Bijlage VIII Quickscan V1 - Malden
Tekst van het document
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING HATERTSEWEG 28 TE MALDEN
Colofon
Quickscan soortenbescherming Projectnummer: EP.22.1001 Versie: 1 Datum: 24 januari 2022 Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss
Postbus 300 5340 AH Oss
Locatie Hatertseweg 28 Malden Opdrachtgever De Omgevingsadviseurs Dokter Stolteweg 2 8025 AV Zwolle Contactpersoon Anton van Zeeland T: 088 – 488 2929 F: 088 – 488 2102 E: a.vanzeeland@agrifirm.com Uitvoerders Ing. A. van Zeeland L.F.A. van Sleeuwen LL.B. Collegiale check AvZ
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.
2 Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Inhoudsopgave
Quickscan soortenbescherming INLEIDING
4
HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER
6 6
HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN
9 9
HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE
25 25
LITERATUUR
26
WAARNEMINGEN EFFECTEN INDICATOR SOORTEN PLAN PROJECTLOCATIE
27 31 36
3 Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Inleiding
Planbeschrijving
Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Hatertseweg 28 te Malden. De plannen omvatten de sloop van de stallen en het realiseren van een woongebouw met drie woningen (bijlage 3). In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Wet natuurbescherming, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied ligt in de plaats Malden in de gemeente Heumen. Het plangebied bevindt zich buiten de verkeerskundige en stedenbouwkundige bebouwde kom van Malden.
Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 14/01/2022)
4 Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is, op basis van de gegevens van het literatuuronderzoek, beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Wet natuurbescherming. Op donderdag 20 januari 2022 is de locatie tussen 15:30 en 16:30 uur ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was het 4 graden Celsius en wisselend bewolkt. Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten.
Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de sloop- en bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
5 Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Hoofdstuk 1
1 Toetsingskader Wet natuurbescherming De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen van de provincies gekomen.
1.1
Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst.
In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “nee, tenzij”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vindt net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.
6 Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
1.2
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in. Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn 3) Beschermingsregime ander soorten 4) Vrijgestelde soorten 5) Jaarrond beschermde vogelnesten Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om: • Opzettelijk vogels te doden of te vangen; • Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; • Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; • Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
Wat betreft deze soorten is het verboden om: • Opzettelijk dieren te doden of te vangen; • Opzettelijk dieren te verstoren; • Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; • Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; • Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.
Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en exoten niet onder beschermingsregime van de Wet natuurbescherming en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten.
7 Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 5) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 5 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3) Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
1.3
Houtopstanden De regels van de Boswet zijn grotendeels onveranderd opgenomen in de Wet natuurbescherming. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte van 10 are of meer beslaat ofwel een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Buiten de bescherming vallen: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (voor deze wet); • houtopstanden op erven of in tuinen • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar • kweekgoed; o uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • Het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend per hectare per beplantingseenheid o bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; o zijn aangelegd na 1 januari 2013.
8 Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Hoofdstuk 2
2 Onderzoeksresultaten 2.1
Bronnenonderzoek Gegevens van websites als www.waarneming.nl zijn geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt nabij het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Rijntakken”. Het Gelders Natuurnetwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, maar er worden ook nieuwe natuurgebieden ontwikkeld. Dit netwerk is beschermd en de regels voor bescherming en ontwikkelingsmogelijkheden zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Een deel heeft Europese bescherming: de Natura 2000-gebieden. Er zijn 15 Natura 2000-gebieden in Gelderland.
In die gebieden worden maatregelen genomen om de kwaliteit en de soortenrijkdom van de natuur te verbeteren. In de Omgevingsverordening staat waar het Gelders Natuurnetwerk (GNN) ligt. Het Natuurbeheerplan geeft een beeld van bestaande en nieuw te ontwikkelen natuur in het Gelders Natuurnetwerk.
9 Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
•
Afbeelding
2:
ligging
Natuurnetwerk
Nederland
en
Natura
2000
(bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten, geraadpleegd op 14/01/2022)
2.2
Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogelnesten. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur.g 5:
10
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
11
•
Afbeelding 3: voormalige kippenren
•
Afbeelding 4: plangebied met kippenren aan voorzijde
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
12
•
Afbeelding 5: te behouden schuur voorzijde
•
Afbeelding 6: sporen van kerkuil in de te behouden schuur
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
13
•
Afbeelding 7: sporen van kerkuil op zolder
•
Afbeelding 8: binnenzijde te slopen stal
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
14
•
Afbeelding 9: binnenzijde te slopen stal voormalig kippenhok
•
Afbeelding 10: voormalige sleufsilo’s
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
15
•
Afbeelding 11: gehele planlocatie omheind met kippengaas
•
Afbeelding 12: achterzijde plangebied
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
16
•
Afbeelding 13: oprit met zicht op woonhuis en stallen
•
Afbeelding 14: achterzijde plangebied met recent delen gesloopte stallen
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
17
•
Afbeelding 15: te slopen rundveestal
•
Afbeelding 16: sporen van honden
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
18
•
Afbeelding 17: te slopen rundveestal zolder boven melkstal
•
Afbeelding 18: binnenzijde te slopen rundveestal
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
19
•
Afbeelding 19: binnenzijde te slopen rundveestal
•
Afbeelding 20: binnenzijde te slopen rundveestal
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
•
Afbeelding 21: woonhuis
Flora algemeen Bij de planlocatie zijn geen bijzondere beplantingen aangetroffen. Er is tevens gelet op de aanwezigheid van (beschermde) muurvegetatie. Er is vrij weinig opgaande beplanting aanwezig. Het plangebied wordt opnieuw ingericht (zie bijlage 3). Grondgebonden zoogdieren Specifiek wordt bekeken of binnen de betreffende inrichting verwacht kan worden of er streng beschermde zoogdieren; steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, eekhoorn, bever en das kunnen worden aangetroffen. Er lopen op het erf vrijwel altijd 3 honden vrij rond. Hierdoor is het perceel geheel omheid met kippengaas en is het niet toegankelijk voor grote(re) zoogdieren, zoals de das, haas of vos. Er wordt daarnaast actief aan ongediertebestrijding gedaan. Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters enorm veel sporen achter. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. Kleine marterachtigen De onderzoekslocatie biedt geen geschikte verblijflocaties voor de hermelijn, wezel en bunzing.
De soorten maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen, maar ook houtwallen, steenhopen en ruimtes onder boomwortels. Desbetreffende soorten hebben binnen hun territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen marters of sporen van marters aangetroffen op de onderzoekslocatie. Echter, dit betekent niet dat het gebied niet potentieel in gebruik is door de hermelijn, wezel en/of bunzing als migratieroute. Indien bij sloop/herinrichting van het gebied groenstructuren rond het perceel behouden blijven, is er geen sprake van een negatief effect op genoemde soorten.
20
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Eekhoorn De onderzoekslocatie is vanwege de afwezigheid van voldoende bomen niet geschikt als habitat voor de eekhoorn. Er staan te weinig bomen rondom de projectlocatie. Tevens worden er met de werkzaamheden geen bomen verwijderd. Een negatief effect als gevolg van de werkzaamheden is uitgesloten. Bever Voor de bever is op de onderzoekslocatie geen geschikt habitat aanwezig. Vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever kunnen worden uitgesloten. Das Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Dassen hebben eerder hun leefgebied in de nabij gelegen natuurgebieden en de aansluitende weilanden. Er is een dassenburcht in het bos aan de achterzijde van het perceel. Verstoring ten aanzien van de das als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde. Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld. Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen.
Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden vier verblijfplaatsen onderscheiden; winterverblijven, zomerverblijven, kraamverblijven en paarverblijven. Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de kraamverblijven, dan de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. Er zijn in en om de stallen geen sporen (vetstrepen, uitwerpselen, prooiresten) aangetroffen. Naast de onderzoekslocatie bevindt zich een woonhuis. Eventuele verblijfsplaatsen hierin ondervinden door de afstand tot de slooplocatie en de aard van de ingreep geen hinder. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op de aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen. In de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in de vorm van bomenrijen en bosranden. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen zoals houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfsplaatsen en foerageergebieden.
Doordat dergelijke lijnvormige elementen ontbreken op de onderzoekslocatie, worden er geen potentiële vliegroutes verstoord. Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels.
21
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen het agrarische (buiten)gebied kunnen dit zijn: boomvalk, buizerd, havik, sperwer, wespendief, huismus, steenuil en de kerkuil. Boomvalk De boomvalk is een soort die geen eigen nest maakt, maar broedt in gebruikte kraaien- en/of eksternesten in verschillende typen bos(randen) of in solitaire bomen, populierensingels, of op erven. De soort komt vooral voor in open en halfopen landschappen zoals boerenland en dorpen, alsook in buitenwijken van steden. De bomen op- en nabij de projectlocatie zijn gecontroleerd op dergelijke nesten, deze zijn niet aangetroffen. Evenmin worden er met de beoogde werkzaamheden bomen verwijderd. Negatieve effecten op de boomvalk als gevolg van de werkzaamheden zijn derhalve niet aan de orde. Buizerd en havik De buizerd en havik broeden op grote nesten van ongeveer een meter in doorsnede en 60 centimeter diep. Dergelijke nesten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Een broedgeval van de buizerd en havik is daarom uit te sluiten. Eveneens worden er met de beoogde werkzaamheden geen bomen gekapt, zodat het wegnemen van een jaarrond beschermd nest kan worden uitgesloten. Wespendief en sperwer De wespendief is doorgaans gebonden aan grotere bosgebieden van zowel loof- als naaldbomen.
Bij voorkeur is er afwisseling binnen het bosgebied aanwezig in de vorm van open plekken. De sperwer broedt bij voorkeur meer verborgen in naaldbomen. Beide situaties zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie binnen agrarisch gebied en de afwezigheid van voldoende dekking is een nestplaats van de sperwer of wespendief niet te verwachten. Eveneens zijn er tijdens het veldbezoek geen nesten aangetroffen. Een broedgeval van zowel de wespendief als de sperwer zijn uitgesloten. Steenuil en kerkuil De kerkuil en steenuil hebben een voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. Beide soorten broeden in gebouwen en gebruiken ook graag speciale nestkasten. Daarnaast worden door de steenuil ook wel boomholten gebruikt, mits er zich grote holten in bevinden. De gebouwen zijn in zijn geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van steen- en kerkuilen en is vooral gelet op de aanwezigheid van sporen; braakballen, veren en uitwerpselen. Er zijn geen (sporen van) steenuilen waargenomen. Er zijn wel sporen van een kerkuil waargenomen in de te renoveren schuur. Deze schuur wordt regelmatig bezocht en is aan de achterzijde open. Op de zolder liggen meerdere uilenballen. Op nr. 26 hangt een kerkuilenkast. Deze schuur wordt enkel gebruikt om te foerageren.
Na realisatie van het plan wordt de situatie voor de kerkuil veel beter. Er komt er is immers meer geschikt fourageergebied vrij. Er is daarom ook geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied. Er blijft er voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving. Huismus Ook voor de huismus, die veel te vinden is in agrarisch gebied en vooral gebonden aan gebouwen is, is het nest jaarrond beschermd. Er zijn geen nesten van huismussen gevonden in de te slopen bebouwing. Overige broedvogels De beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals de merel en winterkoning. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn.
22
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Er zijn vogels gezien en gehoord, namelijk: •
Tabel 1: overzicht waargenomen vogels
Soort Huismussen 3 (bij naburig perceel)
In de melkstal (carrousel) zijn circa 5 boerenzwaluwnesten waargenomen. In deze melkstal zijn ook sporen van holenduiven waargenomen. De boerenzwaluwen zullen na sloop van de melkstal uitwijken naar gebouwen in de omgeving. In deze omgeving zijn meer geschikte gebouwen voor boerenzwaluwen. •
Tabel 2: overzicht waargenomen vogelnesten
Soort Boerenzwaluw (categorie indeling nestbescherming: 5) Uitleg bij tabel: Categorie 1: Categorie 2: Categorie 3: Categorie 4: Categorie 5:
Jaarrond gebruikte nesten (steenuil) Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie) Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel
Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen. Voor de in Nederland voorkomende reptielsoorten zoals de hazelworm, de levendbarende hagedis en ringslang biedt de onderzoekslocatie geen geschikt habitat. Deze soorten worden vrijwel alleen aangetroffen in specifieke natuurgebieden. Dit geldt ook voor de specifieke beschermende amfibieënsoorten die veel eisen stellen aan zijn habitat; alpenwatersalamander, heikikker, vinpootsalamander, poelkikker en rugstreeppad. Deze zijn allen uit te sluiten omdat de betreffende locatie geen goed habitat biedt voor deze soorten door het ontbreken van voldoende oppervlaktewater. De onderzoekslocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibieënsoorten als de bruine kikker en de gewone pad. Op de onderzoekslocatie kunnen deze soorten beschutting vinden tussen de begroeiing en onder de takken- of stenenhopen. Voor algemene amfibieënsoorten geldt in het kader van de Wet natuurbescherming een vrijstelling, zodat een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. Het is echter wel zaak om aandacht te schenken aan de zorgplicht. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater op de onderzoekslocatie kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.
Overige Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders, insecten en libellen, kan worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie. Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig.
23
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
2.3
Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Flora algemeen Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied, negatieve effecten zijn uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt mogelijk plaats. De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als de egel, konijn en diverse muissoorten. De verblijfsplaatsen van deze soorten worden door de voorgenomen ingreep echter niet aangetast. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. Vleermuizen Er zijn geen sporen van vleermuizen aangetroffen waaruit blijkt dat de gebouwen als verblijfplaats worden gebruikt. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Door de voorgenomen ingreep worden vogels en jaarrond beschermde nesten aangetast. De boerenzwaluw is voldoende flexibel. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen, amfibieën en/of instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang.
vissen
waargenomen.
De
Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
24
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Hoofdstuk 3
3 Conclusie en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.
3.1
Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Bij voorkeur dient de sloop van de gebouwen buiten het broedseizoen plaats te vinden.
Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.
25
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Literatuur • • • • •
• • • • •
• • • • • • • • • • •
26
Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Provinciale Verordening (Wet) natuurbescherming Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) Vleermuizen en planologie, Zoogdiervereniging (2010) Wet natuurbescherming. Vastgesteld d.d. 1 januari 2017. www.waarneming.nl www.synbiosys.alterra.nl www.atlasleefomgeving.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.google.nl www.ndff.nl www.floron.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.natura2000.nl www.ecologica.eu
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Bijlage
1 Waarnemingen
27
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
28
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
29
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
30
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Bijlage
2 Effecten indicator soorten
31
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
32
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
33
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
34
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
35
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Bijlage
3 Plan projectlocatie
36
Quickscan Flora- en Fauna – Hatertseweg 28 Malden
Landschapsplan Haterseweg 28 Malden Oktober 2021
° Meters
project onderdeel opdrachtgever datum opsteller
Haterseweg 28 Malden Landschapsplan Joris Derks Oktober 2021 ir. Simone Camp (ViForis)
gecontroleerd
ir. John Jansen (ViForis)
INHOUDSOPGAVE Inleiding
4
Landschappelijke analyse
5
Programma van eisen en wensen
6
Landschapsplan
7
Impressies
9
Referentiebeelden
10
Haterseweg 28 Malden | Landschapsplan
3
60
INLEIDING Dhr. Derks wil zijn agrarische bedrijfsvoering transformeren naar nieuwe woningen en natuur. Het plangebied ligt aan de Haterseweg 26a-28 te Malden. De agrarische opstallen hebben een totale oppervlakte van ruim 3500 m2.. Dhr. Derks wil deze opstallen slopen en in ruil voor deze sloop; • drie extra woningen realiseren achterop het perceel in één nieuw gebouw (max 300m3 per woning en één bijgebouw van maximaal 150 m2); • de twee bestaande bedrijfswoningen, waaronder de oorspronkelijke T-boerderij, aan de straatkant omzetten naar burgerwoningen; • het behouden van het bestaande bijgebouw tussen de bedrijfswoningen; • het realiseren van een woning in de karakteristieke schuur met mansardekap van ongeveer170 m2.
1
Zicht op de achterzijde van het perceel richting de houtwal
3
Zicht op de toerit van het perceel vanaf de achterzijde van het perceel 1 4
2 3
5
2
Zicht op de achterzijde van het perceel r
4
Zicht op de te slopen stallen vanaf de achterzijde van het perceel
6
6 5
Plangebied
Zicht op de te slopen stallen vanaf de boerderij
Haterseweg 28 Malden | Landschapsplan 90
Meters 120
Zicht op het bijgebouw tussen de bedrijfswoningen
4
LANDSCHAPPELIJKE ANALYSE
TOPOGRAFIE 1901
Historie
Conclusie
Het plangebied ligt op de rand van de stuwwal van Nijmegen. Het water dat van de stuwwal af liep op het moment dat de ijsmassa’s smolten heeft een patroon van diepere en ondiepere dalen uitgesleten. Op de hoogtekaart is dit patroon goed zichtbaar, maar ook op de geomorfologische kaart is dit zichtbaar (Daluitspoelingswaaier, Droog dal, Glooiing GEOMORFOLOGIE van sneeuwsmeltwaterafzettingen).
Voor het landschapsplan voor het plangebied wordt teruggegrepen op de oude graslanden met natuurlijke glooiingen en historische landschapselementen als houtwallen, boomgroepen en bomenrijen.
De geomorfologische kaart maakt in kleurgebruik duidelijk dat tegen de stuwwal een heel ander gebied ligt; de bruintinten worden abrupt afgesneden door grone kleuren. Hier ligt het gebied dat onder invloed van de Maas is ontstaan (Terrasafzettingen). Het plangebied bevindt zich min of meer op de grens van beide gebieden, waarbij de grens volgens de geomorfologische kaart min of meer op de Hatertseweg ligt. Dit is tegelijk ook de overgang tussen nat (onder invloed van de Maas) en droog (stuwwal). De overgang tussen nat en droog zijn de plekken waar de eerste landbouwers zich vestigden, droog genoeg om niet onder water te lopen en nat genoeg voor de productie van landbouwgewassen. Tegelijk konden de droge (bos)gebieden gebruikt worden voor de beweiding met schapen en konden de nattere delen gebruikt worden als hooiland. Op de kaart van 1901 is dit duidelijk zichtbaar. Het plangebied ligt in wit gekleurd akkerland, terwijl meer naar het zuidwesten lichtgroene graslanden liggen. Verder naar het noordoosten tenslotte liggen de droge Meters 600 900 1.200 naaldbossen. Meters 600 900 1.200 HOOGTEKAART Op de kaart van 1901 is tevens duidelijk zichtbaar dat het lint van boerMeters 600 900 1.200 derijen aan de Haterseweg werd Meters omgeven door diverse landschapsele600 900 1.200 menten.
Denk hierbij aan kleine bosjes, hoogstamfruitboomgaarden en perceelsrand beplanting in de vorm van singels en struweelhagen. Ook op de kaart van 1940 is duidelijk zichtbaar dat in het gebied veel (hoogstam)fruitboomgaarden lagen, met name rond de Hatertseweg.
TOPOGRAFIE 1940
Topografische kaart 1901
°
Legenda Legenda 0 Daluitspoelingswaaier
150
300
600
900
300
600
900
Meters 1.200
Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TMK 50D (t/m 1:48.000), Bonnebladen (t/m 1:6.000)
Daluitspoelingswaaier Dekzandwelvingen Dekzandwelvingen Droogdal
Legenda Droogdalvan sneeuwsmeltwaterafzettingen Glooiing Daluitspoelingswaaier Legenda Glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen Groeve Dekzandwelvingen Groeve Laagte zonder randwal Daluitspoelingswaaier Droogdal Laagte zonder randwal Landduinen met bijbehorende vlakten en laagten Dekzandwelvingen Glooiing vanmet sneeuwsmeltwaterafzettingen Landduinen bijbehorende vlakten en laagten terrein of kunstmatig eiland Plateau-achtige storthoop, opgehoogd, opgespoten Droogdal Groeve Plateau-achtige storthoop, opgehoogd, opgespoten terrein of kunstmatig eiland Restgeul Glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen Laagte Restgeul Smeltwaterwaaier, Sandr Groeve zonder randwal Landduinen met bijbehorende vlakten en laagten Smeltwaterwaaier, Sandr Terrasrest-rug Laagte zonder randwal Legenda
Plateau-achtige opgehoogd, opgespoten Terrasrest-rug Terrasvlakte Daluitspoelingswaaier Landduinen met storthoop, bijbehorende vlakten en laagten terrein of kunstmatig eiland Dekzandwelvingen
Geomorfologie
Restgeul Terrasvlakte Plateau-achtige storthoop, opgehoogd, opgespoten terrein of kunstmatig eiland Droogdal Glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen Smeltwaterwaaier, Sandr Restgeul Groeve
TOPOGRAFIE 2018
Laagte zonder randwal Terrasrest-rug Smeltwaterwaaier, Sandr
°
0
150
Topografische kaart 1930
Landduinen met bijbehorende vlakten en laagten
Terrasvlakte Plateau-achtige storthoop, opgehoogd, opgespoten terrein of kunstmatig eiland Terrasrest-rug
°
Restgeul
Terrasvlakte Smeltwaterwaaier, Sandr Terrasrest-rug
Meters 1.200
Terrasvlakte
0
150
300
600
900
Meters 1.200
Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000)
Ten noordoosten van het plangebied ligt het Landgoed de Elshof. Onderdeel van dit Landgoed zijn het landhuis, de oprijlaan en diverse bosschages.
Huidige situatie Op de topografische kaarten vanaf 1930 is zichtbaar dat het Maas-Waalkanaal is gegraven ten behoeve van de scheepvaart. Op deze kaart is zichtbaar dat de rivierafzettingen nog steeds grotendeels gebruikt worden als grasland en de hogere gronden als akkerland. Haterseweg 28 Malden | Landschapsplan
Hoogtekaart (rood is hoog, blauw is laag)
°
Topografische kaart 2018
Meters
5
PROGRAMMA VAN EISEN EN WENSEN Gemeente Heumen
AMMA VAN EISEN
De gemeente Heumen heeft in de verkennende gesprekken, voorafgaand aan het opstellen van dit plan, aangegeven dat er in ruil voor het slopen van de stallen verschillende mogelijkheden zijn voor het realiseren van 4 nieuwe woningen in twee gebouwen. Daarbij zijn verschillende opties mogelijk; twee vrijstaande woningen, twee woongebouwen met per gebouw twee kleinere woningen, één woning in de bestaande schuur en één vrijstaande woning of één woning in de bestaande schuur en een woongebouw met drie kleine woningen (max 300m3).
handhaven bossingel begrenzing bouwblok (wens gemeente)
. ca
m
Daarnaast heeft de gemeente in haar beleid aangegeven de Landschapszone Malden-Noord, waar het plangebied deel van uitmaakt van groot belang te vinden als open gebied tussen Malden en Nijmegen. Ook het gevarieerde landschap met historische erven en een gevarieerd landschap dat aan de zijde van het kanaal meer open is wordt hoog gewaardeerd. Schaal en maat van het nieuw te ontwikkelen erf dient daarbij aan te sluiten bij de schaal en maat van de omliggende erven.
80
tuin
Initiatiefnemer woning 1 in bestaande schuur
tuin toegang privé/ woning 1
tuin
bestaande privéwoning/boerderij
bestaande woning/Tante Doortje toegang woning Tante Doortje
Programma van eisen
Haterseweg 28 Malden | Landschapsplan
toegang woningen
Vanuit de initiatiefnemer zijn mede naar aanleiding van de gesprekken met de gemeente de onderstaande wensen meegegeven: • het slopen van de agrarische opstallen (ca 3.500m2); • het realiseren van drie extra woningen achterop het perceel in één nieuw gebouw (max 300m3 per woning en één bijgebouw van maximaal 150 m2); • het omzetten van de twee bestaande bedrijfswoningen aan de straat kant naar burgerwoningen; • het behouden van het bestaande bijgebouw tussen de bedrijfswoningen; • het realiseren van een woning in de karakteristieke schuur van ongeveer 170 m2. • het behouden van de houtwal aan de noordoostkant van het perceel • het gebruik van de toegangsweg aan de zuidoostzijde voor het ontsluiten van de drie extra woningen achterop het perceel; • het creëren van voldoende privacy vanuit de boerderij; • het creëren van een landschappelijk aantrekkelijk gebied.
6
LANDSCHAPSPLAN Uitgangspunten
Toelichting Landschapsplan
Naast de genoemde uitgangspunten komen uit de analyse van het gebied nog enkele uitgangspunten naar voren met betrekking tot het versterken van de ecologische en landschappelijke kwaliteit in het gebied. Dit wordt onder andere gedaan door;
Het landschapsplan bestaat uit het realiseren van hoogwaardige woonruimte en het realiseren van een landschappelijk aantrekkelijk gebied. Er is daarbij gekozen voor een opzet waarbij de nieuwe woningen en de bestaande woningen gescheiden worden door een vloeiend vormgegeven grondlichaam met bovenop beplanting. De realisatie van het grondlichaam geeft de mogelijkheid om de nieuwe bebouwing op een heel informele manier in te passen in het landschap, terwijl tegelijk de bestaande boerderij met de nieuwe (schuur)woning is zijn waarde worden gelaten. De nieuwe woningen piepen daarbij als het ware net uit het grondlichaam. Ook de bergingen zijn ingepast in het grondlichaam, maar liggen wat meer teruggetrokken.
•
• • •
Het gebruiken van gebiedseigen landschapselementen. Denk hierbij aan houtwallen, bloemrijk grasland, boomgroepen, poelen, glooiingen en bomenlanen. Het versterken van de achterzijde van het gebied door een zachte natuurlijke overgang; Het accentueren van de toerit met laanbeplanting; Het respecteren en versterken van de bestaande houtwal aan de noord-oostzijde van het gebied;
Woonkwaliteit vanuit bestaande bebouwing In het plan worden de twee bestaande bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoningen en in de bestaande schuur wordt een nieuwe woning ontwikkeld. Hierbij wordt door middel van de bestaande houtwal en het nieuwe grondlichaam met beplanting op een natuurlijke wijze voldoende privacy voor iedereen ontwikkeld. Woonkwaliteit vanuit nieuwe bebouwing Vanuit het grondlichaam wordt de nieuwe bebouwing gerealiseerd. Het bijgebouw wordt ingepast in het grondlichaam, terwijl de bijzondere uitstraling van de woningen wel deels zichtbaar zijn vanuit het landschap. Het bijgebouw is vanuit de toerit snel bereikbaar, waardoor de rest van het gebied autovrij kan blijven. De toerit wordt geaccentueerd met een bomenlaan. De beëindiging van de bomenlijn markeert tegelijk de plek waar het rechtlijnige voorste deel, grenzend aan de Hatertse weg, over gaat in het meer vloeiend voormgegeven achterste deel, grenzen aan het landschap. Natuurontwikkeling Voor een natuurlijke overgang aan de achterzijde van het perceel wordt een poel met bloemrijk grasland en enkele bomen en struiken gerealiseerd, waarbij er voor fruitbomen gekozen is in het deel tussen de poel en de bestaande houtwal. De nieuwe woningen zijn georiënteerd op de poel en het achterliggende landschap.
Door deze hoogwaardige ‘voortuin’ is een privétuin bij deze woningen overbodig en wordt deze beperkt tot een (houten) terras aan de voorzijde van de woningen.
Doorsnede 1
Haterseweg 28 Malden | Landschapsplan
Doorsnede 2
7
Landschapsplan
2 doorsnede
fruitbomen in losse groepen
grens huidige schuren poel e1
doorsned
woningen terrassen/vlonders solitairen
woning in bestaande schuur (met zonnenpanelen)
bijgebouw
fruitboomgaard bestaande boerderij mantelzorgwoning/ toekomstige B&B
bomenrij
bestaande woning
Haterseweg 28 Malden | Landschapsplan
8
IMPRESSIE
3D impressie met zicht vanaf de Haterseweg op de nieuwbouwwoningen
Haterseweg 28 Malden | Landschapsplan
9
REFERENTIEBEELDEN hoogstamfruitboomgaard
bomenrij
speelbos
REFERENTIEBEELDEN REFERENTIEBEELDEN
FERENTIEBEELDEN
moestuin
Referentie nieuwbouwwoningen
gstamfruitboomgaard
Referentie hoogstamfruit Haterseweg 28 Malden | Landschapsplan
erharding (toegangsweg/paden)
Referentie poel poel
halfverharding (toegangsweg/paden)
patrijzenakker
speelbos speelbos
hoogstamfruitboomgaard hoogstamfruitboomgaard
Referentie bomenrij
bomenrij
speelbos
Referentie bloemrijk grasland
Referentie halfverharding (toegangsweg / paden)
halfverharding (toegangsweg/paden) halfverharding (toegangsweg/paden) poel
10
p