CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage XI vast te stellen bestemmingsplan - toelichting bijlage 6 natuurscan en stikstofberekening

Raad 21 oktober 2021, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Garstkampsestraat 7 Overasselt3.430 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hoofdkantoor: Heugterbroekdijk 31 6003 RA WEERT

Opdrachtgever:

Vestiging Maastricht: Florijnruwe 111-8 6218 CA MAASTRICHT

Datum: 17 februari 2021

Familie Berndsen-Derks T.a.v. De heer E. Berndsen Wormsumseweg 12 6611 KT OVERASSELT

Onderwerp: Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) Geachte heer Berndsen, Hierbij ontvangt u de rapportage inzake het quickscan onderzoek Ecologische Waarden uitgevoerd ter plekke van de projectlocatie Garstkampsestraat 7, te Overasselt, zie figuur 1.

Aanleiding Opdrachtgever is voornemens een herbestemming aan te vragen van het voormalige agrarische bedrijf, waarbij alle (bij)gebouwen m.u.v. de boerderijwoning gesloopt worden. Er worden vervolgens 4 woningen gerealiseerd op het terrein, met daarbij een kleinschalige landschapsinrichting van het overige terrein. Vanwege de sloop en nieuwbouw en vanwege de bestemmingsplanwijziging, is het noodzakelijk deze ingreep te toetsen aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, om zicht te krijgen of er effecten optreden ten aanzien van beschermde natuurwaarden. Om dit vast te stellen is het noodzakelijk dit via een quickscan ecologische waarden te beoordelen. Daarnaast is het noodzakelijk om inzicht te krijgen in de stikstofdepositie die dit werk met zich meebrengt op nabijgelegen Natura 2000 gebieden waar stikstofgevoelige habitats/soorten aanwezig zijn (in dit geval de Sint Jansberg). Met behulp van een AERIUS calculatie wordt een theoretisch beeld verkregen van deze stikstofdepositie.

Figuur 1: Planlocatie Garstkampsestraat 7, Overasselt

 06 462 55 985  info@ecolybrium.nl  www.ecolybrium.nl

KVK nummer: 68599544 Bankrek.: NL19 KNAB 0257477624 BTW-nummer: NL857514313B01

Huidige situatie In de huidige situatie zijn er meerdere stallen en een boerderijwoning gelegen. Het terrein is deels voorzien van een verharding en grasvegetatie. Op de locatie liggen her en der bouwmaterialen opgeslagen (kinderkoppen, dakpannen en overige zaken). Een goed ontwikkelde struikenvegetatie of opgaande begroeiing zoals een struikhaag of houtsingels ontbreken in het geheel op de locatie.

Foto 1: Zicht op de onderzoekslocatie

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 2

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Onderzoeksmethodiek Om zicht te krijgen op de aanwezigheid van beschermde soorten is de ingreeplocatie onderzocht op het mogelijk aanwezig zijn of kunnen zijn van beschermde soorten. Dit onderzoek is uitgevoerd op 18 december 2020. Hierbij zijn de te slopen panden vanaf de binnen- en buitenzijde onderzocht en beoordeeld of er mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten en jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig zijn. Daarnaast is gekeken of er op en rondom de bebouwing beschermde planten voor kunnen komen, die met de voorgenomen werkzaamheden mogelijk hun groeiplekken verliezen. Er is tijdens het onderzoek verder gelet op mogelijke andere functies van soorten in en rondom de onderzoekslocatie.

Aanwezigheid van soorten Vaatplanten De onderzoekslocatie is tot voor kort nog in gebruik geweest voor agrarische doeleinden (varkenshouderij). Het gehele terrein is zeer ongeschikt voor beschermde en/of bijzondere planten soorten, vanwege dit gebruik, maar ook omdat het een zeer voedselrijke ondergrond betreft. Plaatselijk groeien brandnetels en braamstruweel, wat duidt op een regelmatige verstoring van groeiplekken. Dergelijke locatie zijn dan ook geheel niet geschikt voor de beschermde soorten binnen de Wet natuurbescherming. Beschermde vaatplanten hebben zeer specifieke biotopen die hier niet tot ontwikkeling zijn, of geheel ontbreken vanwege specifieke omstandigheden (zoals veengronden, kalkrijke ondergronden). Gelet op het verspreidingsbeeld van de beschermde soorten, blijkt eveneens dat dergelijke soorten in de weide omtrek niet voorkomen van de onderzoekslocatie. Er zijn geen plantensoorten aangetroffen die bijzonder te noemen zijn. Bloemrijke graslanden en kruidenrijke bermen ontbreken in het geheel. De vegetatie bestaat met name uit gras, met zoals reeds benoemd enkele plekken met brandnetel en braamstruweel. Effecten op beschermde soorten planten en vervolgmaatregelen in het kader van de Wet natuurbescherming (zoals nader onderzoek, een ontheffingsaanvraag of het opstellen van een verplantingsplan) zijn dan ook geheel uit te sluiten.

Broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) In de zeer beperkt aanwezige vegetatie op en rondom het gebied en de situatie terplekke van de voormalige boerderijwoning en de opstallen zijn geen nesten of mogelijk geschikte nestlocaties aangetroffen van soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (zoals steenuil, diverse roofvogels, huismus en gierzwaluw). Onder de dakpannen van de woonboerderij is vogelschroot aanwezig, wat daarmee de toegang blokkeert voor huismussen onder de dakpannen.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 3

Er zijn wel sporen aangetroffen (uitwerpselen) die de aanwezigheid aantonen van kerkuil. De sporen zijn aangetroffen op de grote zolder van de te behouden boerderij woning. Er zijn echter geen braakballen aangetroffen, wat betekent dat er zéér af en toe een bezoek gebracht wordt door deze soort. Het betreft hier dan ook geen vaste rust- en verblijfplaats van de soort. Een broedplek is niet aangetroffen en niet te verwachten, aangezien het aantal aangetroffen sporen zeer minimaal is. Op enkele nokpannen van de stallen zijn tevens uitwerpselstrepen aangetroffen die toe te wijzen zijn aan roofvogels of uilen. In de omgeving is het voorkomen van steenuilen bekend. Een broedplek van de soort is echter ter plekke van de onderzoekslocatie niet aangetroffen en ook niet bekend (zowel uit de literatuur niet, als ook bij de gebruikers van het terrein en de opstallen niet). Het gebied maakt echter wel deel uit van het jachtgebied van steenuilen. Echter door de landschappelijk beoogde herinrichting van het gebied zal de kwaliteit van dit deel van het jachtgebied vergroot worden, aangezien de eigenaar van plan is om het terrein als kleinschalig landschap in te richten. In de huidige situatie vormt dit gebied een marginaal geschikt jachtgebied, omdat er nauwelijks kleinschalige landschapselementen aanwezig zijn (zoals hagen, boomgroepen, fruitbomen).

Foto 2: uitwerpselen van mogelijk kerkuil in een van de stallen

Effecten op broedvogels met jaarrond beschermde nesten zijn geheel uit te sluiten, omdat er geen geschikte broedplekken aanwezig zijn. Er zijn sporen aangetroffen die duiden op het sporadisch gebruik door een kerkuil. Echter is er geen sprake van een regelmatig gebruikte slaapplaats of nestlocatie van deze soort. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat het hier dan ook niet gaat om een jaarrond beschermde (nest)locatie. Om voor de toekomst een meer permanente verblijfplaats te generen en om de soort de kans te geven zich wel permanent te vestigen adviseren we in die zin wel om een houten nestkast te realiseren terplekke van de te behouden woonboerderij.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 4

Foto 3: geschikte locatie voor het aanbrengen van een kerkuilenkast (aan de binnenzijde)

We adviseren tevens om de werkzaamheden zoveel als mogelijk buiten de broedperiode uit te voeren om zodoende negatieve effecten te minimaliseren (werken dus buiten de broedperiode van half maart tot en met half juli), of door de werkzaamheden te starten voorafgaande aan het broedseizoen met doorloop tot binnen het broedseizoen. Door de toename van menselijke activiteiten zullen broedvogels minder snel geneigd zijn om daar dan te nestelen. Uit de beschikbare literatuur (NDFF en verspreidingsatlas.nl) blijkt eveneens dat er geen soorten voor kunnen komen op de locatie waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Grondgebonden zoogdieren Op en rond het terrein kunnen enkele zoogdieren voorkomen. Het zal hier vooral gaan om enkele muizensoorten, bruine rat en mogelijk egel en konijn. Deze soorten kunnen het gebied gebruiken als foerageergebied. Marterachtigen zijn niet te verwachten, aangezien het terrein hiervoor niet optimaal is. Voorts zijn er geen sporen aangetroffen van marterachtigen die anders doen vermoeden. Er zijn geen holen en/of burchten aangetroffen terplekke van konijnen, vossen en/of dassen. Voorts bevindt zich het terrein buiten het verspreidingsgebied van andere zwaar beschermde soorten grondgebonden zoogdieren. Aan de zuidoostzijde van de onderzoekslocatie (op circa 200m afstand) is een dassenburcht gelegen in de tuin van de voormalige kerk.

De soort kan de locatie dan ook bereiken om te foerageren. Geschikte plekken om een burcht te maken, bijvoorbeeld onder vegetatie in een grondwal, ontbreekt echter geheel op de onderzoekslocatie. In de huidige situatie vormt de onderzoekslocatie geen optimaal jachtgebied. Wellicht dat er in de toekomst, door de landschappelijke herinrichting met kleinschalige landschapselementen, een verbetering optreedt ten aanzien van deze functie. Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 5

Uit de geraadpleegde literatuur (Atlas van de Nederlandse Zoogdieren en waarneming.nl) blijkt dat er geen waarnemingen zijn van marterachtigen en andere beschermde soorten grondgebonden zoogdieren. Door zoveel mogelijk rekening te houden met de kwetsbare periode van de soorten kunnen directe effecten op individuen en hun leefomgeving geminimaliseerd en/of voorkomen worden. Aangezien er geen zwaar beschermde soorten aanwezig zijn en/of te verwachten zijn kunnen de werkzaamheden dan ook uitgevoerd worden, met in achtneming van de Algemene Zorgplicht, waarbij er zo zorgvuldig mogelijk gewerkt dient te worden. Reptielen, vissen, amfibieën, dagvlinders, overige ongewervelden en libellen Op grond van de aanwezigheid van het habitat is het uitgesloten dat er andere beschermde soorten zoals reptielen, vissen, amfibieën, dagvlinders, nachtvlinders, overige ongewervelden en libellen voorkomen op de onderzoekslocatie. Effecten op bovengenoemde soortgroepen zijn op voorhand dan ook geheel uit te sluiten. In het kader van de Wet natuurbescherming kan dan ook geconcludeerd worden dat er geen verdere acties noodzakelijk zijn voor deze soortgroep. Vleermuizen De opstallen en de voormalige boerderijwoning vormen voor vleermuizen geen optimale vaste rusten verblijfplaatsen.

De opstallen zelf, zijn niet geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen, omdat er geen stabiel klimaat heerst en vanwege het ontbreken van geschikte hangplekken. Voorts zijn de stallen te open, waardoor weer en wind vrij spel heeft om de temperaturen wisselvallig te houden. De boerderijwoning heeft bovendien geen gespouwde muren en/of open stootvoegen die door vleermuizen gebruikt kunnen worden als vaste rust- en verblijfplaats. Inpandig van de stallen zijn eveneens geen geschikte plekken aanwezig die vleermuizen kunnen benutten om weg te kruipen. De begroeiing rondom het gehele gebied vormt zéér marginaal jachtgebied van vleermuizen, waardoor er geen aantasting op essentieel foerageergebied van vleermuizen optreedt door de sloop en nieuwbouw. Met de kleinschalige herinrichting van het terrein kan de kwaliteit echter wel vergroot worden. Effecten op vleermuizen zijn geheel uit te sluiten, daar er geen aantasting plaatsvindt op primaire foerageergebieden, vliegroutes en mogelijke verblijfplaatsen. In het kader van Wet natuurbescherming kan gesteld worden dat er geen overtredingen van verbodsbepalingen optreden en dat nader onderzoek niet benodigd is.

Conclusies  Op de onderzoekslocatie zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig en/of te verwachten. Nader onderzoek is daarmee niet noodzakelijk. Ter plekke van de locatie komt zeer af en toe een (kerk)uil rusten op de zolderruimte van de boerderijwoning. Gelet op de zeer beperkt aangetroffen sporen, kan gesteld worden dat het hier dan ook niet gaat om een frequent gebruikte locatie en zeker niet om een broedlocatie.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 6

 De stallen en de woonboerderij bieden geen stabiel klimaat voor vleermuizen en vormen geen geschikte locatie als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen. De onderzoekslocatie maakt voorts geen onderdeel uit van essentieel foerageergebied en/of migratieroute. Nader onderzoek is daarmee niet aan de orde. Het gebied zal gedurende de zomerperiode wel onderdeel uitmaken van het jachtgebied van vleermuizen. Echter zullen de aantallen en het aantal soorten wat er jaagt zeer minimaal zijn.  De locatie vormt geen geschikt leefgebied (voortplantingsplekken) voor marterachtigen zoals steenmarter, hermelijn en wezel. Effecten op deze soorten zijn dan ook geheel uit te sluiten. Nader onderzoek is daarmee niet aan de orde.  Er komen mogelijk enkele algemeen voorkomende soorten grondgebonden zoogdieren voor die het gebied gebruiken als foerageergebied/leefgebied. Hierbij valt te denken aan diverse muizensoorten, bruine rat, egel en mogelijk konijn. Echter kan geconcludeerd worden dat hier sprake is van werken onder voorwaarden van de Algemene Zorgplicht (zorgvuldig werken). Overtredingen van verbodsbepalingen op zwaarder beschermde soorten (zoals das) treden niet op. De das komt in de directe omgeving voor, echter maakt de planlocatie geen onderdeel uit van het primaire foerageergebied van deze soort.

Hiervoor is er onvoldoende geschikt foerageergebied (weiland) aanwezig op de onderzoekslocatie.  Soorten als vaatplanten, reptielen, vissen, dagvlinders, nachtvlinders, libellen, amfibieën en overige ongewervelden zijn binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie geheel niet te verwachten. Dit komt omdat er geen optimale habitats aanwezig zijn voor deze soort(groep)en.  Beschermde vaatplanten zijn eveneens op basis van het aanwezige habitat en het ontbreken van optimale groeiomstandigheden geheel uit te sluiten.  De meest verstorende werkzaamheden (sloop en nieuwbouw) dienen buiten de kwetsbare periode van broedvogels uitgevoerd te worden. Dus buiten de periode half maart-half juli. Wanneer de werkzaamheden voorafgaande aan deze periode starten met doorloop tot binnen deze periode dan zullen vogels niet zo snel nesten gaan maken in de directe werksfeer. Indien vogels (of andere soorten) dit wel doen dan leidt dit echter niet tot een moedwillige verstoring, aangezien de soorten er dan zelf voor gekozen hebben zich hier te vestigen. Normaliter zullen soorten dit niet doen.  In het kader van de Wet natuurbescherming kan gesteld worden dat er geen verdere vervolgonderzoeken en/of een ontheffingsprocedure noodzakelijk zijn.

Advies Wij adviseren om voor de kerkuil een nestlocatie te plaatsen om daarmee de soort een mogelijke nieuwe nestlocatie te bieden voor de omgeving.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 7

Rapportage AERIUS Calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt Inleiding Ecolybrium heeft in opdracht van de opdrachtgever een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Garstkampsestraat 7, Overasselt. Aanleiding voor deze berekening vormt de realisatie van 4 woningen op de projectlocatie. Doelstelling van het onderhavig onderzoek is nagaan of het project mogelijk negatieve effecten veroorzaakt op omliggende Natura 2000-gebieden. Hiervan is mogelijk sprake indien de stikstofdepositie in deze gebieden boven de 0,00 mol/ha/jr. uitkomt. In figuur 2 is het plangebied weergegeven.

Figuur 2: Plangebied (bron: AERIUS)

In figuur 3 is een situatieschets te vinden van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000gebied ‘Sint Jansberg’.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 8

Figuur 3: Plangebiedslocatie met omliggende Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS)

Toetsingskader Stikstofdepositie vormt in Nederland al jaren een knelpunt bij de beoordeling van projecten en/of bestemmingsplannen. Dit wordt veroorzaakt doordat de toegestane stikstofdepositie in een groot aantal van de ruim 160 aanwezige Natura 2000-gebieden in Nederland overschreden wordt. Op 15 juli 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in werking getreden om dit knelpunt op te lossen. Dit programma is echter onverbindend verklaard, omdat de Raad van State in de uitspraak van d.d. 29 mei 2019 heeft geconstateerd dat de werking van de PAS in strijd is met de Europese Habitatrichtlijn. Concreet betekent dit dat de stikstofdepositie bij nieuwe plannen en projecten getoetst dient te worden aan het kader dat gold voor de invoering van de PAS, oftewel direct aan de eisen vermeld in de Habitatrichtlijn. Verder is er momenteel geen grenswaarde vastgesteld door de Rijksoverheid en 12 provincies, waardoor juridisch gezien nu elk depositie boven de 0,00 mol/ha/jr. kan resulteren in mogelijk negatief effect op omliggende Natura 2000-gebieden. Indien er sprake is van een toename boven de voorgenoemde waarde, kan sprake zijn van een negatief effect op deze gebieden, waarmee een project vergunningsplichtig is in het kader van de Wet Natuurbescherming.

Methodiek Voor het bouwproject is in het programma AERIUS berekend wat de stikstofemissie en daarmee depositie is op omliggende Natura 2000-gebieden. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen enerzijds de aanlegfase (de bouwperiode van de woningen) en de gebruiksfase (het gebruik van het gebouw door bewoners). De berekeningen zijn gedaan in AERIUS calculator 2020. Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 9

Vanuit de opdrachtgever was het niet mogelijk om uitgangspunten aangeleverd te krijgen. De uitgangspunten zijn daarom gebaseerd op ervaringscijfers van vergelijkbare projecten, waarbij de invoer van de verschillende bronnen als worst-case scenario is gemodelleerd.

Aanlegfase Voor de aanlegfase zijn 2 verschillende stikstofbron categorieën te onderscheiden: de verkeersaantrekkende werking van en naar de bouwlocatie en het gebruikte materieel op de bouwlocatie. Voor de verkeersaantrekkende werking is uitgegaan van personen-/bestel- en vrachtwagen bewegingen van en naar het plangebied. De gemodelleerde ontsluitingswegen hebben een rijsnelheid van 50 km-uur. In AERIUS is daarom de optie ‘binnen de bebouwde kom’ gebruikt. De AERIUS-invoer is als volgt: Materieel

Voertuigbewegingen (N/Jaar)

Licht verkeer (personen/bestelwagen) Zwaar vrachtverkeer

840 40

Tabel 1: Invoergegevens verkeersaantrekkende werking

Het bouwmaterieel worden verspreid over de bouwlocatie ingezet. Het in te zetten materieel met specificaties als vermogen, aantal draaiuren per werktuig, en de belasting zijn gebaseerd op ervaringscijfers gebaseerd op vergelijkbare bouwprojecten. Alle werktuigen voor dit project verbruiken diesel. Voor al het bouwmaterieel is uitgegaan van emissiearme werktuigen met een bouwjaar van ≥ 2014, aangezien het bouwproject op redelijke afstand van Natura 2000-gebied ‘Sint Jansberg’ is gelegen. De emissiefactor per werktuig zijn gebaseerd op de Europese Stageklasse indeling, waarbij onderscheid gemaakt wordt in emissiegegeven van niet-mobiele werktuigen middels het bouwjaar en vermogen1. De bronnen zijn met de optie ‘Eigen specificatie’ in AERIUS ingevoerd. Voor de uittreedhoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn de AERIUS-default waardes gehanteerd. De volgende emissiegegevens zijn in AERIUS ingevoerd: Materieel Graafmachine Mobiele kraan Betonmolen/pomp Walz

Vermogen klasse (in kW)

Belasting (in %)

Draaiuren (uren p/j)

Emissiefactor (in g/kWh)

200 205 200 90

60 60 60 55

250 500 270 230

0,4 0,4 0,4 0,4

Tabel 2: Mobiele werktuigen met modelgegevens

Gebruiksfase Tijdens de gebruiksfase zijn de stikstofemissie van de te bouwen woningen en de verkeersaantrekkende werking (verkeer van en naar het plangebied) van belang. Er worden 4 woningen, waarvan 1 vrijstaand, gerealiseerd. Deze woningen zullen allen emmissievrij opgeleverd worden. Daardoor is enkel uitstoot te verwachten vanwege de personenwagenbewegingen van en naar de woningen (verkeersgeneratie). De verkeersgeneratie is als worst-case scenario berekend met de kencijfers van de CROW publicatie ‘Toekomstigbestendig parkeren: Van parkeerkencijfers naar 1

www.dieselnet.com/standards/eu/nonroad.php

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 10

parkeernormen’. Er is daarbij uitgegaan van 1 vrijstaande woning en 3 tussenwoningen. Verder is uitgegaan van een ‘schil buitengebied’ omgeving in de categorie ‘weinig stedelijk’. De verkeersgeneratie bedraagt daarmee voor de vrijstaande woning maximaal 8,6 mvt/etmaal en per tussenwoning maximaal 7,8 mvt/etmaal. Omdat er 3 woningen gerealiseerd zullen worden is de totale verkeersgeneratie 32 mvt/etmaal.

Rekenresultaten De stikstofdepositie voor de aanlegfase is berekend voor de relevante Natura 2000-gebieden. Uit de resultaten van AERIUS Calculator blijkt dat voor geen enkel natuurgebied de stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/jr. komt (zie bijlage 1). Uit de rekenresultaten voor de gebruiksfase volgt eveneens dat de stikstofdepositie niet boven de 0,00 mol/ha/jr. uitkomt (zie bijlage 2). Op grond van deze resultaten blijkt dat de stikstofdepositie zowel in de aanleg- als gebruiksfase niet boven de 0,00 mol/ha/jr. grenswaarde uitkomt. Het project kan hiermee doorgang vinden zonder dat aanvullend onderzoek en/of een vergunning ‘Wet natuurbescherming’ moet worden aangevraagd.

Conclusies  Uit de AERIUS-berekeningen is gebleken dat de stikstofdepositie voor zowel de ‘aanlegfase’ als de ‘gebruiksfase’ de 0,00 mol/ha/jr. voor omliggende Natura 2000-gebieden niet overschrijdt. Deze resultaten gelden echter enkel als bouwmaterieel gebruikt wordt met bouwjaar 2014 of jonger en per werktuig de vermelde hoeveelheid bedrijfsuren wordt gehanteerd vermeld in dit rapport. Aan beide voorwaarden dient de aannemer zich voor de sloop en de bouw te houden.  Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het project doorgang kan vinden zonder dat aanvullend onderzoek en/of een ontheffing ‘Wet natuurbescherming’ benodigd is, indien tijdens de bouwfase de uitgangspunten van dit rapport worden aangehouden.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 11

Bijlage 1 Berekening AERIUS Aanlegfase

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 12

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 13

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 14

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 15

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 16

Bijlage 2 Berekening AERIUS Gebruikersfase

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 17

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 18

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 19

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 20

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en rapportage AERIUS-calculatie Garstkampsestraat 7, Overasselt (ons kenmerk: 20-785) 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10560056/1