Bijlage X selectiebesluit verkennend onderzoek
Tekst van het document
SELECTIEBESLUIT
Beoordeeld rapport:
Datum: Bijlage: Afschrift aan: Handtekeningen Bevoegd Gezag Archeologie:
L. Kruithof en D. Hagens, 2022: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Droogsestraat (ong.) te Malden (gemeente Heumen), AM21521, Aeres Milieu, Roermond (definitief, versie 2 d.d. 27 oktober 2022) 28-10-2022 geen n.v.t. T. van Merriënboer, beleidsmedewerker E.K. Mietes, regioarcheoloog regio Ruimtelijke Ordening Nijmegen
Beoordeling Er zijn geen opmerkingen, het rapport is akkoord en kan zonder wijzigingen definitief gemaakt worden. Voor vragen of afstemming kan contact worden opgenomen met TvMerrienboer@heumen.nl. Inleiding In het kader van een bestemmingsplanwijziging heeft Aeres Milieu een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd in plangebied Droogsestraat (ongenummerd) te Malden. Het plangebied wordt herontwikkeld, waarbij nieuwbouw wordt gerealiseerd. Bevindingen Aeres Milieu Bureauonderzoek De omgeving van het plangebied ligt op de overgang van de hoger gelegen stuwwal van Nijmegen naar de lagergelegen terrasvlakte. Het plangebied zelf ligt op een glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen mogelijk bedekt met dekzand. De terrasvlakte ten westen van het plangebied vormde ten tijde van het laat-paleolithicum de actieve riviervlakte. Binnen het plangebied is er dan sprake van een gradiëntzone. Hierdoor is het plangebied een aantrekkelijke vestigingslocatie. Om deze redenen wordt een hoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum. Op circa 780 meter ten westen ligt een restgeul van de Maas. Er is geen informatie bekend wanneer deze geul actief was. Indien deze geul watervoerend was ten tijde van het mesolithicum, dan maakt dit de omgeving van het plangebied aantrekkelijk als vestigingslocatie.
Echter, de relatief grote afstand tot de watervoorziening maakt het plangebied minder aantrekkelijk als vestigingslocatie. Op basis hiervan geldt een middelhoge verwachting voor de periode mesolithicum In de directe omgeving van het plangebied, met een vergelijkbare landschappelijke ligging, zijn tot op heden geen vondsten bekend uit deze periode. Mogelijk heeft ook dit te maken te weinige archeologische onderzoeken die hebben plaatsgevonden in de directe omgeving van het plangebied. Voor de latere landbouwende samenleving zal het plangebied vanwege de relatief hoge ligging in het landschap en enigszins nabij watervoorzieningen een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest. Op basis hiervan geldt een hoge verwachting voor deze perioden. De Droogsestraat vormde een kleine verbindingsweg tussen de uitvalswegen rijksweg en de Hatertseweg. De zone tussen de Hatertseweg en de rijksweg had een grote open structuur en fungeerde als eng (gemeenschappelijke bouwlandveld). Ter plaatse van de Droogsestraat zijn nog structuren zichtbaar van een open ruimte die dienst deed als schaapsdrift. Deze drift staat nog aangegeven op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw.
Het is niet uit te sluiten dat binnen het plangebied historische bebouwing aanwezig was uit de periode vóórdat het de functie van schaapsdrift kreeg, al dan niet bestaande uit bijgebouwen (schuur, stal) van de omringende bebouwing. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd.
Pagina 1 van 2
Verkennend booronderzoek Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de in het bureauonderzoek omschreven verwachte hoge bruine enkeerdgronden in het plangebied zijn aangetroffen. Er zijn geen resten van een E- en/of B-horizont waargenomen in de boringen. Dit is mogelijk het gevolg van een egalisatie en/of opname in het bovenliggend dek door ploegen. Tussen de natuurlijke ondergrond en de humeuze bovengrond is in een groot deel van het plangebied een BChorizont aangetroffen. Op basis van deze gegevens blijft de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten gehandhaafd als zijnde hoog voor het laat-paleolithicum, middelhoog voor het mesolithicum en hoog voor het neolithicum tot en met de nieuwe tijd. Advies Aeres Milieu De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen op circa 30 centimeter beneden maaiveld archeologische resten aanwezig zijn. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats.
Bevindingen Er zijn geen opmerkingen.
Selectiebesluit Het rapport is goedgekeurd. De gemeente is bij de beoordeling van de eerste conceptversie al akkoord gegaan met het advies voor vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.
Pagina 2 van 2