CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Was-wordt lijst_5.pdf

Raadscommissie 18 januari 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 13: Vaststellen Verordening Jeugdhulp Hillegom 20248.645 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Document: Was wordt lijst Verordening Jeugdhulp 2024 Opgesteld door: Charlotte van der Laan In opdracht van: Gemeenteraad Hillegom, college van B&W Datum: 15-12-2023 __________________________________________________________________________________ Algemeen De Verordening Jeugdhulp 2024 heeft veel elementen van de Verordening Jeugdhulp 2022 overgenomen. De grote verandering zit in de vorm, volgorde van de artikelen, en de aanscherping en kadering van de jeugdwet t.o.v. Eigen Kracht, preventieve mogelijkheden, andere wetgeving en maatschappelijke problemen die vragen om een andere aanpak dan Jeugdhulp. Om het overzicht te behouden, volgen dan ook twee schema’s. Het eerste schema geeft door middel van de titels van hoofdstukken en artikelen de vorm verandering weer. Het tweede schema betreft de tekstuele aanpassingen per artikel. Titels van hoofdstukken en artikelen 2022 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen Artikel 2. Lokaal integraal team Hoofdstuk 2. Vormen van Jeugdhulp Artikel 3. Algemene voorzieningen Artikel 4. Individuele voorzieningen Hoofdstuk 3. Behandeling ondersteuningsvraag Artikel 5. Voorleggen ondersteuningsvraag Artikel 6. Beoordeling toegang jeugdhulp Artikel 7. Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening Hoofdstuk 4. Toegang tot individuele jeugdhulpvoorziening Artikel 8. Toegangsbeoordeling ondersteuningsvraag Artikel 9.

Voorliggende voorziening Artikel 10. Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening in Zorg in Natura Artikel 11. Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening via pgb Artikel 12. Besteding PGB Artikel 13. PGB voor inzet sociaal netwerk Artikel 14. Jeugdhulp bij kinderbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering. Artikel 15. Jeugdhulp in spoedeisend geval Artikel 16. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering Hoofdstuk 5. Overige bepalingen Artikel 17. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik Artikel 18. Verhouding prijs-kwaliteit Jeugdbescherming en jeugdreclassering Artikel 19. Vertrouwenspersoon Artikel 20. Inspraak en medezeggenschap Artikel 21. Toepassen verordening Artikel 22. Hardheidclausule

2024 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepaling Hoofdstuk 2. Gebruikelijke zorg, algemene- en voorliggende voorzieningen Artikel 2. Gebruikelijke zorg en eigen verantwoordelijkheid Artikel 3. Algemene voorzieningen Artikel 4. Voorliggende voorzieningen Hoofdstuk 3. Toegang en kaders individuele jeugdhulpvoorzieningen Artikel 5. Toegang tot hulp Artikel 6. Lokaal integraal team Artikel 7. Voorleggen en behandeling ondersteuningsvraag Artikel 8. Toegangsbeoordeling jeugdhulpvoorziening Artikel 9. Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening Artikel 10. Individuele jeugdhulpvoorzieningen Artikel 11. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Hoofdstuk 4. Jeugdhulpvervoer Artikel 12. Collectief jeugdhulpvervoer Artikel 13. Individueel jeugdhulpvervoer en maatwerk Hoofdstuk 5. Persoonsgebonden budget Artikel 14. Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening via pgb Artikel 15. Besteding pgb Artikel 16. Pgb voor inzet van sociaal netwerk Hoofdstuk 6. Jeugdbescherming, jeugdreclassering en crisis Artikel 17. Jeugdhulp bij jeugdbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering Artikel 18. Jeugdhulp in spoedeisend geval Hoofdstuk 7. Overige bepalingen Artikel 19. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering Artikel 20. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik

Artikel 23. Intrekking oude verordening en overgangsrecht Artikel 24. Inwerkingtreding Artikel 25. Citeertitel

Artikel 21. Vertrouwenspersoon Artikel 22. Inspraak en medezeggenschap Artikel 23. Toepassen verordening en stellen nadere regels Artikel 24. Hardheidsclausule Artikel 25. Overgangsbepaling Artikel 26. Intrekking oude verordening, inwerkingtreding en citeertitel

Tekstuele aanpassingen per artikel In de volgende tekst zal gebruik gemaakt worden van markeringen om de verschillen aan te tonen: Rood = verwijderd, geel = gewijzigd, groen = nieuw 2022 Artikel 1. Begripsbepaling In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt (mede) verstaan onder: a. Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten passend binnen de Jeugdwet dat zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is; b. Budgetplan: het budgetplan is een verplicht onderdeel van het gezinsplan bij de aanvraag van een persoonsgebonden budget (PGB). Hierin beschrijft de zorgvrager de persoonlijke, specifieke, persoonsgebonden jeugdhulp die beoogd wordt. De kosten van deze jeugdhulp moeten inzichtelijk zijn in het budgetplan; c. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hillegom; d. Gezinsplan: familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; e. Individuele jeugdhulpvoorziening: een specialistische jeugdhulpvoorziening die door het college wordt toegekend en verstrekt aan de in de gemeente Hillegom woonachtige jeugdige en/of ouder na een toegangsbeoordeling. Een individuele jeugdhulpvoorziening kan in natura of als persoons- gebonden budget (PGB) worden verstrekt; f.

Jeugdhulp op school: Jeugdhulp op school betreft een aanbod van jeugdhulp aan leerlingen door een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder die aan de gestelde eisen voldoet en die in principe alle jeugdhulpvragen voor individuele begeleiding binnen de school opvangt; g. Lokaal integraal team: Multidisciplinair team bestaande uit sociaal professionals die zorg en ondersteuning bieden aan alle inwoners van Hillegom en die de toeleiding verzorgen naar algemene en individuele voorzieningen; h. Ondersteuningsvraag: behoefte van een jeugdige of een ouder aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperkingen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet; i. Persoonsgebonden Budget (PGB): persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die in de vorm van een individuele voorziening is toegekend van derden te betrekken; j. PGB-vaardigheid: de vaardigheid van de

2024 Artikel 1. Begripsbepaling 1. Alle definities die in deze verordening worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, de hierop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en de nadere regels Jeugdhulp Hillegom 2024; 2. In deze verordening wordt verstaan onder: a. Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten passend binnen de Jeugdwet dat zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is; b. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hillegom; c. Gebruikelijke zorg: gebruikelijke zorg is de normale, dagelijkse zorg die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden. Gebruikelijke zorg voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of verzorger conform de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Van ouder(s)/verzorger(s) wordt verwacht maximaal te zoeken naar eigen oplossingen. Dit geldt ook bij uitval van de ouder in een éénoudergezin of als beide ouders beperkingen ondervinden in de opvang en verzorging van de kinderen. In het beginsel kan van ouder(s)/verzorger(s) worden verwacht dat zij meer dan gebruikelijke zorg leveren. Pas wanneer sprake is van overvraging kan mogelijk aanspraak gemaakt worden op jeugdhulp; d.

Ondersteuningsplan: ook wel genoemd gezinsplan of familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; e. Individuele jeugdhulpvoorziening: een specialistische jeugdhulpvoorziening die door het college wordt toegekend en verstrekt aan de in de gemeente Hillegom woonachtige jeugdige en/of ouder na een toegangsbeoordeling. Een individuele jeugdhulpvoorziening kan in natura of als persoonsgebonden budget (pgb) worden verstrekt; f. Jeugdhulpaanbieder: persoon of organisatie die beroepsmatig jeugdhulp verleent en daartoe met de gemeente een financiële relatie heeft, in de zin van een contract, subsidie of via een pgb van een cliënt. g. Jeugdhulplocatie: een locatie waar jeugdhulp geboden wordt zoals dagbesteding, dagbehandeling of een instelling voor jeugd-ggz; h. Jeugdhulpvervoer: een

aanvrager om te voldoen aan de verantwoordelijkheden en verplichtingen die horen bij het beheren van een PGB; k. Voorliggende voorziening: voorziening niet vallend onder de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen waar de inwoner aanspraak op kan maken; l. Wet Langdurige Zorg (Wlz): wet inzake de verzekering van zorg aan mensen die zijn aangewezen op langdurige zorg. De Wet langdurige zorg is er voor jeugdigen en volwassenen die blijvend behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als gevolg van een somatische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichame- lijke of zintuiglijke handicap; m. Zorgverzekeringswet (ZW): in de Zvw is bepaald dat jeugdigen aanspraak hebben op “verpleging en verzorging zoals verpleegkundigen die plegen te bieden wanneer zij behoefte hebben aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop”. Deze zorg maakt onderdeel uit van het basispakket van verzekerden; n. Zorg in natura: zorg die door het college rechtstreeks is ingekocht bij de zorgaanbieder.

vervoersvoorziening om vervoer van en naar een jeugdhulplocatie mogelijk te maken; i. Jeugdhulp op school: Jeugdhulp op school betreft een aanbod van jeugdhulp aan leerlingen door een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder die aan de gestelde eisen voldoet en die in principe alle jeugdhulpvragen voor individuele begeleiding binnen de school opvangt; j. Lokaal integraal team: multidisciplinair team bestaande uit sociaal professionals die zorg en ondersteuning bieden aan alle inwoners van Hillegom en die de toeleiding verzorgen naar algemene en individuele voorzieningen; k. Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep en zonder kosten wordt verleend; l. Ondersteuningsvraag: behoefte van een jeugdige of een ouder aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperkingen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet; m.

Persoonsgebonden Budget (pgb): persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die in de vorm van een individuele voorziening is toegekend van derden te betrekken; n. Pgb-budgetplan: het Pgb-budgetplan is een verplicht onderdeel van het gezinsplan bij de aanvraag van een persoonsgebonden budget (pgb). Hierin beschrijft de zorgvrager de persoonlijke, specifieke, persoonsgebonden jeugdhulp die beoogd wordt. De kosten van deze jeugdhulp moeten inzichtelijk zijn in het pgbbudgetplan; o. Pgb-vaardigheid: de vaardigheid van de aanvrager om te voldoen aan de verantwoordelijkheden en verplichtingen die horen bij het beheren van een pgb; p. Professionele ondersteuning: ondersteuning geleverd door een MBO/HBO of WO-opgeleid persoon met algemene deskundigheid en brede kennis van jeugdhulp. De jeugdhulpaanbieder waarvoor de persoon werkzaam is of Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP’er) staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Er wordt gebruik gemaakt van de norm ‘verantwoorde werktoedeling’ voor het selecteren van de juiste professional; q. School: een instelling met een BRIN nummer waar basis-, speciaal-, speciaal basis-, voortgezet-, of speciaal voortgezet onderwijs wordt verzorgd; r.

Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; s. Voorliggende voorziening: voorziening niet vallend onder de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke

Artikel 2 lokaal integraal team 1. Het college draagt zorg voor een lokaal integraal team. 2. Het lokaal integraal team biedt integrale ondersteuning en hulp aan jeugdigen en volwassenen door zo nodig professionals uit verschillende leefdomeinen in een gezamenlijke aanpak bij elkaar te brengen die werken volgens het principe één gezin, één plan en één regisseur. 3. Ten aanzien van jeugdhulpvragen biedt het lokaal integraal team consultatie en advies, basisdiagnostiek en zorgcoördinatie. Ambulante jeugdhulp en preventief (groepsgericht) trainingsaanbod wordt verricht door de jeugdhulpverlener van het lokaal integraal team. 4. De daartoe door het college gemandateerde jeugdhulpverlener van het lokaal integraal team biedt toegang tot individuele jeugdhulpvoorzieningen. Artikel 3 Algemene voorzieningen 1. Een algemene voorziening is een voorziening die rechtstreeks toegankelijk is zonder toegangsbeoordeling, of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling. 2.De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn beschikbaar: a. Jeugdgezondheidszorg; b. Informatie, training en advies op het gebied van opvoeden en opgroeien; c. Kortdurende pedagogische ondersteuning; d. Jeugd- en Jongerenwerk; e. Jeugd- en gezinsondersteuning vanuit het lokaal integraal team; f. Kinderopvang en/of BSO (plus voorziening); g. Mantelzorgondersteuning; h. Respijtzorg; i. Echtscheidingsspreekuur; j.

Praktijkondersteuner Huisartsen Jeugd (POH Jeugd). 3. Het college heeft de bevoegdheid de in lid 1 genoemde vrij toegankelijke

ondersteuning of werk en inkomen waar de inwoner aanspraak op kan maken; t. Wet langdurige zorg (Wlz): De Wet langdurige zorg is er voor jeugdigen en volwassenen die blijvend behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als gevolg van een somatische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap; u. Zorgverzekeringswet (Zvw): In de Zvw is bepaald dat jeugdigen aanspraak hebben op “verpleging en verzorging zoals verpleegkundigen die plegen te bieden wanneer zij behoefte hebben aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop”. Deze zorg maakt onderdeel uit van het basispakket van verzekerden; v. Zorg in natura: zorg die door het college rechtstreeks is ingekocht bij de jeugdhulpaanbieder; w. Zorgovereenkomst: een zorgovereenkomst is een contract tussen de zorgverlener en de budgethouder bij een persoonsgebonden budget. De budgethouder moet met elke zorgverlener een zorgovereenkomst afsluiten. In de zorgovereenkomst staan de afspraken over de zorg, de werktijden en de vergoeding. Artikel 6 Lokaal Integraal team 1. Het college draagt zorg voor een lokaal integraal team: te weten Voor ieder 1. 2.

Het lokaal integraal team biedt integrale ondersteuning en hulp aan jeugdigen en volwassenen door zo nodig professionals uit verschillende leefdomeinen in een gezamenlijke aanpak bij elkaar te brengen die werken volgens het principe één gezin, één plan en één regisseur. 3. Voor jeugdhulpvragen biedt het lokaal integraal team consultatie, advies, basis jeugdhulpverlening en zorgcoördinatie bij specialistische jeugdhulp. Daarnaast is er preventief (groepsgericht) trainingsaanbod. 4. De daartoe door het college gemandateerde jeugdhulpverlener van het lokaal integraal team biedt toegang tot individuele jeugdhulpvoorzieningen. Artikel 3 Algemene voorzieningen 1. De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn beschikbaar: a. Jeugdgezondheidszorg; b. Informatie, training en advies op het gebied van opvoeden en opgroeien; c. Kortdurende pedagogische ondersteuning; d. Oudercontact- en ontmoetingsmomenten; e. Jeugd- en Jongerenwerk; f. Reguliere sport- en vrijetijdsvoorzieningen; g. Huiswerkbegeleiding in de markt georganiseerd; h. Jeugd- en gezinsondersteuning vanuit het lokaalintegraal team; i. Kinderopvang en/of Buiten Schoolse Opvang (plus voorziening); j. Mantelzorgondersteuning; k. Respijtzorg; l. Echtscheidingsspreekuur; m. Eerstelijnszorg, zoals huisartsenzorg; n. Praktijkondersteuner Huisartsen Jeugd (POH Jeugd).

jeugdhulpvoorzieningen in nadere regels te specificeren. Artikel 4 Individuele jeugdhulpvoorzieningen 1. Onder de individuele jeugdhulpvoorzieningen vallen specialistische jeugdhulpvoorzieningen. Hieronder vallen: a. behandeling met verblijf; b. wonen; c. dagbehandeling en dagbesteding; d. ambulante jeugdhulp; e. jeugdhulp op school; f. crisisopvang; g. veiligheid; h. vervoer. 2.Jeugdhulp op school is voorliggend aan de voorzieningen ambulante jeugdhulp, dagbehandeling en dagbesteding. 3.Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de maximale duur en de intensiteit van individuele jeugdhulpvoorzieningen. 4. Het college heeft de bevoegdheid de in lid 1 genoemde individuele voorzieningen in nadere regels te specificeren en/of een deel daarvan als vrij toegankelijk te benoemen. Artikel 5 Voorleggen ondersteuningsvraag 1. Iedere jeugdige en/of ouder(s) woonachtig in de gemeente Hillegom met een ondersteuningsvraag kan zich wenden tot: a. Het lokaal integraal team; b. Een bevoegde professional zoals een huisarts, medisch specialist of jeugdarts. 2. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is en wijst de jeugdige en/of ouders op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning. Artikel 6 Beoordeling toegang jeugdhulp 1.

In het geval dat de ondersteuningsvraag is gesteld aan het lokaal integraal team, vindt in navolging daarvan zo spoedig mogelijk een gesprek plaats tussen de jeugdige en/of zijn ouders en het lokaal integraal team. 2. De jeugdige of zijn ouders verstrekken desgevraagd aan het lokaal integraal team voorafgaand aan of tijdens het gesprek alle gegevens, die naar het oordeel van het lokaal integraal team voor het onderzoek nodig zijn. 3. Het lokaal integraal team verzamelt in overleg met de jeugdige en/of de ouders de noodzakelijke en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie. 4. Bij de beoordeling van de ondersteuningsvraag wordt ook rekening gehouden met de boven gebruikelijke zorg. Gebruikelijke zorg is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de ouders. 5. Bij de beoordeling van de hulpvraag, wordt er in eerste instantie gekeken naar de eigen mogelijk- heden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouders, eventueel met steun van het sociaal netwerk, toereikend zijn om zelf de gevraagde jeugdhulp te bieden. Bij de beoordeling van de hulpvraag

2. Het college heeft de bevoegdheid de in lid 1 genoemde vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen in nadere regels te specificeren. Artikel 10 Individuele jeugdhulpvoorzieningen 1. Onder de individuele jeugdhulpvoorzieningen vallen specialistische jeugdhulpvoorzieningen. Hieronder vallen: a. behandeling met verblijf; b. wonen; c. dagbehandeling en dagbesteding; d. ambulante jeugdhulp; e. jeugdhulp op school; f. crisisopvang; g. veiligheid; 2. Groepsbegeleiding of behandeling is voorliggend aan individuele begeleiding of behandeling. 3. Jeugdhulp op school is voorliggend aan de voorzieningen ambulante jeugdhulp, dagbehandeling en dagbesteding. 4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot maximale duur en de intensiteit van individuele voorzieningen. 5. Het college kan nadere regels stellen om de in lid 1 genoemde individuele voorzieningen te specificeren en/of een deel daarvan als vrij toegankelijk te benoemen. Artikel 5 Toegang tot hulp 1. Iedere jeugdige en/of ouder(s) woonachtig in de gemeente Hillegom met een ondersteuningsvraag kan zich wenden tot: a. Het lokaal integraal team; b. Een bevoegde professional zoals een huisarts, medisch specialist of jeugdarts. 2.

Het college zorgt ervoor dat jeugdigen en/of ouder(s) een beroep kunnen doen op kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is en wijst de jeugdige en/ of ouders op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning. Artikel 7 Voorleggen en behandeling ondersteuningsvraag 1. Als een ondersteuningsvraag is gesteld aan het lokaal integraal team, vindt in navolging daarvan een gesprek plaats tussen de jeugdige en/of de ouders en het lokaal integraal team. 2. Het lokaal integraal team informeert de jeugdige en/of de ouders of verzorgers over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. 3. De jeugdige en/of de ouders verstrekken desgevraagd aan het lokaal integraal team voor of tijdens het gesprek alle gegevens, die naar het oordeel van het lokaal integraal team voor het onderzoek nodig zijn. 4. Het lokaal integraal team verzamelt in overleg met de jeugdige en/of de ouders de noodzakelijke en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie. 5. Het lokaal integraal team stelt in een of meerdere gesprek(ken) samen met de jeugdige en/of zijn ouders vast: a. Wat de ondersteuningsvraag is met daarbij specifiek aandacht voor de gezinssituatie op de verschillende leefgebieden, dit vormt de basis van de integrale werkwijze; b. Wat de opgroei- en opvoedingsproblemen

wordt rekening gehouden met: • de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; • de duur daarvan; • de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders; • de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders; • de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; • de mogelijkheden en de bereidheid van het sociale netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen; • bij gescheiden ouders, zijn beide ouders verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning; Deze elementen vormen samen de eigen kracht van het gezin. 6. Bij de beoordeling wordt er gekeken of er niet sprake is van een voorliggende voorziening, of een algemene voorziening. Indien er recht bestaat op een voorliggende voorziening of een algemene voorziening, dan bestaat er geen recht op jeugdhulp. 7. Het lokaal integraal team informeert de jeugdige en/of de ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. 8. Het lokaal integraal team stelt in een of meerdere gesprek(ken) samen met de jeugdige en/of zijn ouders vast: a. Wat de ondersteuningsvraag is met daarbij specifiek aandacht voor de gezinssituatie op de verschillende leefgebieden, dit vormt de basis van de integrale werkwijze; b. Wat de opgroei- en opvoedingsproblemen stoornissen en psychische problematiek zijn met daarbij specifiek aandacht voor de beoogde resultaten van de ondersteuning; c.

Of en welke ondersteuning nodig is rekening houdend met leeftijd en ontwikkelingsniveau, met daarbij specifiek aandacht voor de aard en omvang van de ondersteuning; d. Op welke wijze de ondersteuningsvraag opgelost kan worden, met daarbij specifiek aandacht voor: • Wat de jeugdige, zijn ouders en het sociale netwerk met de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen zelf kunnen doen en wat naar algemene maatstaven van hen verwacht magen worden. • Of en welke ondersteuning nodig is vanuit de algemene voorzieningen. • Of en welke ondersteuning nodig is in de vorm van een individuele voorziening. • Op welke wijze de ondersteuning wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, wonen of werk en inkomen. • Welke andere voorzieningen (deels) voorliggend zijn. • Of er sprake is van de wens voor een pgb en • Of een pgb passend is voor de situatie en of het beheren en of uitvoeren ervan niet tot overbelasting leidt. • Wanneer en op welke wijze wordt geëvalueerd of aan de ondersteuningsvraag is voldaan of dat het ingezette ondersteuningsbeleid gewijzigd dient te worden. 9. Het lokaal integraal team en de jeugdige en/of

stoornissen en psychische problematiek zijn met daarbij specifiek aandacht voor de beoogde resultaten van de ondersteuning; c. Of ondersteuning nodig is rekening houdend met leeftijd en ontwikkelingsniveau, met daarbij specifiek aandacht voor de aard en omvang van de ondersteuning. d. Of de zorg in natura of via een pgb verstrekt wordt. e. Op welke wijze de ondersteuning wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, wonen of werk en inkomen; f. Wanneer en hoe wordt geëvalueerd of aan de ondersteuningsvraag is voldaan of de ingezette jeugdhulp gewijzigd dient te worden. 6. Het lokaal integraal team en de jeugdige en/of de ouders leggen de zaken genoemd in het vijfde lid en artikel 8 vast in een ondersteuningsplan dat door het lokaal integraal team met de jeugdige en/of de ouders wordt besproken. Er wordt op dat moment afgesproken en vastgelegd hoe het plan tot uitvoering komt.

zijn ouders leggen de zaken genoemd in het achtste lid vast in een ondersteuningsplan dat door het lokaal integraal team en de jeugdige en/of zijn ouders ondertekend wordt. Artikel 7 Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening 1. Het college besluit over toekenning van een individuele jeugdhulpvoorziening. Als aanvraag wordt enkel aangemerkt een door het lokaal integraal team en de jeugdige en/of diens ouders ondertekend ondersteuningsplan. 2. In afwijking van het eerste lid blijft een ondersteuningsplan achterwege na verwijzing door een bevoegd professional zoals de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. Artikel 8 Toegangsbeoordeling ondersteuningsvraag 1. Een individuele jeugdhulpvoorziening kan alleen worden verstrekt indien: a. redelijkerwijs geen aanspraak kan worden gedaan op de ‘eigen kracht’ van de jeugdige en/of zijn ouder(s)/verzorger(s). De eigen kracht wordt bepaald door: i. de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; ii. de duur daarvan; iii. de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders; iv. de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders; v. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; vi. de mogelijkheden en de bereidheid van het sociale netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen; vii.

bij gescheiden ouders, zijn beide ouders met gezag verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning. b. geen oplossing kan worden gevonden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een vrij toegankelijke, algemene voorziening; c. geen oplossing gevonden kan worden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van voorzieningen die beschikbaar zijn op grond van voorliggende wetten als de Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke voorzieningen, Zorgverzekeringswet en Wet Passend Onderwijs; d. geen oplossing gevonden kan worden voor zijn hulpvraag door de inzet van een algemene of collectieve voorziening; e. geen oplossing kan worden gevonden in andere voorliggende voorzieningen, waaronder: (zie artikel 3 Verordening 2024) i. begeleiding, interventies ter bevordering van pedagogisch klimaat of sociale zelfredzaamheid voor jeugdigen die zich leeftijdsadequaat ontwikkelen en leeftijdsgebonden problemen ervaren; ii. buitenschoolse of naschoolse opvang of activiteiten, anders dan respijtzorg of opvang waaraan doelen zijn verbonden zoals bedoeld in artikel 2.3. van de Jeugdwet; iii. huiswerkbegeleiding in de markt georganiseerd; iv. oudercontactmomenten, ontmoetingsmomenten in de wijk of op scholen;

Artikel 9 Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening 1. Het college besluit over toekenning van een individuele jeugdhulpvoorziening. Als aanvraag wordt enkel aangemerkt een door het lokaal integraal team en de jeugdige en/of diens ouders ondertekend ondersteuningsplan. 2. In afwijking van het eerste lid blijft een ondersteuningsplan achterwege na verwijzing door een bevoegd professional zoals de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. Artikel 8 Toegangsbeoordeling jeugdhulpvoorziening 1. Bij de beoordeling van de ondersteuningsvraag, wordt er in eerste instantie gekeken naar de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of de ouders, eventueel met steun van het sociaal netwerk, toereikend zijn om zelf de gevraagde jeugdhulp te bieden. Bij de beoordeling van de ondersteuningsvraag wordt rekening gehouden met: a. de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; b. de duur daarvan; c. de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders; d. de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders; e. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; f. de mogelijkheden en de bereidheid van het sociale netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen; g. bij gescheiden ouders, zijn beide ouders verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning.

Deze elementen vormen samen de eigen kracht van het gezin. 2. Bij de beoordeling wordt daarnaast gekeken: a. of gebruik gemaakt kan worden van een algemene of voorliggende voorziening (zoals beschreven in Artikel 3 en 4); b. of behandeling van uiteenlopende problematiek van ouders en/of het gezinssysteem prioriteit behoeft alvorens individuele jeugdhulp zinvol is. De denken valt aan maatschappelijke, psychische, relationele of financiële problematiek. Op dat moment zijn de zorgverzekeringswet en/of schuldhulpverlening en/of de Wmo voorliggend; c. of de jeugdhulp voldoende bijdraagt aan het bevorderen van de ontwikkeling, de veiligheid of de zelfredzaamheid van het individu; d. of de jeugdhulp voldoende bijdraagt aan acceptatie en omgang met de ontstane situatie en/of normalisering daarvan; e. of een oplossing gevonden kan worden in het benutten van mogelijkheden in het kader van Arbeidsrecht of andere regelingen, zoals bijzonder of buitengewoon verlof; 3. Een jeugdhulpvoorziening wordt alleen toegekend als de verwijzer naar aanleiding van de beoordelingscriteria omschreven in lid 1 en 2 tot de conclusie komt dat deze noodzakelijk en

v. preventieve interventies en begeleiding die behoren tot de taak van de jeugdgezondheidszorg: bijvoorbeeld omgaan met zindelijkheid, eetproblemen, pestgedrag, (digitale) weerbaarheid, omgaan met echtscheiding, conflicthantering, licht medische handelingen, enz; vi. reguliere sport- en vrijetijdsvoorzieningen die toegankelijk zijn voor jeugdigen met een ondersteuningsvraag; vii. eerstelijnszorg zoals huisartsenzorg. 2. In situaties waarbij ouders begeleiding ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische en/of relationele problemen nodig hebben, is de zorgverzekeringswet en/of Wmo voorliggend. 3. Een individuele jeugdhulpvoorziening wordt niet ingezet in situaties, waarbij een oplossing gevonden kan worden in het benutten van mogelijkheden in het kader van het Arbeidsrecht of andere regelingen, zoals bijzonder of buitengewoon verlof. 4. Het college kan nadere regels stellen Artikel 9 Voorliggende voorzieningen 1. Er bestaat geen recht op jeugdhulp, indien er beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening. 2. Voorzieningen die beschikbaar zijn op basis van de volgende wetten zijn voorliggend op een verstrekking vanuit de Jeugdwet: a. Passend Onderwijs; b. Wet Langdurige zorg; c. Zorgverzekeringswet; d. Wet Maatschappelijke Ondersteuning. 3.

Verstrekking van een passende algemene voorziening, zoals omschreven in artikel 3, is voorliggend op verstrekking van een individuele jeugdhulp voorziening. Artikel 10 Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening Zorg in Natura 1. Het college legt haar besluit als bedoeld in voorgaande leden vast in een beschikking in ieder geval: a. Bij de verstrekking van een pgb; b. Bij de afwijzing van een aanvraag; c. Bij een verzoek van de jeugdige of zijn ouders om een beschikking te ontvangen. 2. Een jeugdige die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt en die de jeugdhulp heeft aangevraagd ontvangt een beschikking aan zijn persoon gericht. Artikel 11 Toekennen Individuele jeugdhulpvoorziening via pgb 1. Aanvullend op de in artikel 7 genoemde toegangsbeoordeling wordt bij de aanvraag voor een individuele jeugdhulpvoorziening via pgb ook getoetst op: a. De vaardigheid van de aanvrager en/of diens netwerk om een pgb te beheren; b. De motivering waarom het aanbod van het door het college ingekochte aanbod (zorg in natura) niet passend is naar het oordeel van de aanvrager; c. De compleetheid van het budgetplan. 2. Het pgb brengt voor de budgetverantwoordelijke verantwoordelijkheden en verplichtingen met zich mee (pgbvaardigheid). Het lokaal integraal team bepaalt de pgb-vaardigheid van de aanvrager en/of diens

effectief is.

Artikel 4 Voorliggende voorzieningen 1. Er bestaat geen recht op jeugdhulp, indien er beroep kan worden gedaan op een voorliggende en/of algemene voorziening. 2. Voorzieningen die beschikbaar zijn op basis van de volgende wetten zijn voorliggend op een verstrekking vanuit de Jeugdwet: a. Passend Onderwijs; b. Wet Langdurige zorg; c. Zorgverzekeringswet; d. Wet Maatschappelijke Ondersteuning.

Artikel 9. Toekennen individuele jeugdhulpvoorziening 3. Het college legt haar besluit als bedoeld in lid 1 en 2 vast in een beschikking wanneer: a. Een pgb verstrekt wordt; b. Jeugdige of de ouders verzoeken een beschikking te ontvangen. 4. Een jeugdige die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt ontvangt een ondersteuningsplan of beschikking gericht aan zijn persoon. 5. Het college dient zich bij de toeleiding naar het aanbod Zorg in Natura en pgb te houden aan de kaders omschreven in de Dienstomschrijvingen Jeugdhulp Holland Rijnland. Artikel 14 Toekennen Individuele jeugdhulpvoorziening via pgb 1. Aanvullend op de in artikel 8 genoemde toegangsbeoordeling wordt bij de aanvraag voor een individuele jeugdhulpvoorziening via pgb ook getoetst op: a. De vaardigheid van de aanvrager en/of diens netwerk om een pgb te beheren; b. De motivering waarom de aanvrager het aanbod van het door het college ingekochte aanbod (zorg in natura) niet passend vindt. 2. Het lokaal integraal team bepaalt de pgbvaardigheid van de aanvrager en/of diens netwerk. Deze vaardigheid wordt getoetst op de volgende onderdelen: a. Kwaliteit en compleetheid van het pgbbudgetplan; b. Financieel beheer: vaardigheid om financiën te beheren en geen schulden te maken;

netwerk. Deze vaardigheid wordt getoetst op de volgende onderdelen: a. Kwaliteit van het persoonlijk budgetplan b. Financieel beheer c. Zorginhoudelijk beheer d. Werkgeverschap e. Budgetplan. 3. In afwijking van artikel zes, eerste lid, wordt pgb aangevraagd middels een pgb-plan. Het pgbplan bestaat uit een ondersteuningsplan met daarbij een door het college vastgesteld budgetplan en een motivering waarom het aanbod van de door de college gecontracteerde zorgaanbieders (zorg in natura) in zijn specifieke situatie niet passend is naar het oordeel van de aanvrager. In het pgb-plan staat in ieder geval: a. Welke soort en de mate van jeugdhulp de jeugdige of zijn ouders gezien de ondersteuningsvraag willen inkopen met het pgb en wat het beoogde resultaat is; b. Hoe het beoogde resultaat bijdraagt aan de doelen in het ondersteuningsplan; c. Hoe de jeugdige of zijn ouders de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uitvoeren, of wie hiervoor is gemachtigd; d. Hoe de kwaliteit van de zelf in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd; e. Hoe er wordt omgegaan met uitval door ziekte van de zorgverlener. 4. Het tarief voor een pgb: a. Is gebaseerd op een door de jeugdige en/of zijn ouders opgesteld ondersteuningsplan over hoe zij het pgb gaan besteden; b.

Bedraagt niet meer dan het voor zorg in natura overeengekomen tarief van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura; c. Is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen. Artikel 12 Besteding PGB 1. Bij toekenning van afzonderlijke budgetten heeft de cliënt binnen deze afzonderlijke budgetten bestedingsvrijheid ten aanzien van de keuze van zorgaanbieder. 2. Het is niet toegestaan het budget voor professionele hulpverlening in te zetten voor nietprofessionele hulpverlening. 3. De cliënt stemt met de zorgaanbieder af op welke wijze de ondersteuning plaatsvindt. 4. Het pgb mag uitsluitend worden gebruikt voor de inkoop van de in de beschikking genoemde voorzieningen en ten behoeve van de verwezenlijking van de bij die voorzieningen genoemde doelen. Het budget kan niet besteed worden aan bemiddelings- en administratiekosten en er is geen eenmalig vrij te besteden bedrag. 5. Het college kan nadere regels en voorwaarden stellen over de toekenning van een pgb.

Artikel 13 PGB voor de inzet van sociaal netwerk 1. De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een PGB wordt toegekend, kunnen alleen hulp en ondersteuning betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren, als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

c. Zorginhoudelijk beheer: vaardigheid om kwaliteit van zorg in te beoordelen; d. Werkgeverschap: vaardigheid om hulpverlening aan te spreken op functioneren. 3. Het pgb-budgetplan bestaat uit een ondersteuningsplan met daarbij een door het college vastgesteld budgetplan en een motivering waarom het aanbod van de door de college gecontracteerde zorgaanbieders (zorg in natura) in deze situatie niet passend is naar het oordeel van de aanvrager. In het pgb-budgetplan staat in ieder geval: a. Welke soort en de mate van jeugdhulp de jeugdige of zijn ouders gezien de ondersteuningsvraag willen inkopen met het pgb; b. Wat het beoogde resultaat van die hulp is; c. Welke partij of zorgverlener de hulp levert om die resultaten te behalen; d. Hoe het beoogde resultaat bijdraagt aan de doelen in het ondersteuningsplan; e. Hoe de jeugdige of zijn ouders de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uitvoeren, of wie hiervoor is gemachtigd; f. Hoe de kwaliteit van de zelf in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd en hoe dit wordt getoetst; g. Hoe er wordt omgegaan met uitval door ziekte van de zorgverlener; 4. Het tarief voor een pgb: a. Is gebaseerd op een door de jeugdige en/of zijn ouders opgesteld pgb-budgetplan over hoe zij het pgb gaan besteden; b.

Bedraagt niet meer dan het voor zorg in natura overeengekomen tarief opgenomen in het Tarievenoverzicht Zorg in Natura regio Holland Rijnland. Vraagt de zorgaanbieder een hoger tarief, dan mag het deel boven het maximumtarief niet uit het pgb betaald worden. Ouders mogen dit wel zelf betalen. 5. Het college kan nadere regels en voorwaarden stellen over de toekenning van een pgb. Artikel 15 Besteding pgb 1. Het pgb mag uitsluitend worden gebruikt voor de inkoop van de in de beschikking genoemde voorzieningen en voor de verwezenlijking van de bij die voorzieningen genoemde doelen. Het budget mag niet besteed worden aan bemiddelings- en administratiekosten en er is geen eenmalig vrij te besteden bedrag. 2. Het pgb mag uitsluitend worden besteed aan zorg die daadwerkelijk geleverd wordt. 3. Bij toekenning van afzonderlijke budgetten heeft de cliënt binnen deze afzonderlijke budgetten bestedingsvrijheid ten aanzien van de keuze van zorgaanbieder. 4. Het is niet toegestaan het budget voor professionele hulpverlening in te zetten voor nietprofessionele hulpverlening. 5. De pgb houder stemt met de zorgaanbieder af op welke wijze de ondersteuning plaatsvindt. 6. Het college kan nadere regels en voorwaarden stellen over de besteding van een pgb. Artikel 16 pgb voor de inzet van sociaal netwerk 1.

De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een pgb wordt toegekend, kunnen alleen hulp en ondersteuning betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren, als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

a. er is sprake van bovengebruikelijke zorg; b. de inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar beter en effectiever of minimaal gelijkwaardig aan professionele ondersteuning. De inzet van het sociaal netwerk met een PGB wordt in ieder geval aantoonbaar beter geacht, indien één of meerdere van de volgende omstandig- heden aan de orde zijn: i. de hulp is vooraf niet goed in te plannen; ii. de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; iii. de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; iv. de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; v. de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn; vi. de hulp moet vanwege de aard van de hulpvraag worden geboden door een persoon met wie de jeugdige vertrouwd is en goed contact heeft; c. de geboden hulp is passend, adequaat en veilig; d. de zorgverlener heeft aangegeven dat de zorgverlening voor hem niet tot overbelasting leidt; e. de persoon uit het sociale netwerk mag op geen enkele wijze druk op de jeugdige en/of zijn ouders hebben uitgeoefend bij hun besluitvorming; f. de zorgverlener uit het sociaal netwerk is minimaal 18 jaar. 2. De zorgverlener uit het sociaal netwerk, moet ook aantoonbaar uit het sociaal netwerk van de jeugdige komen. 3. De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een PGB wordt toegekend kunnen alleen jeugdhulp betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren voor a.

het begeleiden van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of psychosociale problemen met als doel het bevorderen van hun deelname aan het maatschappelijk verkeer en van hun zelfstandig functioneren; b. het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging van jeugdigen; c. het ondersteunen van ouders van jeugdigen ter voorkoming van overbelasting (respijtzorg). Artikel 14 Jeugdhulp bij kinderbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering 1. Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die: a. De rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, en/of b. De rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering. Artikel 15 Jeugdhulp in spoedeisend geval 1. In spoedeisende gevallen en in afwijking van artikel 5, treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening, of vraagt het

a. de zorgverlener komt aantoonbaar uit het sociaal netwerk van de jeugdige en/of ouders. b. er is sprake van bovengebruikelijke zorg waarvan de omvang wordt aangetoond door ouders en kan worden getoetst aan de criteria van gebruikelijke zorg. c. de inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar beter en effectiever of minimaal gelijkwaardig aan professionele ondersteuning. De inzet van het sociaal netwerk met een PGB wordt in ieder geval aantoonbaar beter geacht, indien één of meerdere van de volgende omstandigheden aan de orde zijn: i. de hulp is vooraf niet goed in te plannen; ii. de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; iii. de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; iv. de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; v. de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn; vi. de hulp moet vanwege de aard van de ondersteuningsvraag worden geboden door een persoon met wie de jeugdige vertrouwd is en goed contact heeft; d. de geboden hulp is passend, adequaat en veilig; e. de zorgverlener uit het sociale netwerk onderbouwt dat de zorgverlening voor hem niet tot overbelasting leidt; f. de persoon uit het sociale netwerk mag op geen enkele wijze druk op de jeugdige en/of zijn ouders hebben uitgeoefend bij hun besluitvorming; g. de zorgverlener uit het sociaal netwerk is minimaal 18 jaar; 2.

De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een pgb wordt toegekend kunnen alleen jeugdhulp betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren voor: a. het begeleiden van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of psychosociale problemen met als doel het bevorderen van hun deelname aan het maatschappelijk verkeer en van hun zelfstandig functioneren; b. het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging van jeugdigen; c. het ondersteunen van ouders van jeugdigen ter voorkoming van overbelasting (respijtzorg); Artikel 17 Jeugdhulp bij jeugdbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering 1. Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die: a. de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, en/of; b. de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering. Artikel 18 Jeugdhulp in spoedeisend geval In spoedeisende gevallen en in afwijking van artikel 5, treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening, of vraagt het

college een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet. Artikel 16 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet doen een jeugdige en/of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele jeugdhulpvoorziening. 2. Onverminderd artikel 8.1.4 van de Jeugdwet kan het college een beslissing aangaande een individuele jeugdhulpvoorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. De jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. De jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele jeugdhulpvoorziening of op het pgb zijn aangewezen; c. De individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb niet meer toereikend is om de doelen te behalen; d. De jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb; e. De jeugdige of zijn ouders de individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; en f.

De jeugdigen of zijn ouders het persoonsgebonden budget besteden aan een persoon die (boven)gebruikelijke hulp zou moeten bieden maar daartoe niet (meer) in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting. 3. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele jeugdhulpvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen een halfjaar na uitbetaling of binnen de termijn waarvoor het is toegekend niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel 17 Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik 1. Het college informeert jeugdigen en ouders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een jeugdhulpvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2.

Het college kan een toezichthouder aanwijzen die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. 3. Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden besteed ten behoeve van het doel

college een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet. Artikel 19 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet benaderen jeugdige en/of de ouders, op verzoek of zelfstandig, de gemeente wanneer er feiten of omstandigheden veranderen. Dit omvat alles waarvan kan worden aangenomen dat verandering leidt tot heroverweging van de beslissing tot inzet van een jeugdhulpvoorziening. 2. Onverminderd artikel 8.1.4 van de Jeugdwet kan het college een beslissing aangaande een individuele jeugdhulpvoorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. De jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. De jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele jeugdhulpvoorziening of op het pgb zijn aangewezen; c. De individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb niet meer toereikend is om de doelen te behalen; d. De jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb; e. De jeugdige of zijn ouders de individuele jeugdhulpvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; en f.

De jeugdigen of zijn ouders het persoonsgebonden budget besteden aan een persoon die gebruikelijke hulp zou moeten bieden maar daartoe niet (meer) in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting. 3. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele jeugdhulpvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen een halfjaar na uitbetaling of binnen de termijn waarvoor het is toegekend niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel 20 Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik 1. Het college informeert jeugdigen en ouders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een jeugdhulpvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2.

Het college kan een toezichthouder aanwijzen die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. 3. Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden besteed ten behoeve van het doel

waarvoor ze verstrekt zijn. Tevens beoordeelt het college of de cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen. Artikel 18 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 1. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval rekening met: a. De aard en omvang van de te verrichten taken; b. De voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie. Artikel 19 Vertrouwenspersoon 1. Het college zorgt ervoor dat jeugdigen en/of ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Artikel 20 Inspraak en medezeggenschap Het college legt periodiek ontwikkelingen en belangrijke te nemen besluiten op het gebied van jeugdhulp voor aan een vertegenwoordiging van ingezetenen, zoals een inwonersadviesraad, waarover zij advies kunnen uitbrengen. Waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aandragen, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.

Artikel 21 Toepassen verordening 1. Indien bij het toepassen en uitvoeren van deze verordening onduidelijkheid ontstaat over het gebruik, dan zijn de in de Jeugdwet opgenomen begrippen en bepalingen leidend. 2. Het college maakt nadere afspraken met de huisartsen, de medisch specialisten, de jeugdartsen en de zorgverzekeraars over de verwijzing.

Artikel 22 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 23 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening jeugdhulp Hillegom 2015 wordt ingetrokken op de dag dat de Verordening Jeugdhulp Hillegom 2022 in werking treedt. 2. Een jeugdige of ouders houdt(en) recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening jeugdhulp Hillegom 2015 totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening jeugdhulp Hillegom 2015 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. Artikel 24 Inwerkingtreding De verordening treedt in werking op 1 maart 2022.

waarvoor ze verstrekt zijn. Tevens beoordeelt het college of de cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen. Artikel 11 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 1. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval rekening met: a. De aard en omvang van de te verrichten taken; b. De voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie. Artikel 21 Vertrouwenspersoon 1. Het college zorgt ervoor dat jeugdigen en/of ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Artikel 22 Inspraak en medezeggenschap Het college legt periodiek ontwikkelingen en belangrijke te nemen besluiten op het gebied van jeugdhulp voor aan een vertegenwoordiging van ingezetenen, zoals een inwonersadviesraad, waarover zij advies kunnen uitbrengen.

In de overleggen kunnen onderwerpen worden aangedragen voor de agenda en worden deelnemers voorzien van de voor hen benodigde informatie en ondersteuning om adequaat deel te kunnen nemen aan het overleg. Artikel 23 Toepassen verordening en stellen nadere regels 1. Indien bij het toepassen en uitvoeren van deze verordening onduidelijkheid ontstaat over het gebruik, dan zijn de in de Jeugdwet opgenomen begrippen en bepalingen leidend. 2. Het college heeft de bevoegdheid om voor de uitvoering van de verordening nadere regels op te stellen. 3. Het college maakt nadere afspraken met de huisartsen, de medisch specialisten, de jeugdartsen en de zorgverzekeraars over de verwijzing. Artikel 24 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 26 Intrekking oude verordening, inwerkingtreding en citeertitel 1. De verordening jeugdhulp Hillegom 2022 wordt ingetrokken. Artikel 25. Overgangsbepalingen 1. Een jeugdige of ouders houdt(en) het recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening jeugdhulp Hillegom 2022 totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 2.

Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening jeugdhulp Hillegom 2022 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. Artikel 26 Intrekking oude verordening, inwerkingtreding en citeertitel 2. De verordening treedt in werking op 1 januari

Artikel 25 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp Hillegom 2022.

2024. Artikel 26 Intrekking oude verordening, inwerkingtreding en citeertitel 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp Hillegom 2024.

In de Verordening Jeugdhulp 2024 zijn … artikelen toegevoegd die in de Verordening Jeugdhulp 2022 geen basis vonden. Deze volgen hieronder: Artikel 2 Gebruikelijke zorg en eigen verantwoordelijkheid 1. Iedere ouder is zelf (financieel) verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van het eigen kind. 2. Het systeem om een jeugdige heen wordt geacht gebruikelijke zorg te leveren. Gebruikelijke zorg is de normale dagelijkse zorg die partners, ouders, inwonende (meerderjarige) kinderen, andere huisgenoten of het sociaal netwerk geacht wordt elkaar onderling te bieden. 3. Gebruikelijke zorg voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of verzorger conform de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Artikel 12 Collectief jeugdhulpvervoer 1. Vervoer van jeugd is in het beginsel een eigen verantwoordelijkheid van ouder(s) en/of verzorger(s) en hun netwerk. Dit geldt tevens voor de aanvraag van een verlenging van het vervoer. 2. Jeugdhulpvervoer kan worden ingezet indien dit naar het oordeel van het lokale toegangsteam en het college noodzakelijk is, wanneer: a. er sprake is van medische noodzaak of een gebrek aan zelfredzaamheid en b. een jeugdige een verwijzing heeft naar jeugdhulp op basis van de Jeugdwet en c.

deze hulp of zorg niet gerealiseerd kan worden door het ontbreken van de mogelijkheid om de jeugdige op locatie van de jeugdhulpaanbieder te brengen. 3. Jeugdhulpvervoer wordt alleen gerealiseerd naar de dichtstbijzijnde locatie waar passende jeugdhulp geboden wordt. 4. De voorziening jeugdhulpvervoer kan alleen worden verstrekt in natura (door de jeugdhulpinstelling of de gemeente) onafhankelijk van de financieringsvorm van de jeugdhulp zelf. 5. Vervoer wat moet worden bekostigd vanuit andere wetgeving wordt niet bekostigd vanuit de Jeugdwet: a. Vervoer door middel van ambulance of ziekenvervoer valt onder de Zvw; b. Vervoer voor behandeling of dagbesteding verwezen vanuit de Wlz valt onder de Wlz; c. Vervoer van en naar school valt onder Leerlingenvervoer. 6. Het college kan nadere regels en voorwaarden stellen over de toekenning van jeugdhulpvervoer. Artikel 13 Individueel jeugdhulpvervoer en maatwerk 1. Wanneer jeugdigen aanspraak willen maken op individueel jeugdhulpvervoer en de verwijzer de wens hiertoe onderschrijft moet de noodzaak en urgentie aangetoond worden door een onafhankelijk onderzoek van de GGD. 2. Indien een jeugdige begeleiding nodig heeft tijdens het vervoer naar de jeugdhulplocatie kan er vervoer worden geregeld inclusief begeleiding. In het beginsel zijn ouders verantwoordelijk voor de begeleiding van hun kind.

Wanneer de ouder(s) deze begeleiding niet kunnen realiseren, kan er bij hoge uitzondering gekeken worden naar inzet van ambulante hulpverlening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1611/documents/20920