RV Tweede voortgangsrapportage 2025
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Raadsvergadering: Onderwerp: Wordt behandeld door:
11 december 2025 Tweede voortgangsrapportage 2025 Pepijn Baneke
Voorstel 1. De Tweede voortgangsrapportage 2025 vast te stellen; 2. De Programmabegroting 2025 bij te stellen met € 6.000 en dit ten gunste van het begrotingsresultaat te brengen; 3. Een bestemmingsreserve Jeugd/WMO in te stellen en hierin € 470.000 te storten. Inleiding De tweede voortgangsrapportage 2025 geeft inzicht in de uitvoering van de programmabegroting 2025. Zowel beleidsmatig als financieel wordt gerapporteerd over de voortgang. De rapportage maakt deel uit van de Planning & Control-cyclus en stelt de gemeenteraad in staat haar kaderstellende en controlerende rol tijdig en goed in te vullen. De rapportage laat zien dat de uitvoering van de programmabegroting grotendeels op koers ligt, met enkele inhoudelijke en financiële bijstellingen. Het gebruik van het stoplichtenmodel laat eenvoudig zien waar eventuele aandachtspunten zitten in de uitvoering van het beleid. De financiële afwijking bedraagt € 6.000 voordelig. We zien hogere kosten in het sociaal domein. Deze worden gecompenseerd door een hogere bijdrage uit het gemeentefonds. Het geprognotiseerde jaarrekeningresultaat komt uit op € 145.000 nadelig. Beoogd effect Met deze rapportage krijgt de raad inzicht in de uitvoering van de begroting van 2025. De voortgangsrapportage is een instrument voor dialoog tussen raad en college.
Het college verkrijgt door vaststelling in de gemeenteraad formeel mandaat voor de voorgestelde bijstellingen van de begroting. Argumenten 1.1 De voortgangsrapportage versterkt het budgetrecht van de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft op grond van artikel 189 van de Gemeentewet het budgetrecht om de begroting vast te stellen en te wijzigen. Door tijdig inzicht te geven in afwijkingen en bijstellingen via deze rapportage, wordt dit budgetrecht gerespecteerd en versterkt. 1.2 Het college voldoet hiermee aan haar informatieplicht richting de raad. Conform de Financiële verordening Gemeente Heumen dient het college de raad te informeren over de voortgang van de uitvoering van de begroting en over (dreigende) overschrijdingen van budgetten en investeringskredieten. Deze voortgangsrapportage is een concreet instrument om deze wettelijke plicht te vervullen.
Zaak Document
: :
283673 289037
1.3 De rapportage draagt bij aan een betere Planning & Control-cyclus. Dit is de 2e voortgangsrapportage van de gemeente Heumen waarin zowel beleidsinhoudelijke als financiële voortgang integraal worden weergegeven. Het integreren van beleid en financiën in één P&C-product is een breder gedragen ontwikkeling. Dit is een belangrijke stap in de verdere professionalisering van de P&C-cyclus. 1.4 De rapportage maakt vroegtijdige bijsturing mogelijk. Door het gebruik van een stoplichtenmodel en het expliciet signaleren van afwijkingen in inhoud, planning, geld en risico’s, wordt het voor de raad mogelijk om tijdig te interveniëren of te prioriteren. 1.5 De raad kan via deze rapportage invloed uitoefenen op de verdere uitvoering. De rapportage geeft ruimte om vanuit de kaderstellende rol aandachtspunten mee te geven voor de verdere uitvoering van de begroting. 2.1 Het verwachte jaarrekeningresultaat wordt met € 48.000 bijgesteld De nadelige bijstelling wordt binnen de lopende begroting van 2025 verwerkt. Er is geen additionele dekking beschikbaar voor de nadelige bijstelling. Het begrotingsresultaat komt uit op € 199.000 nadelig. Als op jaareinde het jaarrekeningresultaat nadelig is, wordt het nadelige resultaat verrekend met de algemene reserve.
3.1 Een bestemmingsreserve Jeugd/WMO wordt gevormd voor toekomstige tegenvallers De gemeente heeft via het Gemeentefonds aanvullende middelen ontvangen ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg over 2023 en 2024. Het kabinet heeft besloten deze middelen alsnog in 2025 uit te keren, op advies van de Deskundigencommissie Van Ark. Wij stellen uw raad voor om een bestemmingsreserve Jeugd en Wmo in te stellen en daarin het Heumense deel van € 470.000 te storten. Deze financiële mutatie is in de Tweede voortgangsrapportage verwerkt. De reserve kan de komende jaren worden ingezet om de stijgende kosten voor de uitvoering van de beleidsterreinen Jeugd en Wmo op te vangen. Kanttekeningen 1.1 Na de decemberraad is er weinig tijd om bij te sturen in het lopende jaar Na de decemberraad, waarin de tweede en laatste voortgangsrapportage 2025 wordt behandeld, resteert nog slechts een zeer korte periode tot de afsluiting van het begrotingsjaar. Dit betekent dat de mogelijkheden om beleidsmatig of financieel bij te sturen in het lopende jaar in de praktijk zeer beperkt zijn. 1.2 Onzekere factoren beïnvloeden het uiteindelijke jaarrekeningresultaat van 2025 Hoewel de voortgangsrapportage een goed beeld geeft van de uitvoering van de begroting 2025, blijven er tot het opstellen van de jaarrekening 2025 onzekere factoren die het uiteindelijke resultaat kunnen beïnvloeden.
De belangrijkste zijn:
2
Compensatie vanuit gemeentefonds via decembercirculaire 2025 is nog niet bekend De decembercirculaire is de laatste van de drie jaarlijkse circulaires van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over het Gemeentefonds (naast de mei- en septembercirculaire). De decembercirculaire 2025 is op het moment van schrijven nog niet gepubliceerd en wordt medio december verwacht. Het is de eindafrekening van het lopende uitkeringsjaar, de nadruk ligt op de afronding van het huidige jaar. Hierin verwerkt het Rijk de definitieve uitkeringsbedragen uit het Gemeentefonds voor gemeenten. De decembercirculaire heeft daarmee een meer boekhoudkundig en technisch karakter dan de mei- en septembercirculaire, die meer beleidsmatig en vooruitkijkend zijn. Gemeenten kunnen deze mutaties meestal niet meer beleidsmatig inzetten in het lopende jaar, omdat het jaar vrijwel voorbij is. Het effect is dus vaak “boekhoudkundig”: het beïnvloedt het resultaat, maar niet de beleidsuitvoering. De decembercirculaire bepaalt mede of het jaarrekeningresultaat voordeliger of nadeliger uitvalt dan in de begroting of voortgangsrapportages was geprognotiseerd. Voorziening wethouderspensioenen De hoogte van de verplichtingen voor de pensioenen van (voormalige) wethouders wordt jaarlijks herberekend op basis van actuariële uitgangspunten zoals levensverwachting en rente.
De rente wordt in 2026 na afloop van het boekjaar 2025, gepubliceerd. Wijzigingen hierin kunnen leiden tot een bijstelling van de voorziening en daarmee een incidenteel voordeel of nadeel in de jaarrekening. Voorziening wachtgeld wethouders De verplichting voor wachtgeld is afhankelijk van het al dan niet terugtreden van wethouders bij gemeenteraadsverkiezingen. Omdat dit moment en de duur van de uitkeringen onzeker zijn, kan de omvang van de voorziening fluctueren. Dit heeft direct gevolgen voor de lasten in de jaarrekening. Afwikkeling boekjaar 2025 van de lopende grondexploitaties Jaarlijks vindt een herwaardering plaats van de grondexploitaties. Factoren als marktontwikkelingen, rentestanden en kostenramingen kunnen leiden tot herziening van de boekwaarden en het treffen van voorzieningen voor eventuele verliezen. Dit kan financiële consequenties hebben. Jeugdzorg en Wmo-uitgaven De realisatie van deze uitgaven is onzeker vanwege het open-einde karakter van de regelingen. Eindjaarsdeclaraties van zorgaanbieders kunnen leiden tot hogere of lagere lasten dan eerder geraamd. Daarnaast speelt onzekerheid over de mate waarin rijksbijdragen de kosten dekken. Dit kan zowel tot overschrijdingen als tot meevallers leiden.
1.3 Een uiteindelijk nadelig jaarrekeningresultaat leidt tot een afname van de algemene reserve Een jaarrekeningresultaat is de uitkomst van het verschil tussen de gerealiseerde baten en lasten van de gemeente in een verslagjaar. Wanneer dit resultaat nadelig is, betekent dit dat de kosten hoger zijn uitgevallen dan de inkomsten. Dit tekort dient conform de financiële spelregels te worden gedekt. De primaire dekking vindt plaats via de algemene reserve. Dit is de vrij aanwendbare buffer 3
van de gemeente die onder meer bedoeld is om financiële tegenvallers op te vangen en om het weerstandsvermogen op peil te houden. Een nadelig jaarrekeningresultaat leidt daarom rechtstreeks tot een afname van de algemene reserve. Dit heeft twee belangrijke consequenties: - Verzwakking van de financiële positie – De omvang van de algemene reserve bepaalt in belangrijke mate het weerstandsvermogen van de gemeente. Een afname vermindert de ruimte om toekomstige risico’s en nadelen op te vangen. - Beperktere beleidsruimte – Doordat de algemene reserve afneemt, wordt de financiële flexibiliteit voor nieuwe beleidsinitiatieven kleiner. Het college en de raad zullen scherper moeten afwegen waar middelen voor worden ingezet. Financiën De voordelige bijstelling wordt binnen de lopende begroting van 2025 verwerkt. Het begrotingsresultaat komt uit op € 145.000 nadelig. Als op jaareinde het jaarrekeningresultaat nadelig is, wordt het nadelige resultaat verrekend met de algemene reserve. De financiële verantwoording over de in deze rapportage opgenomen bijstellingen zal worden betrokken bij de rechtmatigheidsverantwoording over 2025. Communicatie & participatie - De tweede voortgangsrapportage 2025 wordt besproken in de auditcommissie van 9 december 2025, behandeld in de raadsvergadering van 11 december 2025 en gepubliceerd op de website van de gemeente.
- Het college van B&W rondt de uitvoering van de begroting 2025 af met inachtneming van de aandachtspunten die de raad meegeeft naar aanleiding van de tweede voortgangsrapportage. De definitieve verantwoording over 2025 vindt plaats via de jaarstukken, waarin zowel de realisatie van de beleidsdoelen als de financiële rechtmatigheid worden opgenomen. burgemeester en wethouders
mr. J. de Graaf Gemeentesecretaris
mr. J.W.M.S. Minses Burgemeester
Bijlagen: • Tweede voortgangsrapportage 2025 • Maandrapportage tot en met september 2025 • Staat van reserves en voorzieningen 2025 4