Raadsvoorstel Regioplan Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Raadsvergadering: Onderwerp: Wordt behandeld door:
1 juli 2021 Regioplan Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Ans Stunnenberg
Voorstel 1. Akkoord te gaan met de volgende afspraken over de regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang: A. Beschermd Wonen op het niveau van de regio Nijmegen en Rivierenland te blijven organiseren. B. Beschermd Thuis in een ontwikkelpad van 7-10 jaar steeds meer lokaal of subregionaal vorm te geven. C. De regionale samenwerking te organiseren via een Centrumregeling en een Dienstverleningsovereenkomst. Dit houdt in dat we: - Vastleggen welke taken en verantwoordelijkheden we met alle gemeenten in de regio Nijmegen en Rivierenland op het gebied van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Ontwikkeling centraal uit gaan voeren. - De gemeente Nijmegen aanwijzen als centrumgemeente voor de uitvoeringstaken van Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang. - Gezamenlijk een meerjarig inkoopplan en een meerjarige regiobegroting opstellen. - Afspraken vastleggen over hoe we omgaan met tekorten en overschotten. D. De kosten voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang vast te stellen op basis van beschikbaarheid (dus niet op basis van daadwerkelijk gebruik) en daarbij: - De verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage vast te stellen op basis van het ‘aanvullend’ Wmo-budget per regiogemeente. - De financiële bijdrage jaarlijks vooraf vast te stellen met correctie/vaststelling bij de jaarafsluiting. 2.
Toestemming te geven tot het aangaan van de gemeenschappelijke regeling Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Nijmegen en Rivierenland. 3. Het Regioplan Beschermd Wonen, regio Nijmegen en Rivierenland vast te stellen. Inleiding Het beleid over Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke Opvang (MO) 1 verandert. Vanaf 1 januari 2022 decentraliseert het rijk de taak BW van de centrumgemeenten naar alle gemeenten. In 2017 besloten de gemeenten in de regio Nijmegen en Rivierenland al dat we blijven samenwerken om BW uit te voeren. De punten die we daarbij belangrijk vinden, staan in het beleidsplan ‘Samen Dichtbij’. Deze uitgangspunten hebben we nu verder uitgewerkt tot afspraken in een regioplan (bijlage). We vragen de raad om in te stemmen met deze afspraken. Een korte terugblik: ‘Samen Dichtbij’ Om ons voor te bereiden op de decentralisatie hebben we samen met de andere gemeenten uit de regio in 2017 het beleidsplan ‘Samen Dichtbij’ opgesteld. Beschermd Wonen is een woonvorm voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA). Maatschappelijke Opvang is de opvang van dak- en thuislozen. 1
Zaak Document
: :
75537 75577
De kern van het beleidsplan is dat we de zorg waar mogelijk meer lokaal organiseren. In de dorpen en wijken en bij mensen thuis. Dit doen we omdat we inclusie belangrijk vinden, ook voor deze doelgroep. En omdat dit beter is voor het herstel van inwoners die zorg krijgen. Met dit beleid sluiten we aan bij het advies van de commissie Dannenberg uit 2015 ‘Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis’. In het regionale beleidsplan ‘Samen Dichtbij’ staan 25 voorstellen op het gebied van wonen, zorg, werk, participatie en inkomen. Een aantal daarvan gaat over Beschermd Wonen: - Ook in de toekomsten blijven de betrokken regiogemeenten op het schaalniveau van GelderlandZuid samenwerken. - De centrumlocaties voor opvangvoorzieningen in Tiel en Nijmegen blijven behouden, maar we breiden ze niet uit. De tussenvoorzieningen bereiden we in beide regio’s wel uit. - We richten één centrale toegang voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang in. - We stimuleren het ambulanter maken van de zorg (meer uitstroom uit verblijf, meer zorg thuis). Het doel is een opbouw van ambulante zorg van 30% in 2022 tot 50% in 2032. Het uitgangspunt is en blijft dat iedereen die intramurale zorg nodig heeft, dat ook krijgt. Een aantal voorstellen uit het beleidsplan Samen Dichtbij moesten we nog verder uitwerken. Deze uitwerking staat nu in het regioplan. Eerdere besluiten Datum
Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer)
30-11-2017
Beleidsplan GGZ Beschermd Wonen & Maatschappelijke Opvang 2018-2020 ‘Samen Dichtbij’ (regio Nijmegen en Rivierenland), raadsbesluit
Beoogd effect Een woonomgeving voor inwoners met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA). Waarin we aandacht hebben voor veiligheid, bescherming, stabilisatie en herstel. Argumenten 1.A Regionaal organiseren garandeert schaalvoordelen Het organiseren van BW kost relatief veel geld. Dit komt vooral omdat er veel zeer specialistische kennis nodig is. De doelgroep heeft verschillende soorten psychiatrische problemen. Hierdoor hebben ze behoefte aan verschillende soorten ondersteuning. Door groepen met dezelfde beperkingen bij elkaar te laten wonen, blijft de zorg betaalbaar. Dit kan een kleinere gemeente niet organiseren. Hiervoor is de doelgroep per gemeente te klein en te verschillend. Alleen door samen te werken, kunnen we de bestaande zorg en ondersteuning blijven aanbieden. Dit sluit ook aan bij de wens van cliënten die nu beschermd wonen. 1.B We willen dat onze inwoners kunnen werken aan herstel in de eigen omgeving
2
Dat kan met het product Beschermd Thuis, dit is een soort beschermd wonen. Hiermee woont een inwoner zelfstandig. En is zorg en ondersteuning van een aanbieder op afroep beschikbaar. Na Beschermd Thuis kan een inwoner makkelijker de stap naar zelfstandig wonen zetten. Er is op dit moment minder aanbod van Beschermd Thuis dan we zouden willen. Deze vorm van ondersteuning biedt wel kansen om op lokaal niveau te organiseren. Bijvoorbeeld met kleinschalige woonprojecten. Het organiseren hiervan kost tijd. Daarom nemen we hiervoor 7 tot 10 jaar waarin gemeenten lokaal verantwoordelijk worden voor de inrichting en uitvoering van Beschermd Thuis. 1.C.1 De samenwerkingsvorm via een centrumregeling is passend De regeling is passend om 2 redenen: 1. We sluiten daarmee aan bij het uitgangspunt uit het regionale beleidsplan ‘Samen Dichtbij’. Daarin spraken we af dat we voor de zo lichte mogelijke vorm van bestuurlijke samenwerking kiezen. In het geval van de centrumregeling hoeven we namelijk geen nieuwe organisatie op te zetten. Het ene bestuursorgaan mandateert taken aan een bestuursorgaan van een andere gemeente. Een gemeenten draagt de verantwoordelijkheid niet over. Daarmee is deze regeling eenvoudig en relatief makkelijk te organiseren. De mandaatregeling hiervoor wordt na de zomer aan ons college voorgelegd. 2.
Een centrumregeling is een juridische vorm die goed bij een netwerksamenwerking past. Hierin regelen we de wederzijdse rechten en plichten tussen alle deelnemende gemeenten. In bijlage A (einde beslisnota) leest u een korte weergave aan van de verschillende juridische vormen. De centrumregeling draagt bij aan efficiency. Er zijn geen extra bestuurslagen en zware of onnodige administratieve lasten. Het geld kunnen we daardoor zoveel mogelijk besteden aan de zorg. Daarnaast biedt deze samenwerkingsvorm voldoende instrumenten waardoor gemeenten kunnen meedenken en -sturen. Hiermee regelen we de democratische legitimatie op een goede manier. De centrumregeling vindt u in de bijlagen. 1.C.2 Een dienstverleningsovereenkomst sluit aan bij de opdracht tot uitvoering van centrale taken In de centrumregeling mandateren de regiogemeenten de uitvoeringstaken aan centrumgemeente Nijmegen. In een dienstverleningsovereenkomst maken we nadere afspraken over de precieze taken die de centrumgemeente krijgt en mandateren we deze. Dit zijn taken die bedrijfsvoering raken. Beide documenten zijn nodig om de juiste samenwerkingsafspraken vast te leggen. De dienstverleningsovereenkomst is een uitvoeringsverantwoordelijkheid van ons college. Deze is nog niet klaar. Na de zomer van 2021 zullen wij hierover een besluit nemen.
1.C.3 Bij een regionaal voorzieningenniveau past een structuur van centraal organiseren De keuze om samen te werken op regionaal voorzieningenniveau bepaalt het niveau van de organisatie van deze taken. Bij een regionaal voorzieningenniveau past een structuur van centraal organiseren. Dit sluit ook aan bij de behoefte van onze cliënten en aanbieders. Cliënten willen stabiliteit in het zorglandschap. Aanbieders werken bij voorkeur met één centraal aanspreekpunt. Deze manier van werken is het meest efficiënt, ook voor de gemeenten zelf. 1.C.4 Gemeente Nijmegen voert de taken op dit moment al uit en heeft kennis en expertise opgebouwd Het ligt voor de hand om Nijmegen als centrumgemeente aan te wijzen. We houden en gebruiken hierdoor de bestaande kennis en structuur. 3
1.C.5 Om een wettelijke taak over te dragen aan een andere gemeente is een mandaat nodig Dit betekent dat alle gemeenten in de regio toestaan dat gemeente Nijmegen namens hen uitvoert. Dit is nodig om snel besluiten te kunnen nemen. 1.C.6 Gemeenten blijven door een meerjarig inkoopplan en een meerjarige regiobegroting betrokken. En houden zo samen grip op de kosten Gemeenten bepalen hiermee gezamenlijk wat het voorzieningenniveau in de regio Nijmegen en Rivierenland moet zijn. En wat dit gaat kosten. De gemeenten zijn samen verantwoordelijk voor de kwaliteit en de betaalbaarheid van de ondersteuning. Daarom maken we een meerjarig inkoopplan en een regiobegroting. Zo houden we overzicht op het soort voorzieningen die nodig zijn. En op de kosten daarvan. Ook geeft de regiobegroting de samenhang aan met andere thema’s zoals MO. Daarnaast staan in de regiobegroting de kosten die de centrumgemeente maakt voor het uitvoeren van de centrale taken, de centrale toegang en MO. Deze onderdelen kunnen we niet los zien van het totaal. Net als de keuzes die een individuele gemeente maakt in het ontwikkelpad. Dit heeft effect op de kosten en de bijdrages voor alle regiogemeenten. En ook op het meerjarenperspectief. Door een regiobegroting te gebruiken, weten we ook welke financiële bijdrage we jaarlijks vooraf moeten vaststellen.
1.D.1 Door te financieren op basis van beschikbaarheid, verkleinen we samen de financiële risico’s Beschermd Wonen is een kostbaar en risicovol product. Het kent een onvoorspelbaar en grillig kostenpatronen dat over de jaren heen zichtbaar wordt. In het ene jaar stroomt er niemand vanuit de eigen gemeente in BW, Het volgende jaar zijn dat er 10. Daarnaast is niet altijd te achterhalen waar een cliënt vandaan komt en welke gemeente financieel verantwoordelijk is. Als we samen de beschikbaarheid betalen, verdelen we de risico’s. Op die manier is ook voor elke gemeente vooraf duidelijk wat de kosten zijn. 1.D.2 Het is een eerlijke verdeling zonder voordeel of nadeel Vanaf 2023 ontvangen gemeenten aanvullende middelen voor de uitvoering van BW. Deze komen bovenop het bestaande Wmo budget van een gemeente. Een nieuw verdeelmodel van het rijk bepaalt de hoogte van dit budget. Dit model is objectief. Dat wil zeggen dat de kenmerken van een gemeente de hoogte van het budget bepalen. Om het totaal van de bijdrage te bepalen kijkt de regio alleen naar die aanvullende middelen die gemeenten ontvangen. Het nieuwe Wmo budget (2023) minus het oude Wmo budget (2022) is het deel dat we gebruiken voor BW. We gebruiken wel eerst de volledige integratie-uitkering BW die de gemeente Nijmegen ontvangt. Het restant dat dan nog nodig is vullen de gemeenten aan.
1.D.3 De verdeling van de kosten is zo realistisch mogelijk De decentralisatie vindt in stappen plaats in 10 jaar tijd. In het eerste jaar ontvangt Nijmegen nog een groot deel van de centrumgemeentemiddelen. Dit bouwt het rijk in stappen af. Daar staat tegenover dat het rijk het gemeentelijke budget voor deze taken in die jaren opbouwt. Het geld voor BW verschuift dus in 10 jaar van de centrumgemeente naar de individuele gemeenten in een regio. Het totale budget daalt hierbij. In een staafdiagram ziet dit er zo uit:
4
Historisch= centrumgemeente, Objectief = individuele gemeenten Het ontwikkelpad voor het schaalniveau van de voorzieningen BW in de centrumregio Nijmegen en Rivierenland loopt hier in gelijk. Dit stellen we vast op zo’n 7-10 jaar. 1.D.4 De centrumgemeente middelen BW blijven beschikbaar voor de BW-taken We stellen de verdeelsleutel vast voor het samenbrengen van de totale kosten minus de centrumgemeentemiddelen. Om het aanbod te betalen gebruiken we dus eerst de integratie uitkering BW van de centrumgemeente. Als er dan nog meer kosten zijn, betalen de gemeenten die uit hun lokale budget. We dragen de tekorten gezamenlijk. En regiogemeenten krijgen overschotten naar evenredigheid terug. 1.D.5 Het geeft financiële duidelijkheid voor alle gemeenten Alle gemeenten willen vóór het volgende jaar weten welk budget ze nodig hebben. En wat er beschikbaar is. Dat betekent dat we het budget en de bijdrages elk jaar vooraf vaststellen. De definitieve vaststelling en eventuele correctie komen na de jaarafsluiting. Dit gebeurt nadat Nijmegen alle productieverantwoordingen heeft ontvangen. 1.D.6 Het is niet wenselijk dat de centrumgemeente voorfinanciert De kosten zijn te hoog om door één gemeente vooruit te betalen.
2. De raad moet instemmen met het aangaan van een centrumregeling Het college is bevoegd om een gemeenschappelijke regeling aan te gaan. Hiervoor moet zij wel de raad om toestemming vragen. Dit regelt artikel 1, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De raad kan alleen besluiten de toestemming niet te geven als de regeling in strijd is met het recht of het algemeen belang. 3. Het regioplan is de publieksvriendelijke samenvatting van de regionale samenwerking We moeten duidelijk maken aan aanbieders en inwoners hoe wij BW&MO organiseren in onze regio. Ook het ministerie verwacht van elke regio een plan van aanpak. Het regioplan beschrijft samen met het beleidsplan Samen Dichtbij hoe de gemeenten in onze regio dat doen.
5
Tegenargumenten en risico’s 1.B.1 Er is nog veel nodig om beschermd thuis lokaal te laten slagen Zo moeten aanbieders hun organisatie erop afstemmen. Medewerkers moeten als een cliënt erom vraagt, snel bij de cliënt thuis zorg kunnen bieden. Daarnaast moet er in een gemeente voldoende zinvolle dagbesteding mogelijk zijn. Op dit moment zijn hiervoor nog te weinig mogelijkheden. Tot slot moeten gemeenten de wijken en buurten ook voorbereiden. Dit betekent dat we voldoende ggz kennis in de sociale teams moeten hebben. En dat we inwoners voorbereiden op een inclusieve samenleving. Hierdoor kan het zijn dat het niet iedere gemeente lukt om Beschermd Thuis te organiseren. Gemeenten kunnen er dan wel voor kiezen om dit samen te doen. 1.B.2 Het realiseren van Beschermd Thuis vraagt om voldoende woonplekken Die zijn er nu niet. Alleen met voldoende woonplekken kunnen we het ‘zelfstandig wonen in de wijk (met steun)’ waarmaken. We proberen wel voor meer woonplekken te zorgen door samen te werken met wooncorporaties en aanbieders. In Nijmegen maakten we hierover afspraken in het convenant ‘Weer Thuis’ uit 2019. De gemeenten uit Rivierenland maakten hierover vergelijkbare afspraken met de uitvoeringsorganisatie Regio Rivierenland. 1.D.1 De lokale begroting is afhankelijk van de afspraken in de regionale samenwerking We zijn samen verantwoordelijk voor budgetbeheer.
Dit doen we op basis van een meerjarig inkoopplan. De bijdrage per gemeente maakt hier onderdeel van uit. En is gerelateerd aan het ‘aanvullend’ Wmo budget van de gemeenten. Deze afhankelijkheid van de regionale begroting vormt een risico voor de lokale begroting. We kunnen dit risico verminderen door bijvoorbeeld een reserve beschermd wonen in te stellen. 1.D.2 Er is nog onzekerheid over de beschikbare budgetten vanaf 2023 Er zijn op dit moment veel onzekerheden. Hierdoor kunnen we het budget voor de regionale begrotingen vanaf 2023 nog niet vaststellen. Dat heeft onder andere te maken met de Wlz uitname2. Dit proces moet het Centrum Indicatiestelling (CIZ) halverwege 2021 afronden. Ook is het nieuwe verdeelmodel nog niet vastgesteld. We kijken al wel met elkaar of het mogelijk is de onderdelen BW en BT te splitsen. BW blijft dan het ‘standaard’ regionale budget en BT wordt dan onderdeel van het ontwikkelpad. 1.D.3 De overdracht van BT van regionaal naar lokaal heeft gevolgen voor de regionale begroting We organiseren BT eerst regionaal. Gedurende het ontwikkelpad bepalen gemeenten zelf hoe snel en hoever ze gaan met de lokale inrichting en uitvoering ervan. Om BT lokaal te organiseren, gebruiken gemeenten geld dat anders naar het regionale budget gaat. Dat heeft gevolgen voor hoeveel geld alle gemeenten moeten inleggen.
En dat heeft weer gevolgen voor de regionale voorzieningen. We moeten deze ontwikkeling dus goed afstemmen met elkaar. We maken daar in de regio dan ook goede afspraken over. Financiële gevolgen Vanaf 2023 ontvangt de gemeente op de middelen voor de Wmo een aanvulling voor de uitvoering van BW. We weten nog niet hoe hoog dat bedrag is. Als het rijk het verdeelmodel bekend maakt, 2 Wlz, Wet Langdurige Zorg. Een deel van de huidige cliënten heeft levenslang ondersteuning nodig. Zij komen
daarom in aanmerking van de Wlz. Aanbieders werken samen met het Centrum Indicatiestelling aan deze overgang. Het rijk hevelt hiervoor geld over van de gemeenten naar het Zorgkantoor. Hoe groot dit bedrag is, weten we nog niet. Dit betekent in ieder geval minder budget. Maar ook minder kosten voor deze cliënten.
6
komt er ook een rekeninstrument. Hiermee kunnen we bepalen welk bedrag we extra krijgen. Dat is het bedrag wat beschikbaar is voor de uitvoering van BW. Op basis van de verdeelsleutel dragen gemeente daarna bij wat nodig is om de regionale voorzieningen in stand te houden. Net als de bijdrage aan de uitvoeringskosten voor de centrumgemeente. Alle bijdragen staan in de regionale begroting die we jaarlijks vaststellen. Afspraken hierover leggen we vast in de dienstverleningsovereenkomst. Naast de lokale (financiële) bijdrage, levert iedere gemeente ambtelijke uren voor de regionale samenwerking. We verwachten dat we in de eerste 4-5 jaar geen tekorten hebben op BW. We kunnen dan alle kosten betalen uit de centrumgemeentemiddelen en de lokale bijdragen. Daarna verwachten we een tekort. Wat de budgetten de komende jaren precies zijn weten we pas zeker als het definitieve verdeelmodel er is. Door de openstelling van der Wlz weten we nog niet wat het kostenniveau is van BW vanaf 2023. Zodra hier duidelijkheid over is stellen we een regionale begroting op. In bijlage B staan 2 financiële overzichten. Hiermee geven wij u een beeld van welke inkomsten we verwachten. Om een idee te krijgen van de uitgaven, laten we ook de kosten zien van BW in 2020. Inwonersparticipatie Cliënten en vertegenwoordigers van cliënten dachten mee bij het opstellen van het regioplan.
Het regioplan is geagendeerd op 28 april bij de vergadering van de BAR. Hierin legden we uit welke afspraken we maken in het regioplan. De BAR heeft hier positief op geadviseerd met enkele vragen en aandachtspunten die grotendeels hun plek krijgen in de ambtelijke uitwerking van het regioplan. Zo zullen we aansturen op de gevraagde evaluatie van het beleidsplan Samen Dichtbij, en is er reeds geborgd dat de centrale toegang na een jaar geëvalueerd wordt, waarbij we kunnen constateren of de laagdrempelige hulp en toegang inderdaad geborgd is gebleven. De openstaande vragen zijn beantwoord in de reactie aan de BAR d.d. 18-05-2021.
Uitvoering of Vervolgstappen Nadat u toestemming heeft gegeven kan het college overgaan tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling. De gemeente Nijmegen maakt deze regeling dan bekend. Ondertussen werken we de dienstverleningsovereenkomst verder uit. Na de zomer van 2021 vragen we de colleges om hiermee in te stemmen. Dit geldt ook voor het mandaatbesluit.
burgemeester en wethouders
Dirk van Eeten Gemeentesecretaris
Marriët Mittendorff Burgemeester 7
Bijlagen A. Juridische onderbouwing samenwerkingsvormen B. Overzicht integratie uitkering BW + kosten BW en MO 2020 1. Regioplan Beschermd Wonen Regio Nijmegen en Rivierenland 2. Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Nijmegen en Rivierenland 3. ‘Praatplaat’ 4. Advies van de BAR 5. Reactie op het advies van de BAR
Bijlage A Korte beschrijving van juridische vormen van gemeentelijke samenwerking Er bestaan veel manieren om intergemeentelijke samenwerking te regelen. In deze samenwerking gaat het om publiekrechtelijk taken en bevoegdheden. Daarom staan de privaatrechtelijke samenwerkingsvormen hier niet in3. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is daarmee de juridische basis voor intergemeentelijke samenwerking. Deze wet kent verschillende samenwerkingsvormen4 (in volgorde van licht naar zwaar): 3 In geval van publiekrechtelijke taken is het principiële uitgangspunt dat niet wordt gekozen voor een
privaatrechtelijke samenwerkingsvorm. Dit volgt uit de interpretatie van de Hoge Raad van artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht: als er sprake is van de overdracht van publiekrechtelijke bevoegdheden heeft de publiekrechtelijke samenwerkingsvariant altijd de voorkeur. 4 In dit overzicht noemen we het openbaar lichaam niet. Dit is een vijfde variant. We beschrijven deze variant
hier niet om dat we geen nieuw openbaar lichaam willen oprichten. Dit is één van de uitgangspunten die we vaststelden in het beleidsplan ‘Samen Dichtbij’.
8
1. 2. 3. 4.
De regeling zonder meer; Het gemeenschappelijk orgaan; De centrumgemeente; De bedrijfsvoeringsorganisatie;
1. De regeling zonder meer Dit is de lichtste vorm van samenwerking tussen gemeenten. Deze samenwerking baseert zich op artikel 1 van de Wgr. Gemeenten werken samen zonder openbaar lichaam en zonder gemeenschappelijk orgaan. Delegeren en mandateren van bevoegdheden is niet aan de orde. Het gaat uitsluitend om afstemming. Gemeenten werken samen op basis van convenanten, intentieovereenkomsten en bestuursafspraken. Daarin regelen ze de intentie tot samenwerking. En daarnaast het doel, de aard en de wijze waarop ze samenwerken. Kenmerken: Overeenkomst is vormvrij. Bezit geen rechtspersoonlijkheid. Gemeenten behouden eigen bevoegdheden. Gemeenten kunnen geen taken of bevoegdheden van aan de regeling overdragen. Veel afstemmingsmomenten nodig. De deelnemende gemeenten worden, in beginsel, niet gebonden door de besluitvorming van de regeling voor gezamenlijk beleid of binding. Daarvoor is besluitvorming door de afzonderlijke deelnemers noodzakelijk. De bepalingen uit de Wgr voor het verschaffen van informatie of het afleggen van verantwoording zijn niet van toepassing. 2. Gemeenschappelijk orgaan Dit is een vorm van samenwerking met één bestuur. Het gemeenschappelijk orgaan is een minder zware vorm van samenwerking dan het openbaar lichaam. Gemeenten kunnen aan een gemeenschappelijk orgaan beschikkingsbevoegdheden overdragen, geen regelgevende bevoegdheden.
Een gemeenschappelijk orgaan bezit geen rechtspersoonlijkheid. Daarom kan deze niet zelfstandig deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Kenmerken: Bezit geen rechtspersoonlijkheid. Bestuursstructuur: een AB en voorzitter, geen DB. Overdracht van bijna alle taken en bevoegdheden mogelijk, behalve regelgevende bevoegdheden. De deelnemende gemeenten zijn gebonden aan de effecten van de besluitvorming door het bestuur. De regeling dient informatie- en verantwoordingsbepalingen te bevatten. Centrumgemeente Hierbij mandateert het ene gemeentebestuur bestuurlijke bevoegdheden aan een bestuursorgaan van een andere gemeente. In mandaat, geen delegatie. Als gemeenten deze constructie gebruiken, wijzen zij meestal één gemeente als centrumgemeente aan. Deze oefent namens de deelnemende gemeenten bepaalde bevoegdheden uit. De centrumgemeente vertegenwoordigt als het ware de andere gemeenten. Gemeenten hoeven geen nieuwe organisatie op te zetten. Daarmee is deze constructie eenvoudiger en relatief makkelijk te organiseren.
9
Kenmerken: Bezit geen rechtspersoonlijkheid. Het bestaande bevoegdhedenpakket en de daaraan gekoppelde gemeentelijke besluitvormingsstructuren van de afzonderlijke gemeenten blijft intact. Mandatering van uitvoeringsbevoegdheden, echter iedere gemeente blijft verantwoordelijk. Het is mogelijk om bijna alle bevoegdheden te mandateren. Tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. Een bepalen, is expliciet uitgesloten van mandatering (10:3 lid 2,3,4 Awb). De bepalingen uit de Wgr voor het verschaffen van informatie of het afleggen van verantwoording zijn niet van toepassing. 3. Bedrijfsvoeringsorganisatie De Wgr stelt dat de bedrijfsvoeringsorganisatie kan worden ingesteld voor: ondersteunende processen en uitvoeringstaken. Hiermee doelt de Wgr op bedrijfsvoerings- en eenvoudige uitvoerende taken. Daar waar beleidsmatige afwegingen worden gemaakt ligt de grens voor eenvoudige taken. Is hier sprake van, dan is het niet mogelijk om een bedrijfsvoeringsorganisatie te gebruiken. De keuze voor deze beperking komt, omdat de bedrijfsvoeringsorganisatie geen interne verantwoordingsstructuur kent. De gedachte is dat taken op het gebied van bedrijfsvoering naar hun aard niet vragen om zware bestuurlijke aansturing. Kenmerken: Bezit rechtspersoonlijkheid.
Bevoegdheden gericht op ondersteuning of uitvoering (alleen taken en bevoegdheden van het college). De regeling dient informatie- en verantwoordingsbepalingen te bevatten. BIJLAGE B Overzicht reïntegratie uitkering BW + kosten BW-MO 2020 Voorlopige publicatie objectief verdeelmodel. Rechts leest u de afbouw van het budget van de centrumgemeente (‘Historisch’) en tegelijk de opbouw van het budget van de regiogemeenten (‘Objectief’) Links leest u wat deze opbouw betekent voor het budget van onze gemeente. Dit is een voorbeeld op basis van het laatste verdeelmodel. Dit is dus nog geen definitieve versie. Hiermee krijgt u een idee van de hoogte van de bedragen die we verwachten vanaf 2023. Het model houdt rekening met de Wlz-uitname. Bron: VNG rekentool 2021
10
Totaal regionaal budget BW regio’s Rivierenland en Nijmegen
Voorlopige publicatie objectief verdeelmodel, afbouw budget centrumgemeente en opbouw budget regiogemeenten
Inkomsten op basis van de decembercirculaire 2020 Integratie uitkering BW Doeluitkering MO Eigen bijdrage Rijksuitkering medische heroïne (overheid.nl: regeling heroïnebehandeling)
2021 67.661.0085
2022 52.956.8146
10.084.740 Onbekend 579.439
10.084.740 Onbekend 579.439
5 Inclusief Wlz- cliënten
6 Exclusief Wlz-clienten, voorlopige uitname uit het budget door het rijk
11
Kosten BW en MO 2020 (bron: gemeente Nijmegen)
Nijmegen houdt jaarlijks geld over op het onderdeel BW (inkomsten 2020: 67 mio). Dit komt onder meer door de ambulantisering. Daarnaast leggen ze jaarlijks zelf geld bij op MO (inkomsten 2020: 10,5 mio). In totaal houdt Nijmegen op de beide onderdelen over. Van dit voordeel profiteert de regio in ieder in het eerste jaar van de decentralisatie nog. De kosten BW dalen vanaf 2021 door de Wlz-uitname.
12