Bijlage VIII Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Re
ee
r
—
4
:
re<< o oe —— aeSeiad x bs ie Bees ieee av Sie
:
ae
i tore
anal
Net SnoAFe
——-zs al|
eS
eae
EE
we~ pe ines ek % a 5 A = SREase he “yee
ae
}
Oo ]
OE a, | eee | aise Gone en eke ce
:
;
hl —_ r
3
RS age ; pean 5 Oneet ORE ae FePOSS, NE aca aco POSED aes ERR
ten QL RegtSe EARa chink aPeee“iS ee I one EP AOE a eee a
Pe
So aEea aeol we th pete ee
cL ph nile,APA
gee —og a geaek. NN ee, Mga i AaSOI ese SPPEge <7 = B e hea = £ ae . i Sie eg aE Pode 3 ee = 2 a a ee ee ost Re = ai Se gar £ eae WEE See. :
|
= = < CaStem Ba | « s ja =e sty ee
=
wastes
(eae
=,
leo:a 2ae BOs eee a a Behan cr A
J ; ee eG6SeReSaleSSeeWERE =| s
a
a,
~S - ,
a
=-
sr S
Me
ne
Sn ef Se ie
es
«Bay
EE
oe
oe Be opt Ni ena
aS
Pe’
a
ae
£¢4
Fn
22
oe pe
OP ay. an Ri ay
®
PTs
hy,
’
th a z
a e
ey
sy
intz] 0) oe) amoM 50)
foe A)
(sya
5.1.2e
a
5
Valkstraat te Overasselt, gemeente Heumen Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een
verkennend booronderzoek
-:
EE
>
=
© = @
=) U
=
&. @ ‘T)
=
@ =
e
WY
Colofon
ADC Rapport 6140 Valkstraat te Overasselt, gemeente Heumen Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek
In
EBE en
Auteurs: EARP
opdracht van: ManRO Adviesbureau Ruimtelijke Ordening
© ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 28 september 2023 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status rapportage: versie 2.0
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt
worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend
uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Autorisatie:
ISSN 1875-1067
ADC ArcheoProjecten
Tel
E-mail Bee @archeologie.nl
Cy, Inhoudsopgave Samenvatting
5
2
Bureauonderzoek
10
2.2
Methode
10
2.3
Resultaten
10
2.4
Gespecificeerde verwachting en conclusie
26
Inventariserend Veldonderzoek
28
3.1.
Verkennend booronderzoek: doel- en vraagstelling
28
3.2
Methode
28
3.3
Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)
29
3.4.
Conclusies
30
Aanbeveling
33
1
Inleiding en administratieve gegevens
2.1
3
4
Doelstelling en vraagstelling
Literatuur
Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen
Bijlagen
7
10
34
35 36
37
Tabel 1. Overzicht van de verschillende perioden.
leuwste tj
1795
eli
Mein
Late [Smee B | sa 1050 5.1.2e
,
7
Karolingisch Merovingisch laat Merovingisch vroeg
adi Romeinste tid [deeng
uzertia ——_fvigden
000
Laat ti na Chr, —eshantcum
1150
795 595 =
Ue Toy 15 voor Chr.
as | 28°
i eyes lVroeg 1800 sd 2000
450 voor chr, voce. Suballantoum
es
——
Neolithicum (Nieuwe-Steentijd) IMidcen 7
«| 2850 4200
3700 Subatlanticum
Necolitiom Miden
| 8640 sean ee
8700 — Boreaal 7300 2700 ——pearag
(Midden-Steentijd)
B
Jong
12.500
16.000
35.000
Paleolithicum
(Oude-Steentijd)
5
;
414.000
Weichselien
236.000
Oostermeer
426.000
241,000
Eemien
Saalien Il
250.000
sec.000 336.000
384.000 416.000
463.000
|
Saalien
Belvedere/
Holsteinien
an olstienien :
Elsterien
Samenvatting In opdracht van ManRO Adviesbureau Ruimtelijkke Ordening heeft ADC ArcheoProjecten in mei en juni 2023 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Valkstraat te Overasselt.In opdracht van ManRO Adviesbureau Ruimtelijke Ordening heeft ADC ArcheoProjecten in Mei en juni 2023 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend
booronderzoek uitgevoerd op de locatie Valkstraat te Overasselt (afb. 1 en afb. 2). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging voor het omzetten van de huidige bedrijfs- en tuinbestemming naar een woonbestemming.
Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Het plangebied ligt op een rivierduin en heeft daardoor een hoge verwachting voor archeologische resten. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd.
In het westelijk deel van het plangebied (boring 4 en 5) zijn rivierduinafzettingen (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen) in de ondergrond aanwezig. In het oostelijk deel (boring 1, 2 en 3) zijn pleistocene rivierafzettingen (Formatie van Kreftenheye) aanwezig. Het rivierduin bestaat uit zwak siltig, zwak grindig, matig slecht gesorteerd kalkloos zand. Het rivierterras bestaat uit matig grof, zwak siltig, zwak grindig, kalkloos zand met leemlagen. De top van de Pleistocene rivierafzettingen ligt tussen de 150 en 165 cm -mv (7,7 — 8 m +NAP). Deze afzettingen worden afgedekt door een verstoord/opgebracht pakket, waarbij onderin dit opgebrachte pakket een laag zonder moderne verstoringen voorkomt, welke verband zou kunnen houden met de linie uit de Tachtigjarige Oorlog. Vanaf ca. 150-100 cm -mv (7,80 m +NAP) zijn er moderne verstoringen aangetroffen in dit pakket. In boring 4 en 5 is vanaf het maaiveld tot aan 80 cm -mv in boring 4 en 100 cm -mv in boring 5 een pakket (licht)bruingrijs zand aangetroffen, waarbij het vanwege de droogte onduidelijk was of het om een plaggendek ging. In boring 5 is onder dit pakket nog sprake van een schone laag licht bruin, zwak siltig matig fijn zand aangetroffen, welke is geinterpreteerd als een BC-horizont die begint op een diepte van 100 cm -mv (8,95 m +NAP).
De diepte van de C-horizont is in boring 4 op 120 cm-mv (8,6 m +NAP) en in boring 5 op 110 cm -mv (8,85 m +NAP). De verwachting voor rivierduin kan in boringen 1, 2 en 3 naar laag worden bijgesteld. Mogelijk ligt hier wel een laag in de ondergrond die verband houdt met een linie uit de Tachtigjarige Oorlog. In het westen van het blijkt dat de top van het rivierduin relatief intact is. Hier kan de archeologische verwachting voor resten uit het Laat Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen blijven gehandhaafd. De verwachting voor resten gerelateerd aan de historische bebouwing in het zuiden van het plangebied blijft eveneens gehandhaafd. ADC ArcheoProjecten adviseert om in de gebieden ter hoogte van boringen 1, 2 en 3 een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-
P) bij verstoringen groter dan 200 m? indien de verstoringsdiepte dieper reikt dan 70 cm -mv. ADC
ArcheoProjecten adviseert daarnaast ook een IVO-P ter hoogte van boringen 4 en 5 bij
verstoringen groter dan 200 m? indien de verstoringsdiepte dieper reikt dan 50 cm -mv. In aanvulling hierop dient ook aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd bij verstoringen dieper dan 30 cm -mv ter plaatse van de historische bebouwing. Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).
Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
5
=] = aay Ss : = We 3 TSR
pee 5
to
| Menge
Hl pealc"
| Steet
S/d we
Bin*
Sa
|
=
ry NT hot Ps iy‘ / ly> ek va SOX Resi ae Se aeS Pie yas oSASS Log
7
"Se
SS
&
le
ee
eI
ss
||
:
|
ae Ng —_——ae ie pies | (aral, Pe) Bee hae Rey)ae Date 5 =Cee... el iE ar * Law z Ee 7 eS he’, (te: 8 jmtif x See i“= age ee iB hx, SEEN | =| et oe A (i)FR FG ANS gg
Sage aWee Oa Noy ee —C ,
;
a
a pe
ee
ae
ed Se =
ee
— ee
——————— | oa t | \_ gS ow
ay
~/ »
l<P an \ C—~ |
y 7
cS cotton,
PoaSS WEES S 182000
Legenda
[7] Paangeties Afb. 1.
by
eaedia
lg
Px
| @-neertGeerSee > ADC 2023
183000
Jk Locatie in Nederland
Locatie van het plangebied.
6
184000
q
1.
Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van ManRO Adviesbureau Ruimtelijke Ordening heeft ADC ArcheoProjecten in Mei en juni 2023 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend
booronderzoek uitgevoerd op de locatie Valkstraat te Overasselt (afb. 1 en afb. 2).
a.
N
|i) 20 40 60 80m =
@ ADC 2023
183000
183100
183200
Legenda
[_] Plangebied Afb. 2.
Detailkaart van het plangebied.
De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging voor het omzetten
van de huidige bedrijfs- en tuinbestemming naar een woonbestemming. Gemeenten dienen bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden. Hieronder vallen zowel reeds bekende archeologisch waardevolle gebieden als gebieden waarvoor een (verhoogde) archeologische verwachting geldt. Deze waarden krijgen een archeologische (mede)bestemming, die wordt vermeld in de toelichting van een bestemmingsplan, wordt begrensd in de verbeelding (plankaart) en wordt voorzien van regels die zijn gekoppeld aan een vergunningenstelsel. Het plangebied ligt in een gebied waar een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Omdat de voorgenomen plannen deze vrijstellingsgrenzen overschrijden, dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden.
vA
Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan. In het huidige bestemmingsplan Kernen Heumen, Overasselt, Nederasselt en Molenhoek dat op 27-06-2013 door de gemeente Heumen is vastgesteld, heeft het plangebied de dubbelstemming Waarde Archeologie 1 (hoge verwachting, zie ook afb. 3). In het plangebied geldt een onderzoeksplicht bij verstoringen groter dan 200 m? en dieper dan 40 cm -mv.
= verwachtedichthefdj aanarcheotogische resten blinemLandschap LAist pelti:jke eenhed
a = pa Sa Apas Re
; =apenarcheologische verwacktingszone verweclrting
S
TJ) tiddetmatige archeatogische venvachting TI] baa archoatogisite versachting
2
8 [J sebieden tin en e n historische kent
me
F
v A
;
i
si
be
Pete Ne ln
ely
D= Tempe
Pe
aise nt oe ad a Be as cee ea
=
oak ie
:
fe
aa)
een
-
3
a
pee Me Pry
3 yp eeeae ee yy t e oie tag —— LEE : ee i 182800
Legenda
L
182900
Vf
183000
a
a fe ial
—il soizd
aid
183100
183200
183300
Pailoie
183400
[J Paangetiea Afb. 3.
Beleidskaart
In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Heumen heeft voor zover bekend geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek binnen het plangebied, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld. Voor dit onderzoek zijn daarom enkel de protocollen van de vigerende KNA gevolgd.
‘ http:/Avww.ruimtelijkeplannen.nl/; Willems 2004.
8
De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing:
opdrachtgever:
ManRO Adviesbureau Ruimtelijke Ordening a
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e [22°
Tel:
5.1.2e
E-mail: jag @manders-advies.nl Een bureauonderzoek en inventariserend
Fase(n) AMZ-cyclus:
veldonderzoek in de vorm van een verkennend
booronderzoek
aanleiding: locatie: plaats: gemeente: provincie:
Bestemmingsplanwijziging Valkstraat Overasselt Heumen Gelderland
kaartblad:
46A
coérdinaten:
183063 / 418905 (NW)
kadastrale gegevens:
Overasselt, sectie G, percelen 687, 688 en 567 (gedeeltelijk)
opperviakte plangebied:
4000 m2
183117 / 418925 (NO) 183078 / 418831 (ZW) 183124 / 418838 (ZO) gemeente Malden
bevoegde overheid met contactgegevens:
peewee
Dheumen.nl
Kerkplein 6, [eae
deskundige namens de bevoegde overheid
5.1.2e
met contactgegevens:
Tel:
goedkeuring rapport door bevoegde overheid:
nog niet bekend
(5.1.20 0d eerste aanspreekpunt)
eS
E-mail: SRA @d7archeologie.nl
Archis-zaaknummer: ADC-projectcode:
5433304100 001195
autorisatie:
periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie:
Mei en juni 2023 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort
9
2
Bureauonderzoek
2.1
Doelstelling en vraagstelling
Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van bestaande bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: - Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke
archeologische verwachting? -
Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
2.2
Methode
Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als de conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien relevant zal de omvang worden weergegeven op een kaart. 2.3
Resultaten
2.3.1
Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen aan de rand van het dorp Overasselt. Het wordt begrensd door de Oude Kleefsebaan en Valkstraat in het noorden. Ten westen van het plangebied ligt bebouwing van naastgelegen percelen en ten oosten ligt een ander groot privéterrein, omringd met water. Ten zuiden van het plangebied liggen enkele, met veel bomen bedekte percelen, met daarachter de maasdijk. Het plangebied is momenteel in gebruik als bedrijventerrein (kleinschalig; woonhuis met bedrijfsloods) en is deels verhard. De loods op het terrein is gebouwd in 2010, evenals het pand in het zuidoosten van het plangebied. Het derde pand (woonhuis) is gebouwd in 1927. Milieuhygiénische gegevens van het plangebied zijn opgevraagd, maar die zijn nog niet beschikbaar. Volgens het bodemloket? hebben er geen saneringen plaatsgevonden in het plangebied.
In het kader van het onderzoek zijn gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen opgevraagd bij het KLIC. Uit de ontvangen gegevens blijkt dat er enkele datakabels, een gasleiding en een elektriciteitskabel in het plangebied liggen.
Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van circa 200 m rondom het plangebied. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied. ? Bodemloket.nl
10
In het plangebied zijn de volgende ingrepen gepland:
| 0 10 20 30 40m ——_
Legenda
a
|
183050
183100
© ADC 2023 183150
= Plangebied Afb. 4.
Toekomstige situatie in het plangebied.
In het plangebied wordt een bestaande loods en huis in het zuidoosten van het plangebied gesloopt. Hiervoor in de plaats komen 3 woningen en wordt een toegangsweg aangelegd. De funderingsdiepte van de nieuwe woningen is nog onbekend, aangezien de bouwplannen nog niet concreet zijn.? De consequentie van de voorgenomen ontwikkeling kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.
’ Communicatie met opdrachtgever, 15-6-2023
11
2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied:
Tabel 2. Aardwetenschappelijke informatie in het plangebied Bron
Informatie
Geologische kaart 2021 ¢
Formatie van Boxtel, Delwijnen Laagpakket
Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000
Oostzijde plangebied: Crevassegeul (kaartcode: R44)
(landsdekkende, digitale versie)*
Zuidzijde plangebied: Dekzandwelvingen (kaartcode: L51)
Overige delen plangebied: Niet gekarteerd Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie)*
Kalkloze Ooivaaggrond (kaartcode: Rd10C) Noordwestelijke punt: Hoge bruine enkeerdgrond
(kaartcode: bEZ30) Paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta’
Maas (upstream Lith), ouderderdom:
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4)*
Tussen circa 9,0 en 9,8 m +NAP
De vorming van het landschap in het onderzoeksgebied hangt sterk samen met verschillende fasen van rivieractiviteit. In de laatste ijstijd, het Weichselien (114.000-9.700 BP), heerste er een poolklimaat in het onderzoeksgebied. Dit hield in dat het er zeer koud en droog was, waardoor er weinig tot geen vegetatie groeide. De Maas vormde in deze tijd een viechtend rivierensysteem. In dit vlechtend riviersysteem vielen de beddingen zo nu en dan droog. Door het droogvallen van de beddingen kon het beddingzand door de wind tot buiten de geul meegevoerd worden. Op de oevers van het vlechtende riviersysteem ontstonden op deze manier rivierduinen (afb. 5).
4 DINOloket.nl/ondergrondmodellen ° Alterra 2008.
8 Alterra 2014 “ Cohen ef al. 2012
8 ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer.
12
9000 v.chr
3500 v.chr
2750 v.chr
ae
500 v.chr
*
>*
800 n.chr
1850 n.chr
*
*
*
Legenda Holoceen landschap Bedijkte kwelders en rivierviakten
Binnenwater
Kwelders en rivierviakten
Pleistoceen landschap
Algemeen Waterlopen ~~
Nederland huidige grens
“IE Locatie van plangebied
Pleistocene zandgebieden, boven 0 m. NAP Rivierviakte en beekdalen
Rivierduinen
Afb. 5.
Paleogeografische ontwikkeling (Vos et al 2018)
Tijdens het Holoceen (vanaf EE werd het klimaat warmer en kwam er meer vegetatie. De
Maas veranderde in deze tijd in een meanderend riviersysteem. Waarschijnlijk stroomde de Maas
vanaf het Boreaal (5500 v.chr of EE al ten zuiden van Overasselt en de huidige positie van
de bedding verschilt dus weinig met de positie aan het begin van het Holoceen.® Op basis van de geomorfologische kaart zou in het plangebied nog een restgeul aanwezig kunnen zijn. Deze ligging komt overeen met de ligging van de beddingen op de meandergordel kaart (afb. 8) en de verschillende zanddieptes op de zanddiepte kaart. Deze geul, die op de beleidskaart ook genoemd wordt vanwege zijn invioed op de archeologische
verwachting, is actief geweest tot in het Preboreaal (circa 11.000-10.000 jaar geleden). Mogelijk is deze geul in latere fasen van de Maas weer geactiveerd als geul en heeft zodoende een erosieve werking gehad. In het geval dat deze geul aanwezig is in het plangebied, kan hij zijn opgevuld met
restgeulafzettingen.
° Willemse et al. 2006.
13
3
i
By
E i
=
<q
|
182000 Legenda
f=] Plangebied
183000
184000
GE Formatie van Echteld-b __ Formatie van Echteld-k
1) Formatie van Echteld -k op Formatie van Echteld-b Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen
= Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen QO Formate van Kreftenheye
Afb. 6.
Het plangebied op de geologische kaart 2021 (DINOloket.nl)
14
185000
: td Ea
\=
(, SsGa .
|
’
Legenda 182000
———
[J Plangetied
a
y-\
183000
(BEBH] Dekzandwvelvingen
Geomorfologie HB) Terrasrest-rug
184000
“5L54_—_Landduinen met bijbehorende viakten en laagten GMA2 Terrasviakte
404 Stroomrug of stroomgordel
4M45_— Viale van rivieratzettingen
‘5857 Rivierduin
4M47= Viakte van fluviatiele doorbraakafzettingen
(BFS) Plateau-achtige storthoop, opgehoogd of opgespoten terrein, of kunstmatig eiland |4N44) Rivier-erosielaagte, kolkiwiel
'4H43Stroomrugglooiing
(GNS@ Laagte ontstaan door afgraving
“ala2- Meanderruggen en -geulen
(aRaa Overloop- of crevassegeul
4L41_Terrasafzettingswelvingen
Afb. 7.
@ ADC 2023
(GRAB Restgeul
De geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (Alterra 2008)
=
g
3 3
1
8
4 %
3
2 =
0
500
1.000
ee
1.500
—-2.000m
@ADC 2023
————————
180000
181500
Legenda
[] Piangetied
Einddateringen rivieractiviteit
ES vc,
HBB 1951 - 2050 14c BP = 500 BC
QO 8001 - 9400 14¢ BP = BREIBBY= 10600 cal BP
Afb. 8.
183000
184500
186000
(9401 - 10000 14¢ BP =BRBIBRY= 11700 cal BP
10010 - 10500 14C BP = 10500 BC = 12400 cal BP
10510 - 12000 14C BP
= 12000 BC = 13900cal BP
12010 - 14000 14C BP = 15000 BC = 17000 cal BP
Het plangebied op de Paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta (Cohen et al. 2012)
16
3
<q a
§
a
\\
Fy Ls
N
|
tt)———— 300 600 900 1.200 m @ ADC 2023
181500
Legenda
(J Peengetiea
(1 quae Zanddieptes
(a) 1-2m-mv (Oo 2-3m-w
3 - 4mm
(a 4 Sm
| | 0 - 1m-nw rivierzand Afb. 9.
183000
184500
HE 1-1 sm-w
= eo na - 1m-mv
rivierzan
HE 2-3m-m
HE 3- ana
|
eee
[] Water
Het plangebied op de Zanddieptekaart (Cohen et al. 2010)
De top van het rivierduin wordt verwacht binnen 1 m -mv. Mogelijk is aan de oostkant van het plangebied een deel van het zand geérodeerd door een crevasse/restgeul en ligt het zand dieper (tussen 2-3 m -mv).
17
“L/S
a CR ee
Ne
?
OES
Me ape Nae 3. \ BP igi 2s eB
es
C2
me re
Oe)
<= ae” Sa
f
>od BEY G DyGe wn LM” he Af
ee
zs
OAS /
;
2 aka eS Sa }\eeaur es foneie a, rebe PTEas) > Rei lay ih *egss) \
Be] Fhe [3 "i = Bs, %. — Asa j
PAD Sy) ee SRS ee | \, y Me: ieee aseeVale. enter: ieee°c E. - nae }
ie.
ie Spee, te ” Feel 8
8\ eee Fie
ae oe i ei ce) | say SA
+Se ng aa mek a rie= fans > we |
aap
“a
ek See
__—£ —_”
\
2228
\ eA
—_
182500 Legenda
100
Ae
NAP
HH 200
200
=
[J Peengetied
ak
aN “4 . eee ee
5 a x & Eg
z eege, ”
~The,
-
”
—
__ mel
Z eret See
:
0
é
ee
<a UYfig er ‘ ~— Ey
Ve (t ae Rf * : ise SS g ——
‘|
i - - ———— ——
ae
3
183000
|e
183500
[4 850
[__] 9.00
950
HE i000
Afb. 10. Het plangebied op de kaart van het actuee!l hoogtebestand Nederland (AHN3) Op het AHN is ten westen van het plangebied het rivierduin complex duidelijk zichtbaar. Gezien de hoge ligging van het westelijk deel van het plangebied strekt het rivierduinencomplex zich waarschijnlijk uit tot dit deel van het plangebied. Richting het oosten van het plangebied duikt het maaiveld naar beneden, dit deel maakt deel uit van het dal van de oostelijk gelegen geul die is afgebeeld op de de Paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta, de geomorfologische kaart en de zanddieptekaart.
18
:
=
~~. L : ‘2630 a
=
e
es d
a art 7
iP wt
i
y
y
|
_ |
ees
geS 182000
183000
Legenda
184000
LE_) Plangebied
zs Kalkloze poldervaaggronden, zware zavel en lichte klei, profielverloop5
ay Kalkloze ooivaaggronden; lichte zavel QE Kalkioze coivaaggronden; aware zavel en lichte klei
Vlakvaaggronden: grof zand HEME Hoge bruine enkeerdgronden; grot zand
Bodemkaart
me Kalkloze poldervaaggronden; lichte zavel, profielverloop
TY) vorstvaaggronden; grof zand
err il Kalkloze poldervaaggronden; aware klei, profielverloop 5 Water GMM 4 Dik kalkioze poldervaaggronden; zavel en lichte klei
Afb. 11. Het plangebied op de bodemkaart van Nederland (Alterra 2014) In het plangebied is een kalkloze poldervaaggrond gekarteerd op de bodemkaart. In het westen zou een strook van een hoge bruine enkeerdgrond aanwezig kunnen zijn. Een kalkloze poldervaaggrond is kenmerkend voor rivierafzettingen en bestaat in dit geval ui zware zavel en
lichte klei. Een bruine enkeerdgrond bevat een dik (>50 cm) humeus dek, meestal ontstaan door het aanbrengen van plaggen. Deze is gevormd op de hoger gelegen rivierduinafzettingen.
19
2.3.3
Beschrijving van bekende archeologische waarden
Op de (niet vastgestelde) verwachtings- en beleidsadvieskaart ligt het plangebied binnen een zone met een hoge verwachting, mogelijk goede conservering. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging op een rivierduin nabij een restgeul/crevasse en de ligging vlakbij de historische kern van Overasselt (afb. 3. ). Daarnaast ligt in het plangebied mogelijk een linie uit de Tachtigjarige oorlog (ARCHIS-nummers: 2730326100 en 3078198100). De precieze locatie van de linie is onbekend. De weergave is op tientallen meters nauwkeurig. In de loopgraaf zouden fragmenten handgevormd aardewerk en vuurstenen afslag aanwezig kunnen zijn.
5
al
i
%1
fi ak
H
al
Ws
'iL
i Pe ;
:
ae!
4
i = |
AY uy
i
ff
:
i a 2
\ 1 j S<
, i
f
/
|
oi
~.)
PTA ry
.
omni, La
|
ae st Legenda 183000 183100 [] Prangeties > | linie uit de Tachtigjanige oorlog
=
1
~
de
TE
routs
hove verwachting, mogelik goede conserving
Pu,
183200 omvangrijke boerderij -
O
= :
H
uit alle perioden. Archeologische resten sik ese archeologische hat nalvald onresten deardacelststnar roligen> ex 9
Afb. 12. Verwachtings- en beleidsadvieskaart
Op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) staan in het onderzoeksgebied een enkel terrein geregistreerd van zeer hoge archeologische waarde (tabel 3, afb. 13).
1 Keunen ef al 2013.
20
\_Agda023100 124292;
269654
°
8
8
1057503
°
1035936
1053284052010
1052011
°106 23
8
\| 2145263100
es 3
0 50 —
s
100
182800
150
200 m
pabaste
® ADC 2023
183000
Legenda
= | Plangebied
Archis
= Onderzoeksmelding met zaakidentificatienr
183200
183400
Sa vondstlocatie met objectnr vondstlocatie
AMK terreinen
Terrein van zeer hoge archeologische waarde
Afb. 13. Het plangebied op de AMK met onderzoeksmeldingen en vondstlocaties indien van toepassing uit Archis3.1 (RCE 2022).
Tabel 3. Terreinen van zeer hoge archeologische waarde in het onderzoeksgebied Rijksmonument/ Omschrijving
Datering'? Opmerking
AMK-terrein”
48
Oude kerk
VME
Terrein met daarin de resten van een Middeleeuwse
kerk. Deze werd mogelijk al in de 10de eeuw gebouwd. Het terrein ligt op een verhoging. Het koor
van de kerk is nog aanwezig en werd in 1984/1985 gerestaureerd. Bij de restauratie is gebleken dat de
funderingen van toren en schip nog aanwezig zijn.
In het Archeologisch Informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Archis3.1, staan binnen het onderzoeksgebied een vondstlocatie en enkele archeologische onderzoeken geregistreerd (tabel 4 en tabel 5).
‘1 Sinds 2014 wordt de Archeologische Monumentenkaart niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De huidige AMK moet daarom als een statisch bestand worden beschouwd.
'2 Voor een verklaring van de afkortingen, zie tabel 1.
21
Tabel 4. Archeologische vondstlocaties in het onderzoeksgebied
Archis 3.1
Archis3.1
Omschrijving
Datering”
1054033
Keramiek, bot en ijzer. Voorbeelden zijn een geverfde beker,
ROM
(40m ten
terra nigra, gladwandige kruik, crematieresten en spijkers.
zaakidentificatie vondstlocatie
3078198100
noordwesten
Kenmerken van een grafveldcomplex uit de Midden Romeinse
huidige
tijd.
plangebied) 2730318100
1052010
Een variatie aan vuursteen, keramiek en ijzer uit de Late
(50m ten noordwesten
LME
Voorbeelden zijn geelwitbakkend aardewerk, gedraaid aardewerk en een (ijzer) slak.
huidige
plangebied) 2766794100
1035936
Scandinavische dolk, precieze locatie onzeker aangezien
(110m ten
coérdinaten administratief geplaatst zijn. Dolk dateert uit
noordwesten huidige
BRONSV
} 5.1.26 |
plangebied) 2892902100
1066233
Variatie aan (gedraaid en handgevormd) aardewerk,
(200 m ten
zandsteen, vuursteenafslagen en dierlijk bot. Dateringen van
IJZ-ROM
westen huidige
de materialen lopen uiteen van de |Jzertijd tot in de Romeinse
plangebied)
Tijd. Complextype bepaald als nederzetting.
Tabel 5. Archeologische onderzoeken uitgevoerd in het onderzoeksgebied
Archis 3
Soort onderzoek
2109372100
Maritiem
zaakidentificatie
Resultaat
Advies
Uit het inventariserende onderzoek bleek dat |Vervolgonderzoek
Inventariserend
er 49 archeologisch relevante objecten liggen
naar de aard van
veldonderzoek
in de Maas. Tijdens het veldonderzoek zijn
deze objecten wordt
vier locaties met objecten gevonden die
aanbevolen.
daadwerkelijk archeologisch van aard zijn. Deze bevinden zich echter niet ter hoogte van het huidige plangebied.
In het onderzoeksgebied zijn in de buurt van Overasselt meerdere aanwijzingen gevonden voor menselijke aanwezigheid vanaf de Romeinse Tijd. Er zijn echter ook vondsten gedaan uit eerdere
perioden zoals de IJzertijd en EEwsa.
Het plangebied valt verder in het operatieterrein van Operation Market Garden. Hierdoor kan vooral een verspreiding van verschillende munitieartikelen aanwezig zijn in het plangebied en kunnen statische structuren als loopgraven, versperringen en inslagen van mortieren of granaten zichtbaar zijn. Op de beleidskaart staat ter plaatse van het plangebied ook een linie uit de tachtigjarige oorlog (tussen 1568 begon en 1648) aangeduid. Deze is gebaseerd op de ligging van de linie op
een kaart uit de SR REREMEM uit 1649 (afb. 14).
'S Voor een verklaring van de afkortingen, zie tabel 1. 4 Ikme.nl
22
ae
— —.
ne 4
;
E
Me
!
:
a
;
-
Kc
~
am
-
BEN
}
ve a
a
ttatbDmoee 7‘
‘
ae
Py i :
We ts:
vn ® @ eee
ayHe We
i fy
d
AF ‘Me,
o
Uy Ur / dy
A
My
Y
GZ ce iY ‘iy
yj Ly) ; Ye
as
=
Yin : ett
:
Py
eR
Y
Me)
,
ie
ae
ne een]
— a eet
ae F gel!
wr,’ Poa 5
)
shade Jf en, i:
oateae Re
N
MELE ow Ray “ a oe : (e a ws
>
Afb. 14. Kaart van het beleg van Grave in 1602 door Loon‘.
EMME BEREe Wit deFRY van
Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden Tabel 6. Overzicht van de historische situatie
Bron
Jaartal
Kadastrale minuut'®
1811-1832
Historische situatie In het zuiden van het plangebied is
historische bebouwing aanwezig. Aan de
oostzijde van het plangebied loopt een weg. Bodemgebruik in het plangebied is bouwland.
Bonnekaart’”
1901
Bonnekaart
1939
Topografische kaart'®
1957
De weg is nog steeds aanwezig in het
plangebied, maar de bebouwing is verdwenen.
Bestaand woonhuis uit 1927 staat nu op de kaart.
Bij het woonhuis is een extra pand gerealiseerd.
Topografische kaart
1990
Topografische kaart
2011
Situatie ongewijzigd, al lijken de panden niet meer met elkaar verbonden te zijn. Huidige situatie bereikt
Het onderzoeksgebied komt overeen met het dorp Overasselt. Overasselt is ontstaan op een hoger gelegen rivierduin in de Vroeg Middeleeuwse periode. Binnen het dorp zijn de restanten aanwezig van een laat-gotische kerk die waarschijnlijk uit de Vroege Middeleeuwen dateert. Het dorp wordt in de 12° eeuw voor het eerst genoemd in historische bronnen.‘? Het dorp was lange tijd voornamelijk een kerkelijke nederzetting. In 1672 hebben de Fransen enkele huizen en boerderijen van het dorp Overasselt verbrand.
BO 2-°5-1-2°'5 1.20 RMS.1.2c Orange (1602) - Gravia Obsessa et Expvgnata.jpg - Wikimedia Commons ‘6 Beeldbank.cultureelerfgoed.nl
‘’ Bureau Militaire Verkenningen 1901 18 Topotijdreis.nl '9 Willemse ef al. 2006
23
Op de oudst bekende kaart van het onderzoeksgebied is duidelijk zichtbaar dat het dorp vooral bestaat uit boerderijen. Het dominante grondgebruik is bouwland en in het plangebied bevindt zich een boerderij en een weg.
Rond 1900 is deze boerderij verdwenen, maar de weg is nog wel aanwezig. Rond 1939 verschijnt weer bebouwing in het plangebied op de kaarten. Dit is het nog aanwezige woonhuis die volgens de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) gebouwd is in 1927.” In 1957 verschijnt op de kaart een extra gebouw bij het woonhuis. Uit bouwtekeningen blijkt dat het om een champignonbedrijf gaat. Deze is gefundeerd op poeren die reiken tot een diepte van 80 cm onder peil. In 1991 is dit pand verbouwd tot een fotostudio. De loods is gefundeerd op poeren die reiken tot een diepte van 90 cm onder peil. In 2010 is aan de noordzijde van de loods een glasstudio gerealiseerd. Deze is gefundeerd op stroken tot een diepte van 85 cm onder peil.
°° Bagviewer.kadaster.nl
24
en) ee
aN
>
a pace
Ea if .nls “ A ? i! DSP.
Mel hs =Aeris oe ie «Aes ee 497fi eae
re |
Ps Sef
Ys a ER =
ae a
ok a
2.4
Gespecificeerde verwachting en conclusie
De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord:
In de ondergrond van het plangebied zijn rivierduinafzettingen aanwezig. In het westelijk deel is op basis van het AHN duidelijk een verhoging aanwezig die kan worden toegeschreven aan een rivierduinopduiking. Het oostelijk deel van het plangebied ligt lager, hier is op basis van aardkundige gegevens een restgeul aanwezig. De ligging op een rivierduin nabij een geul maakt het plangebied tot een gunstige vestigingslocatie voor bewoning vanaf het Laat Paleolithicum. Vanwege de ligging in de buurt van een restgeul wordt de kans op resten uit deze periode hoog geacht. Uit archeologische onderzoeken in de omgeving blijkt verder dat er mogelijk bewoning is geweest gedurende de Romeinse tijd en in ieder geval vanaf de Vroege Middeleeuwen. Op de kadastrale minuut uit 1813-1832 is in het zuiden een pand aanwezig. Voor de rivierduinen geldt een hoge archeologische verwachting. Mogelijk kunnen er ook archeologische resten voorkomen die te maken hebben met een natte context vanwege de restgeul in het oostelijk deel van het plangebied.
Voor de gespecificeerde verwachting gelden de volgende karakteristieken:
Tabel 7. Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied
Karakteristiek datering: complextype(n): omvang:
Omschrijving PALEO-NEO Bewoningsporen, haardkuilen, vuursteenartefacten 50-200 m?
diepteligging:
Beneden de bouwvoor tot in de C-horizont of onder een
landschappelijke en/of geologische context:
Op een rivierduin plaggendek
locatie:
Wesizijde plangebied
soort vindplaats:
Vindplaats met zowel grondsporen als een
uiterlijke kenmerken:
Vuursteen, aardewerk, vondsten uit natte context zoals
vondststrooiing visfuiken, hout, etc.
conservering:
wordt het archeologisch relevante niveau
Goed indien weinig verstoring Ja
bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:
Karakteristiek datering: complextype(n): omvang:
Omschrijving NEO-VME Nederzettingssporen 200-1000 m2
landschappelijke en/of geologische context:
Op een rivierduin
diepteligging:
Beneden de bouwvoor tot in de C-horizont of onder een
locatie:
soort vindplaats:
plaggendek
Gehele plangebied
Vindplaats met zowel grondsporen als een vondststrooiing
uiterlijke kenmerken:
Vuursteen, aardewerk, crematieresten, inhumaties, afvalkuilen
conservering:
Goed indien weinig verstoring
26
Karakteristiek
wordt het archeologisch relevante niveau
Omschrijving Ja
bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:
Karakteristiek datering: complextype(n):
Omschrijving LME-NT huisplaats
landschappelijke en/of geologische context:
Op een rivierduin
diepteligging:
Beneden de bouwvoor tot in de C-horizont of onder een
omvang:
locatie:
soort vindplaats:
200-1000 m? plaggendek
In het zuiden van het plangebied
Vindplaats met zowel grondsporen als een
vondststrooiing
uiterlijke kenmerken:
Funderingsresten, bouwpuin, aardewerkfragmenten, grondsporen, ophogingspakketten
conservering:
wordt het archeologisch relevante niveau
Goed indien weinig verstoring Ja
bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:
De beantwoording van de tweede onderzoeksvraag “/s het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?” is als volgt: Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang. Geadviseerd wordt daarom een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te
voeren (zie hoofdstuk 3).
27
3
Inventariserend Veldonderzoek
3.1.
Verkennend booronderzoek: doel- en vraagstelling
Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting (zie § 2.4). Het verkennend booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien
-
-
sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? Zoja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: - Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? - Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? -
=
-
3.2
Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren?
In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Methode
Het inventariserend veldonderzoek bestaat uit een verkennend booronderzoek. De werkwijze is gericht op het in kaart brengen van de bodemopbouw en het vaststellen van (grootschalige) verstoringen, waarbij tevens rekening is gehouden met de aard en de diepte van de geplande ingrepen.
Op 19-06-2023 is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld, waarin de werkwijze van het onderzoek is vastgelegd.
Voor het beantwoorden van de genoemde onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksmethode toegepast:
Tabel 8. Beschrijving van de onderzoeksmethode aantal boringen:
s
boorgrid:
Verspreid over het plangebied
diepte boringen:
boormethode:
waarnemingstechniek:
Tot in Pleistoceen (rivier)zand
Edelmanboor met diameter 7 cm (handmatig)
versnijden en/of verbrokkelen
De lithologische en bodemkundige kenmerken van de boringen zijn beschreven conform respectievelijk NEN 51047 en het Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus” en vastgelegd middels het invoerprogramma De X- en Y-codérdinaten en maaiveldhoogtes zijn ingemeten met een RTK-DGPS met een nauwkeurigheid van 1 cm.
*1 Bosch 2005; Nederlands Normalisatie-Instituut 1989.
22 De Bakker efal. 1989.
28
Hoewel een verkennend booronderzoek niet als primair doel het opsporen van archeologische vindplaatsen en indicatoren heeft, is het opgeboorde sediment wel gecontroleerd op het voorkomen van archeologische vondsten en indicatoren zoals houtskool, verbrande leem en fosfaat. Deze zijn opgenomen in de boorbeschrijvingen. Tijdens het veldonderzoek zijn geen monsters genomen.
3.3.
Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)
3.3.1 Lithologische en bodemkundige beschrijving De locatie van de boringen is weergeven in afb. 16. De boorgegevens worden gepresenteerd in bijlage 1.
| 0 10 20 30 4 0 m ~—
SZ
Legenda Cl Plangebied
® ADC 2023
183050 @ Boringen
183100
183150
Afb. 16. Boorpuntenkaart In de ondergrond van het plangebied is in boringen 1, 2 en 3 zwak siltig, zwak grindig, matig fijn tot matig grof zand aangetroffen. Dit zand had een lichtbruin grijze kleur en was kalkloos. In boring 2 werden in dit pakket leemlagen aangetroffen en in boring 3 betrof dit pakket zwak zandige leem met veel dunne zandlagen. De top van dit zand ligt op 165-150 cm -mv (7,7 — 8 m +NAP). Boven dit pakket begint in boringen 1, 2, 3 een laag zwak tot matig siltig zand met puinfragmenten (recent baksteen, mortel, metaal, worteldoek, piepschuim en plastic). Ook zijn er zand- en kleibrokken zichtbaar in deze laag. De top van deze laag begint op 150 -165 cm -mv in boringen 1 tot en met 3 (7,7 -8 m +NAP). Recente indicatoren als worteldoek, piepschuim en plastic zijn in boring 1 tot een diepte van 100
cm-mv (8,36 m + NAP) aangetroffen, in boring 2 tot 120 cm -mv en in boring 3 tot 150 cm -mv (7,80 m +NAP).
29
In boringen 4 en 5 begint het pakket schone zand op 80 en 100 cm -mv (ca. 9,00 m +NAP). Dit zand bestaat uit licht bruin grijs, matig siltig, matig fijn zand. In boring 5 is boven dit zand een lichtbruine BC-horizont aangetroffen. In boring 4 zijn brokken van de C-horizont aangetroffen in de laag boven dit zand.
Boven deze lagen begint op 100 cm -mv (8,95 m +NAP) in boring 5 en op 80 cm -mv (9,00 m +NAP) in boring 4 een pakket (licht)bruingrijs matig siltig, matig fijn zand. Hierin komen puintjes zoals baksteenspikkels en natuursteen in voor. Deze pakketten lopen door tot aan het maaiveld. Tabel 9. Bodemopbouw op basis van boringen.
Pakket
Diepte (cm —mv)
Omschrijving
Interpretatie
1
0-100
Zwak tot matig siltig zand met klei- en
opgebracht pakket
2
100-210 (boringen 1 t/m 3) Lichtbruin grijs, matig grof, zwak siltig,
zandbrokken en puinfragmenten en plastic Formatie van Kreftenheye
kalkloos, matig slecht gesorteerd zand met leemlagen.
2
100 — 150 (boringen 4 en
_licht bruin grijs, matig siltig, matig fijn zand
Rivierduin
5)
3.3.2 Interpretatie De ondergrond van het plangebied is geinterpreteerd als pleistocene rivierafzettingen (Formatie van Kreftenheye) in boringen 1, 2 en 3. De top van deze afzettingen ligt tussen de 150 en 165 cm mv (7,7 —8 m +NAP). Deze afzettingen worden afgedekt door een verstoord/opgebracht pakket, waarbij onderin dit opgebrachte pakket een laag zonder moderne verstoringen voorkomt, welke verband zou kunnen houden met de linie uit de Tachtigjarige Oorlog. Vanaf ca. 150-100 cm -mv (7,80 m +NAP) zijn er moderne verstoringen aangetroffen in dit pakket. In boringen 4 en 5 is het zwak grindig, zwak siltige matig fijne zand geinterpreteerd als rivierduin zand (Formatie van Boxtel, laagpakket van Delwijnen). In boring 4 en 5 is vanaf het maaiveld tot aan 80 cm -mv in boring 4 en 100 cm -mv in boring 5 een pakket (licht)bruingrijs zand aangetroffen, waarbij het vanwege de droogte onduidelijk was of het om een plaggendek ging. In boring 5 is onder dit pakket nog sprake van een schone laag licht bruin, zwak siltig matig fijn zand aangetroffen, welke is geinterpreteerd als een BC-horizont die begint op een diepte van 100 cm mv (8,95 m +NAP). De diepte van de C-horizont is in boring 4 op 120 cm-mv (8,6 m +NAP) en in boring 5 op 110 cm -mv (8,85 m +NAP). 3.4
Conclusies
De in paragraaf 3.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord:
-
Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? In het westelijk deel van het plangebied (boring 4 en 5) zijn rivierduinafzettingen (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen) in de ondergrond aanwezig. In het costelijk deel (boring 1, 2 en 3) zijn pleistocene rivierafzettingen (Formatie van Kreftenheye) aanwezig. Het rivierduin bestaat uit zwak siltig, zwak grindig, matig slecht gesorteerd kalkloos zand. Het rivierterras bestaat uit matig grof, zwak siltig, zwak grindig, kalkloos zand met leemlagen. Het rivierterras is afgedekt met een verstoord/opgebracht pakket, waarbij onderin dit pakket geen moderne verstoringen zijn aangetroffen. Het rivierduin is afgedekt met een (licht)bruingrijs pakket wat mogelijk een plaggendek zou kunnen zijn, maar wat vanwege de droogte niet goed zichtbaar was.
30
-
Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? De bodem is boven het rivierduinzand (vanaf ca. 8,6 - 9m +NAP of 80 - 100 cm -mv) verstoord met baksteen.
Boven het rivierterras is in de bodem een opgebracht pakket aanwezig (vanaf ca. 7,7 — 8 m +NAP of 150 en 165 cm -mv) op verschillende diepten met recente indicatoren als worteldoek, piepschuim en plastic. Dit pakket loopt door tot aan het maaiveld. In boring 1 begint dit pakket op een diepte van 100 cm -mv (8,36 m +NAP), in boring 2 op 120 cm -mv (7,80 m +NAP) en in boring 3 op 150 cm -mv (7,80 m +NAP). -
Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? De top van het rivierduin in boringen 4 en 5, met BC-horizont in boring 5. En het onderste deel van het opgebrachte pakket in boringen 1 en 2 bevat geen duidelijke recente indicatoren en zou verband kunnen houden met de linie uit de Tachtigjarige Oorlog.
-
Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? Boring 4: tussen 80 en 100 cm -mv Boring 5: 8,6 — 9 m +NAP Boring 1: 100 — 165 cm -mv of 8,36 — 7,71 m +NAP. Boring 2: 120-160 cm -mv of 8,43 — 8,03 m +NAP
-
Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? De baksteenfragmenten, mortel en het stuk metaal in boring 2 zijn mogelijke indicatoren gerelateerd aan de linie. Zo ja: - Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? 120-160 cm -mv of 8,43 — 8,03 m +NAP Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? nev.t.
-
Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? Onbekend.
-
In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? De verwachting voor rivierduin kan voor het oosten van het plangebied (boring 1, 2 en 3)
naar laag worden bijgesteld. Hier is geen rivierduin en/of restgeul aangetroffen. Mogelijk ligt hier wel een laag in de ondergrond die verband houdt met een linie uit de Tachtigjarige Oorlog. In het westen van het plangebied (boring 4 en 5) zijn wel rivierduinafzettingen
aangetroffen. Uit deze boringen blijkt dat de top van het rivierduin relatief intact is. Hier kan de archeologische verwachting voor resten uit het Laat Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen blijven gehandhaafd. De verwachting voor resten gerelateerd aan de historische bebouwing in het zuiden van het plangebied blijft eveneens gehandhaafd.
-
In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? De mogelijk aanwezige waarden kunnen worden verstoord door de toekomstige planontwikkeling.
-
Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Het plangebied is nog niet voldoende onderzocht. Vervolgonderzoek wordt bij verstoringen
groter dan 200 m? en dieper dan 70 cm -mv ter hoogte van boringen 1, 2 en 3 en 50 cm mv ter hoogte van boringen 4 en 5 (= top archeologisch niveau plus buffer van 30 cm). In
31
aanvulling hierop dient ook aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd bij verstoringen
dieper dan 30 cm -mv ter plaatse van de historische bebouwing (afb.17). Een geschikte methode voor vervolgonderzoek is een inventariserend veldonderzoek door middel van Proefsleuven.
Fi
g
+
g g &
8
2 =
ae
=
2 =
5
@
x
|
g
g
=
gN
. [| \. A
4
2 5
=
3
0
10
20
30
40m
a
183040
183060
Legenda
fF] Plangebied CJ Historische bebouwing
183080
@ADC 2023 183100
CJ Te slopen Cj Nieuwbouw
183120
183140
183160
Vervolgonderzoek bij verstoringen dieper dan 70 cm -mv Vervolgonderzoek bij versrtotoringen dieper dan 50 cm -mv
Aanvullende boringen bij verstoringen dieper dan 40 cm -mv
Afb. 17. Vervolgonderzoek
32
4
Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om in de gebieden ter hoogte van boringen 1, 2 en 3 een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-
P) bij verstoringen groter dan 200 m? indien de verstoringsdiepte dieper reikt dan 70 cm -mv. ADC
ArcheoProjecten adviseert daarnaast ook een IVO-P ter hoogte van boringen 4 en 5 bij
verstoringen groter dan 200 m? indien de verstoringsdiepte dieper reikt dan 50 cm -mv. In aanvulling hierop dient ook aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd bij verstoringen dieper dan 30 cm -mv ter plaatse van de historische bebouwing. Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).
Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
33
Literatuur Alterra, 2008: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Alterra, 2014: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand.
Bakker, H. de, J. Schelling, D.J. Brus & C. van Wallenburg, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland : de hogere niveaus. Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport NITG 05-043-A). Bureau Militaire Verkenningen, 1901: MOOK, 572, 1:25.000. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Utrecht. Cohen, K.M., E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A. Berendsen & H.F.J. Kempen, 2009: Zand in Banen - Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Arnhem. Kadaster, 1832: Kadastrale kaart 1811-1832 [Zuid-Holland altijd: 1813-1832]: minuutplan ......... Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde
grondmonsters NEN 5104. Delt. SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Gouda. TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans, 2018: Atlas van Nederland in het
Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam (Prometheus). Willemse, N.W., W. Boasson, A.M.J. Sloot, L.M. Flokstra, 2006: Gemeente Heumen, een
archeologische verwachtingskaart met AMZ-adviezen. Amsterdam.
34
® WZ
Geraadpleegde websites https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ https://maps.bodemdata.nl https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl https://easy.dans.knaw.nl https://www.bodemloket.nl https://Awww.dinoloket.nl/ondergrondgegevens https:/Awww.kadaster.nl/ https://www.ruimtelijkeplannen.nl https://www.topotijdreis.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ http:/Awww.ikme.nl
https://commons.wikimedia.org/wiki feaSiege_of_Grave_by_Maurice_of_Orange_(1602)_-
_Gravia_Obsessa_et_Expvgnata.jpg
35
> Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1. Afb. 2.
Locatie van het plangebied. Detailkaart van het plangebied.
Afb. 3.
Beleidskaart
Afb. 4. Afb. 5. Afb. 6. Afb. 7. Afb. 8.
Toekomstige situatie in het plangebied. Paleogeografische ontwikkeling (Vos et al 2018) Het plangebied op de geologische kaart 2021 (DINOloket.nl) De geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (Alterra 2008) Het plangebied op de Paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta (Cohen et al. 2012) Het plangebied op de Zanddieptekaart (Cohen et al. 2010) Het plangebied op de kaart van het actueel hoogtebestand Nederland (AHN3)
Afb. 9. Afb. 10.
Afb. 11. | Het plangebied op de bodemkaart van Nederland (Alterra 2014) Afb. 12. Afb. 13.
Verwachtings- en beleidsadvieskaart Het plangebied op de AMK met onderzoeksmeldingen en vondstlocaties indien van toepassing uit Archis3.1 (RCE 2022).
Afb. 14. — van het beleg van Grave in 1602 door
uit de
Afb. 15.
Het plangebied op verschillende oude kaarten
Afb. 17.
Vervolgonderzoek
Tabel 1. Tabel 2. Tabel 3. Tabel 4. Tabel 5.
Overzicht van de verschillende perioden. Aardwetenschappelijke informatie in het plangebied Terreinen van zeer hoge archeologische waarde in het onderzoeksgebied Archeologische vondstlocaties in het onderzoeksgebied Archeologische onderzoeken uitgevoerd in het onderzoeksgebied
Tabel 6.
Overzicht van de historische situatie
Tabel 7. Tabel 8. Tabel 9.
Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied Beschrijving van de onderzoeksmethode Bodemopbouw op basis van boringen.
Afb. 16. | Boorpuntenkaart
36
Bijlagen
37
001195
"© Boring: 1195_1 Kop algemeen: Projectcode: 1195, Boornummer: 1, Beschrijver(s): MH GE, Datum: 21-06-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 190 Coérdinaten: X-coérdinaat in meters: 183105, Y-codrdinaat in meters: 418882, Precisie codrdinaat: 1 cm, Codrdinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 9.36, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS
Plaats: | 1
0/ 9.36 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 20, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs
|
|
|
|
Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: hk 20 / 9.16
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 20, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en viekken: humusviekken
Laag opmerking: Opmerking: bs grind 70 / 8.66
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en viekken: zand- en kleibrokken
80 / 8.56
p
]
ul
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin
Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: zwak zandig
Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: worteldoek grind 100 / 8.36 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 125, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Laag opmerking: Opmerking: hout grind 125 / 8.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 125, Ondergrens laag in cm: 165, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Laag opmerking: Opmerking: grind 165 /7.71 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 165, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 190, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: C-horizont
Einde boring 190 / 7.46
1
001195
"® Boring: 1195_2 Kop algemeen: Projectcode: 1195, Boornummer: 2, Beschrijver(s): MH GE, Datum: 21-06-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 210 Coérdinaten: X-coérdinaat in meters: 183106, Y-codrdinaat in meters: 418863, Precisie codrdinaat: 1 cm, Codrdinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 9.63, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS
Plaats:aa
|
0/ 9.63
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: hk 10 / 9.53 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: zeer fijn Bodem: Brokken en viekken: humusviekken
Laag opmerking: Opmerking: bs grind
50 / 9.13 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en viekken: zand- en kleibrokken
Laag opmerking: Opmerking;: iets lichter van kleur 70 / 8.93 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 90, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: [Jzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Brokken en viekken: zandbrokken Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: baksteen, piepschuim 90 / 8.73
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en viekken: zandbrokken
Laag opmerking: Opmerking: baksteen, worteldoek 120 / 8.43 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 140, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Biimengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Laag opmerking: Opmerking: grind en baksteen 140 / 8.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 140, Ondergrens laag in cm: 160, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Laag opmerking: Opmerking: groot stuk metaal en baksteen en mortel 160 / 8.03 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 160, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 190, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Plantenresten: resten (onbepaald)-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Brokken en viekken: humusvlekken 190 / 7.73 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 190, Ondergrens laag in cm: 210, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig
slecht gesorteerd, Sublagen1: leemlagenenkele-zeer dun, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: C-horizont
Einde boring 210 / 7.53
2.
001195
"® Boring: 1195_3 Kop algemeen: Projectcode: 1195, Boornummer: 3, Beschrijver(s): MH GE, Datum: 21-06-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 180 Codrdinaten: X-coérdinaat in meters: 183105, Y-codrdinaat in meters: 418840, Precisie codrdinaat: 1 cm, Codrdinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 9.3, Precisie hoogte: 1.cm, Referentieviak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS
Plaats:——
ee
0/ 9.30
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: bs piepschuim 30 / 9.00 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: bs 70 / 8.60 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Biimengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Brokken en viekken: kleibrokken
Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: bs 90 / 8.40 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-viekken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: bs 110 / 8.20
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: wortels-weinig (1-10%) Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: plastic 150 / 7.80 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 150, Ondergrens laag in cm: 180, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: leem, Bijmengsel: zwak zandig, Sublagen1: zandlagen-veel-dun, Lithostratigrafie: Fv Kreftenheye Bodem: Bodemhorizont: C-horizont
Einde boring 180 / 7.50
3
001195
i
Boring: 1195_4 Kop algemeen: Projectcode: 1195, Boornummer: 4, Beschrijver(s): MH GE, Datum: 21-06-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Codrdinaten: X-coérdinaat in meters: 183077, Y-codrdinaat in meters: 418844, Precisie codrdinaat: 1 cm, Codrdinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 9.8, Precisie hoogte: 1 cm, Referentieviak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS
Plaats: ee | 0/ 9.80
Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: wortels-weinig (1-10%) Bodem: Brokken en viekken: zandbrokken
Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: ns bs 80 / 9.00