CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

03. VRHM Regionaal Risicoprofiel 2027-2030 (hoofddocument)

Raadscommissie 3 september 2026, gemeente HillegomBij agendapunt: 12: Concept-Regionaal Risicoprofiel (RRP) 2027-2030 VRHM, wensen en bedenkingen13.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1 alinea's met “aangekondigde”: 71

Risicomatrix voor Milieu HoogImpact-scoreLaag Laag Waarschijnlijkheid-score Hoog • Incidenten met gevaarlijke stoffen 5.2 Milieu Onder dit thema valt het volgende crisistype: • Incident met gevaarlijke stoffen Aanjagers van het crisistype: • Ecologische ontwikkelingen • Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen 5.2.1 Conclusie Het risico op incidenten met gevaarlijke stoffen blijft aanwezig en verandert bovendien door de energietransitie. Nieuwe energiedragers, zoals waterstof, brengen andere typen risico’s met zich mee, terwijl de verdichte leefomgeving de gevolgen van incidenten kan vergroten. Hyperconnectiviteit zorgt ervoor dat verstoringen of lekkages sneller ruimtelijke of maatschappelijke impact hebben. De variatie in stoffen en mogelijke situaties vraagt blijvend om actuele kennis bij partners, goede risicocommunicatie en een scherp zicht op BRZO-bedrijven en transportstromen. De veiligheidsregio speelt hierbij een belangrijke adviserende en coördinerende rol. Figuur 4. Risicomatrix voor het thema Milieu. 5 Risicobeeld per thema 5 Risicobeeld per thema 32

5.2.2 Algemene bevindingen Incident met gevaarlijke stoffen Een incident met gevaarlijke stoffen betreft situaties waarbij chemische of biologische stoffen vrijkomen door lekkages, branden, explosies of toxische wolken. Deze incidenten kunnen plaatsvinden bij transport over weg, spoor of water, bij opslag of tijdens industriële processen. Ook zogeheten Natech-incidenten – waarbij extreem weer of overstromingen leiden tot technisch falen – vallen hieronder. Door ontwikkelingen zoals klimaatverandering, energietransitie en de circulaire economie ontstaan nieuwe risico’s, onder meer door het gebruik van alternatieve energiedragers, energieopslagsystemen en batterijrecycling. Gevaarlijke stoffen vormen een risico wanneer ze buiten hun verpakking of installatie treden. De impact hangt af van de stof, de concentratie, het effectgebied en de nabijheid van bebouwing of kwetsbare locaties. Verspreiding kan plaatsvinden via lucht, water of bodem en kan leiden tot acute gezondheidsrisico’s, gewonden of dodelijke slachtoffers. Ook rook bij brand bevat gevaarlijke stoffen. Daarnaast kunnen incidenten leiden tot schade aan infrastructuur, milieuverontreiniging en hoge saneringskosten. Hoewel het aantal ernstige ongevallen beperkt is, komen incidenten regelmatig voor.

Veroudering van industriële installaties, groeiend vervoer van waterstofrijke energiedragers en CO2, en druk op het spoor kunnen de kans op incidenten vergroten. Daarnaast groeit de aandacht voor langdurige gezondheidsrisico’s door emissies van onder andere PFAS, fijnstof en PAK’s, die meewegen in beleidsvorming en vestigingskeuzes. De impact varieert van ‘laag’ tot ‘midden’, afhankelijk van de locatie, de schaal en de stof. Bij grote incidenten kunnen cascade-effecten ontstaan, zoals langdurige weg- of spoorafsluitingen en verstoringen van bedrijvigheid. Cultureel erfgoed kan kwetsbaar zijn bij incidenten nabij risicocontouren. Door verdichting, meer gebruik van gevaarlijke stoffen en intensiever transport neemt de beweeglijkheid van de impact naar verwachting toe. 5 Risicobeeld per thema 33

Risicomatrix voor Continuïteit vitale voorzieningen HoogImpact-scoreLaag Laag Waarschijnlijkheid-score Hoog • Verstoring elektriciteitsvoorziening • Verstoring drinkwatervoorziening • Verstoring telecommunicatie en ICT • Verstoring gasvoorziening • Verstoring afvalverwerking • Verstoring voedselvoorziening • Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering 5.3 Continuïteit vitale voorzieningen Onder dit thema vallen de volgende crisistypen: • Verstoring gasvoorziening • Verstoring elektriciteitsvoorziening • Verstoring drinkwatervoorziening • Verstoring rioolwater- en afvalwaterzuivering • Verstoring telecommunicatie en ICT • Verstoring afvalverwerking • Verstoring voedselvoorziening Aanjagers van de crisistypen: • Technologische ontwikkelingen • Ecologische ontwikkelingen • Geopolitieke ontwikkelingen Figuur 5. Risicomatrix voor het thema Continuïteit vitale voorzieningen. 5.3.1 Conclusie De continuïteit van energie-, water-, afval-, telecom- en voedselvoorzieningen staat onder druk door hyperconnectiviteit, digitalisering, klimaatverandering en de energietransitie. Uitval van één voorziening kan snel leiden tot cascade- effecten. Klimaatverandering beïnvloedt onder meer drinkwaterbeschikbaarheid en rioolwaterafvoer, terwijl de energietransitie extra graafwerkzaamheden en netbelasting veroorzaakt die de kans op storingen vergroten.

Een verstoring kan grote maatschappelijke gevolgen hebben. De veiligheidsregio heeft vooral een coördinerende rol. Intensieve samenwerking met vitale partners en inzicht in wederzijdse afhankelijkheden zijn noodzakelijk. 5 Risicobeeld per thema 5 Risicobeeld per thema 34

5.3.2 Algemene bevindingen Verstoring gasvoorziening Een verstoring van de gasvoorziening ontstaat wanneer huishoudens, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen geen gas meer ontvangen. Hierdoor vallen verwarming, warm water en gasfornuizen uit. De meest voorkomende oorzaak is schade aan gasleidingen, vaak door graafwerkzaamheden of technische defecten. Wanneer een leiding bezwijkt en verontreinigd raakt, kunnen herstel en reiniging aanzienlijk langer duren. Naast technische oorzaken spelen ook geopolitieke ontwikkelingen een rol: internationale spanningen kunnen leiden tot opzettelijke verstoringen of beperkte import, wat vooral in de winter tot knelpunten kan leiden. Tijdens de energietransitie kan tijdelijke uitval optreden doordat infrastructuur wordt aangepast. De impact op fysieke veiligheid is beperkt, maar kwetsbare groepen kunnen risico lopen bij langdurige uitval in koude periodes. Economisch kan de schade aanzienlijk zijn door herstelkosten, compensatieverplichtingen en stilstand van bedrijven die afhankelijk zijn van gas. Ook ontstaan kosten door noodvoorzieningen, zoals elektrische verwarmings- en kookalternatieven. De ecologische impact is gering. Wel kan langdurige uitval maatschappelijke onrust veroorzaken, vooral in dichtbevolkte gebieden waar het dagelijks leven direct wordt geraakt.

Ziekenhuizen en zorginstellingen zijn extra kwetsbaar, omdat uitval van gas gevolgen kan hebben voor de zorgcontinuïteit. Cultureel erfgoed loopt vooral risico wanneer klimaatbeheersing uitvalt, bijvoorbeeld bij musea of depots. De waarschijnlijkheid van een verstoring wordt als ‘enigszins waarschijnlijk’ beoordeeld. Extreme weersomstandigheden, overstromingen of stormschade kunnen de infrastructuur onder druk zetten, terwijl technologische en geopolitieke ontwikkelingen aanvullende risico’s vormen. De afhankelijkheid neemt naar verwachting af door de energietransitie, maar in de overgangsfase kunnen verstoringen juist vaker optreden. Verstoring elektriciteitsvoorziening Een verstoring van de elektriciteitsvoorziening kan ontstaan door werkzaamheden aan het netwerk, overbelasting, extreme weersomstandigheden, cyberaanvallen, verouderde infrastructuur of ontwikkelingen binnen de energietransitie. Door de groei van duurzame energiebronnen, zoals zon en wind, ontstaan wisselende energiestromen die het netwerk zwaar belasten en tot congestie kunnen leiden. Daarnaast worden steeds vaker grondwerkzaamheden uitgevoerd om het netwerk te versterken, wat tijdelijk juist extra storingen kan veroorzaken. Ook nemen risico’s toe door het gebruik en de opslag van elektriciteit in accu’s en thuisbatterijen, waar onveilig gebruik nieuwe incidenttypen met zich meebrengt.

Geopolitieke spanningen vergroten daarnaast de kans op sabotage of digitale aanvallen op kritieke infrastructuur. De impact van een langdurige stroomuitval is groot. Hoewel directe slachtoffers minder waarschijnlijk zijn, kunnen mensen die afhankelijk zijn van medische apparatuur in de problemen komen wanneer voorzieningen uitvallen. Uitval van elektriciteit legt productie stil, verstoort digitale communicatie en raakt vitale voorzieningen, zoals ziekenhuizen, waterzuivering, transport en telecommunicatie. De economische schade kan oplopen tot miljoenen euro’s door herstel, noodmaatregelen en bedrijfsonderbreking. Ook kan maatschappelijke onrust ontstaan wanneer huishoudens geen verwarming of apparatuur kunnen gebruiken en communicatie wegvalt. Cultureel erfgoed kan risico lopen door uitval van beveiligings- en klimaatsystemen. De waarschijnlijkheid van een verstoring is hoog. Door klimaatverandering, technologische afhankelijkheden, digitalisering en de energietransitie neemt de kans op uitval verder toe, terwijl de gevolgen steeds groter worden doordat de samenleving steeds afhankelijker is van elektriciteit. 5 Risicobeeld per thema 35

Verstoring drinkwatervoorziening Een verstoring van de drinkwatervoorziening kan ontstaan bij het winnen, zuiveren, opslaan of distribueren van drinkwater. Uitval kan veroorzaakt worden door drukproblemen, vervuiling van grond- of oppervlaktewater, (micro) biologische besmetting of storingen in zuiveringsprocessen. Ook klimaatverandering, langdurige droogte en digitale verstoringen kunnen leiden tot problemen met beschikbaarheid of kwaliteit. Drinkwaterbedrijven beschikken over grote redundantie en moeten risicoanalyses en leveringsplannen opstellen, maar de druk op bronnen neemt toe. De verwachting is dat de watervraag richting 2030 sterk stijgt, terwijl de beschikbaarheid juist afneemt. Uitval tast het grondgebied niet aan, maar kan de continuïteit van vitale processen wel raken. Kwetsbare groepen, zoals ouderen en zieken, lopen risico op uitdroging en gezondheidsproblemen. In sectoren die afhankelijk zijn van water, zoals de voedselproductie, de industrie en de zorg, kan langdurige uitval leiden tot hoge economische schade. Ook bij brandbestrijding kan watergebrek extra risico’s opleveren. Ecologische schade is meestal indirect en tijdelijk. De maatschappelijke impact kan groot zijn, doordat scholen, zorginstellingen en bedrijven snel ontregeld raken. Goede, tijdige communicatie kan onrust en wantrouwen richting de overheid voorkomen.

De impact van een verstoring is doorgaans beperkt, maar kan in uitzonderlijke situaties aanzienlijk toenemen, vooral in dichtbevolkte gebieden met veel kwetsbare inwoners. Door klimaatverandering, bevolkingsgroei en afhankelijkheid van digitale systemen is de kans op verstoringen de komende jaren waarschijnlijk. Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering Verstoring van de rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering betreft het inzamelen, transporteren en zuiveren van afval- en hemelwater. Een goed functionerend rioleringssysteem is essentieel voor de volksgezondheid; uitval kan leiden tot verontreiniging van bodem en oppervlaktewater, algengroei en zuurstoftekort. Daarnaast kan een afvalwaterzuiveringsinstallatie uitvallen door technische storingen, cyberaanvallen of vervuilde lozingen vanuit de industrie. De impact richt zich vooral op ecologische veiligheid, doordat vervuild rioolwater in oppervlaktewater grote schade kan veroorzaken aan natuur en ecosystemen. Bij manifestatie kunnen gezondheidsrisico’s ontstaan, zoals bacteriën in zwemwater, maar doorgaans zonder dodelijke slachtoffers. Economische schade ontstaat vooral door herstelwerkzaamheden en sanering. Verstoring van rioolwaterprocessen heeft verder beperkte invloed op het dagelijks leven, al kan stedelijke verdichting de druk op systemen vergroten. Cultureel erfgoed wordt nauwelijks geraakt.

De impact is meestal beperkt, maar kan bij langdurige of grootschalige verstoring aanzienlijk toenemen, met name ecologisch. De gevolgen zijn vooral lokaal en treffen zelden grote delen van de samenleving. De waarschijnlijkheid van dit type incident is laag. Verstoring van rioolsystemen en afvalwaterzuivering komt weinig voor, maar extreme neerslag, technische storingen en cyberaanvallen vergroten de kans op uitval. Verstoring telecommunicatie en ICT Een verstoring van telecommunicatie en ICT betreft het (gedeeltelijk) uitvallen van communicatienetwerken of digitale systemen, zoals mobiele telefonie, internet, dataverbindingen of noodcommunicatie. Dergelijke verstoringen kunnen grote gevolgen hebben, bijvoorbeeld wanneer 112 tijdelijk minder goed bereikbaar is, of wanneer digitale systemen in vitale processen uitvallen. Door de voortschrijdende digitalisering en de sterke onderlinge afhankelijkheden tussen systemen nemen zowel de impact als de kwetsbaarheid toe. Een verstoring kan zich snel verspreiden naar andere sectoren, zoals betalingsverkeer, zorg, mobiliteit of energievoorziening. Dat was zichtbaar tijdens de wereldwijde Crowdstrike-storing en de C2000- storing tijdens de jaarwisseling 2024-2025. 5 Risicobeeld per thema 5 Risicobeeld per thema 36

De impact raakt meerdere veiligheidsbelangen. De territoriale veiligheid kan in het geding komen wanneer infrastructurele objecten niet bediend kunnen worden, zoals bruggen of waterkeringen. De fysieke veiligheid wordt geraakt doordat acute zorg moeilijker bereikbaar wordt en vitale voorzieningen kunnen uitvallen. De economische veiligheid kan worden aangetast door productieverlies, herstelkosten en reputatieschade. Het dagelijks leven kan ontregeld raken wanneer digitale dienstverlening, pinbetalingen, openbaar vervoer of onderwijs op afstand tijdelijk wegvallen. Ook kan onrust ontstaan wanneer de verstoring langere tijd aanhoudt of wanneer de informatievoorziening zelf uitvalt. Cultureel erfgoed is beperkt kwetsbaar, al kunnen digitale collectieregistraties en beveiligingssystemen wel risico lopen. De impact van dit crisistype is groot, vooral door de vele mogelijke cascade-effecten en de afhankelijkheid van complexe, vaak internationale digitale ketens. De omvang van de verstoring en de duur ervan zijn bepalend voor de schade. Een verstoring van telecommunicatie en ICT is waarschijnlijk. Technologische ontwikkelingen vergroten de kwetsbaarheid, net als de groeiende afhankelijkheid van cloud-infrastructuren en buitenlandse leveranciers. Daarnaast kunnen geopolitieke spanningen leiden tot digitale aanvallen of verstoringen, variërend van spionage tot sabotage.

Verstoring afvalverwerking Een verstoring van de afvalverwerking ontstaat wanneer het inzamelen of verwerken van afval tijdelijk stilvalt of onvoldoende capaciteit heeft. Dit kan zowel gepland zijn, zoals bij een staking, als ongepland, bijvoorbeeld door een storing of brand. Uitval bij één installatie leidt meestal niet direct tot problemen, maar wanneer meerdere verwerkers tegelijk uitvallen kan afval zich snel ophopen. Dit veroorzaakt overlast en kan op termijn risico’s opleveren voor de volksgezondheid, vooral bij warm weer of in dichtbebouwde gebieden. Een voorbeeld is de brand bij afvalverwerker AVR in Rozenburg (2023), die ook in Hollands Midden gevolgen had voor opslag en inzameling. De directe impact op de fysieke veiligheid is beperkt, al kunnen stank, ongedierte en brandgevaar lokaal tot hinder en gezondheidsrisico’s leiden. Economische gevolgen kunnen ontstaan door noodmaatregelen, extra transport, tijdelijke opslag of vertraging in bedrijfsprocessen die afhankelijk zijn van frequente afvalafvoer, zoals zorginstellingen, industrie en horeca. De ecologische impact blijft in de regel klein; alleen bij grote incidenten, zoals langdurige branden, kan sprake zijn van schade aan natuur of milieu. Een verstoring kan leiden tot irritatie of onvrede in de samenleving, vooral wanneer afval zichtbaar blijft liggen of communicatie uitblijft.

De sociaalpsychologische impact hangt sterk samen met de duur van de verstoring en het optreden van betrokken partijen. De waarschijnlijkheid van verstoringen is enigszins verhoogd, met brand als meest waarschijnlijke oorzaak. De meeste verstoringen blijven echter lokaal en van beperkte duur. Grote veranderingen in waarschijnlijkheid worden de komende jaren niet verwacht. Verstoring voedselvoorziening Een verstoring van de voedselvoorziening ontstaat wanneer productie, distributie of beschikbaarheid van voedsel tijdelijk of langdurig wordt belemmerd. Hoewel de voedselzekerheid in Nederland over het algemeen goed is, kunnen verschillende factoren tot verstoringen leiden. Dat kan het gevolg zijn van opzettelijk handelen, maar vaker ontstaan verstoringen indirect door andere incidenten, zoals misoogsten, transportproblemen of stakingen in distributiecentra. Ook ecologische en mondiale ontwikkelingen spelen een rol. Afnemende biodiversiteit, zoals bijensterfte, raakt de bestuiving van gewassen. Daarnaast neemt door klimaatverandering de kans op overstromingen 5 Risicobeeld per thema 37

toe, wat landbouwopbrengsten kan beïnvloeden. De Nederlandse voedselketen werkt grotendeels volgens het ‘just- in-time’ principe, wat efficiënt is, maar weinig ruimte laat voor vertragingen. Daardoor kan een acute verstoring snel leiden tot lege schappen of logistieke knelpunten. Aangekondigde verstoringen, zoals stakingen, hebben doorgaans minder impact omdat maatregelen kunnen worden getroffen. De impact op de fysieke en territoriale veiligheid is meestal beperkt. Wel kunnen langdurige verstoringen klachten veroorzaken bij kwetsbare groepen. Economisch kunnen verstoringen leiden tot hogere kosten door schaarste, omzetverlies en extra logistieke druk. De sociale en politieke impact kan oplopen wanneer tekorten zichtbare effecten hebben in het dagelijks leven en gevoelens van onzekerheid of wantrouwen ontstaan. De impact wordt als laag beoordeeld, maar kan bij langdurige verstoring oplopen. Een verstoring van de voedselvoorziening is enigszins waarschijnlijk. Klimaatverandering, geopolitieke spanningen en mondiale handelsschommelingen vergroten de kans dat de voedselketen tijdelijk hinder ondervindt, al blijft een grootschalige verstoring minder reëel. (Concept) Regionaal Risicoprofiel 2027-2030 38 5 Risicobeeld per thema Risicomatrix voor Continuïteit Gebouwde omgeving HoogImpact-scoreLaag Laag Waarschijnlijkheid-score Hoog • Complexe incidenten • Instorting Figuur 6.

Risicomatrix voor het thema Gebouwde omgeving. 5.4 Gebouwde omgeving Onder dit thema vallen de volgende crisistypen: • Complex incident • Instorting Aanjagers van deze crisistypen: • Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen • Ecologische ontwikkelingen 5.4.1 Conclusie Incidenten in de gebouwde omgeving worden complexer door verdichting, energietransitie en vergrijzing. Hoogbouw, transformatie van gebouwen en meervoudig ruimtegebruik vergroten de kans dat een relatief klein incident zich ontwikkelt tot een complexe brand of instorting. Nieuwe energiedragers (zoals zonnepanelen, laadvoorzieningen en warmtesystemen) bemoeilijken de incidentbestrijding. Daarnaast vergroot de aanwezigheid van verminderd zelfredzamen de impact van incidenten. Het is belangrijk om de effecten van deze trends – afzonderlijk en in samenhang – goed in beeld te houden en te vertalen naar preventie, advisering en risicocommunicatie. 5 Risicobeeld per thema 39

5.4.2 Algemene bevindingen Complex incident Een complex incident in de bebouwde omgeving ontstaat wanneer een ongeval meerdere disciplines raakt of wanneer een reguliere aanpak onvoldoende is. Bijvoorbeeld doordat meerdere risicobronnen, effecten en bestuurlijke niveaus samenkomen en die daardoor de reguliere inzet en besluitvorming overstijgen. Door hoge bevolkingsdichtheid, verdichting en meervoudig ruimtegebruik — zoals combinaties van wonen, werken, laboratoria of ondergrondse parkeergarages — kunnen incidenten snel complex worden. Nieuwe risico’s ontstaan door de energietransitie, bijvoorbeeld door lithium- ionbatterijen, laadvoorzieningen en zonnepanelen die bij brand moeilijk te bestrijden zijn en gevaarlijke stoffen kunnen vrijgeven. Ook maakt hoogbouw evacuatie en brandbestrijding uitdagender, zoals bleek bij recente flat- en studentencomplexbranden. Deze ontwikkelingen vergroten de kans op complexe scenario’s. De impact op de fysieke veiligheid kan groot zijn, met kans op dodelijke of zwaargewonde slachtoffers bij brand, rookontwikkeling, instorting, een explosie of bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Indirect kunnen voorzieningen uitvallen, wat vooral voor kwetsbare groepen gevolgen heeft. Economische schade ontstaat door herstel van gebouwen, onderbreking van bedrijfsprocessen en hoge opruim- en zorgkosten.

Ecologische schade blijft meestal lokaal, al kunnen zonnepanelen en andere materialen zich over een groot gebied verspreiden. De sociale impact kan aanzienlijk zijn wanneer bereikbaarheid, winkels, scholen of zorglocaties worden getroffen. Cultureel erfgoed ligt in Hollands Midden verspreid, waardoor de kans op grootschalige schade aan cultureel erfgoed klein is, al kunnen incidenten nabij waardevolle objecten lokaal wel gevolgen hebben. De impact van complexe incidenten is potentieel hoog, vooral door cascade-effecten, verdichting en de samenhang van risico’s in de stedelijke omgeving. Complexe incidenten komen regelmatig voor in Hollands Midden. De waarschijnlijkheid neemt de komende jaren verder toe door energietransitie, klimaatverandering en sociaal- maatschappelijke druk op de ruimte. Instorting Instorting betreft het gedeeltelijk of volledig bezwijken van bouwwerken of constructies, zoals woningen, gebouwen, bruggen of parkeergarages. Oorzaken kunnen liggen in bouw- of ontwerpfouten, brand, explosies, veroudering, achterstallig onderhoud of extreme weersomstandigheden. Ook kan instorting ontstaan door explosies of het gebruik van gevaarlijke stoffen, of door funderingsproblemen als gevolg van droogte. Door verdichting, hoogbouw en multifunctioneel ruimtegebruik neemt de complexiteit verder toe.

VRHM levert personeel aan Team West van de landelijke STH-teams, die worden ingezet voor specialistische technische hulpverlening bij instortingen. De impact van een instorting is vaak groot, vooral wanneer gebouwen een publieksfunctie hebben of wanneer sprake is van veel aanwezige personen. Slachtoffers, zwaargewonden en grote schade aan gebouwen en infrastructuur zijn mogelijk. Ook kan het getroffen gebied tijdelijk onbereikbaar worden, wat gevolgen heeft voor bewoners, bedrijven en zorginstellingen. De economische schade bestaat uit herstelkosten, bedrijfsonderbreking en verstoring van de leefomgeving. Ecologische schade blijft meestal beperkt. De sociale impact kan toenemen wanneer voorzieningen niet bereikbaar zijn of wanneer het herstel lang duurt. Cultureel erfgoed is alleen kwetsbaar wanneer het incident plaatsvindt nabij monumentale gebouwen. Instortingen komen weinig voor, maar de waarschijnlijkheid neemt toe door klimaatverandering, verouderde constructies, verdichting en het gebruik van nieuwe energietechnologieën. Ook explosieven in het criminele milieu kunnen bijdragen aan het risico op instorting. 5 Risicobeeld per thema 5 Risicobeeld per thema 40

Risicomatrix voor Mobiliteit en Infrastructuur HoogImpact-scoreLaag Laag Waarschijnlijkheid-score Hoog Figuur 6. Risicomatrix voor het thema Mobiliteit en Infrastructuur. • Luchtvaartincidenten • Incidenten op of onder water • Spoorvervoer- incidenten • Wegvervoer- incidenten 5.5 Mobiliteit en Infrastructuur Onder dit thema vallen de volgende crisistypen: • Luchtvaartincident • Incident op of onder water • Wegvervoerincidenten • Spoorvervoerincidenten Aanjagers van de crisistypen: • Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen • Technologische ontwikkelingen • Ecologische ontwikkelingen 5.5.1 Conclusie Door de groeiende mobiliteit en verdichting neemt de kans op incidenten op weg, water, spoor en in de lucht toe. Hoewel grote incidenten relatief weinig voorkomen, kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn door drukke infrastructuur, tunnels, transport van gevaarlijke stoffen en de afhankelijkheid van digitale systemen. Hyperconnectiviteit en automatisering verhogen de kwetsbaarheid van vervoerssystemen en vergroten de kans op verstoringen met brede maatschappelijke impact. Door de komst van nieuwe infrastructuur (zoals tunnels) blijft specifieke voorbereiding en multidisciplinaire samenwerking belangrijk. 5 Risicobeeld per thema 41

5.5.2 Algemene bevindingen Luchtvaartincident Een luchtvaartincident kan in Hollands Midden plaatsvinden ondanks het ontbreken van luchthavens binnen de regio. De nabijheid van Schiphol en Rotterdam The Hague Airport zorgt ervoor dat delen van Zuidplas, Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Hillegom binnen zone 2 van het luchtvaartveiligheidsgebied vallen, waar een klein deel van de ongevallen zich voordoet. Het grootste deel van de regio ligt in zone 3, waardoor de kans op een groot incident relatief klein is. Naast commerciële luchtvaart kan in Hollands Midden ook sprake zijn van ongevallen met sportvliegtuigen, zweefvliegtuigen of drones, onder meer rond Valkenburg en in het laagvlieggebied bij Gouda. De impact van een luchtvaartincident is sterk afhankelijk van het type toestel, het aantal inzittenden en de locatie. Een ongeval in landelijk gebied veroorzaakt doorgaans minder slachtoffers dan een incident in een woonwijk of langs een drukke weg. Het getroffen gebied kan langdurig afgesloten blijven vanwege reddingsoperaties, brandbestrijding, onderzoek en het ruimen van wrakstukken. Economische schade ontstaat door herstel van infrastructuur en verstoringen in het luchtverkeer. Ecologische schade kan lokaal optreden door branden en bodemverontreiniging.

Ook sociaalpsychologische gevolgen kunnen groot zijn, zeker bij dodelijke slachtoffers of onduidelijkheid over de oorzaak, wat langdurige nazorg vraagt. De waarschijnlijkheid van een luchtvaartincident in Hollands Midden is laag, doordat de regio buiten zone 1 ligt en slechts beperkt in zone 2. Technologische afhankelijkheden, digitalisering en toenemend dronegebruik vergroten de kwetsbaarheid wel enigszins, maar veranderen het algemene risicobeeld niet. Incident op of onder water Een incident op of onder water ontstaat wanneer vaarwegen, waterlichamen of onderwaterinfrastructuur zodanig worden verstoord dat de continuïteit in het geding komt. Oorzaken variëren van menselijk handelen, zoals onoplettendheid of verkeerd beladen schepen, tot technische mankementen en plotselinge weersomstandigheden. In Hollands Midden worden jaarlijks honderden waterongevallen geregistreerd, waarvan een klein deel als groot incident wordt geclassificeerd. Incidenten kunnen zich voordoen op binnenwateren, langs de kust en in recreatiegebieden. Ook worden grote hoeveelheden goederen en gevaarlijke stoffen vervoerd, wat de risico’s kan vergroten. Incidenten zijn vaak lastig bereikbaar voor hulpdiensten, waardoor de inzet van vaartuigen noodzakelijk is. Daarnaast liggen veel vaarwegen op regio-grenzen, wat incidenten al snel een bovenregionaal karakter geeft. De impact is over het algemeen beperkt.

Slachtoffers zijn voorstelbaar, bijvoorbeeld door verdrinking of ongevallen tijdens recreatie, maar het aantal betrokken personen blijft meestal klein. Economische schade ontstaat vooral bij incidenten met scheepsvaart of infrastructuur, of wanneer gevaarlijke stoffen in het water terechtkomen. Ecologische schade is afhankelijk van de aard en hoeveelheid vrijgekomen stoffen. Het dagelijks leven kan tijdelijk verstoord raken door stremmingen van vaarwegen of bruggen. Sociaalpsychologische effecten blijven beperkt en ook cultureel erfgoed wordt zelden geraakt. De waarschijnlijkheid van een incident op of onder water is reëel, vooral door recreatievaart en toegenomen drukte op en rond het water. Klimaatverandering, wisselende waterstanden en technologische afhankelijkheid vergroten de kans op incidenten en kunnen leiden tot extra hinder of uitval. Wegvervoerincidenten Wegvervoerincidenten komen in Hollands Midden veel voor door het uitgebreide netwerk van gemeentelijke, provinciale en rijkswegen en het grote aantal dagelijkse vervoersbewegingen. Jaarlijks gebeuren er duizenden verkeersongevallen, waarbij ook dodelijke slachtoffers vallen. Daarnaast vindt over de weg transport van gevaarlijke stoffen plaats via het Basisnet Weg, wat extra risico’s met zich meebrengt. De 5 Risicobeeld per thema 5 Risicobeeld per thema 42

meeste incidenten zijn klein van omvang, maar bij grotere ongevallen kan sprake zijn van langdurige stremmingen, zeker in perioden van druk verkeer of op locaties met beperkte uitwijkmogelijkheden. Het risico wordt verder beïnvloed door verdichting, toenemende verkeersdrukte en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. De impact op de fysieke veiligheid kan aanzienlijk zijn wanneer er slachtoffers vallen, variërend van lichtgewonden tot dodelijke ongevallen. Economische schade ontstaat door voertuigschade, vertragingen, immateriële kosten en eventuele schadeclaims. Ecologische schade blijft meestal beperkt, maar kan groot zijn wanneer gevaarlijke stoffen vrijkomen. Het dagelijks leven wordt vooral geraakt door hinder, files en verminderde bereikbaarheid, maar de maatschappelijke ontwrichting blijft doorgaans klein. Cultureel erfgoed wordt zelden geraakt. De waarschijnlijkheid van wegvervoerincidenten is hoog. Dagelijks vinden kleinere ongevallen plaats en op trajecten met veel verkeer en transport van gevaarlijke stoffen is het risico op incidenten groter. Door groei van de bevolking, vergrijzing, toenemende ruimtedruk en meer verkeersbewegingen in dichtbebouwde gebieden neemt de kans op conflicten tussen weggebruikers verder toe. Hierdoor kan de hinder sneller oplopen en houden verstoringen langer aan.

Spoorvervoerincidenten Hollands Midden kent 124 kilometer spoor en de regio wordt intensief gebruikt voor personen- en goederenvervoer. Hoewel het spoor in Nederland tot de veiligste van Europa behoort, kunnen incidenten optreden. Dat varieert van aanrijdingen tot ontsporingen of verstoringen van het railverkeer. Een voorbeeld hiervan is het treinongeval bij Voorschoten in 2023, waarbij meerdere slachtoffers vielen en zowel een goederentrein als een reizigerstrein ontspoorden. Incidenten kunnen worden veroorzaakt door menselijke fouten of fysieke oorzaken, zoals koperdiefstal of materiële defecten. Ook digitale verstoringen en cyberincidenten spelen een toenemende rol, omdat het spoor steeds afhankelijker wordt van geautomatiseerde besturings- en beveiligingssystemen. Over het spoor worden eveneens gevaarlijke stoffen vervoerd. Rond Gouda gebeurt dit in de nabijheid van werk-, onderwijs- en woonfuncties, wat de potentiële impact vergroot bij een incident. De bestrijding van spoorongevallen vraagt een gespecialiseerde aanpak vanwege de specifieke risico’s van spoorinfra, bovenleiding en gevaarlijke stoffen. De impact van spoorvervoerincidenten is meestal beperkt en bestaat vooral uit stremming van treinverkeer, waardoor reizigers hinder ondervinden.

Fysieke gevolgen variëren van geen slachtoffers tot meerdere gewonden of dodelijke slachtoffers, afhankelijk van de aard van het incident. Economische schade ontstaat door herstel van spoor en materieel, vertragingen en schadevergoedingen. Ecologische schade blijft doorgaans beperkt, tenzij gevaarlijke stoffen vrijkomen. De sociaalpsychologische impact is meestal klein, al kan een groot incident gevoelens van angst veroorzaken. Gevolgen voor cultureel erfgoed zijn gering. De waarschijnlijkheid van spoorvervoerincidenten is reëel. Kleine incidenten komen regelmatig voor en technologische afhankelijkheden vergroten het risico op verstoringen. Extreme weersomstandigheden en geopolitieke spanningen kunnen de kwetsbaarheid van spoorinfrastructuur verder versterken. 5 Risicobeeld per thema 43

5.6 Gezondheid Onder dit thema valt het volgende crisistype: • Bedreiging volksgezondheid Aanjagers van de crisistypen: • Geopolitieke ontwikkelingen • Ecologische ontwikkelingen • Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen Risicomatrix voor Gezondheid HoogImpact-scoreLaag Laag Waarschijnlijkheid-score Hoog • Bedreiging volksgezondheid Figuur 8. Risicomatrix voor het thema Gezondheid. 5.6.1 Conclusie Gezondheidsrisico’s worden beïnvloed door globalisering, klimaatverandering en steeds hogere mobiliteit. Infectieziekten – zowel humane besmettingen als zoönosen – kunnen zich sneller verspreiden en langdurige maatschappelijke ontwrichting veroorzaken. Ook hitte, luchtkwaliteit en vector-gerelateerde ziekten nemen toe door klimaatverandering. Hyperconnectiviteit kan bijdragen aan snelle verspreiding van infecties én aan snelle escalatie van publieke zorgen. Een goed functionerend netwerk, snelle informatie-uitwisseling en duidelijke risicocommunicatie blijven cruciaal om gezondheidsincidenten te beheersen. 5 Risicobeeld per thema 5 Risicobeeld per thema 44

5.6.2 Algemene bevindingen Bedreiging van de volksgezondheid Onder dit crisistype vallen infectieziekten die een grote impact kunnen hebben op de samenleving, zoals zoönosen en ziektegolven. Zoönosen zijn ziekten die tussen mens en dier kunnen worden overgedragen, bijvoorbeeld via voedsel, lucht, water of vectoren, zoals teken en muggen. In Nederland komen zoönosen als Q-koorts, psittacose, Lyme en vogelgriep voor. Een ziektegolf ontstaat wanneer een besmettelijke ziekte zich snel verspreidt onder een grote groep mensen. Dit kan variëren van lokale uitbraken tot epidemieën en pandemieën, afhankelijk van de besmettelijkheid en verspreidingsgraad. Dergelijke ziekten veroorzaken jaarlijks ziekte en sterfte, vooral onder kwetsbare groepen. Ook kunnen langdurige gezondheidsklachten optreden, zoals post-virale syndromen. Bij een ernstige ziektegolf kan de zorg onder grote druk komen te staan door een hoge vraag en uitval van personeel. Daarnaast kunnen maatregelen, zoals quarantaine en isolatie, het dagelijks leven verstoren. Een bedreiging van de volksgezondheid heeft een grote economische impact door zorgkosten en productiviteitsverlies. Ook kan sociale en psychologische schade ontstaan, bijvoorbeeld door eenzaamheid, angst of spanningen in de samenleving. Maatregelen kunnen bovendien leiden tot weerstand of een verminderd vertrouwen in de overheid.

Cultureel erfgoed wordt niet direct geraakt, al kunnen instellingen tijdelijk gesloten zijn. De kans op een bedreiging van de volksgezondheid is enigszins waarschijnlijk. Factoren die dit vergroten zijn intensieve veehouderij, natuurgebieden met vectoren, een lagere vaccinatiegraad en de hoge bevolkingsdichtheid in stedelijke gebieden. Klimaatverandering, verstedelijking en vergrijzing zorgen daarnaast voor een grotere kans op uitbraken. Infectieziekten worden gemonitord, maar vooral zoönosen blijven beperkt voorspelbaar. In de regio Hollands Midden, waar stedelijk en landelijk gebied in elkaar overlopen, is het risico op verspreiding groter. 5 Risicobeeld per thema 45

5.7 Publieke veiligheid Onder dit thema vallen de volgende crisistypen: • Verstoring openbare orde • Extreem geweld • Militair conflict Aanjagers van de crisistypen: • Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen • Technologische ontwikkelingen • Geopolitieke ontwikkelingen Risicomatrix voor Publieke veiligheid HoogImpact-scoreLaag Laag Waarschijnlijkheid-score Hoog • Extreem geweld • Verstoring openbare orde Figuur 9. Risicomatrix voor het thema Publieke veiligheid. 5.7.1 Conclusie De risico’s binnen publieke veiligheid worden versterkt door polarisatie, desinformatie, arbeidskrapte bij veiligheidsdiensten en toenemende druk op de openbare ruimte. Verstoring van de openbare orde kan sneller escaleren, mede door digitale mobilisatie en een afnemend vertrouwen in gezag. Ook extreem geweld kent een veranderend karakter, met zowel fysieke als digitale componenten. De veiligheidsregio moet blijven investeren in samenwerking tussen partners, het monitoren van signalen en het versterken van de weerbaarheid en veerkracht van de samenleving. • Militair conflict 5 Risicobeeld per thema 5 Risicobeeld per thema 46

5.7.2 Algemene bevindingen Verstoring van de openbare orde Er is sprake van aantasting van de openbare orde wanneer een verstoring van enige betekenis de normale gang van zaken in de openbare ruimte raakt. Incidenten variëren van rellen, groepsgeweld en verstoringen bij demonstraties tot agressie tegen hulpverleners. Deze gebeurtenissen kunnen leiden tot schade, letsel en een grote inzet van politie en hulpdiensten. In Hollands Midden speelt vooral de toegenomen polarisatie een rol: maatschappelijke spanningen nemen toe, waardoor de drempel tot confrontatie lager wordt. Daarnaast groeit het capaciteitsprobleem bij politie en veiligheidspartners. Dat kan de bestrijding van ordeverstoringen bemoeilijken. Digitale dynamiek heeft een steeds grotere invloed. Desinformatie kan meningen beïnvloeden, tegenstellingen versterken en een voedingsbodem creëren voor onrust. Dit sluit aan bij een bredere ontwikkeling van hybride dreigingen, waarbij statelijke en niet-statelijke actoren desinformatie inzetten om verdeeldheid te versterken en het vertrouwen in overheid en instituties te ondermijnen. Hoewel de impact van openbare orde-incidenten sterk varieert, kunnen ernstige verstoringen leiden tot maatschappelijke ontwrichting, economische schade en aantasting van het veiligheidsgevoel.

De beleving in Nederland is hoog: spanningen tussen bevolkingsgroepen worden door een meerderheid gezien als een waarschijnlijk risico. Preventie, het versterken van vertrouwen in gezag en voldoende capaciteit bij partners in de veiligheidsketen blijven daarom cruciaal. Extreem geweld Extreem geweld betreft het gebruik van buitensporig geweld dat grote fysieke en sociaal-maatschappelijke impact kan hebben. Dit kan worden veroorzaakt door zware geweldsmiddelen, een schokkende manier van handelen of een intentie om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. Terrorisme valt hieronder wanneer er ook een ideologisch motief is. Daarnaast kan extreem geweld plaatsvinden zonder ideologische achtergrond, zoals in het criminele circuit of bij ernstige incidenten in de privésfeer. De gevolgen voor de fysieke veiligheid kunnen groot zijn, met kans op doden, gewonden en langdurige psychologische schade. Ook kan extreem geweld leiden tot materiële schade, economische verliezen en verstoringen van het dagelijks leven, zoals tijdelijke sluiting van voorzieningen of ontruimingen. De impact op sociale en politieke stabiliteit kan aanzienlijk zijn. Incidenten leiden vaak tot angst, onrust en maatschappelijke spanning. Ze kunnen het vertrouwen in de overheid of het bestuur onder druk zetten, zeker wanneer eerdere signalen of dreigingen onvoldoende zijn opgepakt.

Het territoriale effectgebied is meestal beperkt, maar een incident kan gebieden tijdelijk ontoegankelijk maken. De impact op ecologie is verwaarloosbaar. Cultureel erfgoed kan doelwit zijn of nevenschade oplopen, al is de kans relatief klein. De incidenten met de grootste impact zijn situaties waarbij meerdere slachtoffers vallen of wanneer locaties met een publieke of symbolische functie worden getroffen. De waarschijnlijke toename van extreem geweld hangt sterk samen met sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen, zoals polarisatie, verharding, radicalisering en toename van onbegrepen gedrag. Ook online radicalisering en internationale geopolitieke spanningen vergroten de dreiging. Het risico op een aanslag wordt door de NCTV als substantieel beschouwd. 5 Risicobeeld per thema 47

Militair conflict Een militair conflict kan Nederland raken wanneer artikel 4 of 5 van het NAVO-verdrag wordt geactiveerd. Door de toegenomen geopolitieke spanningen, onder meer door de oorlog in Oekraïne en de herbewapening van Rusland, bestaat er voor het eerst in jaren weer een reële kans dat Nederland indirect of direct betrokken raakt bij een internationaal conflict. Hybride dreigingen – zoals cyberaanvallen, sabotage en desinformatie – bevinden zich in het grijze gebied tussen vrede en oorlog en maken het lastig exact te bepalen wanneer Nederland formeel in een conflict belandt. Deze moderne dreigingsvormen kunnen al substantiële impact hebben op maatschappij en bestuur, ook zonder fysieke gevechtshandelingen. De impact van een militair conflict kan groot zijn. Fysieke schade aan infrastructuur en mogelijke slachtoffers zijn voorstelbaar, maar ook economische gevolgen, zoals kosten voor ondersteuning van bondgenoten, verstoringen in handelsketens en de inzet van reservisten. Daarnaast kan een conflict brede maatschappelijke ontwrichting veroorzaken, zoals beperkingen in vervoer, onderwijs en toegang tot essentiële voorzieningen. Ook sociaalpsychologische gevolgen zijn denkbaar, bijvoorbeeld stress, angst en verlies van vertrouwen door ineffectief crisismanagement of gerichte desinformatie.

Cultureel erfgoed kan eveneens schade oplopen, ondanks bestaande beschermingsmaatregelen. De impact voor VRHM is naar verwachting kleiner dan voor regio’s met strategische militaire objecten. Mogelijke risico’s zijn vooral verbonden aan digitale infrastructuur en het Bio Science Park. Toch zullen landelijke verstoringen altijd indirect effect hebben op Hollands Midden. Een militair conflict wordt als enigszins waarschijnlijk beoordeeld. De kans wordt vergroot door aanhoudende geopolitieke spanningen, hybride activiteiten gericht op NAVO-landen en de toegenomen nadruk op collectieve verdediging. Hierdoor moeten we rekening houden met conflictdreigingen die zowel direct als indirect invloed kunnen hebben op de regio. 5 Risicobeeld per thema 5 Risicobeeld per thema 48

6 Slotbeschouwing Risico’s laten zich steeds minder als afzonderlijke en voorspelbare incidenten manifesteren. Ontwikkelingen in de fysieke, digitale en sociale leefomgeving grijpen in toenemende mate op elkaar in en kunnen elkaar versterken. Hierdoor ontstaat het risico op cascades, waarbij één verstoring kan doorwerken in meerdere domeinen en leiden tot complexe, meervoudige crises. Deze verschuiving vraagt om een bredere blik op veiligheid en risico- en crisisbeheersing. De opgave verschuift van het voorbereiden op geïsoleerde scenario’s naar het omgaan met samenhang, onzekerheid en stapeling van effecten. Dit regionaal risicoprofiel vormt daarmee geen eindpunt, maar een fundament. Het biedt richting en samenhang voor vervolgstappen in beleid en uitvoering. Het profiel fungeert als gezamenlijk referentiekader voor bestuurders en partners bij het maken van keuzes en prioriteiten. Het Regionaal Risicoprofiel dient bovendien als belangrijke input voor het Regionaal Beleidsplan, waarin de strategische keuzes voor een beleidsperiode van vier jaar wordt uitgewerkt. Tot slot geldt dat niet alle risico’s kunnen worden voorkomen of volledig beheerst. Na vaststelling van het concept Regionaal Risicoprofiel wordt een consultatieperiode gestart bij de gemeenteraden.

Tijdens deze periode krijgen gemeenten de gelegenheid om inhoudelijk te reageren op het stuk, op basis waarvan het document waar nodig kan worden aangepast. Daarnaast wordt het concept gedeeld met andere veiligheidsregio’s om aanvullende input te verzamelen. De definitieve versie van het Regionaal Risicoprofiel voor de periode 2027–2030 wordt eind 2026 ter vaststelling aangeboden. 6 Slotbeschouwing 49

(Concept) Regionaal Risicoprofiel 2027-2030

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1837/documents/24956