Raadsvoorstel Zienswijze Wijzigingsbesluit Regeling BVO DRAN
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Raadsvergadering: Onderwerp: Wordt behandeld door:
1 februari 2024 Zienswijze Wijzigingsbesluit Regeling BVO DRAN Rob Engels
Voorstel 1. Kennis te nemen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (BVO DRAN); 2. Geen zienswijze in te dienen op het ontwerp wijzigingsbesluit Regeling BVO DRAN en dit kenbaar te maken aan het bestuur van de BVO DRAN. Inleiding Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: de Wgr) gewijzigd. De Wgr maakt (publiekrechtelijke) samenwerking mogelijk tussen provincies, gemeenten en waterschappen. De wijzigingen brengen met zich mee dat volksvertegenwoordigers, zoals gemeenteraadsleden, meer invloed op de besluitvorming van dit soort samenwerkingen krijgen en ze die beter kunnen controleren. De wijzigingen in de Wgr hebben gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling BVO DRAN. De BVO DRAN is beleidsarm, waardoor de impact van de wetswijzigingen en de keuzeruimte klein is. De BVO DRAN is een zogenoemde bedrijfsvoeringorganisatie (BVO) en is van kracht per 14 april 2016. Een BVO is een rechtspersoonlijkheid heeft een enkelvoudig bestuur, gericht op taakuitvoering zonder beleidsinhoudelijke keuzebevoegdheden (want die liggen bij gemeenten). Deze samenwerkingsvorm heeft een begrotings- en jaarrekeningcyclus. In bijlage 3 treft u de meest recente Regeling BVO DRAN, zoals deze gepubliceerd staat op Overheid.nl.
In bijlage 1 vindt u het ontwerp wijzigingsbesluit, met daarin ook een was/wordt lijst opgenomen en in bijlage 2 de regeling zoals deze wordt als er daadwerkelijk ingestemd wordt met de voorgestelde wijzigingen. Beoogd effect De Gemeenschappelijke regeling BVO DRAN aanpassen, zodat deze voldoet aan de nieuwe geldende wet- en regelgeving (waarbij het doel is de democratische legitimiteit te vergroten) en de huidige situatie. Argumenten 1.1 Met de wijzigingen sluit de gemeenschappelijke regeling aan op de huidige situatie In de regeling werd nog uitgegaan van een samenwerkingsovereenkomst met de Provincie over het aanvullende openbaar vervoer. Deze overeenkomst is niet meer van kracht en als zodanig niet meer opgenomen in de regeling. 1.2 Met de wijzigingen wordt voldaan aan nieuwe geldende wet- en regelgeving. In de Regeling is nu expliciet opgenomen dat de raad om zienswijze wordt gevraagd voor zover dit wettelijk is voorgeschreven. Artikel 9 lid 1 van de Wgr vereist dat een regeling bepalingen bevat over wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding. Zaak Document
: :
190273 190299
Waaronder de bepalingen over de gevolgen voor het vermogen van de bedrijfsvoeringsorganisatie, met inachtneming van artikel 1 van de Wgr. Alle aanpassingen zijn verwerkt in de artikelen 25 t/m 28. Ook is artikel 29 toegevoegd op basis van het feit dat er in de Regeling bepalingen opgenomen moeten worden over het wel of niet toepassen van een evaluatie van de Regeling. Artikel 10, lid 11a van de Wgr eist dat in de regeling bepalingen worden opgenomen over participatiemogelijkheden. Aangezien participatie hierbij gericht is op beleid en de BVO een beleidsarme regeling betreft is in de regeling enkel opgenomen welke mogelijkheden er zijn voor belanghebbende als het gaat om rechtstreekse inspraak op de taken van de BVO. 1.3 Met de wijzigingen wordt de regeling vereenvoudigd. Er zijn artikelen komen te vervallen omdat deze al in de Wgr zijn beschreven en daarom niet opgenomen hoeven te worden in de Regeling. 2.1 Wijzigen van de GR BVO DRAN is een bevoegdheid van het college met betrokkenheid van de raad. Op grond van artikel 25 van de Gemeenschappelijke Regeling is unanimiteit door de deelnemers vereist bij wijziging van de regeling. De deelnemers zijn de deelnemende colleges. Dit betekent dat de betreffende colleges bij unanimiteit tot de wijziging moeten besluiten. Dit kunnen zij echter pas nadat de raad is betrokken.
De raad heeft de mogelijkheid om binnen 8 weken na ontvangst van het ontwerp een zienswijze naar voren te brengen. U wordt voorgesteld om geen zienswijze in te dienen. Nadat alle gemeenten het proces van het al dan niet indienen van een zienswijze hebben doorlopen, zal het college op een later moment aan de raad een voorstel doen om toestemming te vragen voor de wijziging van de Regeling BVO DRAN. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Kanttekeningen en risico’s 2.1 Wijzigen van de GR BVO DRAN is een bevoegdheid van het college met betrokkenheid van de raad. De hiervoor genoemde besluitvorming zal in alle colleges en raden van de deelnemende gemeenten doorlopen moeten worden. Als een of meerdere gemeenten een zienswijze(n) indienen, zal in het definitieve voorstel waarin om toestemming wordt gevraagd ook de ingediende zienswijze(n) worden verwerkt of uitgelegd waarom een zienswijze geheel of deels niet wordt overgenomen. Financiën Dit raadsvoorstel heeft geen financiële consequenties. Vervolg Planning: 8 januari 2024 deadline ontvangst reactie colleges aan de BVO DRAN waarin aangegeven wordt of er een zienswijze is ingediend door de raad. 11 maart 2024 verzending definitieve wijzigingsbesluit door BVO DRAN aan colleges met verzoek tot instemming met toestemming van de raden.
21 juni 2024 deadline ontvangst besluit door BVO DRAN instemming nieuwe regeling door het college met toestemming van de raad i.v.m. publicatie nieuwe regeling voor 1 juli 2024. 2
burgemeester en wethouders
mr. J. de Graaf Gemeentesecretaris
mr. J.W.M.S. Minses Burgemeester
Bijlagen 1. Ontwerp wijzigingsbesluit (djuma documentnr. 190274) 2. Gewijzigde regeling BVO DRAN (djuma documentnr. 190277) 3. Huidige regeling BVO DRAN (djuma documentnr. 190278)
3