CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VII Adviesrapport Adviesfunctie

Raad 8 juni 2023, gemeente HeumenBij agendapunt: Zienswijze conceptjaarrekening 2022 en conceptbegroting 2024 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ)6.335 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Nijmegen Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen Maarten Nekeman Msc/ Thijs Kistemaker/ Mozhgan Fazel April 2023

Adviesrapport Jaarstukken 2022 & Begroting 2024 VRGZ

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ……..in één oogopslag Inleiding 1. Advies 1.1 Advies bij de jaarstukken 2022 1.2 Advies bij de begroting 2024 2. Kaders 2.1 BRN-normen 2.2 Overige kaders 3. Algemeen 4. Jaarstukken 2022 4.1 Algemeen 4.2 Controleverklaring accountant 4.3 Fiscaliteiten 4.4 Begroting 2022 en managementrapportages 4.5 Resultaatanalyse 4.6 Balanstoelichting 4.7 Voorstel bestemming resultaat 4.8 Deelnemersbijdragen 5. Gewijzigde begroting 2023 6. Begroting 2024 6.1 Algemeen 6.2 BRN-normen, BBV-normen en overige kaders 6.3 Begrotingsanalyse 6.4 Deelnemersbijdragen 6.5 Meerjarenbegroting 7. Weerstandsvermogen 7. Weerstandsvermogen 7.1 Algemene reserve 7.2 Bestemmingsreserves 7.3 Risico’s Bijlagen

1 2 3 4 4 4 5 5 7 7 8 8 8 9 9 9 12 12 13 14 16 16 16 17 18 18 19 19 19 19 20 22

1

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

……..in één oogopslag

JAARSTUKKEN 2022 (bedragen x €1.000)

Goedkeurende accountantsverklaring Rekeningresultaat: RAV: 1.010 voordelig C&R: 567 voordelig Resultaatbestemming: Toevoegen algemene reserve RAV: 1.010 Toevoegen algemene reserve C&R: 297 Toevoegen aan bestemde reserve prijsstijgingen: 270 Onttrekken reserve C&R: 303

VERMOGENSPOSITIE (bedragen x € 1.000) Algemene reserve C&R € 2.978 Norm Algemene reserve € 2.978 Bestemmingsreserves €1.904

BEGROTING 2024

- BBV proof - voldoet aan de BRN-richtlijnen.

Gemeentelijke bijdrage 2024

ADVIES - in te stemmen met de jaarstukken 2022 en het resultaatbestemmingsvoorstel - in te stemmen met de begroting 2024 - in te stemmen met de begrotingswijziging 2023 - de meerjarenraming 2025-2027 voor kennisgeving aan te nemen

DEELNEMERSBIJDRAGEN Zie bijlage van dit rapport voor verdeling bijdragen naar gemeenten Totaal deelnemersbijdrage 2022: € 42.351.736 Gewijzigde begroting 2023: € 45.620.425 Gevraagde begroting 2024: €48.760.837

2

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

Inleiding Dit adviesrapport bevat de uitkomsten van de beoordeling van de jaarstukken 2022 en de begroting 2024 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (hierna VRGZ). Hierbij hebben wij een advies geformuleerd voor de zienswijze die de VRGZ vraagt aan de deelnemende gemeenten bij de begroting 2024, en een advies bij de vaststelling van de jaarstukken 2022 en resultaatbestemming 2022. Op 24-04-2024 hebben wij onze bevindingen besproken met Rob de Haan.

Tijdschema zienswijze VRGZ heeft de jaarstukken 2022 en de begroting 2024 aan de deelnemende gemeenten op 30 maart 2023 aangeboden. Volgens de BRN-planning geven wij een advies aan de deelnemende gemeenten voor 1 mei 2023 en zullen gemeenten uiterlijk 15 juni 2023 hun zienswijze indienen. De vaststelling van deze begroting en jaarstukken door het AB is gepland op 14 september 2023.

Werkwijze Adviesfunctie Voor de beoordeling van de jaarstukken en de begroting hebben de gemeenten in de Regio Nijmegen de Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen opgericht (hierna: Adviesfunctie). Als Adviesfunctie beoordelen wij de jaarstukken en de begroting en brengen hierover advies uit aan de regiogemeenten. Bijzonderheid bij de VRGZ is dat er meer gemeenten in de gemeenschappelijke regeling deelnemen dan alleen deze regiogemeenten. Vertrekpunt bij de beoordeling zijn de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN), die de gemeenten in de Regio Nijmegen vastgesteld hebben. Hieraan toetsen wij. De index op de gemeentelijke bijdragen voor 2024 is 4,94%. Voor een uitgebreide toelichting op de indexeringssystematiek verwijzen wij naar de BRN 2024. Wij hebben de bijzonderheden die gelden voor de VRGZ verder in dit rapport toegelicht. Onze beoordeling van de jaarstukken richt zich op de financiële verantwoording en het voorstel over de bestemming van het resultaat. Op basis van de accountantscontrole gaan wij uit van de juistheid van de jaarrekeningcijfers en richten wij ons op een beoordeling van deze cijfers. Daarbij nemen wij de bevindingen in het accountantsverslag mee. Daarmee valt een inhoudelijke beoordeling van geleverde prestaties buiten de scope van onze werkzaamheden.

Onze beoordeling van de begroting richt zich allereerst op het realiteitsgehalte van de raming en de toepassing van de BRN-normen en richt zich vooral op het jaar 2024. De meerjarenraming gebruiken wij met name als basis voor de beoordeling van de vermogenspositie. Een inhoudelijke beoordeling van beleidsvoornemens valt buiten de scope van onze werkzaamheden. Zowel bij de jaarstukken als de begroting nemen wij de risico’s en de risicobeheersing in ogenschouw en beoordelen wij de vermogenspositie, en met name het verloop van de algemene reserve.

3

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

1. Advies 1.1

Advies bij de jaarstukken 2022

Wij adviseren de deelnemende gemeenten van de VRGZ om: A.

In te stemmen met de jaarstukken 2022 en het positieve resultaat van € 1.577.000.

Crisis- en rampenbestrijding (C&R) In te stemmen met de door het Dagelijks Bestuur van de VRGZ gedane bestemmingsvoorstellen van het positieve resultaat van € 567.000: B. C.

€ 297.000 toe te voegen aan de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding tot aan 5% van de baten € 270.000 toe te voegen aan nieuw te vormen bestemde reserve voor prijsstijgingen.

Regionale Ambulance Voorziening (RAV) In te stemmen met het bestemmingsvoorstel om het positief resultaat van € 1.010.000 D.

1.2

Het resultaat toe te voegen aan de (algemene) reserve aanvaardbare kosten RAV.

Advies bij de begroting 2024

Wij adviseren de deelnemende gemeenten van de VRGZ om: A.

In te stemmen met de begroting 2024

B.

In te stemmen met de begrotingswijziging 2023

C.

De meerjarenraming 2025-2027 voor kennisgeving aan te nemen

In de meerjarenraming wordt voorgesteld om vanaf 2025 per jaar €175.000 cumulatief extra aan deelnemersbijdrage te vragen ter dekking van (toekomstige) kapitaallasten van de kazernes. Hierin staan de gemeente voor twee keuzes: 1. Het bestaande huisvestingsmodel van 36 posten (1 hoofdlocatie, 4 hubs en 31 kleine posten) te bekrachtigen en daarmee in te stemmen met de extra lasten van € 175.000 cumulatief per jaar en extra deelnemersbijdrage. 2. Nieuwe (soberdere) uitgangspunten ten aanzien van het huisvestingsmodel te formuleren met als doel de stijging van de lasten te beperken. Wij adviseren op korte termijn hierover een standpunt in te nemen, zodat bij het opstellen van de kaderbrief 2025 de VRGZ hier concreet op kan terugkomen. Wij adviseren de deelnemende gemeenten om de risico’s van € 3.590.000, voor zover deze de algemene reserve van de VRGZ van € 2.978.000 overstijgen, op te nemen in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (zie toelichting in hoofdstuk 7.3). Dit naar rato van deelname.

4

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

2. Kaders 2.1

BRN-normen

De algemene normering zoals opgenomen in de BRN 2024 luidt als volgt: De BRN-indexering op de gemeentelijke bijdragen wordt bepaald op en gaat uit van: 1. Het centraal economisch plan (CEP), gepubliceerd in maart 2022. Het gaat dan om het CEP 2022 bijlage Middelen en Bestedingen 2024. 2. Uit de onder 1 genoemde bijlage wordt genomen: a. de “beloning werknemers overheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen“ als indexering voor het loondeel; b. het Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie” als indexering voor de materiële lasten. 3. Deze indexering wordt met een weging van 70% voor loon en 30% voor materieel berekend tot één BRN-index voor de gemeentelijke bijdragen. 4. Er wordt één jaar geactualiseerd, gebaseerd op de gegevens uit de MEV septemberpublicatie 2022. Het gaat dan om de bijlage Middelen en bestedingen 2023. Deze actualisatie is verwerkt in de BRN-index 2024. Berekening Publicatie CEP-maart 2021: index 2023 is 1,97 % (loon 2,0%, materieel 1,9%) Publicatie CEP-maart 2021: index 2024 is 3,48 % (loon 3,9%, materieel 2,50%) Publicatie MEV-september 2022 : index 2023 is 3,43 % (loon 2,8%, materieel 4,90%) Publicatie CEP maart 2021 Index 2023 BRN 2023 publicatie CEP- maart / MEV-september Index 2024 (CEP-maart 2022) Actueel index 2023 (MEV-sept. 2022) Meegenomen index 2023 (CEP- maart 2021) Actualisatie/correctie index 2022 BRN 2023

[1] [2] [3]

1.97% 2.70%

3,48%

[2] [3] [1] [3]-[1]

3,43% 1,97% 1,46% 4,94%

De GGD, ODRN en de VRGZ hebben een afwijkende indexering en zullen dan ook hun eigen berekening volgen . Volgens info van GGD, VRGZ en ODRN zal de voorcalculatorische index 2024 resp. 3,59% (GGD en ODRN i.v.m. weging personeel/materieel) en 3,48% voor de VRGZ zijn. De nacalculatie over 2022 (loonindex) gaat via de reserve en betreft 1,72% voor de GGD en 1,62% voor de VRGZ . De totaal index van de begroting 2024 bestaat uit voorcalculatie 2024 en de nacalculatie 2022. Totaal index begroting 2024: VRGZ: 5,1% = 3,48%+1,62%

5

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

De regelgeving met betrekking tot de indexering zoals door het AB van de VRGZ is vastgesteld: Reguliere jaarlijkse indexering van de gemeentelijke bijdrage De indexering van de gemeentelijke bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een tweetal indexen; een loonindex en een materiële index. Een voorbeeld normering: ▪ Loonindex Voor de loonindex wordt het centraal economisch plan (CEP) gepubliceerd in maart 2018 gebruikt als basis voor indexering. Het gaat dan om het CEP 2018 bijlage Middelen en Bestedingen 2020. Uit deze bijlage wordt genomen: ‘beloning werknemersoverheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen’ als indexering voor het loondeel. Er wordt eenmalig nagecalculeerd aan het einde van het begrotingsjaar. De nacalculatie is gebaseerd op de werkelijke lastenontwikkeling zoals deze volgt uit: ▪ de CAR (UWO) Veiligheidsregio’s; ▪ de pensioenpremies vanuit het ABP; ▪ de sociale premies vanuit het Rijk (loonbelasting en premies volksverzekeringen). Het verschil tussen de voorcalculatie en werkelijke ontwikkeling wordt ten gunste of ten laste van de algemene reserve gebracht, daarnaast wordt de werkelijke ontwikkeling verwerkt in de meerjarenraming. ▪ Materiële index Ook voor de materiële index wordt het centraal economisch plan (CEP), bijlage Middelen en Bestedingen 2020 gepubliceerd in maart 2018, gebruikt als basis.

Uit deze bijlage wordt ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie’ gebruikt als indexering voor de materiele lasten. ▪ Verhouding loonindex / materiële index De VRGZ houdt een verhouding van 70/30 aan.

6

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

2.2

Overige kaders

De VRGZ heeft in haar begroting 2024 ook de financiële spelregels opgenomen. Hierbij gaat zij in op de volgende onderwerpen: Begroten o P&C-cyclus o Relatie beleid-financiën o Structureel sluitende begroting o Reguliere jaarlijkse indexering van de gemeentelijke bijdrage (zie hiervoor) o Prijspeilaanpassingen o Uitzettingen o Onvoorzien (voor programma C&R: 0,35% van de begrote baten) o Verantwoording kosten bedrijfsvoering Tussentijdse begrotingswijzigingen o Wijzigingen binnen de financiële kaders o Wijzigingen buiten de financiële kaders o Resultaatbestemming Risicomanagement, weerstandsvermogen en reservepositie o Risico’s o Weerstandscapaciteit o Weerstandsvermogen o Reservepositie

3. Algemeen Waar de jaren 2020 en 2021 in het teken stonden van de bestrijding van de gevolgen van de coronapandemie, werd 2022 vooral gekenmerkt door de oorlog in Oekraïne, te kort aan opvangplekken voor Oekraïense ontheemden en asielzoekers, stijgende inflatie en toenemende maatschappelijke onrust .Op diverse plekken gaat de VRGZ hier nader op in.

7

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

4. Jaarstukken 2022 4.1

Algemeen

In het voorwoord vermeldt de VRGZ dat het jaar 2022 weer een bijzonder jaar is geweest voornamelijk door het voortduren van de coronacrisis, maar ook de oorlog in Oekraïne, een tekort aan opvangplekken voor Oekraïense ontheemden en asielzoekers, inflatie en toenemende maatschappelijke onrust. Ondanks deze ervaring zijn de hoofdtaken van de VRGZ, de operationele diensten brandweer en ambulancezorg, de meldkamer en de voorbereiding en bestrijding van de crisis- en rampenbestrijding, deugdelijk verricht. De activiteiten van de VRGZ zijn uitgevoerd binnen de raming van de begroting 2022.

In hoofdstuk 1 van de jaarstukken (‘Inleiding en ontwikkelingen’) gaat de VRGZ in op de bijzondere ontwikkelingen en in hoofdstuk 2 en 3 worden de inhoudelijke resultaten van 2022 beschreven.

4.2

Controleverklaring accountant

Op 5 april 2023 heeft de accountant een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven bij de jaarrekening 2022 van de VRGZ. Het oordeel van de accountant over de jaarrekening 2022 is als volgt: Wij hebben de jaarrekening 2022 van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid te Nijmegen gecontroleerd. Naar ons oordeel: • Geeft in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2022 als van de activa en passiva van gemeenschappelijke regeling veiligheidsregio Gelderland-zuid op 31 december 2022 in overeenstemming met het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV). • Zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2022 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in het normenkader. Er is dus sprake van een goedkeurende accountantsverklaring.

8

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

4.3

Fiscaliteiten

Vanaf 2016 geldt de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsinstellingen. Samen met andere veiligheidsregio’s heeft de VRGZ bekeken wat hiervan de consequenties zijn. De veiligheidsregio’s zijn hierbij bijgestaan door BDO Accountants & Adviseurs. Op basis van de huidige informatie is de verwachting dat er geen sprake is van een vennootschapsbelastingplicht. Volgens de VRGZ is er op landelijk niveau overeenstemming over een groot aantal activiteiten. Sommige regio’s hebben afwijkende activiteiten waar geen landelijke afspraken voor gelden. De VRGZ heeft die niet, behoudens een aantal activiteiten (zoals detachering van personeel) waar geen discussie over bestaat (want die zijn vpb plichtig). Die activiteiten worden op basis van kostendekkendheid in rekening gebracht en is daarmee nooit winstgevend.

4.4

4.5

Begroting 2022 en managementrapportages 1.

Verschuivingen binnen het programma C&R € 0 Dit betreft budgettair neutrale verschuivingen t.b.v. een betere allocatie en presentatie.

2.

Concerncontroller € 60.000 Een nieuwe functie Concerncontroller is ingericht om het bestuur te ondersteunen bij de gewijzigde weten regelgeving omtrent de rechtmatigheidsverantwoording.

3.

Resultaatbestemming € 430.000 Als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving worden in de komende jaren aanpassingen gedaan aan panden gedaan t.a.v. diesel motor emissie. Hiermee gemoeide extra lasten bedragen € 50.000. Hiernaast wordt de komende jaren de overstap gemaakt naar fluorvrij schuim. Dit brengt kosten m.b.t. inkopen nieuw schuim, bijbehorende materialen, training en afvoering fluorhoudend schuim met zich mee (€ 250.000). Tot slot heeft het AB ingestemd met de continuering van de DVO omtrent de inzet van duikteams in Gelderland-Zuid. Dit brengt een incidentele kostenuitzetting van € 130.000.

Resultaatanalyse

Onderstaand een overzicht van de begrote en gerealiseerde saldi in 2022.

C&R jaar 2022; bedragen x € 1.000 Saldo baten -/- lasten uit gewone

begroot

RAV

realisatie

begroot

Totaal VRGZ

realisatie

begroot

realisatie

- 910

264

0

1.010

- 910

1.274

reservemutaties

869

303

0

0

869

303

te bestemmen resultaat

-41

567

0

-1.010

-41

1.577

bedrijfsvoering

Het jaar 2022 sluit op beide programma’s samen met een overschot van € 1.577.000. De bijgestelde begroting 2022 gaf een negatief resultaat van € 41.000. Onderstaand worden de belangrijkste verschillen tussen de bijgestelde begroting en de realisatie 2022 samengevat en van eventuele opmerkingen voorzien. De aandacht gaat hierbij vooral uit naar het met gemeentegeld bekostigde programma C&R.

9

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

Programma Crisis- & Rampenbestrijding De begroting van het programma C&R bedraagt, na inzet van de bestemde reserves € 19.000. Het uiteindelijke positieve resultaat van € 567.000 (inclusief onttrekking reserve van € 303.000) is grotendeels incidenteel van aard. Aan de opbrengstenzijde leiden de hogere bijdragen van de rampenbestrijding tot een positiever resultaat. Deze hogere bijdragen worden voornamelijk veroorzaakt door dekking voor de coördinatie en het locatiemanagement t.b.v. de crisisnoodopvang voor asielzoekers. Hiervoor is dekking gedeclareerd bij het COA. Hiernaast is ook voor de gemaakte kosten voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne een vergoeding ontvangen vanuit het Rijk. Aan de kostenzijde vallen voornamelijk de personeelskosten en de overige bedrijfskosten hoger uit dan begroot. De hogere personeelskosten worden verklaard door schaarste op de arbeidsmarkt vanwege: extra inzet op arbeidsmarktcommunicatie en werving & selectie, het werken aan een flexibele schil en het inhuren van extern personeel, hogere vrijwilligersvergoedingen door een stijging in incidenten, opleiding van nieuw personeel. De overige bedrijfskosten vallen voornamelijk hoger uit door de kosten die zijn gemaakt voor de opvang van vluchtelingen en de doorstroming van statushouders.

Omschrijving

Verschil met begroting

Bedragen x € 1.000

v=voordelig; n=nadelig

Hogere bijdragen Rampenbestrijding € 5.704 Hoger uitgevallen loon- en prijscompensatie in de BDuR

173 v

Hogere bijdrage van het Rijk ten behoeve van de 25KV-lijnen

43 v

Dekking van gemaakte kosten omtrent crisisnoodopvang asielzoekers vanuit het Rijk

3.742 v

Ontvangen vergoeding vanuit het Rijk voor opvang ontheemden uit Oekraïne

1.746 v

Hogere overige opbrengsten € 764 Detachering medewerkers aan andere organisaties

206 v

Langzamere afbouw in opbrengsten uit OMS dan begroot

134 v

Extra opbrengsten door doorbelasting FLO

529 v

Hogere opbrengsten door verkoop afgeschreven materieel

55 v

Lagere doorbelasting aan de GGD

115 n

Lagere opbrengsten door niet ontvangen subsidie in het kader van Impuls Omgevingsveiligheid

45 n

Hogere personeelskosten € 2.040 Niet volledige invulling van de formatie

389 v

Onderschrijding formatie brandweercentralisten

251 v

Extra uitgaven inhuur personeel t.b.v. aanvragen bouwvergunningen, handhaving, evenementen en ruimtelijke

150 n

veiligheid Hoger uitgevallen FLO-kosten brandweermedewerkers

529 n

Hogere vrijwilligersvergoedingen dan begroot

380 n

Hogere kosten vanwege het vakbekwaam blijven en worden van de brandweerorganisatie

430 n

Vertraging in voortgang t.b.v. optimalisatie van het informatiebeheer

114 v

Dotatie voorziening niet-actief personeel

123 n

Vrijval voorziening niet-actief personeel als gevolg van een nieuwe dienstbetrekkingen voor oud-medewerkers

378 v

Extra uitzetting kosten vanwege opgebouwde verlofuren en IKB naar de voorziening

364 n

Inhuur extern personeel t.b.v. crisisnoodopvang ontheemden

1.235 n

Lagere overige personeelskosten

39 v

10

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

Lagere kapitaallasten € 349

349 v

De kapitaallasten zijn lager uitgevallen dan begroot. De reden hiervoor zijn uitgestelde investeringen als gevolg van de coronacrisis, de oorlog in Oekraïne, grondstoftekorten en problemen met personeelsbezetting bij producenten. Dit zorgt voor latere levering door leveranciers en langere doorlooptijden van aanbestedingsprojecten.

Hogere overige bedrijfskosten € 3.659 De huisvestingskosten zijn lager uitgevallen dan begroot. Dit komt door uitstelling van achterstallig onderhoud

122 v

(€ 125.000), latere start met uitvoering aanpassingen diesel motor emissie (€ 42.000), lager verbruik en doorbelasting energielasten (€39.000), onderbesteding huurlasten (€ 20.000) hogere schoonmaaklasten (€33.000) en overige overschrijding (€31.000) De kosten kantoormiddelen zijn lager uitgevallen dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door hogere portikosten

21 v

(€ 43.000) en lagere kosten vanwege digitalisering en het thuiswerken (€64.000) De kosten voor communicatieapparatuur vallen lager uit door: lagere hostingskosten (€198.000), lagere

320 v

licentie- en ontwikkelkosten vanwege onvoldoende capaciteit (€108.000) en een onderbesteding op overige bijstellingen (€14.000) De kosten voor het wagenpark en werkmaterieel vallen hoger uit dan begroot. Het betreft: gestegen

164 n

brandstofkosten (€161.000), hogere onderhoudskosten door vertraging van levering van nieuw materieel (€108.000), extra onderhoudskosten door schade aan blusboten door lage waterstand (€52.000), onderbesteding op transitie naar fluorvrij schuimvormend middel (€185.000) en een mix van kleine overschrijdingen (€ 28.000) De kosten voor dienstverlening door derden zijn lager dan begroot.

201 v

Interne doorbelasting ondersteunende diensten

60 n

Algemene kosten vallen hoger uit dan begroot door de gemaakte kosten voor de opvang van vluchtelingen en

4.271 n

doorstroom van statushouders (€4.253.000). Hiernaast is er hierdoor ook meer uitgegeven aan accountantskosten (€38.000). Overige bijstellingen hebben geleid tot een onderschrijding (€20.000) Post onvoorzien niet ingezet

187 v

Hoger uitgevallen kosten aan medische zaken

15 n

Programma Regionale Ambulance Voorziening Het programmaresultaat van RAV is € 1.010.000 positief terwijl een saldo van €0 is begroot. De bedrijfsopbrengsten vallen op alle posten hoger uit dan begroot. Het grootste verschil wordt verklaard door de budget aanvaardbare kosten. Deze opbrengsten zijn €2.425.000 hoger dan geraamd. Een groot deel van deze hogere opbrengsten kan worden verklaard door de in 2022 afgesproken uitbreiding van het aantal diensten. Het gaat totaal om een stijging van €1.111.000. Ook zijn andere parameters door de NZa bijgeteld wat heeft geleid tot

11

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

meer financiële mogelijkheden voor de loonkosten. Voor verdere toelichting verwijzen wij naar hoofdstuk 5,8 van de jaarrekening 2022. Andere hogere opbrengsten kunnen worden verklaard door hogere rijkssubsidies (€352.000) en overige opbrengsten (€720.000). Binnen de bedrijfskosten zijn vooral de personeelskosten hoger uitgevallen dan begroot (€1.966.000). Over 2022 is minder formatie ingezet dan begroot maar er is sprake van meer inhuur van uitzendkrachten. Dit wordt veroorzaakt door (langdurig) ziekteverzuim bij de rijdende dienst en uitval vanwege quarantaine. Verder is er onder andere meer betaald aan FLO (€350.000) en zijn er meer opleidingskosten vanwege uitbreiding diensten.

4.6

Balanstoelichting

In de balans vallen enkele zaken op: De investeringen over 2022 bedragen €3.152.000. Deze bestaan voor het grootste deel uit voertuigen en bepakkingen (€ 2.262.000). Verder bestaan de investeringen uit inventaris (€249.000), automatisering (€223.000) en persoonlijke beschermingsmiddelen (€217.000). Alle uitzettingen hebben een looptijd van kleiner dan een jaar en alle overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag (2% van het begrotingstotaal wordt uitgezet bij het Rijk. Dit bedraagt eind 2022: € 5.596.000. Deze is toegenomen t.o.v. 2021 vanwege het aflossen van twee leningen waarvoor een nieuwe lening van €10.000.000 is afgesloten. De overlopende activa bedraagt € 805.000. Deze betreft met name: vooruitbetaalde onderhoudscontracten, verzekeringspremies, licenties en abonnementen. De mutaties van de reserves in 2022 betreft voornamelijk toevoegingen aan de bestemmingsreserve caoontwikkelingen en duurzame inzetbaarheid en een onttrekking van de reserve aanvaardbare kosten RAV. Gedurende het jaar is er besloten om €130.000 te onttrekken voor een nieuw te vormen bestemde reserve duiktaak. In de voorzieningen is een nieuwe voorziening gevormd voor verlofsparen omdat medewerkers vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke verlofuren kunnen sparen die niet verjaren.

4.7

Voorstel bestemming resultaat

Voorstel bestemming resultaat 2022 Bedragen x € 1.000 Gerealiseerd resultaat

C&R

RAV

567

1.010

Toe te voegen aan de reserve aanvaardbare kosten Toevoeging algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding Toevoeging bestemde reserve prijsstijgingen

Totaal resultaat

1.010 297 270

1.577

12

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

Het resultaat van het programma RAV dient te worden toegevoegd aan de reserve aanvaardbare kosten. Het bestuur geeft aan in de raadsbrief dat hiermee de reserve 9% van de opbrengsten bedraagt waarmee de minimale norm van 10% nog niet wordt bereikt. Met deze toevoeging zou de reserve aanvaardbare kosten RAV € 2.631.000 bedragen. De norm is eind 2022: € 3.007.000. Binnen het programma C&R wordt door toevoeging van € 297.000 aan de algemene reserve C&R de bestuurlijke norm van 5% behaald. Het overige deel wordt toegevoegd aan de nieuw te vormen bestemde reserve prijsstijgingen. Er wordt geen resultaat uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten.

4.8

Deelnemersbijdragen

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de bijdrage van gemeenten weergegeven. Er hebben in 2022 geen wijzigingen plaatsgevonden ten opzichte van de door het Algemeen Bestuur vastgesteld begroting 2022.

Gemeenten Berg en Dal Beuningen Buren Culemborg Druten Heumen Maasdriel Neder-Betuwe Nijmegen Tiel West Betuwe West Maas en Waal Wijchen Zaltbommel Totaal

Bijdrage 2022 2.447.274 1.487.584 2.259.680 2.070.776 1.140.675 1.275.144 1.859.931 1.714.010 14.710.938 2.799.619 4.181.843 1.529.198 2.683.607 2.191.457

42.351.736

13

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

5. Gewijzigde begroting 2023 De VRGZ heeft in bijlage 7.3 de begrotingswijzigingen weergegeven. Het betreft de volgende posten. Verschuivingen De verschuivingen zijn budgettair neutrale wijzigingen ten behoeve van een beter inzicht en een betere presentatie. Vanwege het budgettair neutrale karakter worden deze wijzigingen in dit adviesrapport verder niet geanalyseerd. Mutaties bestemmingsreserve De voorgestelde resultaatbestemming uit de jaarrekening 2022 om de prijsstijging (deels) op te vangen krijgt hier zijn uitwerking door de vrijval van bestemde € 270.000. Daarnaast is op het gebied van de schuimvormende middelen en de aanpassingen in het kader van de DMEnormeringen in 2022 vertraging opgelopen bij de uitvoering van deze duurzaamheidsprojecten. De dekking uit de bestemmingsreserve duurzaamheid schuiven hierdoor ook op. Ten slotte valt door de afronding van de transitie van de meldkamer het restant van de bestemmingreserve hiervoor vrij. Loonstijging Dit betreft de verwerking van de het verschil van de in de begroting opgenomen loonstijging en de werkelijke loonstijging die voortvloeit uit het definitief worden van de Cao voor Veiligheidsregio’s. Prijsstijging Zoals al in de Kaderbrief aangekondigd zijn de percentages voor prijsontwikkeling in de BRN-norm onvoldoende om de daadwerkelijke prijsstijging op te kunnen vangen.

Het materiele deel van de deelnemersbijdrage (30%) stijgt hierdoor met 1,1% Effect loon- en prijsstijging op BRN 2025 De totale loon- en prijsstijging bedraagt € 3.454.579 en dit is 8,14% van de deelnemersbijdrage van de vastgestelde begroting 2023. Bij het opstellen van de BRN 2025 dient de nacalculatie 2023 met dit percentage verlaagd te worden. BDuR-middelen ten behoeve van crisisbeheersing De begrotingswijziging van de BDuR-middelen is een budgettaire neutrale wijziging. In onderstaande tabel wordt de begrotingswijziging cijfermatig weergegeven en de consequenties voor de deelnemende gemeenten.

14

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

Begrotingswijziging 2023

Consequenties begrotingswijziging 2023 voor deelnemende gemeenten

15

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

6. Begroting 2024 6.1

Algemeen

De VRGZ heeft in de kaderbrief aangegeven dat door het bestuur is vastgesteld dat er drie typen uitzettingen van de begroting in aanmerking kunnen komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten:  Nieuwe beleidsvoorstellen o.a. in relatie tot de uitwerking van onze meerjarenstrategie en beleidsontwikkelingen binnen gemeenten;  Buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen waar de VRGZ geen invloed op heeft en die niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;  Autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen die voortkomen uit bestaand beleid. Bijvoorbeeld wet- en regelgeving of noodzakelijke uitzettingen in verband met toename van het inwoneraantal in de regio. De begroting 2024 is opgebouwd uit de volgende vier onderwerpen; De kernactiviteiten van de VRGZ, de landelijke ontwikkelingen en de stand van zaken met betrekking tot het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 Crisis- en Rampenbestrijding (sector Brandweer en sector Crisisbeheersing) Regionale Ambulancevoorziening (RAV) (sector Regionale Ambulance Voorziening Interne bedrijfsvoering (sector Bedrijfsvoering) Per onderwerp zijn de ontwikkelingen weergegeven. De begroting 2024 laat een negatief saldo van baten en lasten zien van € 169.000. Na onttrekking van de reserves blijft hier € 100.000 van over.

De meerjarenraming laat over 2025 een tekort van € 100.000 zien en de jaren 2026 en 2027 sluiten op € 0. De nadelige saldi over 2024 en 2025 kennen een incidenteel karakter (zie pagina 54) aangezien de incidentele lasten € 200.000 bedragen en de incidentele baten € 100.000. De begroting is daarmee structureel in evenwicht.

6.2

BRN-normen, BBV-normen en overige kaders

Toetsing BRN-norm In de BRN-norm is voor de VRGZ een indexatie opgenomen van 5,10 %. Dit percentage is opgebouwd uit een voorcalculatorische index 2024 van 3,48 % en een nacalculatie over 2022 van 1,62 %. De generieke korting is komen te vervallen in de BRN-norm. De VRGZ heeft de indexatie conform BRN-norm toegepast op de gemeentelijke bijdrage. Hierdoor neemt de gemeentelijke bijdrage toe met € 2.340.212.

16

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

De begroting 2024 laat een tekort zien van € 169.000. Dit tekort wordt voor € 69.000 gedekt uit de onttrekking uit de bestemmingsreserves ‘Uitgestelde werkzaamheden’. Hierin was een bedrag opgenomen voor het project Digitaal centraal (optimalisatie van archiefbeheer). De laatste uitgaven hiervoor staan gepland voor 2024, de bestemde reserve kan dus volledig vrijvallen. Het begrote negatieve resultaat na mutaties reserves bedraagt € 100.000 en wordt ten laste van de algemene reserve gebracht.

Toetsing BBV-norm Algemeen Volgens het BBV bestaat de begroting uit een programmabegroting en een begroting naar taakvelden. Afzonderlijk moeten de overheadkosten en de algemene dekkingsmiddelen inzichtelijk worden gemaakt. De VRGZ heeft een overzicht van baten en lasten opgenomen waarbij de overhead, algemene dekkingsmiddelen (onder ‘algemene uitkeringen’) en onvoorzien (onder ‘overige baten en lasten’) afzonderlijk zijn opgenomen (pagina 62 van de begroting). Per programma zijn de lasten en baten van het programma opgenomen en ook de aan het programma toe te rekenen overhead. Voor gemeenten geldt dat de gehele deelnemersbijdrage op taakveld 1.1 crisisbeheersing en brandweer kan worden opgenomen. Beleidsindicatoren en kengetallen De VRGZ heeft in de begroting beleidsindicatoren (zie begroting onderdeel 7.4) en de voorgeschreven kengetallen (zie onderdeel 5.1.3) opgenomen. Bij de beleidsindicatoren is aangegeven dat de overhead op 22% (tegen 20% in de begroting 2023) van de totale lasten uitkomt bij het programma C&R en op 14% bij het programma RAV (14 % in de begroting 2023). Deze indicatoren zijn niet normatief en dienen voor transparantie en analyse binnen de VRGZ en t.o.v. andere veiligheidsregio’s. Binnen de regio Nijmegen bestaat wel een maximering van overheadkosten en dit maximum (niet gerelateerd aan een werksoort) bedraagt 25%. Hieraan voldoet de VRGZ.

6.3

Begrotingsanalyse

De VRGZ heeft voor het programma Crisis- en Rampenbestrijding op pagina 41 tot en met 45 een toelichting gegeven op de verschillen tussen de begroting 2024 en de gewijzigde begroting 2023. De stijging van de baten bedraagt € 4.566.000. Deze stijging wordt veroorzaakt door (bedragen x € 1.000): Rijksbijdragen + 800 Gemeentelijke bijdragen (zie 7.1) + 3.141 Opbrengsten bedrijfsvoering + 625 De stijging van de lasten bedraagt € 2.894.000. Deze stijging wordt veroorzaakt door (bedragen x € 1.000): Personeelskosten + 3.058 Kapitaallasten + 366 Wagenpark en werkmateriaal 87 Communicatieapparatuur + 218 Huisvestingskosten - 151 Overige bedrijfskosten - 354 Onvoorzien + 27 Rentebaten en –lasten 183

17

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

Daarnaast is de geraamde onttrekking uit de reserves in de begroting 2024 € 69.000. Dit zijn (bedragen x € 1.000): BR Uitgestelde werkzaamheden + 69

6.4

Deelnemersbijdragen

In de bijlage is een tabel opgenomen waar de deelnemersbijdragen per begrotingsjaar zijn weergegeven.

6.5

Meerjarenbegroting

De lasten en baten zijn voor de jaren 2025-2027 grotendeels gelijk gehouden aan 2024. Alleen de kapitaallasten nemen jaarlijks toe met € 175.000 als gevolg van het jaarlijks opleveren van een nieuwe kazerne. Zie ook ad 6 op pagina 61 van de begroting. Wij nemen deze voor kennisgeving aan. Wij geven wel het volgende advies: Het huisvestingsmodel (strategisch vastgoedplan) van de VRGZ is door het algemeen bestuur vastgesteld. Dit betekent dat de VRGZ naast de hoofdlocatie Multipost in Nijmegen een compact netwerk heeft van vier samenwerklocaties (“hubs”) en 31 kleinere posten. Ofwel 36 posten in totaal. Inhoudelijk richt dit plan zich op het creëren van een goede balans tussen paraatheid, lokale kennis en contacten op gemeentelijk niveau, uniforme beleidsontwikkeling en kennisdeling op centraal niveau. In dit plan is niet concreet vastgesteld wanneer welke post vervangen wordt, Vastgoed is in beginsel de verantwoordelijkheid van de directie / dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur heeft een voorstel voorgelegd voor de lange termijn; vervangen van de bestaande posten met de genoemde financiële consequentie. Graag zouden wij onderstaand advies anders willen formuleren: In paragraaf 5.4.4 (vanaf pagina 32) wordt het Vastgoed- & Facility Management weergegeven. Er wordt voorgesteld om per 2025 € 175.000 per jaar cumulatief extra deelnemersbijdrage aan de gemeenten te vragen.

Dit ter dekking van de (toekomstige) kapitaallasten van de kazernes. In de komende jaren zal een aantal posten vervangen moeten worden vanwege de technische staat van de panden, de locatie ten behoeve van het primaire proces en/of duurzaamheidseisen. Wij adviseren gemeenten om een keuze te maken: 1. Het bestaande huisvestingsmodel van 36 posten (1 hoofdlocatie, 4 hubs en 31 kleine posten) te bekrachtigen en daarmee in te stemmen met de extra lasten van € 175.000 cumulatief per jaar en extra deelnemersbijdrage. 2. Nieuwe (soberdere) uitgangspunten ten aanzien van het huisvestingsmodel te formuleren met als doel de stijging van de lasten te beperken. Dit betekent een teruggang in kwaliteit.

18

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

7. Weerstandsvermogen 7. Weerstandsvermogen 7.1

Algemene reserve

De algemene reserve van de VRGZ bestaat uit twee verschillende reserves: de algemene reserve Crisisbeheersing en Rampenbestrijding (C&R) en de algemene reserve aanvaardbare kosten RAV. De normering per programma is: • C&R: streefwaarde tevens norm 5% van de baten • RAV: streefwaarde 15%, normwaarde minimaal 10% van de baten Uitgangspunt is de begin 2015 opgestelde nota ‘Risicomanagement, voorzieningen en weerstandsvermogen’ en opgenomen in de financiële spelregels. De gehanteerde normering voor de omvang van de gehanteerde reserve bestaat al geruime tijd. De VRGZ is voornemens deze normering in de loop van 2022 te evalueren. Mocht hieruit voortkomen dat het wenselijk is aanpassingen te doen in de normering of het beleid, dan zal dit in de kaderbrief opgenomen worden. In onderstaande tabel zijn de normen en gerealiseerde waarden van de reserves bij de jaarstukken 2022 en de begroting 2024 opgenomen (bedragen x € 1.000). Jaarstukken 2022 C&R

Begroting 2024 RAV

C&R

RAV

Norm

2.978

3.007

3.128

3.329

Streefwaarde

n.v.t.

4.511

n.v.t.

4.993

Werkelijk/begroot

2.978

2.631

3.128

2.631

Voor de algemene reserve van het programma crisis- en rampenbestrijding wordt in de begroting een doorkijk gegeven voor de jaren 2024 tot en met 2027. Hetzelfde geldt voor de (lasten en) baten. Vanaf 2025 e.v. daalt, binnen programma C&R, de algemene reserve onder de norm van 5% van de baten.

7.2

Bestemmingsreserves

Het voorstel voor resultaatbestemming is om € 297.000 in de algemene reserve te storten. Daarnaast wordt bij het bestemmingsvoorstel een nieuwe vorm van bestemde reserve prijsstijging toe gevoegd € 270.000 en in 2023 ook weer onttrokken. De RAV heeft over 2022 een positief resultaat behaald van € 1.010.000,- Het wordt voorgesteld om dit resultaat toe te voegen aan de reserve aanvaardbare kosten RAV. Voor 2022 was een vrijval uit de bestemde reserves begroot van € 869.000,-. Hiervan valt een bedrag van € 303.000,- daadwerkelijk vrij in 2022. Als gevolg van de onderschrijding van de formatie van brandweercentralisten hoeft de begrote vrijval van € 200.000,- uit de bestemde reserve Meldkamer niet plaats te vinden. Met ingang van 23 maart 2023 gaat de

19

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023 meldkamer definitief onderdeel uitmaken van de Meldkamer Oost-Nederland (MKON). De bestemde reserve voor de frictiekosten van het samenvoegen van de meldkamers kan dan definitief vrijvallen. Voor de bestemde reserve in het kader van duurzaamheid was in 2022 een vrijval begroot van € 300.000,-, waarvan € 250.000,- ten behoeve van de schuimvormende middelen en € 50.000,- voor de DME. Zoals in de toelichting op de Huisvestingskosten en de kosten voor Wagenpark en werkmaterieel is aangegeven hebben beide projecten als gevolg van uitgebreide vooronderzoeken vertraging opgelopen en hoeft een deel van de reserve in 2022 niet vrij te vallen (€ 227.000,-) Vanuit de bestemde reserve Uitgestelde werkzaamheden is € 114.000,- minder uitgegeven ten behoeve van het project Digitaal centraal . Deze kosten schuiven door naar 2023 en verder. In het kader van rechtmatigheid moeten conform de aandachtspunten uit de managementletter nog een aantal stappen worden gezet in de procesbeheersing van inkoop en aanbesteding. Dit traject wordt in 2023 opgepakt. De hiervoor bestemde kosten schuiven derhalve door naar 2023 (€ 25.000,-).

7.3

Risico’s

In de zowel de jaarstukken (§ 4.1) als in de begroting (§ 5.1) is in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing uiteengezet wat de omvang is van de risico’s welke de VRGZ loopt. Deze risico’s zijn gecategoriseerd en voor C&R en RAV afzonderlijk in beeld gebracht. Ten opzichte van voorgaande rapportages over de risico’s zijn dit jaar een aantal aanpassingen gedaan. Ten eerste zijn alle risico’s waarvan de verwachtingswaarde 100% was, verwerkt in de begroting en niet langer opgenomen als een risico. Dit heeft er ook toe geleid dat de percentages voor de verwachtingswaarde zijn aangepast naar 10, 30, 50, 70 en 90%. Daarnaast zijn alle risico’s opnieuw beoordeeld en de waarde en de kans dat ze zich voordoen daarop aangepast. Hierdoor zijn risico’s verdwenen, bestaande risico’s samengevoegd of juist uitgesplitst en nieuwe risico’s toegevoegd. Er zijn geen risico’s verdwenen op grond van ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvoering, wet- en regelgeving, maatschappij of economie. Algemene reserve saldo 2022 (na resultaatbestemming)

Risico's (na weging kans x omvang)

C&R

2.978

6.568

Risico’s hoger dan algemene reserve

RAV

2.631

1.360

Risico’s lager dan algemene reserve

Bedragen * € 1.000

Verwachting swaarde afzonderlijke risico’s 2021

Verwachting swaarde afzonderlijke risico’s 2022

Noodzakelij ke risico capaciteit VRGZ 2021

Noodzakeli jke risico capaciteit VRGZ 2022

Noodzak elijke Risico capacitei t RAV 2021

Noodzak elijke risico capacitei t AZGZ 2022

Noodzak elijke Risico capacitei t C&R 2021

Noodzak elijke Risico capacitei t C&R 2022

Nieuwe wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s Maatschappelijk risico’s Economische risico’s Bedrijfsvoering

3.507

2.750

2.582

790

440

45

2.142

745

1.117

800

441

280

132

105

309

175

1.455

5.150

1.019

3.570

306

508

713

3.062

3.169

6.425

1.694

3.288

508

702

1.186

2.586

Totaal

9.248

15.125

5.736

7.928

1.386

1.360

4.350

6.568

20

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

Daar waar de risico’s groter zijn dan de algemene reserve dienen gemeenten in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen een risico op te nemen voor de VRGZ voor zover deze risico’s (€ 6.568.000 C&R) de algemene reserve (€2.978.000) overschrijden; dit naar rato van hun aandeel in de VRGZ. Het gaat hier om een totaal bedrag van € 3.590.000. Zie onderstaande tabel:

21

Adviesrapport jaarstukken 2022 en begroting 2024 def 25-04-2023

Bijlagen Deelnemersbijdrage 2024

Deelnemersbijdrage 2025 – 2027

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12739188/1