CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

03. VRHM Regionaal Risicoprofiel 2027-2030 (hoofddocument)

Gemeenteraad 24 september 2026, gemeente HillegomBij agendapunt: 15: Concept-Regionaal Risicoprofiel (RRP) 2027-2030 VRHM, wensen en bedenkingen13.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

3 alinea's met “schiphol”: 18 20 77

(Concept) Regionaal Risicoprofiel 2027-2030

Natuur en Klimaat Overstroming Natuurbranden Aardbevingen Plagen en dierziekten Extreme hitte Extreme droogte Extreme wind Extreme neerslag Extreme kou, sneeuw of ijzel Milieu Incident met gevaarlijke stoffen Continuïteit vitale voorzieningen Verstoring gasvoorziening Verstoring elektriciteitsvoorziening Verstoring drinkwatervoorziening Verstoring rioolwater- en afvalwaterzuivering Verstoring telecommunicatie en ICT Verstoring afvalverwerking Verstoring voedselvoorziening Gebouwde omgeving Complexe incident Instorting Mobiliteit en Infrastructuur Luchtvaartincident Incident op of onder water Wegvervoerincident Spoorvervoerincident Gezondheid Bedreiging volksgezondheid Publieke veiligheid Verstoring openbare orde Extreem geweld Militair conflict Datum: 15 april 2026 Auteurs: Afdeling Risicoduiding Veiligheidsregio Hollands Midden 2

Bestuurlijke samenvatting Inleiding Het Regionaal Risicoprofiel (RRP) 2027–2030 geeft een actueel en integraal beeld van de belangrijkste veiligheidsrisico’s in Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM). Het document vormt de basis voor strategisch beleid, prioritering van (multidisciplinaire) voorbereiding en een gezamenlijke aanpak van risico- en crisisbeheersing. Het risicoprofiel is opgesteld via een landelijke methodiek. Daarbij is gebruikgemaakt van landelijke richtlijnen, actuele data, scenarioanalyse en regionale kennis. Het resultaat is een breed gedragen en opnieuw uitvoerbaar en controleerbaar risicobeeld. Het risicoprofiel is een momentopname, waarbij tijd en ervaringen invloed hebben op het verloop van perceptie. Dit profiel is opgesteld met gemeenten, hulpdiensten, kennispartners en vitale organisaties. Belangrijkste trends en ontwikkelingen De maatschappij is voortdurend in beweging. In dit risicoprofiel worden daarom vijf maatschappelijke ontwikkelingen geïdentificeerd: ecologische ontwikkelingen, geopolitieke ontwikkelingen, sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen, technologische ontwikkelingen en economische ontwikkelingen. Binnen deze vijf ontwikkelingen worden relevante aanjagers benoemd en geduid. Aanjagers zijn trends in de samenleving die de aard, waarschijnlijkheid en impact van potentiële veiligheidsrisico’s versterken.

Door deze aanjagers te analyseren, kunnen veiligheidsregio’s beter inschatten welke incidenten zich kunnen voordoen, wat de mogelijke gevolgen zijn en hoe zij zich daar het beste op kunnen voorbereiden. Mobiliteit en Infrastructuur Natuur en Klimaat Milieu Continuïteit vitale voorzieningen Publieke veiligheid Gebouwde omgeving Gezondheid Technologische ontwikkelingenEconomische ontwikkelingen Geopolitieke ontwikkelingen Demografische veranderingenEnergietransitieMaatschappelijke onrustVerdichtingKlimaatverandering Bestuurlijke samenvatting 3

Risicobeeld per thema In het Regionaal Risicoprofiel zijn 27 crisistypen geïdentificeerd voor VRHM, verdeeld over zeven hoofdthema’s: Natuur en Klimaat, Milieu, Continuïteit vitale voorzieningen, Gebouwde omgeving, Mobiliteit en Infrastructuur, Gezondheid en Publieke Veiligheid. De herziening van het risicoprofiel laat zien dat een groot deel van de eerder opgenomen crisistypen nog steeds relevant zijn. Tegelijkertijd zijn er maatschappelijke en mondiale ontwikkelingen die het risicobeeld beïnvloeden. Hierdoor kunnen de risico’s die in de vorige versie van het profiel zijn opgenomen nu hoger of lager worden ingeschat. Daarnaast is binnen het thema Publieke Veiligheid een nieuw crisistype toegevoegd: Militair conflict. Deze toevoeging weerspiegelt de toenemende geopolitieke spanningen en de mogelijke impact daarvan op de regio. Opvolging Het Regionaal Risicoprofiel 2027–2030 biedt het fundament voor het Regionaal Beleidsplan en vormt het gezamenlijke kader om keuzes te maken, prioriteiten te stellen en de veiligheid van Hollands Midden te versterken. Echter geldt dat niet alle risico’s kunnen worden voorkomen of volledig beheerst. Daarom ligt er ook een opgave voor de veiligheidsregio in het voorbereid zijn op het onverwachte, onder andere door aandacht voor (maatschappelijke) weerbaarheid. Bestuurlijke samenvatting 4

Inhoudsopgave Bestuurlijke samenvatting 3 5 1 Inleiding 6 1.1 Waarom een risicoprofiel? 6 1.2 Wat is een risicoprofiel? 6 1.3 Wat levert het risicoprofiel op? 6 1.4 Hoe verhoudt het risicoprofiel zich tot de andere planvorming? 7 2 Methodiek 8 2.1 Totstandkoming van het Regionaal Risicoprofiel 8 2.2 Ontwikkelingen landelijke methodiek 8 2.3 Risico-inventarisatie 9 2.4 Risicoanalyse 9 3 Kenmerken van de regio 11 4 T rends en ontwikkelingen 12 4.1 Verandering type crises 12 4.2 (Regio)grensoverschrijdende risico’s 12 4.3 Maatschappelijke ontwikkelingen en aanjagers 13 5 Risicobeeld per thema 25 5.1 Natuur en Klimaat 26 5.2 Milieu 32 5.3 Continuïteit vitale voorzieningen 34 5.4 Gebouwde omgeving 39 5.5 Mobiliteit en Infrastructuur 41 5.6 Gezondheid 44 5.7 Publieke veiligheid 46 6 Slotbeschouwing 49 Inhoudsopgave 5

1 Inleiding 1.1 Waarom een risicoprofiel? De veiligheidsregio moet adequaat kunnen reageren op de vele veiligheidsrisico’s in de samenleving. Ordeverstoringen, overstromingen, treinongevallen en terrorisme, maar bijvoorbeeld ook infectieziekten en uitval van vitale voorzieningen vormen een continue bedreiging van de vitale belangen van de samenleving. Om deze bedreigingen het hoofd te kunnen bieden, is nauwe samenwerking van belang tussen overheidsinstanties, bedrijfsleven en inwoners. Elke regio kent risico’s waarvoor gericht beleid van de veiligheidsregio en haar partners nodig kan zijn. Het Regionaal Risicoprofiel is bedoeld om inzicht in de bekende en nieuwe risico´s te krijgen. Op basis van dit inzicht kan het bestuur van de veiligheidsregio strategisch beleid voeren om de aanwezige risico´s te beperken en om de crisisorganisatie op risico´s voor te bereiden. Ook biedt het een basis voor de risicocommunicatie naar inwoners. Uit artikel 15 van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) volgt dat elke veiligheidsregio een risicoprofiel dient op te stellen. Het nu voorliggende ‘Regionaal Risicoprofiel 2027-2030’ voldoet aan de wettelijke vereisten. 1.2 Wat is een risicoprofiel? Het Regionaal Risicoprofiel bestaat uit een inventarisatie en analyse van de risico’s in de veiligheidsregio, aangevuld met relevante risico’s uit aangrenzende regio’s.

Het risicoprofiel is een momentopname, waarbij tijd en ervaringen invloed hebben op het verloop van perceptie. Op basis van dit profiel kan het bestuur van de veiligheidsregio strategische beleidskeuzes maken over de ambities voor de risico- en crisisbeheersing, en de inspanningen van gemeenten en regio op elkaar afstemmen. Deze ambities worden vastgelegd in het Regionaal Beleidsplan van de veiligheidsregio. 1.3 Wat levert het risicoprofiel op? Het Regionaal Risicoprofiel is bedoeld om de gemeenten en het bestuur van de veiligheidsregio antwoord te geven op de volgende vragen. Wat kan ons overkomen? Allereerst is inzicht in de aanwezige risico’s belangrijk. Welke risicovolle bedrijfsactiviteiten worden binnen de regio uitgevoerd? Welke infrastructuur loopt over het grondgebied? Welke soorten natuurrampen kunnen ons overkomen? Welke kwetsbare gebouwen en nutsvoorzieningen kunnen getroffen worden? Om antwoord op deze vragen te geven wordt als eerste stap van het risicoprofiel voor elk van de gedefinieerde risico’s (zie bijlage 2) een risico-inventarisatie uitgevoerd. Omdat risico’s zich niet aan regiogrenzen houden, is deze inventarisatie ook (gedeeltelijk) bovenregionaal. Daarnaast zijn de risico’s bekeken in combinatie met trends en ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op deze risico’s.

1 Inleiding 6 Inhoudsopgave Hoe erg is dat? Vervolgstap is om te beoordelen hoe ernstig de risico’s zijn. Daarvoor is een risicoanalyse uitgewerkt. In deze risicoanalyse worden de risico’s geanalyseerd op mogelijke oorzaken en gevolgen, de waarschijnlijkheid (kans) dat zich een ramp of crisis voordoet, de impact (effect) die het kan hebben op de vitale belangen van de samenleving en de beleving in de samenleving (zie bijlage 2). Wat doen we eraan? Op basis van de risicoanalyse besluit het bestuur van de veiligheidsregio welke risico’s extra inspanningen vragen. Voor een deel van de risico’s kan een generieke aanpak volstaan en voor een deel is dit niet voldoende. Als het maximale is gedaan om een risico te voorkomen en te beperken, blijven uitsluitend risicocommunicatie en voorbereiding op en acceptatie van het resterende risico over. Hoe blijven we op de hoogte? Het is belangrijk dat risico’s gemonitord worden. Door ontwikkelingen rondom risico’s inzichtelijk te hebben kan vroegtijdig worden ingespeeld op het beperken van de impact van risico’s. 1.4 Hoe verhoudt het risicoprofiel zich tot de andere planvorming? Dit risicoprofiel vormt de basis voor het Regionaal Beleidsplan, waarin onder meer de prioritering van multidisciplinaire voorbereidingen en de inzet van de verschillende hulpdiensten wordt vastgesteld.

Dit betreft zowel maatregelen op organisatorisch niveau als praktische voorbereidingen op scenario’s. VRHM heeft daarnaast ook een Regionaal Crisisplan. Dit beschrijft de organisatiestructuur voor de aansturing tijdens crises. Tussen deze twee planfiguren en het Regionaal Risicoprofiel zit een duidelijke relatie. Het risicoprofiel vormt input voor beide plannen. Andersom kunnen ontwikkelingen ten aanzien van het beleidsplan en crisisplan van invloed zijn op het regionaal risicoprofiel. 1 Inleiding 7

2 Methodiek In dit hoofdstuk wordt de methodiek toegelicht die is gehanteerd bij het opstellen van dit Regionaal Risicoprofiel. Ook wordt beschreven hoe het risicoprofiel tot stand is gekomen. 2.1 Totstandkoming van het Regionaal Risicoprofiel VRHM is in 2024 gestart met de ontwikkeling van het vijfde Regionaal Risicoprofiel. Dit risicoprofiel is opgesteld in opdracht van de Veiligheidsdirectie van VRHM. De projectleiding voor de totstandkoming van het Regionaal Risicoprofiel is belegd bij de afdeling Risicoduiding van de sector Risico- en Crisisbeheersing. Het opstellen van het risicoprofiel is uitgevoerd door een projectteam. In september en oktober 2025 zijn zeven themabijeenkomsten georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomsten zijn gesprekken gevoerd met experts ten behoeve van de risico-inventarisatie en de risicoanalyse. De themabijeenkomsten zijn bijgewoond door diverse partners om opvattingen over definiëring, waarschijnlijkheid, impact, ontwikkelingen en risicobeleving te bespreken en te toetsen. Vertegenwoordigers van onder andere de brandweer, GHOR, gemeenten, defensie, omgevingsdiensten, waterschappen, netbeheerders, drinkwaterbedrijven en de provincie hebben hieraan deelgenomen. Het concept risicoprofiel wordt op 21 mei 2026 vastgesteld door het Algemeen Bestuur en vervolgens vrijgegeven voor consultatie van de gemeenteraden.

Na deze consultatie wordt het risicoprofiel ter vaststelling aangeboden aan het Algemeen Bestuur op 3 december 2026. 2.2 Ontwikkelingen landelijke methodiek In 2022 is een landelijk project gestart voor doorontwikkeling van de methodiek voor het Regionaal Risicoprofiel. De doorontwikkeling heeft geleid tot een handleiding, als opvolger van de Handreiking Regionaal Risicoprofiel uit 2009. De nieuwe handleiding is in 2024 vastgesteld als werkversie door de Vakraad Risico- en Crisisbeheersing. Voor deze herziening is gebruik gemaakt van deze werkversie van de Handleiding regionale risico-inventarisatie en -analyse1. De kern van de nieuwe methodiek is het expliciet beschrijven van de eigenschappen, factoren en aannames van de risico’s. Daarnaast biedt de nieuwe methodiek ruimte voor het meenemen van trends en ontwikkelingen en het in beeld brengen van mogelijke cascade- effecten. De handleiding bevat 5 modules die doorlopen moeten worden voor de risicoanalyse: • Module 1: Inventariseren (nieuwe) risico’s • Module 2: In kaart brengen eigenschappen risico’s • Module 3: Veerkrachtsanalyse (optioneel) • Module 4: Kwalitatieve duiding impact op vitale belangen • Module 5: Multi-criteria analyse 1 Werkversie 30 augustus 2024 2 Methodiek 8 1 Inleiding Omdat gebruik is gemaakt van een werkversie is er op enkele punten afgeweken van deze handleiding.

Daarbij gaat het met name om de scoring van een aantal onderdelen die is aangepast om deze beter te laten aansluiten bij de toepassing. Daarnaast is ervoor gekozen om geen gebruik te maken van module 3 (veerkrachtsanalyse), omdat deze module op dat moment nog onvoldoende was uitgewerkt om toe te passen. De onderdelen waarop we hebben afgeweken van de werkversie zijn meegegeven als feedback voor de verdere ontwikkeling van de nieuwe methodiek. Op deze manier hebben we door toepassing van de werkversie bijgedragen aan de ontwikkeling van de nieuwe methodiek. 2.3 Risico-inventarisatie De methodiek begint met de risico-inventarisatie, waarbij de vraag “Wat bedreigt Veiligheidsregio Hollands Midden?” centraal staat. Voor het opstellen van dit risicobeeld zijn de risico’s uit het Regionaal Risicoprofiel 2023-2026 als uitgangspunt genomen. Vervolgens is gekeken naar de Rijksbrede Risicoanalyse (RbRA) en de groslijst uit de handleiding. Deze initiële inventarisatie resulteerde in een overzicht van mogelijke risico’s. Met behulp van inschattingen van experts is gekeken welke risico’s (nog) van toepassing zijn in Veiligheidsregio Hollands Midden. Voor de benaming van crisistypen en de indeling in maatschappelijke thema’s is zowel aansluiting gezocht bij de landelijke groslijst uit de handleiding, als bij de thema-indeling van het Regionaal Risicoprofiel 2023-2026.

2.4 Risicoanalyse De risicoanalyse bouwt voort op de risico-inventarisatie. De risico’s zijn gescoord op basis van vier verschillende lenzen: • Lens 1: Hoe erg is het? (=impact) • Lens 2: Waarschijnlijkheid • Lens 3: Perceptie • Lens 4: Beweeglijkheid en (on)bekendheid De lenzen worden gevuld door het doorlopen van modules 2 en 4 van de handleiding. Per risico is daarbij uitgebreid informatie verzameld om expliciet inzicht te krijgen in regionale kenmerken die bepalen hoe risico’s zich kunnen manifesteren. Na het doorlopen van de modules volgen scores voor de verschillende lenzen. Per thema van het Regionaal Risicoprofiel is een risicomatrix opgesteld waarbij op de verticale as de impact-score (Lens 1) wordt weergegeven en op de horizontale as de waarschijnlijkheid-score (Lens 2). Zo kan per thema een vergelijking worden gemaakt. Daarnaast worden de scores ook toegelicht in de tekst. De resultaten uit lens 3 en 4 worden alleen beschreven in de tekst. De uitwerking van de vier lenzen wordt hieronder verder toegelicht. 2.4.1 Lens 1: Impact In Lens 1 wordt de impact uitgewerkt aan de hand van de vitale veiligheidsbelangen zoals opgenomen in de handleiding: • Territoriale veiligheid • Fysieke veiligheid • Economische veiligheid • Ecologische veiligheid • Sociale en politieke stabiliteit • Veiligheid van cultureel erfgoed 2 Methodiek 9

Er wordt een kwalitatieve beschrijving gegeven van de impact en er wordt een stoplichtindeling gehanteerd op de vitale belangen. Dit gebeurt via een eenvoudige indeling: • ‘Niet van toepassing’ (groen) • ‘Van toepassing’ (oranje) • ‘Van toepassing in ernstige mate’ (rood). De score van de impact wordt berekend aan de hand van: • Hoeveel verschillende vitale belangen worden geraakt. • Hoeveel rode stoplichten er zijn. • Of er sprake is van cascade potentieel. 2.4.2 Lens 2: Waarschijnlijkheid In Lens 2 wordt de waarschijnlijkheid bepaald aan de hand van vier elementen: • De periode waarover de inschatting wordt gemaakt • Hoe vaak het betreffende risico zich voordoet • Het moment waarop het risico voor het laatst is opgetreden • De beoordeling door experts. Deze elementen leiden samen tot één eenduidige kwalificatie: • Onwaarschijnlijk • Enigszins waarschijnlijk • Waarschijnlijk. De waarschijnlijkheid-score wordt bepaald aan de hand van de waarschijnlijkheid en de onvoorspelbaarheid. 2.4.3 Lens 3: Perceptie In Lens 3 wordt de perceptie bepaald door het beantwoorden van de vraag: wat is de maatschappelijke perceptie over het risico? Deze vraag wordt beantwoord met input uit de Veiligheidsmonitor en de scores daarin: onbekend, zeer klein, klein, niet groot/niet klein, groot, zeer groot.

Deze specifieke vraag is extra toegevoegd aan module 2, omdat de perceptie niet goed te bepalen was met alleen de vragen in module 2 en voor deze herziening van het RRP geen gebruik gemaakt is van module 3 over veerkracht. 2.4.4 Lens 4: Beweeglijkheid en (on)bekendheid In Lens 4 wordt de beweeglijkheid en (on)bekendheid van de risico’s bepaald aan de hand van vier vragen: • In hoeverre zijn ontwikkelingen/trends van invloed op de dreiging? • In welke mate zal de waarschijnlijkheid de komende jaren gaan veranderen? • In welke mate zal de impact de komende jaren gaan veranderen? • Is er veel of weinig informatie bekend over het risico? De vier vragen leveren afzonderlijke scores op, die gezamenlijk worden gewogen tot één totaalscore voor beweeglijkheid en (on)bekendheid. 2 Methodiek 2 Methodiek 10

3 Kenmerken van de regio Het verzorgingsgebied van VRHM strekt zich uit van de noordelijke rand van Zuid-Holland, de Bollenstreek, tot en met de Krimpenerwaard en telt ruim 848.000 inwoners.2 De regio Hollands Midden bestaat uit achttien gemeenten en beslaat 831 km².2 De regio kent een grote diversiteit: zowel qua verstedelijking als landelijke kenmerken. Er zijn stedelijke en plattelandsgebieden, met snelwegen, spoor- en waterwegen, zee en strand, weilanden, rivieren en plassengebied. In het noorden van de regio vindt veel bollenteelt plaats en in het midden van de regio veel plantenteelt. In de landelijke gebieden is veel tuinbouw en veeteelt. Daarnaast beschikken diverse gemeenten in de regio over historische binnensteden. De regio kent een groot aantal lagergelegen gebieden, waarvan Zuidplas met zeven meter onder Normaal Amsterdams Peil (NAP) het laagstgelegen gebied is van zowel de regio als van Nederland. De vele dijken en gemalen in het gebied bieden bescherming tegen wateroverlast. Op het gebied van transport van gevaarlijke stoffen kent de regio als aandachtspunten autowegen3, vaarwegen en het spoor, met vervoer tussen Europoort, Amsterdam en Duitsland. De hogesnelheidslijn (HSL) met uitsluitend personenvervoer doorkruist het grondgebied van de regio.

Daarnaast is er veel luchtverkeer boven de regio vanwege de nabijgelegen luchthavens Rotterdam The Hague Airport en Schiphol. De regio grenst aan zes andere veiligheidsregio’s en is ingeklemd tussen vier grote steden (Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag). 2 Bron CBS, inwoners per gemeente op 1 januari 2025 3 A4, A44, A12 en A20, de N11, de RijnlandRoute. 3 Kenmerken van de regio 11

4 T rends en ontwikkelingen 4.1 Verandering type crises De afgelopen jaren heeft VRHM verschillende crises meegemaakt waarbij de oorsprong niet in de regio zelf lag. Doordat de wereld zowel fysiek als digitaal steeds meer met elkaar verbonden is, kunnen incidenten die in andere landen of continenten plaatsvinden sneller effect hebben op de Nederlandse samenleving. Voorbeelden hiervan zijn de coronapandemie, internationale politieke spanningen en digitale dreigingen. Dit type crisis kenmerkt zich vaak door een langere duur en een brede, uiteenlopende maatschappelijke impact. Daarnaast ontwikkelen crises zich steeds vaker in een complexe context waarin meerdere factoren en ontwikkelingen tegelijk een rol spelen. Deze ontwikkeling vraagt om een crisisorganisatie die niet alleen gericht is op het bestrijden van incidenten, maar ook op het continu monitoren van risico’s en het anticiperen op veranderingen in de samenleving. Het vraagt om een organisatie die kan inspelen op nieuwe typen risico’s en op de samenhang tussen verschillende risico’s. 4.2 (Regio)grensoverschrijdende risico’s Naast deze veranderende aard van crises speelt ook de geografische en bestuurlijke context van de regio een belangrijke rol. Veel risico’s houden niet op bij bestuurlijke grenzen. Rampen en crises kunnen effecten hebben die zich uitstrekken over meerdere regio’s.

Daarom wordt bij het opstellen van het risicoprofiel rekening gehouden met grensoverschrijdende risico’s. Dit zijn risico’s waarvan de effecten zich bij een incident kunnen uitstrekken over het grondgebied van aangrenzende veiligheidsregio’s. Binnen de veiligheidsregio’s geldt hierbij een zogenoemde haal- en brengplicht. Rampen en crises in omliggende regio’s die effect kunnen hebben op VRHM moeten worden meegenomen in de inventarisatie (haalplicht). Omgekeerd moeten risico’s in VRHM die effect kunnen hebben op omliggende regio’s worden gedeeld met de betreffende buurregio’s (brengplicht). VRHM grenst aan zes andere veiligheidsregio’s: Kennemerland, Amsterdam-Amstelland, Utrecht, Zuid-Holland Zuid, Rotterdam- Rijnmond en Haaglanden. Daarnaast grenst de regio aan de Noordzee, een gebied dat ook risico’s omvat voor Hollands Midden. Eén van de risico’s die grensoverschrijdend kan uitstralen hangt samen met de aanwezigheid van snelwegen en spoorlijnen. Het vastlopen van wegen als de A4 of A12 en het stilvallen van spoorlijnen, heeft direct gevolgen voor de doorstroming van weg- en spoorverkeer in aangrenzende regio’s. Andere voorbeelden zijn luchtvaartongevallen bij Schiphol of Rotterdam The Hague Airport, natuurbranden in aangrenzende regio’s, uitval van de meldkamer in Den Haag, toxische wolken vanuit het Rotterdamse havengebied of nucleaire incidenten elders in Nederland.

Ook incidenten op zee, zoals het verlies van gevaarlijke lading of een schip in nood voor de kust, kunnen effecten hebben op de regio. 4 T rends en ontwikkelingen 12 3 Kenmerken van de regio 4.3 Maatschappelijke ontwikkelingen en aanjagers De maatschappij is voortdurend in beweging. In dit risicoprofiel worden daarom vijf maatschappelijke ontwikkelingen geïdentificeerd. Binnen deze vijf ontwikkelingen worden relevante aanjagers benoemd en geduid. Aanjagers zijn trends in de samenleving die de aard, waarschijnlijkheid en impact van potentiële veiligheidsrisico’s versterken. Door deze aanjagers te analyseren, kunnen veiligheidsregio’s beter inschatten welke incidenten zich kunnen voordoen, wat de mogelijke gevolgen zijn en hoe zij zich daar het beste op kunnen voorbereiden. De beschreven ontwikkelingen zijn in lijn met de Trendanalyse Nationale Veiligheid4, en waar relevant aangevuld en geconcretiseerd voor VRHM. 4 ANV. (2024). Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024. Op deze manier wordt aangesloten bij de landelijke lijn, maar is ook ruimte voor regionale duiding.

In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de volgende ontwikkelingen: • Ecologische ontwikkelingen: - Klimaatverandering - Energietransitie • Economische ontwikkelingen • Geopolitieke ontwikkelingen • Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen: -Demografische veranderingen -Verdichting -Maatschappelijke onrust • Technologische ontwikkelingen Mobiliteit en Infrastructuur Natuur en Klimaat Milieu Continuïteit vitale voorzieningen Publieke veiligheid Gebouwde omgeving Gezondheid Technologische ontwikkelingenEconomische ontwikkelingen Geopolitieke ontwikkelingen Demografische veranderingenEnergietransitieMaatschappelijke onrustVerdichtingKlimaatverandering 4 T rends en ontwikkelingen 13

Ecologische ontwikkelingen 14 4 T rends en ontwikkelingen 4.3.1 | Ecologische ontwikkelingen In het kader van ‘Ecologische ontwikkelingen’ zijn twee aanjagers van belang: ‘Klimaatverandering’ en ‘Energietransitie’. 4.3.1.1Klimaatverandering Het klimaat verandert wereldwijd, en deze klimaatverandering blijft | Hogere temperaturen, toenemende neerslag en een grotere kans versnellen5. Een groot deel hiervan is door toedoen van menselijke | op overstromingen creëren gunstige omstandigheden voor de activiteiten6. Ook in Nederland zijn de gevolgen van de snelle | verspreiding van bepaalde infectieziekten en hun dragers9. opwarming van de aarde merkbaar. Dit heeft effect op onze natuur, veiligheid en gezondheid. | 4.3.1.2Energietransitie De noodzaak om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen om Het KNMI geeft aan dat hittegolven, extreme neerslag, langdurige | de opwarming van de aarde tegen te gaan is evident. In internationale droogte, zonstraling en stormvloeden in frequentie en impact | afspraken, zoals het Klimaatakkoord van Parijs10 en in nationale toenemen. Andere effecten in de natuur zijn een stijgende zeespiegel | wet11-en regelgeving12,13,14, zijn maatregelen vastgelegd om op een en natuurbranden door stijgende temperaturen en droogte. Ook | andere manier om te gaan met het gebruik van energie.

Om de CO2- kunnen bepaalde soorten planten en dieren verdwijnen door | uitstoot terug te dringen, wordt het gebruik van fossiele brandstoffen veranderende klimaatomstandigheden7. | afgebouwd en de inzet van duurzame energie gestimuleerd. Deze transitie is en blijft volop in beweging. Ontwikkelingen rondom De verandering van het klimaat raakt ook de vitale infrastructuur. | dit thema volgen elkaar nog steeds in heel snel tempo op. Het doel Stijgende temperaturen leiden tot waterschaarste en minder | van de transitie is dat de energievoorziening van Nederland in 2050 beschikbaarheid van drinkwater. Dat heeft invloed op sectoren, | volledig duurzaam is. zoals landbouw en industrie8. Klimaatverandering kan daarnaast een indirect risico vormen voor de vitale infrastructuur, bijvoorbeeld als | Door snelle ontwikkeling in de energietransitie blijven wet- en gevolg van overstromingen of ernstige wateroverlast. | regelgeving nog steeds achter. Daardoor is het nog steeds denkbaar dat onaanvaardbare risico’s buiten beeld blijven of processen Klimaatverandering heeft ook effect op de gezondheid. Door | stagneren waarbij veiligheid geborgd moet worden. toenemende temperaturen overlijden meer mensen in de warme maanden. Daarnaast hebben mensen bij hitte en droogte meer last van benauwdheid en allergieën. Ook de kans op infectieziekten neemt toe. 9 | PBL. (2024).

Klimaatrisico’s in Nederland. 10 | Verenigde Naties. (2015). Klimaatakkoord Parijs. 11 Klimaatwet (2023, 22 juli). Geraadpleegd van wetten.nl - Regeling - Klimaatwet - BWBR0042394 12 Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. (2023). Nationaal plan 5 | ANV. (2024). Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024. | Energiesysteem. 6 | Europese Commissie. Oorzaken van klimaatverandering. Oorzaken van de 13 Ministerie van Klimaat en Groene Groei. (2024). Nationale energie- klimaatverandering - Europese Commissie. | infrastructuurprojecten in Nederland. Editie 2024. 7 | KNMI. (2023). KNMI’23 Klimaatscenario’s voor Nederland. | 14 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. (2025, 12 februari). 8 | ANV. (2024). Verdieping op de trendanalyse Nationale Veiligheid 2024.Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). 15 Economische ontwikkelingen 16 4 T rends en ontwikkelingen 4.3.2 Economische ontwikkelingen De economie is de afgelopen jaren sterk in beweging geweest. Na de economische terugval tijdens de coronapandemie volgde een periode van herstel15, die gepaard ging met hoge inflatie en toenemende druk op de betaalbaarheid voor huishoudens en bedrijven16.

Ook de energiecrisis van 2022, schommelende grondstofprijzen en de handelsoorlog door de importheffingen van de Verenigde Staten tonen aan hoe afhankelijk de economie is van internationale markten en geopolitieke ontwikkelingen17,18. Daarnaast speelt de arbeidsmarkt een steeds grotere rol in de economische dynamiek. Structurele personeelstekorten in vitale sectoren, zoals de zorg, onderwijs en techniek, zorgen voor druk op de continuïteit van publieke en private voorzieningen19. Dit wordt versterkt door de vergrijzing van de beroepsbevolking en de groeiende afhankelijkheid van arbeidsmigranten20. Economische ontwikkelingen beïnvloeden zowel de kans op als de impact van incidenten. Zo leidt groei tot meer mobiliteit, bedrijvigheid en onderlinge afhankelijkheden. Neergang kan resulteren in achterstallig onderhoud en verminderde weerbaarheid. Structurele uitdagingen, zoals krapte op de arbeidsmarkt en netcongestie, remmen de uitvoering van beleid, wat gevolgen kan hebben voor de veiligheid21. 15 Centraal Bureau voor de Statistiek. (2022). Twee jaar coronasteun. Een terugblik. 16 Reuters. (2025, 15 augustus). What Russia-Ukraine ceasefire deal could mean for global markets. 17 De Nederlandsche Bank. (2023, 13 juli). Nederland leed in 2022 inkomensverlies door duurdere energie. 18 De Nederlandsche Bank. (2025, 1 mei). How the US tariffs can harm the Dutch economy. 19 Statline.

(2025, 30 juli). Vacatures; seizoen gecorrigeerd [dataset]. 20 Ministerie van Financiën. (2024, 11 september). Miljoenennota 2025. Keuzes voor een sterke Nederlandse Economie. 21 ANV. (2024). Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024. 4 T rends en ontwikkelingen 17

Geopolitieke ontwikkelingen 18 4 T rends en ontwikkelingen 4.3.3 | Geopolitieke ontwikkelingen Wereldwijd nemen geopolitieke spanningen toe, wat de veiligheid | Zowel de schaal als de frequentie waarmee staten hybride middelen en stabiliteit van samenlevingen onder druk zet22. De internationale | inzetten is in de afgelopen tijd toegenomen. Dat blijkt onder meer machtsverhoudingen verschuiven en nieuwe spelers met | uit cyberaanvallen en verstoringen van vitale infrastructuur28. Hybride uiteenlopende politieke en economische belangen dienen zich aan23. | dreigingen richten zich in toenemende mate op vitale infrastructuur, Conflicten zoals de Russische inval in Oekraïne en de oorlogen in | omdat uitval of verstoring van bijvoorbeeld energie, telecom of onder meer Gaza, Iran, Syrië en Soedan illustreren deze ontwikkeling | transport direct leidt tot maatschappelijke ontwrichting. Ook raakt dat en kunnen bijdragen aan verdere internationale spanningen24. | het vertrouwen in het openbaar bestuur29. Deze verslechterde internationale situatie heeft ook implicaties op | Hybride dreigingen gaan veelal samen met militair conflict, omdat zij nationaal niveau. Voor het eerst in decennia bestaat er een reële kans | statelijke actoren de mogelijkheid bieden om te handelen zonder dat dat Nederland betrokken raakt bij een grootschalig militair conflict.

In | formeel sprake is van een oorlogssituatie30. Strategische druk wordt de afgelopen jaren is Nederland vaker betrokken geraakt bij conflicten | uitgeoefend en staten worden verzwakt, terwijl het geweld bewust en geopolitieke spanningen en is er een grijs gebied ontstaan tussen | onder de drempel van een openlijk militair conflict blijft om escalatie conflict en vrede25. Een belangrijk onderdeel van dit grijze gebied is | en directe toeschrijving te vermijden31. Samen met de dreiging voor ongewenste inmenging en beïnvloeding. Dit is geen nieuw fenomeen, | het Europees en NAVO-grondgebied duidt dit op een toegenomen maar door de veranderende geopolitieke verhoudingen neemt de | militaire dreiging voor Nederland32. Ons land kan op verschillende dreiging toe. | niveaus betrokken raken – via inlichtingensteun, wapenleveranties of militaire aanwezigheid – zonder formeel in oorlog te zijn. Hierdoor De concurrentie tussen machtsblokken betreft verschillende domeinen, | vervaagt de grens tussen diplomatieke en militaire betrokkenheid. zoals technologie, wapensystemen, grondstoffen en economische invloed26. Spionage, sabotage en beïnvloeding zijn voorbeelden van zogenaamde hybride incidenten27. 22 Ministerie van Justitie en Veiligheid. (2024). Kamerbrief Weerbaarheid tegen | 28 | ANV. (2024). Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024. Verdieping op de militaire en hybride dreigingen.

| trendanalyse. 23 Clingendael. (2025). Strategische Monitor 2025-2030: Geopolitiek changement | 29 | NCTV. (2025). Dreigingslandschap Vitale Infrastructuur. op het wereldtoneel. | 30 | Clingendael. (2025). Strategische Monitor 2025-2030: Geopolitiek changement 24 ANV. (2024). Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024. Verdieping op de trend- | op het wereldtoneel. analyse. | 31 | Adviesraad Internationale Vraagstukken. (2024). Hybride dreigingen en maat- 25 Ministerie van Justitie en Veiligheid. (2024). Kamerbrief Jaarplanbrief AIVD | schappelijke weerbaarheid. 2025. | 32 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Algemene Inlichtin- 26 | AIVD. (2024). AIVD Jaarverslag 2024. | gen- en Veiligheidsdienst (AIVD), Ministerie van Defensie en de Militaire Inlich- 27 Hybride incidenten zijn incidenten die veroorzaakt worden om een samenleving | tingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). (2024). Dreigingsbeeld militaire en hybride te verstoren, vaak (indirect) uitgevoerd door statelijke actoren. | dreigingen. 19 Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen 20 4 T rends en ontwikkelingen 4.3.4 | Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen 4.3.4.1 Demografischeveranderingen | 4.3.4.2 Verdichting De bevolking van Hollands Midden neemt toe. In de afgelopen tien | Door bevolkingsgroei en vergrijzing neemt de druk op voorzieningen jaar is dit met ongeveer 8,8% toegenomen33.

De verwachting is dat de | toe. Onze regio is op dit moment nog niet goed genoeg ingericht op groei in de komende jaren zal doorzetten. Daarnaast is de bevolking | een groeiende en vergrijzende bevolking39. Om ruimte efficiënter te aan het vergrijzen; mensen worden ouder, de babyboomgeneratie | benutten, wordt steeds vaker ingezet op verdichting van wonen en bereikt de pensioenleeftijd en geboortecijfers nemen af waardoor | werken en op meervoudig ruimtegebruik. Daarbij komen functies het aantal jongeren ten opzichte van het aantal ouderen nog meer | zoals wonen, werken, infrastructuur, recreatie en energievoorziening afneemt34. Ook blijven ouderen langer dan voorheen thuis wonen, | dichter bij elkaar of zelfs op dezelfde locatie samen. Dit soort soms ongewild. Vergrijzing kan op termijn zorgen voor een grotere | gebieden met een hoge bezettingsgraad vergroten de kans op waarschijnlijkheid en impact bij incidenten zoals branden35. | sommige incidenten, en wanneer er daadwerkelijk sprake is van een incident worden meer mensen en (vitale) processen geraakt40. Ook is een toename zichtbaar van problemen rondom | Daarnaast wordt de hulpverlening complexer, bijvoorbeeld omdat de verwarde personen, door druk op geestelijke gezondheidszorg, | bereikbaarheid onder druk staat. personeelstekorten en lange wachtlijsten36.

Gebrek aan opvangplekken en versnippering van hulpaanbod bemoeilijken | De demografische en ruimtelijke ontwikkelingen gaan bovendien tijdelijke zorg, waardoor mensen op straat of in crisissituaties | samen met andere transities, zoals op het gebied van klimaat, belanden37. Tot slot krijgen we ook vaker te maken met anderstaligen | energie en natuur41. Tegelijkertijd kunnen verschillen in toegang en een verscheidenheid aan culturele achtergronden. Naar | tot voorzieningen en veranderingen in de bevolkingssamenstelling verwachting zal deze toenemende diversiteit leiden tot een grotere | spanningen in de samenleving versterken en daarmee bijdragen aan behoefte aan cultuursensitieve zorg, wat extra druk legt op de | maatschappelijke onrust. beschikbaarheid en toegankelijkheid van dergelijke voorzieningen38. 33 Centraal Bureau voor de Statistiek. (2025, 29 juli). Bevolkingsontwikkeling: regio per maand. 34 CBS. (2024, 17 december). Forecast: population of the Netherlands will reach 19 million in 2037. 35 Eggert, E., & Huss, F. (2017). Medical and biological factors affecting mortality in elderly residential fire victims: a narrative review of the literature. 36 Nederlandse Zorgautoriteit. (2025). Informatiekaart Wachttijden en wachtplek- ken ggz - oktober 2024. | 39 Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijkrelaties. (2025). Voorontwerp 37 Binnenlandsbestuur.nl.

(2025, 27 januari). Tekort aan woonplekken voor men- | Nota Ruimte. sen met psychische problemen. | 40 | Suddle, S. (2025). Stavanger. 38 | Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen. (2024). Gematigde groei. | 41 | Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen. (2024). Gematigde groei. 21 4.3.4.3 Maatschappelijkeonrust De samenleving wordt in toenemende mate geconfronteerd met | Via sociale media verspreiden berichten zich razendsnel. Wanneer dit soort spanningen tussen bevolkingsgroepen42. Maatschappelijke | deze berichten maatschappelijke onrust veroorzaken, neemt de kans onrust ontstaat uit gevoelens van angst, onvrede of onbegrip over | toe op spontaan ontstane protesten of een snelle mobilisatie van thema’s als klimaatverandering, globalisering en ongelijkheid43. | actiegroepen50. Daarnaast wordt via deze kanalen eenvoudig mis- en Wanneer verschillen tussen groepen inwoners uitgroeien | desinformatie verspreid. Met gerichte beïnvloedingscampagnes kan tot tegenstellingen is er sprake van polarisatie. Hoewel het | worden ingespeeld op bestaande tegenstellingen in de samenleving. maatschappelijk debat kan worden versterkt door uiteenlopende | Dit wordt in toenemende mate versterkt door de steeds bredere opvattingen, kan toenemende polarisatie ook leiden tot verharding | beschikbaarheid van generatieve AI51. Ook bieden sociale media een en een sterker ‘wij-zij’-denken44.

In de uiterste vorm kan polarisatie | platform voor de toenemende online radicalisering, met name voor uitgroeien tot radicalisering, wanneer men in toenemende mate | jihadisme en rechts-extremisme52. bereid is vanuit bepaalde denkwijzen (buitenwettelijke) daden uit te voeren45. Daarnaast staat het vertrouwen in de overheid en haar instituties onder druk46. Nederlanders zijn bezorgd over wat de landelijke politiek bereikt en voelen zich niet gehoord47. Wanneer vertrouwen afneemt, kunnen mensen zich afkeren van de overheid en aansluiting zoeken bij gelijkgestemden48. Dit kan leiden tot grotere gevoeligheid voor anti-institutionele opvattingen, complottheorieën en antidemocratische denkbeelden. In sommige gevallen verklaren mensen zich soeverein, en een klein deel daarvan radicaliseert richting anti-institutioneel extremisme. Deze beweging lijkt toe te nemen in omvang, ook na afzwakking van COVID-19 en bijbehorende maatregelen49. 42 | ANV. (2024). Trendanalyse Nationale Veiligheid. 43 NCTV. Maatschappelijke onrust | Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. 44 OMO. (2025). Een manier van kijken naar Maatschappelijke onrust en ongenoegen. https://maatschappelijkeonrust.nl/Begrippenkader.pdf 45 NCTV. Definities | Lokale aanpak radicalisering, extremisme en terrorisme | Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. 46 SCP. (2025).

Sociale en Culturele Ontwikkelingen 2025. Sociale en Culturele Ontwikkelingen 2025 | 50 Centre of Expertise: Veiligheid en Veerkracht. (2025). Wethouder tussen Rijk, 47 | SCP. (2024). Burgerperspectieven. Bericht 2. | regio en samenleving: Bestuurlijk vakmanschap in situaties van 48 Verwey-Jonker Instituut. (2020). Van persoonlijke kenkring tot | maatschappelijke onrust. vertrouwensbreuk. | 51 | ANV. (2024). Trendanalyse Nationale Veiligheid. 49 | NCTV. Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland december 2024. | 52 | NCTV. Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland december 2024. 22 T echnologische ontwikkelingen 23

4.3.5 Technologische ontwikkelingen Technologische ontwikkelingen hebben in toenemende mate invloed op de samenleving, en daarmee op de veiligheid in onze regio. De verwachting is dat deze invloed de komende jaren verder zal toenemen. Hoewel technologie veel voordelen biedt, zoals verhoogde efficiëntie, innovatie en een verbeterde informatievoorziening, brengt het ook nieuwe risico’s met zich mee. Vitale infrastructuren, zoals energievoorziening, watervoorziening, vervoer en communicatie, zijn in toenemende mate afhankelijk van technologische en digitale systemen. Hierdoor wordt de samenleving ook kwetsbaarder voor verstoringen. Door de toenemende hyperconnectiviteit, de mate waarin mensen, apparaten en systemen met elkaar zijn verbonden, zijn het digitale en fysieke domein bovendien steeds nauwer met elkaar verweven. Een verstoring in één systeem kan daardoor snel doorwerken in andere systemen en leiden tot cascade-effecten. De afhankelijkheid van technologie leidt bovendien tot afhankelijkheid van buitenlandse staten en grote commerciële partijen, zoals bijvoorbeeld Meta en SpaceX53. Deze afhankelijkheid brengt geopolitieke risico’s met zich mee, vooral als het gaat om toegang tot cruciale digitale diensten en infrastructuren. Tegelijkertijd blijven digitale systemen kwetsbaar voor verstoringen, cyberaanvallen en sabotage. 53 ANV. (2024). Trendanalyse Nationale Veiligheid.

Nieuwe technologieën, zoals Artificiële Intelligence (AI), worden bovendien steeds toegankelijker. Dit vergroot de mogelijkheden voor innovatie, maar kan ook misbruikt worden, bijvoorbeeld voor het produceren en verspreiden van desinformatie54. Technologische ontwikkelingen beïnvloeden daarmee meerdere dreigingen, zoals, extremisme en terrorisme, cyberdreigingen en de kwetsbaarheid van vitale infrastructuur. Tegelijkertijd biedt technologie ook kansen om deze dreigingen beter te beheersen, bijvoorbeeld door inzet van slimme beveiligingssystemen, uitgebreidere data-analyses en snellere informatie-uitwisseling. 54 AIVD, MIVD, & NCTV. (2024). Versterkte dreigingen in een wereld vol kunstmatige intelligentie. 4 T rends en ontwikkelingen 24

5 Risicobeeld per thema In dit hoofdstuk worden de crisistypen per thema kort geduid. Allereerst worden de belangrijkste conclusies gedeeld, gevolgd door de algemene bevindingen per crisistype. Daarna wordt ingegaan op de mogelijke impact van elk crisistype en de waarschijnlijkheid dat VRHM ermee te maken krijgt. In bijlage 1 is een overzicht te vinden van alle thema’s en de bijbehorende risico’s. Een uitgebreide analyse per risico is te vinden in bijlage 2. 5 Risicobeeld per thema 25

Risicomatrix voor Natuur en Klimaat HoogImpact-scoreLaag Laag Waarschijnlijkheid-score Hoog • Extreem weer: Extreme neerslag • Extreem weer: Hitte • Plagen en dierziekten • Extreem weer: Extreme droogte • Extreem weer: Extreme kou, sneeuw of Ijzel • Extreem weer: Extreme wind • Natuurbranden 5.1 Natuur en Klimaat Onder dit thema vallen de volgende crisistypen: • Overstroming • Natuurbranden • Aardbeving • Plagen en dierziekten • Extreme hitte • Extreme droogte • Extreme wind • Extreme neerslag • Extreme kou, sneeuw of ijzel Aanjagers van de crisistypen: • Ecologische ontwikkelingen • Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen 5.1.1 Conclusie Binnen dit thema nemen vrijwel alle risico’s in de komende vijf jaar toe, vooral door klimaatverandering. Extreme neerslag, hitte, droogte, wind en overstromingen worden frequenter en intensiever, terwijl verdichting de gevolgen vergroot doordat meer mensen en functies op kwetsbare locaties samenkomen. Ook natuurbranden en plagen worden waarschijnlijker door langdurige droogte en hogere temperaturen. Hyperconnectiviteit draagt bij aan het sneller verspreiden van plagen en dierziekten. Het is essentieel om deze ontwikkelingen te blijven monitoren en adaptieve maatregelen te treffen die zowel fysieke schade beperken als de weerbaarheid van de regio vergroten. Figuur 1. Risicomatrix voor het thema Natuur en Klimaat.

• Overstromingen • Aardbevingen 5 Risicobeeld per thema 5 Risicobeeld per thema 26

5.1.2 Algemene bevindingen Overstroming Een overstroming in Hollands Midden kan ontstaan wanneer een primaire of regionale waterkering bezwijkt. In VRHM liggen twee primaire waterkeringen. Een doorbraak hiervan is volgens experts uiterst onwaarschijnlijk, omdat dit alleen kan gebeuren bij zeer uitzonderlijke omstandigheden, zoals een combinatie van een zware storm en extreem hoge waterstanden. Mocht een primaire kering desondanks falen, dan zijn de gevolgen voor Hollands Midden zeer ernstig, met grote risico’s voor bevolking, infrastructuur en vitale processen. De faalkans van regionale keringen is hoger dan die van primaire keringen. Deze kunnen bezwijken door bijvoorbeeld langdurige neerslag, hoge boezemstanden of technische storingen in het waterafvoersysteem. De impact is kleiner dan bij een primaire doorbraak, maar kan wel leiden tot aanzienlijke schade aan bebouwing en infrastructuur. Door de lage ligging, de hoge bevolkingsdichtheid en de aanwezigheid van veel bebouwd gebied blijft het overstromingsrisico een belangrijk thema binnen VRHM. Daarnaast zorgen klimaatverandering, meer extreme neerslag en een stijgende zeespiegel voor een mogelijke toename van zowel de kans op een dergelijk incident in de toekomst als van de impact. Binnen de regio en de Randstad lopen diverse trajecten om de voorbereiding op overstromingen te verbeteren.

In regionale en bovenregionale samenwerkingsverbanden werken waterschappen, veiligheidsregio’s en andere partners samen aan gezamenlijke kennis, afstemming en crisisbeheersing. Natuurbrand Een natuurbrand is een brand in een gebied met natuurlijke vegetatie, zoals bos-, berm-, duin-, riet- en veenbranden. Een natuurbrand is een dynamische brand die zich snel kan uitbreiden, zeker in moeilijk bereikbaar terrein zoals duingebieden. In Hollands Midden komen vooral duin-, riet- en bermbranden voor. Door klimaatverandering, langere perioden van droogte en hogere temperaturen neemt de kans op natuurbranden toe. Ook menselijke factoren, zoals recreatie en onoplettendheid, spelen hierbij een rol. Een natuurbrand kan leiden tot een aanzienlijke impact op de fysieke veiligheid, onder meer door beperkte bereikbaarheid, rookontwikkeling en de complexiteit van evacuaties in natuur- en duingebieden. De impact op het grondgebied is meestal tijdelijk, al kan herhaaldelijke brand leiden tot verlies van biodiversiteit en aantasting van natuur. De economische gevolgen zijn afhankelijk van de locatie en kunnen bestaan uit schade aan natuur en infrastructuur of beperkingen voor recreatie. Daarnaast kan een natuurbrand tijdelijke druk zetten op de sociale stabiliteit, onder andere door wegafsluitingen, rookhinder of evacuaties.

Cultureel erfgoed in en nabij natuurgebieden kan bij brand eveneens risico lopen. De kans op natuurbranden neemt toe door hitte, droogte en veranderende vegetatiepatronen. Ook buiten de zomermaanden kunnen branden ontstaan door lage luchtvochtigheid en aanhoudende droogte. Het aantal natuurbranden in Hollands Midden varieert per jaar, maar er is een trend waarneembaar dat de omstandigheden die natuurbranden kunnen veroorzaken steeds vaker voorkomen. 5 Risicobeeld per thema 27

Aardbeving Een aardbeving is een seismische gebeurtenis die ontstaat door plotselinge verschuivingen in de ondergrond. In Nederland kennen we twee typen: natuurlijke aardbevingen, vooral in Zuid-Limburg door tektonische activiteit, en geïnduceerde aardbevingen als gevolg van menselijke activiteiten, zoals gaswinning, met name in Groningen. Historische metingen laten zien dat aardbevingen niet voorkomen in Hollands Midden. De waarschijnlijkheid van een aardbeving in de regio is zeer laag, gemiddeld eens per 30.000 jaar. Toch wordt het crisistype opgenomen vanwege de mogelijke impact en vanwege ontwikkelingen zoals geothermie. Hoewel de kans zeer klein is, kan een aardbeving leiden tot slachtoffers, instortingen en schade aan infrastructuur. Effecten kunnen worden beperkt door seismische risico’s mee te nemen in ruimtelijke ordening en bouwvoorschriften. De economische schade kan oplopen tot tientallen miljoenen euro’s door herstel en wederopbouw. Voor natuurgebieden worden geen langdurige effecten verwacht. De sociaalpsychologische impact, zoals angst of onzekerheid, en verstoring van het dagelijks leven zijn voorstelbaar bij een zwaar incident, evenals schade aan cultureel erfgoed. De waarschijnlijkheid blijft naar verwachting stabiel. Alleen geothermie kan lokaal de kans minimaal verhogen; dit wordt meegenomen in de monitoring.

De algehele inschatting blijft dat aardbevingen in Hollands Midden zeer onwaarschijnlijk zijn. Echter: beleidsmatige aandacht blijft noodzakelijk vanwege de potentiële gevolgen. Duiding positie in risicomatrix Aardbeving is gescoord op waarschijnlijkheid-score 2 en impact-score 7 vanwege de volgende onderliggende data. Stap 1: Hoe erg is het? Criterium Vraag Invulling Weging (score) Weging (tekst) Feitelijke impact Breedte: Hoeveel verschillende vitale belangen worden geraakt? 5 3.0 Hoog Feitelijke impact Ernst: Hoeveel rode stoplichten zijn er? 4 3.0 Hoog Verbondenheid en complexiteit Heeft de dreiging cascade potentieel? Ja 1.0 Ja Som Stap 1 7.0 Stap 2: Wat is de waarschijnlijkheid? Criterium Vraag Invulling Weging (score) Weging (tekst) Kans van optreden Wat is de kans van optreden Onwaarschijnlijk 1.0 Onwaarschijnlijk Voorspelbaarheid/ onzekerheid Hoe voorspelbaar is het risico? Minder voorspelbaar/ meer onzekerheid 1.0 Minder voorspelbaar/ meer onzekerheid Som Stap 2 2.0 Figuur 2. Een deel van de onderliggende data van ‘aardbeving’ De impact-score komt uit op 7 vanwege de inschatting dat veel vitale belangen worden geraakt in ernstige mate en dat er sprake is van cascadepotentieel. De waarschijnlijkheid-score komt uit op 2 vanwege de inschatting dat de kans van optreden de komende vijf jaar onwaarschijnlijk is, maar dat er een bepaalde mate van onzekerheid is.

Deze onzekerheid komt door de energietransitie en dan specifiek geothermie, wat kan zorgen voor aardbevingen. 5 Risicobeeld per thema 5 Risicobeeld per thema 28

Om aardbevingen in perspectief te plaatsen wordt het hieronder vergeleken met overstromingen. Stap 1: Hoe erg is het? Criterium Vraag Invulling Weging (score) Weging (tekst) Feitelijke impact Breedte: Hoeveel verschillende vitale belangen worden geraakt? 6 3.0 Hoog Feitelijke impact Ernst: Hoeveel rode stoplichten zijn er? 4 3.0 Hoog Verbondenheid en complexiteit Heeft de dreiging cascade poetentieel? Ja 1.0 Ja Som Stap 1 7.0 Stap 2: Wat is de waarschijnlijkheid? Criterium Vraag Invulling Weging (score) Weging (tekst) Kans van optreden Wat is de kas van optreden Onwaarschijnlijk 1.0 Onwaarschijnlijk Voorspelbaarheid/ onzekerheid Hoe voorspelbaar is het risico? Voorspelbaar 0.0 Voorspelbaar Som Stap 2 1.0 Figuur 3. Een deel van de onderliggende data van ‘overstroming’ Wanneer figuur 2 en 3 worden vergeleken, dan komt het verschil in score naar voren in de voorspelbaarheid. Waar aardbevingen worden ingeschat op minder voorspelbaar vanwege de energietransitie, worden overstromingen ingeschat op voorspelbaar. Hier zit een verschil in duiding door de invulling van experts en de gebruikte methodiek. Plagen en dierziekten Plagen en dierziekten omvatten uitbraken van besmettelijke dierziekten en de aanwezigheid van plaagdieren of invasieve soorten die risico’s vormen voor de volksgezondheid, diergezondheid, de economie en het milieu.

Het betreft acute en overdraagbare dierziekten, zoals vogelgriep en Afrikaanse varkenspest, en plaagsoorten zoals de tijgermug, eikenprocessierups en Japanse duizendknoop, die ziekten kunnen verspreiden, schade veroorzaken of inheemse soorten verdringen. Plantenziekten, bijvoorbeeld veroorzaakt door schimmels, insecten of virussen, kunnen gewassen en natuur ernstig aantasten. Deze risico’s worden versterkt door intensieve veehouderij, wereldhandel, klimaatverandering en contact met wilde dieren, waardoor ziekteverwekkers en plaagsoorten zich sneller verspreiden. Invasieve exoten komen steeds vaker voor en veroorzaken schade aan biodiversiteit en soms gezondheidsklachten bij mensen. In Hollands Midden speelt dit vooral in boomkwekerijgebieden, veehouderijgebieden, zoals het Groene Hart, in water- en rietgebieden, waar muggen en andere insecten gedijen, en in stedelijke gebieden waar afval en verouderde riolering ratten aantrekken. Ook recreatiegebieden en campings ondervinden hinder van insectenplagen. Uitbraken kunnen leiden tot economische schade door ruimingen, handelsbeperkingen en productieverlies. De impact op fysieke veiligheid is beperkt, al kunnen dierziekten soms chronische gezondheidsklachten bij mensen veroorzaken. Ecologisch kunnen plagen ecosystemen verstoren, maar herstel is meestal mogelijk.

De maatschappelijke impact varieert, afhankelijk van de omvang van de uitbraak en de druk op bestuur en uitvoeringsdiensten. De impact wordt overall als gemiddeld beoordeeld, met een beweeglijkheid die vergelijkbaar is met eerdere jaren. De waarschijnlijkheid is moeilijk vast te stellen door gebrek aan harde data, maar ziekten zoals vogelgriep manifesteren zich regelmatig. Door globalisering, verstedelijking en klimaatverandering neemt de kans op uitbraken naar verwachting toe. 5 Risicobeeld per thema 29

Extreme hitte Hitte ontstaat wanneer hoge temperaturen samengaan met een hoge gevoelstemperatuur. Het KNMI spreekt van een zomerse dag bij 25 graden Celsius, een tropische dag bij 30 graden of hoger en een extreem warme dag bij 35 graden of hoger. Door klimaatverandering nemen hittegolven in frequentie, duur en intensiteit toe. Dit leidt tot directe gezondheidsrisico’s, zoals uitdroging, uitputting en hitteslag. Dat is vooral het geval bij ouderen, jonge kinderen, mensen met chronische aandoeningen en mensen die buiten werken of sporten. Tijdens hitte komen vaker meldingen voor van onwelwordingen, bijvoorbeeld bij evenementen of sportactiviteiten. Hitte kan daarnaast bestaande gezondheidsproblemen verergeren en bijdragen aan sterfte onder kwetsbare groepen. Hitte heeft ook gevolgen voor voedselveiligheid en infectierisico’s. Hogere temperaturen vergroten de kans op bacteriële besmettingen, zoals Salmonella of Campylobacter. In combinatie met veel neerslag neemt ook het risico op door vectoren overgedragen ziekten toe, zoals door muggen en teken. Daarnaast kan warm leidingwater leiden tot een toename van Legionella. Ecologisch kan langdurige hitte leiden tot sterfte onder planten en dieren en veranderingen in ecosystemen doordat soorten verdwijnen of juist gedijen in het warmere klimaat.

Hitte kan bovendien invloed hebben op infrastructuur, zoals uitval van spoor of afsluiting van wegen door schade aan asfalt. Dit kan leiden tot verstoringen in vervoer en daarmee in het dagelijks leven. Hoewel cultureel erfgoed doorgaans beperkt kwetsbaar is voor hitte, kunnen extreme omstandigheden lokaal wel schade veroorzaken. De kans op hitte neemt in de toekomst verder toe. Het KNMI kan hitte goed voorspellen en waarschuwt tijdig wanneer risico’s toenemen; de verwachte impact is hierbij leidend. Extreme droogte Droogte ontstaat wanneer er gedurende een langere periode minder neerslag valt dan normaal en er door hogere verdamping meer water verdwijnt dan erbij komt. Het KNMI bepaalt de ernst van droogte aan de hand van het potentieel neerslagtekort. Door de samenhang van verschillende factoren is droogte lastig te voorspellen. De belangrijkste gevolgen zijn tekorten aan zoet water, omdat tijdens warm en droog weer de vraag stijgt, terwijl rivierafvoeren dalen en grondwaterstanden teruglopen. Hierdoor kunnen drinkwatervoorziening, landbouw, natuur, binnenvaart en industrie hinder ondervinden. Daarnaast kan droogte leiden tot bodemdaling, verzilting in kustgebieden en een verhoogde kans op natuurbranden. De impact op de fysieke veiligheid is beperkt, al kunnen gezondheidsklachten ontstaan door verslechterde luchtkwaliteit met hogere concentraties fijnstof, ozon en pollen.

Economisch kan droogte grote gevolgen hebben, vooral in de landbouw en bij funderingsschade in bebouwde gebieden. Droogte kan schade veroorzaken aan natuurgebieden die afhankelijk zijn van ondiep grondwater, en kan leiden tot verdere verdroging, veenoxidatie en verzilting. Ook cultureel erfgoed kan worden aangetast door verzakking, scheurvorming of paalrot. Voor de sociale en politieke stabiliteit worden geen directe effecten verwacht. Incidenten rondom droogte worden als ‘waarschijnlijk’ beoordeeld. Droogte komt in Nederland regelmatig voor, vooral in zomer en voorjaar, en neemt in het binnenland duidelijk toe. Door klimaatverandering wordt verwacht dat met name zomers droger worden, hoewel Nederland zich in een overgangszone bevindt tussen droger Zuid-Europa en natter Noord-Europa. Extreme wind Extreme wind omvat stormen, zware windstoten, windhozen en valwinden, die kunnen leiden tot aanzienlijke schade, overlast en gevaarlijke situaties. De regio Hollands Midden ligt in een kustgebied waar stormen gemiddeld krachtiger zijn en vaker voorkomen dan in het binnenland. Vooral zware windstoten veroorzaken veel schade, onder meer aan gebouwen, infrastructuur en voertuigen. Ook kan extreme wind leiden tot ongevallen op de weg of het spoor, bijvoorbeeld door omgewaaide bomen of vrachtwagens die kantelen.

Zomerstormen zijn zeldzamer maar kunnen onverwachts ontstaan en zorgen vaak voor hinder in recreatiegebieden. Onweersbuien kunnen gepaard gaan met windhozen of valwinden die lokaal grote schade aanrichten. 5 Risicobeeld per thema 5 Risicobeeld per thema 30

De impact op de fysieke veiligheid kan aanzienlijk zijn: gewonden en soms dodelijke slachtoffers komen met enige regelmaat voor. Economische schade kan hoog oplopen; eerdere stormen veroorzaakten landelijk honderden miljoenen euro’s schade. De territoriale en ecologische impact blijft meestal beperkt, al kunnen duinen tijdelijk worden aangetast of natuur schade oplopen door omgevallen bomen. Het dagelijks leven kan ontregeld raken door wegafsluitingen, verstoringen op het spoor en afgelaste evenementen. Stormen komen in Nederland enkele keren per jaar voor. Het is waarschijnlijk dat extreme wind zich manifesteert in Hollands Midden. Het is onzeker hoe klimaatverandering dit risico beïnvloedt; de gemiddelde windsnelheden lijken stabiel te blijven, maar de verwachting is dat sterke windstoten, valwinden en restanten van tropische stormen vaker kunnen optreden. Daarmee neemt de kans op extreme wind naar verwachting toe. Extreme neerslag Extreme neerslag ontstaat wanneer in korte tijd grote hoeveelheden regen vallen, of wanneer langdurige neerslag een gebied verzadigt. Door klimaatverandering nemen hevige buien verder toe, vooral in de zomer. Deze regen leidt voornamelijk tot wateroverlast. De ernst daarvan hangt af van bodemtype, hoogteverschillen en verharding.

In laaggelegen polders en dichtbebouwde gebieden kan water minder goed wegzakken, waardoor straten, kelders en gebouwen sneller onderlopen. Ook kan overstort van rioolwater optreden, wat risico’s voor de volksgezondheid oplevert. De impact op de fysieke veiligheid is beperkt, al kunnen gevaarlijke situaties ontstaan door slecht zicht, gladheid en overstroomde wegen. Economische schade kan ontstaan door verstoringen in verkeer, openbaar vervoer, landbouw en bedrijfsvoering. Ook kan extreme neerslag leiden tot schade aan infrastructuur en gebouwen. Cultureel erfgoed is kwetsbaar voor vocht, schimmel en waterschade. De kans op extreme neerslag is groot. In het westen van Nederland, waaronder Hollands Midden, valt meer regen dan gemiddeld. Door de opwarming van de atmosfeer en de Noordzee neemt de intensiteit van buien toe en komen hoosbuien vaker voor. Het KNMI kan extreme neerslag goed voorspellen en waarschuwt wanneer de impact naar verwachting groot is. Extreme kou, sneeuw of ijzel Winterse weersomstandigheden zoals kou, sneeuw en ijzel kunnen het dagelijks leven tijdelijk verstoren. Een koudegolf komt in Nederland weinig voor, maar lage temperaturen en gevoelstemperaturen kunnen wel leiden tot gezondheidsrisico’s, zoals onderkoeling en winterse aandoeningen.

Sneeuw en ijzel ontstaan bij specifieke temperatuur- en vochtcondities en kunnen leiden tot gladheid op wegen en fietspaden, met verkeersongevallen en letsel tot gevolg. Ook kunnen koude-periodes leiden tot schade aan infrastructuur, woningen en landbouwgewassen, waardoor de economische impact oploopt. De impact op de ecologische veiligheid blijft doorgaans beperkt, omdat natuur zich kan herstellen van winterse omstandigheden. Wel kan ernstige vorst schade veroorzaken aan specifieke gewassen of ecosystemen. Winterweer kan invloed hebben op de sociale en politieke stabiliteit, wanneer openbaar vervoer en verkeer verstoord raken. Storingen op het spoor komen in de winter vaker voor door vastgevroren wissels, ijsvorming of defecten aan bovenleidingen en materieel. Hierdoor kan het dagelijks leven ontregeld raken, al is dat meestal van korte duur. De impact op cultureel erfgoed is beperkt en betreft vooral vorstschade of instorting door zware sneeuwbelasting, maar dit blijft uitzonderlijk. Extreme kou komt door klimaatverandering minder vaak voor, maar blijft mogelijk. Sneeuwval wordt steeds zeldzamer doordat het aantal dagen met temperaturen onder nul afneemt. IJzel komt vrijwel ieder winterseizoen voor en blijft daarmee het meest waarschijnlijke winterse incidenttype. Winterse omstandigheden hebben vooral impact op fysieke en economische veiligheid. 5 Risicobeeld per thema 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1840/documents/24956