01. Eindrapport Rekenkamer Preventief Jeugdbeleid gemeenten Hillegom en Lisse.pdf
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek preventief jeugdbeleid gemeenten Hillegom en Lisse Eindrapport
Colofon Offertenummer: FC 596 Auteurs:
Yorick van den Berg Gerard Nieuwe Weme Julian Edens
B&A B.V. Bezuidenhoutseweg 161 Postbus 829 2501 CV Den Haag 070 – 3029500 info@bagroep.nl www.bagroep.nl Den Haag, april 2026
© Copyright B&A B.V. 2025. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Op alle opdrachten en werkzaamheden zijn de Algemene voorwaarden van B&A B.V. van toepassing, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Haaglanden onder dossiernummer: KvK Haaglanden 27177844. De Algemene voorwaarden treft u als bijlage aan en kunt u tevens inzien op onze website, www.bagroep.nl. B&A is gevestigd in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam.
Inhoudsopgave 1. 2. 3.
3
Publiekssamenvatting Aanbevelingen Bestuurlijke reacties
5 7 9
Samenvatting
4
1.
Publiekssamenvatting
De Rekenkamer Hillegom en Lisse heeft onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het preventieve jeugdbeleid in beide gemeenten. Het preventieve jeugdbeleid moet in de gemeenten Hillegom en Lisse voorkomen dat alledaagse vragen rondom opvoeden en opgroeien uitmonden in problemen. Preventieve interventies zijn afgebakend tot alle vormen van hulp die gericht zijn op het oplossen van tijdelijke of lichte hulpvragen van ouders/opvoeders. Het doel van het onderzoek is om de gemeenteraden inzicht te bieden in de inrichting, uitvoering, en effectiviteit van dit beleid, en om knelpunten en verbetermogelijkheden in kaart te brengen. In de gemeenten is sprake van een breed preventief aanbod dat effectief is voor veel gezinnen. Het aanbod is gevarieerd en sluit over het algemeen goed aan bij de behoefte en is goed vindbaar via school, huisarts en de jeugdgezondheidszorg. Voor gezinnen met beperkte taal- of digitale vaardigheden is de toegang wat lastiger. Wachttijden komen voor op drie niveaus: bij preventieve interventies, bij Voorieder1 (sociaal team), en bij gespecialiseerde jeugdhulp (met name jeugd-GGZ). Deze wachttijden zorgen voor verstopping in de keten, waardoor uitvoerders tijd besteden aan overbruggingszorg en het rondbellen om gezinnen op de juiste plek te krijgen. Er is sprake van een leer- en verbetercyclus voor de medewerkers maar die kan nog verbeterd worden.
Ook kan er beter worden gerapporteerd over de effecten van de ondersteuning die wordt geboden. Uitvoerders evalueren weliswaar individueel de effecten van hun ondersteuning, maar rapporteren dit niet structureel aan de gemeenten. Hierdoor is er onvoldoende inzicht in of de hulp de problematiek oplost of behapbaar maakt. De Maatschappelijke Agenda’s van beide gemeenten missen streefwaarden en indicatoren, waardoor monitoring vooral gericht is op output (aantal interventies, deelnemers). Dit beperkt het inzicht in de effectiviteit van het preventieve jeugdbeleid voor de raad. De Rekenkamer van Hillegom en Lisse doet naar aanleiding van haar onderzoek de volgende aanbevelingen aan het college: 1. Zorg voor meer ruimte en doorstroming naar andere vormen van jeugdhulp. 2. Monitor de effectiviteit van door de gemeente bekostigde preventieve interventies en maak hierover afspraken in de subsidieverstrekking en -verantwoording. 3. Breng gegevens over effectiviteit en zorgvragen in bij de preventie-overleggen. En de volgende aanbeveling aan de raad: 4. Formuleer als raad op welke concrete uitkomsten in het preventief jeugdbeleid gestuurd moet worden. Al met al concludeert de Rekenkamer dat het preventieve jeugdbeleid in Hillegom en Lisse werkzame elementen kent en voor veel gezinnen effectief is.
Maar, wachttijden, beperkte structurele effectmeting, en onvoldoende inzicht in de behoeftes van gezinnen belemmeren de optimale effectiviteit. Door de aanbevelingen op te volgen, kunnen beide gemeenten de kwaliteit en impact van hun preventieve jeugdbeleid verder verbeteren.
5
Aanbevelingen 6
2.
Aanbevelingen
Aanbeveling 1: Zorg voor meer ruimte en doorstroming naar andere vormen van jeugdhulp. Een veelgenoemde uitdaging is de verstopping in de jeugdketen. Deze zorgt mede voor een verminderde effectiviteit van het preventief aanbod omdat daar taken en werkzaamheden worden opgepakt die oneigenlijk zijn en bovendien veel kostbare tijd vragen. Pak de verstopping in de jeugdketen aan door tijdelijk wachtlijstbemiddeling en overbruggingszorg te organiseren en zo gezinnen snel naar passende (tussen)hulp te leiden. Overweeg daarnaast capaciteitsuitbreiding bij preventieve interventies met wachttijden, zodat lichte vragen niet onnodig escaleren. Deze aanbeveling richt zich op het college en waar er extra middelen nodig zijn op de raad ter besluitvorming Aanbeveling 2: monitor de effectiviteit van door de gemeente bekostigde preventieve interventies en maak hierover afspraken in de subsidieverstrekking en -verantwoording. Monitor structureel de effectiviteit van alle gemeentelijk bekostigde preventieve interventies op gezinsniveau. Maak uniforme metingen (o.a. wachttijd, passendheid, vindbaarheid en resultaat) verplicht onderdeel van subsidieafspraken en verantwoording. Bundel deze gegevens in het bestaande verantwoordingsoverzicht. Deze aanbeveling richt zich op het college. Aanbeveling 3: breng gegevens over effectiviteit en zorgvragen in bij de preventie-overleggen.
Deze in aanbeveling 2 benoemde informatie over effectiviteit en zorgvragen kan dan geanalyseerd en ingebracht worden in de bestaande leer- en verbeterstructuur van de preventie-overleggen. Voor zover er een subsidierelatie is tussen de gemeente en een partners met preventieve interventies, verplicht ook deze partners om verplicht deel te nemen aan deze preventie-overleggen. Het zijn tussen de 2 à 3 overleggen per jaar. Dit komt neer op 2 tot 3 dagen per jaar. Leg dit in de subsidieverstrekking vast. En als dit meer tijd kost, biedt dan ook de financiële middelen hiervoor voor deze partners. Hierdoor zorg je er ook voor, in combinatie met de andere aanbevelingen, dat er meer tijd is en geen reden is om niet te komen. Veel gesproken partners vinden aanwezig zijn bij deze overleggen ook van belang, alleen ze hebben er niet altijd de tijd voor om er aan deel te nemen. Deze aanbeveling richt zich op het college en waar er extra middelen nodig zijn op de raad ter besluitvorming Aanbeveling 4: formuleer als raad op welke concrete uitkomsten in het preventief jeugdbeleid gestuurd moet worden. De raden hebben moeite om grip te krijgen op wat het preventief aanbod oplevert. Een overzicht van alle preventieve interventies (zoals in Hillegom verstrekt) is weliswaar informatief, maar ook weinig ondersteunend in de kaderstellende en controlerende rol.
Het roept bijvoorbeeld de vraag op welke interventies nu feitelijk effectief zijn en of bijvoorbeeld bepaalde interventies wel nodig zijn. Raadsleden willen vooral weten wat preventieve inzet nu eigenlijk oplevert. Bijvoorbeeld in het voorkomen van de inzet van specialistische jeugdzorg. Daarnaast maken raadsleden zich zorgen om wachttijden en verstopping in de keten van ondersteuning bij opvoeden en opgroeien. Raadsleden willen graag inzicht in de aard van de hulpvragen en het bereik en de effectiviteit van interventies vanuit het perspectief van
7
gezinnen, maar ook waar het gaat om het voorkomen van escalatie van hulpvragen en daarmee het voorkomen van andere vormen van (duurdere) hulp. De in aanbeveling 2 benoemde aspecten die verzameld kunnen worden door aanbieders van preventieve interventies kunnen voor de raad inzicht bieden in wachttijden, effecten, bereik en aard van de hulpvraag. Door deze gegevens ook te delen in preventie-overleggen ontstaat een meer samenhangend beeld van de uitkomsten en effecten van het preventief jeugdbeleid dat richting de raad kan worden teruggegeven. Concreet betekent dit dat de raad gewenste uitkomsten formuleert met streefwaarden en hierop verantwoordingsinformatie ontvangt. Te denken valt aan de volgende uitkomsten en streefwaarden. 1. Voorkomen van inzet specialistische jeugdzorg Uitkomstindicatoren: Aantal jeugdigen/jongeren dat na preventieve interventie géén specialistische jeugdzorg nodig heeft Percentage afname in verwijzingen naar specialistische jeugdzorg per jaar Streefwaarden: Minimaal 20% reductie in verwijzingen binnen 2 jaar 80% van preventief begeleide gezinnen blijft buiten specialistische zorg 2.
Wachttijden en ketenverstopping verminderen Uitkomstindicatoren: Gemiddelde wachttijd preventieve interventies, Voorieder1 en specialistische jeugdzorg Aantal gezinnen dat binnen 4 weken passende hulp ontvangt Streefwaarden: 90% van hulpvragen in preventief aanbod binnen 4 weken opgepakt Gemiddelde wachttijd onder 30 dagen voor niet-complexe hulpvragen 3. Bereik van preventieve interventies Uitkomstindicatoren: Aantal bereikte gezinnen per interventie Percentage gezinnen dat aangeeft baat te hebben bij de interventie Streefwaarden: Jaarlijks bereik van minimaal 60% van doelgroep (bijv. gezinnen met opvoedstress) 75% positieve evaluatie door gezinnen 4. Effectiviteit vanuit perspectief van gezinnen Uitkomstindicatoren: Aantal gezinnen dat aangeeft dat problemen zijn verminderd Percentage gezinnen dat geen vervolgzorg nodig heeft Streefwaarden: 70% van gezinnen ervaart verbetering na 3 maanden 60% geen vervolgtraject nodig binnen 6 maanden Deze aanbeveling richt zich op de raad
8
3.
Bestuurlijke reacties
Bestuurlijke reacties
9
Postbus 32 2180 AA Hillegom T 14 0252 E gemeente@hillegom.nl
Gemeente Hillegom Hoofdstraat 115 2181 EC Hillegom
Uw kenmerk: Ons kenmerk: Z-26-494056 Verzenddatum: Onderwerp: Onderzoek Rekenkamer gemeente Hillegom 'effectiviteit preventief jeugdbeleid' 2025-2026 Behandelaar: Anouk Visscher Geachte commissie, Het college bedankt de Rekenkamer voor haar onderzoek en aanbevelingen. De Rekenkamer voerde in 2025 onderzoek uit naar de werking van het preventieve jeugdbeleid in gemeente Hillegom. Dit onderzoek heeft als doel om de gemeenteraad inzicht te geven in hoe het preventief jeugdbeleid geregeld is. De rekenkamer wenst met dit onderzoek de raad handvatten te bieden bij hun controlerende rol en - waar mogelijk - handelingsperspectief voor de stijgende uitgaven aan jeugdhulp in relatie tot afnemende budgetten. Het college ziet in het onderzoeksrapport dat de preventieve interventies werkzame bestanddelen bevatten, maar over de daadwerkelijke effectiviteit niet gerapporteerd wordt. Monitoring van preventieve interventies is vooral gericht op output (aantal interventies en deelnemers). Het effect van het preventief jeugdbeleid is daardoor niet goed inzichtelijk. Het preventief aanbod is merendeels goed vindbaar en toegankelijk. Niet aan alle voorwaarden voor een effectieve inrichting wordt voldaan. Met name het gezamenlijk leren en verbeteren is gericht op signalen en niet op structurele, met data onderbouwde analyses.
Wachttijden in de keten van opvoed- en opgroeiondersteuning zorgen voor een minder effectieve inzet van het preventief aanbod. Wachttijden kunnen ertoe leiden dat opvoeders niet direct naar het benodigd aanbod doorstromen. In deze wachttijd kan de hulpvraag van opvoeders afnemen, veranderen of verergeren. In de laatste twee situaties leidt het ertoe dat ouders en jongeren niet doorstromen naar het benodigd aanbod. Zowel de positieve als de minder positieve bevindingen worden door het college herkend. Algemene reactie van het college: Het college zet zich actief in om het aantal kinderen dat gezond, veilig en kansrijk opgroeit te vergroten. Gehoopte neveneffecten zijn een afname van het aantal kinderen en jeugdigen die een vorm van jeugdhulp gebruiken i.c.m. een afname van de aldoor stijgende kosten voor de jeugdhulp. Het bieden van lokaal, effectieve preventieve interventies kan bijdragen aan dit doel. Het college realiseert zich dat uitkomsten van het preventief aanbod lastiger meetbaar zijn, zoals blijkt uit verscheidene wetenschappelijke onderzoeken. Toch dragen de adviezen van de rekenkamer bij aan het meetbaar inrichten van het preventief jeugdbeleid en daaruit voortvloeiend aanbod in de gemeente.
Aanbeveling 1: Zorg voor meer ruimte en doorstroming naar andere vormen van jeugdhulp. Reactie van het college: Het college onderschrijft de analyse van de rekenkamer dat verstopping in de jeugdketen de effectiviteit van het preventieve jeugdbeleid onder druk zet. Wachtlijsten in de gespecialiseerde jeugdzorg werken door in het preventieve aanbod: uitvoerders van preventieve interventies bieden soms langer ondersteuning ter overbrugging, waardoor ook daar wachttijden ontstaan. In het Programmaplan Jeugd is het verbeteren van doorstroom en het voorkomen van verstopping één van de centrale veranderopgaven. De beweging richting kortere trajecten, tijdige afschaling en passende inzet van ondersteuning is stevig verankerd in de programmatische aanpak en vormt het richtinggevend kader voor de uitvoering. Het college gaat ervan uit dat de weg naar volwassenheid gepaard gaat met hobbels voor jeugdigen en hun gezinnen en dat dit bij het leven hoort. Een sterke pedagogische basis is essentieel om hiermee om te (leren) gaan. Het informele en formele netwerk rondom het gezin kan hierbij ondersteunend zijn, met waar nodig een professional in de nabijheid. Door lichte en beginnende problematiek zo vroeg mogelijk op te pakken, wordt beoogd problemen tijdig te verlichten en escalatie – en daarmee doorstroom naar gespecialiseerde jeugdzorg – zoveel mogelijk te voorkomen.
Wanneer vragen groter worden, vindt een brede analyse plaats waarin wordt gekeken naar de kwaliteiten van het gezin en waar tijdelijke versterking nodig is. Indien jeugdhulp noodzakelijk blijkt, is het voor het college van belang dat deze van goede kwaliteit is en dat continu wordt gekeken naar effectiviteit en doelmatigheid. Het college neemt de aanbeveling van de rekenkamer mee in de verdere uitvoering van het Programmaplan Jeugd. Aanbeveling 2: monitor de effectiviteit van door de gemeente bekostigde preventieve interventies en maak hierover afspraken in de subsidieverstrekking en -verantwoording. Reactie van het college: Het college onderschrijft het belang van het vastleggen van afspraken over effectiviteitsmetingen in opdrachten aan uitvoerings- en subsidiepartners binnen het preventieve aanbod. Het Programmaplan Jeugd biedt hiervoor een stevige basis door in het eerste jaar te werken aan een samenhangende monitoringsaanpak. Deze aanpak maakt het mogelijk om inzichtelijk te maken in hoeverre de ingezette inspanningen bijdragen aan de beoogde effecten en doelstellingen. De uitgewerkte monitoringsaanpak wordt ingezet als sturingsinstrument en ondersteunt het college bij het beoordelen of de juiste interventies worden ingezet en of bijsturing nodig is. Monitoring draagt daarmee bij aan zowel transparantie als lerend werken.
Het college zal bij subsidieverlening aan partners die bijdragen aan de preventie van jeugdhulp afspraken opnemen die aansluiten bij deze monitoringsaanpak. Hierdoor kunnen verwachtingen, prestaties en effecten op een eenduidige en transparante wijze worden gevolgd. Dit bevordert een lerende praktijk waarin preventieve partners gezamenlijk bijdragen aan aantoonbare maatschappelijke opbrengsten.
Aanbeveling 3: breng gegevens over effectiviteit en zorgvragen in bij de preventie-overleggen. Reactie van het college: Het college onderschrijft het belang van het actief benutten van informatie over effectiviteit en zorgvragen binnen de bestaande preventieoverleggen. De gegevens die via monitoring beschikbaar komen, bieden waardevolle inzichten en dragen bij aan een lerende en verbetergerichte werkwijze binnen het preventieve jeugdbeleid. Het college is het met de rekenkamer eens dat deze informatie structureel ingebracht kan worden in de leer- en verbeterstructuur van de preventieoverleggen. In het Programmaplan Jeugd wordt gewerkt aan een samenhangende monitoringsaanpak die inzicht geeft in ontwikkelingen in zorgvragen en de effecten van ingezette interventies. De uitkomsten hiervan worden betrokken bij het gesprek met partners, waaronder in preventieoverleggen, om gezamenlijk te reflecteren en waar nodig bij te sturen. Aanbeveling 4: formuleer als raad op welke concrete uitkomsten in het preventief jeugdbeleid gestuurd moet worden. Reactie van het college: Het college erkent dat het meetbaar maken van effectiviteit kan leiden tot een betere sturingspositie voor de raad. Het college ziet deze aanbeveling als een logische volgende stap binnen de beweging die het Programmaplan Jeugd inzet.
Het plan bevat al duidelijke outcome-doelstellingen, zoals het terugbrengen van het gebruik van jeugdhulp naar 1 op de 15 jeugdigen en het realiseren van 10% kostenreductie. De monitoringsaanpak beschrijft dat voor elke inspanning en baat indicatoren worden vastgesteld en opgenomen in een dashboard. Concreet betekent dit dat de raad, op basis van deze indicatoren, streefwaarden kan formuleren die passen bij de lokale situatie van Hillegom. Hiermee ontstaat een duidelijke en meetbare sturingslijn van ambitie naar uitvoering en verantwoording. Het college faciliteert de raad bij het concretiseren van deze streefwaarden en bij het ontvangen van periodieke verantwoordingsinformatie uit de monitor. Met vriendelijke groet, Namens het college van de gemeente Hillegom,
Marco Witkamp Gemeentesecretaris
drs. R. ter Hark Burgemeester
Gemeente Lisse
Gemeente Lisse Postbus 200 2160 AE LISSE
Heereweg 254 Postbus 200 2160 AE Lisse T 14 0252 E gemeente@lisse.nl
Verzenddatum
20 april 2026
W www.lisse.nl
Uw kenmerk Ons kenmerk Onderwerp
Z-26-494059 Bestuurlijke reactie op rekenkameronderzoek 'Effectief preventief jeugdbeleid'
Lisse Inlichtingen Telefoon
Anouk Visscher 14 0252
Bijlage(n)
Geachte commissie, Het college bedankt de Rekenkamer voor haar onderzoek en aanbevelingen. De Rekenkamer voerde in 2025 onderzoek uit naar de werking van het preventieve jeugdbeleid in gemeente Lisse. Dit onderzoek heeft als doel om de gemeenteraad inzicht te geven in hoe het preventief jeugdbeleid geregeld is. De rekenkamer wenst met dit onderzoek de raad handvatten te bieden bij hun controlerende rol en - waar mogelijk - handelingsperspectief voor de stijgende uitgaven aan jeugdhulp in relatie tot afnemende budgetten. Het college ziet in het onderzoeksrapport dat de preventieve interventies werkzame bestanddelen bevatten, maar over de daadwerkelijke effectiviteit niet gerapporteerd wordt. Monitoring van preventieve interventies is vooral gericht op output (aantal interventies en deelnemers). Het effect van het preventief jeugdbeleid is daardoor niet goed inzichtelijk. Het preventief aanbod is merendeels goed vindbaar en toegankelijk. Niet aan alle voorwaarden voor een effectieve inrichting wordt voldaan. Met name het gezamenlijk leren en verbeteren is gericht op signalen en niet op structurele, met data onderbouwde analyses. Wachttijden in de keten van opvoed- en opgroeiondersteuning zorgen voor een minder effectieve inzet van het preventief aanbod. Wachttijden kunnen ertoe leiden dat opvoeders niet direct naar het benodigd aanbod doorstromen.
In deze wachttijd kan de hulpvraag van opvoeders afnemen, veranderen of verergeren. In de laatste twee situaties leidt het ertoe dat ouders en jongeren niet doorstromen naar het benodigd aanbod. Zowel de positieve als de minder positieve bevindingen worden door het college herkend. Algemene reactie van het college: Het college zet zich actief in om het aantal kinderen dat gezond, veilig en kansrijk opgroeit te vergroten. Gehoopte neveneffecten zijn een afname van het aantal kinderen en jeugdigen die een vorm van jeugdhulp gebruiken i.c.m. een afname van de aldoor stijgende kosten voor de jeugdhulp. Het bieden van lokaal, effectieve preventieve interventies kan bijdragen aan dit doel. Het college realiseert zich dat uitkomsten van het preventief aanbod lastiger meetbaar zijn, zoals blijkt uit verscheidene wetenschappelijke onderzoeken. Toch
dragen de adviezen van de rekenkamer bij aan het meetbaar inrichten van het preventief jeugdbeleid en daaruit voortvloeiend aanbod in de gemeente. Desalniettemin dragen de adviezen van de rekenkamer bij aan het meetbaar inrichten van het preventief jeugdbeleid en daaruit voortvloeiend aanbod in de gemeente. Reactie van het college: Het college onderschrijft de analyse van de rekenkamer dat verstopping in de jeugdketen de effectiviteit van het preventieve jeugdbeleid onder druk zet. Wachtlijsten in de gespecialiseerde jeugdzorg werken door in het preventieve aanbod: uitvoerders van preventieve interventies bieden soms langer ondersteuning ter overbrugging, waardoor ook daar wachttijden ontstaan. In het Programmaplan Jeugd is het verbeteren van doorstroom en het voorkomen van verstopping één van de centrale veranderopgaven. De beweging richting kortere trajecten, tijdige afschaling en passende inzet van ondersteuning is stevig verankerd in de programmatische aanpak en vormt het richtinggevend kader voor de uitvoering. Het college gaat ervan uit dat de weg naar volwassenheid gepaard gaat met hobbels voor jeugdigen en hun gezinnen en dat dit bij het leven hoort. Een sterke pedagogische basis is essentieel om hiermee om te (leren) gaan. Het informele en formele netwerk rondom het gezin kan hierbij ondersteunend zijn, met waar nodig een professional in de nabijheid.
Door lichte en beginnende problematiek zo vroeg mogelijk op te pakken, wordt beoogd problemen tijdig te verlichten en escalatie – en daarmee doorstroom naar gespecialiseerde jeugdzorg – zoveel mogelijk te voorkomen. Wanneer vragen groter worden, vindt een brede analyse plaats waarin wordt gekeken naar de kwaliteiten van het gezin en waar tijdelijke versterking nodig is. Indien jeugdhulp noodzakelijk blijkt, is het voor het college van belang dat deze van goede kwaliteit is en dat continu wordt gekeken naar effectiviteit en doelmatigheid. Voor situaties waarin gespecialiseerde jeugdzorg toch nodig is, werkt het college parallel aan het verkorten van wachttijden en behandelduur. In Lisse krijgt dit concreet vorm via gerichte casusanalyse door een casusregisseur bij Voorieder1 en een gemeentelijke regisseur jeugdhulpketen, met aandacht voor casuïstiek met hoge kosten en langdurige betrokkenheid. Het college neemt de aanbeveling van de rekenkamer mee in de verdere uitvoering van het Programmaplan Jeugd. Aanbeveling 2: monitor de effectiviteit van door de gemeente bekostigde preventieve interventies en maak hierover afspraken in de subsidieverstrekking en -verantwoording. Reactie van het college: Het college onderschrijft het belang van het vastleggen van afspraken over effectiviteitsmetingen in opdrachten aan uitvoerings- en subsidiepartners binnen het preventieve aanbod.
Het Programmaplan Jeugd biedt hiervoor een stevige basis door in het eerste jaar te werken aan een samenhangende monitoringsaanpak. Deze aanpak maakt het mogelijk om inzichtelijk te maken in hoeverre de ingezette inspanningen bijdragen aan de beoogde effecten en doelstellingen. De uitgewerkte monitoringsaanpak wordt ingezet als sturingsinstrument en ondersteunt het college bij het beoordelen of de juiste interventies worden ingezet
en of bijsturing nodig is. Monitoring draagt daarmee bij aan zowel transparantie als lerend werken. Het college zal bij subsidieverlening aan partners die bijdragen aan de preventie van jeugdhulp afspraken opnemen die aansluiten bij deze monitoringsaanpak. Hierdoor kunnen verwachtingen, prestaties en effecten op een eenduidige en transparante wijze worden gevolgd. Dit bevordert een lerende praktijk waarin preventieve partners gezamenlijk bijdragen aan aantoonbare maatschappelijke opbrengsten. Aanbeveling 3: breng gegevens over effectiviteit en zorgvragen in bij de preventie-overleggen. Reactie van het college: Het college onderschrijft het belang van het actief benutten van informatie over effectiviteit en zorgvragen binnen de bestaande preventieoverleggen. De gegevens die via monitoring beschikbaar komen, bieden waardevolle inzichten en dragen bij aan een lerende en verbetergerichte werkwijze binnen het preventieve jeugdbeleid. Het college is het met de rekenkamer eens dat deze informatie structureel ingebracht kan worden in de leer- en verbeterstructuur van de preventieoverleggen. In het Programmaplan Jeugd wordt gewerkt aan een samenhangende monitoringsaanpak die inzicht geeft in ontwikkelingen in zorgvragen en de effecten van ingezette interventies.
De uitkomsten hiervan worden betrokken bij het gesprek met partners, waaronder in preventieoverleggen, om gezamenlijk te reflecteren en waar nodig bij te sturen. Aanbeveling 4: formuleer als raad op welke concrete uitkomsten in het preventief jeugdbeleid gestuurd moet worden. Reactie van het college: Het college erkent dat het meetbaar maken van effectiviteit kan leiden tot een betere sturingspositie voor de raad. Het college ziet deze aanbeveling als een logische volgende stap binnen de beweging die het Programmaplan Jeugd inzet. Het plan bevat al duidelijke outcome-doelstellingen, zoals het terugbrengen van het gebruik van jeugdhulp naar 1 op de 15 jeugdigen en het realiseren van 10% kostenreductie. De monitoringsaanpak beschrijft dat voor elke inspanning en baat indicatoren worden vastgesteld en opgenomen in een dashboard. Concreet betekent dit dat de raad, op basis van deze indicatoren, streefwaarden kan formuleren die passen bij de lokale situatie van Lisse. Hiermee ontstaat een duidelijke en meetbare sturingslijn van ambitie naar uitvoering en verantwoording. Het college faciliteert de raad bij het concretiseren van deze streefwaarden en bij het ontvangen van periodieke verantwoordingsinformatie uit de monitor. Met vriendelijke groet, Namens het college van de gemeente Lisse,
E. Prins Secretaris
drs. J. Nieuwenhuizen RC Burgemeester