CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

01. Nota Reserves en voorzieningen Hillegom 2026-2030

Raadscommissie 3 september 2026, gemeente HillegomBij agendapunt: 9: Nota Reserves en voorzieningen Hillegom 2026-20305.673 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 Nota Reserves en voorzieningen 2026-2029 Gemeente Hillegom

2 Inhoudsopgave 1. Inleiding ..................................................................................................................... 3 2. Definities, kaders en wetgeving ..................................................................................... 4 2.1 Onderscheid reserves en voorzieningen ......................................................................... 4 2.2 Reserves .................................................................................................................... 5 2.2.2 Soorten reserves ...................................................................................................... 5 2.2.3 Functie reserves ....................................................................................................... 5 2.2.3 Bijzonderheden reserves ........................................................................................... 6 2.3 Voorzieningen ............................................................................................................. 7 2.3.1. Definitie ................................................................................................................. 7 2.3.1 Soorten voorzieningen ..............................................................................................

7 2.3.2 Functies voorzieningen .............................................................................................. 8 2.3.3 Bijzonderheden voorzieningen.................................................................................... 8 3. Beleid en beheer van reserves ........................................................................................... 9 3.1 Instellen van een reserve ............................................................................................. 9 3.2 Wijzigen doel of bestemming reserves .......................................................................... 10 3.3 Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves ................................................................. 10 3.4 Heroverweging van reserves ........................................................................................ 10 Bijlage 1 Reserves gemeente Hillegom .................................................................................. 11 Bijlage 2 Voorzieningen gemeente Hillegom ........................................................................... 16 Bijlage 3 Relevante artikelen Besluit, Begroting en Verantwoording ........................................... 17 Bijlage 4. Begrippenlijst ...................................................................................................... 19 3 1.

Inleiding Het voeren van een solide financieel beleid is randvoorwaardelijk voor het realiseren van de ambities op (middel)lange termijn waarbij op een doelmatige en doeltreffende manier wordt omgegaan met onze middelen. Een belangrijk onderdeel hiervan zijn de reserves en voorzieningen. Met het vaststellen van de nota reserves en voorzieningen stelt de gemeenteraad het formele kader, waarbinnen het college en de ambtelijke organisatie met reserves en voorzieningen om dienen te gaan. Deze beleidsnota beschrijft de kaders voor het beheer en de besteding van deze reserves en voorzieningen binnen de gemeente Hillegom. Het doel is om een transparante, solide en duurzame financiële huishouding te waarborgen, in lijn met de richtlijnen van het Besluit Begroting Verantwoording (hierna BBV). De gemeente Hillegom heeft niet eerder een nota reserves en voorzieningen opgesteld. De relevante informatie van de specifieke reserves en voorzieningen staat opgenomen in de jaarrekening. Deze nota heeft als doel de lezer inzicht te geven in het volgende: - Het beleid met betrekking tot reserves en voorzieningen op een rij zetten en waar nodig te herijken. - Beschrijven en overzicht bieden van alle bestaande reserves en waar nodig een voorstel doen voor instellen, opheffen of aanpassen ervan. - Informatie geven over de richtlijnen van het BBV over reserves en voorzieningen 4 2.

Definities, kaders en wetgeving 2.1 Onderscheid reserves en voorzieningen Reserves en voorzieningen worden vaak in één adem genoemd. Toch is er een wezenlijk onderscheid. Reserves worden gerekend tot het eigen vermogen, zijn vrij besteedbaar en zijn bestemd voor het afdekken van risico’s, het egaliseren van baten en lasten en het dekken van incidenteel beleid. Reserveren gaat meestal om zaken die niet direct in de exploitatie kunnen worden opgevangen met een incidentele aard. De raad kan aan reserves een bepaalde bestemming geven of een bestemming wijzigen. Voorzieningen worden gevormd om verplichtingen of risico’s af te dekken waarbij de omvang en het tijdstip van optreden onzeker zijn. De raad kan de bestemming niet wijzigen van een voorziening. De belangrijkste verschillen samengevat: Eigenschap Reserve Voorziening Onderdeel van Eigen vermogen Vreemd vermogen Verantwoordelijkheid voor instellen en opheffen van Bevoegdheid Raad Bevoegdheid college van B&W Vorming Vooraf door de raad (raad heeft keuzemogelijkheid) Achteraf door de raad. Geen keuze voor de raad door verplichtend karakter van de voorzieningen.

Wijziging van bestemming Mogelijk na raadsbesluit Niet mogelijk Besteding/uitgaven Via de exploitatie Rechtstreeks uit de voorziening Financiële onderbouwing Niet verplicht, wel wenselijk Ja, verplichte onderbouwing Indeling Algemene reserve Bestemmingsreserves Verplichtingen en verliezen Bestaande risico’s Egalisatie van kosten Bijdragen van derden Opbouw (toevoeging) Storting vindt plaats middels een raadsbesluit of de vastgestelde begroting. Storting in een voorziening wordt gelijkgesteld met een exploitatielast. Geen apart besluit nodig. Aanwending (onttrekking) Storting vindt plaats middels een raadsbesluit of de vastgestelde begroting. Onttrekken mag tot maximaal het begrote bedrag. De uitgaven moet voldoen aan het specifieke doel waarvoor de voorziening is ingesteld. 5 2.2 Reserves Reserves worden omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die bedrijfseconomisch gezien vrij zijn om te besteden. De reserves worden onderverdeeld in algemene reserve en bestemmingsreserves. 2.2.2 Soorten reserves Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit alle reserves die geen bestemmingsreserve zijn. Deze reserve fungeert voornamelijk als weerstandscapaciteit: een financiële buffer waarmee de gemeente onverwachte tegenvallers in de exploitatie kan opvangen.

De benodigde omvang van de algemene reserve hangt af van de risico’s die de gemeente loopt. De algemene reserve wordt gevormd door positieve exploitatiesaldi (overschotten) en incidentele baten. Besteding van middelen uit deze reserve kan uitsluitend plaatsvinden na een expliciet besluit van de gemeenteraad. Het beleid rondom de vorming en inzet van reserves is van groot belang voor de financiële gezondheid van de gemeente. Daarbij speelt vooral de relatie met het weerstandsvermogen een belangrijke rol, omdat dit inzicht geeft in de mate waarin de gemeente financiële risico’s kan opvangen. Bestemmingsreserve Dit zijn reserves waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Deze reserves mogen alleen besteed worden aan de doelen die daaraan door de gemeenteraad zijn toegekend. De gemeenteraad kan de bestemming van de reserve nadien ook weer aanpassen. De bestemmingsreserve wordt vooraf gevormd op basis van de (ingeschatte) totale uitgaven. - Dekkingsreserve Een dekkingsreserve is een specifieke bestemmingsreserve die gebruikt wordt om de afschrijvingskosten van een investering op te vangen. Vanuit de algemene reserve wordt een eenmalig bedrag van de investering apart gezet in een dekkingsreserve. Gedurende de afschrijvingsperiode wordt jaarlijks de afschrijvingskosten ten laste van een dekkingsreserve gebracht.

De dekkingsreserve kan worden gevormd voor het totale bedrag van de investering maar er kan ook voor een gedeelte van de investering een reserve worden gevormd. Stel dat een reserve wordt gevormd voor 40% van de investering dan wordt de afschrijvingslast ook voor 40% jaarlijks gedekt ten laste van de reserve. Risico van de methode van een dekkingsreserve is dat er financiële ruimte gevonden moet worden op het moment dat een investering is afgeschreven en vervanging nodig is. Daarom is het goed om terughoudend om te gaan met het instellen van een nieuwe dekkingsreserve. 2.2.3 Functie reserves Reserves hebben meerdere functies. Onderstaand worden kort de verschillende functies van de reserves toegelicht. Bufferfunctie De algemene reserve dient als financiële buffer die kan worden ingezet bij onvoorziene omstandigheden. Deze reserve maakt onderdeel uit van de incidentele weerstandscapaciteit van de gemeente. De minimale omvang van de algemene reserve hangt samen met de risico’s die de gemeente loopt en de maatregelen die zijn getroffen om deze risico’s te beheersen. In sommige gevallen worden risico’s rechtstreeks gekoppeld aan een bestemmingsreserve of voorziening, zoals vaak gebeurt bij risico’s binnen grondexploitaties Bestedingsfunctie De overige reserves en voorzieningen zijn, al dan niet verplicht, gevormd om middelen beschikbaar te houden voor een vooraf vastgesteld doel.

Bij bestemmingsreserves is het bestedingsdoel expliciet vastgelegd. Daarbij kan het gaan om eenmalige doeleinden, zoals het dekken van de kapitaallasten van investeringen 6 Egalisatiefunctie Reserves kunnen worden ingezet om baten en lasten gelijkmatig over meerdere jaren te spreiden. Hiermee worden grote pieken en dalen in de exploitatiebegroting voorkomen. Ook ongewenste schommelingen in tarieven die aan derden worden doorberekend, kunnen met behulp van een egalisatiereserve worden opgevangen 2.2.3 Bijzonderheden reserves Structureel en reëel begrotingsevenwicht Een belangrijk uitgangspunt voor de meerjarenbegroting, dat ook door de toezichthouder wordt toegepast, is het vereiste van structureel en reëel evenwicht. Dit betekent dat de begroting structureel in balans moet zijn, zonder afhankelijk te zijn van structurele onttrekkingen aan reserves. De basisregel is: structurele lasten moeten met structurele baten in de exploitatie opgevangen kunnen worden. De toezichthouder heeft met ingang van het begrotingsjaar 2026 een uitzondering gemaakt op de basisregel. Gemeenten mogen in een begrotingsjaar maximaal 10% van het surplus van de algemene reserve inzetten om de begroting sluitend te maken. Onder het surplus wordt verstaan: het deel van de algemene reserve dat niet noodzakelijk is voor het afdekken van risico’s.

Aan deze uitzondering is wel een voorwaarde verbonden: de solvabiliteit van de gemeente moet vóór de onttrekking aan de reserves minimaal 20% bedragen. Voorbeeld: De algemene reserve bedraagt per 1.1.2027 € 25 miljoen (begroting 2026). De benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s is € 3,5 miljoen. Het surplus bedraagt € 21,5 miljoen x maximaal 10% = € 2,15 miljoen. De solvabiliteit voor de uitname uit de algemene reserve is 56%. Het is dus mogelijk om € 2,15 miljoen vanuit de algemene reserve in te zetten voor een sluitende begroting in 2027. Negatieve reserves De algemene reserve en bestemmingsreserves mogen volgens het BBV (at. 42 en 43) niet negatief zijn. Negatieve bestemmingsreserves passen niet bij de aard en de beoogde betekenis van reserves. 7 2.3 Voorzieningen 2.3.1. Definitie Een voorziening is een apart gezet bedrag voor voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan het tijdstip van optreden en/of de omvang per balansdatum niet exact bekend zijn. De uitgave zal in de toekomst plaatsvinden, maar vindt zijn oorsprong in de periode voorafgaande aan de balansdatum. In tegenstelling tot reserves is de vorming, voeding en aanwending van voorzieningen dus niet vrij. Tegenover voorzieningen staan namelijk verplichtingen. Het is ook daarom dat het BBV specifiek aangeeft in welke gevallen een voorziening moet worden gevormd (art. 44 BBV).

Voor een voorziening gelden de volgende vier kenmerken: • Een voorziening behoort tot het vreemd vermogen; • Een voorziening wordt gevormd ten behoeve van een verplichte uitgave (of risico). Een verplichte uitgave kan ook een verlies zijn; • De omvang van een voorziening is gelijk aan de omvang van de (geschatte) verplichting (of het risico); • Niet in te schatten risico's worden opgenomen in het risicoprofiel behorende bij de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Vanwege het verplichtende karakter van de uitgaven is het college zonder meer bevoegd uitgaven ten laste van de voorziening te doen, binnen de gestelde kaders. Voor het vormen van een onderhoudsvoorziening is echter een raadsbesluit nodig. De omvang van voorzieningen dient dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen. Over- en onderdekking zijn in principe niet toegestaan, maar vaak is sprake van een schatting. 2.3.1 Soorten voorzieningen De gemeente onderscheidt de volgende soorten voorzieningen: 1. Onderhoudsvoorziening Voor voorzieningen, die zijn ingesteld om zekere kosten te dekken die gemaakt moeten worden om een actief in stand te houden, dienen meerjaren(onderhoud)beheersplannen beschikbaar te zijn. Het groot onderhoud en de vervanging kunnen worden gedekt uit de voorziening. 2.

Verliesvoorziening Naast een voorziening voor concrete verplichting of het voorkomen van schommelingen kan ook sprake zijn van een verliesvoorziening. In feite gaat het hier om risico’s waarvan vast is komen te staan dat ze feitelijk onvermijdbaar zijn. In dat geval maken ze geen onderdeel meer uit van het risicoprofiel (en de weerstandscapaciteit) maar dient er binnen de totale vermogenspositie een deel te worden afgezonderd om dit risico te kunnen afdekken. Verliesvoorzieningen voor de grondexploitaties worden op de activazijde van de balans opgenomen (als aftrekpost op de boekwaarde van de grondexploitatie). Indien deze onder ''0'' komt, vindt verschuiving naar de passivazijde plaats. Verliesvoorzieningen worden gewaardeerd op eindwaarde. 3. Specifiek te besteden middelen van derden In deze categorie vinden we de voorzieningen die worden gevormd met middelen die van derden (niet zijnde overheid) worden verkregen en waaraan een specifieke besteding is gekoppeld. 4. Voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing wordt geheven Hieronder vallen de voorzieningen die gevormd worden uit de opbrengsten van heffingen zoals bijvoorbeeld rioolrechten. 5. Personele voorzieningen In deze categorie vinden we voorzieningen voor het financieren van toekomstige personele verplichtingen van (rechtspositionele) rechten die in het verleden zijn opgebouwd.

8 2.3.2 Functies voorzieningen Er worden op basis van het BBV twee hoofdfuncties onderscheiden van voorzieningen. 1. Egalisatiefunctie Voorzieningen kunnen in het leven geroepen worden om tarieven van wettelijk gesloten producten over de jaren heen te egaliseren. Een deel van de opbrengsten dient dan ter dekking van lasten in andere jaren. 2. Bestedingsfunctie Voorzieningen worden gevormd of zijn gevormd ten behoeve van de inzet voor zekere lasten waarvan omvang en/of tijdstip nog onbekend zijn. 2.3.3 Bijzonderheden voorzieningen Algemeen Voor gevolgen van toekomstige gebeurtenissen die geen verband houden met de bedrijfsactiviteiten van vóór de balansdatum, mogen geen voorzieningen worden gevormd. Ook schulden en transitoria (overlopende posten), zoals vooruitontvangen baten, nog te betalen sociale premies en nog uit te keren salarissen, worden niet als voorzieningen aangemerkt. Bij deze posten bestaat namelijk geen onzekerheid over de omvang van de verplichting of het moment waarop deze opeisbaar wordt. Voorzieningen als correctie op activa (niet zuivere voorzieningen) De hierboven genoemde voorzieningen, die aan de passivazijde van de balans zijn opgenomen en tot het vreemd vermogen behoren, moeten niet worden verward met posten zoals de voorziening voor dubieuze debiteuren of verliesvoorzieningen bij grondexploitaties.

Deze posten vallen namelijk niet onder de voorzieningen zoals bedoeld in artikel 44 van het BBV. Het gaat hierbij om waardecorrecties op activa. Zo bestaat er wel een voorziening voor dubieuze debiteuren, maar deze wordt in de jaarrekening niet opgenomen onder de balanspost voorzieningen. In plaats daarvan wordt de voorziening direct in mindering gebracht op het totale saldo van de debiteuren. Hetzelfde principe geldt voor verliesvoorzieningen bij grondexploitaties. Deze voorzieningen vormen een correctie op de waarde van de grondexploitatie. De verliesvoorziening wordt feitelijk verrekend met de boekwaarde, die uiteindelijk zichtbaar wordt in de reserve Grondbedrijf. Wanneer het verwachte verlies hoger is dan de boekwaarde van de grondexploitatie, moet het meerdere wel aan de passivazijde van de balans worden opgenomen, aangezien negatieve activa niet zijn toegestaan. Risico’s waarvan de omvang niet redelijkerwijs is in te schatten Volgens de definitie moet een voorziening worden gevormd voor risico’s die op de balansdatum bestaan en betrekking hebben op verwachte verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. Het kan echter voorkomen dat er risico’s zijn waarvan de financiële gevolgen niet betrouwbaar kunnen worden ingeschat. In een voorziening wordt alleen het bedrag opgenomen dat naar redelijke verwachting noodzakelijk is.

Daarbij blijft het mogelijk dat het uiteindelijke bedrag hoger of lager uitvalt. Voor bepaalde risico’s, zoals ondernemersrisico’s, grondexploitaties en open-einderegelingen, is een betrouwbare inschatting soms niet mogelijk. In dergelijke situaties mogen geen voorzieningen worden gevormd. Het BBV schrijft voor dat deze risico’s in plaats daarvan moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen van de gemeente. Vorming ten laste van betreffende product Voorzieningen worden gevormd ten laste van het betreffende product in de exploitatiebegroting. Vorming van voorzieningen telt dan ook mee in het resultaat voor bestemming (in tegenstelling tot reserves). De aanwendingen komen rechtstreeks ten laste van de voorziening. 9 3. Beleid en beheer van reserves In dit hoofdstuk formuleren wij beleids- en beheersmatige aspecten die betrekking hebben op reserves. Het gaat hierbij feitelijk om logische toetsingscriteria, op basis waarvan de vermogenshuishouding met betrekking tot reserves wordt ingericht. We gaan hierbij uit van de volgende principes: • Het instellen en gebruik van reserves moet transparant zijn: aan het instellen van reserves, maar ook aan toevoegingen en onttrekkingen moeten raadsbesluiten ten grondslag liggen. • Het gebruik van reserves moet doelmatig zijn: er moeten inhoudelijke argumenten ten grondslag liggen aan de vorming en de hoogte van reserveringen.

Het doel van een reserve moet derhalve ook duidelijk zijn. • Het inzetten van vermogen dient zo integraal mogelijk afgewogen te worden: de gemeentelijke middelen zijn immers niet onbegrensd en zijn schaars. Hieronder werken wij nader uit, wat deze principes betekenen voor de kaders in relatie die wij intern hanteren 3.1 Instellen van een reserve Redenen op grond waarvan een reserve ingesteld kan worden: 1. Concrete door de raad vast te stellen (incidentele) doelen. Hierbij dient gemotiveerd te worden, waarom het vormen van een reserve noodzakelijk is voor het bereiken van het doel. Indien realisatie binnen de gestelde termijn uit blijft, dan vindt opnieuw afweging door de raad plaats. Deze nieuwe afweging kan betekenen dat de reserve wordt gehandhaafd voor het doel waarvoor deze is gevormd of dat de reserve wordt opgeheven (en de gereserveerde middelen vrijvallen naar de algemene reserve). 2. De egalisatie van ongewenste schommelingen in gemeentelijke tarieven die naar derden toe of intern worden gehanteerd, indien de besteding niet dusdanig gebonden is dat de middelen moeten worden teruggegeven als ze niet zijn besteed aan het doel waarvoor ze zijn geheven. Budgetrecht van de raad Om het budgetrecht van de raad op het terrein van de reserves tot zijn recht te laten komen moet voor het instellen van reserves een raadsbesluit worden genomen.

In principe vindt het instellen van reserves plaats bij begroting en kadernota. Na het raadsbesluit, wordt de reserve in de administratie ingevoerd en conform besluit gevoed en aangewend. Instellingscriteria Door een reserve in te stellen wordt het mogelijk om met beschikbare middelen van nu een bepaald doel in de toekomst te realiseren, zonder toekomstige begrotingsruimte daarvoor te gebruiken. Maar het betekent ook: hoe meer er vanuit de reserves wordt gedekt, hoe meer druk later op de begrotingsruimte als activiteiten door moeten gaan of vervanging van investeringen gewenst is. Daarom is het advies terughoudend te zijn met het instellen van reserves. Het voorstel tot instelling van een reserve moet daarom ten minste de volgende basisinformatie bevatten (=instellingscriteria): 1. Benaming van de in te stellen reserve; 2. Soort reserve (algemeen, bestemming); 3. Functie reserve (buffer, egalisatie, of besteding) 4. Beleidsdoel (inclusief doelstelling) waarvoor de reserve wordt gevormd; 5. De basis voor stortingen en onttrekkingen aan de reserves. Hiermee wordt duidelijk wanneer, waarom en op welke wijze middelen aan een reserve worden toegevoegd of eruit worden gehaald; 10 6.

Bij bestemmingsreserves: waar mogelijk en zinvol een eerste bestedingsplan of een uitgewerkt bestedingsplan vanaf het moment dat er stortingen en onttrekkingen begroot worden bij de instelling van de reserve; 7. Instellingsjaar en het jaar van opheffing (waar relevant). 3.2 Wijzigen doel of bestemming reserves De raad kan te allen tijde het doel of de bestemming wijzigen. Voor een dergelijke wijziging is altijd een raadsbesluit nodig. 3.3 Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Voor het budgetrecht van de raad is het belangrijk dat vorming van en toevoegingen en onttrekkingen aan reserves zo veel als mogelijk al bij de begroting worden bepaald. Deze voorgenomen en daadwerkelijke mutaties worden daarom apart zichtbaar gemaakt in de begroting (ter accordering door de raad) en in de jaarrekening (ter verantwoording aan de raad). Onttrekking op basis begrote uitgaven De hoofdregel binnen het BBV is dat een begrote onttrekking aan de reserve ten gunste van de exploitatie ook daadwerkelijk voor datzelfde bedrag wordt gerealiseerd. Wanneer de werkelijke uitgaven vervolgens lager of hoger blijken te zijn dan geraamd, wordt het verschil verwerkt in het rekeningresultaat.

De gemeenteraad kan daarna bij de resultaatbestemming besluiten om (een deel van) deze middelen opnieuw toe te voegen aan de betreffende bestemmingsreserve, zodat de middelen beschikbaar blijven voor uitvoering in het volgende jaar. Er mag nooit meer aan een reserve worden onttrokken dan vooraf is begroot. Bij egalisatiereserves vinden toevoegingen en onttrekkingen altijd plaats op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde bedragen. Onttrekking op basis werkelijke uitgaven Bij uitzondering is het ook mogelijk om te onttrekken op basis van werkelijke uitgaven zo voorkomen we dat er in de jaarstukken een omvangrijk financieel resultaat moet worden verklaard met een grote lijst resultaatbestemmingen. Hiervoor geldt wel, onttrekking van werkelijke uitgaven tot het maximale gevoteerde bedrag vanuit de raad. Per reserve wordt vooraf vastgelegd of we onttrekken op basis van de begrote of werkelijke uitgaven. 3.4 Heroverweging van reserves Heroverweging van reserves vindt plaats tijdens het opstellen en vaststellen van de slotwijziging. Bestemmingsreserves worden heroverwogen en voorgelegd aan de gemeenteraad om evt. ter vrijval te brengen als: - De omvang kleiner is dan € 100.000. - Er gedurende vier jaar geen onttrekkingen aan de reserve hebben plaatsgevonden. - Na het behalen van het inhoudelijk doel en/of afronding van de activiteit of het project.

Vrijval van middelen uit de reserves komt (tenzij de raad anders heeft besloten) automatisch ten goede van het verbeteren van de algemene vermogenspositie van algemene reserve door middel van een raadsbesluit. 11 Bijlage 1 Reserves gemeente Hillegom Naam Algemene reserve Stand per 31/12/2025 € 36.059.000 Soort Algemeen Functie Buffer Doel Deze reserve dient als buffer ter afdekking van risico's en om incidentele tegenvallers op te vangen. Maximale hoogte Bij de algemene reserve is er geen sprake van een maximale hoogte, maar wel van een ondergrens. Deze ondergrens is een afgeleide van het weerstandsvermogen, het weerstandsratio. Het weerstandsratio is een financieel kengetal dat aangeeft of een organisatie voldoende middelen heeft om onverwachte tegenvallers op te vangen, door de beschikbare weerstandscapaciteit af te zetten tegen de benodigde capaciteit voor geïnventariseerde risico's. Het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NARIS) heeft normen voor de weerstandsratio ontwikkeld die door veel gemeenten worden gehanteerd. De minimumnorm is 1,0 of hoger, wat betekent dat er genoeg buffer is. Een ratio boven de 2 krijgt het label uitstekend. In de begroting 2026 is het financiële risico bij tegenvallers ingeschat op € 3,5 miljoen. Derhalve wordt de ondergrens van de algemene reserve € 7 miljoen gezet.

In de P&C documenten (begroting en jaarrekening) wordt de ondergrens in de paragraaf Weerstandsvermogen weergegeven. Storting/ onttrekking De stortingen vinden met name plaats door voordelige rekeningresultaten (via resultaatbestemming). Eventuele onttrekkingen zijn het gevolg van negatieve rekeningresultaten, danwel specifieke inzet van het surplus. De onttrekkingen/stortingen zijn op begrotingsbasis. Resultaat bestemming logischerwijs op realisatiebasis. Bestedingsplan, indien bekend N.v.t. Instellingsjaar en indien mogelijk jaar van opheffing Betreft een altijd bestaande reserve. 12 Naam Reserve onderwijshuisvesting Stand per 31/12/2025 € 5.252.000 Soort Bestemmingsreserve Functie Besteding Doel Deze reserve dient voor de realisatie van onderwijshuisvesting. Storting/ onttrekking De evaluatie en inzet van deze reserve vindt plaats bij het vaststellen van het huisvestingsplan onderwijshuisvesting in 2026. In het raadvoorstel van het huisvestingsplan onderwijshuisvesting zal u daar nader over worden geinformeerd. Bestedingsplan, indien bekend Nog niet bekend. Instellingsjaar en indien mogelijk jaar van opheffing N.v.t. Naam Reserve Kapitaallasten nieuwe investeringen programma 1 en 2 Soort Dekkingsreserve Functie Besteding Doel Deze reserve is gevormd voor investeringen waarvan de dekking van afschrijvingen verlopen via de dekking van deze reserve.

Storting/ onttrekking De storting in deze reserve vindt pas plaats als een investering is gerealiseerd en wordt afgeschreven. Bestedingsplan, indien bekend Deze reserve wordt opgeheven. Instellingsjaar en indien mogelijk jaar van opheffing Deze reserve wordt opgeheven. Voor investeringen worden vanaf nu aparte dekkingsreserves gevormd direct bij het besluit door de raad. Op deze manier bestaat er meer inzicht in de werkelijke hoogte van de algemene reserve die vrij besteedbaar is. Naam Reserve Sociale en betaalbare woningbouw Stand per 31/12/2025 € 4.000.000 Soort Bestemmingsreserve Functie Besteding Doel De reserve is om sociale en betaalbare woningbouw te stimuleren en versnellen. 13 Maximale hoogte Maximaal € 4 miljoen. Dit is bij het instellen van de reserve (juli 2021) reeds gestort in de reserve. Storting/ onttrekking Storten – Begrotingsbasis, na besluit van de raad. Onttrekken - Voor het doen van uitkeringen uit deze reserve zal het college per project een voorstel voorleggen aan de gemeenteraad.

Bestedingsplan Deze reserve wordt ingezet om sociale en betaalbare woningbouw financieel haalbaar te maken door maatwerkprojectsubsidies te verstrekken en knelpunten in de ontwikkeling van sociale- en middenhuurwoningen en betaalbare koopwoningen te verminderen en de reserve kan worden gebruikt om als gemeente via actieve grondpolitiek meer sociale en betaalbare woningen te (laten) realiseren. Alleen woningbouwprojecten die worden uitgevoerd door een woningcorporatie of een stichting zonder winstoogmerk die werkzaam is op het gebied van volkshuisvesting of ten behoeve van een woningcorporatie of projecten die worden geïnitieerd door de gemeente Hillegom zullen worden voorgedragen voor een subsidie. Instellingsjaar en indien mogelijk jaar van opheffing De reserve is gevormd in 2021. Er is geen einddatum bepaald. Er hebben geen onttrekkingen plaats gevonden aan deze reserve sinds 2021. Aan het einde van de 4 jarige coalitieperiode (2026-2030) zal beoordeeld worden of deze reserve haar doel heeft bereikt. Naam Reserve Maatschappelijke zorg Stand per 31/12/2025 € 805.000 Soort Bestemmingsreserve Functie Buffer Doel De reserve is gevormd voor het uitvoeren van de maatschappelijke zorgtaken en de transformatie van de maatschappelijke zorg.

Bestedingsplan Deze middelen worden aangewend om de maatschappelijke zorg in de regio op te zetten en om eventuele kostenoverschrijdingen die uit de opzet voortkomen op te vangen. Storting/ onttrekking Storting: Ontvangen gelden voor de Doeluitkering Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke Opvang (MO) die niet zijn benut worden toegevoegd aan deze reserve. Onttrekken: Op basis van realisatie van eventuele kostenoverschrijdingen die uit de opzet van de maatschappelijke zorg voortkomen op te vangen. Instellingsjaar en indien mogelijk jaar van opheffing De reserve is gevormd in 2023. Iedere gemeente in Duin- en bollenstreek (DBS) ‘oormerkt’ de ontvangen middelen voor BW en MO voor maatschappelijke zorg de aankomende 10 jaar, tot en met 2032. 14 Op te heffen reserves: De volgende bestaande reserves worden opgeheven in 2026. De volgende reserves worden opgeheven in 2026. De eindsaldo’s van de reserves worden gestort in de algemene reserve. Naam Reserve Eenzaamheid Stand per 31/12/2025 € 94.000 Doel De reserve is gevormd voor het voorkomen en tegengaan van eenzaamheid middels activiteiten in ’t Stekkie en ’t Heem. Bijzonderheden Na besteding van het plan zal het restant van de reserve worden overgeheveld naar de algemene reserve en de reserve worden opgeheven per 31.12.2026.

Naam Reserve aankoop kunstvoorwerpen Stand per 31/12/2025 € 146.000 Doel Deze reserve is voor de aankoop van nieuwe kunst voor het gemeentehuis Hillegom. Bijzonderheden Na besteding van het plan zal het restant van de reserve worden overgeheveld naar de algemene reserve en de reserve worden opgeheven. We verwachten de reserve te kunnen opheffen per 31.12.2026. Naam Reserve Duurzaamheid 2018-2022 Stand per 31/12/2025 € 404.000 Doel De reserve is ingesteld om het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2018-2022 te bekostigen. Het restant zal in 2026 voor een deel worden ingezet voor de projecten duurzaamheid en energietransitie. Bijzonderheden Na besteding van het plan in 2026 zal de reserve per 31/12/2026 worden opgeheven. In de gemeenteraad wordt het nieuwe programma energietransitie/duurzaamheid medio 2026 besproken. Als ervoor wordt gekozen om opnieuw een bestemmingsreserve in te zetten voor deze plannen kan er een nieuwe bestemmingsreserve worden gevormd voor de duur van maximaal 4 jaar. Naam Reserve nog uit te voeren werken (grondexpl.) Stand per 31/12/2025 € 448.000 Doel De reserve is ingesteld voor werkzaamheden die na het afsluiten van een grondexploitatie nog plaatsvinden. Hierbij valt te denken aan de herbestrating die na enkele jaren plaatsvindt. 15 Bijzonderheden Deze werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de grondexploitatie waardoor deze reserve overbodig is geworden.

Deze reserve zal direct worden opgeheven. Naam Reserve sociaal domein Stand per 31/12/2025 € 29.000 Doel Het opvangen van financiële risico's en verplichtingen die voortvloeien uit de decentralisaties Wmo, Participatie en Jeugd binnen het sociaal domein. Bijzonderheden Er zijn de laatste 4 jaar geen onttrekkingen gedaan aan deze reserve. Deze reserve zal direct worden opgeheven. Naam Reserve Regionaal Investeringsfonds Holland Rijnland Stand per 31/12/2025 € 458.000 Doel In de kadernota 2018 is besloten de kosten voor het Regionaal Investerings Fonds 2018-2024 te dekken uit deze gevormde reserve. Bijzonderheden Inmiddels is het doel bereikt en het laatste jaar van dit fonds geweest. Het eindsaldo van deze reserve ad € 458.000 zal worden gestort in de algemene reserve. 16 Bijlage 2 Voorzieningen gemeente Hillegom Voorziening groot onderhoud sportaccommodatie de Vosse Voor groot onderhoud zwembad is een voorziening gevormd, die contractueel is overeengekomen met Sportfondsen Nederland (SFN). Werkzaamheden worden uitgevoerd conform het meerjarig onderhoudsplan de Vosse. Voorziening groot onderhoud gemeentelijke gebouwen De voorziening groot onderhoud gemeentelijke gebouwen wordt gevoed door een jaarlijkse storting gebaseerd op het meerjarig onderhoudsplan gebouwen.

Voor een specificatie van de werkzaamheden wordt verwezen naar de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen in de jaarlijkse begroting en jaarrekening. Voorziening civiele kunstwerken In 2020 is deze voorziening ingesteld om de exploitatiekosten voor groot onderhoud gelijkmatig op de exploitatie te laten drukken. De voorziening wordt gevoed door een jaarlijkse storting gebaseerd op basis van het beheersplan civiele kunstwerken. Voorziening baggeren De voorziening baggeren is ingesteld vanuit het programma Water en Klimaatadaptatie. Deze is door de raad ingesteld vanaf 2024. Om het jaar worden er baggerwerkzaamheden uitgevoerd in de gemeente. Het doel van deze voorziening is het kunnen bekostigen van deze onderhoudswerkzaamheden, daarbij wordt vanuit de exploitatie een jaarlijkse storting gedaan in deze voorziening. Voorziening vervanging riolering en de Egalisatievoorziening riolering De voorziening groot onderhoud riolering wordt gevoed door een jaarlijkse storting gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Voor een toelichting over de werkzaamheden wordt verwezen naar de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen. Voorziening pensioenen wethouders Pensioenen voor wethouders worden opgebouwd via de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (APPA), waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor de financiering, vaak als een soort 'mini-pensioenfonds'.

Opbouw gebeurt tijdens het wethouderschap en loopt door tijdens de eerste jaren van de APPA-ontslaguitkering (max. 3 jaar en 2 maanden). Vanaf 2028 gaan deze pensioenen over naar het nieuwe stelsel van het ABP, na een eenmalige overdracht van de bestaande opgebouwde rechten, om zo een uniforme regeling te creëren. De voorziening zal dan worden beëindigd en het bedrag wordt dan overgeheveld naar het ABP. Verliesvoorziening facilitaire projecten Er is een voorziening in 2024 gevormd voor een anterieure overeenkomst waar we een verlies op verwachten. Ieder jaar wordt deze verliesvoorziening opnieuw geëvalueerd. 17 Bijlage 3 Relevante artikelen Besluit, Begroting en Verantwoording De meest relevante artikelen uit het Besluit Begroting en Verantwoording zijn: Artikel 41 Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Artikel 42 1. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. 2. Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen. Artikel 43 1. In de balans worden de reserves onderscheiden naar: a. de algemene reserve; b. de bestemmingsreserves. 2.

Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Artikel 44 1. Voorzieningen worden gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten c. verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; d. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; e. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. 2. Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b; . Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Artikel 45 Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.

Pagina 7 van 20 Artikel 49 In de balans worden onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen: verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen. 18 De voorschotten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van; - Europese overheidslichamen; - het Rijk, en - overige Nederlandse overheidslichamen. Artikel 54 1. In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht. Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven.

Daaruit blijken: het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar; de toevoegingen of onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening; de verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd; het saldo aan het einde van het begrotingsjaar. Artikel 55 1. In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin toegelicht. Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; de toevoegingen; ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen; de aanwendingen; saldo aan het einde van het begrotingsjaar 19 Bijlage 4. Begrippenlijst De balans is het overzicht van bezittingen, schulden en het eigen vermogen op een bepaald moment. Op de balans zie je hoe de bezittingen gefinancierd zijn en hoe de financiële positie van de gemeente is. De rechterkant van de balans (creditzijde) bevat de passiva; het eigen vermogen (reserves) en het vreemd vermogen wat verdeeld is in voorzieningen, vaste schulden, vlottende schulden en verplichtingen die volgend jaar tot betaling komen (overlopende passiva).

Het eigen vermogen is een post op de balans en wordt gevormd door de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat. De omvang van het eigen vermogen wordt bepaald door het saldo van bezittingen en schulden. De exploitatie geeft een overzicht van de verwachte en gerealiseerde lasten, baten, stortingen en onttrekkingen en laat per jaar zien of per saldo sprake is van een voor- of nadeel. Het vreemd vermogen omvat de balansposten voorzieningen, vaste schulden, vlottende schulden en verplichtingen die in een volgen jaar tot betaling komen en ontvangen voorschotbedragen (EU en Nederlandse overheid) die ten bate komen van een volgend begrotingsjaar (overlopende passiva). Voorzieningen zijn gevormd voor verplichtingen, verliezen en risico’s die onzeker zijn, maar redelijkerwijs in te schatten. Het gelijkmatig verdelen van kosten van vervangingsinvesteringen die in een volgend jaar worden gemaakt waarvoor een heffing wordt geheven. En van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. De voorzieningen zijn onderdeel van het vreemd vermogen. De solvabiliteit geeft aan in welke mate de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt uitgedrukt door de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal, dus het totale vermogen. Hoe hoger het eigen vermogen, hoe beter de solvabiliteit.

Een score lager dan twintig procent wordt als risicovol gezien. Het budgetrecht van de gemeenteraad betreft de bevoegdheid om financiële middelen beschikbaar te stellen. Door de begroting vast te stellen geeft de gemeenteraad het college toestemming om per programma geld uit te geven aan de afgesproken activiteiten (artikel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1837/documents/24915