐2021 vastgesteld. Het plangebied ligt in het gebiedstype 'Heerlijke Woonplaats'. De koers hiervoor is gebaseerd op de volgende doelen:  behouden en versterken dorpse karakter;  nieuwbouw binnenstedelijk realiseren;  verduurzamen en kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad;  bevorderen gezondheid;  sociale cohesie versterken;  zorg dragen voor toekomstbestendige voorzieningen;  behoud en verbeteren van woon‐ en leefkwaliteit. Conclusie Het plan sluit aan bij de Omgevingsvisie door nieuwbouw binnenstedelijk te realiseren. Waarbij sprake is van een tuindorpuitstraling met groene erfafscheidingen en een aantrekkelijke open groene dorpsrand als natuurlijke overgang richting het polderlandschap. 3.3.3 Woonprogramma 2020‐2024 Het ‘Woonprogramma 2020 – 2024: naar een duurzaam evenwicht’ is een uitwerking van de omgevingsvisie ‘Heerlijk Hillegom’.

In dit woonprogramma beschrijft de gemeente de visie, ambities en keuzes op het gebied van wonen voor de komende jaren. Het woonprogramma is op 9 juli 2020 vastgesteld door de gemeenteraad en loopt tot 2024. De opgave zoals beschreven in het woonprogramma is als volgt samen te vatten:  Een evenwichtige bevolkingsopbouw  Voldoende en divers woningbouwaanbod  Inzet voor woningzoekenden in de knel  Een toekomstbestendig woonaanbod in de wijken  Passend woonaanbod bij iedere levensfase Daarmee wil de gemeente de volgende ambities bereiken:  We willen een evenwichtige bevolkingsopbouw behouden. Daarvoor is in Hillegom plek voor starters en doorstromers, jong en oud, ongeacht hun inkomen.  Onze woonwijken en woningen zijn klaar voor de toekomst. Ze voldoen aan de eisen en wensen van huidige en toekomstige bewoners, zijn energiezuinig en klimaatbestendig.  Mensen kunnen zelfstandig wonen en zijn onderdeel van onze gemeenschap, ook als zij zorg nodig hebben. Voor woningbouwontwikkelingen hanteert de gemeente het ‘Afwegingskader woningbouw’. Hierin zijn kwantitatieve en kwalitatieve criteria opgenomen. Kwantitatief wil de gemeente tot 2030 circa 1.440 woningen toevoegen. Kwalitatief kijkt de gemeente naar variatie in het plan, duurzaamheid, levensloopgeschiktheid en woonzorginitiatieven.

Daarnaast zijn er normen opgenomen voor het percentage sociale huur en betaalbare koopwoningen.

29/116

Met de realisatie van deelgebied 6, wordt de wijk Vossepolder als geheel afgerond. Het aantal woningen uit deze fase (47) draagt bij aan de kwantitatieve opgave. In kwalitatieve zin geldt dat de wijk Vossepolder als geheel een diversiteit aan woningtypen en prijsklassen biedt waarmee op verschillende doelgroepen wordt gericht. 3.3.4

Parkeerbeleid (2017)

Het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' regelt voor verschillende bestemmingsplannen dat het gemeentelijke parkeerbeleid van toepassing is. Het gemeentelijk beleid is opgenomen in separate beleidsnota's. Het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' is onder andere van toepassing op het bestemmingsplan Vossepolder 2006. Dit plan dient te voldoen aan het parkeerbeleid van de gemeente Hillegom.

30/116

Hoofdstuk 4 4.1

Milieuonderzoek

Verkeer en parkeren

Toetsingskader De parkeernormen van de gemeente Hillegom zijn opgenomen in de Nota parkeernormen (2016). De gemeente Hillegom kiest voor de parkeerkencijfers van CROW als basis voor de gemeentelijke parkeernormering (publicatie 317). In Hillegom is ervoor gekozen om de verscheidenheid aan woningen, die CROW hanteert bij haar kencijfers, te vereenvoudigen en te relateren aan het bruto vloeroppervlak achter de voordeur (m2 bvo). De parkeernomen voor woningen zijn opgenomen in figuur 5.1. Verkeersstructuur Gemotoriseerd verkeer Het plangebied krijgt twee verbindingen met de weerlaan. Een calamiteitenverbinding in de noordwesthoek van het plangebied (nabij het appartementengebouw) en een volwaardige verkeersontsluiting via de Cruquius. Deze weg is als centrale ontsluitingsweg van de wijk aangesloten op de Weerlaan, die is op haar beurt weer aangesloten op de N208. Hillegom wordt primair ontsloten via de N208. Deze weg heeft een gebiedsontsluitende functie. Binnen de bebouwde kom heeft deze weg, conform de uitgangspunten van Duurzaam Veilig, een maximumsnelheid van 50 km/h. De N208 verbindt Hillegom in zuidelijke richting via Lisse en Sassenheim met de A44 richting Den Haag. Ook geeft de N208 ten zuiden van Hillegom aansluiting op de N207 die in oostelijke richting doorloopt richting Alphen aan den Rijn. De weg sluit aan op de A4 richting Amsterdam en Rotterdam.

In noordelijke richting verbindt de N208 Hillegom via Bennebroek en Heemstede met Haarlem. Tevens wordt Hillegom in oostelijke richting ontsloten via de Venneperweg. Deze weg verbindt Hillegom met Beinsdorp en Nieuw‐Vennep. Openbaar vervoer De dichtstbij zijnde bushalte is de "Van Limburg Stirumlaan" (op circa 700 meter) waar alle buslijnen die Hillegom aandoen, stoppen. Hiervandaan vertrekken bussen naar Nieuw Vennep, IJmuiden, Leiden, Lisse, Heemstede, Haarlem, Hoofddorp Spaarne Ziekenhuis en Noordwijkerhout. Al deze bestemmingen zijn zonder overstap te bereiken. Ten westen van het plangebied ligt het NS‐station van Hillegom (op circa 2,3 km). Vanuit Hillegom vertrekken de treinen in de richting Haarlem en Leiden. De ontsluiting per openbaar vervoer is goed. Langzaam verkeer Op de omliggende erftoegangswegen rond het plangebied deelt het fietsverkeer de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer. De omliggende wegen van het plangebied zijn daarnaast voorzien van trottoirs voor voetgangers. Langs de Weerlaan ligt een vrijliggend fietspad dat loopt naar de Weeresteinstraat en de N208, waarlangs ook een vrijliggend fietspad loopt richting Lisse en Bennebroek. Aan de noordzijde komt een nieuwe fietsontsluiting naar de Oude Weerlaan. Er komt ook een nieuwe fietsverbinding tussen de waterwoningen naar de Weerlaan.

Conform de richtlijnen van Duurzaam Veilig wordt het fietsverkeer in de woonstraten gemengd afgewikkeld met autoverkeer.

31/116

Verkeersveiligheid Het plangebied wordt gedeeltelijk ingericht volgens de principes van Duurzaam Veilig. Er vindt een gemengde afwikkeling van het verkeer plaats op de erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30 km/h. De Weerlaan heeft conform de uitgangspunten van Duurzaam Veilig, wel een vrijliggend fietspad, wat vanwege de hoge verkeersintensiteit benodigd is. Parkeren De gemeente Hillegom hanteert ook eigen parkeernormen, vastgelegd in de Deelnota parkeren uit 2016. In Hillegom is ervoor gekozen om de verscheidenheid aan woningen (die CROW hanteert bij haar kencijfers) te vereenvoudigen en te relateren aan het bruto vloeroppervlak achter de voordeur (m2 bvo). CROW relateert de kencijfers aan de prijsklasse en type. Ook het onderscheid tussen koop of huur wordt niet gehanteerd aangezien dit verschil nauwelijks relevant is voor de parkeerbehoefte als de woninggrootte wordt meegerekend. De parkeernormen uit de gemeentelijke nota zijn weergegeven in figuur 4.1. Voor Fase 6 geldt dat dit is gesitueerd in gebiedstype 'overig Hillegom'.

Figuur 4.1 gemeentelijke parkeernormen De parkeerplaatsen dienen binnen het deelgebied of direct aansluitend aan het deelgebied gerealiseerd te worden. Dit is geborgd door, in aansluiting op het Parapluplan Parkeren, ook in dit bestemmingsplan regels op te nemen dat in voldoende parkeerplaatsen voorzien dient te worden. De aanleg van voldoende parkeerplaatsen is zodoende onderdeel van de plantoetsing bij de vergunningverlening. Zonder de volledige parkeerbalans voor het plan van BPD hier toe te lichten ‐ dat is zoals gezegd iets voor het moment van vergunningverlening ‐ kan op basis van het verkavelingsplan dat in paragraaf 2.3 beschreven is, wel worden toegelicht hoe het parkeren in fase 6 wordt vormgegeven. Met overwegend vrijstaande en twee‐aaneen gebouwde woningen gaat, is er in dit deelgebied in belangrijke mate gezocht naar parkeren op eigen erf. Bij de vrijstaande en twee‐aaneen gebouwde woningen is op eigen erf ruimte om één of twee auto's te kunnen parkeren. De overige benodigde parkeerplaatsen worden ingericht in het openbaar gebied. Er komt een afzonderlijke parkeeroplossing in de vorm van een grote parkeerkoffer direct bij het appartementencomplex. De overige parkeerplaatsen zijn gesitueerd langs de erftoegangswegen. Gelet op het gewenste eindbeeld, is daarbij sprake van parkeren langs één zijde van de weg.

Ter hoogte van de waterwoningen kan er ook haaks geparkeerd worden bij de groenstrook.

32/116

Met de aanleg van bovengenoemde parkeervoorzieningen wordt voldoende parkeergelegenheid voorzien om te kunnen voldoen aan de parkeerbehoefte. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie van het plangebied is berekend op basis van de voorgenomen ontwikkelingen. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie zijn berekeningen uitgevoerd op basis van de gemiddelde kengetallen van het CROW (Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381), hierbij zijn de kenmerken 'sterk stedelijk' en 'rest bebouwde kom' gehanteerd. De verkeersgeneratie van de verkeerstoename is opgenomen in tabel 5.2. Functie benaming CROW Hoeveelheid

Mvt/hoeveelheid

Verkeersgeneratie

Appartementen

Koop, appartement, midden

18 woningen

5,6 per woning

100,8 mvt/etmaal

Grondgebonden woningen

Koop, huis, vrijstaand

15 woningen

8,2 per woning

123,0 mvt/etmaal

Grondgebonden woningen

Koop, huis, twee‐onder‐een‐kap

14 woningen

7,8 per woning

109,2 mvt/etmaal

Toename

47woningen

333,0 mvt/etmaal

Tabel 5.2 Verkeersgeneratie in mvt/etmaal De verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling bedraagt circa 333,0 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Dit verkeer zal worden afgewikkeld via de bestaande aansluiting van de wijk Vossepolder op de Weerlaan. De verkeersafwikkeling wordt beoordeeld in het drukste uur van de dag op een gemiddelde werkdag. Op een gemiddelde werkdag dient uitgegaan te worden van een factor 1,11, wat 333 * 1,11 = 370 mvt/etmaal oplevert. Voor het drukste uur wordt uitgegaan van 10% van de etmaalwaarde, wat neerkomt op 10% * 370 = 37 mvt. Dit houdt in dat op het drukte uur een toename van 37 mvt via de genoemde ontsluiting afgewikkeld dient te worden. Deze verkeerstoename zal naar verwachting geen negatieve gevolgen hebben op de omliggende ontsluitingswegen. Conclusie Het plangebied is goed bereikbaar voor zowel gemotoriseerd verkeer, fietsverkeer en per openbaar vervoer. De parkeerbehoefte zal worden voorzien binnen het plangebied. De verkeerstoename zal afgewikkeld worden via de bestaande ontsluiting van de wijk en niet tot knelpunten leiden in de verkeersafwikkeling. De aspecten verkeer en parkeren staan de ontwikkelingen dan ook niet in de weg.

4.2

Wegverkeerslawaai

Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die ''in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken'', een geluidzone. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd.

33/116

Indien niet aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan, kan het bevoegd gezag ‐ in de meeste gevallen de gemeente ‐ hogere grenswaarden vaststellen. Hiervoor geldt een bepaald maximum, de uiterste grenswaarde genoemd. Bij de vaststelling van hogere grenswaarden moet worden afgewogen of bronmaatregelen of maatregelen in de overdrachtssfeer kunnen worden getroffen. Onderzoek De woningen/appartementen zijn gelegen binnen de geluidzone van de Weerlaan en de Hillegommerdijk (50 km/uur) en zijn ten gevolge van deze wegen getoetst aan de Wgh. Daarnaast is in het kader van een goede ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie ook een beschouwing gegeven van de Oude Weerlaan (30 km/uur). Uit het akoestisch onderzoek, dat in Bijlage 8 is opgenomen, blijkt dat ten gevolge van de niet gezoneerde Oude Weerlaan de richtwaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Wel wordt ten gevolge van het wegverkeer op de gezoneerde Weerlaan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De hoogst berekende geluidbelasting is 54 dB inclusief aftrek artikel 110g Wgh. Ook wordt ten gevolge van de gezoneerde Hillegommerdijk de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De maximaal berekende geluidbelasting is 53 dB inclusief aftrek artikel 110g Wgh.

Maatregelen om de geluidbelasting terug te dringen zijn onvoldoende doeltreffend of stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke en financiële aard. Omdat de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden en voldaan wordt aan het geluidbeleid, is het mogelijk om hogere waarden aan te vragen. Voor het plan zijn de volgende hogere waarden benodigd: Weerlaan

Hillegommerdijk

53 dB

10 woningen 12 appartementen

54 dB

2 appartementen

53 dB

3 woningen

Conclusie Het aspect wegverkeerslawaai staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Voor een deel van de beoogde woningen zijn hogere grenswaarden nodig. Deze worden via een afzonderlijke procedure, parallel aan dit bestemmingsplan, vastgesteld. Het besluit hogere grenswaarden is voor de volledigheid ook als Bijlage 12 bij dit bestemmingsplan opgenomen.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon‐ en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG‐publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).

34/116

In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie‐indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieu‐aspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Onderzoek Het plangebied betreft een milieugevoelige ontwikkeling gezien het om de realisatie van 47 woningen gaat. In het gebied zijn er voornamelijk woningen te vinden. Hierdoor kan de omgeving getypeerd worden als 'rustige woonwijk'. Dit betekent dat de richtafstanden voor 'rustige woonwijk' tot omliggende milieubelastende functies in acht moeten worden genomen. Scouting Tjarda In de omgeving ligt op circa 30 meter Scouting Tjarda Hillegom en valt onder enkelbestemming maatschappelijke ruimte. Dit kan onder 'buurt‐ en clubhuizen' worden geplaatst en valt onder milieucategorie 2. Voor milieucategorie 2 geldt een richtafstand van 30 meter. Vanaf de woongevels tot aan het bestemmingsvlak voldoet het aan de richtafstand. Gebr. Van der Geest B.V. Naast de scoutingclub bevindt zich het bedrijf Gebr. Van der Geest B.V.

wat een grondwerk en drainagebedrijf is en onder milieucategorie 3.1 valt. Dit geeft een richtafstand van 50 meter in een 'rustige woonwijk'. Gemeten vanaf het perceel tot aan de woninggevel is dit circa 32 meter. Voor op het perceel waar milieucategorie 3.1 is toegestaan is er een bedrijfswoning (Oude Weerlaan 67) te vinden die de afstand tussen de bedrijfsactiviteiten en het plangebied groter maakt. Wanneer hier rekening mee wordt gehouden, bedraagt de afstand van het meest nabijgelegen bouwvlak binnen het plangebied tot het feitelijke terrein van Gebr. Van der Geest 52 meter, waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. De richtafstanden uit de VNG‐publicatie zijn gebaseerd op richtwaarden voor geluid. Voor een 'rustige woonwijk' geldt een richtwaarde van 45 dB(A). Ter plaatse van het meest nabijgelegen bouwvlak kan hier zonder meer aan worden voldaan. Gebr. Van der Geest dient te voldoen aan de algemene grenswaarden uit het Activiteitenbesluit van 50/45/40 dB(A) in de dag‐, avond‐ en nachtperiode. Deze grenswaarden gelden voor de meest nabijgelegen woningen van derden, in dit geval de woningen Oude Weerlaan 69, 69 A en 69 B. De afstand van de achtergevels van deze woningen tot het centrale gedeelte van het terrein van Gebr. Van der Geest bedraagt cira 30 m. De afstand van de achtergevels tot de bouwvlakken binnen het plangebied bedraagt ca. 50 m.

Dit betekent dat er sprake is van meer dan een afstandsverdubbeling ten opzichte van deze woningen en een globale geometrische afstandsreductie voor geluid van ten minste 6 dB (6 dB bij afstandsverdubbeling). Dit betekent dat als bij de woningen Oude Weerlaan 69/69A/B wordt voldaan aan het Activiteitenbesluit, er ter plaatse van het plangebied ruimschoots wordt voldaan aan de richtwaarde van 45 dB(A), waarbij de afscherming van geluid door de bestaande woningen nog buiten beschouwing is gelaten. De afstand van de bouwvlakken tot de in‐/uitrit van het bedrijf bedraagt circa 35 meter. Het kan voorkomen dat zwaar vrachtverkeer in de nachtperiode vertrekt. Maximale geluidniveaus vanwege vertrekkende vrachtwagens mogen niet meer bedragen dan 60 dB(A) o.b.v. het Activiteitenbesluit.

35/116

Omdat de afstand van in‐/uitrit tot aan de bestaande woning Oude Weerlaan slechts 15 meter bedraagt, kan hier uitsluitend aan worden voldaan bij rustig wegrijden, waarbij ter plaatse van het plangebied eveneens automatisch wordt voldaan aan deze grenswaarde. Het verkeer van en naar de inrichting van Gebr. Van der Geest B.V. op de openbare weg dient te voldoen aan het toetsingskader voor indirecte hinder (Schrikkelcirculaire). Ook voor dit aspect geldt dat bestaande woningen aan de Oude Weerlaan maatgevend zijn vanuit het oogpunt van belemmering. Wegverkeer in totaliteit is berekend/beoordeeld in het akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai. P.C. van der Wiel B.V. Op circa 145 meter bevindt zich het bedrijf P. C. van der Wiel B.V. wat een allround organisatie is voor onder andere reiniging van rioleringen, veegwerk, groenvoorziening, onkruidbestrijding en drainagereiniging. Dit kan geplaatst worden onder vuilophaal‐, straatreinigingsbedrijven e.d. en heeft milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. Hier wordt met de afstand van circa 145 meter ruim voldaan. In het westen van het plangebied bevindt zich een groothandel in bloemen en zaden. Dit valt onder milieucategorie 2 en heeft een richtafstand van 30 meter. Met een afstand van circa 215 meter wordt hier ruim aan voldaan. Het plangebied zelf kent nu nog deels de bestemming manege.

Deze is echter al gesaneerd om ruimte te maken voor de beoogde woningen. Conclusie Er zijn rondom de Vossepolder enkele bedrijven te vinden, deze voldoen aan de richtafstanden uit de VNG‐publicatie "Bedrijven en milieuzonering". Daarnaast geldt (met name voor Gebr. Van der Geest B.V.) dat bestaande woningen op kortere afstand zijn gesitueerd en daarmee de milieuruimte (geluid) zodanig beperken dat ter plaatse van het plangebied sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat.

4.4

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

36/116

Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10‐6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet‐ en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1453/documents/18564