CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

1.8 Bijlage Archeologisch onderzoek.pdf

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 11: Adviesrecht gemeenteraad BOPA Graaf Janlaan fase 110.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport 5911

GRAAF JANLAAN FASE 1, HILLEGOM R.M. van der Zee

Graaf Janlaan fase 1, Hillegom (gemeente Hillegom) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek

R.M. van der Zee

3

Colofon ADC Rapport 5911 Graaf Janlaan fase 1, Hillegom (gemeente Hillegom) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Auteur: R.M. van der Zee

In opdracht van: LBP|SIGHT © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 10 augustus 2023 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: definitief Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie: E. Schrijer

ISSN 1875-1067 ADC ArcheoProjecten Nijverheidsweg-Noord 114 3812 PN Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl

4

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methodiek 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Plan van Aanpak 3.2 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.3 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen Bijlage 1 Boorgegevens

5 7 9 9 9 9 16 17 17 18 19 21 22 23 24

5

Samenvatting In opdracht van LBP|SIGHT heeft ADC ArcheoProjecten in oktober 2022 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Graaf Janlaan fase 1 in Hillegom, gemeente Hillegom. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop van de bestaande woningen gevolgd door nieuwbouw. Hiervoor is een omgevingsvergunning vereist. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Het plangebied is landschappelijk gezien onderdeel van een met veen overgroeide strandvlakte ten oosten van de meest oostelijke strandwal die van Bennebroek via Hillegom, Lisse en Sassenheim naar Warmond loopt. Op basis van profielen van boringen die in een vergelijkbare landschappelijke context tijdens archeologische onderzoeken ten noordoosten van het plangebied zijn uitgevoerd, gecombineerd met profielen van in het plangebied verrichte milieukundige boringen, kan worden afgeleid dat de diepere ondergrond uit kleiige wadafzettingen bestaat (Laagpakket van Wormer van de Formatie van Naaldwijk). Op of in de top van deze afzettingen, die op 3,2 tot 3,6 m -mv (circa 3,9 tot 4,3 m NAP) zijn aan te treffen, kunnen archeologische vindplaatsen uit het Laat-Neolithicum aanwezig zijn.

Omdat een waddenmilieu zich niet door een grote dichtheid aan sporen en vondsten kenmerkt, is deze archeologische verwachting lastig vast te stellen. De kans op sporen en vondsten voor deze periode wordt op basis daarvan als laag, maar zeker niet onmogelijk, ingeschaald. De wadafzettingen zijn overgroeid met een circa 1,5 tot 2,1 m dik veenpakket (Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop). In of op het veen kunnen archeologische vindplaatsen uit het de Bronstijd, de IJzertijd en/of de Romeinse tijd aanwezig zijn. Sporen en vondsten komen in een veenmoeras echter niet in een grote dichtheid voor. Daarom geldt voor het opsporen van deze perioden in dit landschap eveneens een lage archeologische verwachting. Bovendien zal dit niveau hoogstwaarschijnlijk door latere bodemingrepen zijn verstoord of opgenomen in de bovengrond. De bovengrond bestaat uit een 1,4 tot 1,6 m dik volledig omgewerkt stuifzandpakket of (ten dele) opgebracht zandpakket. Hierin zijn geen intacte sporen en vondsten te verwachten. Ten einde bovenstaande verwachting van het aanwezige bodemprofiel te toetsen en aan te vullen is een verkennend booronderzoek uitgevoerd.

Bij dit onderzoek is vastgesteld dat de diepere ondergrond, beneden een diepte van 300 tot 380 cm -mv (circa 3,75 tot 4,40 m -NAP), uit bijna ongerijpte kleiige wad-/kwelderafzettingen bestaat (Laagpakket van Wormer van de Formatie van Naaldwijk). Deze afzettingen gaan naar boven toe geleidelijk over in een 120 tot 175 cm dik pakket onveraard riet- en zeggeveen. Hierop ligt een 80 tot 125 cm dik pakket humushoudend kalkrijk zand, dat samenhangt met intensief gebruik voor landbouw van de locatie in het verleden. Dit pakket wordt op zijn beurt afgedekt door een ophogingspakket dat aan de aanleg van de woonwijk in de jaren zestig van de vorige eeuw is te relateren. In geen van de boringen is een potentieel archeologisch niveau aangetroffen. Concluderend kan worden vastgesteld het verkennend booronderzoek leidt tot een lage archeologische verwachting voor het plangebied, op basis van het ontbreken van een vegetatieniveau in de top van de wad/kwelderafzettingen en de door moderne ingrepen verstoorde top van het veenpakket. ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen.

Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Hillegom. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden.

6

Periode

Afkorting

Tijd in jaren

Nieuwe tijd:

NT

1500 - heden

Middeleeuwen:

XME

450 – 1500 na Chr.

Late Middeleeuwen

LME

Vroege Middeleeuwen

VME

Romeinse tijd:

ROM

Laat-Romeinse tijd

ROML

270 - 450 na Chr.

Midden-Romeinse tijd

ROMM

70 - 270 na Chr.

Vroeg-Romeinse tijd

ROMV

IJzertijd:

IJZ

Late IJzertijd

IJZL

250 - 12 voor Chr.

Midden-IJzertijd

IJZM

500 - 250 voor Chr.

Vroege IJzertijd

IJZV

Bronstijd:

BRONS

Late Bronstijd

BRONSL

1100 - 800 voor Chr.

Midden-Bronstijd

BRONSM

1800 - 1100 voor Chr.

Vroege Bronstijd

BRONSV

2000 - 1800 voor Chr.

Neolithicum (Jonge Steentijd):

NEO

Laat-Neolithicum

NEOL

2850 - 2000 voor Chr.

Midden-Neolithicum

NEOM

4200 - 2850 voor Chr.

Vroeg-Neolithicum

NEOV

Mesolithicum (Midden-Steentijd):

MESO

Laat-Mesolithicum

MESOL

6450 - 4900 voor Chr.

Midden-Mesolithicum

MESOM

7100 - 6450 voor Chr.

Vroeg-Mesolithicum

MESOV

Paleolithicum (Oude Steentijd):

PALEO

Laat-Paleolithicum

PALEOL

35.000 - 8800 voor Chr.

Midden-Paleolithicum

PALEOM

300.000 – 35.000 voor Chr.

Vroeg-Paleolithicum

PALEOV

tot 300.000 voor Chr.

Bron: Archeologisch Basis Register 1992

1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.

12 voor Chr. - 70 na Chr. 800 – 12 voor Chr.

800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr.

5300 – 2000 voor Chr.

5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.

8800 - 7100 voor Chr. tot 8800 voor Chr.

7

1

Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van LBP|SIGHT heeft ADC ArcheoProjecten in oktober 2022 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Graaf Janlaan fase 1 in Hillegom, gemeente Hillegom (afb. 1 en 2). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop van de bestaande woningen gevolgd door nieuwbouw. Hiervoor is een omgevingsvergunning vereist. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van een deel van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan. In het vigerende bestemmingsplan ‘Woongebieden Treslong-Meer en Dorp’, dat op 9 juli 2009 door de gemeente Hillegom is vastgesteld, is geen planologische regeling door middel van een archeologische dubbelbestemming opgenomen.

1 De reden hiervoor is de lage archeologische verwachtingswaarde op de archeologische beleidskaart. 2 Op de geactualiseerde kaart 3 is echter ook aan zones met een lage archeologische verwachtingswaarde een planologische regeling gekoppeld (Waarde archeologie 8). In deze zones is archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 30 cm -mv. Omdat de archeologische vrijstellingsgrenzen worden overschreden, dient de initiatiefnemer in het kader van de omgevingsvergunning een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). 4 Behalve de protocollen van de vigerende KNA zijn de uitvoeringskaders van de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) gevolgd. Deze bestaan uit het voorafgaand van het inventariserend veldonderzoek toetsen van een Plan van Aanpak (PvA).

1

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/

2

Schute 2007.

3

Brandenburgh 2020.

4

SIKB 2018.

8

De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:

fasen AMZ-cyclus: aanleiding: locatie:

plaats: gemeente: provincie: kadastrale gegevens: kaartblad: oppervlakte plangebied: coördinaten:

bevoegde overheid met contactgegevens:

deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens:

goedkeuring rapport door bevoegde overheid: Archis-zaaknummer: ADC-projectcode: auteur: projectmedewerker: autorisatie: periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie:

LBP|SIGHT de heer J.J. van Burg postbus 1475 3430 BL Nieuwegein Tel.: 030 – 231 1377 e-mail: J.vanburg@lbpsight.nl bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek omgevingsvergunning ten behoeve van woningbouw Frederik Hendriklaan 2 tot en met 42 (even), Graaf Janlaan 1 tot en met 41 (oneven) en Juliana van Stolberglaan 56 tot en met 90 (even) Hillegom Hillegom Zuid-Holland gemeente Hillegom sectie E nummer 977 en 1076 25C (1:25.000) 7678 m2 NW: 100.499 / 478.557 ZO: 100.525 / 478.437 NO: 100.561 / 478.528 ZW: 100.452 / 478.476 gemeente Hillegom postbus 32 2180 AA Hillegom tel.: 14 0252 e-mail: info@hillegom.nl De heer M. van Nieuwkoop Omgevingsdienst West-Holland Postbus 159 2300 AD Leiden tel.: 06 82440302 e-mail: m.vannieuwkoop@odwh.nl ja 5293361100 000536 R.M. van der Zee G.T. Eijgenraam E. Schrijer oktober en november 2022 en augustus 2023 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort

9

2

Bureauonderzoek 2.1

Doelstelling en vraagstelling

Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van bestaande bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting? • Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?

2.2

Methodiek

Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Deze kan worden beschouwd als de conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien mogelijk zal de omvang worden weergegeven op een kaart.

2.3

Resultaten

2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Hillegom, op circa 0,6 km ten oosten van de dorpskern (afb. 1 en 2). De locatie betreft de kadastrale percelen gemeente Hillegom sectie E nummer 977 en 1076. Ze wordt aan de west-, oost-, noord- en zuidzijde begrensd door de openbare weg, respectievelijk Frederik Hendriklaan, Graaf Janlaan, Juliana van Stolberglaan en Willem de Rijkelaan. De totale omvang bedraagt 7678 m2. Het plangebied bevindt zich in de Staatsliedenbuurt, onderdeel van de woonwijk Hillegom Noord. Het bestaat uit drie blokken met in totaal zestig woningen verdeeld over meerdere woonlagen met bijhorende bergingen en tuinen (afb. 4). Volgens de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) 5 dateert de bebouwing uit 1961 en 1962. Uit een bouwtekening blijkt dat de bebouwing is onderheid (afb. 5). De aanlegdiepte van de funderingsbalken bedraagt 70 cm -peil. Er zijn geen kelders aanwezig. Het centrale deel van het plangebied wordt gevormd door parkeerplaatsen en een plantsoen (afb. 6). In mei 2022 is in het plangebied een milieukundig verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. 6 Hierbij werden geen verontreinigingen aangetoond in gehalten/concentraties boven de tussenwaarde.

Het uitvoeren van een nader onderzoek werd niet noodzakelijk geacht. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen werkzaamheden. In het kader van het onderzoek zijn gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen opgevraagd bij het KLIC. 7 Uit de ontvangen gegevens blijkt dat

5

https://bagviewer.kadaster.nl/

6

Ortageo West B.V. rapportnummer 216943/R01 19 mei 2022.

7

meldingsnummer 22G565724.

10

in het plangebied aansluitingen van nutsvoorzieningen aanwezig zijn. Deze lopen van de openbare weg naar de aanwezige woningen. Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als de strandvlakte ten zuidoosten van de strandwal van Hillegom, waar deze binnen een straal van circa 500 m rondom het plangebied voorkomt. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de sloop van de bestaande woningen gevolgd door nieuwbouw (zie voor het inrichtingsplan afb. 7). In het ontwerp van de nieuwbouw zijn geen kelders voorzien. Een palenplan is nog niet beschikbaar. De funderingsbalken zullen op 1050 mm -peil komen te liggen (afb. 8). Dit komt doorgaans overeen met 0,85 à 0,90 m -mv. De consequentie van de voorgenomen ontwikkeling kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. 2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: Bron

Informatie

Geologische kaart 2021 8

Laagpakket van Walcheren-o en/of Hollandveen Laagpakket op Laagpakket van Zandvoort, getijdenafzettingen en/of kustveen op strand- en vooroeverafzettingen (kaartcode: os) niet geclassificeerd (bebouwd); aangrenzende eenheid: ontgonnen veenvlakte al dan niet bedekt met klei en/of zand (kaartcode: 1M81ykd) ingesloten strandvlakte, met veen, mogelijk duin- en strandwalresten

Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie; afb 8) 9 Archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidskaart gemeenten Katwijk, Noordwijk, Noordwijkerhout, Lisse, Teylingen en Hillegom. Regionale kaart landschappelijke eenheden en archeologische verwachting schaal 1:25.000 10 niet geclassificeerd (bebouwd); aangrenzende eenheid: Bodemkaart van Nederland 1:50.000 beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (landsdekkende, digitale versie; afb. 9) 11 (bodemcode: pZg21) Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (oudere beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand, 15 á 40 uitgaven) 12 cm moerig materiaal beginnend tussen 40 en 80 cm, grondwatertrap II (kaartcode: pZg21w-II) Bodemkaart van de Bloembollenstreek 13 strandvlakte-zandgrond, dunner dan 1 m op veen (kaartcode: Wv2) Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) 14 circa 0,7 m -NAP

8

https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen

9

Alterra 2008.

10

Brandenburgh 2020.

11

Alterra 2014.

12

Staring Centrum 1992.

13

Van der Meer 1950.

14

https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer

11

Geologie en geomorfologie Het plangebied maakt landschappelijk gezien deel uit van het Hollandse kustgebied. De ontstaanswijze van dit gebied hangt nauw samen met de zeespiegelstijging in het Holoceen, het huidige geologische tijdvak dat 11.700 jaar geleden aanving (zie voor een visualisatie van de paleogeografische ontwikkeling afb. 11). Door sedimenttransport (zand) onder invloed van getijden, golfwerking en wind werden parallel aan de kustlijn strandwallen gevormd (Laagpakket van Zandvoort van de Formatie van Naaldwijk). 15 Vermoedelijk werden al in de periode van snelle zeespiegelstijging in het Atlanticum (circa 7000 voor Chr.) buiten de huidige kust strandwallen gevormd. Deze werden echter korte tijd later, als gevolg van de snel stijgende zeespiegel, weer afgebroken. Aan het eind van het Atlanticum en het begin van het Subboreaal (circa 3900 voor Chr.) bereikte de zee zijn maximale uitbreiding, waarna door een minder snel stijgende zeespiegel uitbouw van de kust in westelijke richting kon plaatsvinden. 16 De gevormde langgerekte zandbanken of strandwallen werden niet meer opgeruimd, maar bleven min of meer intact. Hierdoor werd het achterland grotendeels afgeschermd van de zee. Alleen via riviermondingen, zoals die van de zuidelijker gelegen Oude Rijn, behield de zee hier enige invloed.

Door de aanvoer van zand van de zeebodem werden de aanvankelijk nog lage strandwallen steeds verder opgehoogd. In perioden waarin de opbouw stagneerde, ontwikkelde zich een strandvlakte op de overgang van de strandwal naar de zee. Een volgende periode van verhoogde aanvoer van zand leidde tot de vorming van nieuwe strandwallen voor de kust, waarbij de jongere, meer westelijk gelegen strandwallen steeds iets hoger waren dan de oudere. 17 Als gevolg van de kustuitbreiding, die duurde tot ongeveer het begin van de jaartelling, ontstond een circa 6 tot 10 km brede zone met strandwallen en daartussen lager gelegen strandvlakten. De strandwallen vielen droog zodra ze ruim boven het gemiddeld hoogwaterniveau uitkwamen. Hierdoor kon onder invloed van de aanlandige wind het zand verstuiven, wat resulteerde in de vorming van (lage) duinen. 18 De oudste strandwal ligt circa 8 km ten oosten van de huidige kustlijn en is waarschijnlijk vanaf circa 4800 voor Chr. gevormd. Deze bevindt zich ten westen van het plangebied, ter plaatse van de kern van het huidige Hillegom. Achter de kustbarrière ligt de zogenoemde kustvlakte: een uitgestrekt wad- en kweldergebied dat via de monding van de Oude Rijn onder invloed van de zee stond. 19 De kustvlakte werd gedomineerd door een stelsel van geulen en kreken.

Aan het eind van het Atlanticum en het begin van het Subboreaal werden vanuit deze geulen en kreken kleiige en zandige mariene sedimenten afgezet (Laagpakket van Wormer van de Formatie van Naaldwijk). Deze sedimenten zijn in verschillende transgressiefasen gevormd. Een transgressie is een periode van toenemende mariene invloed, met name als gevolg van een snellere stijging van de zeespiegel. De verschillende sedimentaire niveaus worden in de regel gescheiden door niveaus die zijn ontstaan tijdens regressiefasen, bijvoorbeeld in de vorm van dunne veenlagen (Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop). Deze niveaus hebben zich in relatief rustige perioden kunnen ontwikkelen. Naarmate de strandwallen hoger en breder werden, kreeg de zee steeds minder frequent toegang tot de kustvlakte achter de strandwallen. Hierdoor trad verzoeting op, mede onder invloed van de rivieren vanuit het achterland. Dit leidde vanaf het Midden-Subboreaal (circa 1800 voor Chr.) tot de vorming van een enkele meters dik veenpakket (Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop) op de mariene afzettingen. Plaatselijk kan het veen door verstuiving van de top van de strandwallen met zand zijn afgedekt. 15

TNO 2013.

16

Schute 2007.

17

Vos 1992.

18

Stouthamer et al. 2015.

19

Schute 2007.

12

Vanaf de 14e eeuw werd het veen op grote schaal afgegraven ten behoeve van de turfwinning. Turf als brandstof vormde een goede vervanger van hout dat door het kappen van de bossen op de duinen steeds minder voorhanden was. 20 Bovendien kwam in deze eeuw een aantal industrieën opzetten, zoals bierbrouwerijen en steenbakkerijen, waardoor de vraag naar turf nog sterker toenam. In het onderzoeksgebied is het nog aanwezige veen vaak afgedekt met een pakket humusrijk zand. De aanwezigheid van dit zand is waarschijnlijk toe te schrijven aan de eeuwenlange bemesting en bezanding. Uit profielbeschrijvingen van milieukundige boringen 21 blijkt dat ook in het plangebied het veen is afgedekt met zand. Dit heeft een dikte van 135 tot 160 cm. De diepere ondergrond, beneden een diepte van 320 tot 360 cm -mv, bestaat uit lichtgrijze, sterk siltige klei. Bodemkunde Op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie) 22 ligt het plangebied in een zone die niet gekarteerd is (afb. 10). Deze beslaat de bebouwde kom van Hillegom. Vermoedelijk is de bodem van dezelfde aard geweest als in gebieden ten noorden en zuiden van de bebouwde kom, waar beekeerdgronden ontwikkeld in leemarm en zwak lemig fijn zand zijn gekarteerd. Deze gronden komen voornamelijk voor in strandvlakten, maar plaatselijk ook in lage gedeelten van de aangrenzende strandwallen.

Ze worden gekenmerkt door een blauwgrijze gereduceerde zandondergrond, die plaatselijk kalkrijk is. De humushoudende bovengrond heeft een dikte van 20 à 40 cm en is ontstaan door agrarisch gebruik. Op een oudere uitgave van de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 23 zijn behalve bodemkundige eenheden ook grondwatertrappen aangegeven. De in het onderzoeksgebied gekarteerde beekeerdgronden hebben grondwatertrap II. Dit betekent dat de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) aan het maaiveld ligt en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) tussen 50 en 80 cm –mv. 2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden Waarden- en verwachtingskaarten In 2007 is voor het grondgebied van de gemeenten in de Bollenstreek, waaronder de gemeente Hillegom, een archeologische waarden- en verwachtingskaart met daaraan gekoppelde beleidsvoorschriften vervaardigd. 24 In 2014 en 2020 is deze kaart geactualiseerd. 25 Volgens de meest actuele kaart geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting (afb. 3). Deze verwachting is toebedeeld aan de eenheid ‘ingesloten strandvlakte, met veen, mogelijk duin- en strandwalresten’.

Op de kaart ‘Archeologie waarden’ (kaart 1b) van de Cultuurhistorische Atlas (CHS, januari 2017) van Zuid-Holland 26 is een indeling in diepteklassen gemaakt op vijf verschillende niveaus: • maaiveld / oppervlak; • 0-3 meter onder maaiveld; • 3-5 meter onder maaiveld; • dieper dan 5 meter onder maaiveld; • basis van Holoceen afzettingen, ruim dieper dan 5 meter onder maaiveld. Het niveau ‘maaiveld / oppervlak’ is niet geclassificeerd. De daaronder gelegen niveaus ‘0-3 meter onder maaiveld’, ‘3-5 meter onder maaiveld’ en ‘dieper dan 5 meter onder maaiveld’ hebben een hoge verwachtingswaarde. Deze is toebedeeld aan respectievelijk oude zeeafzettingen met veen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren en/of Laagpakket van Wormer en Formatie 20

Wink 2015.

21

Ortageo West B.V. rapportnummer 216943/R01 19 mei 2022.

22

Alterra 2014.

23

Staring Centrum 1992.

24

Schute 2007.

25

Wink 2015.

26

https://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas

13

van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket) en duinen en strandzanden (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort). Op de Archeologische MonumentenKaart (AMK, 2014) 27 maakt het plangebied geen deel uit van archeologisch monument (afb. 12). Ook is het geen onderdeel van een rijksmonument. In het gedefinieerde onderzoeksgebied zijn dergelijke terreinen evenmin aanwezig. Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME versie 1.2) zijn in het onderzoeksgebied geen resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed aangegeven. 28 Vondst- en onderzoeksmeldingen Ten behoeve van archeologische informatie over het gebied is het Archeologisch informatiesysteem (Archis3) geraadpleegd. Hieruit blijkt dat binnen het gedefinieerde onderzoeksgebied (straal van 500 m rondom het plangebied) geen vondstmeldingen aanwezig zijn. Wel zijn enkele onderzoeksmeldingen geregistreerd. De resultaten van de onderzoeken worden in onderstaande alinea’s besproken (zie voor de ligging van de meldingsgebieden afb. 12). Het plangebied valt binnen de contour van een zeer groot onderzoeksmeldingsgebied. Het heeft betrekking op een bureauonderzoek dat is uitgevoerd naar aanleiding van het uitbaggeren van 38 watergangen in de Bollenstreek Noord. 29 De watergangen liggen alle (ver) buiten het onderzoeksgebied. De resultaten van het onderzoek worden daarom als niet relevant beschouwd.

Voor de Weerlaan naast nummer 20, circa 250 m ten noordoosten van het plangebied, is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden. 30 Dit werd gevolgd door een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Bij het booronderzoek is vastgesteld dat de ondergrond, beneden een diepte van 2,6 tot 2,8 m -mv (circa 3,6 tot 3,7 m -NAP), uit wadafzettingen (Laagpakket van Wormer van de Formatie van Naaldwijk) bestaat. Hierop ligt een pakket mineraalarm en zwak zandig veen (Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop), waarvan de top is verstoord door (sub)recente bodemingrepen en is afgedekt met een 0,6 tot 2,0 m dik pakket opgebracht zand. Vanwege de lage archeologische potentie van het intacte deel van het bodemprofiel en de waargenomen verstoringen werd geen aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk geacht. Voor de locatie Skicentrum Hillegom, circa 300 m ten noordoosten van het plangebied, is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden. 31 Dit werd gevolgd door een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek. Hierbij werd een met de Weerlaan vergelijkbare, deels verstoorde bodemopbouw aangetroffen. Aanvullend archeologisch onderzoek werd eveneens niet noodzakelijk geacht.

Voor de locatie Meerlaan, circa 350 m ten zuidoosten van het plangebied, is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden. 32 Dit werd gevolgd door een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Hierbij is vastgesteld dat de ondergrond uit veen bestaat met daarop in één boring een laag duinzand. De bovengrond wordt gevormd door een opgebracht puinhoudend zandpakket van minimaal 70 cm dikte. In twee boringen was het archeologisch niveau nog intact. Hier werd in geval van graafwerkzaamheden dieper dan 70 cm een archeologische begeleiding geadviseerd. In de overige drie boringen was het archeologisch niveau niet meer intact aanwezig en werd geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.

27

Sinds 2014 wordt de Archeologische Monumentenkaart niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel

Erfgoed. De huidige AMK moet daarom als een statisch bestand worden beschouwd. 28

https://www.ikme.nl

29

zaakidentificatie 2285515100 (Archis2 onderzoeksmelding 40.834), Van Dasselaar & Timmers 2010.

30

zaakidentificatie 4639554100, De León de Subías & Wilbers 2018.

31

Zaakidentificatie 2093164100 (Archis2 onderzoeksmeldingsnummer 8790), Schiltmans 2004.

32

zaakidentificatie 2157049100 (Archis2 onderzoeksmeldingsnummer 22693), Huisman 2008.

14

Voor de locatie Sportlaan 1, op circa 420 m ten zuidwesten van het plangebied, is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden. 33 Dit werd gevolgd door een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Uit de eerste bevindingen blijkt dat de ondergrond tot de maximale boordiepte van 4,6 m -mv (circa 4,6 m -NAP) uit veen te bestaan. Het veen wordt afgedekt door een zandpakket. In geen van de boringen werden archeologische indicatoren aangetroffen. Voor de locatie Weerlaan-Heemkerkslaan is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden. 34 Dit onderzoek is nog niet afgerond. 2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden Bewoningsgeschiedenis Op grond van de ontstaansgeschiedenis zijn in de Bollenstreek geen vondsten ouder dan het LaatNeolithicum te verwachten. 35 De enige vondst uit deze periode die op het grondgebied van de gemeente Hillegom is gedaan betreft een laatneolithische stenen bijl. De vondst is niet indicatief voor bewoning ter plaatse, maar toont wel aan dat het gebied door de mens bezocht werd. Uit daarop volgende perioden zoals de Bronstijd, de IJzertijd en de Romeinse tijd zijn slechts enkele vondsten bekend.

Hoewel uit de gemeente Hillegom geen enkele vroegmiddeleeuwse vondst geregistreerd is, wordt aangenomen dat in deze periode Hillegom werd gesticht, op het punt waar de Hillegommerbeek en de Herenweg kruiste, en zich in de 13e-14e eeuw tot een belangrijke regionale nederzetting ontwikkelde.

33

zaakidentificatie 5135670100.

34

zaakidentificatie 5135605100.

35

Wink 2015.

15

Oude kaarten De historische situatie is op verschillende kaarten als volgt: Bron

Jaartal

Historische situatie

Kaart van Rijnland door Floris Balthazar 36 Kadastrale minuut 37

1610 1818

Topografisch Militaire Kaart (TMK) 38

1839-1859

Bonnekaart 39 Bonnekaart Bonnekaart Bonnekaart Bonnekaart Bonnekaart Topografische kaart 40

1878 1900 1907 1916 1929 1937 1951

Topografische kaart Topografische kaart Topografische kaart Topografische kaart Topografische kaart Topografische kaart

1961 1969 1981 1988 1999 2007-2021

? perceel 46, 48, 49, 50 en 51 (alle gedeeltelijk): weiland; perceel 47 (gedeeltelijk): bouwland smalle, door sloten van elkaar gescheiden percelen in gebruik als weiland idem idem idem idem idem idem percelen samengevoegd, door sloten van elkaar gescheiden en in gebruik als weiland of bouwland woonwijk (huidige situatie) idem idem idem idem idem

Op de Kaart van Rijnland door Floris Balthazar uit 1610 is ten westen van het plangebied de Hillegommer Wech met de nederzetting Hillegom afgebeeld (afb. 13). Aan weerszijden van deze weg bevinden zich volgens de kaart verschillende erven. Het plangebied bevindt zich aan ‘de Venniper Laen’, die haaks op de Hillegommer Wech aansluit en richting de nog niet drooggemalen Haarlemmermeer loopt. Langs deze weg is geen bebouwing aangegeven. Mogelijk had het plangebied een agrarisch grondgebruik. Op de oudste kadasterkaart, het minuutplan van de gemeente Vennip (1818) 41, bevindt het plangebied zich in een onbebouwd gebied met de toponiem Venniper Polder dat is opgedeeld in smalle percelen (afb. 14). Het plangebied beslaat delen van een zestal percelen. In de bij het minuutplan behorende Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel (OAT) is het grondgebruik van betreffende percelen als ‘weiland’ of ‘bouwland’ geregistreerd. Uit het kaartbeeld van de Topografisch Militaire Kaart (TMK) 42 uit 1829-1859 en de Bonnekaarten van de 1878 tot en met 1937 43 is op te maken dat de situatie ten opzichte van het minuutplan grotendeels ongewijzigd blijft (afb. 15). Het plangebied is geheel in gebruik als weiland. Op de topografische kaart van 1951 44 zijn de percelen samengevoegd tot grotere percelen en is het landgebruik deels gewijzigd in bouwland.

36

https://www.erfgoedleiden.nl/

37

Kadaster 1818, https://hisgis.nl/kaartviewer/zuid-holland/

38

Wolters-Noordhoff Atlasprodukties 1990.

39

Bureau Militaire Verkenningen 1878, 1900, 1907, 1916, 1926, 1937.

40

https://www.topotijdreis.nl

41

Kadaster 1818.

42

Wolters-Noordhoff Atlasprodukties 1990.

43

Bureau Militaire Verkenningen 1878, 1900, 1907, 1916, 1926, 1937.

44

https://www.topotijdreis.nl

16

Op de topografische kaart van 1961 maakt het plangebied deel uit van een uitbreidingswijk van Hillegom en is de huidige bebouwing voor het eerst weergegeven. Op latere kaarten vinden in het plangebied geen zichtbare veranderingen plaats.

2.4

Gespecificeerde verwachting en conclusie

De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: Het plangebied is landschappelijk gezien onderdeel van een met veen overgroeide strandvlakte ten oosten van de meest oostelijke strandwal die van Bennebroek via Hillegom, Lisse en Sassenheim naar Warmond loopt. Op basis van profielen van boringen die in een vergelijkbare landschappelijke context tijdens archeologische onderzoeken ten noordoosten van het plangebied zijn uitgevoerd, gecombineerd met profielen van in het plangebied verrichte milieukundige boringen, kan worden afgeleid dat de diepere ondergrond uit kleiige wadafzettingen (Laagpakket van Wormer van de Formatie van Naaldwijk) bestaat. Op of in de top van deze afzettingen, die op 3,2 tot 3,6 m -mv (circa 3,9 tot 4,3 m -NAP) zijn aan te treffen, kunnen archeologische vindplaatsen uit het LaatNeolithicum aanwezig zijn. Omdat een waddenmilieu zich niet door een grote dichtheid aan sporen en vondsten kenmerkt, wordt de kans op het treffen van archeologische resten voor deze periode door middel van booronderzoek als laag ingeschaald. De wadafzettingen zijn overgroeid met een circa 1,5 tot 2,1 m dik veenpakket (Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop).

In of op het veen kunnen archeologische vindplaatsen uit het de Bronstijd, de IJzertijd en/of de Romeinse tijd aanwezig zijn. Sporen en vondsten komen in een veenmoeras echter niet in een grote dichtheid voor. Daarom geldt voor genoemde perioden eveneens een lage kans op het treffen van archeologische resten door middel van booronderzoek. Bovendien zal dit niveau hoogstwaarschijnlijk door latere bodemingrepen zijn verstoord of opgenomen in de bovengrond. De bovengrond bestaat waarschijnlijk uit een 1,4 tot 1,6 m dik volledig omgewerkt stuifzandpakket of (ten dele) opgebracht zandpakket. Hierin zijn geen intacte sporen en vondsten te verwachten. De beantwoording van de tweede onderzoeksvraag “Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?” is als volgt: Op grond van te verwachten archeologische resten in een strandvlakte dan wel veenmoeras is aan het plangebied een lage verwachting toegekend, vanwege de zeer geringe dichtheid waarin deze resten voorkomen. Op basis van deze landschapstypen moet voornamelijk rekening gehouden worden met complexen in de periferie van bewoningslocaties. Verwacht kunnen worden: akkersporen, verkaveling, depotvondsten, veenwegen, spiekers en afvallagen of -kuilen. In jongere perioden kunnen ook water gerelateerde vondsten verwacht worden als steigers, visgerei en boten.

Deze fenomenen zullen niet worden gevonden met een booronderzoek. Booronderzoek heeft in dit geval tot doel de intactheid van het bodemprofiel te plaatse vast te stellen. De aan de sloop en nieuwbouw gerelateerde bodemingrepen zullen behoudens het aanbrengen van funderingspalen in het omgewerkte of opgebrachte zandpakket plaatsvinden. In hoeverre dit het geval is dient naar oordeel van de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) te worden getoetst middels een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Dit onderzoek dient bij voorkeur plaats te vinden voor de sloop van de bestaande bebouwing.

17

3

Inventariserend Veldonderzoek 3.1

Plan van Aanpak

3.1.1 Inleiding Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting (par. 2.4). Het inventariserend veldonderzoek zal bestaan uit een verkennend booronderzoek. De werkwijze is gericht op het in kaart brengen van de bodemopbouw en het vaststellen van (grootschalige) verstoringen, waarbij tevens rekening is gehouden met de aard en diepte van de geplande ingrepen. Op 16 september 2022 is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld, waarin de werkwijze van het onderzoek is vastgelegd. Het PvA is ter beoordeling voorgelegd aan de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) en naar aanleiding van een opmerking 45 op de verdeling van de boringen (zo veel mogelijk ter plaatse van de toekomstige bouwblokken) aangepast.

Het verkennend booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: • Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? • Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? • Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? • Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? • Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? • In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? • In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? • Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? 3.1.2 Uitvoeringsplan veldwerkzaamheden Voor het beantwoorden van de in par.

3.1.1 genoemde onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksmethode toegepast: aantal boringen: boorgrid: diepte boringen: boormethode: bemonstering:

5 geen, zo mogelijk evenredig verdeeld over de toekomstige bouwblokken tot in de top van het Laagpakket van Wormer Edelmanboor met diameter 7 cm en gutsboor met diameter 3 cm (handmatig) versnijden en/of verbrokkelen

De lithologische en bodemkundige kenmerken van de boringen zijn beschreven conform respectievelijk NEN 5104 46 en het Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus 47 en vastgelegd middels het invoerprogramma Deborah. De X- en Y-coördinaten en maaiveldhoogtes zijn ingemeten met een RTK-DGPS met een nauwkeurigheid van 1 cm.

45

E-mail de heer M. van Nieuwkoop (Adviseur Milieukwaliteit Ruimtelijke Ordening, Milieu en Archeologie Omgevingsdienst

West-Holland) d.d. 28 september 2022. 46

Bosch 2005; Nederlands Normalisatie-Instituut 1989.

47

De Bakker et al. 1989.

18

Hoewel een verkennend booronderzoek niet als primair doel het opsporen van archeologische vindplaatsen en indicatoren heeft, zullen eventuele archeologische vondsten wel worden verzameld en (indien mogelijk) worden gedetermineerd.

3.2

Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)

3.2.1 Veldinspectie en uitvoering Plan van Aanpak (PvA)] Voorafgaand aan het inventariserend veldonderzoek op 5 oktober 2022 is een veldinspectie uitgevoerd. Daarbij zijn geen archeologisch relevante zaken waargenomen. De boringen zijn grotendeels in overeenstemming met het Plan van Aanpak (PvA) verricht. De boringen 2 en 5 waren oorspronkelijk in privétuinen gepland. Omdat deze met een poort waren afgesloten en de bewoners afwezig waren, zijn genoemde boringen verplaatst naar het aangrenzende plantsoen. 3.2.2 Lithologische en bodemkundige beschrijving De locatie van de boringen is weergeven in afb. 16. De boorgegevens worden gepresenteerd in bijlage 1. Bij het verkennend booronderzoek is vastgesteld dat de diepere ondergrond, beneden een diepte variërend van 300 tot 380 cm -mv (circa 3,75 tot 4,40 m -NAP), wordt gevormd door een pakket zwak siltige klei met een lichtgrijze kleur. Het sediment is bijna ongerijpt (slap) en wordt doorsneden door dunne zeer fijnkorrelige zandlagen. Verspreid komen rietresten voor. Behoudens de bovenste 30 à 35 cm die kalkloos is, is het overige onderzochte deel van het pakket kalkrijk. Het kleipakket gaat naar boven toe geleidelijk over in een 120 tot 175 cm dik onveraard veenpakket met een normale consistentie.

De basis van het pakket bestaat hoofdzakelijk uit sterk kleiig rietveen met een lichtbruine kleur, het overige deel uit mineraalarm zeggeveen met een bruine of donkerbruine kleur. Het veenpakket gaat in de boringen 1, 2 en 5 via een geleidelijke of scherpe grens op een diepte variërend van 165 tot 180 cm -mv (circa 2,05 tot 2,70 m -NAP) over in een 80 tot 125 cm dik pakket kalkrijk, matig humeus, zwak siltig zand met een donkergrijsbruine of donkerbruingrijze kleur. De korrels zijn goed gesorteerd en matig afgerond, mediaanklasse is matig fijn (105-150 µm). Verspreid in het pakket komen veenbrokken en brokken bouwzand voor. Verder zijn enkele fragmenten puin aangetroffen. In boring 3 is het beschreven zandpakket ook aangetroffen, maar is het slechts 35 cm dik en gaat het naar boven toe over in een 65 cm dik compact veenpakket. Het beschreven humushoudende zandpakket wordt in boring 1 afgedekt door een 50 cm dik pakket ophoogzand gevolgd door straatwerk. In de boring 2 en 5 wordt het humushoudende zandpakket afgedekt door een tweede humushoudend zandpakket van 80 tot 100 cm dikte. Het bevat veen- en kleibrokken en plastic. Dit laatste is een indicatie voor (sub)recente verstoringen of herkomst van het pakket waarin het materiaal zich bevindt. In boring 4 is geen onderscheid te maken tussen beide humushoudende zandpakketten.

In boring 3 bestaat de bovengrond uit een matig humeus, sterk grindhoudend zandpakket van 50 cm dikte, dat wordt afgedekt met een 10 cm dikke laag bouwzand gevolgd door straatwerk. 3.2.3 Interpretatie Het beschreven kleipakket wordt op grond van lithologische kenmerken en diepteligging als wad/kwelderafzettingen van het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk) geïnterpreteerd. Behalve enige ontkalking zijn in de top van de afzettingen geen sporen van bodemvorming vastgesteld. Hierdoor is het niet aannemelijk dat de afzettingen een bewoonbaar oppervlak hebben gevormd. De kans op het aantreffen van archeologische resten in of op deze afzettingen wordt daarom klein geacht. Het bovenliggende veenpakket betreft het Hollandveen Laagpakket (Formatie van Nieuwkoop). Vanwege het ontbreken van een veraarde top of laag wordt de kans op het aantreffen van archeologische resten in of op het veen eveneens klein geacht. Indien sprake is geweest van

19

bewoning op het veen, zullen eventuele sporen en vondsten door intensieve grondbewerking zijn vernietigd. De bovengrond bestaat uit verschillende zandpakketten. Het onderste pakket betreft een geheel of ten dele opgebracht zandpakket dat ten behoeve van landbouwkundig gebruik volledig is omgewerkt en verrijkt met humushoudend materiaal. Het bovenste zandpakket betreft een opgebracht zandpakket en hangt samen met de aanleg van de woonwijk in de jaren zestig van de vorige eeuw. In beide pakketten zijn geen archeologische resten in onverstoorde ligging te verwachten. In boring 3 is in de bovengrond een veenpakket aangetroffen. Dit betreft waarschijnlijk een opgebracht pakket. In geen van de boringen is een potentieel archeologisch niveau aangetroffen. Concluderend kan worden vastgesteld het verkennend booronderzoek leidt tot een lage archeologische verwachting voor het plangebied, op basis van het ontbreken van een vegetatieniveau in de top van de wad/kwelderafzettingen en de door moderne ingrepen verstoorde top van het veenpakket.

3.3

Conclusies

De in paragraaf 3.1.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord: •

Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Bij het verkennend booronderzoek is vastgesteld dat de diepere ondergrond, beneden een diepte van 300 tot 380 cm -mv (circa 3,75 tot 4,40 m -NAP), uit bijna ongerijpte kleiige wad-/kwelderafzettingen (Laagpakket van Wormer van de Formatie van Naaldwijk) bestaat. Deze afzettingen gaan naar boven toe geleidelijk over in een 120 tot 175 cm dik pakket onveraard riet- en zeggeveen. Hierop ligt een 80 tot 125 cm dik pakket humushoudend kalkrijk zand, dat samenhangt met intensief landbouwkundig gebruik in het verleden van de locatie. Dit pakket wordt op zijn beurt afgedekt door een ophogingspakket dat aan de aanleg van de woonwijk in de jaren zestig van de vorige eeuw is te relateren.

•

Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? De bovenste 165 tot 180 cm van het bodemprofiel bestaat uit (sub)recent opgebrachte of volledig omgewerkte pakketten. Hieronder is het profiel intact.

•

Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? In het plangebied zijn geen archeologisch relevante eenheden of lagen aanwezig.

•

Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? niet van toepassing

•

Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? In het plangebied zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? niet van toepassing Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? niet van toepassing Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? niet van toepassing

20

•

In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? Er geldt een lage verwachting voor archeologische resten uit alle perioden.

•

In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Er is geen sprake van een bedreiging van (mogelijk aanwezige) archeologische waarden.

•

Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Het plangebied wordt als voldoende onderzocht beschouwd.

21

4

Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Hillegom. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

22

Literatuur Alterra, 2008: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Alterra, 2014: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Bakker, H. de, J. Schelling, D.J. Brus & C. van Wallenburg, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland : de hogere niveaus. Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport NITG 05-043-A). Brandenburgh, C.R., 2020: Graven in archieven. Een niet-gravend verstoringenonderzoek in de bollengemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen. Rapport Erfgoed Leiden en omstreken. Leiden. Bureau Militaire Verkenningen, 1878, 1900, 1907, 1916, 1929 & 1937: Hillegom, blad 364, 1:25.000. Dasselaar, M. van, & A. Timmers, 2010: Archeologisch onderzoek aan 38 uit te baggeren watergangen in de Bollenstreek Noord (gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijkerhout en Noordwijk). Bureauonderzoek. ArcheoMedia Rapport A10-040-F. Capelle aan den IJssel. Huisman, J.J., 2008: Meerlaan, Hillegom, gemeente Hillegom: inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Becker & Van de Graaf rapport. Katwijk. Kadaster, 1818: Kadastrale kaart 1818: minuutplan De Vennip, Zuid Holland, sectie A blad 01 (MIN08209A01). León Subías, D. de, & A.W.E. Wilbers, 2018: Weerlaan naast 20, Hillegom. Gemeente Hillegom.

Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. IDDS Archeologie rapport 2176. Noordwijk. Meer, K. van der, 1950: Bodemkaart van de Bloembollenstreek. Wageningen. Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft. Ortageo West B.V., 2022: Verkennend bodemonderzoek Graaf Janlaan in Hillegom. Ortageo West B.V. rapportnummer 216943/R01. Oud-Beijerland. Schiltmans, D.E.A., 2004: Plangebied Skicentrum Hillegom, gemeente Hillegom; een inventariserend veldonderzoek. RAAP-notitie 695. Amsterdam. Schute, I.A., 2007: Naar een realistische en duurzame omgang met het archeologisch erfgoed in de gemeente Hillegom; Deel I: Nota Archeologie Gemeente Hillegom; Deel II: Archeologische beleidskaart van de gemeente Hillegom. RAAP-rapport 1459. Weesp. SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Gouda. Staring Centrum, 1991: Bodemkaart van Nederland 1:50.000 Blad 24 Oost (gedeeltelijk) Zandvoort en 25 West Amsterdam. Wageningen. Stouthamer, E., K.M. Cohen & W.Z. Hoek, 2015: De vorming van het land. Geologie en geomorfologie. Utrecht. TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. Vos, G.A., 1992: Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Toelichting bij kaartblad 24 en 25 West Zandvoort - Amsterdam. Wageningen. Vos, P., J. Bazelmans, H. Weerts & .M.

van der Meulen, 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam. Wink, K., 2015: Archeologische verwachtings(waarden)kaart en beleidskaart gemeenten Katwijk, Noordwijk, Noordwijkerhout, Lisse, Teylingen en Hillegom. RAAP-rapport 2852. Weesp. Wolters-Noordhoff, Atlasprodukties, 1990: Grote Historische Atlas van Nederland, deel 1 WestNederland 1839-1859. Groningen. Zee, R.M. van der, 2022: Graaf Janlaan fase 2, Hillegom, gemeente Hillegom. Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC Rapport 5782. Amersfoort.

23

Geraadpleegde websites https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://hisgis.nl/kaartviewer/zuid-holland/ https://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen https://www.erfgoedleiden.nl/ https://www.ikme.nl https://www.kadaster.nl/ https://www.topotijdreis.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/

24

Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Detailkaart van het plangebied Afb. 3 Plangebied op een uitsnede van de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Hillegom (naar Brandenburgh 2020) Afb. 4 Plangebied geprojecteerd op een recente luchtfoto Afb. 5 Bouwtekening van de bestaande bebouwing Afb. 6 Foto van het plangebied genomen in noordoostelijke richting Afb. 7 Inrichtingsplan (onderhavig plangebied betreft het met een rode lijn omkaderde gebied) Afb. 8 Detailopname van de fundering Afb. 9 Plangebied op een uitsnede van de Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50.000 (naar Alterra 2008) Afb. 10 Plangebied op een uitsnede van de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (naar Alterra 2014) Afb. 11 Paleogeografische kaarten van de periode Laat-Paleolithicum – Nieuwe tijd (naar Vos et al. 2018) Afb. 12 Plangebied op een kaart met vondst- en onderzoeksmeldingen (Archis3) Afb. 13 Globale ligging van het plangebied op een uitsnede van de Kaart van Rijnland door Floris Balthazar (1610) Afb. 14 Plangebied op een uitsnede van het minuutplan van de gemeente De Vennip (1818) Afb. 15 Plangebied op uitsneden van Bonnekaarten en topografische kaarten uit de 19e en 20e/21e eeuw Afb. 16 Boorpuntenkaart Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden.

25

Afb. 1 Locatie van het plangebied

26

Afb. 2 Detailkaart van het plangebied

27

Afb. 3 Plangebied op een uitsnede van de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Hillegom (naar Brandenburgh 2020)

28

Afb. 4 Plangebied geprojecteerd op een recente luchtfoto

29

Afb. 5 Bouwtekening van de bestaande bebouwing

30

Afb. 6 Foto van het plangebied genomen in noordoostelijke richting

31

Afb. 7 Inrichtingsplan (onderhavig plangebied betreft het met een rode lijn omkaderde gebied)

Afb. 8 Detailopname van de fundering

32

Afb. 9 Plangebied op een uitsnede van de Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50.000 (naar Alterra 2008)

33

Afb. 10 Plangebied op een uitsnede van de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (naar Alterra 2014)

34

Afb. 11 Paleogeografische kaarten van de periode Laat-Paleolithicum – Nieuwe tijd (naar Vos et al. 2018)

35

Afb. 12 Plangebied op een kaart met vondst- en onderzoeksmeldingen (Archis3)

36

Afb. 13 Globale ligging van het plangebied op een uitsnede van de Kaart van Rijnland door Floris Balthazar (1610) 48

48

https://www.erfgoedleiden.nl/

37

Afb. 14 Plangebied op een uitsnede van het minuutplan van de gemeente De Vennip (1818)

38

Afb. 15 Plangebied op uitsneden van Bonnekaarten en topografische kaarten uit de 19e en 20e/21e eeuw

39

Afb. 16 Boorpuntenkaart

bijlage 1 boorgegevens

Boring: 000536_1 Kop algemeen: Projectcode: 000536, Boornummer: 1, Beschrijver(s): RZGE, Datum: 05-10-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 400 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 100476, Y-coördinaat in meters: 478479, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: -0.83, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Hillegom, Opdrachtgever: LBP Sight, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / -0.83 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 7, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd 7 / -0.90 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 7, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 55, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Schelpresten: schelp (onbepaald)-fragment-weinig (1-10%), Kalkgehalte: kalkrijk Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: ophoogzand 55 / -1.38 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 55, Aard

bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 180, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Schelpresten: schelp (marien)compleet-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Brokken en vlekken: veenbrokken Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 180 / -2.63 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 180, Ondergrens laag in cm: 270, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: zeggeveen 270 / -3.53 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 270, Ondergrens laag in cm: 355, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: rietveen 355 / -4.38 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 355, Ondergrens laag in cm: 400, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak siltig, Consistentie: zeer slap, Kalkgehalte: kalkloos Einde boring 400 / -4.83

1 bron: 000536 graafjanlaan.geojson - 21-10-2022 17:48:18

bijlage 1 boorgegevens

Boring: 000536_2 Kop algemeen: Projectcode: 000536, Boornummer: 2, Beschrijver(s): RZGE, Datum: 05-10-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 400 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 100495, Y-coördinaat in meters: 478500, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: -0.28, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Hillegom, Opdrachtgever: LBP Sight, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / -0.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 80, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Plantenresten: wortels-weinig (1-10%), Kalkgehalte: kalkrijk Bodem: Brokken en vlekken: veen- en kleibrokken 80 / -1.08 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 175, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn,

Kalkgehalte: kalkrijk Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: brokken bouwzand 175 / -2.03 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 175, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 300, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: zeggeveen, Consistentie: normaal, Kalkgehalte: kalkloos 300 / -3.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 300, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 345, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: donker-geel-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: rietveen, Consistentie: normaal, Kalkgehalte: kalkloos 345 / -3.73 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 345, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 380, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak siltig, Consistentie: slap, Plantenresten: riet-weinig (1-10%), Kalkgehalte: kalkloos 380 / -4.08 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 380, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 400, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak siltig,

Consistentie: slap, Plantenresten: resten (onbepaald)-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk Einde boring 400 / -4.28

2 bron: 000536 graafjanlaan.geojson - 21-10-2022 17:48:18

bijlage 1 boorgegevens

Boring: 000536_3 Kop algemeen: Projectcode: 000536, Boornummer: 3, Beschrijver(s): RZGE, Datum: 05-10-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 350 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 100518, Y-coördinaat in meters: 478522, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: -0.74, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Hillegom, Opdrachtgever: LBP Sight, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / -0.74 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 4, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Laag opmerking: Opmerking: tegel 4 / -0.78 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 4, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 15, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk 15 / -0.89 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 15, Ondergrens laag in cm: 65, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1730/documents/22710