D11 Bijlage I Begroting ODRN 2022 versie AB
Tekst van het document
ODRN Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025
Versie Algemeen Bestuur 1 juli 2021
Begroting 2022
Inhoudsopgave
1. DE ODRN IN 2022 __________________________________________ 4 2. INLEIDING ________________________________________________ 5 3. PROGRAMMA’S ____________________________________________ 6 3.1
Programma Vergunningverlening ______________________________________________________ 7
3.2
Programma Handhaving en Toezicht____________________________________________________ 9
3.3
Programma Brzo ___________________________________________________________________ 11
3.4
Samen Sterk ______________________________________________________________________ 12
3.5
Programma advisering ______________________________________________________________ 15
3.6
Ontwikkelprogramma ______________________________________________________________ 15
3.7
De programmabegroting ____________________________________________________________ 17
4. FINANCIËLE BEGROTING 2022, MEERJARENRAMING 2023-2025 ____ 18 4.1
De gehanteerde uitgangspunten ______________________________________________________ 18
4.2
De wijzigingen in de meerjarenbegroting 2022-2025 ______________________________________ 20
4.3
Financiële meerjarenbegroting 2022-2025 ______________________________________________ 21
4.4
Toelichting op de begrotingsposten ___________________________________________________ 22
4.5
Overzicht overhead ________________________________________________________________ 28
4.6
Het overzicht van lasten en baten per taakveld __________________________________________ 29
4.7
Geprognosticeerde meerjarenbalans ultimo 2020 tot en met ultimo 2022 ____________________ 30
5. PARAGRAFEN_____________________________________________ 31 5.1
Paragraaf weerstandscapaciteit en risicobeheersing ______________________________________ 31
5.2
Paragraaf Financiering ______________________________________________________________ 31
5.3
Paragraaf Bedrijfsvoering ____________________________________________________________ 33
5.4
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ________________________________________________ 35
6. BIJLAGE _________________________________________________ 36 6.1
Bijlage Begroting 2021 AB 13 juli 2020, mutaties en huidige begroting _______________________ 36
6.2
Bijlage aanpassingen Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 _______________________ 37
6.3
Bijlage bezuinigingsmaatregelen, meevallers en verwachte extra uitgaven ____________________ 38
6.4
Bijlage Verklarende woordenlijst ______________________________________________________ 40 2
Begroting 2022
3
Begroting 2022
1. De ODRN in 2022 Voor u ligt de begroting 2022. Een jaar waarin we, na een intensieve voorbereiding, samen met onze partners zullen starten met het werken met de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen. Dat zal ondanks de goede voorbereiding het nodige van ons allen vergen. We zullen moeten gaan inspelen op veranderende omstandigheden en wendbaar zijn. Dat betekent dat we soms stappen zullen zetten los van de gebaande en vertrouwde paden, waar dat nodig is. We gaan onze Ontwikkelagenda verder uitvoeren en bovendien van een nieuw perspectief voorzien, iets wat voortvloeit uit de omgevingswet maar wellicht ook volgend uit het rapport van Van Aartsen. Deze ontwikkelingen hebben immers ook grote invloed op de synergie met onze partners. Uiteraard blijven we alert om de financiën van ODRN op orde te houden, waarbij we bezuinigen waar dat verstandig en mogelijk is. We willen daarbij open en transparant zijn maar ook reëel. We zullen nu ook het onderdeel ‘datagestuurd werken’ vorm gaan geven. Dit hebben we nodig om het risicogestuurd werken te verbeteren zodat we effectiever onze middelen kunnen inzetten. Zeker in een tijd waarin de spanning tussen de opgaven, waarvoor we gezamenlijk staan, en de beschikbare financiële middelen goed voelbaar is zal dit ons helpen om een aanvaardbaar niveau aan inzet te kunnen blijven hanteren.
Ook het nieuwe zaaksysteem zal daaraan een bijdrage gaan leveren. In maart 2022 zullen verkiezingen voor de raden van de gemeenten plaatshebben. Daarnaast zal vlak erna de definitieve invulling van het directie plaats gaan hebben. Beide zullen tijdig de nodige aandacht van ons vragen om er voor te zorgen dat een overgang naar een nieuw bestuur én directie soepel zal verlopen. Zoals voor vele organisaties is het ook voor ons lastig om deskundig personeel in huis te halen maar ook te houden. Om onze taken en opgaven goed te kunnen blijven vervullen dienen wij een aantrekkelijke werkgever te blijven. Dat vergt, zeker in een tijd waarin de middelen schaars zijn, inventiviteit. We willen verder gaan verkennen hoe samenwerking met andere partners, waaronder andere omgevingsdiensten, daaraan kan bijdragen. Juist op belangrijke terreinen van verbeteren van veiligheid en duurzaamheid en het tegengaan van ondermijning is een dergelijke samenwerking inspirerend en noodzakelijk, maar ook passend in de gedachte van de omgevingswet. Kortom: 2022 stelt ons voor uitdagingen die we met professioneel optimisme tegemoet treden.
Het dagelijks bestuur van de ODRN, Jan van der Meer Noël Vergunst Nelson Verheul René Waas
4
Begroting 2022
2. Inleiding De ODRN werkt voor verschillende gemeenten, twee provincies en voor andere omgevingsdiensten. Met elke opdrachtgever afzonderlijk maken we afspraken over wat we gaan doen en welke onderwerpen daarbij prioriteit hebben. Dat ligt vast in de werkplannen. Soms is maatwerk nodig voor onderwerpen die hoog op de agenda van een specifieke gemeente staan. Maar veel aandacht gaat nu vooral naar de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging. De invoering van de Omgevingswet (zoals het er nu naar uitziet per 1-1-2022) brengt veranderingen mee, die in de komende jaren worden ingevoerd. Gemeenten hebben tot en met 2024 de tijd voor hun Omgevingsvisie, en tot en met 2029 voor het Omgevingsplan. De ODRN werkt daar op hun expertonderdelen aan mee. Daarvoor is het nodig dat onze medewerkers goed zijn opgeleid en over de jongste inzichten in wet- en regelgeving beschikken. Dat staat dan ook centraal in 2022. Ook met de invoering van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen verandert er veel. Niet de ODRN maar de initiatiefnemer zorgt voor de bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw. Daarvoor in de plaats komen twee andere taken: de toets op de risicobeoordeling en de toets van het dossier van het bevoegd gezag. Die komen bij de ODRN te liggen. Voor de ODRN als organisatie gaan we gedurende 2022 voort op het traject van de Ontwikkelagenda.
De stappen die al gezet zijn hebben verbetering gebracht maar we hebben ook de ambitie ODRN steeds te blijven verbeteren.
5
Begroting 2022
3. Programma’s Toelichting We gaan in op de volgende programma onderdelen/projecten: 3.1 Programma Vergunningverlening 3.2 Programma Handhaving en Toezicht 3.3 Programma BRZO 3.4 Samen Sterk 3.5 Advisering 3.6 Ontwikkelprogramma Bij de programmateksten gaan we in op de volgende vragen: Wat doen we voor wie? Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen?
In paragraaf 3.7 beantwoorden we met de programmabegroting 2022 de vraag, wat mag dat kosten? We geven inzicht in prestatie-indicatoren. Deze geven een indicatie van onze doelstellingen en in de kwaliteit van het functioneren van de ODRN. De indicatoren zijn samen met de andere Omgevingsdiensten in het Gelders Stelsel en in overleg met onze opdrachtgevers bepaald.
6
Begroting 2022
3.1 Programma Vergunningverlening Wat doen we voor wie? Voor de gemeenten Nijmegen, Beuningen, Berg en Dal, Heumen en de Provincie Gelderland verzorgen we ‘Wabo-breed’ de vergunningverlening. De activiteiten beslaan de onderdelen BRIKS (bouwen, reclame, inritten, kappen en slopen) en Milieu. Daarnaast verlenen we voor de gemeente Nijmegen op grond van de APV, de Huisvestingswet en de Leegstandswet, enkele speciale vergunningen (bouwobjecten, woningonttrekking en leegstandsvergunning). De gemeenten Druten en Wijchen hebben uitsluitend de milieutaak aan de ODRN uitbesteed. Ook leveren we het milieu-advies voor de omgevingsvergunningen voor de zogeheten complexe gemeentelijke bedrijven buiten onze eigen regio in de hele provincie Gelderland. Een bijzondere (wettelijke) taak hebben we voor de Brzo1- en Rie-4-bedrijven, als een van de zes landelijke Brzo-OD’s. We zijn verantwoordelijk voor het volledige VTH-pakket van BRZO-inrichtingen voor de provincies Gelderland en Overijssel. Tot slot adviseren we bij de handhaving op de bouw bij provinciale inrichtingen. Wat willen we bereiken?
1
We zorgen ervoor dat de vergunningsaanvragen binnen de daarvoor afgesproken termijn worden afgehandeld. We voorkomen dat een vergunning ’van rechtswege’ wordt verleend. We zorgen ervoor dat de vergunningen kwalitatief goed zijn om in een eventuele bezwaar- en beroepsprocedure overeind te blijven. We leveren binnen de afgesproken tijd kwalitatief goede adviezen op milieuaspecten op verzoek van onze opdrachtgevers.
Met de inwerkingtreding van de omgevingswet zal het begrip BRZO-bedrijf vervangen worden door SEVESO-inrichting
7
Begroting 2022
Indicatoren Vergunningverlening2 realisatie 2020
doelstelling 2021
2022
2023
2024
2025
% Wabo vergunning aanvragen binnen wettelijke termijn ten opzichte van alle Wabo vergunningaanvragen
93%
90%
90%
90%
90%
90%
% actuele omgevingsvergunningen milieu ten opzichte van alle omgevingsvergunningen milieu in het inrichtingenbestand
Niet bekend
80%
80%
80%
80%
80%
Voor de bedrijven met bevoegd gezag Provincie Gelderland zijn aanvullend specifieke indicatoren afgesproken in het programma Complexe Vergunningverlening, zie 3.4.2.
Wat gaan we daarvoor doen? Op basis van trends, ervaring en kennis van ontwikkelingen bij onze opdrachtgevers maken we samen met de opdrachtgevers een inschatting van het toekomstig aantal vergunningen en adviezen. Dit leggen we vast in een werkplan met onze opdrachtgevers. Op basis hiervan zorgen we voor voldoende en goed personeel, zodat we volgens de indicatoren kunnen werken. De daadwerkelijke hoeveelheid vergunningen die we leveren is uiteraard afhankelijk van de vraag naar vergunningen van burgers en bedrijven en anderen. We behandelen en verlenen niet alleen omgevingsvergunningen, we adviseren ook op verschillende vakgebieden/onderdelen, zoals bodem, lucht & geur, geluid, externe veiligheid en bijdragen aan bestemmingsplanparagrafen. We zorgen ervoor dat zowel de vergunningverlening als de advisering wordt uitgevoerd door medewerkers die voldoen aan de geldende kwaliteitseisen. Voor de uitvoering van de complexe vergunningverlening werken we samen met de zes andere Omgevingsdiensten in Gelderland. De werkwijze is in hoofdlijn dat de ODRN de (deel) vergunning opstelt en deze als een advies aan de andere Omgevingsdienst geeft. Deze dienst (of één van zijn partners) heeft het mandaat om de omgevingsvergunning namens het bevoegd gezag te tekenen en te verzenden. We verwachten dat de invoering van de Omgevingswet invloed heeft op het aantal vergunningaanvragen.
Voor Bouwen kunnen vergunningplichtige activiteiten Bouwbesluittoetsvrij of zelfs vergunningsvrij worden. De precieze gevolgen kunnen we nog niet aangeven (zie ook paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing). Daarnaast wordt naar verwachting de Wet Kwaliteitsborging ingevoerd. De gevolgen hiervan zijn wel beperkter dan van de invoering van de Omgevingswet.
2 Bij het opstellen van een nieuw VTH beleid in 2021, zullen we nagaan in hoeverre de KPI’s stroken met VTH-beleidsregels van opdrachtgevers. We zullen eventueel voorstellen doen voor uniformering.
8
Begroting 2022
3.2 Programma Handhaving en Toezicht Wat doen we voor wie? Voor alle partners stellen we een jaarlijks uitvoeringsprogramma op. Daarin staan zowel bedrijven die we controleren als projecten die we uitvoeren. Alle bedrijven zijn ingedeeld in categorieën (A1 t/m D4/5), die oplopen in complexiteit. Daarnaast voeren we voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Heumen, Nijmegen en provincie Gelderland en Overijssel de BRIKS-controles uit. Wat willen we bereiken?
Het uitvoeren van het werkplan zoals we dat afgesproken hebben. Het naleefgedrag verbeteren door goed en slagvaardig te werken Gemelde milieu- en bouwklachten snel en adequaat in behandeling nemen.
Indicatoren handhaving en toezicht3
1. Geplande bezoekfrequentie Wabo gerealiseerd
Realisatie 2020
doelstelling 2021
2022
2023
2024
2025
Niet bekend
90%
90%
90%
90%
90%
2. Volledige naleving na 1e milieucontrole Volledige naleving na 1e BRIKS-controle
57% 78%
60%
60%
60%
60%
60%
3. Klachtmeldingen binnen 2 weken na klacht afgehandeld
87%
80%
80%
80%
80%
80%
4. Hercontroles uitgevoerd binnen drie weken na afloop hersteltermijn
55%
75%
75%
75%
75%
75%
5. Overtredingen opgeheven binnen de hersteltermijn die in handhavingbesluit is geformuleerd
70%
85%
85%
85%
85%
85%
Wat gaan we daarvoor doen? We werken informatie- en risico gestuurd. We bepalen aan de hand van een inschatting van de risico’s hoe vaak en intensief we milieu- en bouwinspecties uitvoeren. Als we daar aanleiding toe zien, houden we ook steekproefsgewijs of themagericht toezicht. Bij overtredingen gebruiken we de bestuursrechtelijke instrumenten om de overtreding te stoppen. Bij de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak is de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) leidend. Medewerkers zullen ook in 2021 opleidingen volgen om te kunnen blijven voldoen aan de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria voor toezicht en handhaving.
3 Bij het opstellen van een nieuw VTH beleid in 2021, zullen we nagaan in hoeverre de KPI’s stroken met VTH-beleidsregels van opdrachtgevers. We zullen eventueel voorstellen doen voor uniformering.
9
Begroting 2022
De beschikbare milieuhandhavingscapaciteit zetten we in voor het uitvoeren van reguliere milieucontroles en afhandeling van milieuklachten en handhavingsverzoeken. Daarnaast zetten we capaciteit in voor projecten. Dit gaat om zowel regionale als provinciale projecten binnen het stelsel van de zeven Gelderse omgevingsdiensten. Binnen het stelsel is dat in ieder geval het Ketentoezicht bij de gezamenlijk afgesproken branches (maximaal drie). Daarnaast zijn er nog een paar belangrijke regionale projecten, zoals de Vierdaagseweek, de eindejaarscontroles bij vuurwerkverkooppunten en controles, gericht op energiebesparende maatregelen. Een belangrijk speerpunt is de aanpak van criminaliteit. We werken daarbij projectmatig samen met andere ketenpartners. Daarbij zetten we zowel milieu- als bouwinspecteurs in. We inspecteren de uitvoering van bouwplannen voor bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning is verstrekt en inspecteren bestaande bouwwerken wanneer daarvoor aanleiding bestaat. De frequentie van het toezicht leiden we af van het handhavingsbeleid van de opdrachtgevers en hangt ook af van de aard van het bouwwerk. Ook houden we toezicht om illegale (ver)bouw te voorkomen, op voorschriften die gaan over het slopen van een bouwwerk (inclusief asbestverwijdering) en het plaatsen van reclame. Ten slotte hebben sommige opdrachtgevers een eigen project aangebracht.
10
Begroting 2022
3.3 Programma Brzo
Wat doen we voor wie? De uitvoering van de VTH-werkzaamheden voor Brzo-bedrijven is in Nederland belegd bij zes Brzo-OD’s. De ODRN is verantwoordelijk voor de uitvoering van alle VTH-werkzaamheden voor de majeure risicobedrijven in de provincies Gelderland en Overijssel (landsdeel Oost). Het gaat om bedrijven die vallen onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (Brzo) en om bedrijven die vallen onder categorie 4 van Bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE4). Het gaat om in totaal 60 bedrijven. Waarvan 44 bedrijven in Gelderland en 16 in Overijssel. Met de inwerkingtreding van de omgevingswet zal het begrip Brzo-bedrijf vervangen worden door SEVESO-inrichting. Wat willen we bereiken? De interprovinciale (IPO) bestuurlijke adviescommissie (BAC) MTH stelt jaarlijks het uitvoeringsprogramma Brzo vast. Dit programma maakt onderdeel uit van de meerjarenagenda (MJA) Brzo 2020-2023. Met de MJA hebben de provincies aangegeven dat zij, samen met de zes Brzo Omgevingsdiensten, werken aan een excellente uitvoering van de VTH-taken bij Brzo- en RIE4-bedrijven en een gezamenlijk landelijk speelveld willen ontwikkelen. De samenwerking tussen de zes Brzo-OD’s heeft dan ook als doel te werken alsof zij één dienst zijn in een excellente uitvoering van onze werkzaamheden. In het landelijk programma worden projecten uitgevoerd die de taakuitvoering bij de Brzo-OD’s optimaliseren.
Daar waar in het IPO-MJA-programma wordt gewerkt aan optimalisatie in de uitvoering bij Brzo-OD’s, wordt voor de integrale uitvoering met Brzo-partners een Brzo+ programma uitgevoerd. In het Bestuurlijk Omgevingsberaad is een gezamenlijk meerjarenvoorstel 2021-2024 vastgesteld voor versterking van omgevingsveiligheid in clusters. Hierin is onder Cluster 1 BRZO+ ondergebracht. De ambitie van het BRZO+ samenwerkingsverband is om de veilige operatie van risicovolle bedrijven en installaties op een hoger niveau te brengen vanuit de invalshoeken veiligheid, gezondheid en milieu.
Wat gaan we daarvoor doen? Onze Brzo-activiteiten kennen drie niveau’s. 1. 2.
3.
We voeren de VTH-taken, dat wil zeggen Wabo-vergunningverlening en zowel Wabo- als Brzo-toezicht & handhaving uit bij Brzo-bedrijven in regio Oost NL. We leveren een bijdrage aan de uitvoering van de twee landelijke ontwikkelprogramma’s: Programma Brzo6-OD’s en programma Brzo+. Dit doen we door het leveren van landelijk projectleiders en de inbreng van specialistische kennis op het gebied van externe veiligheid, lucht&geur, geluid, bodem, afval en water. We zorgen via een programma Brzo Oost voor: implementatie van de landelijk vastgestelde projectresultaten binnen de ODRN. regionale afstemming en samenwerking met ketenpartners RWS, Waterschappen, Veiligheidsregio’s, ISZW, ILT en OM. Brzo-medewerkers die gekwalificeerd en gecertificeerd zijn via een hoogwaardig landelijk opleidingsprogramma. Actieve communicatie en kennisdeling over Brzo-activiteiten Aansturing van genoemde activiteiten via programmamanagement
11
Begroting 2022
Wat mag dat kosten? Het landelijk programma dat met de 6 Brzo OD’s wordt uitgevoerd maakt onderdeel uit van de meerjarenagenda (MJA) Brzo 2020-2023 en financiering hiervan is vastgesteld in het Interprovinciale overleg (IPO). De optimalisatie van de integrale uitvoering met Brzo-partners wordt uitgevoerd in een Brzo+ programma. Het Bestuurlijk Omgevingsberaad heeft een meerjarenvoorstel 2021-2024 vastgesteld waarin onder Cluster 1 BRZO+ is ondergebracht. Het ministerie I&W financiert de bijdrage van de Brzo-OD’s aan het Brzo+ programma. De opdrachtgevers provincie Gelderland (60%) en provincie Overijssel (40%) hebben via een gedeeld budget in het werkplan een implementatieprogramma Brzo Oost afgesproken met de ODRN. Activiteit In € * 1.000 Uitvoering VTH Omgevingsveiligheid Cluster 1 Brzo, kassier ODNL IPO MJA, kassier DCMR Communicatie 6 Brzo OD’s, kassier DCMR Brzo Oost, Werkplan Gld en Ov Totaal ODRN
Begroting 2022
105 205 70 274 654
3.4 Samen Sterk In 2020 is een plan Samen Sterk opgesteld voor de verbetering van de bestaande samenwerking op VTHgebied tussen de uitvoerende partijen ODRA, ODRN en de afdeling VVHH van de provincie Gelderland, maar ook voor de samenwerking tussen de provincie Gelderland als opdrachtgever en de drie uitvoerende partijen als opdrachtnemer. ODRA, ODRN en afdeling VVHH zijn samen verantwoordelijk voor de integrale afstemming en uitvoering van het VTH-programma. De doelen van Samen Sterk zijn: Een veilige leefomgeving en een betrouwbare overheid. Vervolgens het effectief en efficiënt uitvoeren van het werk. In het plan van aanpak Samen Sterk zijn een aantal programma’s opgenomen: 3.4.1 Brede Samenwerking 3.4.2 Complexe Vergunningverlening 3.4.3 Aandachtsbedrijven Voor het programma Complexe Vergunningverlening ligt de uitvoering bij de ODRN en voor het programma Brede Samenwerking wordt de regie gevoerd vanuit de ODRN. De ODRN levert ook een bijdrage aan het meerjarige programma Aandachtsbedrijven waarvoor de regie gevoerd wordt vanuit de Omgevingsdienst Arnhem (ODRA).
12
Begroting 2022
3.4.1 Brede Samenwerking Wat willen we bereiken? Het programmatisch organiseren van onze opgaven helpt ons nog niet voldoende om een solide basis te leggen onder het duurzaam beter samenwerken. Het doel is ook om onze attitude te veranderen en onze competenties te ontwikkelen. Daarvoor wordt het programma Brede Samenwerking uitgerold. Het onderdeel Brede Samenwerking is nog in ontwikkeling. Hierbij wordt ook de synergie gezocht met de implementatie van de Omgevingswet. Wat gaan we daarvoor doen? In 2021 brengen we in beeld welke behoefte dit programma precies dient en hoe er ‘werk met werk’ gemaakt kan worden vanuit de overige programma’s. We voorzien voor 2022 een vervolg op de inzet op het leren kennen van elkaar en begrijpen van elkaars rol. Bijvoorbeeld aan de hand van casuïstiek.
3.4.2 Complexe Vergunningverlening Wat willen we bereiken? Het programma Complexe Vergunningverlening is ingevoerd om meer focus en sturing aan te brengen op de vergunningverlening (Wabo en Wnb) bij bedrijven onder bevoegd gezag van de provincie Gelderland. De focus is gericht op een adequate vergunningverlening. Hieronder wordt verstaan vergunningen die tot stand zijn gekomen in één werkproces met een integrale beoordeling en waarin de actuele wet- en regelgeving is verwerkt. Tegelijk is de opgave om met deze programma-aanpak ook de huidige achterstanden weg te werken. Het programma moet zorgen voor het realiseren van een verbeter- en inhaalslag bij Wabo en Wnb vergunningverlening en meer samenwerking tussen de uitvoerende organisaties (ODRN, ODRA en afdeling VVHH provincie Gelderland). Het programmadoel is: basis op orde & in control zijn. Dit hoofddoel is uitwerkt in de volgende normen:
% Wabo en Wnb-aanvragen binnen wettelijke termijn behandeld, norm 90% % bedrijven getoetst volgens regulier beleid, zie onderstaande tabel % bedrijven actueel volgens regulier beleid, zie onderstaande tabel Realisatie inhaalslag actualiteit Wabo, norm 40 bedrijven in 2022, 90% realisatie in 2023 Voortgang in achterstand bedrijven zonder passende Wnb-vergunning, norm 40 bedrijven in 2022, 70% realisatie in 2023
Normen % bedrijven getoetst en actueel: Branche volgens risicomatrix
Frequentie actualisatietoets (elke x jaar)
Doel (% actueel)
Brzo/RIE4
5
100%
Zeer hoog
7
90%
Gemiddeld, hoog
7
80%
Laag
10
80%
13
Begroting 2022
Wat gaan we daarvoor doen? In het programma wordt met de volgende drie projecten een integrale aanpak gericht op actuele vergunningen uitgevoerd: 1. 2. 3.
Implementatie nieuwe integrale werkwijze ‘Integraal & actueel’, waarbij niet de aanvraag maar de gehele vergunningsituatie bij een bedrijf centraal staat Wabo-actualisatieprogramma, uitvoering toetsen en prioriteitstelling voor procedures Integratie Wnb-Wabo, waaronder inrichten integraal werkproces en ontwikkelen scenario’s samenloop Wnb-Wabo
Wat mag dat kosten? Voor complexe vergunningverlening zijn de volgende bedragen begroot: In € * 1.000 Begroting 2022 Programmasturing Complexe VV 94 Project Nieuwe werkwijze 52 Project Integratie Wnb-Wabo 42 Project Integrale aanpak actualisaties 42 Programma Brede Samenwerking 26 Overig 44 Totaal 300
3.4.3 Programma Aandachtsbedrijven In 2020 is de provincie Gelderland samen met de ODRA en ODRN gestart met het programma Aandachtsbedrijven. Aandachtsbedrijven zijn bedrijven met complexe (meervoudige) problematiek, die niet binnen de reguliere uitvoering van VTH-taken kan worden opgelost. Vaak betreft het een combinatie van omgevingsveiligheid, ruimtelijke problematiek en een actieve omgeving. Op het totaal van de provinciale bedrijven (circa 230) gaat het om een beperkt aantal (circa 20). De problemen worden opgepakt door projectgroepen te vormen met de verschillende betrokken uitvoerders en specialisten van de ODRA, de Provincie Gelderland en ODRN De uitgangspunten zijn: •
• •
Een jaarlijkse programmatische aanpak waarbij elk aandachtsbedrijf een projectmatige aanpak met een eenduidig doel kent. De aanpak is er op gericht voorkombare problematiek en bestuurlijke zorgen uit te sluiten; Voor elk aandachtsbedrijf wordt een omgevingsscan gedaan. Hierbij wordt specifiek aandacht gegeven aan de verbinding met lokaal bestuur; Voor elk aandachtsbedrijf is de stand van zaken ten aanzien van realisatie van het projectdoel op elk moment inzichtelijk.
Doelstelling is om te komen tot uniformering en verduidelijking van de aanpak van deze bedrijven zodat sneller gereageerd kan worden en zodat het beter mogelijk is ervaringen te delen en de aanpak verder te professionaliseren.
14
Begroting 2022
3.5 Programma advisering Wat doen we voor wie? Voor diverse opdrachtgevers verzorgen we de juridische advisering op het gebied van het omgevingsrecht. We zorgen ervoor dat het beleid van de opdrachtgevers juridisch goed onderbouwd is. Daardoor hebben besluiten, die opdrachtnemers op grond van dat beleid nemen, een goede juridische basis. Daarnaast voeren wij juridische bezwaar- en beroepsprocedures uit voor diverse opdrachtgevers, of ondersteunen hen daarbij. Wat willen we bereiken? De advisering is erop gericht om eventuele knelpunten in de uitvoering tegen te gaan of daarvoor een oplossing aan te dragen. Soms zitten er juridische onduidelijkheden in regelgeving en beleid. Wij melden dit aan de opdrachtgevers en doen voorstellen voor verbetering. Soms moet beleid worden aangepast door verandering van wetgeving en jurisprudentie. Ook daarover denken we met de opdrachtgevers mee. Wat gaan we daar voor doen? Voor de advisering zorgen we voor voldoende kwalitatief goed (geschoold) personeel. We zorgen ervoor dat de ontwikkelingen op juridisch gebied (zowel wetgeving als jurisprudentie) verwerkt worden in onze adviezen. Dat betekent dat we opdrachtgevers actief vanuit onze rol informeren over de gevolgen voor de uitvoering van veranderende wet- en regelgeving op het terrein van het omgevingsrecht, zoals de (nieuwe) Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging.
Ook de Pfas-problematiek is hiervan een goed voorbeeld.
3.6 Ontwikkelprogramma Het doel is van de ODRN een organisatie maken - waarin de inhoudelijke doelen van de opdrachtgevers centraal staan; - die op een zakelijke manier samenwerkt met zijn partners; - die zelf op een zakelijke, inzichtelijke manier geleid wordt; - die financieel solide en gezond is; - die de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging soepel en in goed overleg met zijn partners invoert. Het ontwikkelprogramma omvat drie thema’ en daarbij behorende opgaven: Gezamenlijkheid Eigenaarschap Professioneel zakelijk opdrachtgever- en opdrachtnemerschap Gezamenlijk opdrachtgeverschap en (regionale) samenwerking Zakelijkheid Verbetering bedrijfsvoering Verbetering personele functie Grip op informatievoorziening
15
Begroting 2022
Nieuwe ontwikkelingen Omgevingswet Wet Kwaliteitsborging Bouwen Datagestuurd werken
Een verdere toelichting op dit programma is in de verschillende projectplannen te vinden waarover we separaat rapporteren.
16
Begroting 2022
3.7 De programmabegroting In onderstaande tabel presenteren we de programmabegroting 2022 met vergelijkende cijfers over 2021 (begroot) en 2020 (realisatie):
in €*1.000
Rekening 2020 Begroting 2021
Begroting 2022
Vergunningverlening Baten Lasten Saldo
8.525 5.936 2.590
8.844 6.364 2.479
8.999 6.222 2.777
Toezicht en handhaving Baten Lasten Saldo
6.304 4.389 1.915
6.301 4.534 1.766
5.821 4.025 1.796
Advisering , afhandelingen en bijzondere opdrachten4 Baten Lasten Saldo
6.934 4.827 2.106
8.435 6.071 2.365
8.070 5.700 2.371
De baten en lasten van vergunningverlening laten een kleine toename zien, die deels verband houdt met indexering. De baten en lasten van toezicht en handhaving nemen iets af. Dit is gevolg van het risicogericht handhaven en van rubricering van een aantal producten naar advisering. De fluctuaties bij advisering, afhandeling en bijzondere opdrachten houden voornamelijk verband met mutaties van de ontwikkelbijdrage. Hiervoor begroten we in 2022 € 7,5 ton aan baten en lasten (2021 baten € 1,5 mln. en lasten € 1,1 mln.). Onder advisering, afhandelingen en bijzondere opdrachten ramen we verder de middelen van het programma Brzo € 6,5 ton, complexe vergunningverlening € 3 ton, aandachtsbedrijven € 2,7 ton, complexe handhaving € 1,6 ton en diverse (incidentele) projecten, zoals aanpak illegaal kamerverhuur € 3,4 ton en energiecontroles € 3,5 ton.
4
Inclusief ontwikkelprogramma
17
Begroting 2022
4. Financiële begroting 2022, meerjarenraming 2023-2025 4.1 De gehanteerde uitgangspunten De begroting 2022 is gebaseerd op de advieslijsten5 die we begin 2021 met onze opdrachtgevers hebben afgestemd. We hebben verder rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: Een indexering van onze lasten volgens de CEP maart 2020 6, loon en inhuur 2,1 % en materieel 1,7 %; Het achterwege blijven van de indexering van onze uurtarieven 2022, de indexering volgens de begrotingsrichtlijnen (BRN) van 0,24% valt weg in de afronding; De meerjarenbegroting 2022-2025 is op prijspeil 2022; Het afzien van de korting van € 3 op ons uurtarief vanaf 2022 en het vooralsnog handhaven van een korting op ons uurtarief van € 3 vanaf 2024; Verwerking van een pakket aan bezuinigingsmaatregelen, meevallers en verwachte extra uitgaven van jaarlijks per saldo ruim € 4 ton , zie bijlage 6.3; Een productiviteit van 72%, hetgeen neerkomt op 1350 uur productief; Bij salariskosten rekenen we met een anciënniteit van 10 (max -1); De begroting is zonder kostprijsverhogend BTW-effect. De ODRN factureert de opdrachtgevers inclusief BTW; We hebben geen post voor onvoorzien geraamd; Een korting van 1% op de gemeentelijke bijdragen vanaf 2023, zie onderstaand.
Korting BRN 2021: 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023 In de BRN Regio Nijmegen 2021 staat dat de gemeenten hebben afgesproken een generieke structurele korting op de bijdrage aan de ODRN toe te passen van 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023 vanwege de financiële opgaven bij de gemeenten. Ons bestuur heeft in 2021 besloten deze korting niet door te voeren op onze tarieven, maar deze te beschouwen als een volumekorting. Het is aan de deelnemende gemeenten deze korting te effectueren door minder producten af te nemen. We gaan ervan uit de korting van 2% in de advieslijsten van 2022 is meegenomen en daarmee in de begroting verwerkt is. Vanaf 2023 hebben we rekening gehouden met een aanvullende korting op de baten van de deelnemende gemeenten met 1% (van 2% in 2022 naar 3% vanaf 2023) waarmee de korting volledig in onze meerjarenraming verwerkt is. Effecten van de invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen
5 Kleine aanpassingen op deze lijsten die vanaf de derde week van maart 2021 zijn overeengekomen, hebben we niet meer kunnen verwerken. De productie die we in de werkplannen overeenkomen is bepalend voor de afspraken met onze opdrachtgevers. 6 Voor de indexering van personele kosten is gekozen voor de prijsindex beloning werknemers overheid, zoals opgenomen in het CEP (maart) en is terug te vinden in de bijlage Middelen en bestedingen, kolom bestedingen. Voor de indexering van de materiële lasten is gekozen voor de prijsmutatie Bruto Binnenlands product. De CEP 2021 is pas op 31 maart 2021 gepubliceerd. Dit was te laat om deze indexen nog in de begroting 2022 te verwerken. Daarom is uitgegaan van de CEP 2020. De indexen in de CEP 2021 waren overigens lager dan de CEP 2020. CEP 2021: prijsindex beloning werknemers overheid 1,2% en prijsmutatie Bruto Binnenlands product 1,6%. Mocht blijken dat de toegepaste index te hoog is, dan kunnen we deze in de begroting 2023 actualiseren. Dat nemen we mee in de evaluatie van de indexeringsmethodiek die in 2021 gepland is.
18
Begroting 2022
De effecten van de invoering van de Omgevingswet (OW) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn in deze begroting niet meegenomen. De structurele financiële gevolgen hiervan konden we bij het opstellen van deze begroting nog niet goed inschatten. Ook is er kans dat de invoerdatum, nu nog 1 januari 2022, vertraagt. Dat betekent dat we er vooralsnog van uitgaan dat de uitvoeringstaak met deze nieuwe wetten het zelfde kost als zonder. Bij de bepaling van onze benodigd weerstandsvermogen houden we wel rekening met het financiële risico hiervan. Zodra we een goede inschatting hebben van de structurele wijziging van de inkomsten en uitgaven door deze wetten, zullen die door middel van een begrotingswijziging of aanpassing worden verwerkt in een nieuwe begroting. Wel is in deze begroting als onderdeel van het budget voor het Ontwikkelprogramma ODRN 2020-2021 een bedrag geraamd voor de implementatiekosten van de OW en de Wkb. Overheveling taken wet bodembescherming Met de inwerkingtreding van de OW gaat de bevoegdheid die nu bij de provincie ligt voor de Wet bodembescherming (Wbb) over naar de gemeenten. Gemeenten zijn dan primair beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze overdracht komen alle basistaken voor de bodem(sanering) bij de gemeenten te liggen. Het staat de gemeente vrij te bepalen of ze de bodemtaken extern of bij de ODRN beleggen.
Hierover is nog geen besluit genomen. We hebben de effecten hiervan dan ook niet in de begroting vertaald. De overdracht van bodemtaken van provincie naar gemeenten gaat gepaard met overheveling van budget van provinciefonds naar gemeentefonds. Bijstelling ontwikkelbudget en reserveren middelen voor vervanging van het zaaksysteem Met de wijziging bij deze begroting voegen we € 3,1 ton7 ontwikkelbudget toe aan de begroting 2023 voor de vervanging van het zaaksysteem. Bij de bepaling van de begrote afschrijvingen houden we daarnaast rekening met een bedrag van € 6 ton voor de vervangingsinvestering van het zaaksysteem. Beide bedragen zijn indicatief. De aanbesteding moet nog plaatsvinden. We leggen in de loop van 2022 een actuele prognose voor. Naast bovengenoemde wijziging, voegen we € 4,5 ton van het reguliere ontwikkelbudget 2021 aan de begroting 2022 toe. We rapporteren separaat over de inzet hiervan. De totale overheveling is hiermee € 7,6 ton, waarvan € 4,5 ton naar 2022 en € 3,1 ton naar 2023 voor de aanschaf van het zaaksysteem.
7 We stellen bij de aanpassing van de begroting 2021 voor een eenmalige meevaller van € 3,1 ton aan het ontwikkelbudget toe te voegen. Argument hiervoor is dat we de vervanging van het zaaksysteem, waarover we ons bestuur een plan van aanpak hebben voorgelegd, aan de ontwikkelopgave toe willen voegen.
19
Begroting 2022
4.2 De wijzigingen in de meerjarenbegroting 2022-2025 Het Algemeen Bestuur heeft op 13 juli 2020 de begroting 2021, meerjarenraming 2022–2024 vastgesteld. Daarna heeft het bestuur besloten over aantal aanpassingen op deze begroting: het Algemeen Bestuur heeft besloten om € 8 ton van het ontwikkelbudget over te hevelen van 2020 naar 2021 en het Dagelijks Bestuur heeft, in het kader van het op orde brengen van onze formatie, besloten over aanpassingen van de begrote loonsom en inhuur. In bijlage 6.1 is een mutatieoverzicht opgenomen met begroting versie 13 juli, de mutaties en de huidige begroting. De wijzigingen die nu voorliggen vatten we in onderstaande tabel samen:
in € * 1.000 Baten
Bijdragen opdrachtgevers Subsidiebijdragen Ontwikkelbijdrage Onttrekking bestemmingsreserve
Totaal Baten Lasten Bijdrage regionaal stelsel Inhuur Kapitaallasten materieel Opleiding Personeel Piofah Ontwikkelbudget Totaal Lasten
2021 1.423 112 -659 36
2022 1.839 80 447
2023 1.694 80 310
2024 1.589 68 -
2025 1.589 68 -
912 60 1.284 44 27 -80 -74 -349
2.367 80 1.639 64 13 5 231 -112 447
2.084 80 1.557 64 12 5 170 -113 310
1.656 80 1.502 64 10 5 110 -114 -
1.656 80 1.502 64 10 5 110 -114 -
912
2.367
2.084
1.656
1.656
Het betreft een bijstelling van baten en lasten van afgerond in € 2,4 mln. in 2022 aflopend naar € 1,7 mln. vanaf 2024. Belangrijkste mutatie betreft het bijstellen van de baten en lasten op basis van de advieslijsten. Dit geeft een aanvulling van € 1,8 mln. in 2022 en € 1,6 mln. vanaf 2024. Verder stellen we de subsidies met jaarlijks € 80.000 tot € 68.000 bij. Daarnaast willen we in de begroting 2022 en 2023 een ontwikkelbijdrage van respectievelijk € 4,5 ton en € 3,1 ton opnemen. We gaan door met onze ontwikkelopgaven en willen ook de vervanging van ons zaaksysteem aan deze opgave toevoegen. Bij de lasten hebben we de indexering 2022 en een pakket aan bezuinigingsmaatregelen, meevallers en verwachte extra uitgaven verwerkt. We hebben een aantal posten geactualiseerd en we hebben het ontwikkelbudget in overeenstemming gebracht met de ontwikkelbijdrage. In bijlage 6.2 is een nadere uiteenzetting van de mutaties opgenomen. Deze bijstellingen leiden tot de aangepaste begroting in paragraaf 4.3. In paragraaf 4.4 lichten we de (mutaties op de) begrotingsposten toe.
20
Begroting 2022
4.3 Financiële meerjarenbegroting 2022-2025 lasten nr .
Omschrijving
jaarrekening
begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
12.181.310
14.203.261
14.541.997
14.491.309
14.435.130
14.435.130
156.608
181.000
285.777
285.777
285.777
285.777
3 Inhuur
4.214.844
3.272.739
2.892.550
2.747.635
2.035.714
2.035.714
4 Piofah taken gastheer
1 Salariskosten 2 Opleidingskosten
2.725.000
2.826.335
2.788.404
2.787.035
2.785.666
2.785.666
5 Kapitaallasten
433.982
380.000
400.000
400.000
400.000
400.000
6 Overige materiele kosten
843.731
948.956
935.090
933.721
932.352
932.352
7 Bijdrage regionaal stelsel
266.228
336.000
355.796
355.796
355.796
355.796
8 Ontwikkelprogramma
602.171
1.467.895
447.000
310.000
0
0
21.423.874
23.616.186
22.646.614
22.311.273
21.230.434
21.230.434
jaarrekening
begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
1.331.208
1.331.209
1.331.209
1.288.267
1.288.267
2.092.719
2.026.300
2.026.886
2.006.617
1.941.888
1.941.888
Gemeente Druten
1.477.332 458.582
1.457.775 476.333
1.455.998 472.871
1.441.438 468.142
1.394.940 453.041
1.394.940 453.041
Gemeente Heumen
824.316
795.998
824.404
816.160
789.832
789.832
7.311.487 846.123
7.518.868 814.407
7.546.366 858.469
7.470.902 849.884
7.229.905 822.469
7.229.905 822.469
6.363.875 19.374.434
6.603.553 19.693.234
6.253.006 19.438.000
6.253.006 19.306.150
6.051.296 18.683.371
6.051.296 18.683.371
11 Provincie Overijssel BRZO
758.999
851.978
817.228
817.228
790.866
790.866
12 Diverse opdrachten
22.601
233.269
232.982
166.491
100.000
100.000
13 Subsidies
297.351
412.195
380.195
380.195
367.931
367.931
502.171 81.136
1.057.895 -
447.000 -
310.000 -
-
-
63.593
36.407
-
-
-
-
21.907.545
23.616.186
22.646.614
22.311.273
21.230.434
21.230.434
483.671
0
0
0
0
0
Totaal lasten baten nr .
Omschrijving
9 Baten bovenregionale taken
807.260
10 Omzet voor Gemeente Berg en Dal Gemeente Beuningen
Gemeente Nijmegen Gemeente Wijchen Provincie Gelderland Subtotaal baten
14 Bijdrage Ontwikkelprogramma 15 Vrijval voorziening Onttrekking 16 bestemmingsreserve Totaal baten Rekening-/begrotingssaldo
21
Begroting 2022
4.4 Toelichting op de begrotingsposten 1. Salariskosten We hebben de berekening van de salariskosten gebaseerd op de formatie van 175,65 fte die het DB op 16 december 2020 heeft vastgesteld en op de loonsom met anciënniteit 10 (max-1). Voor overige personele lasten zoals: reiskostenvergoeding, gratificaties en toelagen begroten we jaarlijks afgerond € 2 ton. Met deze wijziging boeken we een bezuiniging in van € 70.000 in 2022 aflopend naar € 50.000 vanaf 2024 in verband met lagere personele lasten door verjonging van ons personeelsbestand. De begrote loonsom neemt vanaf 2023 af in verband met pensionering van een medewerker en tenslotte houden we rekening met een indexering van 2,1%. In onderstaande tabel geven we de mutaties op de begrote salariskosten weer: In € * 1.000 Initieel begroot Bezuiniging verjonging personeelsbestand Pensioen Index 2022 Totale mutatie
2021 14.283 (80) (80)
2022 14.311 (70) 301 231
2023 14.321 (60) (71) 301 170
2024 14.325 (50) (141) 301 110
2025 14.325 (50) (141) 301 110
Bijgestelde begroting
14.203
14.542
14.491
14.435
14.435
2. Opleidingskosten Evenals in de vorige begrotingen is in de begroting 2022 voor opleidingen 2% van de loonsom geraamd. 3. Inhuur In onderstaande tabel brengen we de mutaties op het inhuurbudget in beeld: In € * 1.000 Initieel begroot bezuiniging project digitaal verzenden bezuiniging minder inhuur Extra inhuur vanwege hogere baten Index 2022 Totale mutatie
2021 1.989 (120) 1.404 1.284
2022 1.254 (46) (120) 1.779 26 1.639
2023 1.191 (56) (120) 1.708 25 1.557
2024 534 (66) (120) 1.677 11 1.502
2025 534 (66) (120) 1.677 11 1.502
Bijgestelde begroting
3.273
2.893
2.748
2.036
2.036
De begrote inhuur daalt van € 3.3 mln. in 2021 naar € 2,0 mln. vanaf 2025. Het aflopen van het ontwikkelbudget en de kortingen op onze omzet (1% vanaf 2023 en de afbouw van de toeslag met € 3 vanaf 2024) zijn op het inhuurbudget in mindering gebracht. Ook de opbrengst van het project digitaal verzenden van € 46.000 in 2022 oplopend naar € 66.000 vanaf 2024 en de bezuiniging beperking inhuur, structureel € 120.000, zijn op dit budget gekort.
22
Begroting 2022
In onderstaande tabel laten we de ontwikkeling van inhuurkosten 2020 en budget vanaf 2021 zien: in € * 1.000 Salariskosten Inhuur derden
Realisatie 2020 12.181 74% 4.215 26%
Totaal
16.396
100%
Begroot 2021 14.203 81% 3.273 19%
Begroot 2022 14.542 83% 2.893 17%
Begroot 2023 14.491 84% 2.748 16%
Begroot vanaf 2024 14.435 88% 2.036 12%
17.476 100%
17.435 100%
17.239 100%
16.471 100%
In percentage van totaal loonsom en inhuur derden neemt het aandeel inhuur af van 26% in 2020 naar 12% vanaf 2024. We onderzoeken de gewenste omvang van onze inhuur en zullen een uitspraak doen of deze ontwikkeling past bij de gewenste flexibele schil die we moeten aanhouden in het kader van de risico’s. We komen hier separaat op terug, 4. Kosten via gastheerovereenkomst (Piofah-taken) We nemen van de gemeente Nijmegen verschillende diensten af op het vlak van personeel, ICT en huisvesting. Dit ligt vast in de gastheerovereenkomst die we in 2020 hebben herzien. We hebben verschillende bezuinigingen ingeboekt (zie bijlage 6.3) en we houden rekening met de indexering vanaf 2022. Per saldo begroten we een daling van deze kosten van jaarlijks € 1,1 ton. De mutaties zetten we in onderstaande tabel uiteen: In € * 1.000 Initieel begroot Bezuiniging project digitaal verzenden Bezuiniging facilitair repro Index 2022 Vermindering m2 besparing facilitair Vermindering m2 besparing huur en service Totale mutatie
2021 2.900 (30) (19) (24) (74)
2022 2.900 (9) (30) 61 (59) (74) (112)
2023 2.900 (11) (30) 61 (59) (74) (113)
2024 2.900 (12) (30) 61 (59) (74) (114)
2025 2.900 (12) (30) 61 (59) (74) (114)
Bijgestelde begroting
2.826
2.788
2.787
2.786
2.786
5. Kapitaallasten De ODRN doet investeringen in huisvesting en ICT. Het rentepercentage hebben we op 0 % gezet, we ramen dus alleen afschrijvingslasten. Dit is in lijn met de voorschriften uit het BBV die voorschrijven dat alleen met werkelijke rente mag worden gerekend.
23
Begroting 2022
Onze begrote activa en afschrijvingen geven we onderstaande tabel weer: Investering
Begrote aanschafwaarde
Afschrijvingen
Inrichting (meubilair, vloerbedekking etc.)
1.100
110
10 jaar
ICT Applicaties en servers
1.350
270
5 jaar
60
20
3 jaar
2.510
400
In € * 1.000
ICT Pc’s, laptops, tablets, printers Totaal
Afschrijvingstermijn
vanaf 2022
We houden bij de begrote aanschafwaarde en bijbehorende afschrijvingslasten rekening met een investering van € 6 ton voor de vervanging van ons zaaksysteem WRS. Dit is een indicatief bedrag. De aanbesteding van het zaaksysteem moet nog plaatsvinden. Ook houden we rekening met verbouwingskosten om onze huisvesting aan te passen aan het gereduceerde aantal m 2 huur. 6. Overige materiële kosten Dit betreft materiele kosten die wij niet via de gastheer afnemen, zoals: reiskosten woon-werkverkeer en kosten dienstreizen, abonnementen, portokosten, representatiekosten, advertentiekosten werving personeel en drukwerk. De mutaties op deze post geven we in onderstaande tabel weer:
in € * 1.000 Initieel begroot Bezuiniging project digitaal verzenden Diverse projecten Bezuiniging facilitair ICT Bezuiniging lagere reiskosten Bezuiniging nekmassages en abonnementen Actualiseren uitgaven bovenregionaal stelsel Thuiswerkvergoeding Communicatie 6 Brzo OD’s. Inrichtingskosten huisvesting Advies huisvesting Index 2022 Totale mutatie
2021 922 100 (60) (70) (15) (40) 45 23 26 18 27
2022 922 (13) 100 (60) (50) (15) (39) 45 23 21 13
2023 922 (14) 100 (60) (50) (15) (39) 45 23
2024 922 (15) 100 (60) (50) (15) (39) 45 23
2025 922 (15) 100 (60) (50) (15) (39) 45 23
21 12
21 10
21 10
Totaal
949
935
934
932
932
We hogen de materiële lasten op met € 100.000 voor materiële uitgaven die we in het kader van diverse projecten aan onze opdrachtgevers doorbelasten. Dit betreft bijvoorbeeld kosten van piketdiensten, materiaalmonsters, laboratoriumonderzoeken of advieskosten over asbestsanering of pfas. Ook betalen we hiervan advieskosten BRIKS provinciale inrichtingen van andere stelsel OD’s en kosten die de ODRA ons voor bijvoorbeeld het abonnement Landelijk Meldpunt Afvalstoffen in rekening brengt. Deze kosten waren eerder niet begroot.
24
Begroting 2022
We voeren een aantal bezuinigingen door:
Met het project digitaal verzenden verwachten we een verlaging van de portikosten van € 13.000 tot € 15.000; We hebben diverse ICT-contracten in onze gastheerovereenkomst ondergebracht. Dat levert een besparing op van structureel € 60.000; Als gevolg van Covid-19 verwachten we in 2021 € 70.000 lagere reiskosten. We gaan ervan uit dat we het thuiswerken na 2021 (deels) continueren en boeken vanaf 2022 een besparing op reiskosten van € 50.000; We hebben de faciliteit voor medewerkers om nekmassages te krijgen beëindigd en we gaan besparen op abonnementen.
De uitgaven bovenregionaal stelsel zijn te laag begroot. We hevelen vanaf 2022 € 29.000 over om dit budget op peil te brengen. We houden rekening met een thuiswerkvergoeding van jaarlijks € 45.000. Ten slotte begroten we een bijdrage aan communicatiekosten voor de Brzo OD’s van jaarlijks € 23.000. We krijgen een bijdrage van € 70.000 voor communicatie. Deze hebben we begroot bij subsidies. We moeten zelf waarschijnlijk aan een deel van de kosten bijdragen. Dit deel nemen we op bij de materiële lasten. 7. Bijdrage regionaal stelsel In het Gelders Stelsel van Omgevingsdiensten hebben we diverse programmatische bovenregionale taken belegd. De ODRN deelt mee in de kosten. We hebben de begroting geactualiseerd (de kosten waren te laag begroot) en we hebben in onze begroting rekening gehouden met extra kosten in verband met de professionalisering van de OD.NL en met extra uitgaven voor Inspectieview milieu. De mutaties op deze post geven we weer in onderstaande tabel: In € * 1.000 Initieel begroot Professionalisering ODNL Inspectieview milieu Actualiseren uitgaven bovenregionaal stelsel Index 2022 Totale mutatie
2021 276 20 10 30 60
2022 276 20 25 29 6 80
2023 276 20 25 29 6 80
2024 276 20 25 29 6 80
2025 276 20 25 29 6 80
Bijgestelde begroting
336
356
356
356
356
In onderstaande tabel geven we de begrote inzet van deze middelen weer: In €* 1.000
2021
2022
Ketentoezicht Portaal en kenniscentrum Innovatiegelden ODNL Coördinatie en kwaliteit en FG rol Beheerkosten I-GO Inspectieview milieu P&O stelseltaak 2020 BsB-m 2020 Overig < € 10.000
83 88 37 31 22 29 10 18 11 7
84 82 38 31 29 29 25 19 11 8
Totaal
336
356
25
Begroting 2022
8. Ontwikkelprogramma ODRN 2022 In de begroting 2021 en 2022 hebben we € 2.517.000 opgenomen voor de uitvoering van het Ontwikkelprogramma 2020-2021. Het Algemeen Bestuur heeft op 4 november 2020 besloten tot een actualisatie van de begroting waarmee € 8 ton van de ontwikkelbijdrage is overgeheveld naar 2021. Uiteindelijk hebben we eind 2020 € 897.829 minder aan het ontwikkelprogramma besteed dan begroot. Dit bedrag hebben we op de balans gereserveerd als vooruit ontvangen en dit willen we graag vanaf 2021 inzetten voor onze ontwikkelopgaven. Ook willen we de vervanging van ons zaaksysteem, WRS, in het ontwikkelprogramma onderbrengen. Om de kosten hiervoor te dekken, voegen we het saldo van onze bezuinigingen in 2021 van € 310.0008 aan het ontwikkelprogramma toe. Ten slotte hebben we de plannen voor de inzet van de verschillende onderdelen van het ontwikkelprogramma geactualiseerd. Dit heeft ertoe geleid dat we € 447.000 en € 310.000 ontwikkelbijdrage in respectievelijk 2022 en 2023 willen inzetten. Dat voorstel hebben we in deze begroting verwerkt. Hiermee brengen we onze meerjarenbegroting in overeenstemming met de (verwachte) inzet. De mutaties op de (begrote) ontwikkeluitgaven geven we in onderstaande tabel weer. In €* 1.000 Oorspronkelijk begroot Actualisatie AB 4 november 2020 BW begroting 2021 BW begroting 2021 Overheveling naar 2022/2023 (Verwachte) inzet
Realisatie 2020 1.500 -800 -98 0 0
Begroting 2021 1.017 800 98 310 -757
Begroting 2022 0 0 0 0 447
602
1.468
447
Begroting 2023
310 310
Totaal 2.5179 310 2.827
9. Baten bovenregionale taken Dit betreft baten voor het uitvoeren van complexe vergunningverlening voor de omgevingsdiensten binnen het Gelders stelsel. Het geraamde bedrag in 2022 is gebaseerd op de advieslijsten. Vanaf 2024 hebben we een korting van € 3 op het uurtarief verwerkt. De toename vanaf 2021 komt door de toevoeging van de budgetten voor het programma Samen Sterk.
8 Dit is een indicatief bedrag. We zullen in 2022 met een begroting en dekkingsvoorstel voor de vervanging van WRS voorleggen. 9 € 2.317.000 bijdrage van deelnemers en € 2 ton inzet opleidingsbudget.
26
Begroting 2022
10. Deelnemersbijdragen/omzetverwachting Deze bedragen zijn gebaseerd op de advieslijsten voor 2022 die in maart 2021 met de opdrachtgevers zijn afgestemd. In 2023 zijn de budgetten van deelnemende gemeenten met 1% t.o.v. 202210 verlaagd. Vanaf 2024 hebben we een korting van € 3 op het uurtarief verwerkt. 11. Provincie Overijssel, Brzo-taken Als een van de 6 Brzo-diensten in Nederland voert de ODRN ook voor de provincie Overijssel de Brzo-taken uit. Op basis van de advieslijsten 2022, ramen we een bedrag van € 817.228. 12. Diverse opdrachten Dit betreft verwachte baten uit hoofde van een detacheringsovereenkomst € 66.491 met de provincie Gelderland. Deze overeenkomst loopt medio 2023 af. Verder is opgenomen een stelpost van € 100.000 voor overige diverse inkomsten. Een aantal inkomsten, detachering en incidentele inkomsten bij overige opdrachtgevers, is niet in de advieslijsten opgenomen en nemen we aanvullend in de begroting op. 13. Subsidies In onderstaande tabel geven we een overzicht van begrote subsidiebijdragen:
In € * 1000 Communicatie 6 Brzo OD’s. Programma IPO-MJA-Brzo 6OD’s IOV6-Ontwikkelen REV Omgevingsveiligheid Cluster 1 Brzo
2021 70 205 32 105
2022 70 205 105
2023 70 205 105
2024 68 199 101
2025 68 199 101
Totaal
412
380
380
368
368
10 in verband met de korting: 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023
27
Begroting 2022
4.5 Overzicht overhead In onderstaande tabel geven we de ontwikkeling van de overhead weer. We geven ook aan hoe onze overhead zich verhoudt tot de totale lasten:
in € * 1.000 Opleidingskosten Piofah taken gastheer Kapitaallasten software, pc e.d. Overige materiele kosten Bijdrage kwaliteitsstelsel Loonkosten indirect personeel Totaal overhead Totaal lasten Overhead als % van de lasten
Realisatie 2020 157 2.725 434 844 266 1.846 6.272
begroting 2021 181 2.826 380 949 336 1.989 6.662
begroting 2022 286 2.788 400 935 356 2.061 6.826
21.424 29%
23.616 28%
22.580 30%
Het aandeel overhead als percentage van de totale lasten schommelt rond de 30% en is daarmee marktconform. De loonkosten indirect personeel nemen vanaf 2021 iets toe als gevolg van het op orde brengen van de bedrijfsvoering waarbij we de afdeling interne dienst op sterkte brengen.
28
Begroting 2022
4.6 Het overzicht van lasten en baten per taakveld
Onderstaand geven we een overzicht van de begrote baten en lasten naar taakveld:
Omschrijving
Lasten
Baten
2022
2022
7.4 milieubeheer Vergunning behandelen Toezicht en handhaven Advies en projecten Ontwikkelprogramma Totaal
3.120 2.147 3.390 428 9.086
4.478 3.082 4.958 428 12.946
8.3 bouwen & wonen Vergunning behandelen toezicht en handhaven Advies en projecten Ontwikkelprogramma Totaal
3.150 1.909 1.591 329 6.979
4.521 2.740 2.355 329 9.944
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing vennootschapsbelasting Bedrag onvoorzien Afrondingsverschillen Saldo van lasten en baten Toevoegingen/onttrekkingen aan de reserves Resultaat
6.826
0 0 0
29
Begroting 2022
4.7 Geprognosticeerde meerjarenbalans ultimo 2020 tot en met ultimo 2022
Activa in € * 1.000
ultimo
ultimo
ultimo
2020
2021
2022
1.271
1.400
2.500
0
0
0
1.727
100
100
3.278
1.863
692
Liquide middelen Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen
1.000
1.000
1.000
147
100
100
TOTAAL
7.423
4.463
4.392
Passiva in € * 1.000
ultimo
ultimo
ultimo
2020
2021
2022
-26
458
458
392
337
282
59
43
27
2.004
2.000
2.000
492
500
500
3.982
1.125
1.125
7.423
4.463
4.392
VASTE ACTIVA Materiele vaste activa Investeringen met een economisch nut
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Onderhanden werk Uitzettingen met een rente-typische looptijd <1 jaar -Vorderingen op openbare lichamen -Uitzettingen in 's Rijks schatkist -Overige vorderingen
VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten Voorzieningen Voorziening harmonisatietoelage Voorziening verlof stuwmeren
36 484
VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd <1 jaar -Schulden aan openbare lichamen -Schulden aan kredietinstellingen -Overige schulden Overlopende passiva -Verplichtingen
TOTAAL
30
Begroting 2022
5. Paragrafen De regelgeving kent zeven verplichte paragrafen voor provincies, gemeenten en de gemeenschappelijke regelingen. Drie daarvan gaan over heffingen, grondbeleid en deelname in verbonden partijen. Deze zijn voor ons niet van toepassing. Op de andere paragrafen gaan we onderstaand in.
5.1 Paragraaf weerstandscapaciteit en risicobeheersing Omdat de jaarstukken en de begroting vrijwel gelijktijdig verschijnen verwijzen we voor een overzicht van risico’s zoals die begin 2020 aan de orde waren voor de ODRN naar de jaarstukken 2020 van de ODRN. In deze stukken hebben we een totaal aan risico’s gekwantificeerd van € 1.225.000. Omdat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen passen we een dempingsfactor toe van 0,6 11. Dit geeft een benodigd weerstandsvermogen van € 735.000. We hebben ook aangegeven dat de weerstandsratio 12 ultimo 2020 (€ 494.111 / € 735.000) = 0,67 bedraagt. Dit is niet voldoende. We zullen onze deelnemers vragen bij de bepaling van hun weerstandsvermogen rekening te houden met het verschil tussen ons benodigd en feitelijk weerstandsvermogen.
5.2 Paragraaf Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de rente-risiconorm, de verwachte toe- of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. De paragraaf Financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Het doel van de kasgeldlimiet is om het risico van rentefluctuaties voor kort lenen te beperken. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de begroting. Voor de begroting 2022 komt dat uit op een bedrag van € 1.945.660. We hebben een treasurystatuut voor de omgang met liquide middelen en financiering en we hebben een overeenkomst met de huisbankier, BNG. Gebruik van derivaten wordt niet toegestaan. Geleend wordt alleen voor kapitaaluitgaven die de reguliere bedrijfsvoering betreffen. De ODRN heeft voor de inrichting van de ICT-omgeving en de huisvesting sinds 2013 kredieten beschikbaar voor een totaal van € 2,1 miljoen.
Tot op heden is het niet nodig geweest om voor het doen van investeringen middelen met een looptijd langer dan één jaar aan te trekken. Mocht dit in de toekomst wel nodig zijn, dan zullen we een voorstel hiervoor in de bestuursrapportage opnemen. In 2014 is het zogenaamde Schatkistbankieren verplicht geworden. De ODRN heeft daarvoor een speciale rekening geopend bij BNG en bij het Rijk. De ODRN dient alle bedragen boven € 1.000.000 (gemiddeld over
11 Deze factor is conform 2019 en wordt landelijk gehanteerd. 12 De ratio weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen
zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie
31
Begroting 2022
een maand) over te maken naar deze speciale rekening. Het Rijk heeft toegang tot deze rekening en gebruikt deze gelden voor hun eigen financiering.
Financiële kengetallen Het BBV 2017 schrijft een verplichte set van kengetallen voor die vanaf 2019 in de begroting opgenomen moeten worden. Deze kengetallen zijn de volgende: Netto schuldquote Netto schuldquote: dit geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De schuldquote van de ODRN in het begrotingsjaar 2022 is: 7,7% 13 en is daarmee ruim voldoende. De VNG adviseert om bij een schuldquote > 130% de schulden af te bouwen. De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen is gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Het eigen vermogen als bedoeld in art 4214 van het BBV gedeeld door het totaal van de passiva in het begrotingsjaar 2022 is: 10,4% (€ 458.000/€ 4.392.000) Structurele exploitatieruimte15 Deze indicator geeft aan of de begroting structureel en reëel (echt) in evenwicht is. Hierbij gaat het om het onderscheid tussen structurele (meerjarige) en incidentele (eenmalige) inkomsten en uitgaven. Structurele uitgaven zijn bijvoorbeeld de personeelskosten en kapitaallasten en bijdragen. De incidentele inkomsten en uitgaven verschillen per jaar. Een voorbeeld van een incidentele uitgave is bijvoorbeeld de implementatiekosten voor de Omgevingswet.
Bij de ODRN gaan we ervan ut dat de structurele baten en
13
De netto schuldquote = (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves)) 14 Artikel 42 van de BBV: 1. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. 2. Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen. 15 De structurele exploitatieruimte = ((B-A)+(D-C))/(E) x 100% A Totale structurele lasten B Totale structurele baten C Totale structurele toevoegingen aan de reserves D Totale structurele onttrekkingen aan de reserves E Totale baten
32
Begroting 2022
lasten met elkaar in evenwicht zijn. We hebben ook geen post voor onvoorzien en daarmee ramen we dit percentage op 0%.
5.3 Paragraaf Bedrijfsvoering
Het bestuur De ODRN kent de volgende drie bestuursorganen: Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en de Voorzitter. Het Algemeen Bestuur bestaat uit 8 leden. Dit zijn leden van de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten en een vertegenwoordiger namens het College van Gedeputeerde Staten van Gelderland. Ook is het zelfde aantal plaatsvervangende leden aangewezen. De bevoegdheden van het Algemeen Bestuur zijn vergelijkbaar met de bevoegdheden van de gemeenteraad bij een gemeente en van de provinciale staten in de provincie. Een verschil is dat de het dualisme niet volledig is doorgevoerd zoals bij gemeenten en provincies. Het Dagelijks Bestuur telt vier leden inclusief de voorzitter. Het Dagelijks Bestuur heeft de bevoegdheid die in een gemeente het Collega van Burgemeester en Wethouders heeft en het College van Gedeputeerde Staten in een provincie. De Voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur benoemd. De voorzitter leidt de vergaderingen van het Dagelijks bestuur en ook van het Algemeen Bestuur. Hij vertegenwoordigt de regeling in en buiten rechte. De vertegenwoordiger van de Provincie Gelderland, dhr. J.W.M. van der Meer, is voorzitter van de ODRN.