CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VIII verkennend booronderzoek

Raad 14 maart 2024, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Hoogstraat 16, Overasselt8.594 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Transect-rapport 4744 Overasselt, Hoogstraat 16 Gemeente Heumen (GD) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Auteur Versie Projectcode Datum Opdrachtgever Uitvoerder

J.G.E. Melman Versie 1.1 23040007 08-06-2023 De heer Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein J.G.E. Melman (KNA prospector MA) D. van den Hazel 5436578100 Gemeente Heumen Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODNR) Nog te beoordelen

Veldonderzoek Onderzoeksmelding Bevoegde overheid Adviseur bevoegde overheid Status Beheer documentatie Voorblad

Autorisatie Naam Drs. T. Nales (Senior KNA Prospector)

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Transect, Nieuwegein Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (09-06-2023)

Datum

Paraaf

30-06-2023

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting In opdracht van de heer heeft Transect b.v. in juni 2023 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Hoogstraat 16 in Overasselt (gemeente Heumen). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. • Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op een rivierduin ligt. Deze rivierduinen vormen over het algemeen relatief hoge en droge plekken, die reeds lang geschikt kunnen zijn geweest voor bewoning. Om deze reden is sprake van een hoge archeologische verwachting voor de periode Mesolithicum – Vroege Middeleeuwen. Vanaf de Late Middeleeuwen is het oude oppervlak van het rivierduin begraven geraakt als gevolg van de bemesting van oude bouwlanden, die rondom het toenmalige Overasselt zijn aangelegd. Deze bemesting vond plaats middels bemesting van plaggen en potstalmest. Hierdoor kon het maaiveld geleidelijk verhogen en raakte eventueel oude resten in de top van de rivierduinafzettingen bedekt. De verwachting op resten uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd is laag.

In de Late Middeleeuwen is het plangebied net buiten de kern van Overasselt gelegen. Bewoning zou in die tijd rondom de Valkstraat moeten liggen. Wel zijn resten van landgebruik te verwachten, in de vorm van akkerlagen toen het oude bouwland is aangelegd. Ook is het plangebied op historisch-topografisch kaartmateriaal in ieder geval sinds het begin van de 19e eeuw niet bebouwd geweest. De verwachting op nederzettingsresten uit de Nieuwe tijd is zodoende laag. • Op basis van het onderzoek is vastgesteld dat de ondergrond in het plangebied bestaat uit terrasafzettingen waarop rivierduinafzettingen zijn waargenomen. De dikte van de rivierduinafzettingen neemt af richting het noorden. In de top van het rivierduinzand is een oude akkerlaag gevormd, waarin fragmenten houtskool aanwezig zijn. Hierop bevindt zich een bouwlanddek. De ondergrond is als intact te beschouwen. Alleen ter plaatse van boring 1 is een verstoring waargenomen, maar er is geen sprake van een diepe verstoring van het archeologisch relevante niveau. Boring 2 is direct naast de bestaande bebouwing gezet. Hieruit blijkt dat er sprake is van een verstoring tot circa 75 cm -Mv (9,3 m +NAP). De top van de rivierduinafzettingen bevindt zich hier net onder. Een restant van de oude akkerlaag is nog aanwezig. Hierom is het de verwachting dat ook onder de bestaande bebouwing nog een intact sporenniveau aanwezig kan zijn.

Om deze reden geldt een hoge archeologische verwachting voor de periode Mesolithicum – Vroege Middeleeuwen in het plangebied. Advies Op basis van het onderzoek is sprake van een hoge archeologische verwachting in het plangebied. Wij adviseren daarom om de hoge verwachting op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan. Indien er bodemingrepen (inclusief sloopwerkzaamheden) zullen plaatsvinden die dieper reiken dan 30 cm -Mv (met een buffer van 20 cm tot het archeologisch relevante niveau) of dieper dan de bestaande funderingen onder de bebouwing, adviseren wij om een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor een gravend onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk, dat door de bevoegde overheid is goedgekeurd (gemeente Heumen). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Heumen) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

Inhoud 1.

Aanleiding

1

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

2

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

3

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik

5

5.

Beleidskader

6

6.

Landschap, geomorfologie en bodem

7

7.

Beschrijving bekende archeologische kenmerken

9

8.

Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen

13

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

19

10. Resultaten veldonderzoek

21

11. Beantwoording onderzoeksvragen

23

12. Conclusie en Advies

24

13. Geraadpleegde bronnen

25

Bijlage 1: Plantekening

28

Bijlage 2: Archeologische beleidskaart van de gemeente Heumen

29

Bijlage 3: Geomorfologie

31

Bijlage 4: Stroomruggen

32

Bijlage 5: Hoogtekaart

34

Bijlage 6: Bodemkaart

36

Bijlage 7: Archeologische informatie

37

Bijlage 8: Boorpuntenkaart

38

Bijlage 9: Foto’s van boringen

39

Bijlage 10: Boorbeschrijvingen

41

1. Aanleiding In opdracht van de heer heeft Transect b.v.1 in juni 2023 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Hoogstraat 16 in Overasselt (gemeente Heumen). De aanleiding voor het onderzoek vormt de wijziging van het bestemmingsplan om de realisatie van woningen mogelijk te maken. In het plangebied geldt in het bestemmingsplan Kernen Heumen, Overasselt, Nederasselt en Molenhoek een Waarde – Archeologische verwachting 1. Vanwege deze aanduiding is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen, die groter zijn dan 200 m2 en dieper dan 40 cm -Mv reiken. Gezien de omvang van het te wijzigen gebied (1150 m2) is een archeologische onderbouwing noodzakelijk. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het Plan van Aanpak (Melman, 2023).

1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door

middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

1

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbare geologische en geomorfologische kaarten geraadpleegd. Deze informatie is in deze rapportage verwerkt. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied.

Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). De toegepaste methodiek in het veld wordt beschreven bij de beschrijving van de veldresultaten (Hoofdstuk 10). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: • Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? •

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?

•

In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)?

•

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog?

Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.1 (KNA 4.1).

2

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente

Heumen

Plaats

Overasselt

Toponiem

Hoogstraat 16

Kaartblad

46A

Centrumcoördinaat

182.762 / 419.257

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied ligt aan de Hoogstraat 16 in Overasselt (gemeente Heumen). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal gezien omvat het plangebied de percelen OVA00 sectie C nummer 2005 en 2006. Het plangebied wordt in het zuiden begrensd door de Hoogstraat en de overige grenzen worden gevormd door de grenzen met aanliggende percelen. Het plangebied is circa 1150 m2 groot.

3

Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl).

4

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Wijziging bestemmingsplan

Oppervlakte plangebied

1150 m2

Planvorming

Nieuwbouw woningen

Omvang verstoringen

350 m2 nieuwe woning en bijgebouwen

Bodemverstorende werkzaamheden

Graafwerkzaamheden

Diepte verstoring

Onbekend (>40 cm)

Het voornemen bestaat om in het plangebied nieuwe woningen te realiseren. Om dit mogelijk te maken wordt een deel van de bestaande bebouwing gesloopt (circa 270 m2). De rest van de bebouwing, in het zuiden van het plangebied, wordt gerenoveerd. In het zuidoosten en noorden van het plangebied worden drie nieuwe woningen gerealiseerd met een gezamenlijke oppervlakte, inclusief bijgebouwen, van circa 350 m2. De rest van het gebied wordt ingericht als parkeerplaats en tuin. Om dit mogelijk te maken wordt het bestemmingsplan gewijzigd van ‘gemengd’ naar ‘wonen’. De gronden komen in particuliere eigendom. Er zijn geen effecten op het grondwaterpeil voorzien. In bijlage 1 is een (voorlopig) schetsontwerp van de beoogde toekomstige situatie opgenomen.

5

5. Beleidskader Onderzoekskader

Wijziging bestemmingsplan

Beleidskader

Bestemmingsplan Kernen Heumen, Overasselt, Nederasselt en Molenhoek 200 m2 en dieper dan 40 cm –Mv

Onderzoeksgrens

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2024 in werking zal treden. In het bestemmingsplan “Kernen Heumen, Overasselt, Nederasselt en Molenhoek” heeft het plangebied Waarde – Archeologie 1 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Deze waarde is gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart (Keunen e.a., 2013; bijlage 2). Hierop heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 200 m2 én dieper reiken dan 40 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk.

Gezien de omvang van het te wijzigen gebied (1150 m2) is een archeologische onderbouwing noodzakelijk. In het kader van de wijziging van het bestemmingsplan dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNA-waarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.

6

6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio

Utrechts-Gelders rivierengebied

Geomorfologie

Onbekend

Maaiveld

9,8 m NAP

Bodem

Hoge bruine enkeerdgronden

Grondwater

GWT-VII*

Landschap Overasselt bevindt zich in het zuidelijk deel van het rivierengebied, 700 m ten noorden van de Maas. Dit gebied bestaat uit fluviatiele afzettingen van de Rijn en de Maas. Tijdens het Saalien (238000 tot 126000 jaar geleden) heeft zich een ijsfront gevormd langs de lijn Utrecht - Nijmegen, waarlangs de Rijn en de Maas hebben gestroomd. De rivieren kenmerkten zich door een brede riviervlakte, waarbinnen de riviergeulen in een verwilderd (“vlechtend”) patroon verspreid lagen. In de riviervlakte werd door deze geulen grof zand en grind afgezet, dat geologisch gezien wordt gerekend tot het Formatie van Kreftenheije (De Mulder e.a., 2003). Overasselt en het plangebied lag toen in een riviervlakte (Berendsen, 2008). Tijdens het Allerød-interstadiaal (tussen 14000 en 13000 jaar geleden) begon dit enigszins te veranderen toen het klimaat geleidelijk begon te verbeteren. Deze klimaatsverbetering leidde tot een toenemende vegetatie en tot een beter verdeelde afvoer van rivierwater door een beperkt aantal geulen. De riviergeulen begonnen te kronkelen (meanderen) en sneden zich in de riviervlakte, waardoor langzamerhand een rivierdal ontstond. In het dal werd tijdens overstromingen zogenaamd “Hochflutlehm” afgezet, ook wel bekend als het Laagpakket van Wijchen, Formatie van Kreftenheije (De Mulder e.a., 2003).

In delen van het landschap kunnen deze afzettingen nog aan het oppervlakte liggen (Berendsen, 2008). Daarna trad nog een koude periode op (de Jonge Dryas, 13000 - 11700 jaar geleden), waardoor in Nederland weinig vegetatie aanwezig was. Met drooggelegen riviervlaktes. Hierdoor kon door wind gemakkelijk zand worden verplaatst en ontstonden zandverstuivingen (Stouthamer e.a., 2015). Dergelijk verstuivingen hebben zogenaamde rivierduinen gevormd, vanuit de vlechtende rivierafzettingen van de Formatie van Kreftenheije). De rivierduinen worden gerekend tot Het Laagpakket van Delwijnen, Formatie van Boxtel en liggen, indien aanwezig, op het Laagpakket van Wijchen (Berendsen 2008). De hogere rivierduinen zijn niet door jonger sediment afgedekt en hebben altijd boven het rivierenlandschap uitgestoken. Dit maakte deze rivierduinen zeer geschikt voor bewoning en landgebruik in het verleden. Aan het oppervlakte kunnen ook Holocene afzettingen voorkomen. Deze zijn afgezet door voorlopers van de huidige Rijn en Maas en worden gerekend tot de Formatie van Echteld. Deze afzettingen kunnen worden onderscheiden tussen stroomgordelafzettingen, komafzettingen, crevasseafzettingen en dijkdoorbraakafzettingen (Berendsen, 2008).

Geologie en lithologie Volgens boring B46A0057 uit het Dinoloket van TNO ligt op 40 m oostelijk van het plangebied zand, dat tot 180 cm -Mv tot de Formatie van Echteld behoort (holocene rivierafzettingen). Daaronder is sprake van matig grof zand, data tot de Formatie van Kreftenheije behoort (pleistocene rivierafzettingen).

7

Geomorfologie Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in bebouwd gebied (bijlage 3). Ten noorden van de bebouwde kom bevindt zich een terrasvlakte, die ontstaan is door rivierwerking en vervlakt is door overstromingsmateriaal (kaartcode 2M42). Ten westen en zuiden van de bebouwde kom van Overasselt ligt een zone met dekzandwelvingen (kaartcode 3L51yc). Volgens de Paleogeografische kaart van het Rivierengebied ligt er geen stroomrug in het plangebied (Cohen e.a., 2012, niet afgebeeld). Volgens Berendsen en Stouthamer (2001) bevindt het plangebied zich op een rivierduincomplex uit het Jonge Dryas (waarbij onder het rivierduinzand het Laagpakket van Wijchen en oudere Kreftenheije afzettingen te verwachten zijn, bijlage 4). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Op basis van het AHN valt af te leiden dat het maaiveld in het plangebied op 9,8 m NAP ligt (bron: www.ahn.nl; versie 4; bijlage 5). Het maaiveld binnen het plangebied is relatief vlak en vertoont weinig verschillen. Dit is mede het gevolg van de ligging in de bebouwde kom, waarbinnen het reliëf voornamelijk kunstmatig is. Ten opzichte van de directe omgeving maakt het plangebied deel uit van een wat hoger gelegen strook langs de Hoogstraat en de kern van Overasselt. Mogelijk wordt de hoge ligging ervan veroorzaakt door de aanwezigheid van een rivierduin in de ondergrond.

Bodem Op de bodemkaart valt het plangebied binnen een zone waarin (grofzandige) hoge bruine enkeerdgronden verwacht worden (kaartcode bEZ30; bijlage 5). Deze gronden werden vanaf de Late Middeleeuwen op veelal middelhoge tot hoge zandgronden aangelegd op de plek waar oorspronkelijk oude bouwlanden lagen (Berendsen, 2005). Door het bemesten van de bouwlanden met aardmest uit de potstallen, vermengd met graszoden, heideplaggen of zand en bosstrooisel, konden dergelijke enkeerdgronden ontstaan (De Bakker, 1966). Enkeerdgronden kenmerken zich daardoor door een meer dan 50 cm dikke, donkere humeuze bovenlaag (Berendsen, 2000). Archeologisch gezien zijn deze gronden bijzonder, doordat hun aanwezigheid het oude, begraven oppervlak van vóór de Late Middeleeuwen (en daarmee tevens het archeologisch relevante niveau) kan hebben behoed voor tal van verstoringen. Aan de basis van het opgebrachte humeuze dek kunnen in de top van het (rivierduin)zand in- en uitspoelingslagen aanwezig zijn als gevolg van bodemvorming (Bw, BC- en Ehorizonten). De aanwezigheid van dergelijke lagen zijn indicatief voor de mate van intactheid van de bodem. Grondwater De grondwatertrap in het plangebied is VII* (op de bodemkaart). Dit duidt over het algemeen op relatief droge gronden waarbij de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) gemiddeld onder de 80 cm -Mv aangetroffen kan worden.

De asterisk als aanvulling op de grondwatertrap is een aanduiding voor sterke regulering van het grondwater in het gebied. Meestal zorgt deze regulering voor een verdere verdroging van de bodem. Met dergelijke lage grondwaterstanden en droge omstandigheden zullen in het plangebied alleen anorganische archeologische resten te verwachten zijn. Onverbrande organische resten zullen als gevolg van oxidatie en zure omstandigheden in de bodem binnen 80 cm – Mv grotendeels zijn verdwenen.

8

7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Nee

Verwachting gemeentelijke kaart

Hoog

Archeologische waarden en/of informatie

Nee

Wettelijk beschermde status Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Archeologische Monumentenkaart (AMK) Het plangebied is niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Op 145 m ten oosten van het plangebied is een terrein van zeer hoge archeologische waarde aanwezig. Dit betreft een terrein met resten van een kerk, waarvan de oudste resten waarschijnlijk uit de 10 de eeuw stammen (bron: Archis3). Archeologische verwachting Op de gemeentelijke beleidskaart kent het plangebied een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de verwachte ligging van het plangebied op een rivierduin (Keunen e.a., 2013). Bekende archeologische waarden In het plangebied zijn voor zover bekend in het verleden geen archeologische waarnemingen gedaan en heeft in het verleden niet eerder onderzoek plaatsgevonden. In de omgeving van het plangebied is wel informatie bekend (bijlage 7). In tabel 1 is een overzicht gegeven van de verschillende onderzoeken in de omgeving van het plangebied, in tabel 2 zijn de verschillende vondstmeldingen weergegeven. Samengevat valt uit de onderzoeken af te leiden dat het plangebied op een rivierduin gelegen is.

Rivierduinen in het rivierengebied zijn doorgaans altijd hoger en droger gelegen gebieden binnen een overwegend vochtige omgeving geweest, die hierdoor uitermate geschikt waren voor bewoningsactiviteiten. Dit blijkt onder meer ook uit de verschillende vondsten, die in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Zowel ten oosten en westen van het plangebied zijn archeologische vondsten en sporen uit vrijwel alle perioden gedaan. De kans dat er zich in het plangebied archeologische resten bevinden, is dan ook groot. Afhankelijk of deze resten onder een oud bouwlanddek begraven liggen, kunnen ze goed geconserveerd zijn, zoals uit een paar onderzoeken is gebleken.

9

Tabel 1: Overzicht van de archeologische onderzoeken rondom het plangebied (<300 m).

Zaak-ID

Toponiem

Afstand-windrichting

Type onderzoek

Bevindingen

Bron

4949014100

Hoogstraat 17

20 m ten zuidwesten

Booronderzoek

Op basis van het onderzoek is er in het gebied rivierduinzand aanwezig. De top is intact. Op de top ligt een oude akkerlaag, waarop een oud bouwlanddek aanwezig is. In de top van het rivierduin zijn archeologische indicatoren aangetroffen, namelijk aardewerk houtskool en verbrand steen. Het aardewerk kan gedateerd worden in de periode Bronstijd – IJzertijd.

Nales, 2021

1070970100; 2081079100

Bestemmingsplan Hoogstraat

115 m ten westen

Booronderzoek, begeleiding

De ondergrond in het gebied bestaat uit dekzand volgens de onderzoekers, waarop een homogeen bouwlanddek ligt. In dit bouwlanddek zijn diverse vondsten aangetroffen vanaf de prehistorie tot en met de Nieuwe tijd. Opvallend is het ontbreken van vondsten uit de Romeinse tijd. Er zijn twee sporen aangetroffen. Het betreffen kuilen met prehistorisch aardewerk.

Ras, 2001; Gazenbeek, 2005

2317648100; 2317656100

Lijsterstraat

35 m ten westen

Booronderzoek

Op basis van het onderzoek is de ondergrond grotendeels verstoord. Er zijn rivierduinafzettingen op terrasafzettingen waargenomen. In het westelijke deel van het gebied is in de top van de rivierduinafzettingen een verweringshorizont waargenomen, maar deze ontbreekt in de rest van het gebied. Er zijn geen archeologische indicatoren waargenomen.

Ten Broeke, 2012

10

2177048100; 2188153100; 2233278100

Plangebied Hoogstraat

20 m ten oosten

Booronderzoek

Uit het booronderzoek blijkt dat de bodem bestaat uit rivierduinzand (tot 2 m -Mv), met op de C-horizont een opgebracht puinpakket van 50 tot 170 cm dik. De verwachte bruine enkeerdgrond is niet aangetroffen. Op grond hiervan is in dit gebied de verwachting naar laag bijgesteld.

Kremer, 2008

494203100

Hoogstraat 4

75 m ten oosten

Bureauonderzoek

Op basis van het bureauonderzoek is sprake van een hoge archeologische verwachting. Op de Kadastrale Minuutplan uit de 19de eeuw staat bebouwing, waarvan resten kunnen worden verwacht. Ook ligt het gebied op een rivierduin en is het een gunstige locatie voor bewoning geweest. Op basis van milieukundige boringen is er een relatief dik humeus pakket aanwezig. Deze is ongeveer even dik als bij het onderzoek van Kremer (2008) en er is dus mogelijk sprake van een verstoring. Hierom wordt geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren.

Van der Klooster, 2021

4726694100; 4676100100

Valkstraat 3

200 m ten oosten

Booronderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgraving

Tijdens dit onderzoek is de aanwezigheid van meerdere nederzettingsfasen in het gebied aangetoond uit de periode IJzertijd-Late Middeleeuwen. Bijzonder is de vondst van een middeleeuwse spitsgracht aan de rand van het terrein. Mogelijk behoort deze tot een omgrachting rondom de kerk die verder oostelijk van het onderzochte terrein aanwezig is.

Lepage, 2019; Van Bussel, 2021

11

5010849100; 5088723100

Garstkampsestraat 7

190 m ten noordoosten

Booronderzoek

Het onderzochte gebied ligt op een rivierduin, waarvan een deel verspoeld is geraakt door jongere rivieractiviteit. Er zijn geen archeologische indicatoren waargenomen en hierom wordt er een lage verwachting opgenomen.

Van der Klooster, 2021; Van der Klooster 2021a

Tabel 2: Overzicht van de vondstmeldingen rondom het plangebied (<300 m).

Zaak-ID

Toponiem

Afstandwindrichting

Datering

Type onderzoek

Omschrijving vondstmelding

3130830100

(Bij N.H. Kerk)

30 m ten zuiden

Late Middeleeuwen

Archeologische veldkartering

De vondst van een fragment kogelpot aardewerk uit de Late Middeleeuwen.

2906315100

NH Kerk Valkstraat

260 m ten oosten

Vroege tot Late Middeleeuwen

Funderingsonderzoek

Bij het funderingsonderzoek van de kerk zijn oudere funderingen waargenomen van voorgangers van de kerk.

12

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Landschapstype

Utrechts-Gelders rivierengebied

Cultuurhistorische elementen

Nee

Aard historisch landgebruik

Bouwland

Historische bebouwing aanwezig

Nee

Bebouwing van cultuurhistorische waarde

Nee

Het grondgebruik, dat over de jaren heen in het plangebied heeft plaatsgevonden, kan zijn sporen in de ondergrond hebben achtergelaten. Enerzijds herbergen oude kaarten informatie omtrent voormalig landgebruik die inzicht kan geven in de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen (bijvoorbeeld historische boerenplaatsen en wegen), maar anderzijds ook in de negatieve effecten, die landgebruik op de oorspronkelijke bodem heeft gehad (en daarmee op eventueel aanwezige archeologische resten). Met dit laatste wordt niet alleen gedoeld op omwerking van de bodem door omwoeling, egalisatie, ontgraving en sanering, maar ook ophoging en ontwatering die kunnen hebben geleid tot verkleuring, verdroging en verstikking van de bodem. Historische achtergronden van het cultuurlandschap en -situatie Overasselt ligt op een relatief hoger rivierduin. De oorsprong van het dorp gaat vermoedelijk terug tot in de 9e eeuw, toen een Franse Abdij het gebied in handen had. De kerk aan de Valkstraat werd in de 10e eeuw gesticht. Daaromheen ontstond de eerste bebouwing, die vermoedelijk bestond uit enkele verspreide boerderijen. Rondom het dorp lagen oude bouwlanden, die werden doorsneden door enkele oude wegen. De Hoogstraat vormde hier één van. Op de oudst geraadpleegde kaart, de Minuutkaart uit 1811-1832 (figuur 3) is te zien dat het plangebied op een perceel ten noorden van de Hoogstraat ligt.

Er is binnen het plangebied geen bebouwing ingetekend: het is volgens de kadastrale bijlage van de kaart als bouwland in gebruik. Dit beeld verandert in de loop van de 19 e eeuw niet. Pas in het begin van de 20e eeuw verschijnt er parallel aan de Hoogstraat bebouwing, zo ook in het zuiden van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied verschijnt de Rooms-Katholieke kerk. Dit beeld blijft nagenoeg onveranderd tot in de jaren ’70 van de 20e eeuw. Vanaf dan worden wegen aangelegd en is te zien hoe de bebouwing in en rondom het plangebied verdicht. Dit is ook het geval binnen het plangebied. Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) ligt het plangebied binnen operatieterrein MarketGarden (bron: www.ikme.nl). Dit is een slagveld uit de Tweede Wereldoorlog tussen de geallieerden en de Duitsers. Binnen slagvelden kunnen resten van munitieartikelen, stellingen, versperringen, loopgraven en inslagen verwacht worden. Er zijn geen directe aanwijzingen voor dergelijke resten binnen het plangebied (bronnen: www.vergeltungswaffen.nl, www.bunkerinfo.nl, www.tracesofwar.nl, www.explosievenopsporing.nl, www.euroradar.nl/explosievenopsporing/ruimingskaart/). Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied is ten tijde van onderhavig onderzoek bebouwd met een winkel en woning (circa 530 m2) uit 1925 (bron: bagviewer.kadaster.nl).

Er zijn geen bouwtekeningen beschikbaar van de bestaande bebouwing bij de opdrachtgever. Hierom is het niet bekend tot hoe die per een verstoring aanwezig is onder de bestaande bebouwing. Volgens de bodemgegevens van het Bodemloket van de provincie Gelderland is er mogelijk sprake van een ernstige vervuiling door het gebruik van het terrein 13

als smederij, benzine-service-station en loodgieters-, fitters- en sanitairinstallatiebedrijf. Er is zover bekend nog geen veldwerk uitgevoerd in het terrein (bron: gelderland.omgevingsrapportage.nl).

14

Figuur 2: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

Figuur 3: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

15

Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1931 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

16

Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1955 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

17

Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 9: Uitsnede van een luchtfoto uit 2019. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: www.pdok.nl).

18

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op een rivierduin ligt. Deze rivierduinen vormen over het algemeen relatief hoge en droge plekken, die reeds lang geschikt kunnen zijn geweest voor bewoning. Volgens Berendsen en Stouthamer (2001) dateert het duincomplex uit het Jonge Dryas, hetgeen betekent dat het in de laatste koude fase van het Pleistoceen is opgewaaid (vanaf circa 13000 jaar geleden). Sindsdien is het plangebied voor bewoning geschikt geweest, waarmee er in principe een hoge archeologische verwachting geldt op resten vanaf het MesolithicumVroege Middeleeuwen. Vanaf de Late Middeleeuwen is het oude oppervlak van het rivierduin begraven geraakt als gevolg van de bemesting van oude bouwlanden, die rondom het toenmalige Overasselt zijn aangelegd. Deze bemesting vond plaats middels bemesting van plaggen en potstalmest; hierdoor kon het maaiveld geleidelijk verhogen en raakte eventueel oude resten in de top van de rivierduinafzettingen bedekt. Hoe dik dit humeuze dek is, is niet bekend, maar als het dik genoeg is geweest, zou het eventuele resten uit de periode Mesolithicum-Vroege Middeleeuwen hebben kunnen beschermd. De verwachting op resten uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd is laag. In de Late Middeleeuwen is het plangebied net buiten de kern van Overasselt gelegen. Bewoning zou in die tijd rondom de Valkstraat moeten liggen.

Wel zijn resten van landgebruik te verwachten, in de vorm van akkerlagen toen het oude bouwland is aangelegd. Ook is het plangebied op historisch-topografische kaarten in ieder geval sinds het begin van de 19e eeuw niet bebouwd geweest. De verwachting is dat dit eveneens het geval gaat zijn tot in de 16e eeuw: het plangebied bevindt zich immers niet binnen of nabij een historische bewoningskern. De verwachting op nederzettingsresten uit de Nieuwe tijd is zodoende laag. Complextypen In het plangebied kunnen nederzettingssporen worden aangetroffen, hetzij in de vorm van (seizoensgebonden) jachtkampementen, hetzij in de vorm van verhoogde huisplaatsen (boerderijen). Jachtkampementen kenmerken zich door een dichte vondstenstrooiing van onder andere fragmenten bewerkt vuursteen, hetgeen met name afhankelijk is van de langdurigheid en/of intensiteit van eventuele bewoning op die plek. De omvang ervan kan variëren tussen circa 100 en 1000 m2. De aanwezigheid hiervan is in eerste instantie afhankelijk van de intactheid van de top van het rivierduinzand in het gebied. De gespecificeerde archeologische verwachting is nader weergegeven in onderstaande tabel 3. Prospectiekenmerken en zoekstrategie Op basis van het bureauonderzoek is het met name de vraag in hoeverre het archeologisch relevante niveau in de top van het rivierduinzand intact is.

Om dit te toetsen wordt geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren. De methode van dit onderzoek is opgenomen in hoofdstuk 10.

19

Tabel 2: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel.

1

Archeologische verwachting Datering

2 3 4 5

Complextype Omvang Diepteligging Gaafheid en conservering

6 7

Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) Mogelijke verstoringen

8

Reden Hoog Mesolithicum-Vroege Resten bevinden zich in de top van het Middeleeuwen rivierduinzand. Het is onbekend of de top van dit zand in het plangebied nog intact aanwezig is. Laag Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd Het plangebied bevindt zich buiten de oorspronkelijk middeleeuwse kern van Overasselt. Op basis van topografisch kaartmateriaal lag het in een gebied met bouwlanden. Waarschijnlijk is dit altijd zo geweest. Bewoningssporen zijn daarom niet te verwachten. Wel kunnen sporen van landbewerking aanwezig zijn. Op basis van historische kaarten verschijnt rond 1900 de eerste bebouwing in het gebied, aan de Hoogstraat. Nederzettingen (jachtkamp), huisplaatsen, sporen van landgebruik 100-1000 m2 (omvang jachtkamp); 500-2000 m2 (omvang huisplaats, algemeen) Top van de rivierduinafzettingen (>40 cm -Mv) +/De top van het rivierduin kan goed bewaard zijn gebleven onder een oud bouwlanddek, dat in de Middeleeuwen is opgebracht. De aanleg van bebouwing kan echter tot verstoring ervan hebben geleid. Onbekend, op dit moment het hele plangebied. Vindplaatsen kenmerken zich naar verwachting door grondsporen, vondsten of cultuurlagen. Zie .5

20

10. Resultaten veldonderzoek Onderzoeksmethodiek In het plangebied bestaat het voornemen om het bestemmingsplan te wijzigen om woningbouw mogelijk te maken. Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. Hiertoe is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd (conform het opgestelde Plan van Aanpak; Melman, 2023). De boringen zijn daarbij gebruikt om zowel de mate van intactheid van de bodem als de bodemopbouw zelf te bepalen. In totaal zijn in het plangebied vijf boringen gezet (boring 1-5). De boringen hebben een diepte tot maximaal 220 cm –Mv. De boringen zijn gezet tot in de top van de rivierduinafzettingen of tot in de terrasafzettingen. De boringen zijn gezet met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 10. De boringen zijn gelijkmatig in het plangebied uitgezet op de onbebouwde terreindelen van het plangebied. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 8. De coördinaten van de boorpunten zijn bepaald met een meetlint aan de hand van de bestaande topografie en de hoogte is aan de hand van het AHN bepaald (bron: www.ahn.nl).

Veldwaarnemingen Het plangebied is ten tijde van het veldonderzoek bebouwd met een winkel en een woning. Hieromheen is klinkerverharding aanwezig. In het noorden is een tuin aanwezig dat grotendeels een grasveld is. Er zijn geen opvallende maaiveldhoogteverschillen waargenomen. Er zijn geen kelders onder de bestaande bebouwing gezien. Foto’s van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek zijn opgenomen in figuur 10.

Figuur 10: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (09-06-2023).

21

Bodemopbouw en lithologie Onder in de boringen 4 en 5, vanaf een diepte van 100 – 150 cm -Mv (8,5 – 8,6 m +NAP), is zwak siltig, matig grof zand aanwezig. Het bevat veel grote fragmenten grind. De afzettingen zijn bruin tot geelgrijs van kleur. De afzettingen zijn geïnterpreteerd als terrasafzettingen van de Formatie van Kreftenheye. Op de terrasafzettingen in boring 4 en onder in boringen 1 t/m 3 is zwak siltig, geelbruin zand aanwezig. Het is matig fijn en goed gesorteerd. Het is geïnterpreteerd als rivierduinafzettingen. In boring 4 is in de top van de rivierduinafzettingen een geelbruine laag aanwezig. Dit is geïnterpreteerd als een Bw-horizont. In boring 4 is in de top van de rivierduinafzettingen een enkele spikkel houtskool waargenomen. De top van de rivierduinafzettingen is waargenomen vanaf een diepte van 80 – 150 cm -Mv (8,4 – 9,2 m +NAP). In boringen 2 tot en met 5 is op de natuurlijke afzettingen een bruine laag zwak siltig zand aanwezig. Het is geïnterpreteerd als een menglaag/ploeglaag (Apb-horizont, oude akkerlaag). Hierin zijn fragmenten houtskool en baksteenspikkels waargenomen. De top bevindt zich op een diepte van 50 – 75 cm -Mv (9,1 – 9,4 m +NAP). Scherp op de oude akkerlaag is een laag matig humeus, donkerbruingrijs zand aanwezig. Het is zwak siltig ,matig fijn en bevat plantenresten.

Er bevinden zich fragmenten steenkool, baksteenbrokjes, leisteen en niet-bewerkt vuursteen in het pakket. Het is geïnterpreteerd als een oud bouwlanddek of moderne verstoringslaag. Deze is vanaf maaiveld of direct onder de verharding waargenomen. Interpretatie Op basis van het onderzoek is vastgesteld dat de ondergrond in het plangebied bestaat uit terrasafzettingen waarop rivierduinafzettingen zijn waargenomen. De dikte van de rivierduinafzettingen neemt af richting het noorden. In de top van het rivierduinzand is een oude akkerlaag gevormd, waarin fragmenten houtskool aanwezig zijn. Hierop bevindt zich een bouwlanddek. De ondergrond is als intact te beschouwen. Enkel ter plaatse van boring 1 is een verstoring waargenomen, maar deze reikt echter niet diep genoeg om een eventueel sporenniveau te verstoren. Boring 2 is direct naast de bestaande bebouwing gezet. Hieruit blijkt dat er sprake is van een verstoring tot circa 75 cm -Mv (9,3 m +NAP). De top van de rivierduinafzettingen bevindt zich hier net onder. Een restant van de oude akkerlaag is nog aanwezig. Hierom is het de verwachting dat ook onder de bestaande bebouwing nog een intact sporenniveau aanwezig kan zijn. Om deze reden geldt een hoge archeologische verwachting voor de periode Mesolithicum – Vroege Middeleeuwen in het plangebied.

22

11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied bevindt zich op een pleistoceen rivierterras, waarop rivierduinafzettingen zijn afgezet. In de top van de rivierduin is een oude akkerlaag gevormd.

2.

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? De top van de rivierduinafzettingen en de oude akkerlaag zijn het archeologisch relevante niveau. Deze zijn aangetroffen vanaf een diepte van 50 – 75 cm -Mv (9,1 – 9,4 m +NAP).

3.

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Ter plaatse van boring 1 is een verstoring tot 150 cm -Mv (8,4 m +NAP) aanwezig en ter plaatse van boring 2 tot 75 cm -Mv (9,3 m +NAP). Gezien de hoogte waarop in de rest van het plangebie de top van de rivierduinafzettingen is waargenomen (8, 5 – 8,6 m +NAP) is er geen sprake van een diepe verstoring van het sporenniveau.

4.

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van de resultaten van het onderzoek is sprake van een hoge archeologische verwachting voor de periode Mesolithicum – Vroege Middeleeuwen in het plangebied in de top van de rivierduinafzettingen en de oude akkerlaag die daarop is aangelegd.

23

12. Conclusie en Advies Conclusie • Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op een rivierduin ligt. Deze rivierduinen vormen over het algemeen relatief hoge en droge plekken, die reeds lang geschikt kunnen zijn geweest voor bewoning. Om deze reden is sprake van een hoge archeologische verwachting voor de periode Mesolithicum – Vroege Middeleeuwen. Vanaf de Late Middeleeuwen is het oude oppervlak van het rivierduin begraven geraakt als gevolg van de bemesting van oude bouwlanden, die rondom het toenmalige Overasselt zijn aangelegd. Deze bemesting vond plaats middels bemesting van plaggen en potstalmest. Hierdoor kon het maaiveld geleidelijk verhogen en raakte eventueel oude resten in de top van de rivierduinafzettingen bedekt. De verwachting op resten uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd is laag. In de Late Middeleeuwen is het plangebied net buiten de kern van Overasselt gelegen. Bewoning zou in die tijd rondom de Valkstraat moeten liggen. Wel zijn resten van landgebruik te verwachten, in de vorm van akkerlagen toen het oude bouwland is aangelegd. Ook is het plangebied op historisch-topografisch kaartmateriaal in ieder geval sinds het begin van de 19e eeuw niet bebouwd geweest. De verwachting op nederzettingsresten uit de Nieuwe tijd is zodoende laag.

• Op basis van het onderzoek is vastgesteld dat de ondergrond in het plangebied bestaat uit terrasafzettingen waarop rivierduinafzettingen zijn waargenomen. De dikte van de rivierduinafzettingen neemt af richting het noorden. In de top van het rivierduinzand is een oude akkerlaag gevormd, waarin fragmenten houtskool aanwezig zijn. Hierop bevindt zich een bouwlanddek. De ondergrond is als intact te beschouwen. Alleen ter plaatse van boring 1 is een verstoring waargenomen, maar er is geen sprake van een diepe verstoring van het archeologisch relevante niveau. Boring 2 is direct naast de bestaande bebouwing gezet. Hieruit blijkt dat er sprake is van een verstoring tot circa 75 cm -Mv (9,3 m +NAP). De top van de rivierduinafzettingen bevindt zich hier net onder. Een restant van de oude akkerlaag is nog aanwezig. Hierom is het de verwachting dat ook onder de bestaande bebouwing nog een intact sporenniveau aanwezig kan zijn. Om deze reden geldt een hoge archeologische verwachting voor de periode Mesolithicum – Vroege Middeleeuwen in het plangebied. Advies Op basis van het onderzoek is sprake van een hoge archeologische verwachting in het plangebied. Wij adviseren daarom om de hoge verwachting op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan.

Indien er bodemingrepen (inclusief sloopwerkzaamheden) zullen plaatsvinden die dieper reiken dan 30 cm -Mv (met een buffer van 20 cm tot het archeologisch relevante niveau) of dieper dan de bestaande funderingen onder de bebouwing, adviseren wij om een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor een gravend onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk, dat door de bevoegde overheid is goedgekeurd (gemeente Heumen). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Heumen) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

24

13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • www.ruimtelijkeplannen.nl • archis.cultureelerfgoed.nl • www.kadastralekaart.com • www.archieven.nl • www.pdok.nl • www.ahn.nl • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka) • Geomorfologische kaart van Nederland • www.bodemloket.nl • bagviewer.kadaster.nl • www.kadaster.nl • www.dinoloket.nl • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.topotijdreis.nl • library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf • gelderland.omgevingsrapportage.nl • www.ikme.nl • www.tracesofwar.com • www.euroradar.nl/explosieven-opsporing/ruimingskaart/

Lijst met afbeeldingen Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl). ..................... 4 Figuur 2: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).......................................................................................................... 15 Figuur 3: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................................................... 15 Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................................................... 16 Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1931 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................................................... 16 Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1955 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ...........................................................................................................

17 Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................................................... 17 Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................................................... 18 Figuur 9: Uitsnede van een luchtfoto uit 2019. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: www.pdok.nl).................................................................................................................................... 18 Figuur 10: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (09-06-2023). .......................... 21 25

Literatuur Bakker, H., de, en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland, Assen. Broeke, ten, E.M., 2012. Archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek Plangebied "Lijsterstraat" te Overasselt in de gemeente Heumen. Econsultancyrapport 10123816. Bussel, A.T.L.E. van, 2021. Een millennium van intensieve bewoning aan de Valkstraat in Overasselt, van de Romeinse tijd tot en met de Late-Middeleeuwen. Een Archeologisch Proefsleuvenonderzoek met een doorstart naar een Opgraving. Transect-rapport 3721. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, en A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Utrecht. Gazenbeek A.E., 2005, archeologische begeleiding bestemmingsplan Hoogstraat, Overasselt, gemeente Heumen. SOB Research 1147-0305. Keunen, L.J., S. van der Veen MA en N.W. Willemse, 2013. Een verscheidenheid aan landschappen tussen Maas en Nederrijkswald, Actualisatie archeologische waarden- en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Heumen. RAAP-rapport 2739. Klooster, E. van der, 2021. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Garstkampsestraat 7 te Overasselt Gemeente Heumen. KSP-rapport 21038. Klooster, E. van der, 2021a.

Inventariserend Veldonderzoek karterende fase Garstkampsestraat 7 te Overasselt Gemeente Heumen. KSP-rapport 21068. Klooster, E. van der, 2022. Archeologisch bureauonderzoek Hoogstraat 4 te Overasselt, Gemeente Heumen. KSP Archeologie rapport. Kremer, H., 2008. Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen, Plangebied Hoogstraat te Overasselt. Synthegra- rapport P0502812. Lepage, H.A.S., 2019. Transect-rapport 2086: Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase.Overasselt, Valkstraat 3. Gemeente Heumen (GD). Transect-rapport 2086. Melman, J., 2023. Plan van Aanpak Overassselt, Hoogstraat 16. Transect. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhof, en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Houten. Nales, T., 2021. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Overasselt, Hoogstraat 17. Gemeente Heumen. Transect-rapport 3212.

26

Ras, J., 2001. Aanvullende Archeologische Inventarisatie Bestemmingsplan Hoogstraat. Stichting SOB Research. Schulte, A.G., 1986. Monumenten van geschiedenis en kunst: Het Land van Maas en Waal. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist Stouthamer, E., K.M. Cohen en W.Z. Hoek. De vorming van het Land. Utrecht: Perspectief Uitgevers, 2015. Vos, P.C., 2015. Compilation of the Holocene paleogeographical maps of the Netherlands, in P.C. Vos (ed.), The origin of the Dutch coastal landscape, Groningen, 50-81. Vos, P.C. en S. de Vries, 2015. 2e generatie paleogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). sd, www.archeologieinnederland.nl (11-30-2015).

27

Bijlage 1: Plantekening

28

Bijlage 2: Archeologische beleidskaart van de gemeente Heumen

29

30

Bijlage 3: Geomorfologie

31

Bijlage 4: Stroomruggen

32

33

Bijlage 5: Hoogtekaart

34

35

Bijlage 6: Bodemkaart

36

Bijlage 7: Archeologische informatie

37

Bijlage 8: Boorpuntenkaart

38

Bijlage 9: Foto’s van boringen dHieronder volgen foto’s van enkele boringen. De boorkernen op onderstaande foto’s zijn van links naar rechts uitgelegd, waarbij de onderkanten van de boringen naar boven wijzen (per 50 cm).

Boring 2

Boring 3

39

Boring 4

Boring 5

40

Bijlage 10: Boorbeschrijvingen

41

boring: 234007-1 beschrijver: JM, datum: 9-6-2023, X: 182.766,00, Y: 419.233,00, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 46A, hoogte: 9,90, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, provincie: Gelderland, gemeente: Heumen, plaatsnaam: Overasselt, opdrachtgever: De heer , uitvoerder: Particulier

0 cm -Mv / 9,90 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: Tegel

10 cm -Mv / 9,80 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: veel fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Veel puinbrokken, industrieel wit aardewerk

25 cm -Mv / 9,65 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald)

50 cm -Mv / 9,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, zandbrokken, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: verstoord

150 cm -Mv / 8,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelgrijs, matig fijn, interpretatie: rivierduinafzettingen Bodemkundig: C-horizont

Einde boring op 170 cm -Mv / 8,20 m +NAP

boring: 234007-2 beschrijver: JM, datum: 9-6-2023, X: 182.763,00, Y: 419.247,00, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 46A, hoogte: 10,00, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, provincie: Gelderland, gemeente: Heumen, plaatsnaam: Overasselt, opdrachtgever: De heer , uitvoerder: Particulier

0 cm -Mv / 10,00 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruingrijs, zeer fijn, spoor plantenresten Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor Opmerking: zwak grindig, spijker

35 cm -Mv / 9,65 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruin, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: leisteen, niet-bewerkt vuursteen, steenkool

60 cm -Mv / 9,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, donkerbruin, matig fijn Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: baksteenspikkels, houtskool

75 cm -Mv / 9,25 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, bruin, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: oude akkerlaag

80 cm -Mv / 9,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, matig fijn, interpretatie: rivierduinafzettingen Bodemkundig: C-horizont

120 cm -Mv / 8,80 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelgrijs, matig fijn, interpretatie: rivierduinafzettingen Bodemkundig: C-horizont

Einde boring op 150 cm -Mv / 8,50 m +NAP

1

boring: 234007-3 beschrijver: JM, datum: 9-6-2023, X: 182.777,00, Y: 419.258,00, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 46A, hoogte: 9,80, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, provincie: Gelderland, gemeente: Heumen, plaatsnaam: Overasselt, opdrachtgever: De heer, uitvoerder: Particulier

0 cm -Mv / 9,80 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijs, zeer fijn Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor

5 cm -Mv / 9,75 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruin, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: Steenkool

60 cm -Mv / 9,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: oude akkerlaag Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: houtskool en baksteenspikkel

120 cm -Mv / 8,60 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelbruin, matig fijn, interpretatie: rivierduinafzettingen Bodemkundig: B-horizont met verweringskenmerken (moderpodzolen)

130 cm -Mv / 8,50 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, matig fijn, interpretatie: rivierduinafzettingen Bodemkundig: C-horizont

Einde boring op 160 cm -Mv / 8,20 m +NAP

boring: 234007-4 beschrijver: JM, datum: 9-6-2023, X: 182.783,00, Y: 419.272,00, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 46A, hoogte: 9,60, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, provincie: Gelderland, gemeente: Heumen, plaatsnaam: Overasselt, opdrachtgever: De heer , uitvoerder: Particulier

0 cm -Mv / 9,60 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor

40 cm -Mv / 9,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool Opmerking: rode baksteenspikkel, houtskool

110 cm -Mv / 8,50 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelbruin, matig fijn, interpretatie: rivierduinafzettingen Archeologie: enkele spikkel houtskool

150 cm -Mv / 8,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, geelgrijs, matig grof, interpretatie: vlechtende rivierafzettingen

200 cm -Mv / 7,60 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, sterk grindig, geelgrijs, matig grof, interpretatie: vlechtende rivierafzettingen

Einde boring op 220 cm -Mv / 7,40 m +NAP

2

boring: 234007-5 beschrijver: JM, datum: 9-6-2023, X: 182.768,00, Y: 419.272,00, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 46A, hoogte: 9,60, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, provincie: Gelderland, gemeente: Heumen, plaatsnaam: Overasselt, opdrachtgever: De heer , uitvoerder: Particulier

0 cm -Mv / 9,60 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn, weinig plantenresten Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: steenkool, baksteenbrokjes

50 cm -Mv / 9,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, matig fijn, weinig plantenresten Bodemkundig: interpretatie: oude akkerlaag

100 cm -Mv / 8,60 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, bruin, matig grof, interpretatie: vlechtende rivierafzettingen Archeologie: enkele spikkel houtskool Opmerking: Gestaakt op grind

Einde boring op 180 cm -Mv / 7,80 m +NAP

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13845937/1