Bijlage XIII Selectiebesluit archeologie
Tekst van het document
a gemeente ws
wy,
Heumen
SELECTIEBESLUIT Beoordeling 30 oktober 2028
Bijlage:
nav.t.
Onderzoeksrapport:
Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek, Molenstraat
Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
te Heumen, Econsultancy-rapport 18436.003, Boxmeer Definitief, versie 2.0 d.d. 24 oktober 2023
Handtekeningen Bevoegd Gezag
Archeologie:
5.1.2e beleidsmedewerker Ruimtelijke
Ordening
eweeereee, regioarcheoloog regio Nijmegen
Beoordeling Het rapport is goedgekeurd. De gemeente neemt het advies van Econsultancy over dat vanwege de intacte bodemopbouw archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een inventariserend proefsleuvenonderzoek noodzakelijk is. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd, indien de vrijstellingsgrens bij de realisatie van de plannen wordt overschreden. Dat betekent, dat de Waarde Archeologie 1 uit het Bestemmingsplan Lierdal gehandhaafd kan blijven en dat bodemingrepen tot 500 m2 en die niet dieper gaan dan 40 cm beneden het bestaande maaiveld, zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Wordt dit overschreden, dan is vervolgonderzoek noodzakelijk.
Doel van het proefsleuvenonderzoek is om vast te stellen of in het plangebied een waardevolle archeologische vindplaats aanwezig is. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan een besluit genomen worden over eventuele vervolgstappen. Het onderzoek moet worden uitgevoerd door een gecertificeerd archeologisch bedrijf. Een lijst van gecertificeerde bedrijven staat op https://www.sikb.nl/archeologie/certificeren-en-registratie/certificaathouders.
Voor het proefsleuvenonderzoek moet een Programma van Eisen (PvE) worden opgesteld, waarin de onderzoeksmethodiek en randvoorwaarden voor de uitvoering en verslaglegging van het onderzoek vastgelegd zijn. Het PvE dient voorafgaand aan het onderzoek door het bevoegd gezag goedgekeurd te zijn.
Voor vragen of afstemming kan contact worden opgenomen metBER
heumen.ni.
Inleiding In het kader van een bestemmingsplanwijziging heeft Econsultancy een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek — verkennende boringen uitgevoerd voor plangebied Molenstraat te Heumen.
Bevindingen
Pagina 1 van 3
Bureauonderzoek
Uit het onderzoek is een middelhoge verwachting gekomen voor de perioden Laat-Paleolithicum t/m Neolithicum en Vroege-Middeleeuwen. De Bronstijd t/m Romeinse tijd, Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd hebben een hoge archeologische verwachting gekregen. Verkennend booronderzoek
Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat de bodemopbouw in het plangebied een uniform beeld oplevert. De top bestaat uit een bruingrijze bouwvoor die circa 50 tot 70 centimeter dik is. Vanwege het gebruik als landbouwgrond bevindt zich onder de bouwvoor een geel bruin geviekte ploeglaag. In de ploeglaag zijn brokken van waarschijnlijk een Bhorizont waargenomen. Op een diepte van 50 tot 70 centimeter onder het maaiveld bevindt zich de Chorizont. Deze bestaat uit bruingrijs, matig fijn, sterk siltig, zwak grindig zand. De sedimenten van de Chorizont kunnen als glaciofluviale afzettingen worden geinterpreteerd. Conclusie en advies Econsultancy Uit het booronderzoek blijkt dat circa 0,50 tot 0,70 m -mv is verploegd. In deze bovenste laag konden archeologische indicatoren uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd voorkomen. De eerder opgestelde hoge archeologische verwachting is daarom na het booronderzoek bijgesteld naar middelhoog, omdat deze archeologische overblijfselen door verploeging zijn verstoord. De in het bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting blijft voor de perioden Paleolithicum tot en met de VroegeMiddeleeuwen hetzelfde, omdat deze resten dieper in de bodem worden verwacht.
Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.
Beoordeling De opmerkingen op de conceptversie 1.2 d.d. 21 juni 2023 zijn voldoende verwerkt. Er zijn geen aanvullende opmerkingen. Selectiebesluit
Het rapport is goedgekeurd.
De gemeente neemt het advies van Econsultancy over dat vanwege de intacte bodemopbouw archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een inventariserend proefsleuvenonderzoek noodzakelijk is. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd, indien de vrijstellingsgrens bij de realisatie van de plannen wordt overschreden. Dat betekent, dat de Waarde Archeologie 1 uit het Bestemmingsplan Lierdal gehandhaafd kan blijven en dat bodemingrepen tot 500 m2 en die niet dieper gaan dan 40 cm beneden het bestaande maaiveld, zijn vriigesteld van archeologisch onderzoek. Wordt dit overschreden, dan is vervolgonderzoek noodzakelijk. Doel van het proefsleuvenonderzoek is om vast te stellen of in het plangebied een waardevolle archeologische vindplaats aanwezig is. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan een besluit genomen worden over eventuele vervolgstappen. Het onderzoek moet worden uitgevoerd door een gecertificeerd archeologisch bedrijf. Een lijst van gecertificeerde bedrijven staat op https:/Awww.sikb.nl/archeologie/certificeren-en-registratie/certificaathouders. Voor het proefsleuvenonderzoek moet een Programma van Eisen (PvE) worden opgesteld, waarin de onderzoeksmethodiek en randvoorwaarden voor de uitvoering en verslaglegging van het onderzoek vastgelegd zijn. Het PvE dient voorafgaand aan het onderzoek door het bevoegd gezag goedgekeurd te zijn.
Pagina 2 van 3
Pagina 3 van 3
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gedeeltes geanonimiseerd op grond van artikel 5 van de Wet open overheid: Art. 5.1 lid 2 onderdeel e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon instemt met openbaarmaking Pagina('s): 1