CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie warmte definitief

Raad 3 februari 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Transitievisie Warmte10.354 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

36/42

Bijlage 2 Toelichting hoofdstrategieën De vijf hoofdstrategieën worden hieronder toegelicht.

Individuele elektrische warmtepomp Bij deze strategie krijgt elke woning of gebouw een individuele elektrische luchtwarmtepomp of bodemwarmtepomp. Een luchtwarmtepomp heeft een buitenunit op of nabij de woning of het gebouw waarmee warmte uit de buitenlucht wordt onttrokken. De warmtepomp waardeert deze warmte uit de buitenlucht op voor ruimteverwarming en warm tapwater, met relatief weinig elektriciteit. Een voorwaarde daarbij is dat het isolatieniveau van alle woningen en utiliteit wordt aangepast naar minimaal schillabel B. Een bodemwarmtepomp wordt gevoed met warmte uit de grond dat met behulp van een bodemwarmtewisselaar wordt onttrokken uit de bodem. De bodemwarmtewisselaar wordt onder of naast de woning ingegraven. De warmtepomp waardeert deze warmte op voor ruimteverwarming en warm tapwater, met relatief weinig elektriciteit. Een voorwaarde daarbij is dat het isolatieniveau van alle woningen en utiliteit wordt aangepast naar minimaal schillabel B. Als tussenstap naar volledig elektrisch, kan eerst worden gekozen voor een hybride warmtepomp. Dit bespaart direct aanzienlijk gas en CO2 en vergt nog weinig grote aanpassingen. Te zijner tijd, kan worden overgeschakeld op een warmtepomp die geen aanvulling van een gasketel nodig heeft. De gasketel kan dan vervallen en de woning of het gebouw kan dan volledig van het gas af.

Warmtenet met Midden Temperatuur (MT) bron Bij deze strategie worden alle woningen en gebouwen aangesloten op een nieuw te ontwikkelen warmtenet dat warmte levert op ongeveer 70 °C (MT, middentemperatuur). Het net wordt gevoed uit een warmtebron op MT- tot HT-niveau, bijvoorbeeld industriële restwarmte of geothermie. Bij MT warmtenetten is vaak een minimale schaalgrootte nodig, waardoor het warmtenet vaak door meerdere buurten gaat.

Warmtenet met Laag Temperatuur(LT) bron Bij deze strategie worden alle woningen en gebouwen aangesloten op een nieuw te ontwikkelen warmtenet dat gevoed wordt met warmte op lage temperatuur (LT, ongeveer 30 °C), vanuit verschillende typen LTwarmtebronnen. Deze temperatuur is te laag om direct warm tapwater te maken. Ook moet de temperatuur vaak worden verhoogd om geschikt te zijn voor ruimteverwarming. Dat kan met een collectieve voorziening voor het warmtenet of individueel per woning of gebouw. Bij aflevering van warmte op 50 °C of minder zijn LT-radiatoren nodig.

Groengas Bij deze variant krijgt elke woning of gebouw een individuele hybride warmtepomp of HR ketel. De hybride warmtepomp of HR ketel werkt op groengas en elektriciteit voor ruimteverwarming en warm tapwater.

37/42

Groengas is biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit. Biogas wordt geproduceerd uit onder meer afval van stortplaatsen, tuinafval, slib, resten groente en fruit en dierlijke restproducten zoals koeienmest. Geproduceerd groengas kan worden ingevoerd op het bestaande aardgasnet. Om er zeker van te zijn dat groengas echt groen is, wordt er gewerkt met Garanties van Oorsprong(GvO) certificaten. Voor groengas geldt dat de beschikbaarheid een grote uitdaging is. Op dit moment is er weinig groengas beschikbaar en voor de toekomst is de totale potentie onzeker. Daarom wordt geadviseerd om groengas alleen in te zetten waar andere strategieën veel duurder of technisch niet haalbaar zijn, zoals bijvoorbeeld stadscentra met monumentale gebouwen. Daarnaast wordt na 2030 een stijgende vraag naar groengas verwacht vanuit de industrie en mobiliteit, gezien de beperkte verduurzamingsalternatieven in deze sectoren. Om deze redenen adviseert de landelijke overheid om groengas niet voor 2030 in te zetten als alternatief voor aardgas.

Waterstof Bij deze variant komt er in elke woning of gebouw een individuele hybride warmtepomp of HR ketel. Deze hybride warmtepomp of HR ketel verbruikt waterstof en elektriciteit voor ruimteverwarming en warm tapwater. Voor waterstof is de beschikbaarheid erg onzeker. Op dit moment is waterstof nog niet op grote schaal beschikbaar, dit hangt samen met het percentage duurzame energie die opgewerkt wordt. Aangezien Nederland ongeveer 11% van haar elektriciteit duurzaam opwekt en hiermee achterlopen op de gestelde doelen op dit vlak, wordt verwacht dat er voorlopig niet genoeg duurzame energie beschikbaar is om waterstof te produceren. Daarnaast wordt, door de vele mogelijke toepassingen, veel vraag naar waterstof verwacht vanuit andere sectoren, bijvoorbeeld de industrie en het vervoer. Om deze redenen adviseert de landelijke overheid waterstof niet voor 2030 in te zetten als alternatief voor aardgas voor woningen en gebouwen.

38/42

Bijlage 3 Beschikbare LT-warmtebronnen gemeente Heumen Om de verwachte maatschappelijke kosten van de warmtetransitie te bepalen, maken we gebruik van het Vesta-MAIS model van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dit model is ook gebruikt om de Startanalyse aardgasvrije buurten op te stellen. In dit model zijn vijf verschillende warmtestrategieën doorgerekend en wordt de strategie met de laagste maatschappelijke kosten bepaald. Deze analyse is gedaan voor alle CBSbuurten in gemeente Heumen. De vijf strategieën die zijn opgenomen in de analyse zijn hieronder opgesomd.

Warmtevraag In onderstaande tabel is de warmtevraag van de verschillende wijken in de gemeente Heumen weergegeven. Door de warmtevraag inzichtelijk te hebben, kunnen we de bruikbaarheid van diverse warmtebronnen vaststellen. Wijk Buitengebied Heumen Malden: Centrum Malden: Jachthuis Malden: Hoogenhof Malden: Maldensveld en Boskant Malden: Randwijk, Molenwijk en Kroonwijk Nederasselt Overasselt

Warmtevraag 94.000 GJ/jaar 24.000 GJ/jaar 23.500 GJ/jaar 39.000 GJ/jaar 55.000 GJ/jaar 71.000 GJ/jaar 74.000 GJ/jaar 17.000 GJ/jaar 51.000 GJ/jaar

Als de warmtevraag geconcentreerd is op een klein oppervlak, kan een warmtenet een efficiënte oplossing bieden voor het verduurzamen van de verwarming. De warmtevraag in de gemeente Heumen heeft voor het overgrote gedeelte een kleine dichtheid. De jaarlijkse vraag per hectare is hier kleiner dan 1000 GJ, met uitzondering van het winkelgebied van Malden. In dit gebied is, naast het winkelcentrum, ook veel hoogbouw aanwezig, waardoor de warmtevraag groter is (<2000 GJ/hectare/jaar). Afstand tot bebouwing Om een warmtebron in te kunnen zetten, is de afstand van de bron tot de eindgebruiker een belangrijke factor. Transport van warmte is kostbaar, omdat het aanleggen van transportleidingen hoge investeringskosten vraagt. Deze investeringskosten zijn alleen terug te verdienen als vraag en aanbod van warmte hoog genoeg zijn. In de gemeente Heumen is alleen in het dorp Malden een grotere warmtevraag, dus zal het alleen voor dit gebied nuttig zijn om warmte over enkele kilometers te transporteren. De warmtevraag in de overige kernen is te klein om warmte over meer dan een kilometer te vervoeren. Bij de selectie van de warmtebronnen houden we rekening met deze afstanden. Bij het beschouwen van de warmtebronnen zullen we als eerste beoordelen of de beschikbare en benodigde warmte in verhouding staan tot de transportafstand.

39/42

Bruikbare warmtebronnen Van alle beschikbare bronnen blijken acht potentiëel bruikbaar te zijn voor een LT-warmtenet, in de vorm van:  Aquathermie dorpskernen Heumen, Malden, Nederasselt en Overasselt;  Restwarmte van bedrijven in Malden;  Restwarmte rioolgemaal dorpskernen Heumen, Malden, Nederasselt en Overasselt. Hieronder staat een overzicht van alle bronnen die zijn overwogen. Aquathermie Grenzend aan de gemeente Heumen zijn twee grote oppervlaktewateren aanwezig, de Maas en het Maas-Waalkanaal. Deze oppervlaktewateren hebben een hoge potentie om als bron te dienen voor een collectief warmtenet. De warmte uit het oppervlaktewater kan worden gebruikt, in combinatie met een warmte- en koudeopslag (WKO) buffer, om de woningen en gebouwen te verwarmen. Met een WKO kan de warmte in de zomer worden opgeslagen, om in de winter te benutten. Oppervlaktewater Maas Maas-Waalkanaal

Energie in GJ/jaar 1.879.707 233.101

Figuur 7 Potentie aquathermie Maas en Maas-Waalkanaal (gemarkeerd in rood)

Restwarmte industrie Restwarmte vanuit de industrie kan ook worden ingezet als warmtebron voor een warmtenet. In gemeente Heumen zijn onderstaande diverse industriële bedrijven bemerkt als potentiële restwarmte-bronnen in de RES 1.0 Arnhem-Nijmegen en onderzocht:  ARN B.V. – afvalenergiecentrale in Nijmegen Momenteel worden er diverse scenario’s doorgerekend om de restwarmte van de afvalenergiecentrale in te zetten. Het inzetten van de restwarmte voor de gebouwde omgeving van Malden is een van de scenario’s die onderzocht wordt.

40/42

BIO-energiecentrale Cuijk – leverancier groene stroom en duurzame warmte De warmte van de bio-energiecentrale in Cuijk wordt in de omliggende regio ingezet. De gemeente Heumen kan hier dus geen gebruik van maken. Betonfabriek Malden De potentie van de restwarmte van de betonfabriek is in de RES onderzocht. De potentie bleek te laag te zijn.

Restwarmte bedrijven In het centrum van Malden kan restwarmte uit koelinstallaties van het winkelcentrum gebruikt worden. Deze warmte kan gebruikt worden als laagtemperatuur warmtebron voor het warmtenet. Een kanttekening is de continuïteit van de warmtebron en het beschikbare vermogen. De supermarkten worden als potentiële warmtebronnen aangegeven in de RES voor een warmtenet in Malden. Deze restwarmtebronnen zijn opzichzelfstaand niet groot genoeg als invoer voor het warmtenet, maar zijn een mogelijke aanvulling. Bedrijf Supermarkt A Malden Supermarkt B Malden

Benutbare restwarmte 7.338 GJ/jaar 1.572 GJ/jaar

Restwarmte rioolgemaal Restwarmte uit een rioolgemaal wordt ook wel thermische energie uit afvalwater (TEA) genoemd. Iedere dorpskern (Malden, Heumen, Overasselt en Nederasselt) heeft aan de rand een rioolgemaal die als warmtebron gebruikt kan worden. In onderstaande tabel is een inschatting van de benutbare restwarmte weergeven. Rioolgemaal Malden Heumen Overasselt Nederasselt

Benutbare restwarmte 4.116 GJ/jaar 644 GJ/jaar 1.590 GJ/jaar 360 GJ/jaar

Rioolgemaal Malden wordt ook vanuit de RES aangegeven als potentiële warmtebron voor het verwarmen van Malden. Deze bron kan als aanvullende invoer worden gebruikt, maar niet als enige bron van het warmtenet. Aansluiting warmtenetten naastgelegen gemeenten De wijk Dukenburg, aan de rand van Nijmegen, gaat potentieel verwarmd worden met een warmtenet met restwarmte van de ARN afvalenergiecentrale. Er loopt ook nog onderzoek naar geothermie als bron. Aansluiten op het bestaande warmtenet kan voordelen bieden, zoals het delen van kosten van de warmtebron. De warmtevraag vanuit Malden is echter te klein om de investering voor het aanleggen van een transportleiding te rechtvaardigen.

41/42

Bijlage 4 Isolatiestandaard- en streefwaarden Om inzicht te krijgen in welke isolatiemaatregelen gedaan kunnen worden om een bepaald schillabel te behalen en om tot een gewenst comfortniveau te komen in de woning, zijn er standaard- en streefwaardes opgesteld (Nieman, 2021). Er zijn vier niveaus opgesteld die het onderscheid laten zien in de type woningen, bouwjaren en het isolatieniveau (gemeten in Rc en U). Daarnaast worden er per niveau geleidelijk isolatiemaatregelen toegevoegd, wat het effect laat zien op het isolatieniveau van de woning en de warmtevraag. Deze waarden zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Meer informatie over de streefwaardes en voorbeelden per referentiewoningen zijn te vinden in het rapport van Nieman.

42/42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11031265/1