c - Verordening rioolheffing 2022
Tekst van het document
Verordening rioolheffing Heumen 2022
Verordening rioolheffing
De raad van de gemeente Heumen;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 november 2021; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Heumen 2022 (Verordening rioolheffing 2022).
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- perceel : een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; - gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;
- water : huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.
Artikel 2 Aard van de belasting
Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a.
de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
b.
de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht
1. De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar
het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat
direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen eigenarendeel.
2. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als
genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene
die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster
is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 4 Zelfstandige gedeelten
Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.
Artikel 5 Maatstaf van heffing
1. De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. 2. Voor de heffing genoemd in het eerste lid worden: a.
bejaardenoorden, verpleeginrichtingen, kloosters en andere instellingen
omgerekend in aantallen percelen, door de totale inwonersbezetting op 1 januari van het belastingjaar te delen door vier;
b.
scholen omgerekend in aantallen percelen, en wel naar één perceel per klas
c.
slachterijen, horecabedrijven met bijbehorende woning,
c.q. speel- en werklokaal;
verenigingsgebouwen, sportzalen/-hallen, autowasinrichtingen en daarmee
gelijk te stellen inrichtingen, omgerekend in aantallen percelen, en wel naar d.
twee percelen per aangegeven categorie;
percelen bestaande uit een woning en een bedrijfsruimte, niet behorende tot de categorieën als bedoeld in de onderdelen a en c, gelijk gesteld met anderhalf perceel vermeerderd met één perceel voor elke gebouwde aanhorigheid waar bedrijf wordt uitgeoefend;
e.
percelen, uitsluitend bestaande uit een bedrijfsruimte als bedoeld onder het
f.
campings omgerekend in aantallen percelen door het aantal aansluitingen te
voorgaande lid gelijk gesteld met één perceel; delen door zes.
Artikel 6 Vrijstellingen
De rioolheffing wordt niet geheven van:
Bouwterreinen, bouwkavels, objecten in aanbouw, parkeerplaatsen, garageboxen dienstbaar aan woningen, boothuizen, pinautomaten, hoogspanningsmasten,
zendmasten, windmolens, telefooncentrales, trafo’s en gasdistributiestations. Artikel 7 Belastingtarief
Het tarief bedraagt per perceel € 159,85
Artikel 8 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 9 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.
Artikel 11 Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer dan € 45,- met een maximum van
€ 3000,- en een machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van a.
het verschuldigde bedrag, dat:
aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet
b.
nog maanden in het belastingjaar overblijven met een maximum van acht;
aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van het
belastingjaar waar ze betrekking hebben, worden geïncasseerd in drie gelijke termijnen.
Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervat de eerste
incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3. In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan het totaalbedrag
van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 45,- of minder bedraagt en een machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het
verschuldigde bedrag, dat het totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt geïncasseerd twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
4. Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,-, is geen automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn als onder lid 1 van toepassing.
5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing. Artikel 13 Overgangsrecht
De Verordening rioolheffing 2021 van 17 december 2020, wordt ingetrokken met
ingang van de in artikel 14, tweede, lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 14 Inwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 15 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rioolheffing Heumen 2022. Aldus besloten door de raad van de gemeente Heumen, In zijn openbare vergadering van 16 december 2021
Nicole Collombon Griffier
Marriët Mittendorff Voorzitter