Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2024
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Raadsvergadering: Onderwerp: Wordt behandeld door:
14 december 2023 Belastingverordeningen 2024 Rob Engels
Voorstel Wij stellen u voor de volgende verordeningen voor het belastingjaar 2024 vast te stellen: 1. De verordening onroerende zaakbelastingen 2024; 2. De verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2024; 3. De verordening rioolheffing 2024; 4. De verordening hondenbelasting 2024; 5. De verordening marktgelden 2024; 6. De verordening lijkbezorgingsrechten 2024; 7. De legesverordening 2024. Inleiding Om in 2024 de gemeentelijke belastingen en heffingen te kunnen heffen en innen is het nodig dat op 1 januari 2024 de belastingverordeningen zijn vastgesteld en gepubliceerd. Nu de programmabegroting 2024 is vastgesteld door uw raad, kunnen de belastingtarieven voor 2024 worden vastgelegd in de betreffende verordeningen. Naast redactionele aanpassingen op de verordeningen wordt uw raad voorgesteld de tarieven voor 2024 vast te stellen conform de kaders en uitgangspunten van de programmabegroting. Argumenten Per verordening geven wij hieronder een toelichting op de wijzigingen: 1.1 Onroerende zaakbelastingen (OZB) Conform de vastgestelde programmabegroting 2024 zijn de OZB opbrengsten gebaseerd op een voortzetting van de volgende uitgangspunten: - De OZB-opbrengsten voor woningen worden alleen verhoogd met de extra opbrengst in verband met nieuwbouw.
- De OZB-opbrengsten niet-woningen (eigenaren en gebruikers), worden naast de extra opbrengst in verband met nieuwbouw, verhoogd met inflatiecorrectie (van 3,1%).
Zaak Document
: :
189021 189043
Op basis van bovengenoemde uitgangspunten komen de opbrengsten voor 2024 neer op: Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen Totaal
€ € € €
3.588.000 852.287 546.857 4.987.144*
* Op basis van de meest actuele opbrengstenrapportages 2023 van Munitax verwachten we voor 2024 (ten opzichte van de opbrengsten als genoemd in de programmabegroting 2024) € 6.000,minder opbrengsten aan OZB niet-woningen eigenaren en € 12.000,- minder opbrengsten ten aanzien van OZB niet-woningen gebruikers. Deze correcties zullen we via een eerste begrotingswijziging 2024 verwerken. De tarieven van de OZB-heffing worden bepaald aan de hand van de waardeontwikkeling naar de peildatum van 1 januari 2023. De waarde van de woningen is ten opzichte van de waarde per peildatum van 1 januari 2022 gestegen met circa 4,8%. De waarde van de niet-woningen is ten opzichte van de vorige waarde-peildatum gestegen met circa 2%. Deze waarden worden gecorrigeerd met de te verwachten waardeverminderingen naar aanleiding van bezwaar en beroep en de verwachten opgeleverde nieuwbouw in 2023 om tot een nieuwe grondslag te komen voor de berekening van de tarieven. Conform bovengenoemde uitgangspunten en de geraamde opbrengsten 2024 stellen wij uw raad voor de tarieven voor 2024 als volgt vast te stellen:
Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen
Tarief 2023 0,1249% 0,3640% 0,2804%
Tarief 2024 0,1195% 0,3704% 0,2854%
1.2 Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten De reinigingsrechten bestaan uit: - Afvalstoffenheffing: een belasting die aan elk huishouden wordt opgelegd voor het ophalen van het huishoudelijk afval; - Reinigingsrecht: een recht dat aan de bedrijven die van de gemeentelijke ophaaldienst gebruik maken wordt opgelegd. Uitgangspunt bij de tariefstelling afvalstoffenheffing en reinigingsrecht is 100% kostendekking. In afwijking op de tarieven zoals vermeld in de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting 2024, worden de volgende tarieven voorgesteld: Eenpersoonshuishoudens: € 153,50 (tarief 2023: € 148,05) Meerpersoonshuishoudens: € 212,50 (tarief 2023: 204,25) 2
Belangrijkste oorzaak van de afwijking op de tarieven als genoemd in de paragraaf lokale heffingen programmabegroting 2024 betreft: - Een investering van € 84.000 voor de benodigde vervanging van glas en textielcontainers in het winkelcentrum Malden. De kapitaallasten zijn meegenomen in de berekening van de afvalstoffenheffing (addendum bij raadsbehandeling programmabegroting 2024-2027). - Minder kostentoerekening DAR, door het stoppen van de zomerinzameling voor gft-afval. Hierover bent u middels de raadsmededeling van 25 oktober 2023 geïnformeerd. 1.3 Rioolheffing Op 6 oktober 2022 is het Gemeentelijk rioleringsplan 2023-2027 door uw raad vastgesteld. Op basis van het kostendekkingsplan is het tarief van de rioolheffing voor de komende jaren berekend en aan u voorgelegd. Geadviseerd wordt om het tarief voor 2024 vast te stellen op € 166,85 per perceel en deze gedurende de planperiode jaarlijks met € 3,50 (excl. indexering) te verhogen. Deze stijging is nodig om in de toekomst de verwachte vervangingspiek op te vangen zodat verwachte inkomsten en uitgaven in balans zijn op de lange termijn. De ‘Modelverordening Rioolheffing’ is door de VNG in 2021 vervangen door de ‘Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing’. De VNG wil daarmee recht doen aan de bredere invulling van gemeentelijke watertaken. Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte.
Van deze maatregelen heeft iedereen profijt en daarom worden in de nieuwe modelverordening zoveel mogelijk percelen in de heffing betrokken. De eis voor directe of indirecte aansluiting vervalt in het nieuwe model. Vorig jaar was de verwachting u hierover in 2023 te kunnen informeren. Momenteel onderzoeken wij samen met Munitax of de gemeente de overgang naar deze nieuwe modelverordening moet maken. Wij willen hierbij zorgvuldig te werk gaan. Doordat het hier een systeemwijziging betreft vinden wij het belangrijk om eerst goed te inventariseren welke potentiële belastingplichtigen het hier betreft. Hierbij is op het niveau van de VNG modelverordening uitvoeringsproblematiek naar voren gekomen waar momenteel landelijk aan een oplossing wordt gewerkt. In afwachting van deze oplossing hebben wij op advies van Munitax besloten om een pas op de plaats te maken tot het moment dat de uitvoeringsproblematiek is verholpen. 1.4 Hondenbelasting Conform de door uw raad vastgestelde programmabegroting 2024 wordt de opbrengst van de hondenbelasting met de inflatiecorrectie van 3,1% verhoogd. Hiermee bedraagt het tarief 2024 voor het houden van een hond € 97,30 (2023: € 94,35) en van een kennel € 418,55 (2023: € 405,95).
3
1.5 Marktgelden De tarieven voor de heffing van marktgelden zijn (conform programmabegroting 2024) verhoogd met het inflatiepercentage van 3,1%. Het tarief voor een standplaats op de weekmarkt in Malden bedraagt met ingang van 2024: - Voor een half jaar: € 32,15 per strekkende meter (2023: € 31,20), met een minimum van € 160,60 (2023: € 155,75) - Voor een kalenderjaar: € 55,60 per strekkende meter (2023: € 53,95), met een minimum van € 278,05 (2023: € 269,70) 1.6 Lijkbezorgingsrechten Voor de algemene begraafplaats Malden zijn voor alle (begraafplaats-)producten nieuwe kostprijsberekeningen gemaakt. Uitgangspunt van de begraafplaats is 100% kostendekkendheid. Voorgesteld wordt om de tarieven lijkbezorgingsrechten niet met het inflatiepercentage te verhogen, maar nieuw berekende kostprijzen (tarieven) per begraafplaatsproduct toe te passen. Dit betekent voor de meeste producten een stijging tussen de 1% - 5% ten opzichte van 2023. 1.7 Legesverordening De legestarieven zijn conform de begrotingsrichtlijn met 3,1% verhoogd. Als uitzondering hierop zijn een aantal tarieven uit hoofdstuk 1 van de tarieventabel niet verhoogd. De reden is dat voor deze tarieven een maximum geldt en het tarief reeds gelijk is aan dit maximum. Het betreft hier met name de leges voor reisdocumenten en rijbewijzen. Alle tarieven zijn afgerond op € 0,05.
Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging Op 1 januari 2024 treden de Omgevingswet (Ow) en de Wet Kwaliteitsborging (Wkb) in werking. Beide wetten hebben gevolgen voor het heffen van leges. Daarom hebben wij een nieuwe legesverordening met bijbehorende tarieventabel voorbereid. Bij het opstellen van de concept tarieventabel hebben we zoveel mogelijk rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: - Omdat deze materie voor iedere gemeente nieuw is, volgen we zo veel mogelijk de model legesverordening van de VNG (het model bevat geen tarieven); - We gaan zoveel mogelijk beleidsarm over; - We hebben gehoor gegeven aan het verzoek vanuit de kring gemeentesecretarissen om bij het opstellen van de legestarieven voor de Omgevingswet regionaal samen te werken. Samen met de gemeenten Berg en Dal, Beuningen en de ODRN zijn we een projectgroep gestart om zoveel mogelijk kennis te bundelen. Waar het gaat om de opbouw, systematiek en - waar mogelijk - tariefstelling hebben we bij het redigeren geprobeerd zo veel mogelijk uniformeren. Dit met als doel efficiëntievoordeel in de uitvoering voor de ODRN. Hieronder volgt een uitleg over de belangrijkste wetswijzigingen op hoofdlijnen en een beargumenteerde toelichting op de belangrijke onderdelen uit hoofdstuk 2 van de tarieventabel.
4
Een extern adviesbureau heeft, middels een impactanalyse en berekening kostendekking (per gemeente), in beeld gebracht welke impact deze nieuwe wetten en diverse beleidskeuzes hebben op de leges. Door de vele wijzigingen en nieuwe artikelen is het niet mogelijk een was-wordt tabel van de legesverordening te presenteren. Omgevingswet (Ow) en Wet kwaliteitsborging (Wkb) Op 1 januari 2024 treden de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging (gefaseerd) in werking. De Wkb moet zorgen voor meer toezicht en controle in de bouw, zodat bouwers zich aan de geldende kwaliteitseisen houden. Dit moet leiden tot minder bouwfouten en gebreken, zoals constructiefouten, onvoldoende isolatie of brandonveilige situaties. Het doel van de Wkb is dat de bouwkwaliteit van gebouwen verbetert. Een belangrijke verandering is dat onafhankelijke kwaliteitscontroleurs controleren of een gebouw voldoet aan de wettelijke technische eisen. Deze controleurs heten kwaliteitsborgers. De Wkb geldt niet gelijk voor alle bouwwerken, maar gaat in fases in. De Wkb geldt in eerste instantie alleen voor nieuwbouw van bouwwerken in de laagste risicoklasse (gevolgklasse 1). Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Recent nog speelde de discussie of het verbouwen van bouwwerken ook onder de Wkb moet komen op 1 januari 2024.
Inmiddels is besloten om de Wkb voor verbouw een half jaar in te laten gaan. Op 1 juli 2024 zal dus het verbouwen van bouwwerken in gevolgklasse 1 onder de Wkb komen. De verwachting is dat vijf jaar later, na een evaluatie, ook gevolgklassen 2 en 3 volgen. Dit zijn bijvoorbeeld bibliotheken en onderwijsgebouwen (gevolgklasse 2) en ziekenhuizen (gevolgklasse 3). Leges bouwtechnische en ruimtelijke toets (artikel 2.5 en 2.6) Met de komst van de Omgevingswet wordt de bouwactiviteit zoals we die nu kennen opgeknipt in 2 vergunningplichtige activiteiten: • De bouw(technische) activiteit. • De omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk (ruimtelijk). Hier komt de toetsing terecht aan -wat nu nog- de bouwverordening, het bestemmingsplan en de redelijke eisen van welstand zijn (straks: het omgevingsplan). Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel): Voor het bouwen in gevolgklasse 2 en hoger en verbouw tot 1 juli 2024 blijft de vergunningplicht bestaan. Hier komt de toetsing terecht die wij nu verrichten aan het Bouwbesluit (straks: Besluit bouwwerken leefomgeving). Wij adviseren uw raad om -net als in de huidige legesverordening- voor de bouwtechnische toets een legestarief vast te stellen via een gestaffeld percentage van de bouwsom.
5
Een percentage van de bouwsom betekent dat een groter project, met een hogere bouwsom, meer leges betaalt dan een kleiner project met een lagere bouwsom. Artikel 2.6: omgevingsplanactiviteit (opa): bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijk deel) Ook voor de ruimtelijke toets stellen wij een gestaffeld legestarief voor via een percentage van de bouwsom. Hier adviseren wij af te wijken van de VNG modelverordening. De VNG hanteert voor de ruimtelijke toets namelijk een vast tarief. Het werken met een vast tarief (conform VNG model) kan namelijk grote negatieve gevolgen hebben voor de legesopbrengsten. Ook zal een gemiddelde vaste tariefstelling leiden tot maatschappelijk onacceptabele tarieven voor kleine projecten. Een ander argument om te kiezen voor voortzetting van een percentage van de bouwsom is dat de bestemmingsplannen zoals we die nu kennen, 1 op 1 over gaan naar het omgevingsplan. De werkzaamheden veranderen dus nog niet. Pas als er straks omgevingsplannen “nieuwe stijl” zijn, waarin we mogelijk zelf ruimere categorieën gaan opnemen van algemene regels of van vergunningsvrije mogelijkheden, kan dat gevolgen hebben voor het werk en dus de kosten van de ruimtelijke toets. En dit kan weer aanleiding geven voor een andere legessystematiek.
Vanuit de gedachte dat het werk voor de ruimtelijke toets de komende jaren nog gelijk zal zijn aan de huidige (Wabo) werkzaamheden, ligt het voor de hand om zolang nog dezelfde legessystematiek te hanteren. De legesinkomsten van artikel 2.5 en 2.6 genereren het grootste deel van de opbrengst van hoofdstuk 2. Het uitgangspunt bij de berekening van de nieuwe tarieven van artikel 2.5 (bouwtechnische toets) en 2.6 (ruimtelijke toets) is het huidige tariefniveau van onze gemeente. De tarieven zijn dus afgeleiden van de huidige legestarieven (2023). De berekening van de nieuwe percentages was een omvangrijke en ingewikkelde klus. Een gespecialiseerd extern bureau heeft de tarieven van artikel 2.5 en 2.6 zoals die zijn opgenomen in de concept tarieventabel voor ons berekend. Kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Voor een omgevingsplanactiviteit (opa) is een vergunning nodig. Is een opa nodig op basis van regels uit het omgevingsplan, dan is er sprake van een binnenplanse vergunning. Er is ook een vergunningplicht als een activiteit volgens de regels van het plan niet is toegestaan. We spreken dan van een buitenplanse vergunningplicht. We kiezen voor verschillende (kostendekkende) tarieven bij een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa), omdat er verschil is in eenvoudige (‘kruimelgevallen’) en complexe aanvragen.
6
Milieuleges De Omgevingswet maakt het mogelijk om leges te heffen voor milieubelastende activiteiten (mba’s). Sinds eind jaren ’90 was dit niet meer toegestaan. Wij adviseren uw raad om gebruik te gaan maken van deze heffingsmogelijkheid en het model legesverordening van de VNG te volgen. Zowel de provincie als ook de regiogemeenten zijn voornemens milieuleges te gaan heffen. Het advies is om, net als in het VNG model, een beperkte staffel toe te passen. Dit betekent dat bij de aanvraag van meerdere milieubelastende activiteiten, het tarief lager is. De reden hiervan is dat de uitvoeringskosten lager zijn als er meerdere mba’s tegelijkertijd in één keer worden vergund. De tarieven zijn afgeleid van de kosten die de Omgevingsdienst in rekening brengt voor de mba’s. We stellen voor deze kosten één op één door te berekenen. Omgevingsoverleg Uitgangspunt voor de Omgevingswet is de korte procedure van 8 weken. Voor het snel doorlopen van de aanvraag is het fijn als de aanvraag al voor het indienen al met de gemeente is besproken en beoordeeld. Zeker bij complexe initiatieven. Vooroverleg zorgt doorgaans voor kwalitatieve betere aanvragen. Het vooroverleg kan verschillende vormen hebben. Veelal zijn het schriftelijke procedures. Het is aan de gemeente of ze hier wel of geen leges voor heft.
We hebben straks verschillende vormen van vooroverleg afhankelijk van de vraag van de initiatiefnemer of de complexiteit van het plan: Voor de schriftelijke beoordeling of een plan past in het omgevingsplan adviseren we een tarief van € 100,- in rekening te brengen. Voor de beoordeling van plannen die niet passen in het omgevingsplan en die moeten worden besproken in de regiekamer adviseren we een tarief van € 250,- (met een verhoging van € 400,- voor complexe aanvragen). De kosten van een vooroverleg met betrekking tot welstandsaspecten belasten we 1 op 1 aan de initiatiefnemer door. Om het vooroverleg te stimuleren en laagdrempelig te houden adviseren wij tarieven te hanteren die (in die fase) niet kostendekkend zijn. Aanvullend adviseren we de leges voor het vooroverleg bij de definitieve aanvraag te verrekenen. Hiermee bereiken we dat een aanvrager die vooroverleg aanvraagt per saldo niet duurder uit is dan zonder vooroverleg en krijgen we kwalitatief betere aanvragen. Groene leges Eén van de ‘couleur locale’ beleidswensen van Heumen is het toevoegen van een artikel vrijstelling leges ten behoeve van de verduurzaming van particuliere woningen. Afgelopen jaar heeft uw raad aangegeven dat duurzaamheid een cruciaal gemeentelijk beleidssterrein is en dat er creatief gekeken moet worden naar de mogelijkheden ten aanzien van de legesverordening.
Eigenaren zouden gestimuleerd en beloond moeten worden voor het verduurzamen van de particuliere woning of het ‘vergroenen’ van de omgeving.
7
Wij stellen uw raad voor om via de legesverordening 2024 een vrijstelling (groene leges) op te nemen voor het verduurzamen van de particuliere woning (mits dit een solitair project betreft), voor: - het plaatsen van (geïntegreerde) zonnepanelen aan gevels, - het plaatsen van (geïntegreerde) zonnepanelen op daken c.q. gevels van monumenten, - het plaatsen van een buitenunit van een warmtepomp of - het plaatsen van zonnecollectoren voor een zonneboiler, - het plaatsen van zonnecollectoren op de bodem (veldopstelling) - het aanbrengen van een groen dak (sedum, mossen, kruiden, planten, grassen). Ten aanzien van het vergroenen van de omgeving (denk aan het aanplanten van bomen, aanleggen van bijvoorbeeld een vijver, waarbij er in het buitengebied een aanvraag dient te worden gedaan i.v.m. bestemmingsplanafwijking) stellen wij uw raad voor om de leges van € 325,- vast te stellen. Hiermee uniformen we het tarief met de gemeenten Berg en Dal, Beuningen en Heumen en heffen we een kostendekkend tarief.
Samenvattend: - volgen we zoveel mogelijk de model legesverordening van de VNG; - gaan zoveel mogelijk beleidsarm over (hier en daar nog ‘couleur locale beleid’); - blijven we in afwijking van de VNG modelverordening leges heffen door een percentage van de bouwsom te vragen; - is het uitgangspunt voor de nieuwe tarieven van artikel 2.5 (bouwtechnische toets) en 2.6 (ruimtelijke toets) het tariefniveau van de betreffende gemeenten. Deze inkomsten genereren het grootste deel van de inkomsten van hoofdstuk 2; - gaan we milieuleges heffen. We passen een beperkte staffel toe; - willen we het vooroverleg stimuleren. Het tarief zal daarom niet kostendekkend zijn. - kiezen we voor verschillende tarieven bij een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa), omdat er verschil is in eenvoudige (‘kruimelgevallen’) en complexe aanvragen; - zijn de overige leges geraamd op basis van tijdsbesteding; - we stellen uw raad voor om de systematiek in uniformering en harmonisering met de gemeenten Berg en Dal en Beuningen met wie we samenwerken in de ODRN omwille van kostenbesparing en efficiency in stand te houden. Ook in de toekomst.
8
Kanttekening bij legesverordening Het voorstel met betrekking tot de leges is naar de stand van 15 oktober 2023 geschreven. Door te late Haagse besluitvorming kan de situatie bij vaststelling alweer gewijzigd kan zijn. Iedere wijziging heeft ook gevolgen voor de berekening van de kostendekking.
burgemeester en wethouders
mr. J. de Graaf Gemeentesecretaris
mr. J.W.M.S. Minses Burgemeester
Bijlagen: a. De verordening onroerende zaakbelastingen 2024; b. De verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2024; c. De verordening rioolheffing 2024; d. De verordening hondenbelasting 2024; e. De verordening marktgelden 2024; f. De verordening lijkbezorgingrechten 2024; g. De legesverordening 2024
9