Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bodemonderzoek
Tekst van het document
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt
PROJECTNUMMER: B21.8145 Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt
PROJECTNUMMER: B21.8145 Versie: 01
OPDRACHTGEVER: Familie Bruijsten
DATUM: 17 juni 2021
Auteur:
Autorisatie:
M. Schimmel MSc. Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B21.8145/R8145-01/MS
De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2
SAMENVATTING De familie Bruijsten heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse (bodem)onderzoeken ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Hollestraat, naast nr. 22, te Nederasselt. De aanleiding tot de onderzoeken betreft de voorgenomen toekomstige herontwikkeling van de locatie met bijbehorend bestemmingsplan. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, NEN 5740/A1:2016 en de NEN 5707:2015/C2:2017. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. De onderzoeken hebben tot doel inzicht te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie teneinde te bepalen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend toekomstige herontwikkeling van de locatie. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.
Conclusies historisch onderzoek Op basis van de beschikbare informatie zijn er geen recente gegevens bekend met betrekking tot de bodemkwaliteit ter plaatse van de locatie. Wel zijn van de naastgelegen percelen diverse onderzoeken bekend, waarbij verhoogde gehalten voor zink werden aangetoond. Daarnaast is naar verwachting een voormalige boomgaard aanwezig (geweest) en is de locatie in het verleden opgehoogd/gedempt, waardoor de locatie als verdacht dient te worden beschouwd op het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Tevens vormen het voorkomen van bestrijdingsmiddelen (OCB) in de oorspronkelijke teeltlaag en asbest in de (boven)grond aandachtspunten. Conclusies en aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten dient formeel gezien de gestelde hypothese aangenomen te worden, aangezien in de bovengrond licht verhoogde gehalten voor zink zijn aangetoond, welke de norm voor nader onderzoek (> index 0,5) overschrijden. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond. Tevens zijn in de teeltlaag geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB-parameters aangetoond.
De aangetroffen verhoogde gehalten voor zink in de bovengrond zijn vergelijkbaar met de aangetoonde gehalten tijdens de onderzoeken in de omgeving in de periode 1993-1999. De provincie Gelderland heeft de onderzoeken opnieuw beoordeeld en vergeleken met de resultaten van voorliggend onderzoek, en komt tot dezelfde conclusie als in 1999, namelijk dat sprake is van een homogene verontreiniging (niet perceelsgebonden), die in het verleden in het gebied is aangebracht als ophooglaag. Een nader onderzoek is hier derhalve niet noodzakelijk.
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
3 Verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest in de bodem is tevens de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan ons inziens de gestelde hypothese worden verworpen aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetroffen. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige vegetatie op het maaiveld. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse onderzoekslocatie in voldoende mate onderzocht. Op basis van voorliggende en voorgaande onderzoeken heeft geen verslechtering van de bodemkwaliteit plaatsgevonden.
Met uitzondering van verhoogde gehalten voor zink in de bovengrond, zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond in de bodem (inclusief OCB en asbest) Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens dan ook geen belemmeringen tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie, rekening houdend met onderstaande opmerkingen aanbevelingen. De aangetroffen verhoogde gehalten voor zink in de grond hebben een regionaal karakter, gerelateerd aan de dempen van de klei uit de Maas tijdens de kanalisatie omstreeks 1930. Er is sprake van een zogenaamde ‘homogene verdeling van de verontreiniging’. De provincie Gelderland heeft de onderzoeken beoordeeld en ingestemd dat sprake is van een homogene verontreiniging (niet perceelsgebonden) welke in het verleden in het desbetreffende gebied is aangebracht als ophooglaag. Daarnaast vormen de gemeten zinkgehalten geen dusdanige (gezondheids)risico’s dat sanerende maatregelen noodzakelijk zijn. Nader onderzoek op grond van de Wbb wordt niet noodzakelijk geacht. Wel dient bij toekomstige graafwerkzaamheden rekening gehouden te worden dat mogelijk aanvullende onderzoeken/keuringen of maatregelen worden verlangt, aangezien de grond bij afvoer niet geschikt is voor een woonbestemming of zelfs sterk verontreinigd kan zijn. Geadviseerd wordt om dan in overleg te treden met de gemeente omtrent de te nemen vervolgstappen.
Aanvullend wordt geadviseerd om, na verwijdering van de momenteel vegetatie, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone.
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 5
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 5
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 5 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.2. RESULTATEN HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725:2017) ....................................................................... 5
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .......................................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 8
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 8
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE ONDERZOEKEN .............................................................................. 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................. 9
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 11 7.2. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 11 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 12
8.
RESULTATEN ........................................................................................................................................... 13 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 13 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 13 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 15
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 17 9.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK........................................................................................................... 17 9.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST................................................................................................ 17 9.3 ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 17
10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 19 BIJLAGEN
1. 2 3. 4. 5. 6. 7.
Situering in de regio Situatieschetsen met geplaatste boringen, proefgaten en peilbuis Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest (incl. foto’s) Relevante historische gegevens (inclusief beoordeling provincie)
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
5
1.
INLEIDING De familie Bruijsten heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse (bodem)onderzoeken ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Hollestraat, naast nr. 22, te Nederasselt. De aanleiding tot de onderzoeken betreft de voorgenomen toekomstige herontwikkeling van de locatie met bijbehorend bestemmingsplan. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], NEN 5740/A1:2016 [2] en de NEN 5707:2015/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer M. Schimmel MSc. en de heer ing. H.M.W. van der Donk.
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel inzicht te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie teneinde te bepalen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend toekomstige herontwikkeling van de locatie.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Hollestraat tussen nummers 20 en 22, op de hoek met de Maasdijk, en staat kadastraal bekend als gemeente Nederasselt, sectie B, nummer 1280 en sectie D, nummer 664. De locatie betreft een braakliggend terrein en heeft een oppervlakte van circa 1.640 m2. Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Resultaten historisch onderzoek (NEN 5725:2017)
Voorafgaand aan de diverse (bodem)onderzoeken is door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725. Door de opdrachtgever is voorgaand onderzoek van de locatie aangeleverd. Door VMT zijn tevens de relevante gegevens bij de provincie Gelderland en de gemeente Heumen opgevraagd en zijn de gegevens van www.bodemloket.nl, www.topotijdreis.nl, www.google.nl en www.kadaster.nl bestudeerd. Alle beschikbare informatie is door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. bestudeerd en in onderstaande tekst verwerkt. Voormalig / huidig gebruik en historisch kaartmateriaal Uit www.topotijdreis.nl blijkt dat de locatie voor zover als bekend altijd braakliggend is geweest. Wel lijkt in het verleden sprake te zijn van een ophoging aan de noordzijde (perceel D 664) en een boomgaard. De ophoging is vermoedelijk ontstaan bij de realisatie van de Hollestraat, welke op het kaartmateriaal vanaf 1850 al aanwezig is. Daarnaast is te zien dat direct ten zuiden van de locatie in het verleden een kas aanwezig geweest in de periode 1988-2002. Tevens zijn in de directe omgeving van de locatie eveneens boomgaarden aanwezig (geweest); Toekomstig bodemgebruik De onderzoekslocatie zal in de toekomst worden heringericht als woningbouwlocatie. Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr.
22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
6 Bodemkwaliteitsgegevens Voorgaand onderzoek – gegevens opdrachtgever Op en nabij de locatie is in het verleden een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd aan de Maasdijk 11a (Van Oort Bodemonderzoek, kenmerk BRU.456, d.d. augustus 1999), waarbij onderhavige locatie ook is onderzocht (deellocatie C). Uit de historie bleek dat in het gebied vanaf 1929 klei(grond) is opgebracht bij de kanalisatie van de Maas. Ten zuiden van onderhavige locatie (deellocaties A en C) is een woning met (hobbymatige) tuinkas aanwezig (geweest). Tijdens het indicatief bodemonderzoek is de bovengrond onderzocht, waarbij licht verhoogde gehalten voor cadmium, lood en met name zink werden aangetoond. Opgemerkt werd dat bij het eventueel vrijkomen van de klei(grond) rekening gehouden dient te worden met gebruiksbeperkingen. Uit aanvullende informatie van de opdrachtgever en communicatie van de opdrachtgever met de provincie Gelderland, is gebleken tijdens de onderzoeken van Van Oort in 1999 op nabijgelegen percelen (deellocatie D en E) verhoogde gehalten voor zink werden aangetoond, die formeel de norm voor nader onderzoek (voormalige tussenwaarde) overschrijden. Gezien de historie is aangenomen dat de verhoogde gehalten voor zink een regionaal karakter hebben, gerelateerd aan de dempen van de klei uit de Maas tijdens de kanalisatie omstreeks 1930.
Er is sprake van een zogenaamde ‘homogene verdeling van de verontreiniging’. De provincie Gelderland heeft de onderzoeken beoordeeld en ingestemd dat sprake is van een homogene verontreiniging (niet perceelgebonden), welke in het verleden kennelijk in het desbetreffende gebied is aangebracht als ophooglaag. Daarnaast vormden de gemeten zinkgehalten geen dusdanige (gezondheids)risico’s dat sanerende maatregelen noodzakelijk zijn. Nader onderzoek op grond van de Wbb werd niet noodzakelijk geacht. Aanvullende gegevens provincie Gelderland Door de provincie Gelderland zijn van de directe omgeving onderstaande onderzoeken aangeleverd: 1. Verkennend bodemonderzoek locatie aan de Hollestraat te Nederasselt (Inpijn-Blokpoel, kenmerk MB-1418, d.d. 19 juli 1996); 2. Beperkt aanvullend bodemonderzoek locatie aan de Hollestraat te Nederasselt (InpijnBlokpoel, kenmerk MB-1418-A, d.d. 27 september 1996); 3. Nader bodemonderzoek locatie aan de Hollestraat te Nederasselt (Inpijn-Blokpoel, kenmerk MB-1418-B, d.d. 14 november 1996); 4. Verkennend bodemonderzoek Hollestraat 13 t/m 37 te Nederasselt (Econsultancy, kenmerk 10023106, d.d. 15 april 2010); 5. Verkennend bodemonderzoek Hollestraat 22 te Nederasselt (Econsultancy, kenmerk 1649.001, d.d. 29 juni 2016).
Uit bovenstaande onderzoeken is gebleken dat op de percelen direct ten oosten van de locatie (ad 1 t/m 3) verhoogde gehalten voor zink in de bovengrond werden aangetoond, waarbij de voormalige interventiewaarde van 327 mg/kg d.s. werd overschreden. Tijdens het onderzoek aan de Hollestraat 13 t/m 37 (ad 4), hoger gelegen ten noorden van onderhavige onderzoekslocatie, en tijdens het onderzoek aan de Hollestraat 22 (ad 5), direct ten noordoosten van onderhavige locatie, werden in de grond en in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte stoffen aangetoond.
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
7 Aanvullende gegevens gemeente Heumen Door de gemeente Heumen is, in aanvulling op de gegevens van de provincie, een beoordeling van een verkennend bodemonderzoek en eindonderzoek ter plaatse van een onbekend adres aan de Hollestraat te Nederasselt aangeleverd (AGEL adviseurs, kenmerk 20150404, d.d. 11 januari 2016), waaruit geen bijzonderheden naar voren zijn gekomen. Op grond van het onderzoek is geconcludeerd dat de resultaten van het bodemonderzoek de bouw van de woningen niet belemmeren. Tevens is een KIWA-certificaat aangeleverd van een tanksanering aan de Hollestraat 16, ten westen van de onderzoekslocatie. De bovengrondse tank is gereinigd en verwijderd en heeft naar verwachting nooit invloed gehad op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. Asbest Tijdens voorgaande onderzoek zijn plaatselijk bodemvreemde materialen (puin) aangetroffen, mogelijk veroorzaakt door de ophoging in het gebied. Als gevolg hiervan is de aanwezigheid van een heterogene asbestverontreiniging niet uit te sluiten. Locatiebezoek Tijdens het locatiebezoek, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, zijn geen bijzonderheden waargenomen. Het maaiveld was, behoudens volledig begroeid te zijn met gras, niet noemenswaardig afwijkend in hoogte langs de weg.
PFAS Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard. Dit handelingskader en het directe ingangstermijn hiervan heeft de markt niet voorzien, maar heeft gevolgen voor de acceptatie van grond en baggerspecie bij grondbanken en verwerkers. Dus zodra er grond/slib van de locatie moet worden afgevoerd en elders toegepast, dient onderzoek plaats te vinden naar PFAS (28 parameters) en/of GenX. Rekening dient te worden gehouden met (vermoedelijke) diffuse bodembelasting met PFAS. Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn voor zover als bekend geen sprake van mogelijke puntbronnen. GenX betreft geen verdachte parameter voor deze regio. Aangezien vooralsnog geen niet duidelijk grond zal vrijkomen van de locatie, is een onderzoek naar PFAS niet uitgevoerd. Conclusies historisch onderzoek Op basis van de beschikbare informatie zijn er geen recente gegevens bekend met betrekking tot de bodemkwaliteit ter plaatse van de locatie. Wel zijn van de naastgelegen percelen diverse onderzoeken bekend, waarbij verhoogde gehalten voor zink werden aangetoond.
Daarnaast is naar verwachting een voormalige boomgaard aanwezig (geweest) en is de locatie in het verleden opgehoogd/gedempt, waardoor de locatie als verdacht dient te worden beschouwd op het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Tevens vormen het voorkomen van bestrijdingsmiddelen (OCB) in de oorspronkelijke teeltlaag en asbest in de (boven)grond aandachtspunten.
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
8
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale geologie en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
Het oorspronkelijke bodemprofiel bestaat uit een slecht doorlatende deklaag van circa 5 meter, behorend tot het Holoceen. Hieronder bevindt zich het eerste watervoerend pakket met een dikte van circa 190 meter. Het pakket behoort tot de Formaties van Kreftenheye, Beegden, Peize, Waalre (goed doorlaten), Oosterhout en Breda (matig doorlatend) bestaat uit midden tot grof zand. Het eerste watervoerend wordt aan de onderzijde begrensd door kleiafzetting van va de Formatie van Breda. 4.2.
Geohydrologie
De grondwaterstroming in het eerste watervoerende pakket is globaal noordelijk gericht. De freatische grondwaterstand varieert met de waterstand van de nabijgelegen rivier de Maas. Gezien de directe nabijheid van deze rivier, wordt de invloed op het freatisch grondwater op de locatie aanzienlijk verondersteld, waardoor een zuidelijke grondwaterstroming wordt verwacht in het freatisch vlak. Verder kan de stromingsrichting van het freatisch grondwater worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) en overig oppervlaktewater. De locatie is niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.
HYPOTHESE Op basis van de reeds beschikbare informatie (oude ophoging en boomgaard) is voor de algemene bodemkwaliteit uitgegaan van een verdachte hypothese met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Tevens is de (oorspronkelijke) teeltlaag verdacht op het voorkomen van OCB. Voor wat betreft asbest wordt eveneens uitgegaan van een verdachte locatie.
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
9
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken
Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VEDHE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 2.000 m2. Alle boringen worden doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv in verband met de mogelijke ophoging aan de noordzijde. Voor de onverdachte ondergrond wordt, conform de NEN 5740:2009/A1:2016 voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL), minimaal 1 grondanalyse ingezet op een standaard NENpakket. Teeltlaagonderzoek Aanvullend wordt teeltlaagonderzoek uitgevoerd conform dezelfde strategie is voor de algemene kwaliteit, waarbij de teeltlaag afzonderlijk wordt bemonsterd en geanalyseerd op OCB. Hierbij worden werkzaamheden gecombineerd met de algemene kwaliteit. Verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van het erf wordt uitgegaan van de NEN 5707/C2 voor een diffuse locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging (VED-HE, maximaal 2.000 m2). Voorafgaand aan het verkennend onderzoek naar asbest wordt een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn.
Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. De mengmonsters van de meeste verdachte grond- en/of puinlagen worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN 5898:2015 (< 20 mm). Met het plaatsen van de boringen, proefgaten en peilbuis is rekening gehouden met de bekende gegevens. 6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificatienr: ECSIK-20250 geldig tot 20-06-2022, afgegeven door Normec Certification). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPRnormen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6), (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en, afgezien van een efficiënte maaiveldinspectie, protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is het opgeboorde en opgegraven materiaal zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm).
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
10 In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 10 mei 2021
Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.
Gecertificeerde medewerker De heer J.B. Koppelman
17 mei 2021
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer M.A.H. van Baal
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)
Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Verkennend bodemonderzoek Grond Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 13 boringen (B01 t/m B13) geplaatst. Boring PB04 is dieper doorgezet en afgewerkt als peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen tot circa 1,0 m-mv B01 t/m B03, B05, B06, B08 t/m B10, B12 en B13
Boringen/peilbuis Boringen tot circa 2,0 m-mv B07, B11
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB04 (3,00-4,00)
Grondwater Het grondwater uit peilbuis PB04, na een standtijd van minimaal een week en twee keer afpompen, op 17 mei bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het onderzoek naar asbest ter plaatse van de onderzoekslocatie dient op de locatie allereerst een locatie- en maaiveldinspectie te worden uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie geheel bedekt is met vegetatie (gras > 2 cm hoog). Er heeft derhalve, in afwijking van de BRL 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie ( > 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Mogelijk zijn hierdoor de resultaten beïnvloed. Op het maaiveld zijn desondanks, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn totaal 13 proefgaten (B01 t/m B13) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet middels een Edelmanboor met een diameter van 12 cm tot in de ongeroerde ondergrond (gecombineerd met boringen).
Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In het veld zijn totaal 3 grondmengmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde grondmengmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.4 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 6. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuis en proefgaten is opgenomen als bijlage 2. Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
11
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.2.
Grond/grondwater
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [4]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een verkennend bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
12 Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit [4] tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 2 juli 2020), worden gehanteerd. In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.
Asbest
De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin is opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [4] en bedraagt in beide gevallen 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grond- en/of puinmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd.
Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
13 8.
RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld tot circa 0,5 m-mv uit sterk zandige, zwak humeuze klei met plaatselijk sporen grond. Hieronder is tot aan de maximale boordiepte van 4,0 m-mv matig fijn tot uiterst fijn, kleiig, zand aangetroffen, plaatselijk met brokken klei en zwak humeus tot circa 1,0 à 2,0 m-mv. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk diverse bijmengingen met baksteen waargenomen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen boringen/proefgaten Boring
Proefgat Diepte boring Traject Grondsoort (m -mv) (m -mv) B07 Ja 2,00 0,00 - 0,50 Klei B09 Ja 1,00 0,00 - 0,50 Klei B10 Ja 1,00 0,00 - 0,50 Klei B11 Ja 2,00 0,00 - 0,50 Klei B12 Ja 1,00 0,00 - 0,50 Klei B13 Ja 1,00 0,00 - 0,50 Klei Toelichting bij de tabel 8.1: Sporen < 1 % bodemvreemd materiaal; Zwak ≥ 1 < 5 % bodemvreemd materiaal; Matig ≥ 5 < 10 % bodemvreemd materiaal.
Waargenomen bijzonderheden matig baksteenhoudend sporen baksteen sporen baksteen matig baksteenhoudend sporen baksteen zwak baksteenhoudend
Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm aangetroffen of overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater, asbest en asfalt). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Grond Op basis van de onderzoeksopzet zijn grondmengmonsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. De grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.2 op de volgende pagina weergegeven.
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
14 Tabel 8.2: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving monster Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, klei Zintuiglijk: zwakt tot matig baksteenhoudend MM02 Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteenhoudend MM03
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MM04
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
Teeltlaag MMOCB01
Teeltlaag, klei Zintuiglijk: -
MMOCB02
Teeltlaag, klei Zintuiglijk: -
MMOCB03
Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteenhoudend
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
B07 (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 - 0,50) B12 (0,00 - 0,50) B01 (0,00 - 0,50) B02 (0,00 - 0,50) B06 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) B07 (0,50 - 1,00) B07 (1,00 - 1,50) B11 (0,50 - 1,00) B11 (1,00 - 1,50) PB04 (0,50 - 1,00) PB04 (1,50 - 2,00)
NEN
Cd, Hg, Pb, Zn, PAK
-
NEN
Cd, Cu, Hg, Pb, Zn*, PAK
-
NEN
Cd, Pb, Zn
-
NEN
-
-
B01 (0,00 - 0,30) B02 (0,00 - 0,30) B03 (0,00 - 0,30) PB04 (0,00 - 0,30) B05 (0,00 - 0,30) B06 (0,00 - 0,30) B08 (0,00 - 0,30) B09 (0,00 - 0,30) B10 (0,00 - 0,30) B12 (0,00 - 0,30)
OCB
-
-
OCB
-
-
OCB
-
-
> AW < I
Resultaten >I
Toelichting bij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; * Gestandaardiseerde meetwaarde overschrijdt de inde van 0,5; Niets waargenomen/aangetoond.
Grondwater Het grondwatermonster met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Peilbuis met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid AnalyseResultaten (m-mv) (m-mv) (µS/cm) (NTU) pakket >S<I >I PB04 3,00 - 4,00 2,41 6,7 281 57,3 NEN Toelichting bij de tabel 8.3: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het genomen grondwatermonster uit peilbuis PB04 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (< 10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor zuurgraad een natuurlijke oorzaak heeft (mogelijk veroorzaakt door kalkhoudende grond).
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
15 Asbest Op het maaiveld en in het vrijkomende materiaal uit de boringen en proefgaten zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn 3 grondmengmonsters samengesteld, waarvan er 2 zijn geselecteerd en geanalyseerd op asbest (< 20 mm). De samenstelling van de grondmengmonsters en bijbehorende analyses is in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Samenstelling grondmengmonsters asbest Monstercode
Proefgaten
Zintuiglijke waarnemingen
Traject (m -mv) 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50
Soort
MMASB01 B07, B11, B13 zwak tot matig baksteenhoudend Grond MMASB02 B09, B10, B12 sporen baksteenhoudend Grond MMASB03 Grond Toelichting bij tabel 8.4: Niets waargenomen; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.
Analysepakket Asbest in grond (> 10 kg) 1 Asbest in grond (> 10 kg) 1 Niet geanalyseerd
De resultaten van de geanalyseerde grondmengmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) zijn weergegeven in tabel 8.5. Tabel 8.5: Overzicht onderzocht grondmengmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaten Monstercode
Soort
MMASB01 MMASB02 Toelichting bij tabel 8.5: Niets aangetoond.
8.3.
Hechtgebonden
Type
-
-
Gemeten < 20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2
Totaal gewogen < 20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2
Interpretatie analyseresultaten
Grond Algemene kwaliteit In het mengmonster MM01 van de zwak tot matig baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, kwik, lood, zink en PAK aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Mengmonster MM02 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,0-,05 m-mv, klei) bevat licht verhoogde gehalten voor cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK. In het mengmonster MM03 van de zintuiglijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, lood en zink aangetoond. De aangetroffen verhoogde gehalten in de bovengrond (MM01 t/m MM03) overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven beneden de interventiewaarde. Met uitzondering van een verhoogd gehalte voor zink in mengmonster MM02 (index = 0,66), blijven de gemeten gehalten tevens beneden de index van 0,5. Mengmonster MM04 van de zintuiglijk schone ondergrond (0,5-2,0 m-mv, zand) bevat geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters.
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
16 Teeltlaag In de mengmonsters MMOCB01 t/m MMOCB03 van de zintuiglijk schone en sporen baksteenhoudende teeltlaag (0,0-0,3 m-mv, klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB04 zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asbest Tijdens het onderzoek naar asbest zijn zowel op het maaiveld als in het vrijkomende materiaal de boringen en proefgaten zintuiglijke (> 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In de onderzochte monsters van de sporen tot matig baksteenhoudende bovengrond (MMASB01 en MMASB02, klei) is analytisch (< 20 mm) geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.).
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
17
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
9.1.
Verkennend bodemonderzoek
Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten dient formeel gezien de gestelde hypothese aangenomen te worden, aangezien in de bovengrond licht verhoogde gehalten voor zink zijn aangetoond, welke de norm voor nader onderzoek (> index 0,5) overschrijden. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond. Tevens zijn in de teeltlaag geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB-parameters aangetoond. De aangetroffen verhoogde gehalten voor zink in de bovengrond zijn vergelijkbaar met de aangetoonde gehalten tijdens de onderzoeken in de omgeving in de periode 1993-1999. De provincie Gelderland heeft de onderzoeken opnieuw beoordeeld en vergeleken met de resultaten van voorliggend onderzoek, en komt tot dezelfde conclusie als in 1999, namelijk dat sprake is van een homogene verontreiniging (niet perceelsgebonden), die in het verleden in het gebied is aangebracht als ophooglaag. Een nader onderzoek is hier derhalve niet noodzakelijk. 9.2.
Verkennend onderzoek naar asbest
Voor wat betreft asbest in de bodem is tevens de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan ons inziens de gestelde hypothese worden verworpen aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetroffen. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige vegetatie op het maaiveld. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. 9.3
Algehele conclusie en aanbevelingen
Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse onderzoekslocatie in voldoende mate onderzocht. Op basis van voorliggende en voorgaande onderzoeken heeft geen verslechtering van de bodemkwaliteit plaatsgevonden. Met uitzondering van verhoogde gehalten voor zink in de bovengrond, zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond in de bodem (inclusief OCB en asbest) Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens dan ook geen belemmeringen tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie, rekening houdend met onderstaande opmerkingen aanbevelingen. De aangetroffen verhoogde gehalten voor zink in de grond hebben een regionaal karakter, gerelateerd aan de dempen van de klei uit de Maas tijdens de kanalisatie omstreeks 1930. Er is sprake van een zogenaamde ‘homogene verdeling van de verontreiniging’.
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
18 De provincie Gelderland heeft de onderzoeken beoordeeld en ingestemd dat sprake is van een homogene verontreiniging (niet perceelsgebonden) welke in het verleden in het desbetreffende gebied is aangebracht als ophooglaag. Daarnaast vormen de gemeten zinkgehalten geen dusdanige (gezondheids)risico’s dat sanerende maatregelen noodzakelijk zijn. Nader onderzoek op grond van de Wbb wordt niet noodzakelijk geacht. Wel dient bij toekomstige graafwerkzaamheden rekening gehouden te worden dat mogelijk aanvullende onderzoeken/keuringen of maatregelen worden verlangt, aangezien de grond bij afvoer niet geschikt is voor een woonbestemming of zelfs sterk verontreinigd kan zijn. Geadviseerd wordt om dan in overleg te treden met de gemeente omtrent de te nemen vervolgstappen. Aanvullend wordt geadviseerd om, na verwijdering van de momenteel vegetatie, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone.
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
19
10.
REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2017. NEN 5725, norm Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/A1:2016, Norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/C2:2017, Norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 5. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).
Diverse (bodem)onderzoeken, Hollestraat naast nr. 22 te Nederasselt Rapportnr.: B21.8145 versie: 01 datum: 17 juni 2021
Bijlage 1
Bijlage 1
Tekening: B21.8145
Schaal: 1 : 50.000
Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2020) Onderdeel: Situering in de regio
Bijlage 2
19
21 NDA00B 01350G0000 1185 27
29
31
17 23
33
35
39
37
41
25 1299
1326
Hollestraat
664
173 665
20
654
22
1341
1130
1342 1280
1157
1335
735
Bijlage 3
Bijlage 3
Boring:
B01
Boring:
B02
Datum:
10-5-2021
Datum:
10-5-2021
0
0
weiland
1 50
50
1 50
50
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor
2 100
100
Boring:
B03
Boring:
PB04
Datum:
10-5-2021
Datum: GWS:
10-5-2021 240
0
0
weiland
1 50
50
100
100
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor
2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken roest, sporen hout, donkerbeige, Edelmanboor
3 150
150
Zand, uiterst fijn, kleiïg, veel roest, donker bruinbeige, Edelmanboor
4 200
weiland Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen wortels, sporen grind, beigebruin, Edelmanboor
5
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
2
0
0
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, sporen grind, beigebruin, Edelmanboor
3
weiland Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, beigebruin, Edelmanboor
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor
2
0
0
Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen grind, zwak wortelhoudend, beigebruin, Edelmanboor
3
200
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindhoudend, lichtbeige, Zuigerboor 250
300
350
350
Grind, fijn, sterk zandig, neutraalbeige, Zuigerboor 400
Projectcode: B21.8145 getekend volgens NEN 5104
400
Bijlage 3
Boring:
B05
Boring:
B06
Datum:
10-5-2021
Datum:
10-5-2021
0
0
weiland
1 50
50
1 50
50
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
2 100
100
Boring:
B07
Boring:
B08
Datum:
10-5-2021
Datum:
10-5-2021
0
0
weiland
50
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, sporen grind, matig baksteenhoudend, beigebruin, Edelmanboor
O 1 50 2 100
100 4 150 5 200
Projectcode: B21.8145 getekend volgens NEN 5104
200
weiland Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, sporen grind, beigebruin, Edelmanboor
O 1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken klei, neutraalbruin, Edelmanboor
2 100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken klei, donkerbruin, Edelmanboor
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken klei, neutraalbruin, Edelmanboor
weiland Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, sporen grind, beigebruin, Edelmanboor
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, beigebruin, Edelmanboor
2
0
0
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, beigebruin, Edelmanboor
3
100
Bijlage 3
Boring:
B09
Boring:
B10
Datum:
10-5-2021
Datum:
10-5-2021
0
0
weiland
50
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, sporen grind, sporen baksteen, beigebruin, Edelmanboor
O 1 50
0
100
100
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken klei, neutraalbruin, Edelmanboor 100
100
B11
Boring:
B12
Datum:
10-5-2021
Datum:
10-5-2021
0
weiland
50
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, sporen grind, matig baksteenhoudend, beigebruin, Edelmanboor
O 1 50
100
100 3
4
Projectcode: B21.8145 getekend volgens NEN 5104
200
0
weiland
50
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, sporen grind, sporen baksteen, beigebruin, Edelmanboor
O 1 50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken klei, neutraalbruin, Edelmanboor
2 100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken klei, donkerbruin, Edelmanboor
150
200
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken klei, neutraalbruin, Edelmanboor
2
50
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, sporen grind, sporen baksteen, beigebruin, Edelmanboor
2
Boring:
0
weiland
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken klei, neutraalbruin, Edelmanboor
2
0
O
100
Bijlage 3
Boring:
B13
Datum:
10-5-2021
0
0
weiland
50
Klei, sterk zandig, zwak humeus, sterk grindhoudend, resten wortels, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, sterk grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
O 1 50 2 100
Projectcode: B21.8145 getekend volgens NEN 5104
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Bijlage 4
SGS Environmental Analytics B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Maarten Schimmel Postbus 2225 5300 CE ZALTBOMMEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 11
: BRUN : B21.8145 : 13458996, versienummer: 1.
Rotterdam, 18-05-2021
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project B21.8145. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SGS laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 11 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 23 maart 2021 is SYNLAB Analytics & Services B.V. overgegaan naar de nieuwe naam SGS Environmental Analytics B.V.
Alle erkenningen van SYNLAB Analytics & Services B.V blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Environmental Analytics B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 2 van 11
Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Maarten Schimmel Projectnaam BRUN B21.8145 Projectnummer 13458996 - 1 Rapportnummer
10-05-2021 Orderdatum 10-05-2021 Startdatum Rapportagedatum 18-05-2021
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM01 MM01 MM02 MM02 MM03 MM03 MM04 MM04 MMOCB01 MMOCB01
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 87.9 <1 geen
Ja 84.3 <1 geen
Ja 88.8 <1 geen
Ja 88.4 <1 geen
organische stof (gloeiverlies) organische stof (gloeiverlies)
% vd DS % vd DS
S S
2.8
3.7
2.2
1.3
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
9.1
11
9.2
4.8
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
69 1.0 7.2 22 0.15 86 <0.5 16 230
85 1.7 7.8 33 0.25 130 <0.5 17 330
57 0.64 6.4 18 0.10 53 <0.5 14 130
36 0.23 3.9 9.3 <0.05 19 <0.5 9.5 59
0.13 0.20 0.05 0.33 0.18 0.20 0.13 0.17 0.13 0.13 1) 1.65
0.03 0.05 <0.01 0.07 0.04 0.05 0.03 0.04 0.04 0.04 1) 0.397
0.03 0.05 0.01 0.09 0.04 0.05 0.03 0.05 0.04 0.04 1) 0.43
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
µg/kgds
S
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds
S S
003
004
005
Ja 87.5 <1 geen
3.0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S 0.05 fenantreen mg/kgds S 0.14 antraceen mg/kgds S 0.03 fluoranteen mg/kgds S 0.31 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.19 chryseen mg/kgds S 0.21 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.14 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.20 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.16 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.15 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 1.58 (0.7 factor) CHLOORBENZENEN hexachloorbenzeen
002
<1
<1 <1
<1 <1
<1 <1
<1 <1
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 3 van 11
Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Maarten Schimmel Projectnaam BRUN B21.8145 Projectnummer 13458996 - 1 Rapportnummer
10-05-2021 Orderdatum 10-05-2021 Startdatum Rapportagedatum 18-05-2021
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM01 MM01 MM02 MM02 MM03 MM03 MM04 MM04 MMOCB01 MMOCB01
Analyse
Eenheid
Q
001
002
003
004
PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)
µg/kgds µg/kgds µg/kgds µg/kgds µg/kgds µg/kgds
S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
<1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
<1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
<1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
CHLOORBESTRIJDINGSMIDDELEN o,p-DDT µg/kgds p,p-DDT µg/kgds som DDT (0.7 factor) µg/kgds o,p-DDD µg/kgds p,p-DDD µg/kgds som DDD (0.7 factor) µg/kgds o,p-DDE µg/kgds p,p-DDE µg/kgds som DDE (0.7 factor) µg/kgds som DDT,DDE,DDD (0.7 µg/kgds factor) aldrin µg/kgds dieldrin µg/kgds endrin µg/kgds som aldrin/dieldrin/endrin µg/kgds (0.7 factor) isodrin µg/kgds som aldrin/dieldrin (0.7 µg/kgds factor) telodrin µg/kgds alpha-HCH µg/kgds beta-HCH µg/kgds gamma-HCH µg/kgds delta-HCH µg/kgds som a-b-c-d HCH (0.7 factor) µg/kgds heptachloor µg/kgds cis-heptachloorepoxide µg/kgds trans-heptachloorepoxide µg/kgds som heptachloorepoxide (0.7 µg/kgds factor) alpha-endosulfan µg/kgds hexachloorbutadieen µg/kgds endosulfansulfaat µg/kgds trans-chloordaan µg/kgds cis-chloordaan µg/kgds som chloordaan (0.7 factor) µg/kgds