1. Advies UVP en Organisatie Economie Duin- en Bollenstreek 2023-2026 Bureau Buiten.pdf
Tekst van het document
ADVIES UITVOERINGSPROGRAMMA E N O R G A N I S AT I E E C O N O M I E DUIN- EN BOLLENSTREEK 2023-2026 Versie 1.3
1
Advies uitvoeringsprogramma en organisatie economie Duinen Bollenstreek 2023-2026 Versie 1.3
Aangeboden aan: Gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen 7 september 2022 Auteur(s): Joost Hagens Jaap Meijs Bianca van Baar Maaike Notenbomer Feline Janssen Projectnummer 1757
2
Inhoudsopgave Samenvatting
4
1
Inleiding
10
1.1 1.2 1.3
10 10
1.4 1.5
Aanleiding Totstandkoming Relatie tussen Strategische Agenda Ruimte, Economische Uitvoeringsagenda en dit Uitvoeringsprogramma Scope van dit uitvoeringsprogramma Leeswijzer
2
Nut en noodzaak regionale economische samenwerking
13
3
Doelen en hoe deze te bereiken
16
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Brede economische opgaven Doelen en aard uitvoeringsprogramma Hoofddoel: vitale toekomstbestendige economie Doelen Duurzame Greenport Doelen kennisintensieve maakindustrie Doelen Gezond Toerisme Dwarsdoorsnijdend: Onderwijs-Arbeidsmarkt
16 17 20 21 23 25 27
4
Organisatieadvies
28
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Huidige organisatie Uitgangspunten organisatie Advies organisatievorm vervolg Kosten en financiering Rol en invloed colleges en raden Verbinding bedrijfsleven Rechtsvorm
28 29 31 34 38 39 39
11 12 12
4.8 Monitoring en evaluatie 4.9 Relatie met overige regionale organisaties 4.10 Langetermijnperspectief: doorgroeimodel
39 39 39
Bijlage 1: Projectideeën
41
Projectideeën duurzame greenport Projectideeën kennisintensieve maakindustrie Projectideeën gezond toerisme Projectideeën Dwarsdoorsnijdend
41 42 43 44
3
Samenvatting
Uitvoeringsprogramma. Er dient dus wel sprake te zijn van onderlinge afstemming in de uitvoering van de zes topprioriteiten.
Over het Uitvoeringsprogramma
Scope van dit uitvoeringsprogramma Dit uitvoeringsprogramma richt zich inhoudelijk op: • De topprioriteiten ‘actualisatie Greenport en gezamenlijke keuzes hernieuwbare energiebronnen’, ‘Ontwikkelen van een Regiobrand’ en ‘Verbinden kennisintensieve sectoren’ uit de uitvoeringsagenda van de 5 gemeenten; • De drie onderscheidende economische pijlers van de regio: Greenport, Kennisintensieve economie en Toerisme; • Opgaven waar een triple helix organisatie, gericht op innovatie, van grote meerwaarde is.
De Duin- en Bollenstreek (DBS) is een bijzondere regio. De ligging in de randstad, de aantrekkelijke kustlijn en het duingebied, het goede woonklimaat en een hoge Brede Welvaart zijn gecombineerd in een relatief klein gebied. Ondanks deze geringe omvang kent de regio meerdere onderscheidende economische krachten: het spacecluster, de bollenkennis en -teelt en een toeristisch aantrekkelijk gebied. De regio bevindt zich daarmee in een bevoorrechte positie ten opzichte van andere gebieden in Nederland. De vitaliteit van de regio en de economie staan echter op verschillende vlakken onder druk. Daarom werkt de regio met de Strategische Agenda Ruimte, de uitvoeringsagenda van de 5 gemeenten en voorliggend uitvoeringsprogramma aan vitalisering van de regionale economie. Strategische agenda ruimte en uitvoeringsagenda De vijf gemeenten van de Duin- en Bollenstreek hebben in de Strategische Agenda Ruimte Duin- en Bollenstreek doelen gesteld voor de regionale opgaven en vraagstukken tot 2040. De opgaven zijn uitgewerkt in een uitvoeringsagenda van de 5 gemeenten. Deze agenda richt zich op “zes topprioriteiten” (zie figuur). Al deze topprioriteiten zijn van groot belang voor de (economische) toekomst van de regio.
Voorliggend uitvoeringsprogramma gaat over drie van de topprioriteiten: de actualisatie van de greenport, het ontwikkelen van een regiobrand en het verbinden van kennisintensieve sectoren. Voor de overige drie topprioriteiten zijn de samenwerkende gemeenten en betrokken stakeholders aan zet. Hoe deze worden opgepakt, is op moment van schrijven nog niet bekend. Deze overige drie topprioriteiten zijn echter wel randvoorwaardelijk voor en gerelateerd aan dit
Figuur: De zes topprioriteiten uit de uitvoeringsagenda van de 5 gemeenten in de Duin- en Bollenstreek
Het uitvoeringsprogramma omvat daarmee niet alle economische opgaven waar de regio voor staat. Zo is het uitvoeringsprogramma niet gericht op opgaven buiten de drie onderscheiden economische pijlers. Denk dan aan het op peil houden van het vestigingsklimaat (bereikbaarheid, dienstverlening, goede en voldoende bedrijventerreinen)
4
en het begeleiden van het overige bedrijfsleven bij de opgaven waar zij (ook) voor staan op gebied van o.a. digitalisering, energietransitie en circulaire economie.
Noodzaak regionale samenwerking Om de economische vitaliteit te vergroten moet er in onze ogen regionaal samengewerkt worden, omdat: • De economie en arbeidsmarkt op regionaal of bovenregionaal niveau functioneren; • Wat goed is voor individuele gemeenten, ook goed is voor de regio (en andersom); • Samenwerking met hogere overheden op regionaal of bovenregionaal niveau moet worden ingezet, om beter toegang te krijgen tot externe middelen; • Met regionale samenwerking krachten kunnen worden gebundeld; • Het verbeteren van het innovatie-ecosysteem bij uitstek een regionaal vraagstuk is. Wij adviseren daarom de triple helix samenwerking te continueren. In zo’n samenwerking zijn onderwijs, bedrijfsleven en overheid met elkaar in gesprek, zijn de lijnen kort en weten zij elkaar veel beter te vinden. Bovendien is een samenspel van de inzet van die drie partijen van belang om innovatie te stimuleren.
Het uitvoeringsprogramma Aard uitvoeringsprogramma: een programma, geen projecten-checklist Om de economie vitaler te maken is er een uitvoeringsprogramma ontwikkeld. Daartoe is een aantal (programma)doelen geformuleerd. Om de programmadoelen te bereiken worden er projecten uitgevoerd. Deze projecten moeten gezamenlijk leiden tot het bereiken van de doelen. De voortgang van het programma hangt daarom niet af van of een specifiek
project wel of niet is uitgevoerd. Het gaat er vooral om dat de projecten die zijn uitgevoerd, het juiste effect hebben gehad: er is voortgang geboekt op het programmadoel. Het is daarom van belang dat de programma-organisatie vrijheid heeft in welke projecten wel en niet worden uitgevoerd om de doelen te bereiken. Doelen uitvoeringsprogramma Het hoofddoel van dit uitvoeringsprogramma is de economie van de Duinen Bollenstreek toekomstbestendig te maken. Het uitvoeringsprogramma van de Board richt zich daarom op de pijlers waar de Duin- en Bollenstreek goed in is: greenport, kennisintensieve economie (Space, Unmanned Valley, Flowerscience) en toerisme. De subdoelen zijn: • Een duurzame greenport; • Een kennisintensieve maakindustrie; • Gezond toerisme. In onderstaand figuur is de doelenboom weergegeven. Van programmadoelen naar projecten De organisatie die het uitvoeringsprogramma gaat oppakken, moet ervoor zorgen dat er voortgang wordt geboekt op de programmadoelen. Daarvoor moeten projecten worden opgestart en uitgevoerd. Het is aan de programmaorganisatie om, op basis van hun eigen inzichten, actuele ontwikkelingen, commitment en draagvlak bij stakeholders en financiële (on)mogelijkheden projecten op te starten.
Voorafgaand aan dit uitvoeringsprogramma (door de Economic Board) en tijdens de totstandkoming van dit uitvoeringsprogramma (door Bureau BUITEN), zijn verschillende gesprekken en werksessies met triple helix partijen gehouden. Daarin zijn ideeën voor mogelijke projecten naar voren gekomen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de projectideeën.
5
6
Aansluiten op kansen van buitenaf Meer dan in de achterliggende periode kan en moet worden ingezet op inhoudelijke en financiële kansen die zich buiten de Duin- en Bollenstreek voordoen. Zo zijn er kansen op medefinanciering met rijksmiddelen – o.a. nieuwe rondes Regiodeals en topinnovatie vanuit het Groeifonds – en kunnen ook Europese programma’s interessant zijn. De provincie ZuidHolland heeft ook beleid en middelen waarop kan worden aangehaakt. Ook inhoudelijk gezien kan samenwerking met andere bedrijven, nabije regio’s (Leidse regio, MRDHG, MRA) of onderwijs- en kennisinstellingen (o.a. Universiteiten in Leiden en Delft) nieuwe kansen bieden aan de DBS.
gemeenten, onderwijsinstellingen als bedrijven uit de regio het succes van de economische samenwerking bepaalt. Ons advies voor de organisatievorm is weergegeven in het onderstaande figuur. In dit advies is en blijft er één stichting Economic Board Duin- en Bollenstreek (EBDB) bestaande uit een verbrede Board, een steviger doch bescheiden uitvoeringsorganisatie en een kleine (nieuwe) Raad van Toezicht. Figuur: Voorstel nieuwe organisatiestructuur
Meer aandacht voor inhoudelijke en financiële projectengineering In het verlengde van het voorafgaande punt is er behoefte aan kennis en capaciteit om die externe kansen voor de regio te benutten. In het bijzonder is er behoefte aan meer inzet om ervoor te zorgen dat financieringsmogelijkheden goed worden gecombineerd en daarmee dat projecten financieel haalbaar worden (financiële projectengineering).
Organisatieadvies De huidige stichting Economic Board Duin- en Bollenstreek (EBDB) bestaat uit de Economic Board (EB, feitelijk de raad van toezicht) en een programmadirecteur. Decisio heeft in 2021 het uitvoeringsprogramma van de EBDB geëvalueerd en daarbij ook gekeken naar het functioneren van de organisatie en in hoeverre dit aansloot bij (de doelen van) het uitvoeringsprogramma. Op basis van deze evaluatie, de gesprekken en interactieve sessies met stakeholders heeft Bureau BUITEN een advies opgesteld voor de toekomstige organisatievorm. De voorkeur gaat uit naar een aanpassing van de huidige organisatie. Dit mede omdat de partijen realiseren dat de samenwerkingsvorm van de EBDB niet het belangrijkst is, maar dat juist de rolopvatting en rolverdeling, en een op samenwerking gerichte attitude van zowel
Lichte, maar toereikende organisatie Om de doelen te bereiken is, ten opzichte van de huidige situatie een iets grotere bezetting nodig. De organisatie blijft ‘lean’, maar met iets meer capaciteit kan veel meer bereikt worden. De uitvoerende taak die de Board nu heeft, komt in de uitvoeringsorganisatie terecht. Ten opzichte van de huidige situatie wordt de uitvoering dus gedaan door een aparte club mensen binnen de stichting. De taken worden zo beter afgebakend.
7
We onderscheiden de volgende onderdelen: • Board: heeft vooral een rol in strategie en netwerken en richt zich op: “doen we de goede dingen?”. De Board moet een representatie zijn van de belangrijkste Triple Helix partijen en economische krachten in de regio. Ideaalbeeld is een representatie vanuit de drie pijlers; vanuit de Triple Helix partijen én een herkenbare geografische spreiding over de regio. Gegeven de taken en de representatie moet de Board een breed samengesteld gezelschap zijn, van 10-15 leden. • Uitvoeringsorganisatie: voert de programmalijnen kennisintensieve maakindustrie, gezond toerisme en duurzame greenport (i.s.m. de stichting Greenport) uit. De uitvoeringsorganisatie moet de kansen, initiatieven en projectideeën uit de board vertalen naar concrete projectvoorstellen. De organisatie bestaat uit één directeur (tevens programmamanager van één van de pijlers), twee programmamanagers en een beperkte ondersteuning. Naast een clusterfocus brengen de drie programmanagers gezamenlijk kennis in op het vlak van samenwerking/organisatie, financiële projectengineering, kennis van beleid en subsidies bij andere overheden, marketing, etc. De projecten worden uitgevoerd door de projecteigenaren, en worden afgestemd met andere betrokken organisaties (o.a. Stichting Greenport, Stichting Unmanned Valley, de NL Space Campus).
• Raad van toezicht (RvT): het toezichthoudend orgaan van de stichting EBDB. De RvT richt zich op het uitvoerende deel van de activiteiten van de board: “gaan de dingen goed?”. De RvT is een compacte organisatie en bestaat uit 3 personen: een voorzitter, een financieel specialist en procesbewaker. Kosten en financiering Bij de kosten wordt onderscheid gemaakt in de kosten die nodig zijn voor het in stand houden en functioneren van de organisatiestructuur (de ‘governancekosten’) en de middelen die vanuit de stichting kunnen worden toegezegd aan projecten. Op basis van de beschreven organisatie
komen we uit op ca € 244.300 governancekosten per jaar, over vier jaar € 997.200 (afgerond: € 1 mln. voor vier jaar). Dat is iets lager dan de huidige governancekosten. De governancekosten worden volledig publiek gefinancierd. We adviseren de provincie inhoudelijk en procesmatig te betrekken bij dit uitvoeringsprogramma en te onderzoeken of zij ook een structurele bijdrage aan de governancekosten willen leveren. Voor de projecten is in de afgelopen jaren gewerkt met een budget van afgerond € 0,75 mln per jaar. Voorgesteld wordt om voor de nieuwe periode tenminste ditzelfde bedrag beschikbaar te stellen. Idealiter zou dit bedrag vanwege de hogere ambities en rekening houdend met inflatie worden verhoogd naar ca. € 1 mln per jaar, maar of dat haalbaar is, moet nog blijken. Externe financiering cruciaal Nog meer dan in de afgelopen periode is daarbij de ambitie om via het verwerven van andere publieke cofinanciering (provincie, Rijk, EU) en bijdragen vanuit het bedrijfsleven te komen tot tenminste een verdubbeling van dit bedrag. Dat zou dan een jaarbudget van tenminste € 1,5 mln voor projectuitvoering betekenen, voor 4 jaar dus tenminste € 6 mln. Voor het eerstkomende jaar resteert overigens nog € 800.000 projectbudget vanuit de vorige periode. Dit zou opnieuw beschikbaar kunnen worden gesteld door de gemeenten.
De projecten die voortkomen uit het uitvoeringsprogramma worden deels gefinancierd door de EBDB uit het projectenbudget, en deels vanuit cofinanciering van betrokken stakeholders. Wij adviseren in elk geval op korte termijn als EBDB met de provincie in gesprek te gaan over een bijdrage in de financiering van projectkosten. De gemeentelijke overheden doen flinke investeringen. Die investeringen zijn ook nodig in dergelijke ambitieuze, innovatieve economische programma’s. Enerzijds om een onrendabele top in projecten te
8
financieren, anderzijds om externe financiering (van andere overheden en ondernemers) van de grond te krijgen. De flinke investeringen die gemeentelijke overheden doen om de economie te vitaliseren, moeten gematcht worden met investeringen van derden. Op programmaniveau wordt de eis van minimaal 1/3e cofinanciering door het bedrijfsleven daarom ook vastgehouden. Rol en invloed colleges en raden De uitvoering van het uitvoeringsprogramma is de verantwoordelijkheid van de EBDB. De gemeenten spelen een belangrijke rol in de (basis)financiering van de EBDB. De wethouder(s) die in de Board plaatsnemen informeren de colleges en stemmen met hen af. De raden controleren niet direct de EBDB. Maar de wethouders moeten richting raden wél de uitgaven die ze doen verantwoorden, in de vorm van een voortgangsverslag op programmaniveau, inclusief een financiële verantwoording. We adviseren de EBDB en/of betrokken wethouders om het uitvoeringsprogramma toe te sturen aan de raden. Mochten in dit programma taken en verantwoordelijkheden van gemeenten staan, dan stellen zij dat deel vast1. Voor de EBDB is een goede relatie met de bestuurders, ambtenaren en raden van belang. We adviseren daarom de EBDB voldoende aandacht te besteden aan de relatie met de regiogemeenten (en de raden), door ze goed te informeren en te betrekken.
Langetermijnperspectief: doorgroeimodel We zien het voorgestelde model voor de EBDB als een groeimodel. De groei kan tweeledig zijn: • Als de ervaringen met dit model positief zijn, kan worden verkend of krachtenbundeling met andere partijen die werken aan versterking van de economie in DBS (o.a. Greenport, Unmanned Valley, NL Space Campus, …) tot de mogelijkheden behoort. Een voorzichtige start daarmee kan worden gemaakt via samenwerking in de vorm van ‘personele unies’. • Ook is het op termijn denkbaar dat, gegeven de relatief kleine schaal van de Duin- en Bollenstreek, de organisatie opgaat in of vergaand gaat samenwerken met ‘Economie 071’.
Monitoring en evaluatie We adviseren dat de board 1x per jaar naar de RvT rapporteert over de voortgang op de programmadoelen op hoofdlijnen. De monitor moet gericht zijn op de meetbare doelen, en wordt ter informatie verspreid naar stakeholders en de raden. 1 Een voorbeeld van een regio waar deze werkwijze ook gehanteerd wordt is de regio
Foodvalley
9
1 Inleiding Voor u ligt het Advies Uitvoeringsprogramma (UVP) en Organisatie Duin- en Bollenstreek 2023-2026. In dit rapport is beschreven op welke doelen de Duin- en Bollenstreek de komende jaren inzet, en wordt een voorstel gedaan voor een effectieve organisatievorm om tot deze doelen te komen.
Met het aflopen en evalueren van het vorige uitvoeringsprogramma ‘Samen Succesvol’ is het tijd om te kijken naar of en hoe de economische samenwerking wordt voortgezet. In dat kader hebben de 5 gemeenten van de Duin- en Bollenstreek (DBS) Bureau BUITEN gevraagd om na te denken over een nieuw uitvoeringsprogramma voor de periode van 20232026. Daarnaast is de vraag of de huidige vorm van de EBDB de juist vorm is om de economische samenwerking onder voort te zetten, of dat de organisatie anders moet worden vormgegeven.
1.2 Totstandkoming 1.1 Aanleiding Sinds 2016 werken de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek (Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk, Teylingen) samen op basis van een economische visie ‘De Economische Agenda Duin- en Bollenstreek’, met als gezamenlijke ambitie om de economische positie van het gebied te versterken en de aantrekkelijke woonomgeving te behouden. In 2018 is het uitvoeringsprogramma ‘Samen Succesvol’ 2018-2021 opgesteld, met daarin elf businesscases die bijdragen aan het behalen van de gezamenlijke ambitie. Om dit uitvoeringsprogramma uit te voeren is een aparte uitvoeringsorganisatie opgericht: de Economic Board Duin- en Bollenstreek. In 2021 is het Uitvoeringsprogramma ‘Samen Succesvol’ geëvalueerd. Hieruit bleek dat er zeker successen en resultaten zijn behaald, en het programma ertoe heeft bijgedragen dat de economische samenwerking tussen de gemeenten is geïntensiveerd. Maar er is ook ruimte voor verbetering. Aandachtspunten voor een vervolg- uitvoeringsprogramma zijn onder meer het toevoegen van focus, ambities en een regionale, gezamenlijke, programmatische aanpak in plaats van een ‘verzameling business cases’. Ook vraagt de rol van de Economic Board meer aandacht.
In de totstandkoming van dit adviesrapport zijn veel partijen binnen de Duin- en Bollenstreek betrokken, zowel intern als extern. Concreet zijn de volgende stappen gezet: • Een individuele gespreksronde waarin met een selectie van partijen vanuit het bedrijfsleven, overheid, onderwijs en maatschappelijke organisaties gesproken is over het vorige uitvoeringsprogramma en wensen voor het vervolg. • Twee werksessies met stakeholders vanuit bedrijfsleven, overheid, onderwijs en maatschappelijke organisaties, waarin gezamenlijk aan de slag is gegaan met het opstellen van de doelen voor de inhoud van het uitvoeringsprogramma 2023-2026. • Een werksessie met ambtelijke vertegenwoordiging en een selectie van stakeholders waarin gesproken is over een modellen voor een effectieve organisatievorm • Gesprekken met- en een presentatie voor de wethouders van de 5 gemeenten in de Duin- en Bollenstreek. • Regelmatige afstemming met de begeleidingsgroep, met vertegenwoordiging vanuit de 5 gemeenten in de Duin- en Bollenstreek. In deze 1.2 versie van het adviesrapport zijn de uitkomsten vanuit de gesprekken en de werksessies verwerkt.
10
1.3 Relatie tussen Strategische Agenda Ruimte, Economische Uitvoeringsagenda van de gemeenten en dit Uitvoeringsprogramma
Figuur 1.1: Samenvattende Placemat Strategische Agenda Ruimte Duinen Bollenstreek
De vijf gemeenten van de Duin- en Bollenstreek hebben in de Strategische Agenda Ruimte Duin- en Bollenstreek doelen gesteld voor de regionale opgaven en vraagstukken tot 2040: welzijn, gezondheid en veiligheid; open ruimte; grote woningbouwopgave; bereikbaarheid (oost-west verbindingen); economie; energietransitie; klimaatadaptatie; bereikbaarheid en mobiliteit. De opgaven zijn uitgewerkt in een uitvoeringsagenda van de 5 gemeenten. Deze agenda richt zich op “zes topprioriteiten” (de zeshoeken in figuur 1.2). Al deze topprioriteiten zijn van groot belang voor de (economische) toekomst van de regio. Voorliggend uitvoeringsprogramma gaat over drie van de topprioriteiten: de actualisatie van de greenport, het ontwikkelen van een regiobrand en het verbinden van kennisintensieve sectoren. Per doel in dit uitvoeringsprogramma geven we aan welke topprioriteit daarbij hoort. De drie topprioriteiten die in dit uitvoeringsprogramma centraal staan vereisen een inzet op innovatie, verduurzaming en aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt en kunnen alleen succesvol aangepakt worden in nauwe samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven: een Triple Helix organisatie. We gaan in hoofdstuk 2 dieper in op het nut en de noodzaak van een dergelijke organisatie.
Figuur 1.2: De zes topprioriteiten uit de uitvoeringsagenda van de 5 gemeenten
Voor de overige topprioriteiten zijn de samenwerkende gemeenten en betrokken stakeholders aan zet. Hoe deze worden opgepakt, is op moment van schrijven nog niet bekend. De overige drie topprioriteiten zijn echter wel randvoorwaardelijk en gerelateerd aan dit Uitvoeringsprogramma. Er dient dus wel sprake te zijn van onderlinge afstemming in de uitvoering van de zes topprioriteiten.
11
1.4 Scope van dit uitvoeringsprogramma Dit uitvoeringsprogramma richt zich inhoudelijk op: • De topprioriteiten ‘actualisatie Greenport en gezamenlijke keuzes hernieuwbare energiebronnen’, ‘Ontwikkelen van een Regiobrand’ en ‘Verbinden kennisintensieve sectoren’ uit de uitvoeringsagenda van de 5 gemeenten; • De drie onderscheidende economische pijlers van de regio: Greenport, Kennisintensieve economie en Toerisme; • Opgaven waar een triple helix organisatie, gericht op innovatie, van grote meerwaarde is.
In hoofdstuk 4 wordt een voorstel gedaan voor de organisatiestructuur voor de komende periode. Het hoofdstuk start met een beschrijving van de samenwerking van de afgelopen periode (wat ging goed, wat ging minder goed) en gaat daarna in op een voorstel voor het vervolg, inclusief de functie, taken en bezetting van de verschillende eenheden in de organisatie (board, raad van toezicht, uitvoeringsorganisatie). Ook wordt ingegaan op de verbinding met het bedrijfsleven, de rol en invloed van colleges en raden en de relatie met overige regionale organisaties. Tot slot, is in bijlage 1 een overzicht van mogelijke projectideeën opgenomen, die in verschillende gesprekken en werksessies naar voren zijn gekomen.
Het uitvoeringsprogramma omvat daarmee niet alle economische opgaven waar de regio voor staat. De overige drie topprioriteiten uit de uitvoeringsagenda van de 5 gemeenten worden via andere wegen opgepakt. Ook is het uitvoeringsprogramma niet gericht op opgaven buiten de drie onderscheidende economische pijlers. Denk dan aan het op peil houden van het vestigingsklimaat (bereikbaarheid, dienstverlening, goede en voldoende bedrijventerreinen) en het begeleiden van het overige bedrijfsleven bij de opgaven waar zij (ook) voor staan op gebied van o.a. digitalisering, energietransitie en circulaire economie. Deze taken vallen deels onder de aanpak van individuele gemeenten, en deels onder de drie overige topprioriteiten van de economische agenda.
1.5 Leeswijzer Dit advies bestaat uit 2 delen: het advies voor een nieuw uitvoeringsprogramma voor de periode van 2023-2026 en het advies over de organisatiestructuur. In hoofdstuk 2 wordt dieper ingegaan op waarom het van belang is dat de economische samenwerking in de regio wordt voortgezet. Hoofdstuk 3 betreft het uitvoeringsprogramma, met daarin de doelen en bijbehorende doelstellingen voor de economische samenwerking voor de komende periode.
12
2 Nut en noodzaak regionale economische samenwerking
mensen, meer woningen en meer infrastructuur is in onze ogen een kortetermijnstrategie en past niet bij de grote vraagstukken die in de regio spelen, noch bij de grote maatschappelijke vraagstukken zoals energietransitie en klimaatadaptatie.
De Duin- en Bollenstreek is een bijzondere regio. De ligging in de randstad, de aantrekkelijke kustlijn en het duingebied, het aantrekkelijke woonklimaat en een hoge Brede Welvaart zijn gecombineerd in een relatief klein gebied. Ondanks deze geringe omvang kent de regio meerdere onderscheidende economische krachten: het spacecluster, de bollenkennis en -teelt en een toeristisch aantrekkelijk gebied. De regio bevindt zich daarmee in een bevoorrechte positie ten opzichte van andere gebieden in Nederland. Welke andere regio van deze omvang kan zeggen dat er meerdere onderscheidende economische krachten zijn?
Een regionale aanpak is vereist Om de economische vitaliteit te vergroten moet er in onze ogen regionaal samengewerkt worden. Daar zijn verschillende redenen voor:
Verschillende analyses wijzen uit dat deze economische sectoren grote kansen bieden, maar dat de regio ook onder druk staat2. Vergrijzing van de beroepsbevolking, een mismatch op de arbeidsmarkt, congestie op de wegen en een hoge druk op de woningmarkt zijn de meest in het oog springende problemen. Ook kan beargumenteerd worden dat de opgaven waar de regio voor staat, alleen op te lossen zijn als de verbinding met gebieden en partijen buiten de regio wordt gezocht. Economische vitaliteit, gericht op innovatie en anders werken In onze ogen is het een belangrijke opgave de regio economisch vitaal te houden, en tegelijkertijd de (vaak complexe) uitdagingen in de regio op te lossen. Het uitgangspunt voor het uitvoeringsprogramma moet daarom zijn: de economie toekomstbestendig maken, innoveren en anders werken. Een economische strategie gericht op meer banen, meer
1. De economie en arbeidsmarkt functioneren op regionaal of bovenregionaal niveau Het netwerk van bedrijven, toeleveranciers, afnemers en werknemers houdt niet op bij gemeentegrenzen. Dat is ook duidelijk zichtbaar in de Duin- en Bollenstreek: zo worden op de Royal Floraholland bloemen en planten verhandeld uit de omliggende gemeenten (en ver daarbuiten); bezoeken inwoners van Voorhout en Sassenheim het strand en de horeca in Katwijk of Noordwijk. Pendelcijfers laten ook de regionale verbinding zien: er werken 5.200 inwoners uit de andere regiogemeenten in Noordwijk (waarvan de helft uit Katwijk), 3.400 in Teylingen en 3.000 in Katwijk (waarvan bijna de helft uit Noordwijk). De Duin- en Bollenstreek is een regio van beperkte geografische, economische en demografische omvang, die ligt tussen grote bevolkingsconcentraties. Inwoners, instellingen en bedrijven onderhouden daarom ook relaties buiten de regio. Zo opereren onderwijsinstellingen (van middelbaar onderwijs tot MBO, HBO en Universiteit), veelal bovenregionaal. Afstemming van curricula op wat de arbeidsmarkt vraagt moet dus ook minimaal op regionaal (of
2 Zie o.a. Blaauwberg (2021). Een slimme streek is op haar toekomst voorbereid;
Economische Agenda Katwijk 2021-2026; Visie Economische Agenda Duin- en Bollenstreek (2016); Strategische Agenda Ruimte Duin- en Bollenstreek (2021)
13
branche)niveau worden aangepakt; maar waarschijnlijk zelfs op bovenregionaal niveau. 2. Wat goed is voor individuele gemeenten, is ook goed voor de regio (en andersom) Er is op veel vlakken een groot gezamenlijk belang tussen wat individuele gemeente willen en wat op regionaal niveau gewenst is. Voor economische opgaven bereik je op termijn veel meer met samenwerking en regionaal denken dan met concurrentie en lokaal kerktorendenken. Denk bijvoorbeeld aan gasten van Kuuroord Noordwijk die hun verblijf verlengen om na een stranddag ook te gaan varen op de Kagerplassen of met de e-bike een rondje duinen en bollenvelden maken. We zien dit ook in andere regio’s in Nederland. Bekende voorbeelden zijn Brainport Eindhoven en Foodvalley rondom Wageningen. Minder bekende maar soortgelijke werkende initiatieven zijn er ook in kleinere regio’s, zoals de Fruitdelta in de Betuwe. Daar wordt collectief geïnvesteerd in een regionaal investeringsfonds (RIF) voor bedrijven door alle gemeenten. Deze regio’s, het bedrijfsleven, onderwijs en kennisinstellingen en de individuele gemeenten plukken de vruchten van een sterke economische samenwerking. Daarbij is het ook van belang over de eigen schaduw en politieke belangen heen te kijken: succes mag vele ouders hebben. 3.
Samenwerking met andere overheden moet op regionaal of bovenregionaal niveau, om beter toegang te krijgen tot externe middelen De regio is het minimale schaalniveau voor een goede samenwerking met de provinciale, Rijks- en Europese overheid op verschillende beleidsdossiers. De regio is voor heel wat opgaven bijvoorbeeld (mede)
afhankelijk van de inzet van deze overheden. Maar ook om aanspraak te kunnen maken op belangrijke financieringsbronnen bij deze overheden is (boven)regionale samenwerking nodig. Denk bijvoorbeeld aan regiodeals, waarvoor een goede regionale (Triple Helix) samenwerking een vereiste is.3Afhankelijk van het thema is het daarbij uiteraard logisch om ook buiten de regio samenwerkingsverbanden te vinden, zoals dat bijvoorbeeld al gebeurt op gebied van Unmanned Valley (met TU Delft). 4. Krachten bundelen Samenwerken op regionale schaal brengt lokale belangen en lokale initiatieven samen. Regionale samenwerking is zo een gelegenheid om de krachten te bundelen en letterlijk met meer capaciteit vraagstukken aan te pakken.
De Duin- en Bollenstreek moet kracht en kennis van wijdere omgeving benutten Benadrukt moet worden dat het in de Duin- en Bollenstreek vanwege de beperkte omvang, lastig zal zijn écht voldoende slagkracht te organiseren. In verschillende gesprekken die wij hebben gevoerd, maar ook in het advies van RaboResearch3, wordt gepleit op een (op termijn) sterke verbinding met de omliggende regio’s. Een verbinding tussen de verschillende clusters in (groot)Haaglanden (zoals space, greenport, life sciences, toerisme, voedselproductie en (cyber)veiligheid), Leiden en Delft en een betere samenwerking is cruciaal om de Brede Welvaart in de gehele regio te verbeteren. Relatief kleine deelregio’s zoals de Duin- en Bollenstreek kunnen dit niet individueel bereiken, aldus de onderzoekers.
3
https://economie.rabobank.com/globalassets/documents/2022/rabobank-maart2022sterkere-verbindingen-in-regio-haaglanden.pdf
14
5. Ecosysteem voor innovatie bij uitstek regionaal vraagstuk Innovatie vindt plaats in economische clusters en ketens en bij individuele bedrijven. Daarvoor is het juiste ecosysteem nodig. De veelgebruikte benadering van Stam4 (zie figuur 2.1) richt zich op zo’n ecosysteem. Een ecosysteem is vrijwel per definitie regionaal en bestaat dan ook uit elementen die alleen in regionale samenwerking goed zijn te beïnvloeden. Denk aan sterke netwerken binnen clusters, financieringsmogelijkheden, talent en ontsluiting van kennis. Daarbij horen ook randvoorwaarden zoals fysieke infrastructuur; ook bij uitstek een element dat op regionaal niveau moet worden opgepakt.
bedrijfsleven (marktvraag, dienstverlening) is nodig voor innovatie. Dit kan alleen goed en efficiënt gebeuren als de inzet van deze partijen op elkaar is afgestemd. In onder andere Unmanned Valley, de Greenport en NL Space campus bestaat een samenwerkingsvorm tussen overheid, bedrijfsleven en/of onderwijs al in meer of mindere mate. Een qua thematiek bredere regionale triple helix organisatie zorgt voor een nóg sterkere vuist en zal bovendien nodig zijn om de kansen te pakken die de cross-over tussen de sectoren bieden.
Figuur 2.1: Entrepreneurial Ecosystem benadering van Prof Erik Stam
Dit kan alleen bereikt worden met een triple helix-aanpak Om de economie te vitaliseren en innovatie aan te jagen, adviseren wij de triple helix samenwerking te continueren5. In een triple helix samenwerking zijn onderwijs, bedrijfsleven en overheid continu met elkaar in gesprek, zijn de lijnen kort en weten zij elkaar veel beter te vinden. Bovendien is een samenspel van de inzet van die drie partijen van belang om innovatie te stimuleren. Immers, zowel inzet van overheid (o.a. randvoorwaarden), onderwijs (o.a. talent, ontsluiting van kennis) en 4 Zie o.a. https://www.uu.nl/organisatie/centre-for-entrepreneurship/voor-
5
Zie ook het rapport van Blaauwberg (2020) – Een Slimme Streek aan de Slag
studenten/minicursus-introduction-in-entrepreneurial-ecosystems
15
3 Doelen en hoe deze te bereiken De Duin- en Bollenstreek kent een aantrekkelijk woonklimaat en is een van de welvarendste regio’s in Nederland. Tegelijkertijd kent de regio een aantal opgaven op economisch vlak. Om de economie van de regio te versterken te versterken is een regionale uitvoeringsagenda met gezamenlijk gedragen opgaven cruciaal. Dit hoofdstuk kijkt naar de brede economische opgaven en wat er vanuit de Triple Helix organisatie nodig is om deze in te vullen. 3.1 Brede economische opgaven De Duin- en Bollenstreek heeft een economische structuur met kansen in drie topclusters. Echter, er is een risico dat de regio (slechts) een vergrijzend woongebied wordt. Er ligt dus een opgave om economisch vitaler te worden. Daarvoor is een breed palet aan thema’s relevant: • Een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt; • Het behoud en verbeteren van een prettige leefomgeving; • Het zorgdragen voor voldoende geschikte woningen; • Het verbeteren van de bereikbaarheid, onder andere de oostwestverbindingen; • Omgaan met klimaatverandering door klimaatadaptatie; • Bijdragen aan de energietransitie; • Zorgdragen voor voldoende ruimte voor bedrijven; • Bouwen aan een gezonde en toekomstbestendige economie. Deze opgaven zijn economisch, maar ook ruimtelijk en sociaal van aard.
De vijf gemeenten van de Duin- en Bollenstreek hebben in de Strategische Agenda Ruimte Duin- en Bollenstreek doelen gesteld voor deze regionale opgaven en vraagstukken tot 2040 (zie paragraaf 1.3).
Naast deze basisvoorwaarden zoals ruimte en bereikbaarheid is er een impuls nodig voor innovatie, vernieuwing en verduurzaming van de economie. Alleen zo kan de regio meekomen in en op onderdelen (mede) toonaangevend zijn in een hoogproductieve ‘(toegepaste) kennis’economie. Dat is te meer belangrijk omdat een economische strategie die zich richt op de inzet van meer (relatief laagbetaalde) arbeid, veel ruimte (voor bijvoorbeeld logistiek) zowel demografisch als ruimtelijk voor de regio geen reële optie is. De hierboven genoemde opgaven worden nog groter, net als de ruimtevraag. Het slimmer/productiever en duurzamer worden is dus een essentiële schakel om geen vergrijzend, slapend woongebied te worden. Juist voor de thema’s innovatie en verduurzaming en de daaraan gekoppelde vragen over onderwijs en arbeidsmarkt (of human capital) is een triple helix samenwerking belangrijk. Zo hebben de gemeenten, bedrijfsleven en onderwijs elkaar nodig om een regionale innovatieagenda met bijbehorende human capital agenda te formuleren. In alle succesvolle regio’s in Nederland (Brainport, Metropoolregio Utrecht, de Metropoolregio Amsterdam, de Leidse Regio, Food Valley) wordt op onder meer die thema’s samengewerkt. Bovendien kan een sterke Triple Helix organisatie een belangrijke rol vervullen in de lobby en vraagarticulatie richting overheden op gebied van de genoemde basisvoorwaarden.
In de Duin- en Bollenstreek bestaat er een triple helix verband in de vorm van de EDBD. Bij het functioneren en de vorm van de huidige EBDB zijn de nodige kanttekeningen te plaatsen, maar volgens Bureau BUITEN is een dergelijk/soortgelijk verband een essentieel onderdeel van de regionale economische samenwerking. In hoofdstuk 4 gaan we nader in op de organisatievorm die past bij dit uitvoeringsprogramma. In paragraaf 3.2 en verder gaan we in op wat de inhoudelijke doelen van het uitvoeringsprogramma zijn.
16
Visie 2030 en uitvoeringsprogramma 2018-2021 van de EBDB In 2016 heeft de regio haar visie op de economie van de Duin- en Bollenstreek voor 2030 opgesteld. De kern daarvan was: • versterken en vernieuwen van de economische clusters waar de Duin- en Bollenstreek van oudsher in excelleert: greenport en toerisme; • doorontwikkelen van kansrijke nieuwe markten naar nieuwe clusters die goed zijn geworteld in de regio, bijvoorbeeld rondom zorg, wellness en de toepassing van ruimtevaartkennis; • meer synergie tussen grote economische spelers en het middenen kleinbedrijf in de regio; • investeren in infrastructuur, vestigingsklimaat en arbeidsmarkt; • ontwikkelen van het merk “Duin- en Bollenstreek” en aantrekken van bedrijven en bezoekers; • maar steeds in balans met het behoud van openheid, landschappelijke kwaliteit en woonaantrekkelijkheid. Deze visie en het uitvoeringsprogramma 2018-2021 “Samen Succesvol” vormen het vertrekpunt voor alle activiteiten van de EBDB. Voor het uitvoeringsprogramma van de EBDB voor de periode 2023-2026 nemen we de in 2016 opgestelde visie wederom als basis. Sinds 2016 is er echter ook het nodige veranderd in de regio. Daarom stellen we de doelen op een aantal punten bij.
3.2 Doelen en aard uitvoeringsprogramma Het hoofddoel van dit uitvoeringsprogramma is de economie van de Duinen Bollenstreek toekomstbestendig te maken. Het uitvoeringsprogramma van de Board richt zich daarom op de pijlers waar de DBS goed in is: greenport, kennisintensieve economie (Space, Unmanned Valley, Flowerscience) en toerisme. De subdoelen zijn: • Een duurzame greenport;
• Een kennisintensieve maakindustrie; • Gezond toerisme. Per subdoel hebben we meetbare doelen geformuleerd. Deze zijn deels afkomstig uit de Uitvoeringsagenda 2018-2021; en voor de Greenport (ook) deels afkomstig uit de Visie Vitale teelt 2030. Ook zijn er enkele subdoelen die aansluiten op nationaal en lokaal beleid. De andere subdoelen zijn geformuleerd op basis van kennis en ervaring van de opstellers en op basis van de input van de stakeholders tijdens het totstandkomingsproces van dit uitvoeringsprogramma. Dit zijn subjectieve doelen, waarbij gekeken is naar wat goed én realistisch is voor de Duinen Bollenstreek. Een aandachtspunt is de peildatum van de doelen. Voordat het zinnig is eventuele effecten te meten, moet dit uitvoeringsprogramma zijn vastgesteld, de uitvoeringsorganisatie vorm hebben gekregen en projecten opgestart, uitgevoerd en afgerond zijn. Daar gaat enige tijd overheen. Mede daarom is voor de meeste doelen gekozen voor een peildatum die iets verder in de toekomst ligt, na 2026. Wel kan tussentijds worden gekeken of het de goede kant op gaat. Programma, geen checklist van projecten Van belang is te benadrukken dat het gaat om een programma, niet om een verzameling projecten. We hebben een aantal (programma)doelen gesteld die bereikt moeten worden. De voortgang van een programma wordt afgemeten aan die meetbare doelen.
Om de programmadoelen te bereiken worden er projecten uitgevoerd. Deze projecten moeten gezamenlijk leiden tot het bereiken van onze doelen. De voortgang van het programma hangt daarom niet af van of een specifiek project wel of niet is uitgevoerd. Het gaat er vooral om dat de projecten die zijn uitgevoerd, het juiste effect hebben gehad: er is voortgang geboekt op het programmadoel. Het is daarom van belang dat
17
de programma-organisatie vrijheid heeft in welke projecten wel en niet worden uitgevoerd om de doelen te bereiken. Het is aan de programmaorganisatie om met betrokken stakeholders (waaronder de gemeenten) te bepalen welke projecten moeten worden uitgevoerd om de doelen te bereiken. Dat kunnen projecten zijn die in dit UVP zijn genoemd, maar kunnen ook andere projecten zijn. Meer hierover leest u in hoofdstuk 4. Omdat het gaat om een programma en het effect van de projecten die binnen het programma worden uitgevoerd, wordt het resultaat van het UVP ook op dit effect afgemeten. Dat effect ligt vrijwel per definitie op de middellange tot lange termijn. De meetbare doelen die zijn opgenomen richten zich dan ook op vrijwel volledig op de periode van 4 tot 8 jaar (2026 en 2030) na de start van het UVP in 2022. Op de volgende pagina (figuur 3.2) is een doelenboom weergegeven. Deze bevat het hoofddoel van het uitvoeringsprogramma, de subdoelen en de meetbare doelen die daaronder hangen. In de volgende paragrafen lichten we de verschillende doelen toe. De subdoelen hebben we zoveel mogelijk SMART geformuleerd (specifiek, meetbaar, ambities, realistisch, tijdspecifiek). Op basis hiervan kan de ontwikkeling van de economie en de voortgang op de doelen worden gemonitord (zie paragraaf 4.8).
18
Figuur 3.2: Doelenboom
19
3.3 Hoofddoel: vitale toekomstbestendige economie Het hoofddoel van het uitvoeringsprogramma luidt als volgt:
De Duin- en Bollenstreek kent een vitale en toekomstbestendige economie. We hebben in 2030 een Duurzame Greenport, Kennisintensieve maakindustrie, en Gezond Toerisme. Deze clusters floreren en kansen die crossovers tussen deze clusters bieden, worden benut.
Relatie Uitvoeringsagenda van de 5 gemeenten In de uitvoeringsagenda van de 5 gemeenten is op pagina 3 aangegeven wat de droom is voor de regio: onder andere een gezonde, vitale, energie regio; bloeiend, fris en origineel; de gezondste streek van Nederland met well-being voor bezoekers en inwoners; vooruitstrevend en innovatief op gebied van bolleneconomie, Space en bio(medische) wetenschap; met innovatieve oplossingen op het gebied van energie, klimaat en circulariteit. Met het hoofddoel en de geschetste subdoelen sluiten we daar in voorliggend uitvoeringsprogramma bij aan.
Om deze ambitie te bereiken zetten we in op het innovatie in de van oudsher sterke clusters in onze regio: Greenport en Toerisme. De kennisintensieve clusters Space, Flower Science en Unmanned Valley ontwikkelen we door. We zien interessante cross-overs tussen de Greenport, kennisintensieve cluster en het gezonde toerisme. Denk aan inzet van dronetechnologie in de Greenport, innovatieve materialen uit de space-sector voor een duurzame Greenport, en een bloemen- en bollenarrangement voor de toeristische sector. Onze focus ligt op het toekomstbestendig maken van onze economie: andere manieren van werken, innoveren, klimaatadaptief, een bijdrage leveren aan de energietransitie en kansen benutten voor cross-overs tussen de clusters, en niet eenzijdig op méér banen naar de regio halen. We kiezen ook voor een inclusieve aanpak, waarin we meer partijen en mensen willen betrekken, zowel binnen de Duin- en Bollenstreek als daarbuiten. We streven naar een inclusieve arbeidsmarkt én we willen de samenwerking tussen het MKB en grotere economische spelers bereiken.
20
3.4 Doelen Duurzame Greenport Het subdoel van de pijler Duurzame Greenport luidt als volgt:
Duin en Bollenstreek is toonaangevende duurzame wereldleider op gebied van bollen- en bloemenkennis, en eerste gewasbeschermingsmiddelenvrije teeltregio van Nederland
Relatie Uitvoeringsagenda van de 5 gemeenten Dit subdoel sluit aan op de topprioriteit: Actualisatie Greenport en gezamenlijke keuzes hernieuwbare energiebronnen.
De Duin- en Bollenstreek staat van oudsher bekend om haar bloemen- en bolleneconomie. Deze sector heeft door de combinatie van teelt, handel en kennis in bloembollen een grote economische waarde voor de streek, én voor Nederland. De opgave binnen deze pijler is om het teeltareaal binnen de Greenport te moderniseren, duurzamer te maken en te herverkavelen6 met oog op de toekomstbestendigheid van deze van nationaal belang zijnde exportsector. Er liggen met name kansen voor herontwikkeling, en om aan te sluiten op en een bijdrage te leveren aan
de landelijke opgaven, zoals de energietransitie, natuurvriendelijke landbouw, circulaire economie en de verstedelijksopgave. Hierbij speelt kennisontwikkeling en innovatie een belangrijke rol. In dit Uitvoeringsprogramma zetten we in op het bevorderen van verduurzaming, innovatie en samenwerking met andere sectoren en onderwijs. Dit UVP richt zich vooral op het verbinden van de Greenport met andere sectoren. Het UVP is voor dit subdoel tot stand gekomen in samenwerking met de Stichting Greenport. De samenwerking is ook voor de uitvoering van dit UVP van belang. Op gebied van duurzaamheid zet de regio in op een gesloten kringloop van energie in 2030 en van grondstoffen in 2040. Daarnaast zet de sector in op sterke bollen in een gezonde bodem, die niet afhankelijk zijn van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Hierdoor wordt de teelt vrijwel residuvrij. De teelt draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en de ondernemers zijn in staat een rendabele bedrijfsvoering te realiseren, iets wat ten goede komt aan de toekomstbestendigheid van de omgeving én de bloemen- en bollensector. Digitalisering en inzet van innovatieve concepten levert een belangrijke – en vereiste – bijdrage aan het versneld realiseren van de ambitie binnen de pijler Greenport.
Het doel is om in 2030 een modern en energieneutraal teeltsysteem te hebben, mede dankzij de toepassing van moderne precisietechnieken en kennis op basis van data. Om hiertoe te komen is het van belang om de samenwerking tussen bloemen- en bollensector, de clusters Space en Unmanned Valley en universiteiten Leiden, Delft en Wageningen te stimuleren, om kennisuitwisseling te stimuleren en tot overkoepelende innovaties te komen. Tot slot zijn er kansen om het toeristisch product toekomstbestendig aan de Greenport te verbinden.
6
Voor de gebieds(her)ontwikkeling van de Greenport is de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) opgericht
21
3.4.1 Meetbare doelen Om het subdoel te behalen moeten de volgende SMART-doelstellingen worden behaald: • De bloemen- en bollensector is energieneutraal in 2030 • Uiterlijk in 2030 is de eerste volledig gewasbeschermingsvrije bollenoogst gerealiseerd • De teelt is in 2030 nagenoeg emissie- en residuvrij • De bloemen- en bollensector is klimaatneutraal in 2040 • In 2023 is het eerste experiment met een gecombineerd bollen-/ zonneveld gerealiseerd 3.4.2
voor de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt op gebied van de Greenport. Projectideeën Voorafgaand aan dit uitvoeringsprogramma (door de Economic Board) en tijdens de totstandkoming van dit uitvoeringsprogramma (door Bureau BUITEN), zijn verschillende gesprekken en werksessies met triple helix partijen gehouden. Daarin zijn ideeën voor mogelijke projecten naar voren gekomen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de projectideeën.
Van programmadoelen naar projecten
Op basis van programmadoelen projecten bepalen De organisatie die het uitvoeringsprogramma gaat oppakken, moet ervoor zorgen dat er voortgang wordt geboekt op de programmadoelen. Daarvoor moeten projecten worden opgestart en uitgevoerd. Het is aan de programmaorganisatie om, op basis van hun eigen inzichten, actuele ontwikkelingen, commitment en draagvlak bij stakeholders, en financiële (on)mogelijkheden projecten op te starten. Hierbij geldt dat op programmaniveau minimaal voor 1/3e van de kosten aan cofinanciering door externe stakeholders wordt ingebracht (zie 4.4.2). Kansrijke projecten die bijdragen aan de programmadoelen richten zich bijvoorbeeld op het toepassen van innovaties uit andere sectoren in de bollen- en bloementeelt, zodat de sector efficiënter en duurzamer kan worden. Ook andere clusters in de regio kunnen de Greenport versterken, bijvoorbeeld het toerisme. Om de Greenport toekomstbestendig te maken zijn projecten gericht op het gezamenlijk omgaan de energietransitie en het omgaan met klimaatveranderingen van belang: wat is er nodig, wie heeft daarin de lead, hoe pakken we het aan en hoe loopt de financiering? Daarnaast geldt dat – blijvend – aandacht nodig is
22
3.5 Doelen kennisintensieve maakindustrie Het subdoel van de pijler Kennisintensieve maakindustrie luidt als volgt:
Duin en Bollenstreek is de kennisintensieve maakregio tussen de metropolen, waar onze unieke positie op gebied van Space, Unmanned Valley en Flower Science is doorontwikkeld en sterke samenhang is gerealiseerd tussen deze pijlers
Relatie Uitvoeringsagenda van de 5 gemeenten Dit subdoel sluit aan op de topprioriteit: verbinden kennisintensieve sectoren.
Er liggen bovendien veel kansen voor innovatie op gebied van de grote opgaven waar de regio voor staat, zoals energietransitie, natuurvriendelijke landbouw, circulaire economie en digitalisering. Denk aan: de kennis uit de Space-sector voor energieproductie en omgaan met extreme hitte; aansturing van landbouwmachines via 5G; en de toepassing van Flower Science om de biodiversiteit te verhogen (zoals natuurvriendelijke teelt van insectvriendelijke bloemen bijvoorbeeld). Dit UVP richt zich vooral op het verbinden van deze kennisintensieve sectoren; de doelstellingen zijn daarmee aanvullend op de doelstellingen van de Stichting Unmanned Valley en de NL Space Campus. Samenwerking tussen of afstemming met deze organisaties en de organisatie die het UVP uitvoert, is dan ook van belang. Slimme combinaties van kennis, innovaties en bedrijven zorgen voor een boost van het innovatief vermogen van de Duin- en Bollenstreek. De regio zet daarom in op het bij elkaar brengen en benutten van hands-on kennis op de werkvloer, de kennis en technologieën binnen de clusters, én de uitwisseling van kennis van buiten de streek (bijv. door nog beter aan te haken op universiteiten in Leiden, Delft, Rotterdam en Wageningen). Dit leidt tot nieuwe economische kansen, wat uiteindelijk bijdraagt aan een duurzame economie en gezonde leefomgeving.
De Duin- en Bollenstreek kent met ‘Space’ en ‘Unmanned Valley’ twee unieke kennisintensieve clusters. Deze leveren een belangrijke bijdrage aan de innovatiekracht van de regio, én daarbuiten. Daarnaast leveren ontwikkelingen op gebied van Flower Science een belangrijke – en noodzakelijke – bijdrage op gebied van innovatie van de bollen- en bloemensector. Eén van de sleutels om de economie van de regio te versterken, is het bevorderen van innovatie binnen deze clusters én samenwerking met andere clusters in de regio. 7 IQ is de regionale ontwikkelingsmaatschappij voor Zuid-Holland. IQ zet zich in om de
regionale economie te versterken, d.m.v. het financieren van vernieuwende en snelgroeiende bedrijven, assisteren van buitenlandse ondernemingen bij het vestigen in
3.5.1 Meetbare doelstellingen Om het subdoel te behalen moeten de volgende SMART-doelstellingen worden behaald: • Tot en met 2030 zijn er tenminste 10 bedrijven met innovatieve ideeën gematcht aan financiering via IQ7.
Zuid-Holland en het organiseren van samenwerking tussen innovatieve ondernemers, kennisinstellingen en de overheid.
23
• Cross-overs tussen clusters: in 2030 worden structureel nieuwe technieken (zoals drones) toegepast voor precisieteelt (plant, bestrijding, monitoring, scans) bloemen en bollen. • Het aantal MKB-bedrijven binnen het cluster dat participeert in Unmanned Valley en NL Space Campus stijgt elk jaar. • In 2026 zijn de eerste Space-onderzoeksfaciliteiten opengesteld voor andere partijen. • In 2030 zijn 1.500 extra arbeidsplaatsen te kwalificeren als kennisintensief 8 *. * hier is geen 0-meting van bekend
3.5.2
Van programmadoelen naar projecten
kennis en financiering zijn daarvoor cruciaal. Het is ons inziens logisch om enkele projecten te richten op de beschikbaarheid van kennis- of onderzoeksfaciliteiten en de beschikbaarheid van/toegang tot financiering. Uiteraard speelt ook hier de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt een rol. Projectideeën Voorafgaand aan dit uitvoeringsprogramma (door de Economic Board) en tijdens de totstandkoming van dit uitvoeringsprogramma (door Bureau BUITEN), zijn verschillende gesprekken en werksessies met triple helix partijen gehouden. Daarin zijn ideeën voor mogelijke projecten naar voren gekomen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de projectideeën.
Op basis van programmadoelen projecten bepalen De organisatie die het uitvoeringsprogramma gaat oppakken, moet ervoor zorgen dat er voortgang wordt geboekt op de programmadoelen. Daarvoor moeten projecten worden opgestart en uitgevoerd. Het is aan de programmaorganisatie om, op basis van hun eigen inzichten, actuele ontwikkelingen, commitment en draagvlak bij stakeholders, aansluiting bij bovenregionale programma’s, en financiële (on)mogelijkheden projecten op te starten. Hierbij geldt dat op programmaniveau minimaal voor 1/3e van de kosten aan cofinanciering door externe stakeholders wordt ingebracht (zie 4.4.2). Bij de programmadoelen passen bijvoorbeeld projecten gericht op het benutten van de kansen die digitalisering de sterke sectoren biedt. Denk ook aan projecten om de in de ene sector ontwikkelde kennis, te benutten in een andere sector. Om de ambitie van een kennisintensieve maakregio te bereiken is innovatie van groot belang. Beschikbaarheid van 8 Dit hoeft niet te betekenen dat het totaal aantal banen in de DBS toeneemt. Deze banen
kunnen ook substitutie zijn van een deel van de bestaande banen.
24
3.6 Doelen Gezond Toerisme Het subdoel van de pijler gezond toerisme luidt als volgt:
Duin en Bollenstreek is de regio voor gezond toerisme in Nederland. Gezond leven, gezond recreëren staat hier centraal.
Relatie Uitvoeringsagenda van de 5 gemeenten Dit subdoel sluit aan op de topprioriteit: ontwikkelen van een regiobrand.
De Duin- en Bollenstreek trekt jaarlijks miljoenen bezoekers. Het strand, de bollenvelden, de Keukenhof, de plassen, de groene omgeving, én de dorpskernen vormen een aantrekkelijke combinatie voor toeristen en inwoners. Daarnaast heeft de DBS zich – onder andere met Kuuroord Noordwijk – in de afgelopen jaren geprofileerd op gebied van gezondheid. Om de toerist, de bedrijven en de inwoners (nog) meer te kunnen bieden en als streek zichtbaarder te worden, moet er een regiobrand worden ontwikkelend en zullen er meer verbindingen gelegd moeten worden met andere sectoren, zoals bijvoorbeeld de medische sector en de kwaliteiten in andere gemeenten. Dit is de opgave voor de komende jaren. De Duin- en Bollenstreek werkt de komende jaren aan het formuleren van een sterk merk (regiobrand) voor de Duin- en Bollenstreek, wat leidt tot
meer verbinding in de streek. Hierbij zet Duin- en Bollenstreek in op gezond en jaarrond toerisme: toeristen in alle seizoenen voor meerdere dagen. Dit kan bereikt worden door het versterken en uitbouwen van de gezondheids- en zorgfaciliteiten en activiteiten en het beter aan elkaar verbinden van het toeristisch aanbod (bijvoorbeeld door middel van het aanbieden van streekarrangementen en regionale (culinaire) fiets– en wandeltochten). Hiervoor is samenwerking tussen ondernemers in de toeristische sector noodzakelijk. Ook samenwerking met andere sectoren is kansrijk: • Gezondheid: onder andere door haar Kuuroordstatus biedt de Duin- en Bollenstreek veel kansen om de koppeling tussen toerisme en gezondheid te versterken, en zich (nog meer) te onderscheiden op gebied van zorg en gezondheid. De regio kan zich onderscheiden door kleinschalige, hoogwaardige activiteiten op gebied van zorg en gezondheid zoals revalidatie, kuren en zorgarrangementen. De Kuuroordstatus is aansprekend voor veel buitenlandse toeristen, met name voor Duitse bezoekers. Ook de inwoners in de regio kunnen profiteren van gezond toerisme: door beter verspreide toeristische druk en door betere gezondheidsvoorzieningen (o.a. revalidatie, kuren en zorgarrangementen). • Greenport: de bollen- en bloementeelt trekt jaarlijks alleen al meer dan een miljoen toeristen naar de regio.
Dat is met name in het voorjaar en leidt soms tot ongewenste situaties (drukte, beschadiging van teelt). Door meer in te zetten op spreiding en samenwerking tussen toerisme en greenport, kunnen beide sectoren hier de vruchten van plukken. • Kennisintensief: de regio huisvest veel innovatieve bedrijven. Er liggen veel kansen voor de toeristische sector om gebruik te maken van moderne technieken voor informatievoorziening, efficiëntie en verbondenheid binnen de streek. Dataficering kan de toerisme en gezondheidssector efficiënter, effectiever en goedkoper maken.
25
Een gemeenschappelijke marketing is nodig om onze regio te profileren als dé regio voor gezond toerisme.
het doorontwikkelen van kuuroord-gerelateerde voorzieningen; en bijpassende regiobranding.
3.6.1 Meetbare doelen Om het hoofddoel te behalen moeten de volgende SMART-doelstellingen worden behaald: • In 2030 is de gemiddelde verblijfsduur van bezoekers gestegen naar 3 nachten • In 2030 is de toegevoegde waarde per baan in het toerisme met 10 % gestegen • In 2026 scoort de regio op gebied van toerisme en gezondheid één niveau lager op de krapte-indicator van de arbeidsmarkt. • In 2030 is het aantal zorgverblijfsvoorzieningen is met 5 toegenomen. • De reële bestedingen per bezoeker liggen in 2030 5% hoger*
Projectideeën Voorafgaand aan dit uitvoeringsprogramma (door de Economic Board) en tijdens de totstandkoming van dit uitvoeringsprogramma (door Bureau BUITEN), zijn verschillende gesprekken en werksessies met triple helix partijen gehouden. Daarin zijn ideeën voor mogelijke projecten naar voren gekomen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de projectideeën.
* hier is geen 0-meting van bekend
3.6.2
Van programmadoelen naar projecten
Op basis van programmadoelen projecten bepalen De organisatie die het uitvoeringsprogramma gaat oppakken, moet ervoor zorgen dat er voortgang wordt geboekt op de programmadoelen. Daarvoor moeten projecten worden opgestart en uitgevoerd. Het is aan de programmaorganisatie om, op basis van hun eigen inzichten, actuele ontwikkelingen, commitment en draagvlak bij stakeholders, aansluiting bij bovenregionale programma’s, en financiële (on)mogelijkheden projecten op te starten. Hierbij geldt dat op programmaniveau minimaal voor 1/3e van de kosten aan cofinanciering door externe stakeholders wordt ingebracht (zie 4.4.2). Bij het programmadoel passen projecten die gericht zijn op het verder ontwikkelen en aan elkaar verbinden van toeristisch aanbod en toeristische voorzieningen en het jaarrond toerisme. Daarnaast zal in de projecten aandacht moeten zijn voor de stap naar ‘gezond toerisme’ en
26
3.7 Dwarsdoorsnijdend: Onderwijs-Arbeidsmarkt Het subdoel van de regio op de dwarsdoorsnijdende pijler onderwijsarbeidsmarkt luidt als volgt:
Duin en Bollenstreek heeft een inclusieve arbeidsmarkt, voldoende en goed opgeleide mensen voor banen op alle niveaus, door middel van een goed en inspirerend opleidingsaanbod voor jong én oud(er), en een goede samenwerking tussen onderwijs en het bedrijfsleven
Een belangrijke randvoorwaarde om het hoofddoel en de subdoelen te behalen is een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt is krap voor zowel de Greenport, de Kennisintensieve Maakindustrie als toerisme; maar ook in veel andere sectoren in de regionale economie. Dit komt onder andere doordat moderne technieken en digitalisering weliswaar voor een toegenomen arbeidsproductiviteit zorgen, maar tegelijkertijd vragen om ander soort vaardigheden en competenties bij werknemers. De regio zet in op één centrale Human Capital Agenda. Het opstellen en de uitvoering daarvan vindt plaats in nauwe samenspraak met de drie pijlers, maar uiteraard ook met de overige economische sectoren in de regio. Om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren zijn goede contacten met verschillende onderwijsinstellingen van groot belang. Daarbij zijn relaties buiten de regio van belang: tertiair onderwijs (MBO, HBO, WO) bevindt zich veelal buiten de regio maar is wel nabij. Het is belangrijk de banden met onderwijs- en kennisinstellingen aan te halen, na te gaan of delen van opleidingen kunnen worden ondergebracht in de regio, bedrijven en kennisinstellingen meer aan elkaar te koppelen en via stages meer leerlingen/studenten wijzen op de kansen in de regio. Door dat vanuit één centraal punt (de Human Capital Agenda Duin- en
Bollenstreek) aan te pakken, kan er meer bereikt worden dan wanneer één bedrijf uit één sector aanklopt bij een onderwijsinstelling. Inclusiviteit is een belangrijk doel van de regionale arbeidsmarkt. Een inclusieve arbeidsmarkt past bij het duurzame karakter van de greenport en het gezonde toerisme. Daarnaast kan het enige krapte op de arbeidsmarkt wegnemen en verhoogt het de Brede Welvaart. 3.7.1