Bijlage XI De relatie tussen liquidatie en fusie
Tekst van het document
De relatie tussen liquidatie en fusie: een toelichting op de fasering De vorming van de nieuwe omgevingsdienst (ODGM) per 1 januari 2026 verloopt in drie onderscheiden fasen. Deze notitie beschrijft hoe de liquidatie van de bestaande organisaties zich verhoudt tot het bredere fusieproces, en hoe beide sporen met elkaar verweven zijn zonder elkaar te doorkruisen. Fase 1: Het fundament In fase 1, afgerond op 6 mei jl., is de koers bepaald voor de toekomstige organisatie. Er is vastgesteld hoe de nieuwe organisatie juridisch vorm krijgt en welke taken zij zal uitvoeren. De inhoudelijke taken blijven in de kern gelijk, maar de samenwerking wordt herijkt in het licht van een groter aantal partners en een groter verzorgingsgebied. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is de borging van nabijheid en herkenbaarheid voor partners en inwoners. Het is logisch dat in deze fase vragen opkomen over het lot van de huidige organisaties. Zij zullen worden opgeheven, maar het is nog niet volledig te zeggen wat daarvan wordt overgenomen in de nieuwe organisatie en wat komt te vervallen. Die keuzes hangen namelijk af van hoe de nieuwe organisatie straks precies wordt ingericht. Wat nu wel kan, is het formuleren van uitgangspunten over de bezittingen en verplichtingen van de huidige organisaties. Die uitwerking is nu in gang gezet.
Hiervoor is de uitgangspuntennotitie liquidatie ODRN en ODRA opgesteld. Belangrijk om te onderkennen is dat de bestaande organisaties op dit moment nog volledig operationeel zijn en hun middelen nodig hebben om hun taken tot en met 2025 uit te voeren. Fase 2: Inrichting van de nieuwe organisatie Deze fase is inmiddels gestart. In deze periode wordt de nieuwe organisatie zodanig ingericht dat zij per 1 januari 2026 operationeel is. De focus ligt op zaken die vanaf die datum direct moeten functioneren: waaronder personeelsplaatsing, administratieve systemen, werkplekken, salarisbetalingen en dienstverlening aan burgers. Zoals bij het samenvoegen van twee huishoudens, nemen we veel bestaande elementen mee om later te bezien wat wel en niet nodig blijft. De nadruk ligt op een soepele overgang, niet op directe optimalisatie. Tegelijkertijd blijven de huidige organisaties gewoon in bedrijf. De dienstverlening aan partners loopt door zoals gebruikelijk, en de voortgang wordt via de reguliere kanalen gemonitord en gerapporteerd. Eventuele ontwikkelingen die leiden tot extra kosten blijven daarmee bestuurlijk in beeld. Er is in deze fase nog geen sprake van formele liquidatie, maar er wordt wel met zorg gestuurd op besluiten die effect hebben op de toekomst. Zo worden er geen langjarige verplichtingen aangegaan zonder afstemming over de toekomstige bruikbaarheid.
De voorbereidingen voor de jaarrekening 2025 starten zoals ieder jaar tijdig. Aangezien de jaarrekening 2025 de financiële afsluiting van de latende organisaties vormt, wordt dit document de basis voor de liquidatie. De werkzaamheden die hiervoor worden verricht zijn dus feitelijk ook voorbereidende stappen richting de liquidatie.
1
Fase 3: Werken in de nieuwe organisatie Vanaf 1 januari 2026, als alle colleges toestemming hebben verleend, treedt de nieuwe organisatie formeel in werking: de ODGM. De derde fase is o.a. gericht op het optimaliseren van processen en bedrijfsvoering binnen deze nieuwe context. Anders dan in bestaande organisaties, waar optimalisatie een continu proces is, vereist dit binnen de nieuwe organisatie extra aandacht. Er moeten immers nog keuzes worden gemaakt en processen worden geharmoniseerd. Niet alles kan tegelijkertijd; om die reden worden kosten en inspanningen over de tijd gespreid. De begroting van de ODGM voor 2026 is gebaseerd op de opgetelde begrotingen van ODRA en ODRN. Dat betekent dat alle personeelslasten, bestaande contracten en verplichtingen zijn meegenomen. Parallel aan de opstart van de nieuwe organisatie, wordt nog de jaarrekening 2025 van ODRA en ODRN opgesteld. Dit proces wijkt weinig af van eerdere jaren, met als verschil dat in het kader van de liquidatie extra scherp wordt gekeken naar posten om te bepalen wat onderling moet worden verrekend of toegewezen. Op basis van het due diligence-onderzoek zijn er geen grote afwijkingen te verwachten: de financiële situatie is stabiel en transparant.
Na afronding van de jaarrekeningen en de onderlinge afrekening, worden de bezittingen formeel ingebracht in de ODGM en wordt de openingsbalans van de nieuwe organisatie vastgesteld. In de praktijk zijn veel van deze middelen – zoals gebouwen, inventaris en ICT – dan al in gebruik door de nieuwe organisatie. Pas in deze fase en de jaren die daarop volgen wordt weer beter duidelijk wat de nieuwe organisatie op termijn gaat kosten. Door processen te optimaliseren is het de verwachting dat kosten uiteindelijk kunnen dalen. Sommige besparingen zijn direct realiseerbaar en kunnen benut worden om andere, meer complexe optimalisaties te financieren. Conclusie De liquidatie van de huidige organisaties is geen op zichzelf staand traject, maar een logisch sluitstuk van de overgang naar de nieuwe organisatie. Pas nadat de nieuwe organisatie operationeel is en de latende organisaties zijn afgerond, kan de liquidatie formeel worden uitgevoerd. In de tussenliggende periode bouwen we zorgvuldig voort op het fundament dat in fase 1 is gelegd, richten we de nieuwe organisatie in met het oog op continuïteit en stabiliteit, en bereiden we de financiële afsluiting van de bestaande organisaties voor. Transparantie, bestuurlijke grip en gefaseerde besluitvorming vormen de leidraad in dit proces.
2