CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Belastingverordeningen 2026

Raad 11 december 2025, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen belastingverordeningen 20261.855 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

Raadsvergadering: Onderwerp: Wordt behandeld door:

11 december 2025 Belastingverordeningen 2026 Pepijn Baneke

Voorstel Wij stellen u voor de volgende verordeningen voor het belastingjaar 2026 vast te stellen: 1. De verordening onroerende zaakbelastingen 2026; 2. De verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026; 3. De verordening rioolheffing 2026; 4. De verordening hondenbelasting 2026; 5. De verordening marktgelden 2026; 6. De verordening lijkbezorgingsrechten 2026; 7. De legesverordening 2026. Inleiding Om in 2026 onze gemeentelijke belastingen te kunnen heffen is het van belang dat op 1 januari 2026 de belastingverordeningen zijn vastgesteld en gepubliceerd. Nu de programmabegroting 2026 is vastgesteld door uw raad, kunnen de belastingtarieven voor 2026 formeel worden vastgesteld conform de kaders en uitgangspunten van deze begroting. Op gemeentelijk belastinggebied worden geen grote beleidswijzigingen voorgesteld, zodat er slechts (enkele) redactionele aanpassingen op de verordeningen en tarieven zijn. Beoogd effect Door het vaststellen van de belastingverordeningen kunnen algemene dekkingsmiddelen worden gerealiseerd (bijvoorbeeld met de OZB), kunnen de kosten van de uitvoering van gemeentelijke taken gedekt worden (de afvalstoffen- en rioolheffing) en kunnen de kosten verhaald worden voor het gebruik van gemeentelijke diensten (bijvoorbeeld met de leges).

Argumenten Per verordening geven wij hieronder een toelichting op de wijzigingen: 1.1 Onroerende zaakbelastingen (OZB) Conform de vastgestelde programmabegroting 2026 zijn de OZB opbrengsten gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • De OZB-opbrengsten voor woningen en niet woningen (eigenaren en gebruikers), worden naast de extra opbrengst in verband met nieuwbouw, verhoogd met inflatiecorrectie (van 2,74%).

Zaak Document

: :

290079 290502

Op basis van bovengenoemde uitgangspunten komen de opbrengsten voor 2026 neer op: Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen Totaal

€ € € €

3.885.369 941.558 626.776 5.453.703

De OZB-tarieven worden vastgesteld op basis van de waardeontwikkeling van onroerende zaken ten opzichte van de waardepeildatum 1 januari 2025. Volgens de prognose van de Waarderingskamer bedraagt de gemiddelde waardestijging van woningen circa 10,5%. Dit betekent dat bij de tariefbepaling wordt uitgegaan van een waardestijging van 10,5% ten opzichte van de waardepeildatum 1 januari 2024. Voor de niet-woningen is uitgegaan van een gemiddelde waardestijging van circa 6,65%. Dit is gebaseerd op de inschatting van Munitax ten opzichte van de vorige waardepeildatum. Voor het bepalen van de hoogte van de tarieven worden de totale WOZ-waarden per categorie gecorrigeerd met: • De te verwachten waardeverminderingen naar aanleiding van bezwaar en beroep, en • De te verwachten opgeleverde nieuwbouw in 2025. Conform bovengenoemde uitgangspunten en de geraamde opbrengsten 2026 stellen wij voor de tarieven voor 2026 als volgt vast te stellen:

Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen

Tarief 2025 0,1120% 0,3757% 0,2911%

Tarief 2026 0,1043% 0,3644% 0,2824%

1.2 Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten De reinigingsheffingen bestaan uit twee belastingen: 1. Afvalstoffenheffing: een bestemmingsbelasting die aan elk huishouden wordt opgelegd voor het ophalen van het huishoudelijk afval, voor het dekken van de kosten die wij ramen voor het uitvoeren van de wettelijke taken op het gebied van het beheer van huishoudelijk afval; 2. Reinigingsrecht: een recht dat aan de bedrijven wordt opgelegd aan die bedrijven die van de gemeentelijke ophaaldienst gebruik maken wordt opgelegd, waarmee de kosten worden gedekt voor het beheer van bedrijfsafval. Voor deze beheerstaak hebben als gemeente gekozen, dit is geen wettelijk taak. Uitgangspunt bij de tariefstelling afvalstoffenheffing en reinigingsrecht is 100% kostendekking. Voorgesteld wordt om onderstaande tarieven vast te stellen, zoals die zijn opgenomen in de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting 2026: • Afvalstoffenheffing, eenpersoonshuishouden: € 169,05 (tarief 2025: € 157,15); • Afvalstoffenheffing, meerpersoonshuishouden: € 241,50 (tarief 2025: € 224,50); • Reinigingsrecht: € 241,50 (tarief 2025: € 224,50) • Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht, hele bruine huisvuilzak: € 1,16 (tarief 2025: € 1,16); 2

• •

Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht, halve bruine huisvuilzak: € 0,75 (tarief 2025: € 0,75); Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht, het gescheiden aanleveren van grof afval: € 0,26 (tarief 2025: € 0,22) (op 26-08-2025 vastgesteld in het regionaal Grondstoffenberaad (aandeelhoudende gemeenten Dar)).

De stijging van de kosten van de afvalstoffenheffing is deels toe te rekenen aan de prijsindex die Dar berekent over de dienstverlening en de inzet van de egalisatievoorziening. De kosten van de dienstverlening van Dar zijn voor 2026 geïndexeerd met 5,78%. Daarnaast is vorig jaar de voorziening ingezet om de heffing minder snel te laten stijgen. Er is voor 2026 minder geld in de voorziening dat kan worden ingezet voor egalisatie van de afvalstoffenheffing, met als gevolg dat de heffing meer stijgt dan de genoemde indexering. De stijging voor de afvalstoffenheffing bedraagt daarom 7,5%. 1.3 Rioolheffing Op 6 oktober 2022 is het Gemeentelijk rioleringsplan 2023-2027 (GRP) door uw raad vastgesteld. Op basis van het kostendekkingsplan is het tarief van de rioolheffing voor de komende jaren berekend en aan u voorgelegd. Uitgangspunt van het GRP is om het tarief per perceel gedurende de planperiode van 2023-2027 jaarlijks met € 3,50 te verhogen. Deze stijging is nodig om in de toekomst de verwachte vervangingspiek op te vangen zodat verwachte inkomsten en uitgaven in balans zijn op de lange termijn. Ook bij de rioolheffing geldt het uitgangspunt van 100% kostendekking.

In lijn met het vastgestelde GRP én met het tarief dat is opgenomen in de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting 2026, stellen wij voor om voor 2026 het tarief per perceel vast te stellen op € 173,85 (tarief 2025: € 170,35). 1.4 Hondenbelasting Conform de door uw raad vastgestelde programmabegroting 2026 wordt de opbrengst van de hondenbelasting met de inflatiecorrectie van 2,74% verhoogd. Voorgesteld wordt om de volgende tarieven vast te stellen voor het houden van een hond € 102,30 (2025: € 99,55) en van een kennel € 439,90 (2025: € 428,15). 1.5 Marktgelden De tarieven voor de heffing van marktgelden zijn (conform programmabegroting 2026) verhoogd met het de inflatiecorrectie van 2,74%. Voorgesteld wordt om tarieven voor een standplaats op de weekmarkt in Malden met ingang van 2026 te verhogen naar: • Voor een half jaar: € 33,80 per strekkende meter (2025: € 32,90) met een minimum van € 168,74 (2025: € 164,30) • Voor een kalenderjaar: € 58,40 per strekkende meter (2025: € 56,85), met een minimum van € 292,13 (2025: € 284,45) 1.6 Lijkbezorgingsrechten Voor de algemene begraafplaats Malden zijn voor alle (begraafplaats-)producten kostprijsberekeningen gemaakt. Uitgangspunt van de lijkbezorgingsrechten is ook 100% kostendekking. De afgelopen jaren zijn de tarieven echter niet volledig meegestegen met de berekende kostprijzen.

Hierdoor is een verschil ontstaan tussen de werkelijke kostprijs en het gehanteerde tarief. Om deze 3

verschillen te herstellen, wordt voorgesteld de tarieven aan te passen aan de actuele kostprijsberekeningen. Dit leidt tot een stijging van de tarieven met 5% tot 15%, afhankelijk van het specifieke product. Voor de tarieven van kindgraven wordt voorgesteld deze correctie gefaseerd door te voeren over twee jaar, om een te sterke stijging hierop in één keer te voorkomen. De voorgestelde tarieven hebben wij opgenomen in bijgaande verordening. 1.7

Legesverordening

Hoofdstuk 1 De legestarieven zijn conform de begrotingsrichtlijn verhoogd met 2,74%. Drie uitzonderingen hierop uit hoofdstuk 1 betreffen enkele specifieke tarieven uit de tarieventabel, de tarieven die zijn aangepast voor de gehandicaptenparkeerkaart (GPK) en de artikelen waarbij wordt geheven naar een daaraan besteed kwartier. Alle tarieven zijn naar beneden afgerond op € 0,05 om afrondingsverschillen te voorkomen. Voorgesteld wordt in te stemmen met onderstaande wijzigingen uit hoofdstuk 1 van de legesverordening. Voor tarieven waarvoor een wettelijk maximumtarief geldt, is geen verhoging toegepast, of slechts voor zover het wettelijk maximum is aangepast. Dit betreft met name de leges voor reisdocumenten en rijbewijzen. Daarnaast is een aanpassing doorgevoerd in het type aanvragen en de daarmee gemoeide kosten voor de verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK), zoals opgenomen in het B&W-advies van 28 oktober 2025 inzake gehandicaptenparkeerkaarten. Voorheen werd bij iedere aanvraag een vast tarief van € 40,30 in rekening gebracht. In de nieuwe opzet worden de kosten gedifferentieerd naar het type aanvraag en de noodzaak van een medisch advies. Hiermee wordt beter aangesloten bij de werkelijke kosten die de gemeente maakt voor de uitvoering van de aanvraagprocedure.

Wij stellen u voor om de nieuwe type aanvragen en bijbehorende tarieven met ingang van 1 januari 2026 als volgt vast te stellen: • • •

bij een eerste aanvraag, inclusief medisch advies: € 273,50 per aanvrager; bij een verlenging of vervanging, inclusief medisch advies: € 273,50 per aanvrager; bij een verlenging of vervanging, zonder medisch advies: € 101,00 per aanvrager.

De artikelen 1.18.1, 1.21.3,1.26.1 worden geheven naar een daaraan besteed kwartier. De basis van dit tarief is het berekende uurtarief van 2026 á € 100,00. Het tarief dat in deze artikelen wordt gehanteerd is ¼ van het berekende uurtarief en komt uit op € 25,00. Hoofdstuk 2 Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 is afgesproken om hoofdstuk 2 van de tarieventabel in lijn te houden met de gemeenten Beuningen en Berg en Dal. Naar aanleiding van het jaarlijkse overleg met gemeenten en ODRN zijn er vanuit ODRN enkele voorstellen gedaan om de tarieventabel beter aan te laten sluiten op de dagelijkse praktijk. In te stemmen met het vervallen van het termijn voor gedeeltelijke teruggaaf bij intrekking van een aanvraag. Momenteel wordt 50% van de leges teruggegeven indien een aanvraag binnen acht weken 4

wordt ingetrokken. In het kader van vereenvoudiging en efficiëntie wordt voorgesteld deze termijn te laten vervallen, zodat in alle gevallen bij intrekking 50% van de leges wordt teruggegeven, ongeacht het tijdstip van intrekking. In te stemmen met de toevoeging van een nieuw lid aan artikel 2.6 van de tarieventabel (nieuw lid 5). Het gaat daarom niet om een nieuw legesproduct, maar om een verduidelijking van dit product. De oude binnenplanse afwijking viel vanaf 1 januari 2024 onder de vangnetregeling uit 2.34. Met de nu voorgestelde wijziging maken we de legesregel expliciet. Net als onder de Wabo-periode wordt een klein bedrag aan leges gevraagd als deze vergunningsplichtige activiteit aan de orde is. In te stemmen met het van toepassing verklaren van de teruggaafbepalingen op aanvragen voor de voorfase (vooroverleg). De huidige tarieventabel voorziet niet in een teruggaaf bij aanvragen voor een vooroverleg. Uit de praktijk (onder andere bij de ODRN) blijkt echter dat er situaties zijn waarin een aanvraag wordt ingetrokken of niet wordt doorgezet. Daarom wordt voorgesteld om de bestaande teruggaafregeling, die nu geldt voor reguliere aanvragen omgevingsvergunning, ook van toepassing te verklaren op aanvragen in de voorfase. Vrijstellingen Voorgesteld wordt om met de volgende wijzigingen in te stemmen binnen de vrijstellingen.

In het kader van vereenvoudiging worden twee vrijstellingen samengevoegd: vrijstelling c en d uit de huidige tarieventabel. Beide vrijstellingen hebben betrekking op verschillende artikelen, maar gelden voor dezelfde belanghebbende. Er is een nieuwe vrijstelling toegevoegd (vrijstelling d). Hierin word expliciet opgenomen dat buurtfeesten die vallen onder kleinschalig evenement zoals beschreven in artikel 3.6.c vrijstelling krijgen. Daarnaast wordt vrijstelling f uitgebreid, zodat meer particuliere verduurzamingsprojecten onder de vrijstelling vallen. burgemeester en wethouders

mr. J. de Graaf Gemeentesecretaris

mr. J.W.M.S. Minses Burgemeester

Bijlagen: • Raadsbesluit belastingverordeningen 2026 • De verordening onroerende zaakbelastingen 2026 • De verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026 • De verordening rioolheffing 2026 • De verordening hondenbelasting 2026 • De verordening marktgelden 2026 • De verordening lijkbezorgingsrechten 2026 • De legesverordening 2026 en bijlagen • De exceptieve toets OZB en afvalstoffenheffing 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16221232/1