CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VII Verwerkte input omgevingsdialogen

Raad 15 december 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Zienswijzemogelijkheid concept-NRD Regionale Energiestrategie7.037 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Instructie bij dit document Tijdens de omgevingsdialoog op 24 mei 2022 is er stil gestaan bij verschillende thema's binnen de planMER. De deelnemers is gevraagd belangrijke onderwerpen per thema te benoemen. In onderstaande tabel zijn de belangrijke onderwerpen op een rij gezet. Per onderwerp is in de achterliggende kolommen aangegeven of het wordt meegenomen in de NRD en waarom/hoe. Dit wordt in de tabel duidelijk gemaakt met: Ja: Aangedragen input we mee in de NRD Nee: Aangedragen input nemen we niet mee in de NRD Ja/Nee: Aangedragen input wordt deels meegenomen in de NRD Soms kan het zijn dat de aangedragen onderwerpen wel belangrijk zijn, maar vanuit de inhoud bekeken geen plek in de milieurapportage kan vinden. Dan wordt deze aangegeven als ‘nee’, want de input kan niet worden meegenomen in de tekst van de NRD. Een voorbeeld is input op het onderwerp ‘participatie’. Dit is een belangrijk onderwerp in zowel de uitvoering en realisatie van grootschalige opwek, als wel in dit proces om tot een milieueffectenrapportage te komen. Vanuit inhoudelijk oogpunt is echter participatie geen milieu-effect zoals je dat in de tekst meeneemt in de NRD. Daarom wordt deze aangegeven met ‘nee’.

Thema Natuur

Landschap

Opgehaalde input

Geprioriteerde onderwerpen tijdens dialoog

Geen negatief effect op natuur en landschap, liefst positief

x

Meegenomen in NRD (Ja/Nee) ja

Onderbouwing verwerkt in in het alternatief landschap

Meenemen effecten op gebied buiten de regio

ja/nee

Welke natuur ga je meenemen ? Duidelijkheid over criteria vanuit provincie Gelderland Natuurdoelen expliciet meenemen in het planMER (niet alleen bestaand); - Vogelrichtlijn - Habitatrichtlijn - Natura 2000 - GNN + Duitsland! Meer dan 1 soort leidend laten zijn in planMER

ja ja

Worden niet expliciet meegenomen, want de scope van het planMER is de regio. Wel worden effecten bekeken en hanteren we dezelfde richtlijnen als de omliggende gebieden Gebieden m.b.t. de wespendief, weidevogels, wintergans rustgebieden en Gelders natuurnetwerk (juridisch) en op hoofdlijnen ecosystemen overleg met provincie vindt plaats

ja/nee ja

m.u.v. Duitsland, dit valt buiten de scope van het planMER. De scope van het planMER is de regio. We kijken naar het gehele ecosysteem op hoofdlijnen

Wel windturbines langs snelwegen, ondanks weidevogels

nee

Onderscheid in effecten korte termijn en effecten lange termijn; compenseer gebieden

nee

Natuur is ‘relatief te waarderen, geen topprioriteit

ja/nee

Bij ontwikkellocatie tegen natuurgebied aan: zorgvuldige inpassing/mooie kant voor wind/zon park?

nee

Weidevogelgebieden worden als hard criterium meegenomen Het planMER is op een te hoog abstractie niveau om in te gaan op compensatie gebieden. Juridisch gezien is het in sommige gevallen topprioriteit (denk aan gerechtelijke uitspraken over de wespendief). Kan subjectief en sturend zijn. In het planMER kijken we naar objectieve milieueffecten. Beslissingen als deze zijn voor na het planMER traject.

Bij zonnepark: mogelijkheid om waterpeil te verhogen: hier 25% ecologisch inrichten + beheren

nee

Dit is een te groot detailniveau om mee te nemen in het planMER.

ja ja

Wordt meegenomen a.d.h.v. bouwstenen Wordt meegenomen a.d.h.v. bouwstenen het planMER van de provincie kijkt breder. Deze planMER heeft de scope van de regio. Te groot detailniveau voor het planMER Dit wordt vediept in de verschillende alternatieven Dit wordt niet meegenomen in de tekst van de NRD. Participatie is wel belangrijk in het proces van de planMER. op hoofdlijnen en a.d.h.v. bouwstenen Doen we bij de beoordeling in alternatieven Doen we bij de beoordeling in alternatieven a.d.h.v. bouwstenen Te groot detailniveau voor het planMER

Betere integrale afweging Goede, objectieve scenario’s uitwerken voor natuur/landschap

x

Variant meenemen bovenregionaal / bijv Gelderse variant Aandacht voor landschapsbeheer binnen parken Energie opbrengst in balans met natuur/ landschap/ leefomgeving

nee nee ja

Aandacht voor participatie Kernkwaliteit van waardevolle landschappen behouden (nationale landschappen + nieuwe streekgidsen) Bij alternatieven de mogelijkheden vanuit landschap gebruiken (qua inpassing) Slimme integratie van duurzame opwek organiseren (landschappelijke inbedding) Mooi landschap = subjectief; probeer objectieve waarden toe te voegen, bijvoorbeeld vanuit historische ontwikkeling van het landschap? Landgoederen: kennen landschappelijk historisch gebruik, denk aan nieuwe invulling?

nee ja ja ja ja nee

Aandacht voor Stiltegebieden Windturbine is qua omvang industrieel, dus ook in ‘industrie-landschap’ inpassen, bijvoorbeeld op bedrijfsterreinen Alternatief om gemeentelijk wind op zee te ontwikkelen binnen een windcoöperatie variant

ja ja nee

Leefomgeving Natuur is belangrijker dan uitzicht, tenzij gezondheidseffecten optreden

Veiligheid en gezondheid moeten plek krijgen

nee

x

ja

Variant binnen planMER langs snelwegen (meer ruimte vanuit externe veiligheid)

ja

Rekening houden met verworven draagvlak bij initiatiefnemer

nee

Hoe geef je molenaarswoningen een plek? Zorg ook voor bovenlokale en bovenregionale afweging

nee ja

Juridisch gezien krijgen wintergansrustgebieden en bijvoorbeeld ook weidevogelgebieden een plek in het planMER als belemmerende factoren. Het kan zijn dat stiltegebieden hier breder wordt geinterpreteerd, in dat geval kunnen ze specifieker worden bezien in het natuur-alternatief Komt terug in alternatief landschap, a.d.h.v. bouwstenen Wind op zee is geen onderdeel van deze planMER Via alternatieven worden zowel natuur als leefomgeving meegenomen. Een onderlinge afweging heeft geen plaats in het planMER Dit is mogelijk via het alternatief leefomgeving, waarbij detailniveau aansluit bij planMER-niveau. Dit is mogelijk om mee te nemen in de alternatieven landschap en leefomgeving. het planMER gaat over objectieve milieueffecten. Verworven draagvlak is geen objectief milieueffect Dit is een vraagstuk dat later per project bekeken zou moeten worden. In het planMER kijken we naar ojectieve milieeffecten. Dit vraagstuk valt daar niet onder. overleg en afstemming met provincie vindt plaats

Breng prioritering aan in gebieden; volgorde van ontwikkeling in tijd

nee

Aandacht voor verhouding tussen baten / lasten voor de populatie

nee

Gezondheidseffecten van omwonenden meenemen

ja/nee

Mogelijkheden voor omgeving om mee te participeren, ook met name voor lage Sociaaleconomische Positie (SEP) doelgroepen

nee

Maatschappelijke winst zichtbaar maken

nee

Participatieproces met inwoners zorgvuldig vormgeven

nee

Het planMER brengt de mogelijkheden van energie-ontwikkelingen vanuitmilieu-oogpunt in beeld. Een prioritering en afweging kan achteraf plaatsvinden in de discussie over RES 2.0 Dit valt buiten de scope van het planMER en hoort thuis in de afwegingen in de RES 2.0 Gezondheidseffecten kunnen een plek krijgen in het alternatief 'leefomgeving'. Dit wordt niet meegenomen in de tekst van de NRD. Participatie is wel belangrijk in het proces van de planMER. Maatschappelijke winst kent een te hoog detailniveau voor planMER. het planMER gaat over milieueffecten geen praktische invulling van vraagstukken Dit wordt niet meegenomen in de tekst van de NRD. Participatie is wel belangrijk in het proces van de planMER.

Nadenken over hoe je maatschappelijk draagvlak ‘meetbaar’ kunt maken

nee

Nadenken over hoe maatschappelijk draagvlak meetbaar kan worden is te praktisch voor een planMER. het planMER gaat over milieueffecten geen praktische invulling van vraagstukken

Minimaliseren van negatieve impact + dit ook meetbaar maken/aantonen

nee

Bereidheid tot meer directieve ‘tracé besluiten’

nee

We kijken naar wat de impact is van bepaalde milieueffecten. Hoe deze meetbaar maken is een vraagstuk buiten het planMER Dat is keuze voor bestuurders. het planMER bekijkt feitelijke milieueffecten.

Bereidheid tot herijken van kaders Aandacht voor aspect geluid Bij windturbines: hoe groter de afstand tot woningen, hoe beter (liever geen minimale afstanden)

nee ja ja

het planMER is een onderzoek naar feitelijke milieueffecten. Keuzes rondom mogelijk herijken van kaders is een bestuurlijke keuze. Geluid is een van de milieuaspecten waarop wordt getoetst. Dit wordt meegenomen in alternatief leefomgeving

Betreft een vraag ja

Ons vertrekpunt is de het bod van 1,62 TWh uit de RES 1.0. het planMER moet ons inzicht geven in op welke wijze we dit bod op verschillende manier ingevuld zou kunnen worden in de regio, al dan niet meer dan huidige bod. Uiteindelijk is dit een keuze aan de bestuurders of ze het RES bod 1.0 (tenminste 1,62 TWh ook opnemen in RES 2.0 Dit wordt meegenomen in het alternatief energiesysteem

Energie opbrengst Wordt er een marge gehanteerd in resultaat van het bod?

Verhouding zon-wind moet anders (onmaatschappelijk)

x

Flex & opslag moet een plek krijgen voor 2030

nee

Het planMER brengt de mogelijkheden van energie-ontwikkelingen vanuitmilieu-oogpunt in beeld. Een keuze voor de ontwikkeling van flex & opslag kan achteraf plaatsvinden in de discussie over RES 2.0

Wordt er gekeken naar realisme van zon op dak vanuit RES 1.0

Betreft een vraag

Varianten moeten in planMER wel realistisch blijven Bevorderen van cable-pooling

ja ja

We vergelijken in het planMER een bandbreedte aan windturbines. Zo krijgen we inzicht in de (on)mogelijkheden van zowel operationele (kleinere) windmolens en in de mogelijkheid van innovatieve (grotere) windmolens. Dit nemen we mee in het alternatief energiesysteem Zon op dak is een gegeven zonder milieueffect. Daarom wordt dit niet meegenomen in het planMER Het planMER toetst op milieu-aspecten. In die zin zijn alle alternatieven realistisch. De afweging met andere aspecten, zoals economische, draagvlak, energie-inpasbaarheid vindt buiten het planMER, maar binnen de RES 2.0 plaats. Dit nemen we mee in het alternatief energiesysteem

Financiële haalbaarheid

nee

Dit is interessant bij een lokale ontwikkeling. Financiele haalbaarheid is geen milieueffect en wordt niet meegenomen in het planMER

< 220 tiphoogte alleen daar waar planologisch niet mogelijk is Koppeling vraag & aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar

x

ja/nee ja

Bij ontwikkeling altijd samen/coöperatief

Nee

Actuele informatie gebruiken, geen verkeerde uitgangspunten hanteren

Ja

We vergelijken in het planMER een bandbreedte aan windturbines. Zo krijgen we inzicht in de (on)mogelijkheden van zowel operationele (kleinere) windmolens en in de mogelijkheid van innovatieve (grotere) windmolens. het planMER betreft geen businesscase. Het doorrekeningen of expertise vragen hierover is geen milieueffect en wordt niet meegenomen in het planMER Het planMER toetst op milieu-aspecten. In die zin zijn alle alternatieven realistisch. De afweging met andere aspecten, zoals economische, draagvlak, energie-inpasbaarheid vindt buiten het planMER, maar binnen de RES 2.0 plaats. Dit wordt meegenomen in het alternatief energiesysteem vraag en aanbod bij elkaar brengen wordt meegenomen in het alternatief energiesysteem Dit betreft een lokale uitwerking. Van deze afweging is nog geen sprake in het planMER. Daar kijken we wat de milieeffecten zijn van een windmolen in het landschap. Onduidelijk op welke nieuwe technieken wordt gedoeld. Hier ontvangen we graag een verduidelijking op via de mail. Onduidelijk op welke innovaties wordt gedoeld. Hier ontvangen we graag een verduidelijking op via de mail. Dit betreft een lokale uitwerking. Van deze afweging is nog geen sprake in het planMER. Daar kijken we wat de milieeffecten zijn van een windmolen in het landschap. De informatie die wordt gebruikt zijn de uitgangspunten voorgeschreven door de commissie m.e.r.

Daarnaast helpt adviesbureau witteveen + bos ons als experts op actuele ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld het nevele arrest

Zon en wind zijn niet complementair voor het netwerk

Ja

Cable pooling wordt meegenomen in het alternatief energiesysteem

Hoe realistisch zijn kleine windturbines? (< 220 tiphoogte)

Betreft een vraag

Organiseer financiële expertise over Business cases

nee

Geen irreële scenario’s Verhouding zon-wind goed bandbreedtes in beeld houden, realistische scenario’s (dat wil niet perse zeggen 50-50 verhouding!)

ja ja

Realiseer energie=parken/hubs

ja

Als een windturbine in het landschap past, kies dan voor de meest rendabele uitvoering

nee

Maak zorgvuldige keuzes binnen nieuwste technieken (minder-maar groter; of meer-maar kleiner) Denk aan innovaties die er aan komen, ook in relatie tot besluitvorming over lange termijn keuzes

Instructie bij dit document Tijdens de omgevingsdialogen is er stil gestaan bij verschillende thema's binnen de planMER. In onderstaande tabel is de input - post its - verwerkt. Per onderwerp is in de achterliggende kolommen aangegeven of het wordt meegenomen in de tekst van de NRD en waarom/hoe. Dit wordt in de tabel duidelijk gemaakt met:

Hoek van speelveld Natuur

Opgehaalde input Positief sturende criteria

Verduidelijking/verdere uitwerking

Meegenomen in tekst NRD (Ja/Nee)

Onderbouwing

Nee

Niet expliciet meegenomen als criterium in de tekst van de NRD. Koppelkansen zoals hier benoemd zijn genoteerd voor uitwerking in RES 2.0

Toelichting / Opmerking

*Natuur onder zonnepark = diversiteit *rekenhouden met waterkwaliteit (uitstroom van land) * Zonneparken kunnen gecombineerd worden met korte vegetatie natuur * "Buiten natuur" landschap/natuur versterkende elementen lange termijn * Energietransitie als een kans om te investeren in natuur * Natuur altijd meenemen. Waar ecologie mogelijk, meenemen in plannen *Grenzend aan natuurnetwerk. Zon of wind (tijdelijk) met garantie dat het na 15 jaar uitbereiding van netwerk wordt *Natuur inclusief ontwerpen om bestaande groene elementen met elkaar te verbinden

Natuur inclusief ontwerpen: T.a.v. maatregelen zou het algemene criterium niet moeten zijn: de mate waarin maatregelen mogelijk zijn Door Klimaat doelen te halen gaat de stikstof depositie omlaag Duurzame opwek is altijd goed voor natuur Wordt locatie specifiek onderzocht Inkomsten uit energie kunnen boeren helpen de transitie naar biologisch te maken Koppelen opbrengst aan natuur inkomsten bieden grondeigenaren om (meer) natuur te ontwikkelen ontwikkeling Afromen van opbrengst energie voor investeren in natuurgebieden Wegblijven bij vogel/vleermuisrijke gebieden Niet in GNN weidevogelgebieden Clustering van duurzame energie Door bij wind- en zonontwikkelingen binnen GO natuur voorop te stellen kan hier winst worden behaald Natuur in de uiterwaarden niet gebruiken

Energietransitie als een kans om te investeren in natuur

Algemene opmerking, geen criteria Algemene opmerking, geen criteria Algemene opmerking, geen criteria

Nee

Niet expliciet meegenomen als criterium in de tekst van de NRD. Koppelkansen zoals hier benoemd zijn genoteerd voor uitwerking in RES 2.0

Ja

In alternatief natuur meegenomen (op basis van openbaar beschikbare data).

Geen windmolens in vogelrijke gebieden

ja

Weidevogelgebieden worden als hard criterium meegenomen

zon en wind op één perceel

ja

Weidevogelgebieden worden als hard criterium meegenomen

Algemene opmerking, geen criteria Ja/nee

Voor zover dit onderdeel is van GNN/N2000 geldt wel dat dit is meegenomen als criterium

Ja/nee

Impliciet meegenomen door zonnevelden buiten natuurgebieden mee te wegen We onderzoeken multifunctionele zonneveld in het planMER, ofwel zonnevelden gecombineerd met een andere functie.

Negatief sturende criteria

Zonnevelden verhogen kans op natuurbranden monofunctionele zonneparken Species homo erectus

Ja Algemene opmerking, geen criteria

In verstedelijkte gebied is geen extra natuur compensatie nodig. Energie opwek is belangrijk Slijtage windwieken, fijnstof, microplastic, zeer zorgwerkende stoffen, Bisfenol Met 25 jaar vergunnen zonnepark werkt slecht voor blijvende natuur Teveel compensatie natuur bij zonnevelden ten kosten van landbouwgrond Landschap

Nee

Past niet binnen detailniveau van planMER op regionale schaal.

Nee

Dit is een te groot detailniveau om mee te nemen in het planMER

Nee

Deze uitgangspunten zijn vanuit de provincie geformuleerd

Algemene opmerking, geen criteria

Positief sturende criteria

Opbrengst investeren in landschap versterking Dit betekent dat windmolens ook een soort garantie bieden dat het landschap verder vrij blijft van bebouwing,

Windmolens = bebouwing voorkomen Versterk alleen lijnen die je in Onderzoek: let ook op verhouding mast <-> wieken. Hoogte beperking landschap wil benadrukken (W) leidt soms tot schevere verhouding en ziet er raar uit

Trots! Educatie landschappen langs snelwegen en naastgelegen bedrijventerreinen lenen zich voor grootschalige opwek

Infrastructuur koppelen Clusteren, geen confetti (WZ) Let op bij bestaande kernkwaliteiten Verstoppen (z)

Zon/wind anders inpassen

Niet expliciet meegenomen als criterium in de tekst van de NRD. Koppelkansen zijn genoteerd voor uitwerking in RES 2.0

Ja/nee

Niet expliciet benoemd, maar vanuit uitgangspunten een neveneffect

Ja

In het planMER wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke analyses

wellicht combinatie te maken met landschapsopleiding van de Nee hogeschool/scholen

Niet expliciet meegenomen als criterium in de tekst van de NRD. Koppelkansen zijn genoteerd voor uitwerking in RES 2.0

Ja

In het planMER wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke analyses

een rij bomen is ook infrastructuur Hoogspanning Provinciale wegen aansluiten bij bestaande structuren

Ja

zon: schaal landschap bepaald of je gaat clusteren

Ja

In het planMER wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke analyses Door solitaire windturbines uit te sluiten en landschappelijke structuren te volgen (vanuit landschappelijke analyse)

Afhankelijk van landschap + mening omgeving Maak het niet zichtbaar. Zon: kan landschap eigenschappen versterken Wind: kan bij industrieel landschap versterken

Ja/Nee Ja Ja Ja

In het planMER wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke analyses In het planMER wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke analyses In het planMER wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke analyses In het planMER wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke analyses

Ja

In het planMER wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke analyses

Koppelkansen, versterking landschap en recreatie etc.

Nee

Niet expliciet meegenomen als criterium in de tekst van de NRD. Koppelkansen zijn genoteerd voor uitwerking in RES 2.0

Schaal van zon en wind is landschappelijk totaal anders; kan wind überhaupt landschappelijk ingepast worden. Wel op micro niveau, maar niet op meso en macro schaal.

Ja

In het planMER wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke analyses

Niets doen (WZ) Rekening houden met huidige + toekomstige functie van het gebied Landschap is hierin leidend Maak van een wind of zon project een plek die je wilt bezoeken neutraal sturende criteria

Nee

Kies landschapstype dat goed bereikbaar is (vanuit brandweer) Landschap niet meenemen voor wind, want is landschapstype overstijgend Niet uniform in de regio

Ja/nee

Niet expliciet meegenomen als criterium in de tekst van de NRD. Dit is afhankelijk van landschappelijke structuur en elementen op de locatie.

Nee

Er wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke analyse, dit geldt als toetsingskader.

Ja

Er wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke analyses, dit betekent dat er verschillende landschapstypen in de regio zijn, waarmee uniformiteit niet een vereiste is.

Nee

Er wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke analyses. Hieruit kan volgen dat open gebied geschikt is voor wind.

Negatief sturende criteria

open gebied open houden (w) wind is niet inpasbaar. Staat boven landschap en verpletterd die wind is landschap overstijgend Niet aansluiten bij structuren (haaks) Door veranderd landschap, mogelijk minder recreanten Verrommeling van het afbreuk beleving historisch landschap landschap (wz) afbreuk beleving natuurlandschap (wildernis) te subjectief = geen criterium Leefomgeving

Landschap in zijn algemeenheid te subjectief, hoe beoordeel je dit? Herleidbaar maken

Staat haaks op regel 40.

Algemene opmerking, geen criteria Ja Algemene opmerking, geen criteria

In het planMER wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke analyses, o.a. uit het RES 1.0 traject

Ja

Door toepassing te geven aan de landschappelijke analyses zal in het alternatief landschap zoveel mogelijk rekening gehouden worden met het landschap

Nee

In het planMER wordt niet gekeken naar de subjectieve beleving van landschap, maar aangesloten bij bestaande landschappelijke analyses, o.a. uit het RES 1.0 traject

Ja

Meegenomen in het alternatief Landschap

Nee

Niet expliciet meegenomen als criterium in de tekst van de NRD. Koppelkansen zoals hier omschreven zijn genoteerd voor uitwerking in RES 2.0

Positief sturende criteria

langs infra bundelen multifunctioneel zonnepark boven parkeerterreinen (verkoeling) recreatief toeristische energie parken met educatie zonneparken als kunst Verplichting creëren van buurtcentra maatschappelijke meerwaarde - wandelroute maak van een zonne/windpark uitkijktoren een plek die je wil bezoeken Gewenste behoeften op locatie integreren voor bewoners Omgevingsfonds t.b.v. lokaal doelnemen energie armoede tegengaan lokale opbrengst trots! Lokaal eigendom Gebiedsparticipatie vanaf beginfase Koppelkansen benutten

Participatief ontwerp Ontwikkelen daar waar energiecooperaties actief zijn Gemeente eigenaar windmolens

Informatie tijd en kwalitatief goed aan inwoners coöperatie = kennis vergroten coöperatie = betrokkenheid

Goed nadenken over locaties voor gezondheid & veiligheid Ontwikkeling van techniek van zon en wind (stiller, beter, e.d.) socialisering van grondvergoeding Verplichting zonnepanelen op blokken doezen distributiecentra Eerst op de daken dan op de gronden geen zonnevelden op goede landbouwgrond Afstandsnormen rond dorpskernen

Als lokaal eigendom is verwerkt in lokaal beleid = meetbaar? Nee Nee Nee Nee

Ja

Niet expliciet meegenomen als criterium in de tekst van de NRD. Lokaal Eigendom staat genoteerd voor uitwerking in RES 2.0 Dit is onderdeel van de verdere uitwerking van concrete plannen binnen de zoekgebieden die in de RES 2.0 worden aangewezen. Niet expliciet meegenomen als criterium in de tekst van de NRD. Koppelkansen zoals hier omschreven zijn genoteerd voor uitwerking in RES 2.0 Dit is een te groot detailniveau om mee te nemen in het planMER In het alternatief leefomgeving houden we optimaal rekening gehouden met de leefomgeving, waaronder gezondheid en veiligheid (o.a. door zo groot mogelijke afstand te houden tot kwetsbare objecten.

Nee

Niet expliciet meegenomen als criterium in de tekst van de NRD. Technische ontwikkelingen zoals hier omschreven zijn genoteerd voor uitwerking in RES 2.0 Niet expliciet meegenomen als criterium in de tekst van de NRD. Koppelkansen zoals hier omschreven zijn genoteerd voor uitwerking in RES 2.0 . In het bod voor de RES 1.0 is een onderbouwing opgenomen van zon op dak. Het uitgangspunt is invulling aan de resterende opgave voor zon en wind op land.

Nee

Besloten is om uit te gaan van geluidscontouren om de alternatieven zo breed mogelijk te onderzoeken. In de verdere uitwerking van projecten kan gekozen worden voor strengere normen, ook i.r.t. het onderzoek dat loopt naar landelijke normen voor windturbines.

Nee Nee

windmolens op bedrijventerrein Rekening houden met huidige + toekomstige functie van het gebied Onttrekking windmolens van waar het meeste waait landschap Lager dan de hoogste boom

Ja

In het alternatief leefomgeving worden de plekken waar mensen verblijven beschermd. Dit houdt ook bedrijventerreinen. Voor overige alternatieven geldt dat wind op bedrijventerreinen niet is uitgesloten.

Nee

Indien autonome ontwikkelingen bekend zijn, zijn deze meegenomen in de NRD. In de toekomst kan hier verandering in op treden. Dit is onderdeel van monitoring voor RES 2.0. In het planMER kijken we naar de vanuit milieuoogpunt meest geschikte gebieden, de meeste wind en hoogste boom zijn geen expliciet milieueffect.

Ja

Hierbij geldt wel dat er restricties gelden t.a.v. bepaalde natuurgebieden (o.b.v. wet- en regelgeving). Daarnaast zet de regio in op vergunbaarheid voor 1 januari 2025. Hier wordt in de RES 2.0 rekening mee gehouden.

Ja

Er wordt rekening gehouden met risicocontouren

Nee

Niet expliciet meegenomen als criterium in de tekst van de NRD. Koppelkansen rondom participatie zijn genoteerd voor uitwerking in RES 2.0

Ja Ja

In het alternatief leefomgeving is er geprobeerd de effecten op voorhand zoveel mogelijk te beperken. In de andere alternatieven worden de effecten eveneens beoordeeld. Dit wordt meegenomen in het alternatief landschap

Ja

Negatief sturende criteria

Windmolens moeten ook kunnen in natuurgebieden Risico contouren bedrijven (seveso) Geen inspraak, invloed, inkomsten, zeggenschap op ontwikkeling

dichtbij mensen lawaai/geluid slagschaduw (slagschaduw is heel eenvoudig weg te nemen dus zou een zacht criterium kunnen zijn) uitzicht nog meer ruimtelijke drukte

Opeenstapeling van hinder Verstoringsbeleving Positief sturende criteria Energiesysteem Hieronder criteria voor een gewenst energiesysteem (los van de andere rijen).

Verduidelijking/verdere uitwerking

Toelichting / Opmerking

zon op dak ( grote daken zoals agrarische daken met beperkte netcapaciteit in buitengebied) combineren met windturbines

hierdoor wordt ook mogelijk meer grote daken te benutten voor zon op dak mogelijk (ruimtelijke kwaliteit) Ja

met zo min mogelijk pieken op het net - met een optimale balans van opwek/aanbod en vraag/gebruik ook in de Zon en windenergie op dezelfde zon op dak ( grote daken zoals agrarische daken met beperkte tijd (continue balans) aansluiting netcapaciteit in buitengebied) combineren met kleinere molens met zo min mogelijk extra kabels / minder uitbreidingsnoodzaak van het net

Grootschalig zon op dak combineren met verhogen energievraag

zon op dak ( grote daken zoals agrarische daken met beperkte netcapaciteit in buitengebied) combineren met energievraag/ gebruik verhogen

hierdoor wordt ook mogelijk meer grote daken te benutten voor zon op dak mogelijk (ruimtelijke kwaliteit) Nee Voorbeelden van verhogen die genoemd zijn: tractie op elektriciteit, nieuwe bedrijfsactiviteit/machines en woningen Nee

Hier wordt rekening mee gehouden in alternatief Energiesysteem.

Opgave voor planMER gaat uit van wind en zon op land. Uiteraard is dit wel een aandachtspunt voor uitwerking concrete projecten

Uitgangspunt is om bestaande vraag zoveel mogelijk mee te nemen in het alternatief. Verhoogde energievraag simuleren past hier niet in.

Extra voordeel van power to heat: in de winter is er meer windenergie

met zo min mogelijk centraal netsysteem nodig

Power to heat. Windturbines nabij warmtevraag - warmtenetten (warmte en in de winter is er ook meer behoefte aan warmte levering voor warmtenetten)

met continue energievoorziening/levering

Windturbines combineren met hydropower - nabij plaatsen geschikt voor gebruiken om water omhoog te pompen hydropower

Bijvoorbeeld windenergie

Windturbines combineren met waterstof conversie en Windturbines combineren met waterstof/gasleidingen - nabij ruimte voor conversie elektriciteit naar nabij energievraag waar energie niet verloren/gaat! waterstof en nabij H2-netwerk/gasleidingen

Vraagstuk: als ik opwek wil combineren met energievraag, hoe krijg ik dan (als overheid/initiatiefnemer zicht op waar de energievraag is) Nee

Het planMER onderzoekt enkel de windmolens die primair energie leveren. Het combineren van technieken valt niet in het planMER

Noord - zuid oriëntatie geeft meer pieken op het net dan oost-west. Meer balans Ja

Zonneparken/ zonnedaken met oostis- west oriëntatie dat een veilig energiesysteem ook bij calamiteiten Zonneparken-panelen in verticale dat onafhankelijk is van opstelling én verticale zonnefolies buitenlandse partijen op daken waar ik zelf aan mee kan Energie opwek clusteren met doen vraag én opslag Clusteren Lokaal opslag aanbod vraag niet afhankelijk is van 1 investeerder

Energie opwek combineren met (veilige) energie opslag

Verticale opstellingen van zonnepalen geven minder pieken op het net - meer balans

Nee

Er wordt uitgegaan van een noord-zuid oriëntatie om zo een 'worst-case'-scenario in beeld te brengen. Uitgangspunt is om bestaande vraag zoveel mogelijk mee te nemen in het alternatief. Verhoogde energievraag simuleren past hier niet in. Het planMER brengt de mogelijkheden van energie-ontwikkelingen vanuit milieuoogpunt in beeld. Een keuze voor de ontwikkeling van (veilige) opslag kan achteraf plaatsvinden in de discussie over RES 2.0

Ja

In het alternatief is rekening gehouden met afstand tot bestaande stations en nieuw aan te leggen stations.

Nee Nee

Veilig: zicht op accu's nodig (registratie)

Opwek locaties voor wind /zon op voor het (huidige en voorzien nieuw) energiesysteem handige plek Programmeren van energie opwek op plaatsen waar net ligt of nieuw net komt

Er wordt uitgegaan van een noord-zuid oriëntatie om zo een 'worst-case'-scenario in beeld te brengen.

Veel van de positief sturende criteria dragen bij aan meerdere criteria van het gewenst energiesysteem. Nog aanscherping nodig: wat behoort bij een energiesysteem?

Optimalisatie locaties veilig energieopslag

Verhouding wind-zon: 1: 1 opgesteld vermogen ≈ 3:1 opwek /levering Indien er keuzeruimte is voor oplossingen buiten het regionale gebied:

Negatief sturende criteria

Opwek verspreid /versnipperd

Alle energie geleverd door 1 (centrale) bron Kleinere/ lagere windmolens zijn niet rendabel als ze niet achter de meter aangesloten zijn

Meer collectieve opslag met voldoende ruimte er omheen (veiligheidscontouren/afstanden) en bereikbaar. Veilige opslag kost meer ruimte

wind op zee zonne energie uit Spanje importeren waterstof

Bij accu's grote afstanden nodig rook/giftige dampen verspreiding) Wens: stimuleren collectie energieopslagsystemen i.v.m. veiligheid Nee

Het planMER brengt de mogelijkheden van energie-ontwikkelingen vanuit milieuoogpunt in beeld. Een keuze voor de ontwikkeling van (veilige) opslag kan achteraf plaatsvinden in de discussie over RES 2.0

Wens/oproep: regie op buurt / collectieve (opslag) oplossingen

Nee

Het planMER is een onderzoek naar feitelijke milieueffecten. Keuzes rondom regie op buurt/collectieve oplossingen zijn bestuurlijke keuzes

Nee

Uitgangspunt is het regionale bod uit de RES 1.0 binnen de regiogrenzen

Verduidelijking/verdere uitwerking Versnipperde en verspreide opwek is duur voor netinpassing. Checken bij Liander of dit klopt. Ja

Als 1 bron / een aantal centrale bronnen alle energie leveren en het energiesysteem daar op ingesteld blijft is dat kwetsbaar, want het is -éénzijdig - afhankelijk (van 1 eigenaar/investeerder) - werkt innovatie tegen ja/nee Dan gaat het goed mis op andere thema's????

Algemene opmerking, geen criteria

In het alternatief is rekening gehouden met afstand tot bestaande stations en nieuw aan te leggen stations.

Wel wordt uitgegaan van opwek door wind- en zon en zit aan de RES opgave een warmtevraag gekoppeld.

Altijd 'fossiele' opwek als achtervang nodig hebben Netinfrastructuur volgend op opwek (de netbeheerder lost het op)

Algemene opmerking, geen criteria

De markt laten bepalen (geen regie nemen)

Nee

In het alternatief is rekening gehouden met afstand tot bestaande stations en nieuw aan te leggen stations.

Instructie bij dit document Tijdens de omgevingsdialogen is er stil gestaan bij verschillende thema's binnen de planMER. In onderstaande tabel zijn de reacties die na omgevingsdialoog 3 zijn toegestuurd te lezen. De volledige briefen zijn samengevoegd in bijlage 1i. Onderstaand zijn de reacties toegespitst op de concept-kernkeuzes uit de concept NRD. Niet voor alle kernkeuzes zijn reacties binnen gekomen. Dit wordt in de tabel duidelijk gemaakt met: Ja: Aangedragen input we mee in de NRD Nee: Aangedragen input nemen we niet mee in de NRD Ja/Nee: Aangedragen input wordt deels meegenomen in de NRD Soms kan het zijn dat de aangedragen onderwerpen wel belangrijk zijn, maar vanuit de inhoud bekeken geen plek in de milieurapportage kan vinden. Dan wordt deze aangegeven als ‘nee’, want de input kan niet worden meegenomen in de tekst van de NRD. Een voorbeeld is input op het onderwerp ‘participatie’. Dit is een belangrijk onderwerp in zowel de uitvoering en realisatie van grootschalige opwek, als wel in dit proces om tot een milieueffectenrapportage te komen. Vanuit inhoudelijk oogpunt is echter participatie geen milieueffect zoals je dat in de tekst meeneemt in de NRD. Daarom wordt deze aangegeven met ‘nee’.

Kernkeuze

Regionale stakeholder

Reactie

Meegenomen in tekst NRD (Ja/Nee)

Onderbouwing

Natuur en Milieu Gelderland

Dit is veel te neutraal: de doelstelling moet zijn een geslaagde energietransitie, met urgentie. Onderdeel van de centrale vraag moet worden: 1,62 TWh moet als absolute minimum gezien worden, het strevenmoetzijn om hier bovenuit te komen, als reserve i.v.m.projecten die niet doorgaanen ook als voorschot op de noodzaak voor méér duurzame energie-opwekking

Ja

Het is heel belangrijk dat er aanzienlijk meer ruimte wordt gevonden voor wind -want de huidige verhouding leidt tot een zeer inefficiënt energiesysteem, waarbij het bovendien de vraag is of de berekende hoeveelheid TWh ook daadwerkelijk op het net kan worden gebracht. Zie ook een motie van PS om de verhouding te verbeteren

Ja

In de centrale vraagstelling leggen de onderzoeksvraag voor om 'tenminste' invulling te geven aan de RES 1.0 ambitie van 1,62 TWh duurzame elektriciteitsopwek. Let wel: de opmerking heeft betrekking op het beleid in de regio, het PlanMER is enkel een onderzoek dat kijkt naar objectieve milieueffecten. Er worden geen beleidsuitspraken gedaan. De disbalans tussen zon- en windprojecten is een van de aanleidingen voor het milieueffectonderzoek. Het komt daarom terug in paragraaf 1.1 van de NRD.

Centrale vraag voor het planMER

Wij blijven grote moeite hebben met de benadering van het onderzoek, met de RES 1.0 als 0-variant en dan de 4 thematische alternatieven. Ten eerste: waarom déze vier ja/nee hoeken van het speelveld? Waarom dan niet kijken naar de opgaven in de regio voor verstedelijking (nieuwe woonwijken,bedrijventerreinenen infra, uitloopgebieden), klimaatadaptatie, denatuur (niet zoals die nu is, maar inclusief de overgangszones voor stikstof en KRW), delandbouwtransitie...?Sommige van deze opgaven zijn waarschijnlijk van méér invloed op de locaties voor de energietransitie, dan ‘landschap’ -en voorzover ‘landschap’ dat wél is, wordt dat ongetwijfeld een factor in de toekomstigeregionale plannen De planMER moet vooral probleem-oplossend zijn-belemmeringen benoemen en opties benoemen omze op te lossen-dit mede in een afwegingtegen de kansen, de potentiële opbrengst voor milieu en maatschappij.Essentieel is daarbij het onderdeel ‘geschikt maken’van locatiesmet belemmeringen, bijv. zoals we die in onze brief benoemd hebben voor molenaarswoningen en externe veiligheid.

Ja

ja/nee Wij zouden eigenlijk ook een alternatief willen: het maximale uit het gebied halen, en dan terugrekenen naarlaten we zeggen: 2x het huidige bod. De doelstellingen zijn internationaal en ook nationaal aangescherpt, maar dat laatste is nog niet vertaald. In feite kun je de laatste optie zien als een variant waarbij je al beter kijkt naar de totale impact op de regio, en probeert te voorkomen dat latere planvorming tégen de huidige planvorming ingaat (damage control).

Een flink aantal onderwerpen die worden genoemd vinden hun plek in het onderzoek naar milieueffecten op een van de vier thema's: leefomgeving, natuur, landschap en energiesysteem. Tegelijkertijd is het PlanMER een objectief onderzoek naar milieueffecten. De integrale afweging tussen energieopgaven enerzijds en andere opgaven zoals verstedelijking en de landbouwtransitie zal plaats moeten vinden in het daaropvolgende RES 2.0 proces. Dergelijke beleidsafwegingen opnemen in een PlanMER leidt tot oneigenlijk gebruik van dit onderzoeskinstrument. In een onderzoek naar milieubelemmeringen is het lastig om terminologie over belemmeringen en beperkingen uit de weg te gaan. Tegelijkertijd dienen de onderzoeken in het PlanMER juist om de mogelijkheden in beeld te krijgen. In de alternatieven worden verschillende normen voor externe veiligheid onderzoek. Daarnaast wordt gekeken hoe een aanvullende analyse op molenaarswoningen kan worden onderzocht. Er is gekozen voor een milieu-effectonderzoek dat de verschillende 'hoeken van het speelveld' verkent. Daarbij wordt niet toegewerkt naar een voorkeursvariant of integrale beleidsafwegingen. Dat vindt plaats in het RES 2.0 proces dat volgt op het PlanMER. Wel worden de verschillende thema's vertaald naar verschillende opwekpotenties.

ja/nee

De disbalans tussen zon- en windprojecten is een van de aanleidingen voor het milieueffectonderzoek. Het komt daarom terug in paragraaf 1.1 van de NRD. Daarnaast is het bod van de RES 1.0 het uitgangspunt van het PlanMER en dat berust op de ambitie om 1,62 TWh duurzaam op te wekken binnen de regio in 2030. Maar de PlanMER onderzoeken stoppen niet bij een bepaald opwekvermogen in de regio. We brengen puur de milieueffecten in beeld. Het kan dus goed zijn dat de opwekpotentie van de regio boven de ambitie van de RES 1.0 uitkomt. Het onderzoek staat wat dat betreft los van de gemaakte afspraken en is bovendien geen beleidsdocument waar beleidsafspraken uit zijn af te leiden.

Akkoord, wel willen we opmerken dat als in een aanzienlijk groot gebied 3,6 tot 7 MW-turbines vanwege wettelijke regelgeving niet inpasbaar zijn, soms windturbines met Ja bijvoorbeeld een tiphoogte van 150 meter wél inpasbaar kunnen zijn. We pleiten er al langere tijd voor om -alléén voor deze situatie -een aparte SDE-categorie in te stellen. Akkoord, wel willen we daarbij opmerken dat het dan in de studie moet gaan om moderne turbines (3,6 tot 7 MW) die veelal groter zijn dan de al bestaande turbines. Landschappelijk is dit wellicht minder aantrekkelijk, maar het is wel de realiteit. Bij ‘oudere’ windparken (maar die zijn er nog niet in deze RES-regio) zou je meteen aan opschaling van het gehele windpark kunnen denken. Vertegenwoordigers In principe akkoord, wantwe zijn het eens met het streven naar clustering, maar er moet in onze regio plaats blijven voornieuwe solitaire windmolens en windmolens met Ja/nee energiecoöperaties in de regio Arnhem- een kleiner vermogen. Nijmegen

Het gaat hier om kleinere turbines dan de bandbreedte in het PlanMER voor windmolens wordt onderzocht. Tegelijkertijd geldt vanuit milieueffecten dat de locaties die geschikt zijn voor 3,6 of 7,0 MW turbines, waarschijnlijk óók geschikt zijn voor kleinere turbines. Zo bezien worden de mogelijkheden voor deze kleinere turbines automatisch meegenomen in het onderzoek meegenomen. De precieze inpassen op projectniveau is te gedetailleerd voor een PlanMER. Op projectniveau zal in nagenoeg alle gevallen een extra projectMER noodzakelijk zijn.

Ja/nee

Aan zonnevelden zitten nagenoeg geen milieueffecten en gelden minder belemmeringen dan voor windturbines. Ze kunnen vanuit milieu-oogpunt dus bijna overal in de regio. In het PlanMER onderzoek sluiten we aan bij de afspraken in het RES 1.0. Dat betekent dat locaties worden onderzocht waarin multifunctionaliteit centraal staat en met een vermogen vanaf 2 Megawatt (MW). Dat vertaalt zich naar minimaal 2 tot 3 ha.

Vertegenwoordigers De centrale vraag gaat er van uit dat in deze regio tegen 2030 1,62 TWh met (water en) zon en wind geproduceerd moet worden. Echter, de planMER is niet bedoeld om energiecoöperaties in de regio Arnhem- RES 1.0., met haar beperkt aantal zoekgebieden, te evalueren,maar om voeding te geven aan RES 2.0. En in RES 1.0., goedgekeurd door alle gemeenten en de Nijmegen provincie,wordt duidelijk gesteld dat RES 2.0. een stap moet zijn naar de regionale bijdrage aan de Gelderse doelstelling om in 2030 55% minder broeikas-gassen uit te stoten (pagina 9). Op pagina 25 wordt verduidelijkt dat daarmee de uitdaging is om in 2030 3,5 TWh aan productie van zon en wind te realiseren. Om RES 2.0. goed voor te bereiden is het dus belangrijk dat die hogere doelstelling van 3.5 TWh als uitgangspunt genomen wordt. Dit bindt de politieke organen niet meteen aan deze doelstelling, maar het moet het technisch mogelijk maken om wel tot die beslissing te komen. Deze hogere doelstelling onderstreept ook het urgente karakter van deze exercitie, en is een aanmoediging om vooral veel energie te steken in het aspect “geschikt maken” van gebieden waar op het eerste gezicht zachte belemmeringen zijn. Wat wij missenis een expliciete doelstelling of althans uitdaging om in onze regio naar een balans tussen wind-en zonvermogen te werken. Die moet, qua vermogen, rond de 50%-50% zijn.

In de RES 1.0 is deze verhouding 11% -89% (pag. 27). Dat betekent ook dat in de route van 1,62TWh naar 3,5 TWh het extra vermogen grotendeels van meer windmolens moet komen. Wij roepen de RES-organisatie op om deze 50%-50% doelstelling in de NRD op te nemen.

Keuze II: Definitie windparken

Keuze III: Definitie zonneparken

Natuur en Milieu Gelderland

Vertegenwoordigers 3 ha. is een onnodig hoge benedengrens. Kleinere zonnevelden kunnen prima onderdeel vormen van een energiepark gecombineerd met windmolens, en ze kunnen ook energiecoöperaties in de regio Arnhem- op zichzelf nuttig zijn. Denk ook aan drijvende zonnevelden. De noodzaak van clustering speelt hier minder dan met windmolens omdat de horizonvervuiling en hinder Nijmegen voor de gezondheid voor omwonenden niet of minder speelt.

Het PlanMER onderzoekt geen solitaire windmolens. Voor kleinere windturbines geldt vanuit milieueffecten dat de locaties die geschikt zijn voor 3,6 of 7,0 MW turbines, waarschijnlijk óók geschikt zijn voor kleinere turbines.

Keuze VII - Alternatieven

Natuur en Milieu Gelderland

Nee Zie boven en onze brief: wij vinden deze aanpak niet zinvol. Het is bekend dat deze elementen moeten worden bekeken maar niet alsof ze alle vier even belangrijk of vergelijkbaar zijn. Met name landschap is een zwak criterium. Er zijn meer hoeken die belangrijk zijn: de bijdrage aan aanpak klimaatproblematiek, natuurontwikkeling, de ontwikkeling van een groene economie, koppelkansen met regionale ontwikkeling etc. Oplossingen zoals gecombineerde wind-en zonneparken etc.Wij willen naast de bestaande keuzes in RES 1.0 (de nul-variant) tenminste een variant uitgewerkt zien die wij de “regionaal optimale variant” noemen op basis van een geïntegreerdebeoordeling.

De opmerking is een zeer begrijpelijke, maar is onderdeel van het RES 2.0 proces dat volgt op het PlanMER onderzoek. In het PlanMER worden de 'hoeken van het speelveld' onderzocht op het gebied van milieu-effecten. Er worden geen (beleids)uitspraken gedaan over welk domein belangrijker is dan het ander.

Nee Vertegenwoordigers Wij hebben onze twijfels over de benadering met vier invalshoeken (“hoeken van het speelveld”) als gelijke elementen in het creëren van een kaart met geschikte energiecoöperaties in de regio Arnhem- gebieden. Deze benadering mist de dimensie van koppelkansen en anderemogelijke voordelenvan wind-en zonprojecten. In een brief geschreven samen met Nijmegen Natuurmonumenten en LTO Zuid en LTO Noord van 25 juli pleiten wij voor een andere benadering, namelijk om tegenover het nul-scenario uit RES 1.0. een regionaal optimale variant te produceren. Op die manier wordt niet passief geregistreerd wat belemmeringen zijn, maar actief gewerkt aan een perspectief dat aan de 3,5 TWh ambitie bijdraagt.Wat betreft de vier gekozen invalshoekenzijn ervoor natuur en leefomgeving enkele harde belemmeringen, naast zachte belemmeringen waar iets aan te doen valt. Landschap is daarentegen een subjectieve invalshoek, die meer thuishoort in het politieke besluitvormingsproces nadat de planMER is geproduceerd.

Als de keuze blijft voor deze vier alternatieven,stellen we voorom onder leefomgeving ook naar positieve koppelkansen te kijken voor de omwonenden, zoals lokaal eigendom, nieuwe bedrijvigheid, vergroening van de lokale economie.Hier kunnen ook de kansen aan bod komen om geplande of waarschijnlijke nieuwe infrastructuur (woonwijken, bedrijventerreinen, wegen...) te combineren met duurzame energieopwekking.We verwijzen ook naar de pilot planMER van de Metropoolregio Eindhoven als voorbeeld van een bredere benadering.

De opmerking is een zeer begrijpelijke, maar is onderdeel van het RES 2.0 proces dat volgt op het PlanMER onderzoek. In het PlanMER worden de 'hoeken van het speelveld' onderzocht op het gebied van milieu-effecten. Er worden geen (beleids)uitspraken gedaan over welk domein belangrijker is dan het ander. Ook gaan zaken als lokaal eigendom, meekoppelkansen en vergroening van de economie breder dan milieu-effecten. Zeer relevant in het RES 2.0 proces, maar nog niet in het PlanMER.

Nee

Vanuit de balans tussen zorgvuldigheid en snelheid die in de regio centraal staat, is gekozen voor een intensief traject met regionale belanghebbenden. Zij representeren hun achterban. Op deze wijze is de omgeving betrokken bij de inhoud van de NRD. De NRD zelf wordt opgesteld door een extern onderzoeksbureau.

Nee

Deze zaken kunnen zeer relevant zijn in het RES 2.0 proces, maar vallen buiten de scope van milieu-effecten. Het PlanMER is een objectief onderzoek naar milieueffecten als gevolg van energieprojecten.

Ja

In het alternatief 'Leefomgeving' worden striktere normen gehanteerd dan de normen in de Activiteitenregeling en het Activiteitenbesluit. Dit leidt tot inzicht in de mogelijkheden voor energieprojecten in de regio, wanneer een ruimere afstand tot woningen wordt aangehouden. Dit heeft betrekking op het in beeld brengen van de verschillende 'hoeken van het speelveld'. Dit wordt gedaan door de mogelijkheden van energieprojecten te onderzoeken via vier verschillende alternatief, namelijk Leefomgeving, Natuur, Landschap en Energiesysteem. Een betere verhouding tussen wind- en zonprojecten in de regio is een van de aanleidingen voor het milieueffectonderzoek. Dit op basis van de netinpassing op het energiesysteem.

Overige reacties

Nederlandse Vereniging Omwonenden Laat de omgeving letterlijk meeschrijven aan het NRD, niet alleen een omzetafhankelijk lid van de NWEA, met verder alle respect voor personen van Witteveen&Bos Windturbines Stel de Gedragscode Wind op Land verplicht in gemeentelijke Afwegingskaders, ook voor buitenlandse ontwikkelaars, en voeg daar naast de goede proces- en financiële participatiemogelijkheden eerst een verplichte, betere compensatieregeling dan planschade aan toe. Het draagvlak van nabij wonenden wordt met name hierdoor gehinderd met effecten op leefbaarheid en vastgoedwaarde. Neem daarom een planalternatief op om een grote afstand tot elke woning aan te houden (alle Bundes Laender >1000m)

Neem als te kwantificeren en te minimaliseren effecten ook omwonenden, landschap en leefbaarheid als object mee, meer dan nu het geval lijkt te worden. Ga niet simpel Ja uit van vergunbaarheid, maar weeg af welke alternatieven de geringste impact hebben, vanuit zorgplicht voor het milieu Ga niet in op wijzigen naar meer wind-aandeel in RES-biedingen, dat is tegen de vrijheid van keuze in technieken die de RES-biedingen nu juist bewust van onder af hebben Nee

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12036675/1