1.3 Notitie externe veiligheid.pdf
Tekst van het document
RAPPORT Notitie externe veiligheid Weeresteinstraat 164 te Hillegom
Opdrachtgever:
Scholz Groep T.a.v. de heer B. Rootinck Ampèrestraat 11 1976 BE IJmuiden
Rapportnummer:
2490929
Datum rapport:
18 april 2024
Rapport opgesteld door
Paraaf
Dhr. S.C. Taal
Rapport gecontroleerd door Dhr. M. den Haan, MSc
Datum verzending 18 april 2024
Paraaf
Datum controle 18 april 2024
Postbus 1105, 2302 BC Leiden Gerrit van der Veenstraat 75, 2321 CD Leiden Telefoon 071 - 581 55 55 Internet: www.adverbo.nl E-mail: info@adverbo.nl Milieu adviesbureau Adverbo is de handelsnaam van AA milieu- en adviesbureau B.V. NL69 RABO 0180 7410 47 K.v.K. nr. 60616180 BTW nr. NL 8539.84.840.B.01 Omgevingsvergunning - Bodemonderzoek - Bodemsanering - Ecologisch onderzoek - Asbestonderzoek Op al onze leveringen zijn van toepassing de algemene voorwaarden van de DNR11
1.
SAMENVATTING
Scholz Groep heeft Milieu adviesbureau Adverbo opdracht gegeven voor het uitvoeren van een notitie externe veiligheid ter plaatse van de Weeresteinstraat 164 te Hillegom.
Figuur 1: Locatie Weeresteinstraat 164, te ontwikkelen gebied aangegeven in rood.
Aanleiding en doel De aanleiding voor het onderzoek zijn de voorgenomen herontwikkeling op locatie naar meerdere woonpercelen, welke conform bijlage VI Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) worden gezien als kwetsbare gebouwen. Het doel van de notitie externe veiligheid is het beoordelen van een tweetal risicomaten: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, waarbij word beoogd om een minimaal beschermingsniveau voor ieder individu te realiseren en de kans op het overlijden van groepen mensen voldoende te beperken. Reikwijdte en geschiktheid onderzoek De notitie externe veiligheid is uitgevoerd op basis van de externe veiligheidseisen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving. Aandachtsgebieden van stationaire risicobronnen worden op 1.500 meter afgekapt ten behoeve van ruimtelijke plannen. Daarom zijn stationaire risicobronnen binnen 1.500 meter van het plangebied geïnventariseerd en uiteengezet. Aandachtsgebieden van transportroutes worden op 3001 meter afgekapt ten behoeve van de ontwikkeling van ruimtelijke plannen. Op het moment dat deze notitie is opgesteld is officieel nog geen gifwolkaandachtsgebied voor transportroutes bepaald. In de brief van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 2 is beschreven dat men voornemens is om dit gifwolkaandachtsgebied op 300 meter te begrenzen.
1 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat – Aanpassing berekeningswijze aandachtsgebieden – 17 juli 2023
Externe Veiligheid Weeresteinstraat 164 te Hillegom Projectnummer 2490929-NEV Pagina 2 van 4
Uitgevoerde werkzaamheden De notitie externe veiligheid is maart en april 2024 uitgevoerd door het daartoe gecertificeerde bureau Oostkracht10. Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik van maakt van de Atlas Leefomgeving en de Signaleringskaart Externe Veiligheid 2. Navolgende afbeelding geeft een uitsnede van de Signaleringskaart Externe Veiligheid waarop het plangebied ten opzichte van risicobronnen in de omgeving is weergegeven. Binnen 1.500, respectievelijk 300 meter van het plangebied zijn geen relevante risicobronnen gelegen.
Figuur 1: Globale ligging plangebied t.o.v. risicobronnen
Conclusie en aanbevelingen Uit de inventarisatie van de risicobronnen is duidelijk geworden dat er geen relevante risicobronnen zijn voor deze ontwikkeling, dermate is verdere toetsing niet nodig. Doordat sprake is van voldoende afstand tot risico’s in de omgeving wordt voldaan aan de grens- en standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico en is verantwoording van het groepsrisico niet nodig. Kortom, het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
2 Geraadpleegd op 14 maart 2024
Externe Veiligheid Weeresteinstraat 164 te Hillegom Projectnummer 2490929-NEV Pagina 3 van 4
Bijlage 1 Rapport notitie externe veiligheid
Externe Veiligheid Weeresteinstraat 164 te Hillegom Projectnummer 2490929-NEV Pagina 4 van 4
Notitie externe veiligheid Weeresteinstraat 164, Hillegom
Datum: Projectnummer : Opdrachtgever: Auteur(s):
18 april 2024 2024-054 Adverbo Merijn || Oostkracht10
Notitie externe veiligheid Weeresteinstraat 164, Hillegom Datum: Opdrachtgever: Auteurs: Gecontroleerd door: Projectnummer: Kenmerk:
18 april 2024 Adverbo Merijn || Oostkracht10 Tom || Oostkracht10 2024-054 2024-054
Revisies Revisie
Datum
Auteurs
Documentbeschrijving
1
5 april 2024
Merijn Moes
Conceptversie notitie externe veiligheid
2
18 april 2024
Merijn Moes
Definitieve versie notitie externe veiligheid
© Copyright Oostkracht10 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze ook zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever.
Rapport: Notitie externe veiligheid
1 van 10
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
1.1
Leeswijzer
3
2
Toetsingskader externe veiligheid
4
2.1
Externe veiligheidsbeleid
4
2.2
Plaatsgebonden risico
4
2.3
Groepsrisico
4
2.4
Mogelijkheden voor zelfredzaamheid en hulpverlening
5
2.5
Gemeentelijk beleid externe veiligheid
5
3
Inventarisatie risicobronnen
6
3.1
Plangebied
6
3.2
Risicobronnen in de omgeving
6
3.2.1
Stationaire risicobronnen
7
3.2.2
Mobiele risicobronnen en buisleidingen
7
3.3
Conclusie
7
4
Conclusie
8
Rapport: Notitie externe veiligheid
2 van 10
1 Inleiding Aan de Weeresteinstraat 164 te Hillegom is Scholz Groep voornemens om 55 nieuwe woningen te realiseren. Op deze locatie zijn momenteel nog verschillende bedrijfshallen aanwezig. Woningen zijn kwetsbare gebouwen conform bijlage VI het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). In de volgende figuur is de ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving weergegeven. Voor het initiatief zal een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden aangevraagd.
Figuur 1: Globale ligging ontwikkeling
Gezien de ligging van het plangebied is externe veiligheid een relevant milieuaspect dat beoordeeld dient te worden als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Onderhavig rapport kan dienen als input voor de paragraaf externe veiligheid in de ruimtelijke onderbouwing bij die aanvraag.
1.1
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 het toetsingskader voor externe veiligheid beschreven. Vervolgens worden de relevante risicobronnen geïnventariseerd. De uitwerking van deze inventarisatie wordt gegeven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 is de conclusie beschreven.
Rapport: Notitie externe veiligheid
3 van 10
2 Toetsingskader externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens en windturbines geven vallen onder externe veiligheid. Gevaarlijke stoffen zijn bijvoorbeeld vuurwerk, lpg of munitie. Het vervoer van die stoffen kan over weg, water en spoor of door buisleidingen gaan. Hoofdstuk 5 van het Bkl beschrijft de regels voor externe veiligheid die in acht moeten worden genomen bij het opstellen van een omgevingsplan. Conform artikel 8.0b van datzelfde besluit zijn op een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dezelfde regels voor externe veiligheid van toepassing als op een omgevingsplan. In dit hoofdstuk worden deze regels, op hoofdlijnen, beschreven.
2.1
Externe veiligheidsbeleid
Externe veiligheid kent een landelijk beleidskader. In het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn externe veiligheidseisen opgenomen. Conform deze eisen dienen bij de beoordeling van de externe veiligheid een tweetal risicomaten te worden toegepast: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Door de toepassing van deze risicomaten wordt beoogd om (1) een minimaal beschermingsniveau voor ieder individu te realiseren en (2) de kans op het overlijden van groepen van mensen voldoende te beperken. Dit kan door afstand aan te houden tussen risicobronnen en risico-ontvangers of door het treffen van maatregelen. Onderstaand worden de risicomaten en het beleid verder toegelicht.
2.2 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is het risico op een plaats nabij een risicobron uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Door plaatsen met dezelfde kans op overlijden met elkaar te verbinden ontstaat een contour: de plaatsgebonden risicocontour. Deze contouren worden getoond op Kaarten zoals op de Atlas leefomgeving en worden gebruikt bij de inpassing van gebouwen en locaties in de omgeving. Nieuw te ontwikkelen gebouwen en locaties worden, op basis van hun kwetsbaarheid, getoetst aan de PR 106 risicocontour. Voor kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen geldt deze risicocontour als grenswaarde. Deze gebouwen en locaties zijn binnen deze contour niet toegestaan. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties1 geldt deze risicocontour een standaardwaarde. Deze gebouwen en locaties zijn in principe niet toegestaan binnen deze contour, tenzij daarvoor zwaarwegende argumenten zijn. Het bevoegd gezag moet dit besluit dan motiveren.
2.3 Groepsrisico De gemeente moet conform artikel 5.15 lid 1 van het Bkl in het omgevingsplan binnen de aandachtsgebieden2 rekening houden met het groepsrisico, oftewel met de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met gevaarlijke stoffen. Wat wordt bedoeld met “rekening houden met” staat in artikel 5.15 lid 2 van het Bkl. Op grond van artikel 5.15 lid 2 onder a van het Bkl houdt de gemeente voldoende rekening met het groepsrisico indien zij geen nieuwe (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen of locaties toestaat in een
1
Kwetsbare gebouwen en locaties zijn onder andere woningen, kantoorgebouwen en hotels (> 1500 m2). Onder beperkt kwetsbare gebouwen en locaties valt onder andere verspreid liggende woningen (2/ha) dienst- en bedrijfswoningen, kantoorgebouwen (< 1500 m2), hotels en restaurants (< 1500 m2). Een gebouw is 'zeer kwetsbaar' als het een gebouw is voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Het gaat om de volgende gebouwen. Dit zijn onder andere ziekenhuizen, kinderopvang en verzorgingshuizen. 2 Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Dat betekent dat zich binnen dat gebied bij een ongeval met gevaarlijke stoffen levensbedreigende gevaren voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Ook al is de kans daarop klein. Het aandachtsgebied vormt een instrument om het gesprek over veiligheid en bescherming door het treffen van maatregelen te starten. Er is een onderscheid tussen drie typen aandachtsgebieden: brandaandachtsgebieden, explosieaandachtsgebieden en gifwolkaandachtsgebieden.
Rapport: Notitie externe veiligheid
4 van 10
aandachtsgebied. Dit heeft van veiligheidsoogpunt altijd de voorkeur boven het toestaan van gebouwen of locaties binnen het aandachtsgebied. Afstand tot de risicobron is de meest effectieve externe veiligheidsmaatregel. Indien de gemeente besluit om toch gebouwen of locaties toe te staan in een aandachtsgebieden dan dient zij dit besluit te motiveren door aanvullende maatregelen ter bescherming van personen in die gebouwen of op die locaties te overwegen of door het aantal aanwezige personen of de aanwezigheidsduur van die personen te beperken. Dit staat in artikel 5.15 lid 2 onder b van het Bkl. Indien de gemeente kiest voor het treffen van maatregelen kunnen dit zowel maatregelen aan het betreffende gebouw 3 zijn alsook omgevingsmaatregelen. In het betreffende artikel wordt niet gespecificeerd wanneer voldoende maatregelen zijn getroffen of wanneer het aantal of de aanwezigheidsduur van personen voldoende is beperkt. Dit is ter verantwoording aan de gemeente: de groepsrisicoverantwoording. Voorschriftengebied Wanneer het noodzakelijk is dat bouwkundige maatregelen nodig zijn voor de afweging van het groepsrisico kan dit door een voorschriftengebied aan te wijzen in het omgevingsplan. Daarmee worden voor die locaties bouwkundige maatregelen tegen een brand en/of explosie verplicht gesteld voor nieuwbouw. Dit is geregeld in artikel 5.14 van het Bkl.
Voor een brand zijn er verplichtingen over de brandwerendheid van de uitwendige scheidingsconstructie van het gebouw en de brandklasse van de gevel en vloeren. Voor een explosie is er maar één maatregel. Deze stelt dat beglazing zodanig uitgevoerd moet worden dat bij een explosie letsel door scherfwerking wordt voorkomen. Deze aanvullende bouweisen staan in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor locaties waar zeer kwetsbare gebouwen binnen een brand,- en/of explosieaandachtsgebied zijn toegestaan, is het aanwijzen van een brand,- en/of explosievoorschriftengebied verplicht. Ook voor transportroutes (weg en spoor) die een plasbrandaandachtsgebied hebben onder het Besluit externe veiligheid transportroutes geldt een brandvoorschriftengebied. Tevens kunnen voor een gifwolkaandachtsgebied geen algemeen toepasbare en effectieve extra bouwmaatregelen genomen worden.
2.4 Mogelijkheden voor zelfredzaamheid en hulpverlening Tot slot dient – behalve een beoordeling van het plaatsgebonden risico en groepsrisico – in te worden gegaan op mogelijkheden voor zelfredzaamheid en hulpverlening bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit volgt uit artikel 5.2 van het Bkl. Voor dit onderdeel is het gebruikelijk de Veiligheidsregio om advies te vragen.
2.5 Gemeentelijk beleid externe veiligheid De gemeente Hillegom heeft geen eigen beleid externe veiligheid. Wel is een Bestuurlijk kader externe veiligheid Holland Rijnland vastgesteld in 2014. De gemeente Hillegom is hiervan onderdeel. In dit kader wordt beschreven welke keuzes mogelijk zijn wat betreft externe veiligheid en in welke situatie welk type groepsrisicoverantwoording wordt gevraagd. Dit beleid is op het moment van schrijven tien jaar oud, maar wordt desondanks waar nodig gebruikt bij de beoordeling van de voorliggende ontwikkeling.
3
Maatregelen aan het gebouw schrijft de gemeente voor door het aanwijzen van het aandachtsgebied als een voorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14 van het Bkl. In dat geval gelden bij nieuwbouw in dat voorschriftengebieden de bouweisen die staan in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Rapport: Notitie externe veiligheid
5 van 10
3 Inventarisatie risicobronnen In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de relevante risicobronnen in de omgeving van het plan. Verder wordt getoetst aan de eisen uit de wet- en regelgeving.
3.1
Plangebied
Het initiatief draait om het toevoegen van 55 woningen aan de bestaande omgeving. Conform het Bkl, bijlage VI gaat het hier over kwetsbare gebouwen. De personen in die gebouwen lopen het risico om slachtoffer te worden van ongevallen met gevaarlijke stoffen in de omgeving. Het plan maakt zelf geen risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen mogelijk.
3.2 Risicobronnen in de omgeving Aandachtsgebieden van stationaire risicobronnen worden op 1.500 meter afgekapt ten behoeve van ruimtelijke plannen. Daarom zijn stationaire risicobronnen binnen 1.500 meter van het plangebied geïnventariseerd en uiteengezet. Aandachtsgebieden van transportroutes worden op 3004 meter afgekapt ten behoeve van de ontwikkeling van ruimtelijke plannen. Op het moment dat deze notitie is opgesteld is officieel nog geen gifwolkaandachtsgebied voor transportroutes bepaald. In de brief van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat4 is beschreven dat men voornemens is om dit gifwolkaandachtsgebied op 300 meter te begrenzen. Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik van maakt van de Atlas Leefomgeving en de Signaleringskaart Externe Veiligheid5. Navolgende afbeelding geeft een uitsnede van de Signaleringskaart Externe Veiligheid waarop het plangebied ten opzichte van risicobronnen in de omgeving is weergegeven.
Figuur 2: Globale ligging plangebied t.o.v. risicobronnen
4
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat – Aanpassing berekeningswijze aandachtsgebieden – 17 juli 2023
5
Geraadpleegd op 14 maart 2024
Rapport: Notitie externe veiligheid
6 van 10
3.2.1 Stationaire risicobronnen Binnen 1.500 meter van het plangebied zijn de volgende stationaire risicobronnen gelegen
NWL Netherlands Production BV: Op ongeveer 260 meter ten oosten van het plangebied bevindt zich NWL Netherlands Production BV. Op deze locatie zijn een opslagplaats voor verpakte gevaarlijke stoffen (bijlage VII Bkl, categorie B3) en een opslagtank gelegen. De opslagplaats voor verpakte gevaarlijke stoffen kent alleen een PR10-6 contour (van 20 meter conform de EV-signaleringskaart) en geen aandachtsgebieden. De PR10-6 contour van de opslagtank is eveneens 20 meter en ook hiervoor gelden geen aandachtsgebieden. Gelet op de afstand tussen de risicobron en het plangebied wordt geconcludeerd dat deze risicobron niet relevant is vanuit externe veiligheid. Draka Interfoam BV: Op ongeveer 1.400 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich Draka Interfoam BV. Dit is conform de werkingssfeer van het Bal aangemerkt als Seveso-inrichting (bijlage VII Bkl, categorie E6). Volgens informatie6 van de Omgevingsdienst West-Holland moet voor deze inrichting het aandachtsgebied nog worden berekend, maar zal dit niet dusdanig groot zijn dat dit tot het plangebied reikt. Hiermee is deze risicobron niet relevant vanuit externe veiligheid. Binnen 1.500 meter van het plangebied bevinden zich verschillende andere stationaire risicobronnen, zoals een aantal propaantanks. Hiervoor geldt dat deze risicobronnen dusdanig kleine PR10-6 contouren,
veiligheidsafstanden en/of aandachtsgebieden kennen dat deze niet relevant zijn vanuit externe veiligheid.
3.2.2 Mobiele risicobronnen en buisleidingen In de nabijheid van het plangebied zijn de volgende mobiele risicobronnen gelegen: Lokale transportroutes gevaarlijke stoffen; Uit een uitgevoerde inventarisatie (t.b.v. het opstellen van het bestemmingsplan Hillegom Centrum, 23-01-2014 NL.IMRO.0534.BPCentrum-VA01) is gebleken dat over de provinciale weg N208 vervoer van gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N208 bestaat voornamelijk uit lokaal bestemmingsverkeer. Doorgaand vervoer van gevaarlijke stoffen vindt niet over de N208 plaats. Binnen de gemeente Hillegom is het aantal locaties waar gevaarlijke stoffen worden gebruikt beperkt. Een van de locaties waar dit wel plaatsvindt is het hierboven genoemde Draka Interfoam BV. Deze Seveso-inrichting ligt echter aan de zuidzijde van Hillegom en dus is het aannemelijk dat een aanzienlijk deel van de gevaarlijke stoffen voor deze inrichting via de zuidzijde van Hillegom worden aangevoerd en niet via de noordzijde, waar het plangebied is gelegen. Dit leidt tot de conclusie dat het aantal transporten van gevaarlijke stoffen dat langs het plangebied komt (zeer) beperkt is. Daarnaast zijn lokale transportroutes conform het Bkl niet aangewezen als risicobron in het kader van externe veiligheid en gelden dus ook geen aandachtsgebieden.
Ook is de N208 niet aangewezen als lokale transportroute voor gevaarlijke stoffen conform gemeentelijk of provinciaal beleid. Aan de hand van bovenstaande redenatie kan worden gesteld dat de N208 geen relevante risicobron is. Deze redenatie is per mail ook voorgelegd aan de omgevingsdienst7. Zij stemden in met deze redenatie. Er bevinden zich binnen 300 meter van het plangebied geen andere mobiele risicobronnen en/of buisleidingen.
3.3 Conclusie Binnen 1.500, respectievelijk 300 meter van het plangebied zijn geen relevante risicobronnen gelegen. 6 Telefonisch contact geweest op 19-03-2024 met de Omgevingsdienst West-Holland over gemeentelijk beleid, relevante risicobronnen en lokale transportroutes 7 Mailcontact geweest op 25-03-2025 met de Omgevingsdienst West-Holland over de relevantie van de N208. Zie bijlage 1 voor de mailcorrespondentie.
Rapport: Notitie externe veiligheid
7 van 10
4 Conclusie Aangezien uit de inventarisatie van de risicobronnen duidelijk is geworden dat er geen relevante risicobronnen zijn voor deze ontwikkeling is verdere toetsing niet nodig. Doordat sprake is van voldoende afstand tot risico’s in de omgeving wordt voldaan aan de grens- en standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico en is verantwoording van het groepsrisico niet nodig. Kortom, het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Rapport: Notitie externe veiligheid
8 van 10
Bijlage 1 – Mailcorrespondentie met ODWH
Rapport: Notitie externe veiligheid
9 van 10
milieu & veiligheid Oostkracht10 BV Leeuwenburg 115 7411 TH Deventer CIC, Stationsplein 45 A4.004 3013 AK, Rotterdam Bedrijvenpark Twente 305 7602 KL, Almelo
Rapport: Notitie externe veiligheid
oostkracht10.nl
10 van 10