-01 BBH algemene beschouwingen.pdf
Tekst van het document
Voorzitter, Hillegom staat er financieel goed voor. Dat mogen we als raad, college en organisatie best hardop zeggen. In een tijd waarin veel gemeenten met forse tekorten en pijnlijke keuzes te maken hebben, presenteert Hillegom een sluitende begroting voor de komende vier jaar, met weliswaar enkele bezuinigingen is dat een prestatie van formaat. De BBH spreekt daarvoor haar waardering uit aan het college en de ambtelijke organisatie. Ook het proces naar deze kadernota toe verdient lof. De raad is vroegtijdig meegenomen, het was transparant, zorgvuldig en met ruimte voor debat en invloed. Zo hoort het, zeker bij de kadernota waarbij de koers uitgezet wordt voor de komende jaren en daarbij onderschrijven wij de 3 kaders die hiervoor zijn gehanteerd: -
-
Versterken van zelfredzaamheid en sociale infrastructuur Het principe 'de gebruiker betaalt' Behoud van kwaliteit in de buitenruimte
De BBH onderschrijft daarbij ook de realistische manier van begroten in deze kadernota. De lucht is eruit, er wordt geen financiële schijnzekerheid verkocht, en dat past bij de huidige tijd. Maar het maakt ons ook kwetsbaar. Als er tegenvallers komen – en die kans is reëel – is gelukkig financiële ruimte in de kadernota om dit op te vangen. Zeker in het sociaal domein liggen de risico’s op de loer. Voorzitter, laat ik daar wat dieper op ingaan. Neem de jeugdzorg. De kosten lopen al jaren op, en ondertussen ontvangen 1 op de 7 jongeren jeugdzorg. De menselijke maat is verloren gegaan. Ouders en kinderen verdwalen in een systeem vol loketten, indicaties en overdrachten – met als gevolg dat niemand écht de regie neemt. Terwijl het om kwetsbare situaties gaat, blijft de eindverantwoordelijkheid diffuus. Dat is niet houdbaar. Hulpverleners doen hun best, maar het systeem is overbelast en onnodig complex. Het Rijk grijpt vooral in met incidentele middelen en tijdelijke regelingen, zonder fundamentele keuzes te maken over wat jeugdzorg wel en niet moet bieden. Gemeenten worden opgezadeld met een breed takenpakket, maar zonder duidelijke kaders of structurele middelen. Tijd dus voor keuzes, keuzes voor een robuuster, beter afgebakend jeugdstelsel. Minder bureaucratie, meer focus. En bovenal: grip op kwaliteit én kosten.
Voorzitter, dat brengt mij bij een ander, maar minstens zo belangrijk onderwerp: welzijn BBH is blij met het voornemen om in Hillegom te komen tot één brede welzijnsorganisatie. Dit is een goede stap om versnippering tegen te gaan en om structureel meer kwaliteit en continuïteit te bieden aan onze inwoners. We willen geen los zand meer van kleine initiatieven die elk hun eigen loket vormen. Door samen te voegen en te professionaliseren, kunnen we een stevige basis leggen onder het welzijnswerk in Hillegom. Denk aan ondersteuning voor ouderen, mantelzorgers, vrijwilligerswerk, armoedepreventie, ontmoeting en meedoen in de wijk. Dat is het fundament van een leefbare samenleving. Een brede welzijnsorganisatie moet geen bureaucratisch bolwerk worden, maar juist een menselijke en herkenbare partner zijn voor inwoners. Eén voordeur, korte lijnen, en medewerkers die Hillegom kennen. BBH ziet hier grote kansen – niet alleen financieel, maar vooral in termen van effectiviteit en sociale cohesie.
Dan de buitenruimte, de BBH is blij dat er niet is gekozen voor het bezuinigen op de buitenruimte. De laatste jaren hebben we flink geïnvesteerd in het mooier maken van de buitenruimte van Hillegom en dit blijven we als het aan de BBH ligt vooral doorzetten. We horen als we over de afgelopen 11 jaar terugkijken vele positieve geluiden over de opknapbeurt die wij als gemeente het dorp hebben gegeven. Voorzitter, dit is het laatste politieke jaar van deze raadsperiode. Dat vraagt om realisme, maar ook om moed. We moeten geen besluiten nemen die het volgende college voor de voeten lopen, maar we mogen ook niet stil blijven staan. Tegelijkertijd moeten we benoemen wat steeds duidelijker wordt: de rijksoverheid schuift structureel taken en verantwoordelijkheden af op gemeenten, zonder dat daar voldoende middelen tegenover staan. Dat is op termijn onhoudbaar. Want als gemeenten structureel tekortkomen, is dat geen lokaal probleem –dat is falend nationaal beleid. Kijk bijvoorbeeld maar naar de 2e kamerverkiezingen die de gemeente weer dient te organiseren zonder dat daar budget voor komt vanuit het rijk. Tot slot, voorzitter, wil ik stilstaan bij het thema wonen. In het Ontwerp Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport worden onder andere de Zanderij en de Pastoorslaan genoemd als mogelijke woningbouwlocaties.
De reactie van de bollensector daarop was afwijzend, fel en zonder ruimte voor gesprek. Dat is teleurstellend. Want laten we wel zijn: we hebben een maatschappelijk probleem van formaat. Er is een schreeuwend tekort aan woningen. Voor verschillende doelgroepen, zoals daklozen, arbeidsmigranten en statushouders waarvoor wij vanuit het rijk een taakstelling hebben voor opvang. Maar naar ons inziens vooral ook voor onze eigen Hillegomse jongeren, die niet aan een woning kunnen komen en hun toekomst noodgedwongen buiten Hillegom moeten opbouwen, als daar al ruimte te vinden is. In zo’n situatie is het niet voldoende om alleen maar “nee” te roepen. De hakken in het zand zetten lost niets op. We vragen niet om het opgeven van de bollensector – integendeel, we erkennen het economisch en cultureel belang van deze sector. Maar er zijn ook gronden in de streek van mindere kwaliteit, waar mogelijk wél gebouwd kan worden. Dat is iets wat de sector zelf ook eerder heeft geroepen. Daarom zegt BBH: laten we samen met de sector zoeken naar de mogelijkheden. Niet alleen wijzen op wat er niet kan, maar vooral meedenken over wat er wél kan. Laten we het gesprek aangaan. Bijvoorbeeld over een gebied als ‘tussen Spoor en Vaart’. Geen eenzijdige keuzes, maar gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst van onze regio. Alleen door samen te werken komen we verder.
Voor onze inwoners, voor onze jongeren, voor onze toekomst. Dank u wel.