CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

03.-Ontwerp-Programma-LGDG-DBS.pdf

Gemeenteraad 16 oktober 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 10: Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek39.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

verbeterd. De ambitie blijft om deze zichtlijnen te behouden en

de ingezette herstructurering van het landschap door te zetten.

Dat betekent dat er blijvend wordt ingezet op het opruimen van verrommeling binnen deze zichtlijnen en daar de kwalitatieve

deel Rooversbroekpolder maar vooral de Lisserpoelpolder en de Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 34

aangevuld worden met natte natuurwaarden met een recreatieve

voor de beleving dat niet alle kernen aan elkaar zijn gegroeid.

35

Boterhuispolder in Teylingen belangrijk voor weidevogels.

In de Roodemolenpolder, gelegen tussen Voorhout en Sassenheim, blijft de bestemming weidevogelgebied gehandhaafd. De ambitie

is de Roodemolenpolder een open gebied te houden en zichtlijnen niet te doorbreken.

Een bijzondere plaats nemen de graslanden ten noorden van Hillegom in. Een deel van dit grasland, de Vosse- en

Weerlanerpolder, heeft de bestemming natuur-en recreatiegebied en is een aangewezen weidevogelgebied door de provincie. Het gebied is toegankelijk gemaakt door de aanleg van fiets- en wandelpaden.

De Elsbroekerpolder is een grasgebied ten zuiden van Hillegom. In deze kleine polder, ook tot het NNN behorend, is het beheer

afgestemd op behoud en versterking van de weidevogelstand. Het vormt in onze regio het beste broedgebied voor kievit, grutto en tureluur.

Speerpunt 6: landschappelijke inpassing Inpassing stedelijke ontwikkelingen Voor de Greenportsector is het essentieel om over goed

toegankelijke en bruikbare bedrijfsbebouwing te beschikken. Het is belangrijk dat deze bebouwing efficiënt aansluit op

infrastructuur enerzijds en de gebruikte (bollen)grond anderzijds. De bedrijfsbebouwing van de Greenportsector is gebiedseigen bedrijfsbebouwing. Het hoort immers bij de productie van

bloembollen. Om die reden is het onder voorwaarden toegestaan om deze bebouwing te bouwen of uit te breiden (hier wordt in hoofdstuk 4.1 Vitale Greenport nader op ingegaan).

Tegelijkertijd kan ook de bebouwing van de Greenportsector de kwaliteit van de openheid in de Duin- en Bollenstreek negatief beïnvloeden. Wanneer een lange zichtlijn eindigt met zicht op

helderwitte, moderne bedrijfsbebouwing, is dat een minder prettig gezicht. Bovendien past de steeds groter wordende bebouwing (als gevolg van schaalvergroting) minder binnen het juist kleinschalige en open cultuurlandschap.

Een landschappelijke inpassing, aansluitend op bestaande groene structuren kan daarom helpen om de effecten van

bedrijfsbebouwing en andere gebouwen en bouwwerken (zoals woningen en schuren) op open gebieden en zichtlijnen te

verzachten. Er zijn diverse manieren om te zorgen voor een goede landschappelijke inpassing. Bij voorkeur worden deze stuk voor stuk toegepast. Hiervoor worden (concept-)regels opgesteld

die kunnen landen in de omgevingsplannen van de vijf Duin- en Bollenstreek gemeenten.

n De kleur van agrarische bebouwing doet veel, op links een grote witte loods en op rechts een groene schuur die veel beter in het landschap past. n Een mooi voorbeeld landschapsverbetering en landschappelijke inpassing met een natuurvriendelijke oever langs de Trekvaart ter compensatie van de aanleg van de Noordelijke randweg (Bollendreef) bij Voorhout

In de Duin- en Bollenstreek hanteren gemeenten diverse

planregels voor de landschappelijke inpassing om de ruimtelijke

5.

kwaliteit van het buitengebied te waarborgen, o.a.:

1.

3.

4.

Beperking van zichtbaarheid nieuwe bebouwing; bij de bouw van nieuwe schuurkassen kan geadviseerd worden deze aan te laten sluiten op bestaande bebouwing en op enige afstand van de weg te plaatsen, zodat de openheid en zichtlijnen behouden blijven. Kleur bedrijfsbebouwing; groene bedrijfsbebouwing, met evt. groene daken/wanden, is aantrekkelijker in het landschap dan grote witte bedrijfsbebouwing Behoud van cultuurhistorische elementen; bij de herbestemming van monumentale voormalige agrarische bebouwing kan geëist worden dat het monumentale karakter behouden blijft of verbeterd wordt.

6.

bijvoorbeeld bij bijzondere projecten of locaties. Gemeenten beoordelen dan op basis van een landschappelijke

inpassingsstudie of een afwijkende bouwhoogte toelaatbaar is, mits dit geen afbreuk doet aan de landschappelijke waarden.

Cultuurhistorie en inpassing Het is van belang om bij ruimtelijke planvorming, herstructurering en schaalvergroting het aspect cultuurhistorie vroegtijdig te

betrekken en het behoud of de versterking van karakteristieke structuren en elementen na te streven. Belangrijke

cultuurhistorische uitgangspunten en inspiratiebronnen kunnen

gevonden worden in de digitale “Cultuurhistorische Atlas Duin- en Bollenstreek”. Daarnaast is de “Regionale Collectie Bollenschuren”

ontwikkeling van de randweg om Voorhout, en de ontwikkeling

stand gekomen is, en is vastgesteld in het Algemeen Bestuur

oever gerealiseerd. Deze oever biedt ruimte aan flora en fauna en

van Holland Rijnland (update 2010) van belang voor de juiste waardering en het behoud van het bollenerfgoed.

Groene inpassing; het groen inpassen van bedrijfsbebouwing met gebiedseigen soorten.

In sommige gevallen kan maatwerk worden toegepast,

die in samenspraak met de werkgroep Bollenerfgoed van het

Cultuurhistorisch Genootschap Duin-en Bollenstreek (CHG) tot

Bij de inpassing van nieuwe initiatieven kan gezocht worden naar Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 36

2.

Maatvoering en bouwhoogtes; alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 3 meter, zijn toegestaan.

Inpassen van parkeren; daarnaast moet de landschappelijke inpassing van functies zoals parkeren op een verantwoorde manier plaatsvinden, zodat de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied niet wordt aangetast.

37

aansluiting op bestaande cultuurhistorische elementen in de

omgeving, het laten herleven van verloren gegane elementen, of door gebruik te maken van gebiedseigen cultuurhistorische vormen van inpassing. In hoofdstuk 5 is beschreven dat de

nieuwe kwaliteitscommissie toeziet op dergelijke aansluiting op

cultuurhistorische elementen. Ook stuurt de kwaliteitscommissie op de landschappelijke inpassing.

Inpassing en koppelkansen nieuwe infrastructuur Landschappelijke inpassing Bij nieuwe infrastructuur in het buitengebied, zoals voorgestelde (hoofd)wegen en energie-infrastructuur wordt een goede landschappelijke inpassing/landschapsimpuls gevraagd.

Binnen de Duin- en Bollenstreek zijn daar al mooie voorbeelden van, zoals te zien is langs de Trekvaart in Teylingen. Bij de

van Nieuw Boekhorst is langs de Trekvaart een brede ecologische zorgt daarmee voor een verbetering van de ecologische zone die de Trekvaart is.

Koppelkansen nieuwe infrastructuur De landschapimpuls bij nieuwe infrastructuur kan bijdragen aan het versterken van de groenblauwe dooradering (zie volgende paragrafen). Rondom grote infrastructurele projecten, zoals

gewenste doorgaande weg- en/of OV-verbindingen (bijvoorbeeld noordelijke ontsluiting bollenstreek), moeten samenvallen met

het creëren van het robuuste hoofdraamwerk van groenblauwe corridors. Daarnaast ligt er ook een koppelkans om recreatieve

netwerken, zoals wandel- en fietspaden, te combineren met het versterken van een meer fijnmazig groenblauw netwerk en het realiseren van landschapskamers.

de natuurkwaliteit en bevorderen de biodiversiteit. Met het

Coepelduynen naar de Noordduinen via de landgoederenzone.

plekken vol verhalen die het landschap van de Duin- en

corridors zijn er de nodige koppelkansen aanwezig voor

te werken NNN-gebieden: waarvoor de provincie in eerste instantie

leven in de streek er heel anders uit, maar er zijn opvallend veel

Delen ontbreken hiervan nog, maar zijn wel al opgenomen als uit

aanleggen van een robuust hoofdraamwerk met groenblauwe

het bevoegde gezag is.

(recreatieve) netwerken en (hoofd)infrastructuur, wateropgaven, natuurkwaliteit en biodiversiteit.

In het Programma LGDG wordt een verbinding tussen de

Noordduinen, Nieuw Leeuwenhorst en Offem uitgewerkt. Het

Ook in de landschapsstrategie Nationaal Park Hollandse Duinen

zoekgebied voor deze verbinding (moeras- en bosverbinding) is

is het maken van robuuste verbindingen een speerpunt. Om

een samenhangend, robuust natuurlijk netwerk te realiseren zijn name bos) vormen schakels tussen de duinen en het achterland

(kreken, vaarten) en vormen schakels tussen de nattere milieus

Versterken (historische) laanstructuren en buffergroen

in de duinen en het achterland. Voor deze verbindingen is een robuuste maatvoering en een adequate opheffing van de

De historische laanstructuren lopen voornamelijk van noord

barrièrewerking van grote infrastructuur van cruciaal belang. Hier

Speerpunt 7: een robuust hoofdraamwerk met groenblauwe corridors Zoekgebied groene, ecologische oost-west verbinding Belangrijk in het NNN zijn de ecologische verbindingszones die geïsoleerd liggende gebieden verbinden met grotere

natuurgebieden. In de Duin- en Bollenstreek wordt vooral een verbinding gemist tussen de duingebieden en de

landgoederenzone, bijvoorbeeld bij Noordwijk. Corridors verhogen

Bij het tot stand brengen en in stand houden van een duurzaam en robuust groenblauw raamwerk is een beschermings- en

ontwikkelingsgerichte strategie leidend. Bescherming van de huidige kwaliteiten en behoud van het open gebied gebeurt

vooral door handhaving én realisatie van de landschapsstrategie, alsmede door het actief realiseren van nieuwe functies die gewenst zijn in het groenblauwe raamwerk.

In de ISG zijn verschillende ecologische verbindingen

benoemd. Een deel hiervan is inmiddels (deels) gerealiseerd. Deze verbindingen zijn op de landschapsstrategiekaart

ook weergegeven. Het gaat dan om de natte ecologische

verbindingszone rondom de Trekvaart, delen van de verbinding tussen de Keukenhof en de duinen, en de verbinding tussen de

intact, maar er zijn ook verschillende plekken waar traditionele Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 38

3.6 Fijnmazige groenblauwe dooradering van het landschap

naar zuid. Op veel plaatsen zijn deze historische lanen nog

is aandacht voor bijvoorbeeld faunapassages over/onder wegen.

39

landschapstuinen en parkbossen.

natuur. Een mooie kans is het versterken en vergroten van de

met wilgen en elzen.

verbindingen sluiten met name aan bij historische waterstructuren

huizen en historische interieurs, maar ook in de omliggende

– Landgoed de Offem – Coepelduynen (Natura 2000). Delen van

zoals struweel, poelen, natuurvriendelijke flauwe oevers en bosjes

en de verbinding met de landgoederen in de Bollenstreek). Natte

de bijzondere geschiedenis voelbaar. Niet alleen in de prachtige

De ambitie is om met een toenemende verstedelijking in de regio

deze verbinding zijn reeds ingericht met de gewenste elementen,

(Staelduinse Bos, zuidelijke stadsrand Den Haag, Duivenvoorde

buitenplaatsen en landgoederen bewaard gebleven. Overal is

gelegen ten noordoosten van de bebouwde kom van Noordwijk en verbindt na afronding de Noordduinen – Landgoed Leeuwenhorst

robuuste verbindingen noodzakelijk. Droge verbindingen (met

Bollenstreek karakter geven. Inmiddels ziet het landschap en het

beplanting, zoals hagen of bomen ontbreken. Het versterken van deze laanstructuren biedt kansen om aan de ene kant cultuurhistorische kwaliteiten terug te brengen, en aan de

andere kant om de groenblauwe dooradering te versterken en

(Katwijk - Leiden) ook meer ruimte te bieden aan recreatie en landgoederenzone nabij Nieuw Leeuwenhorst.

Speerpunt 8: groenblauwe landschapskamers In een specifiek deel van de Duin- en Bollenstreek zetten we in

op een landschappelijke kamerstructuur. Dit is het deelgebied

‘Oostelijke strandwal’ ten zuidoosten van de Trekvaart. Dit groene raamwerk zorgt ervoor dat het landschap robuust genoeg is om de steeds groter wordende bebouwing (schaalvergroting) goed

in te passen en in de toekomst te absorberen. Deze maatregelen zijn gebiedseigen en op enkele plekken in dit deelgebied al sterk aanwezig.

ontbrekende stukken groen met elkaar te verbinden. Zo kunnen deze lanen transformeren tot robuuste groenblauwe corridors.

Deze lanen zijn daarmee ook aantrekkelijkere verkeersroutes voor fietsers en automobilisten.

In de eigen openbare ruimte kunnen gemeenten ook buffergroen dat grenst aan de (historische) laanstructuren inzetten om meer ecologische en ruimtelijke kwaliteit te realiseren. Versterken landgoederenzone Kastelen, prachtige buitenplaatsen en eeuwenoude landgoederen met koetshuizen, oranjerieën en fraaie parken: het zijn prachtige

n Bestaande groenblauwe landschapskamers aan de Essenlaan in Lisse

Op de vorige pagina zien we een mooi voorbeeld van bestaande

Het uitwerken van de landschapskamers vormt nadrukkelijk geen

Onder dit Programma LGDG is de doelstelling het toevoegen van

zijn niet open maar hebben wel veel kwaliteit. Het maken van

die geïntegreerd kan worden met de schaalvergroting van de

en gebiedspartners is hierbij gewenst en noodzakelijk. Zij weten

landschappelijke kamers aan de Essenlaan in Lisse. Deze kamers groenblauwe landschapskamers is niet van toepassing bij

bepaalde bestaande en waardevolle zichtlijnen. Zo blijft het vrije zicht op bijvoorbeeld de Ruïne van Teylingen een belangrijke kwaliteit.

Het maken van groenblauwe landschapskamers past goed in

de provinciale Bossenstrategie. Voor de bollenstreek is door de

provincie de volgende opgave gedefinieerd: “toekomstbestendige bollenteelt in een kleinschalig landschap” In de Duin- en

gebiedseigen heggen en hagen. Samenwerking met de sector

Greenportbedrijven en herverkaveling op gebiedsniveau. Het

immers het beste waar rafelranden en rommelhoekjes kunnen

vormt als het ware een uitgebreidere vorm van landschappelijke

worden gecreëerd en landschappelijke elementen kunnen worden

inpassing. Op projectniveau kan financiering worden gevraagd

toegevoegd. In de regio Holland Rijnland worden momenteel

om bedrijfsuitbreiding samen te laten gaan met het aanleggen

in het kader ven de Regionale Investeringsagenda groen- en

van (delen) van een nieuwe landschapskamer. Ook kan een

landschapsprojecten (P10 en P11) gebiedsgericht opgesteld en

teeltbedrijf hier zelf actief aan bijdragen. Dit wordt nader toegelicht

uitgevoerd waarmee de beoogde opgaven mede gerealiseerd

in hoofdstuk 4.1 Vitale Greenport.

kunnen worden.

Bollenstreek worden kansen gezien om mét behoud van de

Speerpunt 9: groenblauwe kavelinrichting

Maatregelen langs oevers

bollenteelt bos en bomen toe te voegen op kavelniveau. Een

Ook al worden maatregelen langs oevers niet veel toegepast, deze

groene dooradering van kleinschalige landschapselementen

Dit speerpunt gaat over het groenblauw inrichten van kavels

kan zonder een al te grote aanslag te doen op de ruimte veel

met streekeigen en cultuurhistorische landschapselementen. In principe komt elke kavel hiervoor in aanmerking, vandaar

meerwaarde toevoegen. Overhoeken die niet meer rendabel zijn, kunnen worden ingeplant met bosjes. Daarnaast liggen

er kansen voor boomsingels en hagen, die hier van oudsher al

veel voorkwamen. Door goed rekening te houden met de wijze waarop de grond wordt bewerkt, hoeft dit de opbrengst niet in

maatregelen die goed in te passen zijn op agrarische kavels: Aanplant heggen en hagen

plaagbestrijding.

à

Bloeminzaai op akkerranden en resthoeken

Ten westen van Lisse vormt het landschap met houtwallen en

à

Wintervoedselakkers maken

à

Maken van rafelranden en rommelhoekjes

verbinding van het Keukenhofbos met de Haarlemmermeer.

à

Natuurvriendelijke oevers en zoetwateropslag op/langs kavels

natuur en om in te passen in de bedrijfsvoering. Historische sloten

kunnen hiervoor ook worden gebruikt. Op kavelniveau en bij oevers zijn ook mogelijkheden om de koppeling te maken met de eerder

betreffende eigenaren en telers. Te denken valt aan de volgende

à

watergangen met natuurvriendelijke oevers een fijnmazige

n Karakteristieke beuken- meidoorn- en ligusterhagen in het bollengebied

groenblauwe kavelinrichting kan gebeuren op vrijwillige basis bij

Aanplant van houtsingels

opbouw van organisch materiaal en ondersteunen bij natuurlijke

(bloemenranden, heggen) wel als meest kansrijk gezien voor de

dat dit speerpunt niet specifiek is opgenomen op de kaart. Een

à

de weg te zitten. Sterker nog: boomsingels dragen hier bij in de

worden samen met andere maatregelen langs perceelranden

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 40

blauwdruk voor het aangewezen gebied. Wel is het een strategie

41

Vroeger hadden de karakteristieke beuken- meidoorn- en

ligusterhagen in het bollengebied een functie als windkering. Door

de mechanisatie zijn veel hagen verdwenen. In de jaren ’90 van de vorige eeuw zijn de nog resterende hagen geïnventariseerd. Ooit was er in de gehele Duin- en Bollenstreek zo’n 270 kilometer aan hagen en heggen aanwezig. In 2000 was daar nog ongeveer 10 kilometer van over.

De regio Holland Rijnland heeft in het verleden een

stimuleringsfonds voor herstel van hagen en streekeigen

erfbeplanting in het leven geroepen. Dankzij dit regionale project

‘Robuust Groen’ hebben veel agrariërs en andere bewoners in het buitengebied van de Bollenstreek hagen en ander streekeigen groen aangelegd op erven, langs percelen of in tuinen. Deze

projecten zijn door ANLV Geestgrond uitgevoerd onder het motto ‘Bollenstreek mooi landschap’. Van 2000 tot 2024 is er zo’n 12 à 15 kilometer aan hagen gerealiseerd.

beschreven opgave om water (langere tijd) te kunnen bergen.

Telers zien in dat maatregelen voor biodiversiteit een voorwaarde van de maatschappij is om door te kunnen gaan met telen. Met financiële compensatie zijn er mogelijkheden. De aanwezige

telers benadrukken dat voor biodiversiteitsherstel ook inwoners en gemeenten moeten kijken hoe zij zelf hieraan kunnen bijdragen.

Daarvoor vinden zij het belangrijk dat bollentelers, gemeenten, en inwoners regelmatig geïnformeerd en geïnspireerd worden over biodiversiteit in de streek.

4. Thematische uitwerking 4.1

Vitale Greenport

Opgaven en uitdagingen Economisch kerngebied van wereldformaat blijven

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 42

43

samenwerking met de Greenportsector. Dit vraagt om innovatie, kennisuitwisseling en voldoende ondersteuning vanuit de

overheid. Een emissievrije teelt levert veel gezondheidsvoordelen op voor mens en dier; de waterkwaliteit verbetert en de grond blijft ook in de toekomst vruchtbaar en bruikbaar. Om de

Greenportsector vitaal en toekomstbestendig te houden is het van belang dat deze voldoende teelbaar areaal behoudt.

De Greenport Duin- en Bollenstreek vormt anno 2025 een

Borgen waterbeschikbaarheid en de kwaliteit van bodem en water

Bollenstreek is aangewezen als één van de vijf Greenports in

Klimaatverandering heeft aanzienlijke effecten op de

Bollenteelt (maar ook knollen en vaste planten), handel en

Duin- en Bollenstreek. Perioden van langdurige droogte leiden

belangrijke culturele identiteitsdrager in de regio. Bedrijven uit

en natuur onder druk zet. Tegelijkertijd zorgen hevige regenbuien

en export van bloembollen. Samen met het bloemencluster

bodems en schade aan gewassen. De bodemvruchtbaarheid

hele agrocomplex in de Duin- en Bollenstreek een belangrijke

vormt een groeiende bedreiging voor de beschikbaarheid van

dan een miljard euro genereert.

Tegelijkertijd voldoet de waterkwaliteit in veel gevallen niet

Transitie naar een emissievrije bollenteelt in 2030

Dit wordt mede veroorzaakt door de uitspoeling van toxische

Positief is dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de

stoffen verstoren het ecologisch evenwicht en bemoeilijken het

economisch kerngebied van wereldformaat. De Duin- en

THEMATISCHE UITWERKING

Er is een transitie ingezet naar emissievrije bollenteelt in innige

Nederland en een economisch belangrijk productielandschap.

waterbeschikbaarheid en de kwaliteit van bodem en water in de

innovatie komen hier samen. De bollenteelt is daarbij een

tot watertekorten en droogtestress, wat de landbouwproductie

deze regio verzorgen een groot gedeelte van de mondiale handel

steeds vaker voor wateroverlast, wat kan leiden tot verzadigde

rond Rijnsburg en het toerisme van Keukenhof tot kust is dit

staat onder druk door uitputting en verzilting. Externe verzilting

economische motor. Eén die duizenden banen en jaarlijks meer

voldoende zoetwater, essentieel voor de teelt van gewassen.

streek over het algemeen steeds verder afneemt. Dit vermindert de druk op waterkwaliteit en biodiversiteit. Dit vraagt wel om

alternatieve oplossingen om ziekten en plagen te beheersen en

een transitie naar een emissievrije en biologische bollenteelt in te zetten. Een integrale aanpak is noodzakelijk om deze uitdagingen te adresseren en de toekomstbestendigheid van de streek te waarborgen.

aan de Kaderrichtlijn Water, zowel chemisch als ecologisch.

stoffen en fosfaat naar het oppervlakte- en grondwater. Deze behalen van de gestelde waterkwaliteitsdoelen. De opgave is

waterbeschikbaarheid op de lange termijn te kunnen garanderen en de kwaliteit van bodem en water op orde te hebben ten

behoeve van een vitale Greenport en een gezonde leefomgeving.

Herstructurering van het landschap voortzetten Er is een grote herstructurering van de sector nodig om te

overleven in de versterkte internationale concurrentiestrijd.

Een herstructurering waar ruimte is voor schaalvergroting en

intensivering, maar ook voor sanering. Teeltareaal staat centraal in de herstructurering. Dat vormt de basis voor een blijvend

economisch én ruimtelijk vitale regio. Zonder toekomstbestendig areaal is er geen vitale teelt. Zonder vitale teelt is er geen

economisch weerbare Greenport. En geen aantrekkelijk landschap. Bovenregionale opgaven en randvoorwaarden vanuit natuur,

bodem, water, verkeer en milieu maken dat herstructurering van de Greenport een complexe zaak is. De ruimteclaims vanuit alle

belanghebbende sectoren en partijen overstijgen het beschikbare areaal in de Duin- en Bollenstreek veruit. Veel ruimteclaims zijn strijdig en de beleidsmarges door de ingenomen standpunten

Tegelijkertijd is het vinden van geschikte huisvesting voor

Thematische ontwikkelingen PLGDG

arbeidsmigranten, net als voor onze inwoners, een groeiend

VITALE GREENPORT

probleem. De beschikbare woonruimte in de streek is beperkt,

en de hoge woningdruk maakt het moeilijk om aan de vraag te

voldoen. Deze werknemers worden mogelijk geconfronteerd met

overvolle of kwalitatief onvoldoende woonvoorzieningen, wat niet alleen hun welzijn onder druk zet, maar ook negatieve gevolgen kan hebben voor de regionale sociale cohesie.

Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, is samenwerking tussen gemeenten, werkgevers en woningcorporaties

essentieel. Het ontwikkelen van duurzame en betaalbare

huisvestingsoplossingen, gecombineerd met initiatieven om

personeelstekorten op te vangen, zoals scholing en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden, is cruciaal voor de toekomst van de regio. De Regiodeal Sierteelt geeft hier ook invulling aan.

van alle betrokken partijen zijn zeer klein geworden. Het gevolg is dat partijen elkaar gevangen houden met hun eisen en claims,

waardoor voortgang in alle noodzakelijke ontwikkelingen dreigt Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) is opgericht

door de Greenportgemeenten om aan de slag te gaan met de herstructurering van de sector en landschapsverbetering.

Beschikbaarheid arbeidskrachten en goede huisvesting voor arbeidsmigranten De agrarische sector, met name de bollenteelt en aanverwante bedrijven, kampt met een tekort aan lokale arbeidskrachten,

vooral voor seizoensgebonden werk. Dit tekort wordt versterkt door een afnemend aantal lokale arbeidskrachten en een toenemende afhankelijkheid van arbeidsmigranten.

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 44

te stagneren. Keuzes kunnen de zaak in beweging krijgen. De

45

Ontwikkelingen

Telers in de Duin- en Bollenstreek onderkennen de urgentie

Instandhouding van het bollenareaal en inzet op transitie naar een emissievrije teelt in 2030 i.c.m. regiocertificering

gestructureerde en inzichtelijke wijze de regionale doelen te

In de basis is langjarige zekerheid over duurzaam agrarisch grondgebruik nodig voor de bedrijfsvoering om verder te

verduurzamen en te vernieuwen. Het is van belang dat in de regio het areaal bollengrond behouden blijft (huidig ruimtebeslag

conform Basisregistratie Gewaspercelen, gegevens mei 2024, Provincie Zuid-Holland). Daarnaast is het belangrijk dat het bollenareaal kwalitatief verder verbeterd wordt t.b.v. een

om hun bedrijfsvoering verder te verduurzamen en op een

halen. Een groot aantal telers sluit zich aan bij het initiatief van regiocertificering.

De landelijke KAVB doelen voor 2030 zijn:

Zo nodig zijn ruilverkaveling/herverkaveling in te zetten om kavels

à

efficiënter in te delen en uit te ruilen (te compenseren) met andere

Uitfasering van middelen met een hoge milieubelasting. Minstens

ruimtevragers. Dit heeft als doelstelling om minder bedrijven met

50% minder chemische gewasbeschermingsmiddelen. Open en

een groter areaal en gebouwen te faciliteren. Hiermee worden

transparante communicatie over de voortgang. Randvoorwaarde

uitbreidingsmogelijkheden en schaalvergroting gefaciliteerd

is hier dat er een medicijnkast moet zijn om virussen en plagen te

passend binnen de landschapsstrategie. De mogelijkheden tot

komen de opgaven en doelen op het gebied van water, bodem, biodiversiteit en klimaat voor de komende jaren bij elkaar. De

de Heijkoopkaart, die de basis vormt voor het bollenareaal van 1e

en 2e klas bollengrond geactualiseerd. Deze geactualiseerde kaart zal uiteindelijk de basis vormen voor de instandhouding van het bollenareaal.

dat er te allen tijde 1e klas bollengrond gecompenseerd moet

worden voor gebruik en bestemming van bollengrond voor andere doeleinden, zodat het areaal netto intact blijft.

De teelt van bollen, knollen en vaste planten moet daarom zo

efficiënt mogelijk plaatsvinden, in combinatie met de transitie

naar een emissievrije en biologische bollenteelt. Het samenwerken aan deze transitie is een voorwaarde om in de toekomst ook het netto areaal planologisch beschikbaar te houden.

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 46

als bollengrond bestemd en gebruikt moet blijven, maar wel

kunnen bestrijden en groene middelen of middelen met een lage

In het Zuid-Hollandse Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG)

maatwerkafspraken blijven bestaan.

Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek. Op dit moment wordt

Dit betekent niet dat elke vierkante meter bollengrond voor altijd

Plantgezondheid & gewasbescherming

47

impact op het milieu versneld moeten worden toegelaten. à

Duurzaam waterbeheer

eerste prioriteit is het voldoen aan de normen van de Kaderrichtlijn

Nagenoeg geen emissie van gewasbeschermingsmiddelen

terugdringen van de emissie van gewasbeschermingsmiddelen

gewasbescherming 2030. Actieve inzet op het beperken van

Water door het verminderen van de emissies van fosfaat en het

naar oppervlaktewater conform het Rijks uitvoeringsprogramma

naar het oppervlaktewater en grondwater. De KAVB ( Koninklijke

nutriënten overschotten. Balans tussen watertekort en – overschot.

Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur) heeft recent

een landelijk ambitiedocument opgesteld waarin ze doelsturing

à

Een gezonde, levende en weerbare bodem behouden en versterken.

toepassen. De KAVB hanteert in de Duin- en Bollenstreek een

Een neutrale of positieve organische stoffenbalans voor bedrijven.

hogere ambitie ten aanzien van de landelijke doelen voor het

Actieve inzet op behoud en verbetering van de biodiversiteit.

onderdeel plantgezondheid en gewasbescherming: namelijk emissieloos in 2030.

Bodemgezondheid & biodiversiteit

à

Klimaat & energie Maximale reductie van onze CO2-footprint. Gebruik maken van duurzame energie of groene inkoop.

à

Arbeid & innovatie Een veilige, eerlijke aantrekkelijke werkomgeving. Mechanisatie, automatisering en robotisering van zware en repeterende taken. Regiocertificering is hiervoor het middel om met elkaar samen te werken aan bovengenoemde doelen.

Omzetting grasland naar 1e klas bollengrond indien noodzakelijk ter compensatie van onttrekking bollengrond Sanering van vrijkomende bollenbedrijven en oud verspreid glas heeft de hoogste prioriteit bij het vinden van de noodzakelijke bollencompensatiegrond. Daarnaast blijkt het opwaarderen van tweede klas bollengrond tot nu toe goed in de behoefte

te kunnen voorzien, zodat er in de afgelopen jaren nog geen gebruik gemaakt is van de mogelijkheid om daartoe in de

ISG aangewezen graslanden om te zetten naar bollengrond.

overige biodiversiteit. In beginsel wordt hier terughoudend mee

Zonering voor sanering, intensivering en schaalvergroting bollen en bloemen

omgegaan.

Indien tot omspuiting van grasland wordt besloten, komt eerste

bollengrond zal ook in de toekomst voor een heel groot deel in

de compensatiebehoefte kunnen voorzien. Vanuit het oogpunt van landschap en natuur is omzetten van grasland de minst wenselijke vorm van bollengrondcompensatie.

De reeds in 2009 in de uitvoeringsparagraaf aangegeven

verdeling (minimaal 40% opruimen verrommeling en de overige van tweede klas bollengrond) wordt derhalve nadrukkelijk als

prioriteitsvolgorde onderstreept. Zolang het voor de dynamiek in de Greenport niet nodig is wordt er niet overgegaan tot het

omspuiten van graslanden. Breed onderkend wordt dat opruimen veel belangrijker is dan omspuiten. Het omzetten van grasland wordt echter wel als laatste optie opengehouden. Indien de

prioritaire maatregelen onverhoopt te weinig hectares opleveren om aan de noodzakelijke bollengrondcompensatie te kunnen

voldoen kan bekeken worden of door omzetting van grasland in bollengrond de gezochte compensatie bereikt kan worden. Bij

omzetten van grasland naar bollengrond zal ook altijd gekeken worden naar de waarde van het grasland voor weidevogels en

bedrijven. Schaalvergroting van bouwblokken

Het is een wens van Greenportbedrijven bedrijven en

en/of bouwvolumes is daar in beginsel niet

bollengrond en heeft weinig betekenis voor weidevogels. Er doen

uitbreidingsmogelijkheden op het eigen perceel. Daarnaast

kwaliteitsverbetering van het landschap, of

aan de westzijde van de regio. In deze polder is dit in de toekomst

om fusten te kunnen overkappen. Opschaling is noodzakelijk om

zichtlijnen.

beëindigen. De grond is hier van goede kwaliteit voor bollenteelt.

met behoud van de landschappelijke kwaliteit, binnen het

aanmerking. Dit grasland wordt aan twee zijden begrensd door

brancheorganisaties om te kunnen beschikken over

toegestaan, tenzij dit samengaat met sanering,

zich ook nieuwe kansen voor omzetten van graslandpercelen

spelen zaken voor bijgebouwen en overkappingen, bijvoorbeeld

het verbeteren van de kwaliteit van bestaande

mogelijk als aanwezige veehouders hun bedrijf zouden willen

meer ruimte te kunnen bieden aan groei van het bollencomplex

De landschapsstrategie biedt de benodigde

netto beschikbare areaal. Daarnaast speelt mee dat de

Greenportsector graag een gelijk speelveld wil bij mogelijkheden

Behoud van enkele graslanden en veehouderijen

tot bedrijfsuitbreiding. Dit laatste punt is het uitgangspunt, maar daarbij is wel het landschap leidend. Het is niet wenselijk dat in elk landschapstype op dezelfde manier wordt omgegaan met

We houden tenminste een aantal veehouderijgebieden met

uitbreiding.

een behoorlijke schaal in stand. Zij zijn van groot belang voor

uitgangspunten voor de verschillende

landschapstypen en mogelijkheden tot

Het landschap is leidend bij de mogelijkheden tot bedrijfs-­ uitbreiding

kwaliteitsverbetering van het landschap, bijvoorbeeld door het versterken van het

open karakter en zichtlijnen (speerpunt 4),

landschappelijke inpassing (speerpunt 6) en

groenblauwe landschapskamers (speerpunt 8). Daarnaast

een onderscheidende landschapsbeleving. In de eerste plaats

In de ISG zijn daarom in het landschapsperspectief voorwaarden

gelden, tot deze regels zijn overgenomen in elk individueel

Polder Hoogeweg en de Elsgeesterpolder, een gebied dat ligt

en uitbreiding van agrarische bebouwing. Deze voorwaarden,

buitengebied, waarin regels omtrent inpassing zijn opgenomen

behouden. In het Programma LGDG wordt de zonering wel

Duin- en Bollenstreek”, die samenwerkende overheden, bedrijven

leidende principes uit de landschapsstrategie, met name water en

individuele gemeenten randvoorwaarden hebben gesteld voor

dit hoofdstuk.

dit bijvoorbeeld voor de linten binnen de gemeente. Individuele

Het ja, mits principe, houdt in dat uitbreiding in beginsel

laten landen, waarbij ze in de basis aansluiten op de zonering

gaat het om het mondingsgebied van de Oude Rijn met de

tussen Noordwijk, Voorhout, de A44 en Rijnsburg. Het tweede graslandgebied van enige omvang ligt in de Poelpolder en

de Rooversbroekpolder ten zuiden van Lisse. Dit gebied sluit

aan op de graslanden langs de Kagerplassen, behorende bij het Groene Hart. Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren

van de natuurwaarden in de Elsbroekpolder (NNN), Vosse- en Weerlanerpolder (weidevogelgebied) en Oosteinderpolder. Voor deze - en de overige - veehouderijgebieden geldt dat

voortdurend verduurzaamd wordt op tal van aspecten en dat (passend) recreatief medegebruik en biodiversiteit van de graslanden bijdragen aan een aantrekkelijker landschap.

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 48

(maximaal) 60% voor tenminste de helft door het opwaarderen

op sanering van glasopstanden en onrendabele

de locatie aan de noordzijde van de Roodemolenpolder in

Het slopen van voormalige bedrijfsbebouwing, het opruimen van verrommeling en het opwaarderen van tweede klas

Het nee, tenzij principe houdt in dat het accent ligt

49

geschetst die te maken hebben met schaalvergroting, sanering

gemeentelijk omgevingsplan, de bestemmingsplannen

gebaseerd op een ja, mits en een nee, tenzij principe blijven

gebaseerd op aanbeveling uit de “Handreiking Bedrijfsuitbreiding

gedeeltelijk aangepast. Deze aanpassingen zijn gebaseerd op

en organisaties in 2008 hebben opgesteld. Verder kunnen

bodem sturend. Er zijn vier zones, zoals weergegeven in de kaart bij

landschappelijke inpassing in hun omgevingsvisies. Hillegom doet

onder voorwaarden mogelijk is. Wel moeten bij sanering en

schaalvergroting de openheid en vensters op het landschap

gemeenten kunnen deze uitspraken ook in hun omgevingsplan zoals beschreven in dit Programma LGDG.

zorgvuldig worden bewaakt. Uitbreiding aan bepaalde randen van

In het algemeen geldt dat uitbreiding van bedrijfsbebouwing

openheid. Ook landschappelijke inpassing met erfbeplanting is

voorwaarden. Indien de wens bestaat om de oppervlakte van

sommige kamers kan daar hand in hand gaan met behoud van

tot 6.000 m2 mogelijk is binnen de hierboven geschetste

belangrijk binnen deze zones.

6.000 m2 aan bedrijfsbebouwing te overschrijden, dan zullen hier

maatwerkafspraken over moeten worden gemaakt, waarbij de kwaliteitscommissie (zie hoofdstuk 5.5) een rol zal spelen. Ook

voor deze maatwerkafspraken geldt dat de uitgangspunten uit de landschapsstrategie leidend zijn.

De wijzigingen ten opzichte van de ISG worden hieronder kort

benoemd per zone en zijn zichtbaar in de kaart bij hoofdstuk 4.1.

Oostelijke strandwal (zone 1 en 2) De oostelijke strandwal wordt ingedeeld in twee gebieden: Zone 1 Ten noorden van Lisse vinden ten opzichte van de ISG geen

wijzigingen plaats. In dit gebied (zone 1) blijft uitbreiding van

bebouwing in beginsel op locatie mogelijk, onder voorwaarden dat de openheid en zichtlijnen hier behouden blijven, dat de

beeldkwaliteit verbetert, en dat streekeigen beplanting wordt aangelegd.

op die manier stapsgewijs en op projectbasis plaats. Daarbij moet rekening gehouden

worden met lokale zichtlijnen uit gemeentelijke

omgevingsvisies. Daarmee wordt ook de zichtlijn uit de ISG aangepast. Aan de oostzijde van de

Trekvaart wordt een zone van ongeveer 300 meter

gehanteerd waarin de kwalitatieve openheid actief wordt behouden en vergroot. Het gaat om de

achterzijde van bollenteeltpercelen, waar nu ook bollen geteeld worden. Het is dus logisch om op

deze gronden geen bedrijfsbebouwing te plaatsen.

In elk deelgebied gelden specifieke uitgangspunten

kwaliteitsverbetering van het landschap. De openheid is in grote

delen van dit gebied van grote kwaliteit, en door uitvoeren van de ISG ook sterk verbeterd.

In een beperkt gebied tussen De Zilk en Ruigenhoek zijn er

veranderingen ten opzichte van de ISG. In dit gebied wordt een ja, mits beleid omgezet in nee, tenzij beleid, om de aanwezige kwalitatieve openheid te behouden en te versterken.

Transformatie Glastuinbouwgebied Trappenberg Kloosterschuur

De strandvlakte, centraal in de Duin- en Bollenstreek is kwalitatief het meest open gebied. Met name ten westen van de Trekvaart ligt een langgerekt open gebied. In deze zone wordt het beleid

ten opzichte van de ISG nieuwe voorwaarden gehanteerd

zuid open te houden, maar ook moet vanaf de Trekvaart zicht

gehele gebied in zone 2 zal het ja, mits principe gehanteerd

Een kleine zone ten zuiden van het landgoed Oud Leeuwenhorst

voor schaalvergroting en uitbreiding van bebouwing. Voor het

behouden blijven op de open gebieden.

gebied van meer ruimtelijke kwaliteit te voorzien. Het realiseren

niet toegestaan, tenzij dit samengaat met sanering en een forse

Strandvlakte (zone 3)

gebeurt met name door de langgerekte zichtlijnen van noord naar

aan een structuur van landschapskamers, is het mogelijk om dit

bedrijfsbebouwing (bouwblokken en bouwvolumes) is in beginsel

koste zou gaan van bollengrond.

uit de ISG voorgezet: ‘kwalitatieve openheid’ actief vergroten. Dit

in speerpunt 8. Door bij nieuwe bedrijfsbebouwing ook te werken

glasopstanden en onrendabele bedrijven. Schaalvergroting in

naar toe moeten worden aangelegd, die dan ten

(Spekkelaan), Lisse, N208, Sassenheim en Voorhout worden,

landschappelijke inpassing als leidraad gebruikt, zoals beschreven

tenzij beleid gevoerd. Het accent ligt op verdere sanering van

Hier zou immers ook een uitgebreidere ontsluiting

In het gebied tussen de Loosterweg, Landgoed Keukenhof

worden. Specifiek voor deze zone wordt een nieuwe manier van

In lijn met de ISG wordt in dit gebied grotendeels een nee,

en de zone ten noordwesten van station Hillegom wordt wel een ja, mits beleid gevoerd met onder voorwaarden behoud van

openheid en behoud van zichtlijnen. Dit zijn gebieden waar een

hogere mate van bedrijfsbebouwing reeds aanwezig is. Hiermee wordt aangesloten op de ISG.

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 50

Zone 2

Strandwal west en binnenduinrand (zone 4)

van een landschappelijke kamerstructuur vindt

51

Herstructurering en vitalisering Greenport Er ontstaan in de Greenport meer gemengde en hybride

bedrijven, die een andere verhouding van kassen en schuren en het gebruik daarvan nodig hebben dan strikt passend is binnen de huidige definities van bedrijfstypen. Voorkomen

moet worden dat hierdoor sterke en innoverende spelers in de knel komen. Er moet daarom ruimte zijn voor meer flexibiliteit

in bedrijfstypologieën en ontwikkelingsmogelijkheden. Niet alle

ontwikkelingen zijn op voorhand te voorzien. Er is dan ook geen

behoefte aan nieuwe generieke regels, wel aan meer flexibiliteit en mogelijkheden voor maatwerk. Het gaat er daarbij vooral

om ruimte te bieden aan bedrijven die Greenportgerelateerd

zijn, waarbij investeringen die onmiskenbaar bijdragen aan de kwaliteit van de Greenport mogelijk gemaakt kunnen worden.

Gevestigde Greenportbedrijven moeten zich op een goede wijze kunnen doorontwikkelen. De deur moet niet worden opengezet voor oneigenlijke nieuwvestiging.

In de ISG is de locatie Trappenberg-Kloosterschuur als

In de Greenport Duin- en Bollenstreek is de ruimte schaars.

gebied door de GOM in ontwikkeling genomen met als doel een

met herstructurering tegengegaan. Primaire productiebedrijven

met meer flexibiliteit in bestemmingsvoorwaarden” te realiseren.

reserveren en garanderen van voldoende schuifruimte

omdat deze glastuinbouwontwikkeling volgens de GOM niet

ook de kwaliteitsimpuls voor het landschap te realiseren. Dit

met het gebied Rijnsburg Noord een Nota van Uitgangspunten

en verrommeling tegen te gaan. Het valt te overwegen om

gericht zijn op diverse vormen van bedrijvigheid. De primaire focus

realiseren op de locatie Trappenberg-Kloosterschuur te Katwijk.

ontwikkeling van andere typen bedrijvigheid dan glastuinbouw.

ongewenste ontwikkelingen in het open buitengebied en worden

Greenhousepark aangemerkt. Ten tijde van de ISG was het

Versnippering van bollenbedrijven in het landschap moeten we

“aaneengesloten, aan de sierteelt gerelateerde bedrijvenlocatie

zijn sterk lokaal- en grondgebonden. Daarom is het op tijd

Anno 2025 zijn de gronden in bezit van de gemeente Katwijk,

noodzakelijk. De herstructureringsambitie creëert kansen om

haalbaar is gebleken. De gemeente Katwijk heeft in samenhang

kan door op strategische plaatsen de openheid te herstellen

vastgesteld waarin voor dit gebied toekomstige ontwikkelingen

schuifruimte voor agrarische handels- en exportbedrijven te

van de ontwikkeling van de voormalige GOM-gronden ligt op de

(Nieuwe) agrarisch logistieke, handels – en/of exportbedrijven zijn

Hierover voert de regio DBS overleg met de provincie.

bij voorkeur op een bedrijventerrein gesitueerd.

4.2 Aantrekkelijke woonregio

Handhaving doelmatig gebruik In principe zal altijd gehandhaafd moeten worden op gebruik

van bollengrond in strijd met de functietoedeling, zeker waar het

Opgaven en uitdagingen

betekenen dat het teeltareaal niet alleen op papier, maar ook in

Woningbouwontwikkelingen in de streek

gaat om (grotere) percelen en gebouwen. Dit zal in veel situaties de praktijk vergroot kan worden. Voor kleine, niet meer bruikbare snippers teeltareaal zijn uitzonderingen mogelijk op dit principe door de overheden, uiteraard onder de geldende voorwaarden

Green Flower Campus

niet meer doelmatig te gebruiken bollengrond vastgesteld.

In de ISG is reeds de ambitie opgenomen om sector en

basis voor maatwerkafwegingen in het kader van de handhaving

kennisinstituten beter met elkaar kennis uit te laten wisselen. In de participatie is een grote potentie geïdentificeerd voor

het inzetten van innovatie om de Greenport vitaal te houden in samenwerking met de Greenportregio’s Aalsmeer en

Boskoop, wordt ingezet op de realisatie van een ‘Green Flower

Campus’, gericht op bollen, bloemen en bomen voor de gehele sierteeltregio.

De ambitie voor een ‘Green Flower Campus’ sluit goed aan bij de

wens om een kennis Greenport te zijn en te blijven en onderzoeksen innovatiebedrijven met elkaar te verbinden. Kruisbestuiving

tussen de kennisintensieve (maak)industrie en samenwerking met NL Space Campus en Unmanned Valley kan het verschil maken voor een duurzame toekomst. Samenwerking kan gevonden

worden met de programma’s die de Keukenhof op dit moment al onderhoudt.

beeld geweest om te voorzien in een deel van de woningbehoefte van de noordvleugel van de randstad. Met succes is dit

afgehouden, door jarenlange samenwerking tussen gemeenten

en gebiedspartners. Die ambitie en samenwerking zetten we voort.

legalisatie daarvan. De nota neemt als uitgangspunt dat percelen met een bepaalde omvang mogelijk in aanmerking komen voor legalisatie, als uit een maatwerkbeoordeling blijkt dat

ook andere omstandigheden het doelmatig gebruik niet meer mogelijk maken. Het legaliseren van het strijdige gebruik van

paardenweitjes en moestuinen wordt dus beoordeeld en getoetst aan de hand van het afwegingskader. Ook is het belangrijk dat,

waar het gaat om de mate van geïsoleerd liggen van percelen,

niet alleen naar de huidige situatie gekeken wordt, maar ook naar de mogelijkheden dat bijvoorbeeld omliggende bebouwing of

andere gebruiksfuncties op termijn gesaneerd kunnen worden, waardoor wél aansluiting bij een groter areaal mogelijk is.

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 52

en te verduurzamen. In de Regio Deal bloeiende Sierteeltregio,

toeneemt. In het verleden is de Duin- en Bollenstreek regelmatig in

van oneigenlijk gebruik van bollengronden respectievelijk de

53

om aan de woningbehoefte te voorzien binnen het bestaande stedelijk gebied. Dit speelt met name in Hillegom.

verdichtingsopgave. De gemeente Katwijk heeft in de

koesteren we, maar zorgt er ook voor dat de druk op de regio

Teylingen moet deze nota nog vaststellen. De nota vormt de

het buitengebied. Op korte termijn is er echter geen mogelijkheid

aantrekkelijke regio om te wonen. Dichtbij grote steden en (inter) het cultuurhistorische landschap dichtbij. Deze aantrekkelijkheid

De gemeenten Hillegom, Lisse en Noordwijk hebben de Nota

zoeklocaties voor woningen van meer dan 3 hectare in omvang in

Katwijk staat de komende jaren voor een grote strategische

nationale voorzieningen, maar ook landelijk met de natuur en

voor bollengrondcompensatie.

zogenaamde ‘3 hectare’-plannen bijkomen. Dit zijn nieuwe

Het woningtekort in Nederland, en met name in de Randstad

blijft groot. De Duin- en Bollenstreek is op dit moment een zeer

door middel van maatwerk, mits er medewerking wordt verleend

De provincie hanteert het principe dat er geen nieuwe

Bouwen voor lokale behoefte en woningbouwprogrammering Het bouwen voor bovenregionale behoefte binnen de streek stuit

op steeds meer verzet. Afgesproken is de bovenregionale behoefte (verstedelijkingsopgave) op te vangen in de stedelijke as langs

de Oude Rijn (Katwijk – Leiden – Alphen aan de Rijn). De Duin- en

Bollenstreek met open landschap vormt dan ook een tegenhanger

van deze verstedelijking. In de kleinere kernen wordt slechts ingezet op beperkte extra woningbouw. Primair voor de lokale behoefte.

Deze woningbouw vindt primair binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen plaats.

In de Realisatie Agenda is vastgelegd dat Holland Rijnland 30.500 woningen bouwt tot 2030. 6.500 – 7.500 woningen komen in

Hillegom, Lisse, Teylingen en Noordwijk. Een belangrijke opgave en uitdaging is de betaalbaarheid van toekomstige woningbouw.

Er is een dringende behoefte dat van de opgeleverde woningbouw 2/3e betaalbaar is.

opgave die gevormd wordt door een uitdagende

Woonagenda 2020-2024 vastgesteld een opgave te hebben van

8.000 woningen tot 2040. Een groot deel daarvan, 5.600 woningen, wordt gerealiseerd buiten bestaand stedelijk gebied, in de nieuwe

kern Valkenhorst. 2.500 woningen worden in en rond de bestaande kernen gerealiseerd.

Bouwen alleen op een geschikte ondergrond Water en bodem zijn sturend in de keuze voor

woningbouwlocaties. Dit is bij voorkeur op de hoger gelegen zandgronden en niet in de veenpolders.

Goede huisvesting voor arbeidsmigranten Het vinden van voldoende ruimte en draagvlak voor de huisvesting van arbeidsmigranten, die nodig zijn voor de economische groei van de regio. Short-stay en mid-stay huisvesting vindt plaats op basis van de beleidsregel “Ruimtelijke randvoorwaarden

logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Duin- en

Bollenstreek” voor de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen. Kortweg ‘de beleidsregel’.

De long-stay woningbehoefte is onderdeel van de reguliere woningbouwopgave.

Ontwikkelingen

Thematische ontwikkelingen PLGDG AANTREKKELIJKE WOONREGIO

Zoekgebieden integrale stedelijke en dorpse uitbreiding

Op basis van de hierboven genoemde eisen is een aantal

zoekgebieden voor woningbouw op de kaart gezet. In totaal

wordt naar maximaal 50 hectare aan woningbouw gezocht op

deze locaties. Dit is hetzelfde ruimtebeslag dat onder de ISG was

Tot 2030 ligt de woningbouwopgave in de Duin- en Bollenstreek

gereserveerd voor (nog te realiseren) Greenportwoningen. In

ontwikkeling. Tegelijkertijd speelt de vraag hoe er ná 2030 verder

verspreid door het buitengebied, gelden voor deze locaties de

redelijk vast en zijn ook verschillende binnenstedelijke plannen in

plaats van de ontwikkeling van (solitaire) Greenportwoningen

wordt ontwikkeld en waar dit kan plaats vinden.

uitgangspunten van de Realisatieagenda Wonen van Holland

Voor het opstellen van het Programma LGDG is dan ook

geïnventariseerd wat de meest logische plekken zouden zijn om

mogelijke uitleglocaties voor woningbouw in het landelijk gebied te onderzoeken. Hierbij zijn de uitgangspunten uit hoofdstuk

2 ter hand genomen, aangevuld met de uitgangspunten uit

deze paragraaf. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om een

Rijnland. Dat betekent dat alleen reguliere woningbouwprojecten plaatsvinden, waarbij (minimaal) 65% van de woningen binnen

de categorie ‘betaalbaar’ valt. Hierover voeren de vijf gemeenten overleg met de provincie.

De zoekgebieden worden hieronder per gemeente nader toegelicht.

‘bollenstad’ te realiseren. Tegelijkertijd kan gerichte, geclusterde woningbouw en de daarbij behorende investeringen, leiden tot verbetering van de openheid elders.

De zoektocht naar geschikte woningbouwlocaties heeft zich Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

54

55

dan ook geconcentreerd op locaties die aan de volgende eisen voldoen: à

à

Het gebied tussen Noordwijkerhout en de Trekvaart

is opgenomen omdat dit gebied op dit moment niet dezelfde kwalitatieve openheid heeft als andere

gebieden. Vanuit water en bodem geredeneerd is dit

Gelegen aan stads- en dorpsranden: zo wordt goed aan-

ook een logische plek op een hoger gelegen zandgrond.

stige woningbouw bij aan het levendig houden van de

bedrijven aanwezig. Het zuidelijke deel van dit gebied,

Water- en bodemgestuurd: alleen woningbouw op loca-

clusterlocatie voor Greenportwoningen. De rest van dit

gesloten op bestaande infrastructuur en draagt toekom-

In het gebied zijn nu zowel vrijstaande woningen als

kernen.

rondom de Pilarenlaan is al in beeld geweest als

ties op zandgronden. à

Noordwijk - Noordwijkerhout (Pilarenlaan e.o.)

Geen woningbouw in de meest open gebieden. Dit geldt

zowel voor landschappelijke openheid, als voor aaneengesloten bollengronden.

zoekgebied is nieuw ten opzichte van de ISG.

Aan de zuidrand wordt de komende jaren het

bedrijventerrein Gravendam ontwikkeld. Hierdoor neemt de verstedelijking ook toe. Het is wel belangrijk om bij

woningbouw goed rekening te houden met voldoende afstand tussen woningen en bedrijvigheid om zo milieuhinder tegen te gaan.

Noordwijk – Achterweg / Vinkeveld-Zuid

lokale woningbehoefteberekening van de gemeente

Lisse

Rijnsburg – Noord

mogelijkheden tot woningbouw in dit gebied. De

huurwoningen. De totale woningopgave voor Hillegom tot

voor woningen (i.p.v. Greenportwoningen), waarbij zoveel

voor zorgen dat het noodzakelijk is om na te denken over

In 2024 is begonnen met een verkenning naar

verkenning is gericht op het bouwen van ongeveer 500 woningen voor lokale woningzoekenden. Dit wordt een

combinatie van huur- en koopwoningen in verschillende

prijsklassen. Om de ontwikkeling op deze locatie mogelijk

te maken, is er een combinatie gemaakt met het bouwen

Hillegom komt een kwalitatieve behoefte aan 400 sociale

Voor Lisse wordt nog naar een geschikte locatie gezocht

2030 bedraagt 870 woningen. Deze locatie zou daaraan

mogelijk rekening wordt gehouden met de genoemde

een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Binnenstedelijk

eisen in dit Programma LGDG en de beperkingen van de

is in Hillegom tot 2030 geen ruimte voor verdere

48 Lden contour van Schiphol.

woningbouwontwikkeling dan huidige lopende projecten.

Gebieden met een eigen ontwikkeltraject

opgave van de Spreidingswet. Het gaat dus in totaal om De locatie Vinkeveld-Zuid (3,1 hectare) stond in de

ISG al op de kaart als mogelijke clusterlocatie voor

Greenportwoningen. Dit gebied wordt betrokken bij de

ontwikkeling ‘Achterweg’. De rest van dit zoekgebied is nieuw ten opzichte van de ISG.

Hillegom - Zanderij

In het Programma LGDG zijn verschillende deelgebieden aan te

Wilhelminalaan is vanwege haar ligging dichtbij openbaar

onderzocht. Deze gebieden hebben hun eigen ontwikkeltraject, en

Deze locatie tussen station Hillegom, Stationsweg en

wijzen waar op dit moment woningbouw wordt ontwikkeld of wordt

vervoer en het centrum van Hillegom een logische

vallen buiten het Programma LGDG.

locatie voor woningbouw. Bovendien vormt het geen

Valkenhorst / Valkenburgse Meer

bollenlandschap, aangezien het aan alle kanten wordt

Op voormalig Marinevliegkamp Valkenburg in Katwijk

omsloten door woningen.

geweest als zoeklocatie voor Greenportwoningen. Deze

locatie wordt in het Programma LGDG aangedragen als locatie voor een gemengd woonprogramma.

Teylingen - Eikenhorstlaan

In gemeente Teylingen is de locatie ‘Eikenhorstlaan’

opgenomen. Het gaat concreet om het gebied tussen Teylingerdreef, Eikenhorstlaan en Van den Berch van Heemstedeweg. Deze locatie is in beeld geweest

Hillegom – Pastoorslaan

De locatie aan de Pastoorslaan was in de ISG van 2009 reeds opgenomen als reservelocatie voor

woningbouw. Deze locatie omvat circa 22 ha. Uit de

om 60 Greenportwoningen te realiseren. Nu er geen

Greenportwoningen meer gerealiseerd zullen worden, kan

gezocht worden naar een passend, gemengd programma.

verrijst in de komende 15 tot 20 jaar een nieuwe Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 56

Bij Ruigenhoek is een locatie aan de noordkant in beeld

in gesprek met betrokkenen over de toekomst van

Rijnsburg-Noord. Er worden een Nota van Uitgangspunten en een gebiedsvisie opgesteld. Primair gaat het in maar ook woningbouw wordt onderzocht.

Ontwikkeling van ‘straatjes erbij’ De Rijksoverheid en provincie Zuid-Holland zien de ontwikkeling van een ‘straatje erbij’ als één van de manieren waarop het

woningtekort in Nederland kan worden verminderd. Tegelijkertijd

essentieel onderdeel van het open en aaneengesloten

Noordwijk – Ruigenhoek

de toekomst van dit gebied. In 2025 wil de gemeente

Rijnsburg-Noord om transformatie van bedrijvigheid,

van 50-80 woningen voor 275 asielzoekers conform de ongeveer 600 woningen.

Er is in Rijnsburg Noord een aantal ontwikkelingen die er

57

woonwijk: Valkenhorst. Op deze groene locatie midden

biedt een ‘straatje erbij’ de mogelijkheid om kleinere kernen

vitaal en leefbaar te houden. Provincie Zuid-Holland heeft enkele randvoorwaarden geschetst voor een ‘straatje erbij’. De meest relevante voor de Duin- en Bollenstreek zijn:

in de Randstad, gelegen tussen stad en strand, worden

1. Een ‘straatje erbij’ is mogelijk bij kernen van minimaal 250 tot

commerciële voorzieningen gebouwd. Er komen sociale

2. Een ‘straatje erbij’ bevat in beginsel een plan van maximaal 1,5

in totaal 5.600 woningen en maatschappelijke en

huurwoningen, vrije sector huurwoningen, betaalbare en duurdere koopwoningen. Valkenhorst grenst aan

verschillende natuur- en recreatiegebieden, waaronder de Mient Kooltuin en het Valkenburgse meer.

10.000 inwoners. ha groot.

3. Initiatieven hebben een zo hoog mogelijke woningdichtheid (circa 30-35 woningen per hectare of meer), passen bij de

kwalitatieve woningbouwbehoefte en richten zich op differentiatie van de woningvoorraad in de betreffende kern.

De zoektocht naar mogelijke locaties voor een ‘straatje erbij’ leidt naar drie potentiële kernen: Warmond, De Engel en De Zilk. Van

deze locaties is alleen De Zilk gelegen buiten het “afwegingsgebied

geluid en externe veiligheid” uit het Luchtvaartindelingsbesluit (LIB). De locatie in Warmond wordt nog wel nader onderzocht.

4.3 Bedrijvige regio Opgaven en uitdagingen Ruimte voor bedrijvigheid In de Duin- en Bollenstreek blijft de vraag naar bedrijventerreinen toenemen. Op deze bedrijventerreinen vindt bij voorkeur enkel

bedrijvigheid plaats die niet agrarisch (Greenport) gerelateerd

is. Zo kan het landelijk gebied gebruikt worden voor de keten van

Huisvesting van arbeidsmigranten De gemeenten hebben beleid voor het huisvesten van

arbeidsmigranten, maar dit beleid is grotendeels verouderd. In

arbeidsmigranten wordt opgenomen in de (regionale)

verwacht van gemeente(n) dat de opgave voor huisvesting

arbeidsmigranten. Dit richt zich op de volgende vier onderwerpen:

woonzorgvisies, in het omgevingsbeleid van gemeenten en in het

4. Controle en handhaving Provincie Zuid-Holland heeft beleid waarin het huisvesting

van arbeidsmigranten toestaat aan de randen van kernen.

Concreet betekent dit dat er onder voorwaarden mogelijkheden zijn voor zowel grootschalige huisvesting op enkele locaties als kleinschalige huisvesting op erven. Het is aan de regio

of individuele gemeente om hier een keuze en uitwerking in te maken. Verder wordt er gewerkt om in de herziening van

woningbouwprogramma. Dit houdt dan ook in dat er bijvoorbeeld in omgevingsvisies en programma’s die effect hebben op

arbeidsmigranten wordt ingegaan op de huisvestingsbehoefte.

Het Programma LGDG valt hier ook onder. Dit onderdeel wordt nog verder uitgewerkt.

Het streven is te komen tot één beleidslijn voor de Duin- en Bollenstreek.

Omdat de vraag naar bedrijventerreinen en uitbreiding hiervan toeneemt, neemt ook de druk op de ruimte toe. Dit effect wordt

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 58

anderzijds meer grip krijgen op een betere kwaliteit van leven voor

op lokale kennisontwikkeling (vakkennis en ontwikkeling) en

3. Afspraken over kwalitatief goede huisvesting

gerelateerd is hoort thuis op een bedrijventerrein.

internetconsultatie).

het kader van de Regiodeal Sierteelt willen we enerzijds inzetten

2. Sociale binding en integratie

bedrijf op de juiste plek noemen we dit. Industrie die niet agrarisch

aan te scherpen (beleidsvoornemen is terug te vinden in de Een belangrijk onderdeel hierbij is dat de provincie

1. Betere registratie en inzicht

de Greenporteconomie. Hier willen we actief op sturen. Het juiste

het provinciaal Omgevingsbeleid in 2025 op dit onderwerp

59

versterkt doordat een aantal bestaande bedrijventerreinen

Regionaal zijn afspraken gemaakt over de kernsectoren die

woonlocaties. Voor die locaties moet in de toekomst in de regio

regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland (2024-

in de toekomst mogelijk transformeren naar binnenstedelijke

hoofdzakelijk aandacht verdienen. Hierop is ook de meest recente

compensatieruimte gevonden worden. Verder vraagt ook de

2030) gebaseerd.

transitie van de economie om (meer) bedrijfsruimte. Dit is de

transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Verder zijn uitdagingen voor de economie en bedrijvigheid in de

regio personeelstekorten. Kansen liggen bij automatisering en digitalisering en hierdoor ontstaan ook nieuwe banen.

Ontwikkelingen

Thematische ontwikkelingen PLGDG BEDRIJVIGE REGIO

Uitbreiding bestaande bedrijventerrein in landelijk gebied In de ISG waren verschillende locaties opgenomen voor

nieuwe bedrijventerreinen, of uitbreidingen van bestaande

Uitbreidingen Akzo-terrein en Greenib

De uitbreidingen de bedrijventerreinen van Akzo-Nobel

en Greenib zijn reeds opgenomen in de Omgevingsvisie

van Teylingen. In de regionale bedrijventerreinenstrategie is opgenomen dat deze locaties door de provincie

worden beschouwd als zachte planlocaties die meetellen in de vraag-aanbod balans.

bedrijventerreinen. Daarnaast zijn tussen 2016 en 2025

verschillende bedrijventerreinen (verder) ontwikkeld, of

planologisch mogelijk gemaakt. In het Programma LGDG wordt

in ieder geval de volgende ruimte gereserveerd voor uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen in landelijk gebied. Deze

uitbreidingen van bedrijventerreinen zijn getoetst aan de regionale bedrijventerreinenstrategie.

Pastoorslaan Noord – Hillegom, Mallegatspoort 2e fase De locaties Pastoorslaan Noord in Hillegom en

Mallegatspoort 2e fase in Lisse zijn in de regionale

bedrijvenstrategie Holland Rijnland opgenomen als

zachte plancapaciteit, die nog niet met de provincie Noordwijk: Gravendam Noord

In de ISG was de locatie Gravendam Noord al Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport

60

61

opgenomen als mogelijke uitbreidingslocatie voor

Zuid-Holland zijn besproken. De locatie Pastoorslaan

Noord stond wel als reservelocatie bedrijventerrein in de ISG en is om die reden ook opgenomen op de kaart.

bedrijvigheid na 2030. De ontwikkelingen hebben

zich enigszins versneld. Op dit moment wordt een

stedenbouwkundig plan ontwikkeld voor deze locatie. In samenhang hiermee zal ook gezocht worden naar een locatie voor een onderstation voor de stroomlevering

aan dit toekomstig bedrijventerrein. In totaal gaat het hier netto om 7 ha bedrijventerrein. In de regionale

bedrijventerreinenstrategie is opgenomen dat deze locatie door de provincie wordt beschouwd als een

zachte planlocatie die meetelt in de vraag-aanbod balans.

In relatie tot de onderzochte nieuwe verbinding N208 (Lisse) – A44

(Abbenes) wordt ook nagedacht over een nieuwe locatie voor een bedrijventerrein bij de Nieuwe Poelweg in Lisse.

In de overige gemeenten zijn geen grootschalige zoekgebieden voor uitbreiding van bedrijventerreinen voorzien. Uitzondering hierop vormen de gebieden met eigen ontwikkeltraject (zie verderop in deze paragraaf).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1736/documents/23636