RV Locatiekeuze Spreidingswet
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Raadsvergadering: Onderwerp: Wordt behandeld door:
26 juni 2025 Locatiekeuze Spreidingswet Pepijn Baneke
Voorstel 1. De opvang in het kader van de Spreidingswet op twee locaties plaats te laten vinden; 2. De locatie gelegen tussen de Meerpaal en de Rijksweg te Heumen aan te wijzen als locatie voor de opgave vanuit de Spreidingswet; 3. De locatie gelegen aan het Duisterstraatje ongenummerd te Overasselt aan te wijzen als locatie voor de opgave vanuit de Spreidingswet; 4. De locatie Eindsestraat 3 te Nederasselt als reserve aan te wijzen als locatie voor de opgave vanuit de Spreidingswet; 5. De opvanglocaties door het COA te laten ontwikkelen. Inleiding Op 1 februari 2024 is de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’, kortweg de Spreidingswet, in werking getreden. Deze wet geeft gemeenten expliciet de wettelijke taak om asielopvang mogelijk te maken. Doel daarbij is om te komen tot een evenwichtige verdeling van asielzoekers over Nederland. Op 16 januari 2024 zijn de uitgangspunten van de Spreidingswet aan uw raad uiteengezet. De opgave voor de gemeente Heumen bedraagt 105 opvangplekken, waarvan 9 alleenreizende minderjarige vluchtelingen (verder: AMV). Deze opvang dient op 1 juli 2025 operationeel te zijn of ten minste dient zicht te zijn op concrete opvang.
Op 17 oktober 2024 heeft uw raad per amendement besloten om de opvang zo mogelijk plaats te laten vinden op twee of drie locaties, waarbij oog bestaat voor de maatschappelijke (kwalitatieve) inpasbaarheid. Uiteraard dient de opvang te passen binnen de kaders van de gemeente en passend zijn in de leefomgeving. Na de raadsvergadering van 17 oktober 2024 heeft een nader onderzoek naar potentiële locaties plaatsgevonden en zijn contacten met de diverse kernen gelegd. Uw raad heeft hier in verschillende (besloten) bijeenkomsten kennis van kunnen nemen. Dit heeft geresulteerd in onderhavig voorstel waarmee invulling gegeven wordt aan de voorliggende opgave. Beoogd effect Op een humane wijze bij te dragen aan de opgave die de Spreidingswet voorschrijft. Argumenten Twee locaties 1.1 Spreiding voldoet aan de wens van uw raad Op 17 oktober 2024 heeft uw raad besloten om de opgave te spreiden over twee of drie locaties.
Zaak Document
: :
211655 260258
1.2 Het betreft maximale spreiding vanuit het COA Het COA hanteert een ondergrens van 50 opvangplekken per locatie. Gezien de opgave van 105 asielzoekers is een spreiding over maximaal twee locaties haalbaar. Dit blijkt uit diverse contacten met het COA. 1.3 Uit onderzoek blijken drie locaties in potentie geschikt In totaal zijn 29 locaties onderzocht. Op basis van de volgende vier criteria zijn deze gereduceerd tot acht locaties (zie tevens bijlage 1): - De locatie dient minimaal 5 jaar beschikbaar te zijn, dit overeenkomstig de minimale duur van de opvang uit de Spreidingswet; - De opvang conflicteert niet met andere plannen of bestuurlijke toezeggingen. Immers is het niet wenselijk om beoogde woningbouw en andere ontwikkelingen te belemmeren. Dit mede gezien de woningbouwopgave voor de inwoners die de gemeente heeft. Een combinatie met een tijdelijke invulling of een versnelling door de opvang is wel denkbaar; - De locatie is op korte termijn beschikbaar en bruikbaar te maken, waarbij opvolgbaarheid in ogenschouw wordt genomen. - De locatie ligt niet in een natuurgebied, ecologische zone of dergelijke. In deze gebieden wordt de haalbaarheid uitermate gering geacht. Na nadere bestudering blijken vijf locaties niet beschikbaar, ongeschikt bevonden door het COA of niet exploitabel met de gespreide opvang. Dit resulteert in de overgebleven drie locaties.
1.4 Het betreft een wettelijke verplichting De Spreidingswet schrijft voor dat gemeenten uiterlijk 1 juli 2025 inzichtelijk hebben gemaakt hoe zij aan hun taakstelling voldoen. Dit voorstel voorziet hierin. Indien uw raad geen locaties aanwijst, bestaat de mogelijkheid dat de minister van Asiel en Migratie locaties gaat aanwijzen. Waarbij de risico’s bestaan dat de opgave op één locatie landt en dat geen of minder rekening gehouden wordt met (maatschappelijke) inpasbaarheid. Meerpaal-Rijksweg te Heumen
2.1 De locatie voldoet aan de meeste uitgangspunten Uit de gehanteerde indicatoren blijkt dat de locatie op de meeste punten voldoet. De overige punten worden als inpasbaar en overkomelijk ingeschat. Dit blijkt tevens uit bijlage 1. 2
2.2 De locatie is vanuit meerdere modaliteiten goed te ontsluiten Gezien de ligging tussen de Rijksweg en bedrijventerrein de Sluisweg kan relatief eenvoudig aangehaakt worden op de bestaande wegen en fietspaden. 2.3 De locatie voldoende groot is om een kwalitatief goede inpassing te realiseren De omvang van de locatie is dermate dat deze ruimer is dan de minimale vereisten van het COA. Hierdoor bestaat ruimte om de locatie op een goede manier in te passen. Hierbij worden tevens voorzieningen ten bate van de opvang bedoeld. Deze voorzieningen dragen bij aan een humane en hoogwaardige opvang. Dit laatste zal een positieve uitwerking hebben op de asielzoekers die ter plekke verblijven. 2.4
De locatie biedt eventueel de mogelijkheid de opvang te combineren met andere opgaves van de gemeente Op voorhand wordt ingeschat dat het COA niet het volledige terrein nodig heeft voor de opvang van asielzoekers. Dit zou ruimte bieden voor bijvoorbeeld huisvesting van andere doelgroepen waarvoor zonder de infrastructuur van en inzet op de opvang geen locatie beschikbaar is. Ook is een combinatie met andersoortige functies denkbaar. De invulling van de doelgroepen en functies dient net als de rest nader uitgewerkt te worden. 2.5 De locatie kan duurzaam ingericht worden door hergebruik van infrastructuur De locatie biedt de potentie om ontwikkeld te worden. Door deze eventuele ontwikkeling gebruik te laten maken van de infrastructuur die nu benodigd is voor de opvang, wordt duurzaam geïnvesteerd. Immers hoeven ingrepen na verloop van tijd niet teruggedraaid te worden. Duisterstraatje ong. te Overasselt
3.1 De locatie voldoet aan de meeste uitgangspunten Uit de gehanteerde indicatoren blijkt dat de locatie op de meeste punten voldoet. De overige punten worden als inpasbaar en overkomelijk ingeschat. Dit blijkt tevens uit bijlage 1.
3
3.2 De locatie voldoende groot is om een kwalitatief goede inpassing te realiseren De omvang van de locatie is dermate dat deze ruimer is dan de minimale vereisten van het COA. Hierdoor bestaat ruimte om de locatie op een goede manier in te passen. Hierbij worden tevens voorzieningen ten bate van de opvang bedoeld. Deze voorzieningen dragen bij aan een humane en hoogwaardige opvang. Dit laatste zal een positieve uitwerking hebben op de asielzoekers die ter plekke verblijven. 3.3
De locatie biedt eventueel de mogelijkheid de opvang te combineren met andere opgaves van de gemeente Op voorhand wordt ingeschat dat het COA niet het volledige terrein nodig heeft voor de opvang van asielzoekers. Dit zou ruimte bieden voor bijvoorbeeld huisvesting van andere doelgroepen waarvoor zonder de infrastructuur van en inzet op de opvang geen locatie beschikbaar is. De invulling van de doelgroepen dient net als de rest nader uitgewerkt te worden. Eindsestraat 3 te Nederasselt
4.1 Een derde locatie is op voorhand niet nodig, maar niet uit te sluiten Gezien de navolgende argumenten is de locatie geschikt. Omdat voor de opgave twee locaties volstaan, is deze derde locatie niet direct nodig. Mocht echter om welke reden dan ook een van de andere locaties onverhoopt niet tot ontwikkeling komen, is voor spreiding een andere tweede locatie benodigd. Om die reden is het wenselijk om de locatie als reserve aan te wijzen. 4.2 De locatie voldoet aan de meeste uitgangspunten Uit de gehanteerde indicatoren blijkt dat de locatie op nagenoeg alle punten voldoet. Voor het overige wordt ingeschat dat dit niet onoverkomelijk is. Dit blijkt tevens uit bijlage 1. 4.3 De locatie is vanuit meerdere modaliteiten goed te ontsluiten Gezien de ligging aan de Graafseweg kan relatief eenvoudig aangehaakt worden op de bestaande wegen en fietspaden. 4
4.4 De locatie voldoende groot is om een kwalitatief goede inpassing te realiseren De omvang van de locatie is dermate dat deze ruimer is dan de minimale vereisten van het COA. Hierdoor bestaat ruimte om de locatie op een goede manier in te passen. Hierbij worden tevens voorzieningen ten bate van de opvang bedoeld. Deze voorzieningen dragen bij aan een humane en hoogwaardige opvang. Dit laatste zal een positieve uitwerking hebben op de asielzoekers die ter plekke verblijven. Bovendien kan de ontwikkeling een versnelling betekenen voor eventuele woningbouw op deze locatie. Hierbij wordt opgemerkt dat dit een separaat traject volgt, waarbij nog geenszins is vastgesteld dat hier daadwerkelijk woningbouw wordt voorzien. 4.5 De locatie kan duurzaam ingericht worden De locatie biedt de potentie om ingericht te worden met woningen, in aansluiting op 4.4. Deze woningbouw biedt een duurzame invulling van de locatie, waardoor ingrepen na verloop van tijd niet teruggedraaid hoeven te worden. Op deze wijze wordt duurzaam geïnvesteerd. 4.6
De locatie biedt eventueel de mogelijkheid de opvang te combineren met andere opgaves van de gemeente Op voorhand wordt ingeschat dat het COA niet het volledige terrein nodig heeft voor de opvang van asielzoekers. Dit zou ruimte bieden voor bijvoorbeeld huisvesting van andere doelgroepen waarvoor zonder de infrastructuur van en inzet op de opvang geen locatie beschikbaar is. De invulling van de doelgroepen dient net als de rest nader uitgewerkt te worden. Dit sluit aan bij de onder 4.4 aangehaalde woningbouw. Ontwikkeling locaties 5.1 Invulling, ontwikkeling en realisatie dient nader onderzocht en uitgewerkt te worden De voorliggende locaties zijn in potentie als geschikt bevonden. In het planologisch kader dienen de locaties nader onderzocht te worden. Dit blijkt tevens uit de indicatoren, zie bijlage 1. Dit leidt tot een nog op te stellen inrichting i.c. ontwerp. Hierbij worden de wensen, en(on)mogelijkheden vanuit de gemeente en het COA meegenomen. 5.2 Participatie met de omgeving speelt een belangrijke rol Goede afstemming met de omgeving is bij elke ontwikkeling van belang. Het spreekt voor zich dat deze afstemming bij de ontwikkeling van een opvanglocatie van groot belang is. Hiervoor zal participatie plaatsvinden. 5.3 Bij de ontwikkeling speelt maatschappelijke (kwalitatieve) inpassing een rol Inpasbaarheid wordt bezien in een brede context.
Hierbij wordt onder meer gekeken naar de (on)mogelijkheden die een locatie biedt en de daarbij behorende groep op te vangen asielzoekers. Immers vraagt elke groep asielzoekers iets anders van een locatie en andersom. Belangrijk hierin is humane huisvesting, inzet van vrijwilligers en veiligheid. 5.4 Veiligheid is een belangrijk aandachtspunt Het staat buiten kijf dat veiligheid een punt van aandacht is. Dit blijkt tevens uit de maatschappelijke uitingen die in den lande bij dit soort ontwikkelingen te zien en horen zijn. Hiervoor worden vanuit de gemeente de ervaringen met de noodopvang in Malden meegenomen. Daarnaast moeten harde afspraken vastgelegd worden in de bestuursovereenkomst met het COA. Bovendien wordt voor elke locatie een specifiek veiligheidsplan opgesteld in samenspraak tussen gemeente en COA. 5
Kanttekeningen Twee locaties 1.1 Het betreft niet de meest efficiënte oplossing Kostentechnisch en organisatorisch is opvang op één locatie efficiënter in te richten. 1.2 Maatschappelijk bezien kunnen twee locaties niet optimaal zijn Door met meerdere locaties te werken, wordt het risico genomen dat op meerdere plekken in de gemeente maatschappelijk onrust ontstaat. Anderzijds zorgen kleinere locaties veelal voor een betere inpasbaarheid en daarmee maatschappelijke acceptatie. 1.3 In de visie van een groep inwoners wordt niet voldaan aan een evenredige spreiding Een ondergrens van 50 opvangplekken voldoet niet aan een evenredige spreiding per kern als puur naar inwoneraantallen van de kernen wordt gekeken. De Spreidingswet gaat echter uit van de spreiding per gemeente en niet per kern. 1.4 Kleinere locaties dienen voor langere tijd beschikbaar te zijn Bij kleinere locaties drukken de ontwikkelkosten meer op de exploitatie. Om een locatie exploitabel te maken dient de duur van de opvang minimaal 10 tot 15 jaar te bedragen. Hier staat tegenover dat sprake is van een duurzamere en meer structurele oplossing van het asielopvangvraagstuk. 1.5 Spreiding vraagt meer van de gemeente Hoe meer opvanglocaties hoe meer gevraagd wordt van de inzet van gemeente. Deze inzet is in eerste instantie nodig voor de ontwikkeling en begeleiding van de realisatie.
In tweede instantie is mogelijk meer inzet nodig in de begeleiding tijdens de exploitatie van de locaties. Immers dient alles tweemaal en verspreid plaats te vinden. 1.6 De opvang is niet in één keer beschikbaar Gezien de beperkte capaciteit van het gemeentelijk apparaat is gelijktijdige ontwikkeling van beide locaties uitgesloten. De locaties zullen volgordelijk uitgewerkt worden. Dit resulteert in het later beschikbaar komen van een deel van de opvangplekken. Meerpaal-Rijksweg te Heumen 2.1 De eigenaar en COA dienen tot overeenstemming te komen Momenteel bestaat geen overeenstemming tussen de eigenaar van de locatie en het COA. De verwachting is dat dit binnen afzienbare tijd wel mogelijk is. 2.2 Geluid is een mogelijk knelpunt Gezien de ligging aan de Rijksweg en naast een bedrijventerrein dient het aspect geluid goed onderzocht te worden. Een opvanglocatie voor asielzoekers dient immers gezien te worden als een woonfunctie en is daarmee een geluidgevoelig object. De verwachting is dat passende maatregelen getroffen kunnen worden. 2.3 De locatie ligt niet dicht bij of in een woonwijk Gebleken is dat een ligging in of nabij een woonwijk de mogelijkheden voor integratie bevordert. Bovendien zorgt de nabijheid van winkels, onderwijs etc. in een betere levenskwaliteit op een opvanglocatie wat op zijn beurt de veiligheid ten goede komt.
6
2.4 De locatie ligt in of tenminste tegen het Lierdal Het Lierdal is gedefinieerd als een open landschappelijk gebied met recreatief medegebruik. Hierin zijn (stedelijke) ontwikkelingen onwenselijk. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat deze locatie helemaal ingesloten ligt en daarmee geen open karakter heeft. Daarmee heeft de locatie naar alle waarschijnlijkheid slechts zeer beperkte landschappelijke waarde voor het Lierdal. Duisterstraatje ong. te Overasselt 3.1 De eigenaar en COA dienen tot overeenstemming te komen Momenteel bestaat geen overeenstemming tussen de eigenaar van de locatie en het COA. De verwachting is dat dit binnen afzienbare tijd wel mogelijk is. 3.2 De locatie ligt niet dicht bij of in een woonwijk Gebleken is dat een ligging in of nabij een woonwijk de mogelijkheden voor integratie bevordert. Bovendien zorgt de nabijheid van winkels, onderwijs etc. in een betere levenskwaliteit op een opvanglocatie wat op zijn beurt de veiligheid ten goede komt. 3.3
De locatie ligt in het buitengebied en wordt niet geschikt geacht voor een stedelijke ontwikkeling Vanuit de ladder van duurzame verstedelijking is een ontwikkeling in het buitengebied minder wenselijk dan een ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. Daarnaast past ontwikkeling van deze locatie tot woningbouw of een andere functie niet in de visie van de gemeente. Een eventuele vervolgfunctie wordt daarmee niet gezien. Gezien de tijdelijkheid van de asielopvang wordt een ontwikkeling op de locatie bestuurlijk acceptabel geacht. 3.4 Voor de locatie zijn grote infrastructurele ingrepen nodig De locatie is gelegen aan een onverharde weg. Op de locatie is geen riolering beschikbaar. Op de locatie zijn geen nutsvoorzieningen aanwezig. Al deze zaken dienen aangelegd te worden. Dit vergt investeringen van het COA en ambtelijke begeleiding. Daarnaast zorgt de aanleg voor een langere ontwikkel- en realisatieperiode. 3.5 De locatie kan minder duurzaam en toekomstgericht ingericht worden Gezien de kanttekeningen 3.3 en 3.4 is het niet aannemelijk dat voortgezet gebruik aan de orde is. Dat betekent dat aangebrachte infrastructuur na beëindiging van de opvang verwijderd zal moeten worden of dat de investeringen op zijn minst slechts voor tijdelijk gebruik zijn.
Eindsestraat 3 te Nederasselt 4.1 Het als reserve aanwijzen van de locatie kan ongerustheid bij omwonenden veroorzaken De reservepositie geeft in zekere zin onzekerheid over het wel of niet doorgaan van asielopvang op deze locatie. Gezien de volgordelijkheid van ontwikkeling van de andere locaties zal niet op korte termijn uitsluitsel volgen. Aan de andere kant is in aansluiting op argument 4.1 het transparant om de mogelijkheid op voorhand aan te geven. Ontwikkeling locaties 5.1 Het voortbestaan van de Spreidingswet is ongewis De minister van Asiel en Migratie heeft aangekondigd de Spreidingswet in te willen trekken. Het is onduidelijk of dit gaat gebeuren en indien het gebeurt wanneer dat zal zijn. Het is ongewis wat dit zou betekenen voor opvanglocaties en de inzet van het COA. 7
Uw raad heeft echter voor invoering van Spreidingswet aangegeven maatschappelijk bij te willen dragen door asielopvang mogelijk te maken. Financiën De exploitatie van een opvanglocatie is volledig de verantwoordelijkheid van het COA en is exclusief voorbehouden aan het COA. Dit heeft het ministerie van Asiel en Migratie met nadruk nogmaals onder de aandacht gebracht. In de uitwerking dient inzichtelijk gemaakt te worden welke voorbereidings- en ontwikkelkosten voor de perceeleigenaar, de gemeente of het COA zijn. De verwachting is dat de kosten voor de gemeente binnen de bestaande kaders opgevangen kunnen worden. burgemeester en wethouders
mr. J. de Graaf Gemeentesecretaris
mr. J.W.M.S. Minses Burgemeester
Bijlage: • Verkenning locaties Spreidingswet (Djumanr. 244226).
8