CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage X Uitgangspuntennotitie financiële liquidatie ODRN en ODRA

Commissie Ruimte 4 september 2025, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen zienswijzen ontwerp gemeenschappelijke regeling en ontwerp Bedrijfsplan Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM) (fusie ODRN en ODRA)2.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspunten financiële liquidatie Versie: 5 juni 2025 In deze notitie worden de afspraken weergegeven die betrekking hebben op de financiële liquidatie zoals vermeld in punt 4 van het Procesvoorstel Liquidatieplan – AB 6 mei 2025. De Jaarrekening 2025 van beide latende diensten is een belangrijke basis voor de overdracht aan rechtsopvolger ODGM en de feitelijke afwikkeling van de financiële liquidatie van de latende diensten nadien. Om deze reden bevat deze notitie mede belangrijke uitgangspunten die dienen te worden betrokken bij de opstelling van de Jaarrekening 2025 van de beide latende Omgevingsdiensten. Feitelijke afwikkeling van de liquidatie zal in 2026 plaatsvinden binnen elk van de latende Omgevingsdiensten afzonderlijk. Nadat al de hier uit voortvloeiende administratieve verplichtingen zijn afgewikkeld kan de liquidatie vervolgens ook in juridische zin worden afgewikkeld. Ten aanzien van de financiële liquidatie worden op basis van balans/vermogenspositie van de latende Omgevingsdiensten de op de hierna volgende pagina’s beschreven van belang zijnde punten onderscheiden: 1. Vaste activa a. Immateriële vaste activa: ODRN en ODRA hebben geen immateriële vaste activa op de balans staan. b. Materiële vaste activa: Materiële vaste activa in gebruik en eigendom van de latende OD wordt overgedragen aan de nieuwe ODGM.

Dit uitgangspunt geldt eveneens voor materiële vaste activa die geen boekwaarde meer vertegenwoordigen. Materiële vaste activa die geen boekwaarde meer vertegenwoordigen worden “om niet” overgedragen aan de nieuw opgerichte dienst ODGM. Rechten en verplichtingen die hier (m.b.t. gebruik dan wel onderhoud) aan vastzitten komen toe aan de nieuwe dienst ODGM. c. Financiële vaste activa: ODRA en ODRN hebben geen financiële vaste activa op de balans staan. 2. Vlottende activa a. Voorraden: ODRA en ODRN hebben geen voorraden op de balans staan. b. Uitzettingen met een looptijd < 1 jaar I.

Vorderingen op openbare lichamen: Dit zijn de openstaande debiteuren per 31-122025. De financiële afwikkeling hiervan vindt in 2026 plaats binnen de latende OD’s.

II.

Uitzettingen in 's Rijks schatkist: Dit zijn de liquide middelen die ODRN en ODRA in de schatkist van het Rijk hebben gestort. De financiële afwikkeling hiervan vindt in 2026 plaats binnen de latende OD’s.

1

c. Overige vorderingen: N.v.t. d. Liquide middelen a. Bank- en girosaldi: Dit zijn de liquide middelen die ODRN en ODRA hebben gestort op hun bankrekening bij de BNG. De financiële afwikkeling hiervan vindt in 2026 plaats binnen de latende OD’s. 3. Overlopende activa a. Overige nog te ontvangen bedragen: Dit zijn de bedragen die ODRN en ODRA in 2026 nog moeten ontvangen van andere overheden uit hoofde van exploitatie van de latende OD in het voorgaande boekjaar. De financiële afwikkeling hiervan vindt in 2026 plaats binnen de latende OD’s. b. Vooruitbetaalde bedragen: Dit betreft de bedragen die de latende OD in 2025 of eerder heeft betaald voor een prestatie in 2026 of later. Vooruitbetaalde bedragen die tot nut zijn voor de exploitatie van ODGM worden via de liquidatie-/openingsbalans overgebracht naar ODGM. Het ontstaan van nieuwe posten per ultimo 2025 wordt bij voorkeur vermeden. In dit verband worden contractpartners van de latende OD’s proactief aangeschreven om aan te geven dat in 2026 doorlopende verplichtingen worden overgenomen door ODGM en hen te verzoeken in te stemmen met wijziging van de contractant en tenaamstelling. Waar nodig/gewenst zullen lopende contracten van de latende OD’s worden beëindigd en nieuwe worden aangegaan (bijv. enkele verzekeringen).

Als er bij het opstellen van de jaarrekening 2025 posten worden vergeten of later naar voren komen, dan vallen deze in de exploitatie van het nieuwe jaar. Dat betekent dat eventuele nadelen (of voordelen) voor rekening van de nieuwe organisatie komen. Dit is een gebruikelijke gang van zaken in het jaarrekeningproces. 4. Vaste passiva a. Eigen vermogen I.

Algemene reserve: ODRN en ODRA beschikken over een algemene reserve, zij laten het saldo van de algemene reserve vrijvallen in het rekeningresultaat 2025. Via dat resultaat vindt vervolgens een verrekening plaats met de deelnemende gemeenten, wat leidt tot een incidentele baat. Tegelijkertijd is het van belang om een helder uitgangspunt te formuleren voor de vorming van de algemene reserve in de nieuwe organisatie. Daarbij geldt dat beide deelnemende organisaties naar evenredigheid financieel vermogen moeten inbrengen, op basis van gelijke waarderingsgrondslagen. De hoogte van de algemene reserve van de nieuwe organisatie wordt bepaald op basis van een gewenste weerstandsratio. Hiervoor worden de risico’s van de nieuwe organisatie in kaart gebracht. Op basis van de analyse van deze risico’s wordt vervolgens berekend welk bedrag nodig is als algemene reserve om financiële schokken op te vangen.

2

II.

Bestemmingsreserves: Deze zijn gevormd voor specifieke doelen. Als de uitvoering van die doelen door de nieuwe organisatie wordt voortgezet, dan gaan zowel het doel als de bijbehorende middelen over naar de nieuwe organisatie. In dat geval vallen de bestemmingsreserves niet vrij, maar worden zij overgeheveld.

III.

Gerealiseerde resultaat: Het gerealiseerde resultaat wordt conform het gestelde in de GR-tekst van de latende OD’s afgewikkeld. In basis betekent dit dat een positief rekeningresultaat 2025 door de latende OD in 2026 wordt uitgekeerd aan de (latende) deelnemers van de betreffende OD. Een negatief rekeningresultaat 2025 wordt door de latende OD in 2026 in rekening gebracht bij de (latende) deelnemers van de betreffende OD. De ontwikkeling van de uitvoering 2025 wordt door beide diensten gevolgd en gerapporteerd via de reguliere rapportages, met daarin de prognose voor het te verwachten resultaat 2025.

b.

Voorzieningen I.

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's: Beide latende OD’s hebben een voorziening voor verlofsparen c.q. arbeidskosten gerelateerde verplichtingen1. De betreffende voorzieningen zullen worden overgedragen aan ODGM, aangezien deze strekken ter dekking van personele verplichtingen die eveneens door ODGM van de latende OD’s worden overgenomen. Uitgangspunt is dat de voorzieningen bij elk van de latende OD’s op gelijkwaardige grondslagen worden gewaardeerd. <nog bekijken of gelijkwaardige grondslagen worden gewaardeerd. Indien dit niet het geval is dan treden ODRN en ODRA in overleg over welke acties nodig zijn om de voorziening gelijkwaardig te waarderen en stemmen hierover af met de accountant. Indien nodig wordt er ten laste van de exploitatie 2025 gedoteerd dan wel vindt er mogelijk vrijval plaats ten gunste van de exploitatie 2025. De budgettaire effecten hiervan vormen onderdeel van het rekeningsaldo 2025 van de latende OD. N.B. Dit aspect vertoont nauwe samenhang met wat op pagina 6 van deze notitie geschreven is onder het punt “Niet uit de balans blijkende verplichtingen”. > c. Schulden met een looptijd > 1 jaar: ODRN heeft geen schulden met een looptijd van meer dan 1 jaar op de balans staan, ODRA wel. Het gaat hier vooral over huur en leasefietsen, leasecontracten van auto’s. Praktische zaken die de nieuwe dienst ook nodig heeft.

De omvang wordt geïnventariseerd en gaan in principe over naar de nieuwe dienst. 5. Vlottende passiva a. Schulden met een looptijd < 1 jaar I.

Overige schulden: Dit zijn de openstaande crediteuren per 31-12-2025. De financiële afwikkeling hiervan vindt in 2026 plaats binnen de latende OD’s

b. Overlopende passiva 1

ODRN: harmonisatietoelage en verlofstuwmeren. ODRA: harmonisatievergoeding, verlofsparen en personele kosten.

3

I.

Verplichtingen die in een volgend jaar tot betaling komen: Dit zijn kosten voor producten of diensten die in 2025 of eerder aan ODRA en ODRN zijn geleverd, maar waarvan de factuur in 2026 wordt betaald. De financiële afwikkeling hiervan vindt in 2026 plaats binnen de latende OD’s.

II.

Voorschot bedragen van overheidslichamen: Dit zijn in 2025 of eerder van gemeentes en andere overheidsinstellingen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen als dekking voor lasten in 2026 of later. Deze bedragen worden meegenomen naar ODGM, tenzij uit overleg met de verstrekker blijkt dat het ontvangen voorschotbedrag per ultimo 2025 dient te worden afgerekend.

6. Niet uit de balans blijkende verplichtingen In het kader van de fusie is sprake van “overgang van onderneming”. Dit betekent o.a. dat werknemers overgaan naar de nieuwe organisatie met behoud van hun arbeidsvoorwaarden. Overeenkomstig dit principe behouden de medewerkers de opgebouwde rechten zoals positieve verlofsaldi en worden deze niet per ultimo 2025 vereffend binnen de latende OD. De betreffende rechten en de daaraan vanuit het oogpunt van de werkgever verbonden verplichtingen gaan over naar ODGM. De overdracht van dergelijke opgebouwde rechten laat onverlet dat de vigerende afspraken uit het (Gelderse) arbeidsvoorwaardenreglement en de daaraan verbonden interne Regeling zoals gebruikelijk van toepassing zijn op de situatie per ultimo 2025. Met betrekking tot de opgebouwde verlofrechten c.q. openstaande verlofaanspraken worden in het kader van de financiële liquidatie de hierna genoemde relevante onderdelen onderscheiden: Compensabele uren In het arbeidsvoorwaardenreglement (art. 5.3, lid 2) is geregeld dat een werknemer aan het eind van het kalenderjaar een positief werkurensaldo van maximaal 72 uur mag hebben (in geval van een deeltijdfactor geldt dit aantal uren naar rato). Dit saldo gaat mee naar het volgende kalenderjaar en moet in dat volgende jaar worden opgenomen. Binnen de latende OD’swordt er actief gestuurd op toepassing van de genoemde regeling(en).

Slechts in uitzonderingsgevallen zal er maatwerk worden toegepast. De budgettaire effecten van dergelijk maatwerk dienen neer te slaan de in jaarrekening van de latende OD. Wettelijk verlof Op grond van de cao SGO kent het wettelijk verlof een houdbaarheid van 24 maanden. De houdbaarheid van het verlof is leidend bij de bepaling hoeveel verlofaanspraak er naar het volgende kalenderjaar wordt overgedragen. Niet tijdig genoten wettelijke verlofuren komen te vervallen. (Wettelijk is het niet toegestaan het betreffende verlof uit te keren.) Bovenwettelijk verlof De component bovenwettelijk verlof kent een houdbaarheidsdatum van vijf jaar. Op grond van de cao SGO mogen medewerkers van de niet genoten verlofuren (naar rato van hun deeltijdfactor) per jaar maximaal 72 uur laten uitbetalen. De lasten gemoeid met verlofverkopen in 2025 slaan neer in de exploitatie van de latende OD. Een eventueel niet genoten surplus aan bovenwettelijke uren waarvan de geldigheidsduur op 31-12-2025 verstrijkt komt te vervallen, tenzij deze wordt 4

ingezet als bron voor het in de cao mogelijk gemaakte verlofsparen. Spaarverlof kent géén vervaldatum en voor de financiële verplichtingen die hier mee samenhangen wordt door de latende OD een storting gedaan in de voorziening voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen. De betreffende voorziening wordt door de latende OD’sovergedragen aan ODGM, opdat ODGM op de bestemde tijd aan de verplichtingen kan voldoen. De in de op de vorige pagina genoemde regelingen beschreven uitgangspunten zijn bedoeld om te voorkomen dat de OD wordt geconfronteerd met een stuwmeer aan nog op te nemen uren en daarmee samenhangende toekomstige lasten die niet binnen de reguliere exploitatie kunnen worden gedekt. De in de genoemde regelingen beschreven uitgangspunten zijn voor zowel ODRA en ODRN van overeenkomstige toepassing, waarmee ten aanzien van de liquidatie en de overdracht in basis sprake is van een gelijkwaardige uitgangspositie. Dit houdt tevens in dat ODGM niet wordt geconfronteerd met verlofaanspraken met een meer dan gebruikelijke of wenselijke omvang die in een later jaar in de exploitatie tot uiting komen terwijl er geen specifieke voorziening tegenover staat. Bij het opmaken van de jaarrekening van de laten de OD zullen de hiervoor per onderdeel uiteengezette maxima in acht worden genomen.

In geval van eventuele uitzonderingssituaties treden de latende OD’s actief in overleg over de hieraan in de jaarrekening van de latende OD te verbinden (en aan ODGM over te dragen) balanswaardering. Hiernaast zal voor de volgende onderdelen zal nagegaan worden of er sprake is van grote verschillen tussen de situaties van de latende OD’s: •

Onderhanden werk / achterstanden

•

Jubileumuitkeringen

•

Ziektegevallen / risico op arbeidsongeschiktheid/WW

De latende OD’s stemmen omwille van de vergelijkbaarheid af over de wijze waarop bij de hiervoor bedoelde beoordeling de omvang van de genoemde onderdelen wordt bepaald. Indien de omvang van de niet uit de balans blijkende verplichting naar verwachting groter is dan 0,5% van de in het financieel plan ODGM opgenomen begrote omzet van ODGM, dan zal hiervoor binnen de latende OD een voorziening worden gevormd. De betreffende voorziening wordt per 11-2026 overgedragen aan ODGM. Niet voorziene omstandigheden met financiële gevolgen De kans is aanwezig dat zich in 2025 situaties voordoen met financiële consequenties waarmee door de latende OD’s geen rekening is gehouden in de jaarrekening 2025. Bijv. een factuur voor een prestatie die in 2025 is geleverd, maar waarvan de kosten op de balans per ultimo 2025 niet zijn voorzien als ‘nog te betalen’. Indien zich een situatie voordoet zoals in de voorgaande alinea is bedoeld, dan vindt afwikkeling hiervan plaats ten laste van de exploitatie van ODGM indien en voor zover opname/vermelding in de jaarrekening 2025 van de latende OD omwille van de getrouwheid niet noodzakelijk is. Als fatale datum hierbij geldt het moment van vaststelling van de jaarrekening door het AB van de latende OD.

Alle dergelijke situaties die zich voordoen ná vaststelling van de afzonderlijke jaarrekeningen slaan derhalve neer in de exploitatie van ODGM en zijn voor rekening van de gezamenlijke deelnemers. Hiervan wordt slechts afgeweken indien zich tot het moment van feitelijke afwikkeling van de liquidatie onvoorziene omstandigheden voordoen die een bedrag vertegenwoordigen van ten minste 0,5% van de in het financieel plan ODGM begrote jaaromzet

5

van ODGM. Zodra de liquidatie van de latende OD een feit is, komen worden alle financiële verplichtingen definitief afgewikkeld via de exploitatie van ODGM.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15816572/1