CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Adviesrapport CO2-prestatieladder N3 Fase 1 van De Duurzame Adviseurs;.pdf

Raadscommissie 7 september 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 7: Burgerinitiatief CO2 prestatieladder10.055 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ADVIESRAPPORT CO2PRESTATIELADDER N3 FASE 1

Organisatie:

HLTsamen

Contactpersoon:

Rob de Mooij

Adviseur:

Bas de Gooijer & Marcella Mekenkamp

Publicatiedatum:

15-11-2022

Inhoudsopgave 1 | INLEIDING ......................................................................................................... 3 2 | BESCHRIJVING VAN DE ORGANISATIE ............................................................... 6 2.1 3

STATEMENT ORGANISATIEGROOTTE ......................................................................... 6

| EMISSIE-INVENTARIS RAPPORT .................................................................... 7 3.1

VERANTWOORDELIJKE ........................................................................................ 7

3.2

REFERENTIEJAAR EN RAPPORTAGE ........................................................................... 7

3.3

AFBAKENING ................................................................................................... 7

3.4

DIRECTE- EN INDIRECTE GHG-EMISSIES .................................................................. 8

3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6 3.4.7 3.4.8

4

5

3.5

KWANTIFICERINGSMETHODEN ............................................................................. 11

3.6

CO2-EMISSIEFACTOREN.................................................................................... 11

3.7

ONZEKERHEDEN ............................................................................................. 11

3.8

UITSLUITINGEN ............................................................................................. 11

3.9

VERIFICATIE ................................................................................................. 11

3.10

RAPPORTAGE VOLGENS ISO 14064-1 ................................................................... 12

| ENERGIEBEOORDELING................................................................................ 13 4.1

IDENTIFICATIE GROOTSTE VERBRUIKERS ................................................................. 13

4.2

ANALYSE ELEKTRICITEITSVERBRUIK ....................................................................... 15

4.3

ANALYSE GASVERBRUIK ................................................................................... 17

4.4

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................... 18

4.5

CO2 REDUCERENDE MAATREGELEN ........................................................................ 19

| DOELSTELLINGEN ........................................................................................ 20 5.1.1 Maatregellijst SKAO ................................................................................. 20 5.1.2 Conclusie ambitiebepaling ........................................................................ 20 5.2

6

7

Berekende GHG-emissies ........................................................................... 8 Berekende GHG-emissies per organisatie ...................................................... 9 Verbranding biomassa ............................................................................. 10 GHG-verwijderingen ................................................................................ 10 Uitzonderingen ....................................................................................... 10 Invloedrijke personen .............................................................................. 10 Toekomst............................................................................................... 10 Significante veranderingen ....................................................................... 10

HOOFDDOELSTELLING EN SUBDOELSTELLINGEN .......................................................... 20

| ONTWIKKELINGEN VÓÓR 2021 .................................................................... 21 6.1

KLIMAATMONITOR ........................................................................................... 21

6.2

ENERGIEMONITORING ...................................................................................... 22

| AANVULLENDE ACTIES CO2-PRESTATIELADDER (FASE 2) ............................. 23 7.1

ORGANISATIEGRENS ........................................................................................ 23

7.2

CERTIFICERING .............................................................................................. 23

7.3

BLIK VOORUIT ............................................................................................... 24

BIJLAGE 1: BOUNDARYBEPALING .......................................................................... 25 BIJLAGE 2: OFFERTE NORMEC NCK – CERTIFICATIE .............................................. 33

2

1 | Inleiding De werkorganisatie HLTsamen is de gezamenlijke ambtelijke organisatie van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen. Iedere gemeente heeft daarbij haar eigen gemeenteraad, college, griffie(r) en gemeentesecretaris. Zij kunnen indien gewenst onderling afstemmen. HLTsamen, verder in dit verslag HLT, levert (direct en indirect) producten en diensten aan burgers, private partijen, semi-overheden en overheden. HLT samen verdiept zich momenteel, naar aanleiding een burgerinitiatief en besluitvorming in de raden, in het volgen van de eisen van de CO2-Prestatieladder. Hierdoor worden gemeenten uitgedaagd en gestimuleerd om de eigen CO2-uitstoot te kennen en te verminderen. De CO2-Prestatieladder is een managementsysteem dat zich richt op CO2-reductie, energiebesparing en het gebruik van duurzame energie binnen de bedrijfsvoering en in projecten en de keten. Het systeem vereist continue verbetering van inzicht, verdere CO2reductiemaatregelen, communicatie en samenwerking in de bedrijfsvoering. Het helpt organisaties met het structureren van interne bedrijfsprocessen rondom verduurzaming en het opzetten van duurzaamheidsverslaggeving met een focus op CO2. Naast het maatschappelijke belang van duurzaamheid biedt het ook kansen voor het inspireren van interne en externe belanghebbenden, kostenbesparing en het voldoen aan wetgeving.

De CO2-Prestatieladder kent vijf niveaus, waarbij niveau één, twee en drie zich richten op de eigen organisatie en niveau vier en vijf een stap maken naar de ketens van de organisatie. Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen scope 1, 2 en 3 emissies. Voor het behalen van CO2-Prestatieladder niveau 3 hoeft alleen gekeken te worden naar de zogenoemde scope 1 en scope 2 emissies. Vanaf niveau 4 wordt ook gesproken van scope 3 emissies. Onder scope 1 emissies (ook wel directie emissies genoemd) vallen bijvoorbeeld het gasverbruik en het brandstofverbruik van alles wat lease of eigendom is. Onder de scope 2 emissies (ook wel de indirecte emissies genoemd) vallen onder andere het elektriciteitsverbruik, de stadswarmte en de zakelijke reizen met privé auto’s (deze vallen onder de benaamde scope 2 categorie Business travel). Onder scope 3 valt bijvoorbeeld afvalverwerking, aankoop en transport van goederen. Om de ladder te beklimmen naar een volgend niveau moet aan alle verplichte normeisen van onderliggende niveaus worden voldaan. Ieder niveau omvat de volgende vier invalshoeken: A.

Inzicht maakt een organisatie bewust van de eigen CO2-prestatie, de risico’s en kansen, biedt de organisatie informatie die ze kan gebruiken voor het formuleren van effectieve doelstellingen en maatregelen om de CO2-uitstoot te reduceren, en waar de communicatie en samenwerking zich op dient te richten. De organisatie realiseert continue verbetering in de diepgang, reikwijdte en efficiëntie van inzicht en kwaliteit van de emissie-inventaris. B. Reductie creëert kansen voor het terugdringen van energieverbruik en CO2-uitstoot, en bevordert samenwerking zodat de meest efficiënte opties voor reductie in de keten worden aangepakt. De organisatie realiseert continue verbetering van de efficiëntie van maatregelen, in het vaststellen en behalen van doelen en het aantonen van voortgang op doelstellingen en maatregelen.

3

C. Transparantie stimuleert de creatieve betrokkenheid van medewerkers. Ook weten organisaties van elkaars inzet, en kan een organisatie door anderen worden aangesproken op de ambities en vorderingen. De organisatie realiseert continue verbetering in de diepgang en verspreiding van de communicatie en in het verwerken van inbreng van de interne en externe belanghebbenden. Voor de huidige dataverzameling is er al afstemming geweest met alle relevante betrokken in de organisatie (degenen die zich al jaren bezighouden met energiebesparing en de vermindering van CO2 uitstoot). D. Participatie laat een organisatie investeren in samenwerking, delen van eigen kennis en daar waar mogelijk gebruikmaken van kennis die elders is ontwikkeld. De organisatie realiseert continue verbetering in het selecteren van nuttige initiatieven en het toepassen van de kennis in de organisatie. Een erkende certificerende instantie beoordeelt de activiteiten en bepaalt het niveau van de CO2-Prestatieladder. Hiervoor moeten stappen zijn gezet op alle invalshoeken van de ladder. In onderstaand figuur wordt bovenstaande tekst schematisch weergegeven met de bijbehorende weging van de invalshoeken voor certificering (bron: Handboek CO2-Prestatieladder 3.1, SKAO).

In dit rapport wordt onder andere de emissie-inventaris (onderdeel van invalshoek A), ook wel de CO2-footprint genoemd, van HLT besproken. De CO2-footprint geeft een inventarisatie van de totale hoeveelheid uitgestoten broeikasgassen (GHG-emissies). De gemeenten hebben recent een energiemonitoringsysteem ingevoerd, van leverancier “Energiemissie”. Dit is een onafhankelijke dienstverlener op het gebied van energiemonitoring en energiemanagement. Via dit onlinesysteem kunnen bedrijven- en overheden energiegebruik monitoren, door onder andere:      

Een controle uit te voeren op de energiefacturen; Inzicht te leveren in of energie reductiemaatregelen het gewenste effect hebben; Mutaties te identificeren; Energiekosten- en verbruiken inzichtelijk te maken; Het energiegebruik te vergelijken met andere gemeenten Inzicht te geven in mogelijkheden tot energiereductie (Bron: Productblad Energiemissie).

Zoals uitgelegd wordt in de rest van dit document gaat de CO2 Prestatieladder verder met onder andere eisen voor transparantie en participatie. De energiemonitoring levert voornamelijk inzicht op in het verbruik- en de mogelijkheden tot reductie. Dit kan dienen als een betrouwbare en overzichtelijke basis voor de rest van de eisen. In hoofdstuk 4 van dit document wordt de energiebeoordeling beschreven. De energiebeoordeling is een analyse van de grootste energiestromen binnen de organisatie. Door middel van dit verkregen inzicht kunnen er gerichte maatregelen worden genomen om het verbruik van deze energiestromen te reduceren. Daarnaast worden er maatregelen ter

4

inspiratie opgenomen voor het komende jaar om de versnelling van de CO2-reductie te bevorderen. In hoofdstuk 5 wordt er een vergelijking met sectorgenoten uitgevoerd. Dit houdt in dat er is bekeken welke doelstellingen en maatregelen andere gecertificeerde overheden hebben (onderdeel van invalshoek B). In het laatste hoofdstuk wordt de voortgang van de gemeente behandeld. Dit document is ter onderbouwing van de eisen van de CO2-Prestatieladder. Per hoofdstuk wordt een eis behandeld. Hieronder een leeswijzer. HOOFDSTUK IN DOCUMENT

EIS IN CO2PRESTATIELADDER

Hoofdstuk 2

Beschrijving van de organisatie

3.A.1

Hoofdstuk 3

Emissie-inventaris rapport

3.A.1

Hoofdstuk 4

Energiebeoordeling

2.A.3

Hoofdstuk 5

Doelstellingen

3.B.1

Hoofdstuk 6

Voortgang

1.B.1, 2.B.1, 3.B.2 en 4.B.2

5

2 | Beschrijving van de organisatie HLTsamen is de werkorganisatie voor de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen. De werkorganisatie is in 2017 ontstaan uit een fusie tussen de ambtelijke organisaties van de drie gemeenten. Sindsdien zetten zo’n 470 medewerkers zich in voor drie gemeentebesturen, drie gemeenteraden, tienduizenden inwoners, ondernemers, verenigingen, maatschappelijke organisaties en collega’s. Binnen het werkgebied vallen drie gemeenten en vijf dorpen: Hillegom, Lisse, Sassenheim, Voorhout en Warmond. Stuk voor stuk karakteristieke plaatsen in de Bollenstreek. De werkorganisatie HLTsamen bestaat uit de volgende domeinen:       

2.1

Bedrijfsvoering Buitenruimte Ruimtelijke Ontwikkeling Publieksservice Maatschappelijke Ontwikkeling Strategie en Projecten Control

Statement organisatiegrootte

De totale CO2-uitstoot van de 3 gemeenten samen was in het jaar 2021 636,8 ton CO2. Om de grootte van de organisatie te bepalen moet eerst worden gekeken of HLT valt onder de categorie ‘diensten’ of ‘werken/leveringen’. Gemeenten vallen volgens de norm onder de categorie diensten. Met deze kennis valt HLTsamen daarmee qua CO2-uitstoot in de categorie middelgrote organisatie. In het fase 1 traject werd duidelijk dat HLTsamen niet gecertificeerd kan worden als organisatie, volgens de eisen van het CO2 Prestatieladder Handboek 3.1. Dit is ook besproken met de Certificerende Instantie (ofwel CI) Normec. Certificering kan alleen plaatsvinden per gemeente. Als alle gemeenten los gecertificeerd dienen te worden vallen alle gemeenten (Hillegom, Lisse en Teylingen) individueel in de categorie kleine organisatie. De impact van het voor drie gemeenten afzonderlijk moeten uitvoeren heeft praktische gevolgen. Het is op dit moment echter lastig te kwantificeren hoeveel het extra gaat kosten om de gemeentes los te certificeren. Dit hangt bijvoorbeeld af van het uurloon van het personeel, het kennisniveau, en de beschikbaarheid. Het ligt ook aan de kosten die de CI in rekening breng (er zijn verschillen in prijs- en tijdsberekening per CI). DIENSTEN

WERKEN/ LEVERINGEN

Kleine organisatie

Totale CO2-uitstoot bedraagt maximaal (≤) 500 ton per jaar.

Totale CO2-uitstoot van de kantoren en bedrijfsruimten bedraagt maximaal (≤) 500 ton per jaar, en de totale CO2-uitstoot van alle bouwplaatsen en productielocaties bedraagt maximaal (≤) 2.000 ton per jaar.

Middelgrote organisatie

Totale CO2-uitstoot bedraagt maximaal (≤) 2.500 ton per jaar.

Totale CO2-uitstoot van de kantoren en bedrijfsruimten bedraagt maximaal (≤) 2.500 ton per jaar, en de totale CO2-uitstoot van alle bouwplaatsen en productielocaties bedraagt maximaal (≤) 10.000 ton per jaar.

Grote organisatie

Totale CO2-uitstoot bedraagt meer dan (>) 2.500 ton per jaar.

Totale CO2-uitstoot van de kantoren en bedrijfsruimten bedraagt meer dan (>) 2.500 ton per jaar, en de totale CO2-uitstoot van alle bouwplaatsen en productielocaties bedraagt meer dan (>) 10.000 ton per jaar.

6

3 | Emissie-inventaris rapport 3.1

Verantwoordelijke

Voor het fase 1 onderzoek van het CO2-Prestatieladder traject is Rob de Mooij de interne projectleider. Voor het doen van onderzoek en het opstellen van alle bijbehorende documentatie wordt de organisatie ondersteund door het adviesbureau De Duurzame Adviseurs.

3.2

Referentiejaar en rapportage

Het referentiejaar voor dit onderzoek betreft 2021. Het jaar 2021 dient daarbij ook als referentiejaar voor het monitoren van de CO2-uitstoot. Het historisch energieverbruik van de drie gemeentes samen wordt tevens weergeven in dit rapport, als meerjarige referentie aan de ontwikkelingen op het gebied van energie- en CO2-uitstootbesparing.

3.3

Afbakening

Meer informatie over de Organizational Boundary van de organisatie is terug te vinden in het document ‘Bepaling Organizational Boundary’. Hierin is per gemeente opgenomen welke gemeenschappelijke regelingen, locaties en andere factoren mee zijn genomen in de boundary. De “organisational boundary” is in eerste instantie bepaald voor HLTsamen. Geen van de partijen die hieronder vallen, vallen echter daadwerkelijk binnen de organisational boundary van de individuele gemeenten. De belangrijkste gemeenschappelijke regeling betreft Meerlanden. Zij zijn zelf voor de CO2 prestatieladder gecertificeerd en hoeven daarom niet meegenomen te worden in de boundary.

7

3.4

Directe- en indirecte GHG-emissies

In dit hoofdstuk worden de berekende Green House Gas emissies (afgekort GHG-emissies) toegelicht. Het Green House Gas Protocol maakt onderscheid in verschillende scopes op basis van de herkomst van het broeikasgas. Hieruit ontstaat een zogenaamde ‘inventaris aan broeikasgassen’ van de organisatie die kan worden gekwantificeerd en gemanaged. Oftewel de CO2-uitstoot die vrijkomt bij de eigen activiteiten. In de volgende paragraaf wordt de CO2footprint van 2021 weergegeven.

3.4.1 Berekende GHG-emissies De directe- en indirecte GHG-emissies van HLTsamen bedroeg in 2021 circa 637 ton CO2. Hiervan werd 622,5 ton CO2 veroorzaakt door directe GHG-emissies (scope 1), 0 ton CO2 door indirecte GHG-emissies (scope 2) en 14 ton CO2 door business travel. Dat de organisatie geen uitstoot heeft in scope 2 komt door het gebruik van groene stroom (de conversiefactor hiervan is 0). Aangezien het onderzoek fase 1 gaat om het behalen van Niveau 3 van de CO2 Prestatieladder zijn de scope 1 en 2 emissies in kaart gebracht. OVERZICHT CO2-EMISSIES, GEHELE ORGANISATIE

TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 1

2021

AANTAL

EENHEID

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

Heel jaar

UITSTOOT (ton CO2)

Aardgasverbruik

229.188

m3

1.884

431,8

Brandstofverbruik wagenpark - diesel

57.529

liter

3.262

187,7

Brandstofverbruik wagenpark - benzine

1.091

liter

2.784

3,0

Totaal scope 1

TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 2

EENHEID

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

0

kWh

556

-

3.406.205

kWh

0

-

0

kWh

556

-

Totaal scope 2

-

AANTAL

Elektriciteitsverbruik - grijze stroom Elektriciteitsverbruik - groene stroom Elektriciteitsverbruik - wagens

TYPE EMISSIESTROOM BUSINESS TRAVEL

Zakelijk vervoer - gedeclareerde kilometers Zakelijk vervoer - openbaar vervoer

TOTALE EMISSIES SCOPE 1, 2 EN BUSINESS TRAVEL

622,5

UITSTOOT (ton CO2)

EENHEID

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

73.501

km

195

14,3

0

km

15

-

Totaal business travel

14

AANTAL

UITSTOOT (ton CO2)

637

8

3.4.2 Berekende GHG-emissies per organisatie LET OP: Voor brandstoffen en reiskilometers is er geen (per gemeente) gescheiden administratie/registratie aanwezig. Er is dus geen onderverdeling van brandstoffen naar gemeenten mogelijk. De 205 ton uitgestoten CO2 in deze categorieën komt dus alleen terug in de totale footprint in paragraaf 3.4.1. Wanneer er wordt overgegaan tot certificering kan het totaal in deze categorieën worden onderverdeeld tussen de drie gemeenten op basis van een nader te bepalen verdeelsleutel, waarbij elke gemeente een deel van het verbruik krijgt toegerekend op basis van een of meerdere parameters. OVERZICHT CO2-EMISSIES GEMEENTE TEYLINGEN TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 1

AANTAL

2021 Heel jaar EENHEID

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

UITSTOOT (ton CO2)

78.294 m3

1.884

147,5

Brandstofverbruik wagenpark - diesel

0 liter

3.262

-

Brandstofverbruik wagenpark - benzine

0 liter

2.784

Aardgasverbruik

-

Totaal scope 1

TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 2

AANTAL

Elektriciteitsverbruik - grijze stroom

0 kWh

Elektriciteitsverbruik - groene stroom

1.323.219 kWh

Elektriciteitsverbruik - wagens

TYPE EMISSIESTROOM BUSINESS TRAVEL

EENHEID

0 kWh

AANTAL

EENHEID

147,5

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

UITSTOOT (ton CO2)

556

-

0

-

556

-

Totaal scope 2

-

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

UITSTOOT (ton CO2)

Zakelijk vervoer - gedeclareerde kilometers

0 km

195

Zakelijk vervoer - openbaar vervoer

0 km

15

-

Totaal business travel

-

TOTALE EMISSIES SCOPE 1, 2 EN BUSINESS TRAVEL

148

Gemeente Lisse TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 1

2021 Heel jaar AANTAL

EENHEID

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

UITSTOOT (ton CO2)

114.461 m3

1.884

215,6

Brandstofverbruik wagenpark - diesel

0 liter

3.262

-

Brandstofverbruik wagenpark - benzine

0 liter

2.784

Aardgasverbruik

Totaal scope 1

TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 2

AANTAL

Elektriciteitsverbruik - grijze stroom

0 kWh

Elektriciteitsverbruik - groene stroom

1.514.753 kWh

Elektriciteitsverbruik - wagens

TYPE EMISSIESTROOM BUSINESS TRAVEL

EENHEID

0 kWh

AANTAL

EENHEID

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

-

215,6 UITSTOOT (ton CO2)

556

-

0

-

556

-

Totaal scope 2

-

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

UITSTOOT (ton CO2)

Zakelijk vervoer - gedeclareerde kilometers

0 km

195

Zakelijk vervoer - openbaar vervoer

0 km

15

-

Totaal business travel

-

TOTALE EMISSIES SCOPE 1, 2 EN BUSINESS TRAVEL

-

216

9

Gemeente Hillegom

2021 Heel jaar

TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 1

AANTAL

Aardgasverbruik

EENHEID 36.433 m

3

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

UITSTOOT (ton CO2)

1.884

68,6

Brandstofverbruik wagenpark - diesel

0 liter

3.262

-

Brandstofverbruik wagenpark - benzine

0 liter

2.784

Totaal scope 1

TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 2

AANTAL

Elektriciteitsverbruik - grijze stroom

EENHEID 0 kWh

Elektriciteitsverbruik - groene stroom

568.233 kWh

Elektriciteitsverbruik - wagens

0 kWh

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

AANTAL

EENHEID

UITSTOOT (ton CO2)

556

-

0

-

556

-

Totaal scope 2

TYPE EMISSIESTROOM BUSINESS TRAVEL

-

68,6

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

Zakelijk vervoer - gedeclareerde kilometers

0 km

195

Zakelijk vervoer - openbaar vervoer

0 km

15

Totaal business travel

TOTALE EMISSIES SCOPE 1, 2 EN BUSINESS TRAVEL

UITSTOOT (ton CO2) -

-

69

3.4.3 Verbranding biomassa In 2021 vond er geen verbranding van biomassa plaats bij HLT.

3.4.4 GHG-verwijderingen Er heeft in het jaar van deze rapportage geen broeikasgasverwijdering of compensatie plaatsgevonden bij HLTsamen. De organisatie heeft het huidige gasverbruik wel volledig gecompenseerd door de aanschaf van Verified Emission Reduction-certificaten. Dit heeft voor de uitstoot volgens de CO2prestatieladder eisen verder geen implicaties.

3.4.5 Uitzonderingen Er zijn geen noemenswaardige uitzonderingen te noemen op het GHG-Protocol.

3.4.6 Invloedrijke personen Binnen de organisatie zijn geen individuele personen te benoemen die een dermate invloed op de CO2 footprint hebben, dat gedragsverandering van deze individuele persoon alleen al zou zorgen voor een significante verandering in de CO2 footprint.

3.4.7 Toekomst De emissies in de paragrafen hierboven zijn vastgesteld voor 2021. Als de gemeentes gaan voor fase 2, zullen de specifieke reductiedoelstellingen worden opgesteld. In hoofdstuk 4.5 worden de reeds bestaande reductiemaatregelen uiteengezet.

3.4.8 Significante veranderingen Zoals in paragraaf 3.2 beschreven geldt 2021 als referentiejaar. Er hebben geen significante veranderingen plaatsgevonden.

10

3.5

Kwantificeringsmethoden

Voor het kwantificeren van de CO2-uitstoot is gebruik gemaakt van een Excelmodel waarbij alle energieverbruiken worden omgerekend naar CO2-emissies. Hierbij worden de emissiefactoren van de website www.co2emissiefactoren.nl gehanteerd. De lijst CO2-emissiefactoren is zelf geen instrument om uitstoot te berekenen, maar heeft als doel eenduidige basiscijfers te leveren voor CO2-instrumenten (bron: https://www.co2emissiefactoren.nl/overco2emissiefactoren/)

3.6

CO2-Emissiefactoren

Voor de inventarisatie van de CO2-uitstoot van HLTsamen over 2021 zijn de emissiefactoren uit de CO2-Prestatieladder 3.1 gehanteerd. Omdat het gaat om specifieke emissiefactoren op nationaal niveau, zijn de gehanteerde emissiefactoren zeer geschikt voor het omrekenen van de data van de broeikasgas activiteiten naar de daarmee gepaard gaande CO2-emissies. De emissiefactoren van de organisatie zullen te allen tijde meegaan met wijzigingen in de emissiefactoren van de CO2-Prestatieladder 3.1. Voor de berekening van de CO2-footprint van 2021 zijn emissiefactoren gebruikt daterend juni 2022. Er zijn geen “Removal factors” van toepassing.

3.7

Onzekerheden

De gepresenteerde resultaten moeten worden gezien als de beste inschatting van de werkelijke waarden. Het energiegebruik van HLT is zorgvuldig in beeld gebracht via de inkoop ervan. De administratie op objectniveau komt overeen met de inkoopvolumes.

3.8

Uitsluitingen

In Handboek 3.1 is de rapportage van de CO2-emissie-inventaris over alle broeikasgassen, uitgedrukt in CO2-equivalenten nog niet verplicht. Het is dus niet vereist overige gassen, niet zijnde CO2 (CH4, N2O, HFC’s, PFC’s en SF6) die vrijkomen bij operaties van de organisatie, mee te nemen in de emissie-inventaris. Dit geldt ook voor koudemiddelen (refrigerants) en smeermiddelen.

3.9

Verificatie

De organisatie heeft ervoor gekozen om de emissie-inventaris nog niet apart te laten verifiëren door een extern bureau. De emissie-inventaris zal tijdens de externe audit (einde fase 2) middels een steekproef geverifieerd gaan worden.

11

3.10 Rapportage volgens ISO 14064-1 Dit rapport is opgesteld volgens de eisen uit ISO 14064-1, paragraaf 9.3.1. In onderstaande tabel is een kruistabel gemaakt van de onderdelen uit ISO 14064-1 en de hoofdstukken in het rapport. ISO 14064-1 §9.3.1

BESCHRIJVING

HOOFDSTUK RAPPORT

A

Reporting organization

2

B

Person responsible

3.1

C

Reporting period

3.2

Organizational boundaries

3.3

F

Direct GHG emissions

3.4

G

Combustion of biomass

3.4

H

GHG removals

3.4

I

Exclusion of sources or sinks

3.4

J

Indirect GHG emissions

3.4

K

Base year

3.2

L

Changes or recalculations

3.4

M

Methodologies

3.5

N

Changes to methodologies

3.6

O, T

Emission or removal factors used

3.6

P, Q

Uncertainties

3.7

R

Statement in accordance with ISO 14064-1

3.10

S

Verification

3.9

D, E

12

4

| Energiebeoordeling

Het doel van deze energiebeoordeling is de huidige en de historische energieverbruiken van de voorliggende jaren van HLTsamen in kaart te brengen. Middels de energiebeoordeling wordt inzicht verkregen in de grootste energieverbruikers binnen de organisatie. De CO2Prestatieladder vereist dat er inzicht wordt verkregen in de 80% grootste energieverbruikers. Hierdoor kunnen de belangrijkste gebouwen en/of activiteiten die bijdragen aan CO2-uitstoot effectief aangepakt worden. De analyse is uitgevoerd in Excel “CO2-footprint met energiebeoordeling HLT”. Deze energiebeoordeling is uitgevoerd over het jaar 2021.

4.1

Identificatie grootste verbruikers

De 80% grootste emissiestromen in 2021 zijn: 1. Elektriciteitsverbruik: 2. Gasverbruik:

57% 34%

Het gas- en elektraverbruik maken tezamen ongeveer 91% op van de emissiestromen van HLT. Het gasverbruik is grotendeels afkomstig van het vastgoed in bezit van de gemeenten.

13

Het elektraverbruik is grotendeels afkomstig uit de panden in het beheer van de gemeenten (27% gemeentelijke gebouwen en 13% sportaccommodaties). Circa 14% van het elektriciteitsverbruik van HLT gaat naar de pompen en gemalen in het gebied en 38% wordt besteed Openbare Verlichting (OV).

In deze energiebeoordeling worden gas- en elektraverbruik verder geanalyseerd per gemeente. De uitkomsten van deze analyse kunnen leiden tot maatregelen om de CO2-emissies van deze twee stromen te reduceren. N.B: OV=Openbare Verlichting GV=Grootverbruik VRI=Verkeersregelinstallaties

14

4.2

Analyse elektriciteitsverbruik

Zoals eerder genoemd wordt 57% van de emissiestromen opgemaakt door elektriciteit. Vanuit de energiebeoordeling wordt duidelijk dat de gemeente Lisse de meeste elektriciteit verbruikt. In 2021 verbruikte de gemeente Lisse 1.514.753 kWh aan elektra (50% van het totale gebruik). Voor de gemeente Lisse is geanalyseerd waar dit elektriciteitsverbruik vandaan kwam in 2021. Ongeveer 23% van de elektra gaat naar gemeentelijke gebouwen en 29% naar sportaccommodaties, zoals te zien in onderstaand diagram. De Spekkelaan (sportaccommodaties) en de Heerenweg 254 (gemeentelijk gebouw) gebruiken de meeste elektriciteit van deze panden. In onderstaande grafiek zijn de 10 panden weergeven die het meeste elektriciteit verbruiken binnen de gemeente Lisse.

De gemeente Hillegom verbruikte in 2021 circa 568.233 kWh aan elektra (16% van het totale gemeenten gebruik). Voor de gemeente Hillegom is tevens geanalyseerd waar dit elektriciteitsverbruik vandaan kwam in 2021. Ongeveer 27% van de elektra gaat naar gemeentelijke gebouwen en 57% naar Openbare Verlichting (OV), zoals te zien in onderstaand diagram. De Hoofdstraat 115 (gemeentelijk gebouw), de Thorbeckelaan 26 en de Van den Endelaan 74 gebruiken de meeste elektriciteit.

De gemeente Teylingen verbruikte in 2021 ongeveer 1.323.219 kWh aan elektra (34% van het totale gemeenten gebruik). Voor de gemeente Teylingen is ook geanalyseerd waar dit elektriciteitsverbruik vandaan kwam in 2021. Ongeveer 30% van het elektraverbruik gaat naar gemeentelijke gebouwen en 37% naar Openbare Verlichting (OV), zoals te zien in onderstaand diagram. 19% gaat naar riolering en gemalen. De Wilhelminalaan 25 (gemeentelijk gebouw),

15

het Raadhuisplein (gemeentelijk gebouw, incl. marktaansluiting) en de Wasbeeklaan (Parkeerdek NS Station en riolen en gemalen) gebruiken de meeste elektriciteit.

16

4.3

Analyse gasverbruik

Zoals eerder genoemd wordt 34% van de emissiestromen gemaakt door gasverbruik. Circa 75% van dit gasverbruik gaat naar het verwarmen van gemeentelijke gebouwen en 18% naar sportaccommodaties. Vanuit de energiebeoordeling wordt duidelijk dat de gemeente het meeste gas verbruikt. In 2021 verbruikte de gemeente Lisse 114.461 m3 aan gas (44% van het totaal van het gemeentelijke gebruik). Het afwijkende hoge gas- en elektriciteitsverbruik van de Gemeente Lisse wordt deels verklaard door Sportpark Ter Specke. Voor de Gemeente Lisse is geanalyseerd waar dit gasverbruik vandaan kwam in 2021. De Spekkelaan (sportaccommodatie) en de Heerenweg 254 (gemeentelijk gebouw) gebruiken het meeste gas voor de verwarming. De Frans Halsstraat is een gemeentelijke gebouw (incl. riolering) en de Achterweg in Lisse is een school. In 2021 verbruikte de gemeente Hillegom 36.433 m3 aan gas (17% van het totale gemeenten gebruik). Dit gasverbruik gaat bijna volledig naar het gemeentelijke gebouw op de Hoofdstraat 115. In 2021 verbruikte de gemeente Teylingen 78.294 m3 aan gas (39% van het totale gemeenten gebruik). Hierbij ging het meeste gas naar de gemeentelijk gebouwen Wilhelminalaan 25 en het Raadhuisplein 1. De Pieter van Slingerlandstraat is ook een gemeentelijk gebouw.

17

4.4

Conclusies en aanbevelingen

Gebaseerd op de bovenstaande analyses worden hieronder een aantal algemene maatregelen benoemd (ter inspiratie) die ervoor kunnen zorgen dat het gas- elektriciteitsverbruik van de panden de komende jaren afneemt. Gasverbruik            

Overstappen naar een nieuw (gasloos) pand; De panden (dak, vloer, muren) - en de verwarmingsleidingen beter isoleren; Een weersafhankelijke regeling plaatsen bij de cv-ketels; Het verwarmen van het magazijnen met elektrische kachels; Het plaatsen van infrarood verwarming; Kantoren verwarmen via airco-units; De ketels op 60 graden zetten / Hr-ketels installeren; Het installeren van een warmtepompen; Het plaatsen van ventilatie met warmteterugwinning. Een energielabel voor het panden aanvragen (baseline leggen); Optimalisatie klimaatinstallaties; In overleg gaan met de verhuurder en andere huurders om over te stappen op inkoop van groen gas.

Elektriciteitsverbruik      

Het plaatsen van ledverlichtingen; Het aanschaffen van energiezuinigere apparatuur (bijvoorbeeld koelkasten en aircounits met energielabel A); Het plaatsen van aanwezigheidssensoren; Informatieplicht maatregelen toepassen (EML kantoren en EML Sport en recreatie); Openbare verlichting naar LED Eigen opwek van energie

Met betrekking tot het brandstofverbruik van de personenvoertuigen kan HLTsamen bewustwording bij medewerkers creëren, middels:     

Terugkoppelen van het verbruik. Rijgedrag tips geven aan medewerkers buitendienst middels een tool box of presentatie. Terugdringen stationair draaien van de motor. Stimuleren via beleid en beloning van het gebruik van de fiets. E-Bike. Het spelen van een duurzame game/ Interne CO2 rij-competitie.

Ook kan men kiezen voor het opstellen van een inkoopbeleid voor het wagenpark, waarin het volgende wordt opgenomen:  

Bij vervanging kiezen voor elektrisch. Indien elektrisch niet mogelijk is, minimaal EURO 6 motor en/of maximale CO2-uitstoot per gereden kilometer.

18

4.5

CO2 Reducerende maatregelen

HLTsamen werkt al een aantal jaren aan energiebesparing en vermindering van CO2-uitstoot op basis van drie richtingen van maatregelen. 1. Besparing. 2. Zelf energie produceren. 3. Duurzaam geproduceerde energie inkopen.

Ad 1. Voor besparing werken de gemeenten met langlopende scenario’s, omdat het over het algemeen gaat over kapitaalgoederen: gebouwen, openbare verlichting, voertuigen/werktuigen, installaties zoals pompen en gemalen. De gemeenten vermijden kapitaalvernietiging. Voorbeelden zijn:  

Meerjarige onderhoudsplanningen voor gebouwen. Beleid/beheer/investeringsplannen voor Openbare Verlichting.

Ad 2. De gemeenten hebben zelf zonnepanelen geplaatst op een aantal gemeentelijke gebouwen. Een deel van de energie wordt zelf gebruikt, een deel wordt terug geleverd aan de markt. Verdere uitbreiding hiervan blijft een ambitie. De opwek van eigen energie, ook die niet zelf geconsumeerd wordt, draagt wel bij aan de vermindering van CO2-uitstoot. Ad 3. De gemeente koopt sinds enkele jaren duurzame stroom in, zonder CO2-uitstoot. Datzelfde geldt voor zogeheten blauwe brandstoffen, waarvoor de gemeente er naar streeft om fossiele brandstoffen 100% uit te faseren. Voor gas is nog geen direct toepasbaar alternatief. Daarom compenseert de gemeente de CO2-uitstoot van gas nu volledig via CO2-compensatie, door middel van de aankoop van Verified Emission Reduction (VER) certificaten.

19

5 | Doelstellingen 5.1.1

Maatregellijst SKAO

Dit onderdeel zal uitgevoerd worden in fase 2.

5.1.2

Conclusie ambitiebepaling

Dit onderdeel zal uitgevoerd worden in fase 2.

5.2

Hoofddoelstelling en subdoelstellingen

Dit onderdeel zal uitgevoerd worden in fase 2. Er zal een hoofddoelstelling worden opgesteld, en subdoelstellingen van scope 1, 2 en business travel (en alternatieve brandstoffen). De hoofd- en subdoelstellingen worden meestal opgesteld als 3-jaarlijkse doelstellingen. Men kan ook een langere termijn doelstelling opstellen met tussentijdse 3-jaarlijkse doelstellingen. Naast de evaluatie van de voortgang van heel scope 1 en 2, zal de voortgang per subdoelstelling ook worden uitgewerkt. Zodoende kan er beter bijgestuurd worden. Ieder jaar, tijdens de evaluatie van het reductieplan, zal per subdoelstelling de voortgang in CO2-reductie beschreven worden. Deze voortgang wordt aangetoond op basis van de verzamelde emissiegegevens over de scopes. Dit voortgangsonderdeel zal ook verder worden uitgevoerd in fase 2.

20

6 | Ontwikkelingen vóór 2021 6.1

Klimaatmonitor

De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen volgen de ontwikkelingstrend van het energieverbruik al jaren via de Klimaatmonitor. De Klimaatmonitor is een monitoringsportaal van het Rijk, dat gegevens voor de monitoring van lokaal en regionaal klimaat- en energiebeleid presenteert. Met deze gegevens ontstaat per gemeente, regio en provincie inzicht in de voortschrijdende ontwikkeling van o.a. CO2-uitstoot, het energiegebruik en hernieuwbare energie. De gegevens zijn echter geen vervanging van eigen monitoringgegevens. De gegevens in de Klimaatmonitor zijn grotendeels afkomstig uit bestaande registraties van het Rijk en diverse bewerkingen daarvan. De Klimaatmonitor bevat enkele duizenden indicatoren en richt zich op CO2-uitstoot, maar ook op absoluut energieverbruik en de opwek van hernieuwbare energie. De scope is dan ook de gehele gemeente, uitgesplitst in de onderstaande bedrijfstakken. Overheid (SBI O) Onderwijs (SBI P) Zorg (SBI Q) Cultuur, sport, recreatie (SBI R) Overige diensten (SBI S) In de Klimaatmonitor is apart informatie te traceren over de SBI0-categorie: Overheid. Bij de HLT-gemeenten heeft deze categorie betrekking op de gemeentelijke organisatie, politie en brandweer. In Lisse is er daarnaast nog een ISD-pand in gebruik onder deze noemer.

De politie en brandweer zijn klein ten opzichte van de gemeente, dus de cijfers voor SBI0 hebben grotendeels betrekking op de gemeentelijke organisatie zelf. De Klimaatmonitor biedt meer inzicht in de reeds behaalde resultaten van de gemeenten als het gaat om gas- en elektraverbruik van het vastgoed. De gemeenten zijn al een aantal jaren bezig met energiebesparing en CO2-uitstootvermindering. Er is dan ook voor alle gemeenten een dalingstrend te zien in het energieverbruik.

21

6.2

Energiemonitoring

HLTsamen is ook zelf actief begonnen met het monitoren van het energieverbruik. Dit gebeurt met de tool van Energiemissie. Dit is een digitaal energiemonitoringsysteem waarin snel en eenvoudig diverse analyses uitgevoerd kunnen worden voor één energieaansluiting of een groep aansluitingen. Dit kan over het verbruik, de kosten of de CO2-uitstoot. De analysetool maakt direct inzichtelijk waar in de organisatie en door welke aansluiting er meer of minder is verbruikt. Een top 5 stijgers en dalers helpt hierbij. De analysetool is zo opgebouwd dat stapsgewijs toegewerkt kan worden naar een complete onderbouwing van het energieverbruik inclusief duidelijke grafieken en tabellen. In bijlage 3 is het productblad van de betreffende module vanuit Energiemissie bijgevoegd.

22

7 | Aanvullende acties CO2-Prestatieladder (Fase 2) 7.1

Organisatiegrens

Samen met HLTsamen is vastgesteld welke eigendommen en gemeenschappelijke regelingen meegenomen moeten worden in de scope, ofwel de organisatiegrens. Het bepalen van de organisatiegrens (de Organizational Boundary) is de eerste stap als men gaat voor het behalen van de CO2 Prestatieladder. Ook heeft de organisatiegrens invloed op de omvang van de CO2footprint. In de gepresenteerde analyse in de gelijknamige bijlage (Organizational boundary) is vastgesteld welke werkmaatschappijen en/of overige gemeenschappelijke regelingen mee worden genomen in de CO2-footprint van HLTsamen. Bij het samenstellen van de organisatiegrens wordt er hoofdzakelijk gekeken naar de mate van invloed van de gemeente op deze partijen. Wanneer de invloed hoog is heeft de gemeente volgens de CO2-prestatieladder een bepaalde verantwoordelijkheid voor deze partij en de reducerende maatregelen die getroffen kunnen worden. Gemeenschappelijke regelingen:  

HLTsamen (1/3e per gemeente) Provalu*

Bestaande uit de volgende materiele bezittingen die in eigendom zijn van de gemeente:    

Vastgoed Wagenpark en machines Openbare verlichting Pompen en gemalen

*Het meenemen van een gemeenschappelijke regeling in de gemeentelijke boundary betekent dat de gemeente een bepaalde verantwoordelijkheid draagt voor verduurzaming bij de betreffende partij. In de praktijk betekent dit dat de gemeente verbruiksgegevens moet verzamelen bij Provalu, hen onderdeel moet maken van het reductiesysteem (maatregelen en doelstellingen) en hen moet meenemen in het communicatieplan.

7.2

Certificering

Dit traject is in eerste instantie ingestoken om HLTsamen te certificeren, met hieronder de gemeenten Lisse, Hillegom en Teylingen. Omdat dit nog niet eerder is gebeurd hebben wij de Organizational boundary vooraf afgestemd met de certificerende instelling (Normec NCK). Uiteindelijk is het volgens de regels van de CO2-prestatieladder niet toegestaan om één certificaat voor drie gemeenten samen te behalen1. Het afzonderlijk certificeren is wél goed mogelijk, waarbij fase 1 van dit onderzoek al voor een deel (+/- 50%) invulling geeft aan de eisen van de CO2 Prestatieladder Dit betekent dat de drie gemeenten het auditproces voor de CO2 Prestatieladder niveau 3 afzonderlijk moeten doorlopen. Dit betekent dat de certificeringskosten significant hoger uitvallen. VNG publiceert in een onderzoek in samenwerking met SKAO onderstaande inschatting van certificeringskosten per gemeente.   

Jaarlijkse afdracht aan SKAO: €1.385 voor Teylingen, €940 voor Lisse en Hillegom2 Certificerende instelling: €3.217,50 per gemeente, na het eerste jaar €2.3403 Te besteden interne uren/kosten

1

Bron: Certificerende instelling Normec NCK

2 Bron: Tarieven 2022 (SKAO) (https://www.co2-prestatieladder.nl/nl/tarieven) 3 Bron: Offerte Normec NCK (bijlage 2)

23

7.3

Blik vooruit

In de eerste fase is een start is gemaakt met het opzetten van een CO2-managementsysteem. Volgens de structuur en eisen van de CO2-Prestatieladder is de organisatiegrens bepaald per gemeente, en per gemeente de CO2-footprint opgesteld en een energiebeoordeling uitgevoerd. Na afronding van deze fase zal door de gemeenteraden worden beoordeeld of de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen doorgaan met fase twee om het CO2-Prestatieladder certificaat officieel te behalen. Indien wordt gekozen om een vervolg te geven aan de CO2-prestatieladdercertificering zullen de volgende onderdelen aan bod komen:       

Ambitiebepaling Plan van aanpak Borging van dataverzameling en kwaliteit Communicatieplan opstellen Belanghebbenden informeren met voortgang Presentatie aan raad/college voor goedkeuring en voortgang Externe certificering

24

Bijlage 1: Boundarybepaling 1

| Inleiding

HLTsamen heeft besloten de eerste stappen te zetten richting het certificeren op niveau 3 van de CO2-Prestatieladder. Om te kunnen bepalen wat allemaal binnen de gemeentelijke grenzen valt is er ten eerste een organizational boundary vastgesteld. Deze terminologie wordt door het Handboek van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO) gebruikt en bepaalt wat de afbakening is van een organisatie. De boundary is opgesteld volgens de eisen van het Greenhouse Gas Protocol, zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het Handboek CO2-Prestatieladder versie 3.1. Voor HLTsamen is het niet mogelijk om de bepaling aan de hand van een Kamer van Koophandel uittreksel te bepalen. Om deze reden is besloten, in overleg met de certificerende instelling, om de mate van zeggenschap en aandeelhouderschap in alle gemeentelijke regelingen te bepalen. Op deze wijze is er bepaald of HLTsamen invloed kan uitoefenen op de betreffende organisaties en eventueel mee moeten worden genomen in de organisatiegrenzen. Tevens vindt u in dit document een overzicht van de organisatie en de bijbehorende structuur. LET OP: De “organisational boundary” is in eerste instantie beschreven voor HLTsamen. Geen van de partijen die hieronder genoemd zijn, vallen echter daadwerkelijk binnen de organisational boundary van de individuele gemeenten.

Bij een eventueel vervolg vallen voor iedere individuele gemeente conform de regels geen partijen binnen de organisational boundary, en maken deze partijen geen onderdeel uit van een eventuele certificering.

2

| Organisatie

HLTsamen geldt als een maatschappelijke regeling voor de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen. De werkorganisatie is in 2017 ontstaan uit een fusie tussen de ambtelijke organisaties van de gemeenten. Sindsdien zetten zo’n 470 medewerkers zich in voor drie gemeentebesturen, drie gemeenteraden, tienduizenden inwoners, ondernemers, verenigingen, maatschappelijke organisaties en onze collega’s. Binnen het werkgebied vallen drie gemeenten en vijf dorpen: Hillegom, Lisse, Sassenheim, Voorhout en Warmond. Stuk voor stuk karakteristieke plaatsen in de Bollenstreek. Fantastisch gelegen: bij duinen, strand, weidegebied en de Kagerplassen. In een gebied vol cultuurhistorie. Dorpen met een rijk verenigingsleven. En volop in ontwikkeling. Dichtbij steden als Haarlem, Amsterdam, Den Haag en Leiden. Geliefd om te wonen én te werken. De werkorganisatie HLTsamen bestaat uit de volgende domeinen:       

Bedrijfsvoering Buitenruimte Ruimtelijke Ontwikkeling Publieksservice Maatschappelijke Ontwikkeling Strategie en Projecten Control

25

3

| Vaststelling organisatiegrens

Op basis van hetgeen wat in de vorige hoofdstukken is beschreven, wordt er nu bepaald wat de organisatiegrens, oftewel de boundary, van de drie gemeenten is.

3.1

Verbonden partijen

Naast de gemeentelijke organisatie is voor de drie gemeenten bekeken welke onderdelen en regelingen deel uit maken van de gemeente. Hiervoor is de programmabegroting van 20212024 gebruikt. Hieronder worden de verschillende verbonden partijen toegelicht, inclusief een beschrijving van de mate van zeggenschap en de financiële en operationele invloed die de gemeente hierop kan uitoefenen.

3.1.1 Alliander Alliander is de elektriciteitsnetwerkbeheerder. De grootste aandeelhouders zijn de provincies Gelderland, Friesland en Noord-Holland en de gemeente Amsterdam. Deze aandeelhouders bezitten gezamenlijk ongeveer 76% van de aandelen. De overige aandeelhouders, die elk minder dan 3% van de aandelen bezitten, zijn 53 kleinere gemeenten en de provincie Flevoland. Het elektriciteitsnetwerk dient in overheidshanden te blijven om zeker te stellen dat het elektra geleverd wordt. Mate van zeggenschap & Conclusie HLTsamen kan als kleine aandeelhouder feitelijk geen zelfstandige invloed uitoefenen op het functioneren van Alliander. Het financiële belang voor Ermelo bestaat uit de dividenduitkering. Om deze redenen wordt deze regeling niet meegenomen in de boundary.

3.1.2 Bank Nederlandse Gemeenten Alle aandeelhouders zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. Vanuit het oogpunt van het behartigen van het publieke belang, is De gemeente Ermelo gedeeltelijk in het bezit van de aandelen. Mate van zeggenschap & conclusie Alle drie de gemeenten hebben een aandeel van 0,62%. Er is geen sprake van operationele en financiële zeggenschap. Betreft alleen aandeelhouderschap en uitkering van dividend. Om die reden wordt deze regeling niet meegenomen in de boundary.

3.1.3 Provalu Provalu is een belangrijke schakel bij het uitvoeren van een drietal programma's, namelijk SPW, WsW en Beschut werk. Met de uitvoering van die programma's moeten mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt aan een baan worden geholpen. Dat helpt ze om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving. Mate van zeggenschap & conclusie Provalu valt op basis van het gemeentelijk belang (groter dan 20%) zeker binnen de boundary als verlengstuk van de gemeenten. Tevens zijn de gemeenten medebestuurder. De emissie inventaris bestaat uit één groot hoofdgebouw en wat kleine steunpunten in de regio. Daarnaast hebben zij een productielocatie met de nodige machines (allemaal elektrisch) en beschikken ze over honderden zonnepanelen op hun dak. Verder beschikken zij over een flink wagenpark (klein)deels elektrisch, (groten)deels brandstof.

26

3.1.4 Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg (GGD) De RDOG is de gezondheidsdienst van 18 gemeenten in Hollands Midden. De GGD faciliteert gemeenten op basis van de Wet Publieke gezondheid, Wet Kinderopvang, Wet Veiligheidsregio's en op basis van autonome gemeentelijke taken, maar verzorgt ook taken in opdracht van derden zoals Rijk, politie en burgers. De instelling is gevestigd in Leiden. De GGD taken zijn gecategoriseerd in ABCD-taken:  

 

Wettelijke GGD taken die voor gemeenten worden uitgevoerd (A-taken): kerntaken uit de Wet publieke gezondheid, het toezicht kinderopvang, taken uit de Wet veiligheidsregio's Wettelijke gemeentelijke taken (B-taken); taken die De gemeenten op basis van een wet moeten uitvoeren en die de GGD in hun opdracht kan uitvoeren, zoals jeugdgezondheidszorg, kwaliteitstoezicht, toegang beschermd wonen en maatschappelijke zorg, lijkschouw op basis van de Wet op de lijkbezorging Autonome gemeentelijke taken (C-taken); taken die de GGD kan uitvoeren in opdracht van gemeenten. Externe taken (D-taken); taken die de GGD uitvoert in opdracht van derden, zoals arrestantenzorg, reizigersvaccinatie, vergunningen tattooshops, publieke gezondheidszorg asielzoekers.

Mate van zeggenschap & conclusie: De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen hebben samen een belang van 12%. Het betreft een minderheidsbelang in deze regeling en heeft als doel de gemeentelijke belangen van de gemeenten te behartigen op eerdergenoemde deelgebieden. Daarnaast hebben zij geen operationele en financiële invloed op deze regeling. Om die reden wordt deze regeling niet meegenomen in de boundary.

3.1.5 De Meerlanden De Meerlanden werkt samen met een aantal gemeenten aan een schone en duurzame leef- en werkomgeving. Dit doen zij door samen met de aangesloten gemeenten de openbare ruimte schoon, heel en veilig te houden en door afval in te zamelen en te verwerken op een wijze die een belangrijke bijdrage levert aan de circulaire economie.

Conclusie Aangezien De Meerlanden al langere tijd een eigen niveau 5 certificaat heeft behaald, wordt deze regeling niet meegenomen in de boundary.

3.1.6 Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) De ODWH is verbonden aan de gemeente voor de uitvoering van de VTH-A taken (Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving en Advies) volgens de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming en Besluit Bodemkwaliteit. Mate van zeggenschap & conclusie: De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen hebben samen een belang van 14% in de omgevingsdienst. Vanwege het feit dat zij niet voldoende bestuurlijke en financiële invloed kunnen uitoefenen wordt deze regeling niet meegenomen in de boundary.

27

3.1.7 Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek De ISD Bollenstreek is een samenwerkingsverband van de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen omtrent individuele voorzieningen op het gebied van werk, inkomen en zorg. Het algemeen bestuur bestaat uit 2 wethouders per deelnemende gemeente en het dagelijks bestuur uit één wethouder per deelnemende gemeente. De jaarlijkse deelnemersbijdrage wordt bepaald op basis van aantal inwoners. Op basis van het aantal inwoners is het belang van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen 66%. Op basis van het bestuurlijk belang is dat 75%.

Mate van zeggenschap & conclusie De drie gemeenten samen hebben in deze regeling een meerderheidsbelang. De besturen van de drie gemeenten bepalen het beleid van deze regeling, wat neerkomt op één vierde stemrecht per gemeente. Om die reden heeft HLTsamen een meerderheidsbelang en zou de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek meegenomen dienen te worden in de organisatiegrens. Dit geldt zowel in het geval van een certificering vanuit HLTsamen als voor certificering per gemeente. Echter bestaat de emissie inventaris van ISD Bollenstreek slechts uit een zeer klein huurpand en één benzineauto. Op basis van materialiteit kan deze partij alsnog worden uitgesloten.

3.1.7 Cocensus (Gemeenschappelijke regeling Gemeente Hillegom) Cocensus verricht voor 14 gemeenten de uitvoeringswerkzaamheden van de gemeentelijke belastingen wet WOZ, aanslagoplegging, invordering, kwijtschelding en bezwaarschriften. Het gaat hier om adminstratieve dienstverlening zonder eigen kantoor. Mate van zeggenschap & conclusie De gemeente Hillegom heeft als een van de 14 deelnemende partijen dermate weinig invloed op de uitstoot van de gemeenschappelijke regeling. Vanwege het feit dat zij niet voldoende bestuurlijke en financiële invloed kunnen uitoefenen wordt deze regeling niet meegenomen in de boundary.

3.1.8 Samenwerking Belastingen Bollenstreek (Gemeenschappelijke regeling Gemeente Lisse en Teylingen) Belastingen Bollenstreek verricht voor een aantal gemeenten de uitvoeringswerkzaamheden van de gemeentelijke belastingen: wet WOZ, aanslagoplegging, invordering, kwijtschelding en bezwaarschriften. Mate van zeggenschap & conclusie Elke deelnemende gemeente (Lisse, Teylingen en Noordwijk) is neemt voor 1/3e deel aan deze gemeenschappelijke regeling. De gemeenten Lisse en Teylingen hebben samen een meerderheidsbelang van 67%. Op basis hiervan is gekozen om deze regeling mee te nemen in de boundary. Dit geldt zowel in het geval van een certificering vanuit HLTsamen als voor certificering per gemeente. Deze verbonden partij heeft echter geen eigen verbruiken. De werkzaamheden binnen deze verbonden partij worden uitgevoerd door werknemers van HLTsamen in het kantoor in Noordwijk. Deze verbruiken worden dus al meegenomen in de footprint. Op basis daarvan kan deze verbonden partij worden uitgesloten van de boundary.

28

3.1.9 Veiligheidsregio Hollands Midden Nederland (VRHM) Gemeente Hillegom, Lisse en Teylingen zijn aangesloten bij de VRHM. In de Veiligheidsregio Hollands Midden werken hulpverleningsdiensten en gemeenten samen aan de veiligheid. Ze bereiden zich voor op rampen en ernstige ongelukken. Daarnaast nemen ze maatregelen om toenemende risico's beter te beheersen. Mate van zeggenschap & conclusie Gemeente Hillegom, Lisse en Teylingen hebben samen een belang van 10% en geen operationele en financiële zeggenschap. De gemeenten hebben een minderheidsbelang in deze regeling en heeft als doel de gemeentelijke belangen van de gemeenten te behartigen op eerdergenoemde deelgebieden. Daarnaast hebben zij geen operationele en financiële invloed op deze regeling. Om die reden wordt deze regeling niet meegenomen in de boundary.

3.1.10 Stichting RIJK Stichting RIJK is een samenwerkingsorganisatie tussen gemeenten om financiële, kwalitatieve en procesmatige voordelen voor haar leden te halen. Daarnaast wordt inkoop als strategisch en tactisch instrument ingezet ter ondersteuning van de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Mate van zeggenschap & conclusie: De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen hebben samen zo’n 17% financieel belang en geen operationele en financiële zeggenschap. Om die reden wordt deze regeling niet meegenomen in de boundary.

3.1.11 Vuilafvoerbedrijf (VAB) De VAB verzorgt voor de gemeenten Katwijk, Noordwijk, Hillegom, Lisse en Teylingen de overslag, afvoer en verwerking van verbrandbaar en composteerbaar/vergistbaar afval. Onderdeel van Meerlanden, wel gemeentelijk bestuurd Mate van zeggenschap & conclusie Het VAB is onderdeel van de boundary van De Meerlanden (en staat dus vermeld op het certificaat). Aangezien De Meerlanden al langere tijd een eigen niveau 5 certificaat heeft behaald, wordt deze regeling niet meegenomen in de boundary.

3.1.12 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) GOM is een uitvoeringsorganisatie zonder publiekrechtelijke taken. Bij GOM zijn vijf Duin- en Bollenstreekgemeenten betrokken. De regio Holland Rijnland en meer in het bijzonder het gebied van de Duin- en Bollenstreek heeft een sterke internationale concurrentiepositie in de tuinbouwsector waar het gaat om bloemen, planten, bollen, knollen en vaste planten. Partijen willen deze internationale concurrentiepositie behouden, uitbouwen en versterken door een integrale gebiedsontwikkeling waarbij vorm en inhoud wordt gegeven aan een integrale ruimtelijke herstructurering van het gebied van de Duin- en Bollenstreek. De herstructurering van de Greenport vraagt een integrale en bovenlokale aanpak. Mate van zeggenschap & conclusie Alle drie de gemeenten hebben een aandeel van 20% in GOM. Daarnaast hebben zij allen een bedrag van 7 miljoen euro garant gesteld. Op basis hiervan zou de verbonden parij meegenomen moeten worden in de boundary. Echter betreft de emissie inventaris van deze

29

verbonden partij slechts twee gehuurde kamers in een deelkantoor. Op basis van materialiteit kan deze partij alsnog worden uitgesloten.

3.1.13 Holland Rijnland Holland Rijnland is een samenwerking van en voor dertien gemeenten in het hart van de Randstad. Deze gemeenten werken vanuit een gezamenlijke strategische visie op de verdere ontwikkeling van de regio om de kwaliteit van wonen, werken, ondernemen en recreëren van burgers, bedrijven en instellingen in het gebied te bevorderen. Regionale partij. Onderwijs, RES, toerisme, recreatie, infrastructuur. Werken +/- 100 man, gebouw en mobiliteit Mate van zeggenschap & conclusie De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen hebben een belang in deze regeling van samen 16%. Holland Rijnland heeft een eigen bestuur, de invloed van de gemeenten is niet voldoende om deze regeling mee te nemen in de boundary.

3.1.14 Duin- en waterbedrijf Zuid-Holland Dunea produceert en levert aan circa 1,2 miljoen klanten drinkwater in het westelijk deel van Zuid-Holland. Mate van zeggenschap & conclusie De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen hebben een dermate weinig belang in deze regeling (samen 6%) en leveren geen jaarlijkse financiële bijdrage. Betreft alleen aandeelhouderschap. Om deze reden wordt deze regeling niet meegenomen in de boundary.

30

3.2

Vastgoed

De gemeente is eigenaar van een groot aantal gebouwen. Deze zijn terug te vinden in het vastgoedoverzicht. Aangezien het hier vaak gaat om gebouwen waar energie wordt verbruikt (gas en elektra), heeft dit effect op de CO2-uitstoot van de gemeente. Hieronder wordt aangegeven welke factoren er mee worden genomen om te kunnen bepalen van welk vastgoed het energieverbruik mee moet worden genomen:  

De gemeente betaalt de energierekening. Deze gas- en elektriciteitsverbruiken worden meegenomen in de CO2-footprint. De gemeente is eigenaar en heeft het gebouw meegenomen in MeerJarenOnderhoudsPlanning (MJOP). Gemeente is hierdoor verantwoordelijk voor verduurzaming vastgoed. Energierekeningen worden door huurder betaald en vallen buiten de CO2-footprint van de gemeente. Maatregelen voor het verduurzamen van het vastgoed wordt wel meegenomen in de maatregelenlijst ofwel Plan van Aanpak. Vastgoed die de gemeente huurt. Het energieverbruik wordt doorbelast aan de gemeente en het verbruik wordt om die reden meegenomen in de CO2-footprint.

Dit overzicht zal jaarlijks worden bijgewerkt door de vastgoedbeheerder.

3.3

Wagenpark en materieel

De gemeente heeft een aantal materiele bezittingen die van invloed zijn op de CO2-uitstoot. Denk hierbij aan voertuigen en machines die worden ingezet voor dienstreizen van medewerkers en het uitvoeren van beheer en onderhoudstaken. Het brandstofverbruik van al deze middelen wordt meegenomen in de CO2-footprint. Het overzicht van deze bezittingen zal jaarlijks worden bijgewerkt naar de laatste stand van zaken. Daarnaast is de gemeente als eigenaar verantwoordelijk voor het reduceren van het verbruiken dan wel voor het reduceren van de CO2-uitstoot.

3.4

Openbare verlichting

De gemeente is eigenaar van de openbare verlichting op de gemeentelijke grond. Denk hierbij aan straatverlichting, abri’s en verkeerslichten. Het elektriciteitsverbruik van deze verlichting wordt meegenomen in de CO2-footprint. Daarnaast is de gemeente als eigenaar verantwoordelijk voor het reduceren van de verbruiken dan wel voor het reduceren van de CO2uitstoot.

3.5

Gemalen en pompen

De gemeente is eigenaar van de gemalen en pompen die worden gebruikt om het waterniveau op peil te houden en/of af te pompen, welke buiten eigendom van het waterschap vallen. Het energieverbruik van deze gemalen en pompen worden meegenomen in de CO2-footprint van de gemeente. Daarnaast is de gemeente als eigenaar verantwoordelijk voor het reduceren van de verbruiken dan wel voor het reduceren van de CO2-uitstoot.

31

4

| Vaststellen Organizational Boundary

Op basis van hetgeen wat in voorgaand hoofdstuk is beschreven is te bepalen wat de boundary is van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen. In het CO2-Reductieplan van de gemeente is terug te vinden welke verbruiken worden meegenomen in de CO2-uitstoot van de gemeente. Dit betekent dat de boundary en de te naam stelling op het certificaat er als volgt uitziet: 

Gemeente Hillegom, Lisse en Teylingen

Gemeenschappelijke regelingen:  

HLTsamen (1/3e per gemeente) Provalu*

Bestaande uit de volgende materiele bezittingen die in eigendom zijn van de gemeente:    

Vastgoed Wagenpark en machines Openbare verlichting Pompen en gemalen

*Het meenemen van een gemeenschappelijke regeling in de gemeentelijke boundary betekent dat de gemeente een bepaalde verantwoordelijkheid draagt voor verduurzaming bij de betreffende partij. In de praktijk betekent dit dat de gemeente verbruiksgegevens moet verzamelen bij Provalu, hen onderdeel moet maken van het reductiesysteem (maatregelen en doelstellingen) en hen moet meenemen in het communicatieplan.

32

Bijlage 2: Offerte Normec NCK – Certificatie

Document versiedat um 28-07-2022 Co2-prest at ieladder Pagina 1 van 6

Overeenkomst voor de cert if icat ie van het beheerssyst eem volgens

CO2 Prest at ieladder Versie 3.1

Naam van het t e cert if iceren bedrijf :

Gemeent e Teylingen Ambit ieniveau

Niveau 3

Locat ie:

SASSENHEIM Nummer: 2022.CO2.Gemeent eTeylingen-00

Bijlagen (t e downloaden via: www.normecnck.nl): 1. DOC.01.002 Cert if icat iereglement 2. DOC.01.004 Algemene voorwaarden

_______ Paraaf

33

Document versiedat um 28-07-2022 Co2-prest at ieladder Pagina 2 van 6

Dienst verlening Normec NCK B.V. (NCK) zal het beheerssyst eem voor het CO2 bewust handelen t oet sen overeenkomst ig de vigerende versie van de norm CO2 prest at ieladder van schemabeheerder SKAO, De werkwijze van NCK hieromt rent is beschreven in het Cert if icat iereglement van NCK, dat is t e downloaden via www.normecnck.nl.

BEDRIJFSGEGEVENS Gemeent e Teylingen Wilhelminalaan 25 2171 CS SASSENHEIM

CONTACTPERSOON

De heer/ mevrouw

AMBITIENIVEAU

Niveau 3

KVK NUMMER

27364167

TOTAAL FTE

179

BEDRIJFSGROOTTE

Klein Bedrijfsgroot te “Klein” wordt omschreven als: Dienst en: Tot ale CO₂-uit st oot bedraagt maximaal (≤) 500 t on per jaar. Werken / Leveren: Tot ale CO₂-uit st oot van de kant oren en bedrijf s-ruimt enbedraagt maximaal (≤) 500 t on per jaar, en de t ot ale CO₂-uit st oot van alle bouw- plaat sen en product ielocat ies bedraagt maximaal (≤) 2.000 t on per jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1576/documents/20080