CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Evaluatie WerkBedrijf Rijk van Nijmegen

Raad 10 maart 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Evaluatie WerkBedrijf Rijk van Nijmegen2.706 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

Raadsvergadering: Onderwerp: Wordt behandeld door:

10 maart 2022 Evaluatie WerkBedrijf Rijk van Nijmegen Ans Stunnenberg

Voorstel 1. Kennis te nemen van het eindrapport “Samen aan het werk voor ondernemers en kandidaten”: 2. In de reactie aan het dagelijks bestuur van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling 'Rijk van Nijmegen' (MGR) aan te geven dat we: a. De conclusie herkennen dat WerkBedrijf een wendbare uitvoeringsorganisatie met een herkenbare visie is. b. De conclusie herkennen dat ondernemers en gemeenten over het algemeen waardering hebben voor de organisatie en dienstverlening van WerkBedrijf, maar dat een deel van de kandidaten een andere focus vraagt. We verzoeken aan WerkBedrijf een andere focus aan te brengen voor hoogopgeleide kandidaten en kandidaten met complexe problemen. c. Het lastig vinden om de conclusie te herkennen dat de prestaties van WerkBedrijf een stijgende lijn vertonen. Dit komt omdat niet alle doelen worden behaald en de cijfers geen compleet beeld schetsen. We verzoeken WerkBedrijf ervoor te zorgen dat de cijfers betrouwbaar genoeg zijn om een volledig beeld te schetsen en betere verklaringen te geven voor het achterblijven van de resultaten. d. De conclusie herkennen dat WerkBedrijf een redelijk unieke organisatie is die in hoofdlijnen hetzelfde presteert als vergelijkbare organisaties. e.

De conclusie herkennen dat de verantwoording door WerkBedrijf voor verbetering vatbaar is en verzoeken WerkBedijf om samen met de gemeente te komen tot verantwoordingsinformatie die leidt tot meer inzicht in de duurzame uitstroom, de ontwikkelingsstappen van kandidaten en de ervaringen van de kandidaten. f. De conclusie niet herkennen dat lokale sturing op uitstroom het draagvlak voor regionale samenwerking kan ondergraven. We zien een gezonde mengvorm van regionale organisatie en lokale focus als noodzaak voor optimale dienstverlening aan onze inwoners. g. De conclusie herkennen dat de dienstverlening van WerkBedrijf blijvende financiering vraagt. Maar dat de prioriteit ligt bij de arbeidsbemiddeling en dat heroverweging van de financiering vraagt. 3. In de reactie aan het dagelijks bestuur van de MGR het volgende aan te geven over de aanbevelingen: a. Opdracht en financiering; i. We pleiten ervoor om elke bestuursperiode periodiek de resultaten van de uitvoering te evalueren. ii. We herkennen de noodzaak om WerkBedrijf een meerjarige opdracht en meerjarige middelen te geven. Bij een opdracht als een arbeidsbemiddelingsorganisatie hoort wel heroverweging van de in te zetten middelen. b. Beleidsvisie op WerkBedrijf

Zaak Document

: :

107469 107477

i. We kiezen voor WerkBedrijf als een arbeidsbemiddelingsbedrijf gericht op duurzame uitstroom. Arbeidsparticipatie staat centraal, maar wel met meer aandacht voor de wensen en belevingen van kandidaten. ii. We onderkennen dat ondernemers nodig zijn om werk te bieden en dat het van belang is om WerkBedrijf nadrukkelijker te positioneren als strategische arbeidsmarktspeler binnen de ‘triple helix’ van overheid, ondernemers en onderwijs. iii. We missen een aanbeveling over verbeteringen bij de Sw en verzoeken WerkBedrijf verbeteringen door te voeren zodat de doelen wel behaald kunnen worden. c. Sturing en verantwoording i. We onderschrijven het belang om als gemeenten gezamenlijk indicatoren te formuleren die goed weergeven wat we van WerkBedrijf verwachten en:  Te zoeken naar indicatoren en vormen van verantwoording die aansluitend bij de visie op WerkBedrijf- meer inzicht geven in de ontwikkelingsstappen van kandidaten en de duurzame kwaliteit van de uitstroom,  Te participeren in benchmarks zodat regionale vergelijking mogelijk is. 4. Het dagelijks bestuur van de MGR te informeren over het raadsbesluit met de bijgevoegde brief.

Inleiding Het Dagelijks Bestuur (DB) van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR) Rijk van Nijmegen heeft in de tweede helft van 2021 een evaluatie uit laten voeren naar de effectiviteit van de module WerkBedrijf binnen de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR) Rijk van Nijmegen. Onderzoeksbureau De Beleidsonderzoekers heeft de evaluatie uitgevoerd en de resultaten zijn te lezen in het rapport in bijlage 1. Het onderzoeksrapport is op 21 december 2021 aangeboden aan de colleges van de gemeenten in het Rijk van Nijmegen. De colleges moeten voor 15 maart 2022 het Dagelijks Bestuur een reactie te geven op het rapport. Het is aan de colleges om het proces in hun gemeente te bepalen (hoe zij hun raad wensen te betrekken) en een reactie aan het DB uit te brengen. Wij hebben ervoor gekozen uw raad op 18 januari 2022 te consulteren en u met dit raadsvoorstel de zienswijze op de resultaten van het evaluatierapport te laten geven. Het evaluatierapport laat zien in welke mate de doelen in de afgelopen vijf jaar zijn gerealiseerd, bezien vanuit het perspectief van ondernemers, kandidaten en gemeenten. De evaluatie richt zich op de primaire taken van WerkBedrijf: arbeidsbemiddeling, arbeidsmatige dagbesteding en sociale werkvoorziening. Het rapport sluit af met conclusies en aanbevelingen voor de toekomst.

Beoogd effect Het uiterlijk 15 maart 2022 geven van de reactie van de gemeente Heumen aan het algemeen bestuur (AB) van de MGR. Het uitvoeren van de voorgesteld verbeteringen moet leiden tot verbetering van de dienstverlening aan onze inwoners en de controlerende taak van de gemeenteraad. We informeren u nog welke aanbevelingen leiden tot wijzigingen in de eerstvolgende Dienstverleningsovereenkomst met WerkBedrijf (vanaf 2023) en welke aanbevelingen leiden tot wijzigingen in het regionaal Arbeidsmarktbeleidsplan. Het huidige arbeidsmarktbeleid is vastgesteld voor de periode 2020 tot en met 2023. 2

Argumenten 2.a WerkBedrijf is een wendbare organisatie met een herkenbare visie Het evaluatierapport geeft aan het visiedocument ‘Sterke werkwoorden’ de basis is voor de uitvoeringspraktijk van WerkBedrijf. Dat er wordt gewerkt vanuit de opvatting dat iedereen van waarde is en dat wat wél mogelijk is voorop staat bij de doelstelling zoveel mogelijk kandidaten aan werk te helpen. Aangegeven wordt dat de bedrijfsdienstverlening hierbij centraal staat: dat de ondernemer de klant is. Uit het evaluatieonderzoek blijkt dat de organisatie van WerkBedrijf gedegen is neergezet en dat er een groot netwerk van ondernemers is. Aangegeven wordt dat WerkBedrijf een herkenbare partner is en de visie en werkwijze duidelijk zijn. En dat WerkBedrijf zich aan de ontwikkelingen van heeft aanpast. Deze conclusie is voor ons herkenbaar. 2.b Ondernemers en gemeenten hebben over het algemeen waardering voor de organisatie en dienstverlening; een deel van de kandidaten wil een andere focus In het evaluatierapport is te lezen dat ondernemers over het algemeen tevreden zijn over de dienstverlening van WerkBedrijf. Er zijn veel en bruikbare voorzieningen voor ondernemers. Als Knelpunt wordt genoemd dat ondernemers vaak te hoge verwachtingen hebben over het aanbod van kandidaten. Niet iedereen is gemakkelijk inzetbaar: kandidaten met motivatie- of andere problemen hebben veel begeleiding nodig.

WerkBedrijf zou ondernemers beter moeten voorbereiden op de komst van kandidaten met complexe problematiek én de rol van WerkBedrijf daarbij, zodat verwachtingen realistisch zijn. In het rapport staat dat gemeenten het voordeel zien van WerkBedrijf als een uitvoeringsorganisatie zonder politieke druk, zodat de focus op de kerntaken kan liggen. De beschikbaarheid van een groot netwerk van ondernemers biedt kansen voor kandidaten. Als duidelijk knelpunt wordt genoemd de soms gebrekkige samenwerking tussen gemeenten en WerkBedrijf rond individuele kandidaten. Te lezen is dat kandidaten aangeven over het algemeen redelijk tevreden over de dienstverlening van WerkBedrijf te zijn. Consulenten van WerkBedrijf zijn vriendelijk, nemen hen serieus en kandidaten ervaren de begeleiding door WerkBedrijf als prettig. Op de steeds grotere groep kandidaten met zwaardere problematiek en hoger opgeleide kandidaten sluit de dienstverlening echter minder goed aan. Er is bij hen behoefte aan meer persoonlijke aandacht en nazorg, begeleiding in bredere zin en meer aandacht voor de wensen van de kandidaat. We herkennen deze conclusies en willen in onze reactie naar WerkBedrijf aangeven ze een andere focus voor hoogopgeleiden en complexe doelgroepen aanbrengen.

2.c De prestaties van WerkBedrijf vertonen een stijgende lijn, maar niet alle doelen zijn worden behaald In het evaluatierapport staat dat de doelen steeds beter bereikt worden (met uitzondering van het coronajaar 2020). Aangegeven wordt dat het dan gaat om meer unieke relaties met ondernemers, meer plaatsingen op (parttime) werk (vooral jongeren tot 27 jaar en statushouders), meer uitstroom 3

uit de bijstand naar werk, een hogere toegevoegde waarde per fte SW, meer SW-medewerkers buiten WerkBedrijf aan het werk en meer kandidaten actief bij Op Weg Naar Werk. In het rapport wordt aangegeven dat er een minder positief beeld te zien is bij het aantal kandidaten dat werkt met behoud van uitkering en dat er een blijvend hoog ziekteverzuim is in de SW (hoger dan het landelijk gemiddelde). De doelrealisatie bij de SW (ziekteverzuim en toegevoegde waarde) blijft achter. De doelstelling bij arbeidsbemiddeling is in de jaren 2017 tot en met 2019 behaald, terwijl de jaren 2016 en 2020 achterblijven. In het evaluatierapport staat dat een aantal doelen wel, maar ook dat een behoorlijk aantal doelen niet wordt behaald. We maken ons ook zorgen over de opmerking in het rapport dat de door WerkBedrijf aangeleverde cijfers beperkingen geven voor het opbouwen van een volledig beeld. Tenslotte vinden we de verklaringen voor het niet halen van de resultaten in het rapport mager. We vinden voor wat betreft de verklaringen meer informatie gegeven moet worden vanuit het WerkBedrijf. Dit geldt in ieder geval voor het ziekteverzuim onder de Sw-ers waar nu de verklaring voor is dat het gaat om een ouder wordende populatie. En voor lastiger bemiddelbare PWkandidaten. We vinden het lastig om ons te herkennen in de conclusie dat de prestaties van WerkBedrijf een stijgende lijn vertonen.

Ook verzoeken we WerkBedrijf ervoor te zorgen dat cijfers betrouwbaar genoeg zijn om een volledig beeld te schetsen en beter inzichtelijk te maken waarom de resultaten achterblijven. 2.d WerkBedrijf is een redelijk unieke situatie die in hoofdlijnen hetzelfde presteert als vergelijkbare organisaties. Het evaluatierapport geeft aan dat WerkBedrijf een uitvoerende organisatie is met een breed regionaal takenpakket: van samenwerking op het gebied van arbeidsbemiddeling, arbeidsmatige dagbesteding en integratie met het voormalige SW-bedrijf Breed. Slechts in drie andere arbeidsmarktregio’s zijn er vergelijkbare samenwerkingsverbanden. Aangegeven wordt dat ook in andere regio’s kandidaten in de loop der jaren moeilijker bemiddelbaar zijn geworden. En net als in Rijk van Nijmegen is ook landelijk het aandeel jongeren in de uitstroom relatief hoog. De ontwikkelingen op een aantal prestatie-indicatoren komen in de regio Rijk van Nijmegen redelijk overeen met die in vergelijkbare arbeidsmarktregio’s én met landelijke trends. De uitstroom uit de uitkering naar werk in zowel Rijk van Nijmegen als bij vergelijkbare samenwerkingsverbanden neemt na 2018 af, waarbij het coronajaar 2020 in alle regio’s een dieptepunt vormt. Het ziekteverzuim bij de SW in Rijk van Nijmegen ligt boven het landelijk gemiddelde, maar ook landelijk is inmiddels een stijgende trend te zien.

Tenslotte ligt het percentage SW-medewerkers dat buiten de muren van de SW werkt in Rijk van Nijmegen structureel hoger dan het landelijk gemiddelde. De conclusie herkennen we dat de prestaties van Rijk van Nijmegen over het algemeen vergelijkbaar zijn met het landelijke beeld en met de prestaties van vergelijkbare arbeidsmarktregio’s. 2.e De verantwoording door WerkBedrijf is voor verbetering vatbaar Aangegeven wordt dat WerkBedrijf periodiek rapporteert over de prestaties van arbeidsbemiddeling, SW en arbeidsmatige dagbesteding. In het evaluatierapport staat dat gemeenten de verantwoording 4

van WerkBedrijf over het algemeen adequaat vinden, maar ook dat de verantwoording zowel kwantitatief als kwalitatief uitgebreider mag. Gemeenten zouden bijvoorbeeld graag inzicht krijgen in hoe duurzaam de uitstroom is, hoe de ervaringen zijn van kandidaten en welke stappen de kandidaten maken in hun ontwikkeling. De Kandidatenraad vindt dat WerkBedrijf (te) veel stuurt op ‘harde’ kwantitatieve indicatoren die te weinig zeggen over de daadwerkelijke ervaringen van mensen. Ook bij de SW zou de verantwoording meer daarop gericht moeten zijn. We herkennen deze conclusie en willen het WerkBedrijf verzoeken om samen met de gemeenten te komen tot een set van indicatoren en andere informatie die meer inzicht geeft in duurzame uitstroom, de stappen die de kandidaten in hun ontwikkeling maken en in de ervaringen van de kandidaten. 2.f Lokale sturing op uitstroom kan het draagvlak voor regionale samenwerking ondergraven In het evaluatierapport wordt aangegeven dat er bij de oprichting van WerkBedrijf bij lokale bestuurders een groot draagvlak was voor regionale samenwerking. En dat gemeenten nog steeds voordelen zien in een regionaal opererend WerkBedrijf, maar het lokale perspectief de afgelopen jaren steeds belangrijker is geworden.

Aangegeven wordt dat er een toenemende behoefte van gemeenten is aan lokale dienstverlening (maatwerk) en dat gemeenten de neiging hebben om de opbrengsten van WerkBedrijf af te meten aan de lokale uitstroom uit de uitkering. Gemeenten zijn ook kritisch op welke delen van de dienstverlening beter regionaal georganiseerd kunnen worden en welke delen ze lokaal willen organiseren. We herkennen het krachtenveld, maar delen de conclusie niet dat regionale organisatie en lokale focus de organisatie van WerkBedrijf ondergraaft. We zien een gezonde mengvorm van regionale organisatie en lokale focus als noodzaak voor optimale dienstverlening aan onze inwoners. 2.g Zorg voor eenduidige opdracht en duurzame financiering Deze aanbeveling is gebaseerd op de conclusie dat lokale sturing op uitstroom het draagvlak voor regionale organisatie kan ondergraven. Wij delen deze conclusie niet (zie ook argument 2f). Wij beseffen dat een regionale uitvoeringsorganisatie een gemeenschappelijk perspectief en gemeenschappelijk beleid nodig heeft om te kunnen functioneren. We zien in onze regio echter grote verschillen tussen gemeenten waar het bijvoorbeeld de omvang en de problematiek van bijstandsgerechtigden betreft. De afgelopen jaren is daarom via de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) vastgelegd dat gemeenten 25% van hun Participatiebudget kunnen inzetten voor lokale dienstverlening.

Hiervoor kunnen we keuzes maken uit de zogenoemde Keuzekaart. We willen de lokale dienstverlening handhaven op de huidige 25%. We zijn immers verantwoordelijk voor alle inwoners met een Participatiewetuitkering en willen de mogelijkheid houden om accenten te leggen die samenhangen met bepaalde groepen binnen ons bestand en hen specifieke activiteiten kunnen aanbieden. De opdracht aan WerkBedrijf is langjarig omdat we deelnemen aan een gemeenschappelijke regeling (MGR) voor de uitvoering van de re-integratietaak in de Participatiewet. Iedere drie jaar leggen we de kaders voor het regionaal arbeidsmarktbeleid ter besluitvorming voor aan uw raad. De opdracht aan WerkBedrijf werken we - binnen die kaders - (twee)jaarlijks uit in een Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Het college kan zich voorstellen dat de afspraken in de DVO 5

enige stabiliteit kennen voor een langere periode. Dit is belangrijk voor de continuïteit in de bedrijfsvoering van WerkBedrijf, stabiliteit in werkwijzen, afspraken, herkenbaarheid en beeldvorming. Wij herkennen de noodzaak om WerkBedrijf een meerjarige opdracht en meerjarige middelen te geven om de taken adequaat uit te kunnen blijven voeren. Wel merken we op dat bij een focus op de arbeidsbemiddeling (zie ook 3a) heroverweging van de inzet van middelen op zijn plaats is. 3.a Zorg voor duidelijke opdracht en duurzame financiering Een organisatie als WerkBedrijf heeft baat bij een duidelijke opdracht. We herkennen die behoefte. We pleiten er echter voor afspraken te maken om elke bestuursperiode stil te staan bij de organisatie van taken en resultaten van de uitvoering. Wat ons betreft herhalen we de evaluatie elke bestuursperiode. Voor wat betreft de inhoud van de opdracht kiezen we voor WerkBedrijf als arbeidsbemiddelingsbedrijf. Voor wat betreft de financiering hebben we hierboven bij argument 2.g al aangegeven dat er sprake is van een duurzame relatie binnen een gemeenteschappelijke regeling met bijbehorende financiering. Voor de financiering geldt dat een focus voor arbeidsbemiddeling inhoudt dat een heroverweging van de in te zetten middelen op zijn plaats is.

3.b Maak een heldere beleidskeuze en positioneer WerkBedrijf We onderkennen het belang van een heldere beleidsvisie op WerkBedrijf. We kiezen voor WerkBedrijf als een arbeidsbemiddelingsbedrijf gericht op een duurzame uitstroom. We onderkennen het belang van persoonlijke aandacht voor de wensen en belevingen van kandidaten en voor de wensen en belangen van ondernemers. We onderkennen ook het belang om het WerkBedrijf nadrukkelijker als strategische arbeidsmarktspeler binnen de ‘triple helix’ van overheid, ondernemers en onderwijs. Het evaluatierapport geeft aan dat doelen voor de Sw-ers niet gehaald worden. We missen aanbevelingen in het rapport die erop gericht zijn om de doelen te halen. De Sw vinden we een belangrijke doelgroep en we vinden de verklaringen voor het niet halen van de doelen te mager (zie ook argument 2c). We vragen daarom aan WerkBedrijf verbeteringen in de bedrijfsvoering aan te brengen zodat de doelen voor de Sw wel gehaald kunnen worden. 4.Het dagelijks bestuur van de MGR willen we antwoorden voor 15 maart 2022 We informeren het dagelijks bestuur van de MGR per brief over het raadsbesluit (zie bijlage 2). Kanttekeningen Geen.

6

Financiën De reactie op het evaluatierapport heeft geen financiële consequenties.

burgemeester en wethouders

Dirk van Eeten Gemeentesecretaris

Joerie Minses Burgemeester

Bijlagen:  Evaluatierapport  Aanbiedingsbrief evaluatierapport WerkBedrijf  Brief over raadsbesluit aan dagelijks bestuur MGR

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11116581/1