Bijlage VII Advies Adviesfunctie dd. 28 april 2022
Tekst van het document
Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen Marcel Meier AA Josefine Evers Kas Baltussen Hans Kregting April 2022
Adviesrapport Jaarstukken 2021 & Begroting 2023 MGR
Nota, beleids- of projectplan
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ……..in één oogopslag Inleiding 1. Samenvatting & advies 1.1 Advies bij de jaarstukken 2021 1.2 Advies bij de begroting 2023 2. Kaders 2.1 BRN-normen 2.2 Overige kaders 3. Algemeen 3.1 Ontwikkelingen 3.2 Aanvullende bijdrage Sociale Werkvoorziening (SW) 3.3 Ontwikkelingen in uitstroom naar werk 3.4 Afbouw en ontschotting Participatiebudget 4. Jaarstukken 2021 4.1 Algemeen 4.2 Controleverklaring accountant 4.3 Begroting 2021 en managementrapportages 4.4 Resultaatanalyse 4.5 Balanstoelichting 4.6 Deelnemersbijdragen jaarrekening 5. Gewijzigde begroting 2022 5.1 Algemene toelichting gewijzigde begroting 2022. 5.2 Deelnemersbijdragen 2022 na wijziging 6. Begroting 2023 6.1 Van begroting 2022 naar meerjarenraming 6.2 Deelnemersbijdragen 2023 6.3 BTW & VPB 6.4 Meerjarenbegroting 7. Weerstandsvermogen
1 2 3 4 4 4 5 5 6 7 7 8 9 10 11 11 11 11 12 13 13 14 14 15 16 16 17 17 18 18
1
……..in één oogopslag
JAARSTUKKEN 2021
VERMOGENSPOSITIE
Accountant is voornemens om een goedkeurende accountantsverklaring af te geven. Rekeningresultaat: € 2,5 miljoen voordelig De resultaten voor afrekening zijn: - Werkbedrijf, onderdeel werk V € 1,5 mln. - Werkbedrijf, onderdeel SW V € 1,0 mln. - iRvN, onderdeel informatie en applicatiebeheer V € 0,04 mln.
De MGR heeft geen weerstandsvermogen. Het resultaat wordt meteen verrekend in de gemeentelijke bijdrage. Risicobuffer bij deelnemende gemeenten. Risicoprofiel MGR € 2,8 mln.
V=voordeel
BEGROTING 2023
-
Sluitend met een saldo van € 92 mln. Begroting is conform verslaggevingsregels (BBV) Voldoet aan de Begroting Richtlijnen Regio Nijmegen
ADVIES in te stemmen met de jaarstukken 2021 en het resultaatbestemmingsvoorstel in de zienswijze ingaan op de voorgestelde budgetoverhevelingen van € 1,0 miljoen voor het Werkbedrijf voor 100 banenplan (CAO aan de slag), € 133.000 exploitatiebudget iRvN en € 1,0 miljoen investeringsbudget voor het iRvN, onderdeel automatisering. de bijgestelde begroting 2022 de begroting 2023 de meerjarenraming 2024-2026 voor kennisgeving aan te nemen opnemen van een risicoprofiel van € 2,8 mln. in de begroting van de deelnemende gemeenten. DEELNEMERSBIJDRAGEN (bedragen in € * 1.000) Gemeente
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Berg en Dal
7.291
7.148
6.923
Beuningen
4.758
5.057
5.021
Druten
3.515
3.346
3.302
Heumen
2.544
2.517
2.455
520
567
582
Nijmegen
50.482
55.433
54.108
Wijchen
7.481
7.493
7.402
West Maas en Waal
1.165
1.159
1.053
0
61
63
Mook en Middelaar
Werkorg. Druten-Wijchen ODRN
0
731
751
Totaal
77.756
83.511
81.659
2
Inleiding Dit adviesrapport bevat de uitkomsten van de beoordeling van de jaarstukken 2021 en de begroting 2023 van de MGR Rijk van Nijmegen (hierna MGR). Hierbij hebben wij een advies geformuleerd ten behoeve van de zienswijze die MGR vraagt aan de deelnemende gemeenten bij de begroting 2023, en een advies bij de vaststelling van de jaarstukken 2021 en resultaatbestemming 2021. Op 26 april hebben wij onze bevindingen besproken met de heer drs. Peters RA, concerncontroller van MGR. Tijdschema zienswijze De MGR heeft de jaarstukken 2021 en de begroting 2023 aan de deelnemende gemeenten op 31 maart 2022 aangeboden. Volgens de BRN-planning geven wij een advies aan de deelnemende gemeenten op 30 april 2022 en zullen gemeenten zo spoedig mogelijk hun zienswijze indienen. De vaststelling van deze begroting en jaarstukken door het AB is gepland op 7 juli 2022. Werkwijze Adviesfunctie Voor de beoordeling van de jaarstukken en de begroting hebben de gemeenten in de Regio Nijmegen de Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen opgericht (hierna: Adviesfunctie). Als Adviesfunctie beoordelen wij de jaarstukken en de begroting en brengen hierover advies uit aan de regiogemeenten.
Bijzonderheid bij de MGR is dat niet elke gemeente deelneemt in alle ICT-modules van IRvN: Mook en Middelaar neemt geen deel in de module sociale werkvoorziening, en in de module informatieen applicatiebeheer neemt alleen Nijmegen deel. Tevens is gemeente West Maas en Waal geen deelnemer van de ICT-modules, maar neemt deze gemeente wel diensten af op het gebied van de sociale werkvoorziening. Vertrekpunt bij de beoordeling zijn de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN), die de gemeenten in de Regio Nijmegen vastgesteld hebben. Hieraan toetsen wij. De index op de gemeentelijke bijdragen voor 2023 is 2,70%. Voor een uitgebreide toelichting op de indexeringssystematiek verwijzen wij naar de BRN 2023. Wij hebben de bijzonderheden die gelden voor de MGR Rijk van Nijmegen verder in dit rapport toegelicht. Onze beoordeling van de jaarstukken richt zich op de financiële verantwoording en het voorstel over de bestemming van het resultaat. Op basis van de accountantscontrole gaan wij uit van de juistheid van de jaarrekeningcijfers en richten wij ons op een beoordeling van deze cijfers. Daarbij nemen wij de bevindingen in het accountantsverslag mee. Daarmee valt een inhoudelijke beoordeling van geleverde prestaties buiten de scope van onze werkzaamheden.
Onze beoordeling van de begroting richt zich allereerst op het realiteitsgehalte van de raming en de toepassing van de BRN-normen en richt zich vooral op het jaar 2023. De meerjarenraming gebruiken wij met name als basis voor de beoordeling van de vermogenspositie. Een inhoudelijke beoordeling van beleidsvoornemens valt buiten de scope van onze werkzaamheden. Zowel bij de jaarstukken als de begroting nemen wij de risico’s en de risicobeheersing in ogenschouw en beoordelen wij de vermogenspositie, en met name het verloop van de algemene reserve.
3
1. Samenvatting & advies 1.1 Advies bij de jaarstukken 2021 Wij adviseren de deelnemende gemeenten van MGR om: in te stemmen met de jaarstukken 2021 en het resultaatbestemmingsvoorstel van € 2,5 miljoen (na budgetoverheveling). in de zienswijze in te gaan op de voorgestelde budgetoverhevelingen van € 1,0 miljoen voor het Werkbedrijf voor 100 banenplan (CAO aan de slag), € 133.000 exploitatiebudget iRvN en € 1,0 miljoen investeringsbudget voor het iRvN, onderdeel automatisering. Het voorstel van de adviesfunctie is hiermee in te stemmen.
1.2 Advies bij de begroting 2023 Wij adviseren de deelnemende gemeenten van MGR om: in te stemmen met de bijgestelde begroting 2022 in te stemmen met de begroting 2023 de meerjarenraming 2024-2026 voor kennisgeving aan te nemen en de risico’s van € 2,8 mln. op te nemen in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Dit naar rato van deelname.
4
2. Kaders 2.1 BRN-normen Het indexeringspercentage van de Begrotingsrichtlijn Regiogemeenten Rijk van Nijmegen (BRN) voor 2023 is 2,7%. Generieke korting vanaf begrotingsjaar 2023 In het PFO van 29 november 2021 is bovenstaande besluit als volgt herzien: de generieke korting maakt geen onderdeel meer uit van de BRN-richtlijnen 2023. Dit betekent dat de eerder afgesproken generieke korting van 3% voor het jaar 2023 geen onderdeel meer is van de BRN-richtlijnen Onderdeel Werkbedrijf Gemeenten dragen hun participatiebudget over aan het Werkbedrijf. Hiermee is voor dat deel de indexering niet van belang. Voor de begrotingssamenstelling 2023 kan rekening worden gehouden met het participatiebudget volgens de bijlage bij de septembercirculaire 2021. De Re-integratie middelen “klassiek WWB” zijn onderdeel geworden van de algemene uitkering. Vooralsnog worden deze middelen overgedragen aan de MGR. Definitieve uitspraken moeten hierover nog gedaan worden. In de onderstaande berekening is uitgegaan van de rekenmodellen van het Rijk bij de AU september 2021 ten aanzien van WWB-klassiek. In realiteit wordt de meest recente circulaire als op te halen geld aangehouden. Dit wil zeggen dat datgene wat gemeenten ontvangen ook in zijn geheel beschikbaar wordt gesteld aan de MGR.
CBSGemeente code 1945 Berg en Dal 209 Beuningen 225 Druten 252 Heumen 944 Mook en Middelaar 268 Nijmegen 296 Wijchen Totaal
Uitkeringsjaar begroting 2023 Nieuw Nieuw Totaal WWB Klassiek Wajong begeleiding P-budget 93.094 235.791 1.164.736 1.493.621 55.010 164.800 364.127 583.937 36.968 111.557 313.538 461.063 40.200 88.738 242.359 371.297 14.810 43.102 49.413 107.325 789.182 2.228.604 12.152.080 15.169.866 133.294 294.105 809.433 1.236.832 € 19.423.941
Onderdeel SW Ten aanzien van de financiering van SW-activiteiten wordt aan de gemeenten door de MGR het aantal werkelijke SE per gemeente tegen een kostendekkend tarief in rekening gebracht. Bij dit kostendekkend tarief wordt rekening gehouden met werkelijke salarisstijgingen (cao SW en voor ambtelijk personeel Cao-ambtenaren), werkelijke uitstroom pensioengerechtigden per gemeente en een aanname overige uitstroom SW en verder de te generen opbrengsten naar reële verwachtingen. Als kader wordt hierbij gesteld dat: De kostprijs SW zal zich per SE ontwikkelen binnen de bandbreedte van de BRN-norm -
De toegevoegde waarde per fte zal zich tevens ontwikkelen binnen de bandbreedte van de BRN-norm
De door gemeente ontvangen WSW-subsidie, onderdeel van het participatiebudget, blijft als dekking bij de gemeenten. Het optredende tekort voor gemeenten (verschil kostprijs maal SE minus WSW-budget) wordt inzichtelijk gemaakt in de begroting van de MGR, zodat gemeenten hun eigen raming hierop aan kunnen passen. Hierbij kan uitgegaan worden van de WSW bijdragen volgens de bijlage septembercirculaire 2021.
5
Gemeente Berg en Dal Beuningen Druten Heumen Nijmegen West Maas en Waal Wijchen
WSW 2023 3.457.476 2.434.688 1.773.738 1.185.918 20.184.940 947.467 3.709.689
Totaal
€ 33.693.916
Onderdeel ICT en bestuur ondersteuning Hiervoor geldt geen afwijkende financiering, hetgeen betekent dat de gemeentelijke bijdragen hier geïndexeerd moeten worden met de BRN-norm. Voor de gemeentelijke bijdrage in de bestuursondersteuning geldt een budget van € 221.000 als basis verhoogd met de BRN-norm 2023 van 2,70 %. Vastgoed Voor de panden in eigendom van de MGR (de panden van voorheen Breed) wordt een afzonderlijke exploitatie opgesteld. Overhead De norm voor overhead overeenkomstig de BBV-voorschriften is bepaald op maximaal 25%.
2.2 Overige kaders Geen.
6
3. Algemeen 3.1 Ontwikkelingen In de jaarstukken en de begroting begint de MGR met de inhoudelijke ontwikkelingen en resultaten. Hierbij ligt de nadruk op de module Werkbedrijf als meest beleidsrijke module. In beide stukken gaat de MGR voor het Werkbedrijf in op de realisatie van de doelstellingen. Een aantal ontwikkelingen Cao Aan de slag In 2021 is de juridische regeling aangepast. De aanleiding voor de aanpassing was de komst van de cao Aan de slag. Door de aanpassing van de regeling is het mogelijk geworden om medewerkers die via deze cao aan het werk gaan in dienst te nemen van MGR. SW-medewerkers Door uitstroom is het aantal SW- medewerkers afgenomen van 1.557 eind 2020 naar 1486 SW--medewerkers eind 2021. Er wordt geconstateerd dat er meer capaciteit dan voorheen moet worden ingezet om de baan waarop SWmedewerkers werken te behouden. Robotisering, digitalisering en reorganisaties wijzigen de eisen die aan de SW medewerkers worden gesteld. Niet iedere SW-medewerker kan deze eisen aan. Ontwikkelingen (her) verdeling gemeentefonds Het Rijk onderzoekt momenteel hoe het gemeentefonds opnieuw kan worden verdeeld. Streefdatum van een andere verdeling is 1 januari 2023.
Een herverdeling kan effect gaan hebben op de bekostiging van Werkbedrijf door de deelnemende gemeenten, omdat mogelijk de huidige herkenbaarheid van de specifieke reintegratiemiddelen - als onderdeel van het gemeentefonds - verdwijnt. De MGR hanteert als uitgangspunt de stabiliteit en continuïteit van activiteiten. De MGR roept op om in samenwerking met de deelnemende gemeenten de (mogelijke) consequenties van de herverdeling te beoordelen en (hernieuwde) afspraken te maken voor de toekomst. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim bedroeg in 2021 gemiddeld 19,1% tegen 17,9% van het jaar ervoor Het ziekteverzuim in de sociale werkvoorziening Rijk van Nijmegen is historisch gezien altijd hoger geweest dan het landelijke gemiddelde, Een eenduidige oorzaak hiervoor kunnen we niet aanwijzen. Uit de sectorinformatie SW van Cedris weten we dat Werkbedrijf een hoger percentage oudere SW-werknemers (5 jaar en ouder) heeft dan landelijk (52% versus 46%) en dat Werkbedrijf een hogere uitstroom naar de WIA heeft dan landelijk (2,1% versus 1,5%) Coronavirus (Covid-19) in relatie tot regionale arbeidsmarkt De ontwikkelingen op de regionale arbeidsmarkt staan in het teken van de coronacrisis. Deze crisis is anders dan eerdere crises en het verdere verloop valt moeilijk te voorspellen. Het Rijk heeft heel snel een aantal nood- en steunpakketten opgezet voor bedrijven.
Deze pakketten fungeren als een vangnet die veel werkloosheid voorkomt. Op het moment dat deze steunpakketten wegvallen kan de werkloosheid zich alsnog manifesteren. Voorspellingen hieromtrent zijn lastig te maken. Overhead Aan overhead wordt verwacht in 2022 € 3.5 miljoen en in 2023 € 3,3 miljoen uit te geven. De overheadskosten bestaan voor € 1,5 miljoen uit operationele lasten. Het gaat om met name ICT kosten en de huur van het pand aan de Nieuwe Dukenburgs weg. Dit zijn kosten die minder beïnvloedbaar zijn en alleen schoksgewijs kunnen dalen. Ten aanzien van de post ICT zien wij de lasten toenemen doordat ICT een steeds prominentere rol speelt bij de uitvoering van de processen. De verwachting is dan ook dat de kosten hiervan niet dalen de komende jaren.
7
In 2021 bestaat de overige € 2,0 miljoen van de overhead uit personele lasten. Deze personele lasten nemen toe conform de stijging van de cao SGO. In 2023 nemen de personele lasten in de overhead af met circa € 0,2 miljoen. Dit is gerelateerd aan de afbouw van het aantal SW-medewerkers. In 2023 is het aandeel personele lasten in de overhead € 1,8 miljoen. Ontwikkelingen iRvN De coronatijd maakt nog duidelijker hoe belangrijk een goede, betrouwbare en veilige ICT-omgeving is. Per 1 april 2021 is bij iRvN een team van start gegaan en een Security Officer aangesteld die alle security incidenten/meldingen beoordelen en mitigerende maatregelen adviseren en/of nemen. Door een ITbeveiligingsbureau is nog in kaart gebracht welke beveiligingsmaatregelen nodig en gewenst zijn de komende jaren. Ook is gewerkt aan bewustwording onder gebruikers. Bij de Servicedesk zijn ontwikkelingen doorgevoerd op het gebied van selfservice waardoor de eindgebruiker minder afhankelijk wordt van de Servicedeskmedewerkers. IRvN is aangesloten bij landelijke aanbestedingen en ICT overleggen. Hiermee borgt iRvN dat de regionale ICT-infrastructuur aansluit bij ontwikkelingen en nieuwe producten. Het accent blijft liggen op de doorontwikkeling van iRvN als ICT-dienstververlener voor een veilige, flexibele en moderne werkomgeving.
De huidige (Corona) situatie vraagt om een versnelde realisatie van een professioneel ingerichte en 100% mobiele werkplek voor iedereen gebaseerd op Microsoft365. Een werkplek waarbij naast de het verder bewerken van informatie ook spraak en beeldcommunicatie geïntegreerd.is zodat (digitaal) samenwerken op afstand, kennisdelen etc. optimaal gefaciliteerd en gestimuleerd wordt In 2022 wordt invulling gegeven aan de uitwerking van de door colleges gegeven opdrachten naar aanleiding van het evaluatieonderzoek ICT Rijk van Nijmegen en de I&A samenwerkingspartners en de toekomst
3.2 Aanvullende bijdrage Sociale Werkvoorziening (SW) Sinds 2015 stromen er geen mensen in de sociale werkvoorziening. Hierdoor houdt de MGR in haar begroting rekening met een daling van het aantal SW-medewerkers en bijhorende kosten. Dit komt tot uitdrukking in Net zoals vorig jaar vraagt de Adviesfunctie aandacht voor het feit het Rijk de middelen vanuit het WSW-budget de begrotingstotalen van de SW. De lasten dalen van € 46,6 mln. in 2022 naar € 36,5 mln. in 2026. De MGR brengt de gemeenten de kostprijs per Standaard Eenheid (SE1) in rekening. Een deel van deze kosten zijn beïnvloedbaar (organisatiekosten en de toegevoegde waarde), maar het overgrote gedeelte van de kosten niet, zijnde de loonkosten en overige kosten van de SW-medewerkers. De rijksbijdrage daalt ook van € 35mln. in 202 naar €29,533 mln. in 2026. De onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de nettobijdrage van gemeenten in de SW in de periode 2022 tot en met 2026. Bedragen € *1000
Jaar 2022 2023 2024 2025 2026
Begroting Rijksbijdrage 2023
37.015 35.466 33.467 30.837 29.123
35.045 33.694 32.284 30.832 29.533
Netto bijdrage begroting 2023
1.971 1.772 1.183 5 -409
Netto bijdrage begroting 2022
3.684 2.188 1.050 -735
Mutatie t.o.v. begroting 2022
1.713 Voordeel 416 Voordeel -133 Nadeel -740 Nadeel 409 Voordeel
0 De tabel maakt duidelijk dat ten opzichte van de begroting 2023 de voorliggende begroting 2024-2026 de aanvullende gemeentelijke bijdrage wel neerwaarts wordt bijgesteld.
Er ontstaat een verschil op de gemeentelijke bijdrage van tussen de –€ 0,7 miljoen en + € 0,4 mln. per jaar. Dit wordt o.m. veroorzaakt door de nieuwe CAO WSW over de periode 2021-2025. 1
Een standaardeenheid (SE) is een eenheid die overeenkomt met een arbeidsplaats voor een werkweek van 36 uur (ofwel 1 fte) voor een werknemer die is ingedeeld in de arbeidshandicap categorie matig. Een arbeidsplaats omvat een of meer dienstbetrekkingen.
8
We adviseren de deelnemende gemeenten om voldoende financiële buffer op te nemen in haar eigen begrotingen voor de gemeentelijke SW-bijdrage. Zoals uit de bovenstaande tabel blijkt bedraagt de aanvullende bijdrage voor het jaar 2023 nog ruim € 1,7mln. voor de deelnemende gemeenten.
3.3 Ontwikkelingen in uitstroom naar werk Vanaf 2015 is de ambitie ten aanzien van de volledige uitstroom naar werk stabiel gebleven op 1.100 personen. Sinds 2019 merkt het Werkbedrijf dat het steeds meer moeite kost om de prestaties uit het verleden te kunnen evenaren, doordat de mogelijkheden van de kandidaten minder past bij de vraag van de ondernemers. Hierdoor groeit het risico op een mismatch, waardoor de ondernemers en kandidaten vragen om meer nazorg. Er zal in een toenemende mate een beroep worden gedaan op langdurige begeleiding (vanuit het Werkbedrijf) als gevolg van veranderingen in het bestand van de kandidaten. Waar voorheen mensen met een beperking konden werken in de Sociale Werkvoorziening, zal er nu een beroep moeten worden gedaan op de bijstand (Participatiewet). Instroom in de SW – zoals algemeen bekend- is niet meer mogelijk, maar de mensen zijn er natuurlijk nog wel. Er zijn hiervoor in de plaats een tweetal verschillende voorzieningen gekomen: de loonkostensubsidies in een beschutte omgeving en de arbeidsmatige dagbesteding Op weg naar Werk. Vanaf 2022 gaan de kandidaten met indicatie banenafspraak of een indicatie beschut werk een detacheringsbaan aangeboden worden bij de MGR conform de cao aan de Slag. In het eerste jaar wordt een instroom van 35 fte (54 personen) oplopend in de jaren daarna tot 70 fte personen (108 personen).
Een deel daarvan wordt gedekt uit loonkostensubsidies en het participatiebudget. Voor de loonkostensubsidies wordt in 2022 € 472.000,- begroot en daarna op € 836.000. Voor het overige wordt gedekt uit de omzet: fiscale tegemoetkomingen en de detacheringsopbrengsten Hierbij wordt rekening gehouden met een risico wegens het niet volledig kunnen factureren van het minimale detacheringstarief. In 2022 wordt een risico verwacht van ad € 168.000,- In 2023 € 337.000,- en in 2024 € 505.000,-. Dit risico wordt gedekt uit budgetoverheveling 2022. Inkomensregelingen Bedragen in € 1.000
WerkBedrijf - onderdeel WERK B 2023
B 2024
B 2025
B 2026
Wettelijke loonkostensubsidie Beschut
247
247
247
247
Wettelijke loonkostensubsidie Regulier
4.129
4.129
4.129
4.129
Totaal
4.376
4.376
4.376
4.376
Een onderverdeling van de begrote loonkosten per gemeente heeft de MGR in haar begroting over 2023 opgenomen in bijlage 3. Loonkostensubsidies Vanaf 2022 gaat de MGR-kandidaten met indicatie banenafspraak of een indicatie beschut werk een detacheringsbaan aanbieden bij de MGR conform de cao Aan de slag. Verwacht wordt dat in het eerste jaar een instroom van 35 fte (54 personen) oplopend in de jaren daarna tot 70 fte (108 personen). Een deel van de kosten wordt gedekt uit reguliere daarvoor bestemde budgetten, zoals de loonkostensubsidies en het participatiebudget (onderdeel Nieuwe Begeleiding). Voor 2022 wordt voor loonkostensubsidies i2022 € 472.000, begroot de jaren daarna € 836.000. De bijdrage vanuit het participatiebudget wordt in 2022 op € 418.000 begrootten de jaren daarna op € 836.000.
9
Voor het overige worden kosten uit de omzet: fiscale tegemoetkomingen en de detacheringen gedekt. Met een risico wegens het niet volledig kunnen factureren van het minimaal benodigd detacheringstarief. Uit ervaringen blijkt dat we voor deze kandidaten het benodigde tarief niet uit de markt kunnen halen. In 2022 verwachten we een risico van € 168.000, in 2023 € 337.000 en in 2024 € 505.000. Dit risico wordt gedekt we uit de budgetoverheveling 2021. De Adviesfunctie adviseert – evenals het voorgaande jaar- de deelnemende gemeenten om goed rekenschap te nemen van alle bovenstaande financiële ontwikkelingen en zorg te dragen voor voldoende financiële dekking in de gemeentelijke begroting.
3.4 Afbouw en ontschotting Participatiebudget De MGR heeft zowel in de jaarrekening 2021 als in de begroting 2023-2026 een paragraaf opgenomen over de afbouw en ontschotting van de Participatiewet, waaruit de begeleide participatie wordt bekostigd. Momenteel wordt onderzocht hoe het gemeentefonds opnieuw kan worden verdeeld. De gemeenten zijn van mening dat de omvang het gemeentefonds nog onvoldoende is om tot een goede herverdeling te komen. In januari 2023 komt de VNG met een advies aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Afhankelijk van de inhoud van het advies en de haalbaarheid van de aanpassingen zal de geplande invoerdatum van 1 januari 2023 gehaald worden. De MGR merkt hierover op dat het effect van het nieuwe model op het Werkbedrijf omdat participatie een van de vier clusters is binnen het sociaal domein. Daarmee worden de tien maatstaven waaruit de participatie nu bestaat teruggebracht tot vier Dit heeft gevolg dat de herkenbaarheid van de re-integratie middelen verdwijnt. Dit omdat de personele lasten niet meer gedekt kunnen worden uit het participatiebudget. De MGR heeft om deze reden gekozen om te werken met een flexibele personele schil.
10
4. Jaarstukken 2021 4.1 Algemeen In 2021 is de juridische regeling gewijzigd in verband met de komst van de cao Aan de slag. Door de aanpassing is het nu mogelijk om medewerkers die via deze cao aan het werk gaan in dienst te nemen van MGR. Uit het 100-banenplan blijkt dat detacheren kansen biedt. Vanuit deze ervaring wil WerkBedrijf het aanbod in (groepsgewijs) detacheren van kandidaten uitbreiden en daarmee ondernemersrisico’s beperken. Hiervoor zijn voorbereidingen getroffen in 2021. De tevredenheid van ondernemers en kandidaten over de dienstverlening van WerkBedrijf is gemeten. Beiden partijen geven gemiddeld een 8 voor de dienstverlening. In opdracht van Regionale Tafel Arbeidsmarkt (RTA) is samen met samenwerkingspartners een interdisciplinair Regionaal MobiliteitsTeam (RMT) opgezet. Dit team is sinds het najaar van 2021 actief. WerkBedrijf is onderdeel van dit team. De RMT’s zijn onderdeel van het landelijke sociaal herstelpakket van het Rijk. Hiermee wordt beoogd dat er in iedere arbeidsmarktregio een RMT wordt opgericht voor werkgevers, werknemers en werkzoekenden die door de coronacrisis hard geraakt worden. De RTA voert de regie over POW. POW is een regionaal actieplan voor de arbeidsmarkt en is opgesteld door WerkBedrijf, UWV, VNO-NCW, gemeenten, ROC Nijmegen en Hogeschool Arnhem-Nijmegen. Het POW-programma bestaat uit 4 speerpunten die in een tabel op blz.
15 van de Jaarstukken zijn opgenomen. Eind 2021 is er ca. € 0,6 miljoen van de begrote € 2 miljoen besteed. De realisatie blijft achter op de begroting. Dit komt grotendeels door de coronacrisis.
4.2 Controleverklaring accountant De jaarstukken zijn door de accountant Deloitte gecontroleerd. De accountant heeft op 24 maart 2022 aangegeven voornemens te zijn om een goedkeurende accountantsverklaring af te geven voor zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid. In verband met de situatie in Oekraïne is binnen Deloitte een consultatie verplicht gesteld over het wel of niet opnemen van een extra paragraaf in de controleverklaring waarbij Deloitte verwijst naar de door MGR in de paragraaf gebeurtenissen na balansdatum gegeven toelichting. Deloitte verwacht dat de consultatie op korte termijn wordt afgerond en daadwerkelijk kan overgaan tot het afgeven van een controleverklaring. In ieder geval heeft de situatie in Oekraïne geen invloed op de jaarrekening of de goedkeurende strekking van de door Deloitte af te geven controleverklaring.
4.3 Begroting 2021 en managementrapportages De vergelijkende cijfers in de jaarstukken zijn conform de ontwerpbegroting 2022-2025 die in juli 2021 is vastgesteld door het bestuur. Nadien heeft het dagelijks bestuur goedkeuring gegeven aan een technische begrotingswijziging waarbij de baten en lasten zijn verlaagd met € 1.223.000. De aangepaste begroting is opgenomen in de jaarrekening en de technische begrotingswijziging wordt toegelicht in bijlage 6 van de jaarstukken. In de halfjaarrapportage 2021 heeft de MGR de verwachting uitgesproken dat er een voordeel zou ontstaan op onderdeel Werk dat zou liggen tussen € 2 en € 2,5 miljoen en een voordeel op onderdeel Sociale Werkvoorziening dat zou liggen tussen € 0,3 en € 0,5 miljoen. Het resultaat van Werk is uitgekomen op € 2,6 miljoen. Het resultaat op SW is hoger uitgevallen en is uitgekomen op € 1 miljoen. De oorzaken van het ontstaan van dit voordeel wordt nader uiteengezet op pagina 68 en 69 van de jaarrekening.
11
4.4 Resultaatanalyse In onderstaande tabel wordt inzichtelijk gemaakt welk resultaat is behaald vóór en na de eindafrekening met de deelnemende gemeenten per module. Resultaat vóór- en na eindafrekening Bedragen in € 1.000
Werkbedrijf iRvN Bestuursondersteuning Consolidatie Totaal:
Totale baten 76.234 19.062 325 -2.645 92.976
Totale lasten 73.742 19.022 325 -2.645 90.443
Resultaat EindSaldo van Gerealiseerd voor eind- afrekening baten en resultaat* afrekening lasten* 2.492 -2.492 0 0 40 -40 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.532 V -2.532 0 0
*Na afrekening met deelnemende gemeenten. V= voordeel Het resultaat vóór de eindafrekening bedraagt € 2,5 miljoen positief. Redenen voor het positieve resultaat zijn: eenmalig voordeel BTW compensatiefonds, niet ingevulde vacatureruimte, lagere uitgaven instrumentgelden, lagere uitgaven op arbeidsmatige dagbesteding en lagere loonkosten SW-medewerkers. In dit resultaat is een budgetoverheveling van € 1,0 miljoen en € 133.000 verwerkt: - Het dagelijks bestuur heeft bij de Tussenrapportage 2021 besloten de budgetoverheveling van € 1,0 miljoen in de besluitvorming bij de jaarrekening en begroting aan de deelnemende gemeenten voor te leggen. Deze budgetoverheveling hangt samen met de cao Aan de slag. De MGR ervaart dat het werken met het 100 banenplan niet kostendekkend is en verzoekt daarom het budget van € 1,0 miljoen over te hevelen en als volgt toe te delen aan de jaarschijven: 2022 € 168.000, 2023 € 337.000 en 2024 € 505.000. - Bij Automatisering is een voordeel van € 133.000 ontstaan. MGR verzoekt om dit resultaat over te hevelen naar 2022 en aan te wenden voor de Logj4 problematiek. Op zowel de module Werkbedrijf als iRvN is een voordelig resultaat behaald.
Het voorstel van het algemeen bestuur is om deze resultaten te verwerken in de gemeentelijke bijdrage van de onderdelen: Werk Bedrijf onderdeel Werk, voordelig resultaat € 1,5 miljoen: voordeel € 1,3 miljoen Participatiebudget, nadeel € 81.000 wettelijke loonkostensubsidies, voordeel € 271.000 arbeidsmatige dagbesteding, onderdeel Sociale Werkvoorziening € 1,0 miljoen: nadeel € 270.000 lagere omzet, voordeel € 1,1 miljoen loonkosten SW-medewerkers, voordeel € 170.000 overhead en directe uitvoering. iRvN onderdeel Informatie & Applicatiebeheer: resultaat € 40.000. Voor een nadere toelichting hierover verwijzen we naar de pagina’s 41 t/m 44 van de jaarrekening. Daar wordt inzichtelijk gemaakt hoe de MGR per onderdeel de afrekening gaat uitvoeren, uitgesplitst naar de deelnemende gemeenten.
12
4.5 Balanstoelichting Naast de gerealiseerde kosten en opbrengsten van de jaarrekening 2021 geeft de balans per 31 december 2021 de bezittingen en schulden van de MGR weer. In de balans vallen de volgende punten op: Vaste activa In 2021 heeft MGR ca. € 0,9 miljoen geïnvesteerd. Dit betreffen grotendeels investeringen in ICT gerelateerde aankopen. Op blz. 49 van de jaarrekening staat het investeringsoverzicht. Aan ICT investeringen was voor 2021 € 2,0 miljoen begroot. Wegens corona is de investering voor centrale computercapaciteit van € 1,0 miljoen vertraagd. De investering staat nu gepland voor 2022. Er wordt verzocht om het budget van € 1,0 miljoen over te hevelen naar 2022. Vaste passiva De MGR heeft geen vermogenspositie. Zie hiervoor ons advies in § 7 Weerstandsvermogen. De MGR heeft 2 voorzieningen gevormd: reorganisatievoorzieningen Breed 2012 voorziening iRvN In 2021 bestond de voorziening reorganisatievoorziening Breed 2012 nog. Deze is eind 2021 afgewikkeld. In 2021 is € 181.000 onttrokken aan de voorziening SPP ten behoeve van mobiliteitstrajecten. In 2021 heeft PwC een evaluatieonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek heeft als uitkomst dat binnen iRvN taken op een andere wijze ingedeeld gaan worden. Om de personele gevolgen daarvan op te kunnen vangen, is een voorziening van € 0,1 miljoen gevormd.
Voor nadere toelichting op de balans verwijzen we naar hoofdstuk 4 van de jaarrekening 2021 (vanaf pagina 48 tot en met pagina 60). De jaarrekening 2021 is opgesteld conform de voorschriften van de BBV.
4.6 Deelnemersbijdragen jaarrekening Na verrekening van de behaalde resultaten over het jaar 2021 ziet de deelnemersbijdrage over het jaar 2021 als volgt uit: Gemeentelijke bijdragen Bedragen in € 1.000
Totaal Werk
Totaal Bestuur
Totaal iRvN
Subtotaal
Meerwerk
Totaal
Berg en Dal Beuningen Druten Heumen Mook en Middelaar Nijmegen Wijchen West Maas en Waal
5.814 3.697 2.738 1.872 197 39.415 5.777 1.165
24 18 13 11 5 121 28 0
1.403 1.042 764 661 317 10.660 1.656 0
7.241 4.758 3.515 2.544 520 50.197 7.461 1.165
50 0 0 0 0 285 0 0
7.291 4.758 3.515 2.544 520 50.482 7.481 1.165
Totaal:
60.675
221
16.505
77.401
355
77.756
13
5. Gewijzigde begroting 2022 5.1 Algemene toelichting gewijzigde begroting 2022. Met de aanbieding van de begroting 2023-2026 wordt eveneens de gewijzigde begroting 2022 aangeboden. Het verschil tussen de primitieve begroting 2022 en de nu voorliggende begroting bedraagt € 3,55 mln. Arbeidsparticipatie De aanpassingen betreffen onder meer de twee effecten van de septembercirculaire 2021 voor het onderdeel. De eerste aanpassing: Voor 2022 heeft het Rijk eenmalig aanvullende middelen beschikbaar gesteld in de vorm van een aanvullend pakket re-integratiekosten en impuls re-integratie voor een bedrag van € 1,5 miljoen. De tweede aanpassing: uit het rijksbudget is een (beperkte) uitnamen gedaan vanwege nieuwe kostenraming die samenhangt met de uitvoering van de no-risk voor de doelgroep banenafspraak door het UWV. Daarnaast wordt een voorstel gedaan bij de jaarrekening een eenmalig bedrag van € 1,0 miljoen over te hevelen voor de nieuwe cao ‘Aan de slag om mensen met een arbeidsbeperking’ aan het werk te helpen. Het voorstel is om de middelen te verdelen over de jaarschijven 2022 (€ 168.000), 2023 (€ 337.000) en 2024 (€ 505.000). Begeleide participatie Begeleide participatie neemt circa € 0,7 mln. toe t.o.v. de primitieve begroting.
De toename komt voornamelijk door onzekerheid over de gevolgen van de cao WSW als gevolg van een extra tijdelijke seniorenregeling en een compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen. De MGR heeft ervoor gekozen om de loonkosten van de SWmedewerkers met 1,0 % extra te verhogen. De kostprijs per SE neemt hierdoor toe van € 30.819 naar € 31.129. De gemeenten zullen via rijksbijdrage SW gecompenseerd worden voor de toename van de loon- en prijsontwikkelingen en er ontstaat aan gemeentezijde geen nadelig effect van de begroting. Daarnaast neemt voor het onderdeel Werk de begeleide participatie door de pilot Simpel switchen tussen arbeidsmatige en ontwikkelgerichte Dagbesteding met € 0,15 mln. toe. Inkomensregelingen Het Rijk heeft per 1 januari 2022 een nieuwe systematiek voor de verdeling van de middelen voor loonkostensubsidie ingevoerd. Ten opzichte van de primaire begroting 2022 is dit een toename van afgerond € 0,7 miljoen door cao Aan de slag. Overhead (=ICT en Vastgoed) Ten aanzien van de overhead zien we dat de begrotingscijfers 2022 ten opzichte van de primitieve begroting van de MGR op dit punt zijn aangepast. Dit komt doordat de plusproducten in 2022 zijn toegevoegd voor een bedrag van € 0,6 miljoen bij iRvN.
Daarentegen is bij het opstellen van de halfjaarrapportage 2021 voor het onderdeel Vastgoed een technische wijziging van € -0,3 miljoen doorgevoerd ten aanzien van de herziene afspraken over beschutte groepsdetachering en extra huisvestingslasten gemaakt. De adviesfunctie kan instemmen met de aanpassingen op de primitieve begroting 2022. De begroting 2022 is opgesteld conform de voorschriften van de BBV. Hoewel in de voorliggende begroting 2023-2026 op diverse plaatsen de wijzigingen inzichtelijk worden gemaakt, geven we de MGR in overweging om in de bijlagen bij de begroting per onderdeel een overzicht op te nemen welke wijzigingen zich hebben voorgedaan. Een dergelijk overzicht is ook opgenomen bij de jaarrekening 2021.
14
5.2 Deelnemersbijdragen 2022 na wijziging Bedragen x €1.000
iRvN
BestuursSW ondersteuning
Gemeente Beuningen Gemeente Druten Gemeente Heumen Gemeente Nijmegen Gemeente Wijchen Gemeente Maas en Waal Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Berg en Dal Werkorg. Druten-Wijchen ODRN Deelnemersbijdrage
1.005 509 583 11.176 1.259
18 13 11 122 28
297 939 61 731 16.561
5 24
Vastgoed Werk
Totaal Overige Werk re- Totaal gemeentelijke bijdragen integratie bijdrage WERK
2.700 1.949 1.349 21.909 4.026 1.159
10 1.288 7 862 5 569 84 20.973 15 2.166
5.021 3.340 2.517 54.265 7.493 1.159
3.924
15
257 2.245
559 7.148 61 731 82.293
221 37.015
136 28.359
36 6 370
1.169
5.057 3.346 2.517 55.803 7.493 1.159
7
370
567 7.148 61 731 1.218 83.881
Bijlage 2 Bijdrage per gemeente 2022-2023 Aansluiting tussen deelnemersbijdrage en de verschillende modules (voor de Financials).
Bedragen x €1.000
Deelnemersbijdrage Omzet Overige bedrijfsopbrengsten Overige bijdragen
iRvN (p.52)
BestuursSW Vastgoed Werk Totaal ondersteuning (tabel 10) (tabel 13) (tabel 6) gemeentelijke (tabel 3) bijdrage 16.561 221 37.015 136 28.359 82.293 560 1.431
95
8.686 658 195
Aansluiting module Consolidatie
18.552 -1.431
317 -95
46.555 -586
1.045 -495
30.726
97.194 -2.606
Totaal incl. consolidatie
17.121
222
45.969
550
30.726
94.588
909
546 35 1.786
9.232 1.253 4.416
De bovenstaande tabel is voor de financials. De tabel geeft de aansluiting tussen de begroting van de verschillende modules (de pagina en tabel nr. per onderdeel) en deelnemersbijdrage (bijlage 2). Daarnaast geeft het ook de aansluiting met het consolidatieoverzicht MGR in bijlage 10 en met het totaaloverzicht in tabel 1 op pagina 32.
15
6. Begroting 2023 6.1 Van begroting 2022 naar meerjarenraming De onderstaande tabel geeft de begrotingsbedragen weer. De totale baten nemen af van € 94,6 miljoen in 2022 naar € 84,3 miljoen in 2026. De afname komt vooral door de afbouw van de sociale werkvoorziening. De kolom 'B2022' heeft betrekking op de vastgestelde begroting in juli 2021 en kolom 'B2022W' heeft betrekking op de nu voorliggende begrotingswijziging 2022.
Bedragen x €1.000
R 2021
B 2022
B 2022 W
B2023
B 2024
B 2025
B2026
Arbeidsparticipatie Begeleide participatie Inkomensregelingen Overhead Totaal baten Arbeidsparticipatie Begeleide participatie Inkomensregelingen Overhead Totaal programma Overhead MGR Totaal lasten
18.489 49.727 3.956 18.271 90.443 13.293 47.320 3.956 17.332 81.902 8.541 90.443
21.024 48.216 4.188 17.611 91.039 16.082 45.580 4.188 16.263 82.113 8.926 91.039
22.933 48.914 4.849 17.893 94.588 18. 458 46.144 4.377 16.662 85.641 8.947 94.588
22.471 46.825 5.320 17.790 92.406 18.433 44.196 4.377 16.656 83.661 8.745 92.406
22.615 44.253 5.320 17.790 89.978 18.572 41.628 4.377 16.656 81.232 8.746 89.978
21.657 40.954 5.320 17.790 85.722 17.614 38.329 4.377 16.656 76.976 8.746 85.722
22.336 38.821 5.320 17.790 84.267 18.292 36.196 4.377 16.656 75.521 8.746 84.267
Meerjarig worden in de begroting de volgende ontwikkelingen zichtbaar: Arbeidsparticipatie De begrote lasten voor arbeidsparticipatie dalen van € 18,5 mln. in 2023 naar € 18,3 mln. in 2025. Onder de noemer instrumenten is de begroting als gevolg van de septembercirculaire de begroting met € 1,2 miljoen toegenomen. In 2023 neemt dit bedrag weer met € 1,5 miljoen af door wegvallen van tijdelijke rijksmiddelen. Daarnaast neemt de begroting met ruim € 1,3 miljoen toe i.v.m. Cao Aan de slag (zie pagina 41. Cao Aan de slag). Daarnaast geldt een verdere toename van de lasten voor de algemene uitvoering arbeidsparticipatie met € 197.000 vanwege uitvoering van de cao Aan de slag. Verder nemen de ‘oude verplichtingen’ in het kader van de vroegere WIW en IDdeelnemers verder af doordat er geen nieuwe instroom meer is. Begeleide participatie De begrotingstotalen van de sociale werkvoorziening (SW) dalen van 2022 naar 2026 met circa € 10,0 miljoen. Dit komt voornamelijk doordat er geen mensen meer in de SW stromen. In 2023 nemen de gemeentelijke bijdragen af met € 1,5 miljoen (ten opzichte van 2022). Dit komt doordat het aantal SW-medewerkers daalt van 1.189 naar 1.109 (in SE). Hierdoor maakt MGR minder SW-salariskosten (circa € 1,9 miljoen), maar nemen onze opbrengsten in omzet ook af (circa € 0,4 miljoen).
Het begeleide participatie voor onderdeel Werk voor Op Weg Naar Werk is in 2023 € 2,8 miljoen. Dit is een afname ten opzichte van 2022 met € 0,15 mln. en hangt samen met de afronding van de pilot Simpel switchen. Inkomensregelingen De MGR begroot hier in 2023 € 5,3 miljoen. Ten opzichte van de bijstelling begroting 2022 is dit een toename van circa € 0,5 miljoen en hangt samen met verwachte toename aantal kandidaten met een beperking die aan het werk gaan met loonkostensubsidie (via de cao Aan de slag). De begrote lasten voor onderdeel inkomensregeling blijven gelijk vanaf 2022.
16
Overhead (=ICT en Vastgoed) Het meerjarenbudget tot en met 2026 neemt met € 0,1 mln. af ten opzichte van 2022. Exclusief de plusproducten van € 0,55 mln. zou dit juist een toename van € 0,45 mln. zijn. Deze toename van 4,5 komt door indexering € 0,5 mln. en afname van het applicatiebeheer voor belastingen van gemeente Nijmegen van 0,1 mln. Door een afname op de overhead MGR van circa € 0,1 mln. blijft de lastenkant nagenoeg gelijk. De adviesfunctie kan instemmen met de aanpassingen op de begroting 2023-2026. De begroting 2023 is opgesteld conform de voorschriften van de BBV.
6.2 Deelnemersbijdragen 2023 Bedragen x €1.000
iRvN
BestuursSW ondersteuning
Gemeente Beuningen Gemeente Druten Gemeente Heumen Gemeente Nijmegen Gemeente Wijchen Gemeente Maas en Waal Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Berg en Dal Werkorg. Druten-Wijchen ODRN Deelnemersbijdrage
1.032 523 599 11.400 1.343
18 2.604 13 1.887 11 1.275 125 21.083 29 3.840 1.053
305 965 63 751 16.980
6 25
3.724
227 35.466
Vastgoed Werk
11 1.318 8 865 5 565 86 20.173 16 2.175
15
263 2.194
140 27.552
Totaal Overige Werk re- Totaal gemeentelijke bijdragen integratie bijdrage WERK 4.983 38 5.021 3.296 6 3.302 2.455 2.455 52.867 245 1.241 55.353 7.402 7.402 1.053 1.053 574 6.923 63 751 80.366
8
245
1.293
582 6.923 63 751 81.904
Bijlage 2 Bijdrage per gemeente 2022-2023 Aansluiting tussen deelnemersbijdrage en de verschillende modules (voor de Financials).
Bedragen x €1.000
Deelnemersbijdrage Omzet Overige bedrijfsopbrengsten Overige bijdragen Aansluiting module Consolidatie Totaal incl. consolidatie
iRvN (p.52)
BestuursSW Vastgoed Werk Totaal ondersteuning (tabel 10) (tabel 13) (tabel 6) gemeentelijke (tabel 3) bijdrage 16.980 227 35.466 140 27.552 80.366 8.284 1.092 9.376 653 70 723 1.469 98 195 909 1.875 4.546 18.449 325 44.598 1.049 30.590 95.011 -1.431 -98 -582 -495 -2.606 17.018 227 44.016 554 30.590 92.406
De bovenstaande tabel is voor de financials. De tabel geeft de aansluiting tussen de begroting van de verschillende modules (de pagina en tabel nr. per onderdeel) en deelnemersbijdrage (bijlage 2). Daarnaast geeft het ook de aansluiting met het consolidatieoverzicht MGR in bijlage 10 en met het totaaloverzicht in tabel 1 op pagina 32.
6.3 BTW & VPB Omdat de module Werkbedrijf overheidstaken uitvoert is voor dit onderdeel bij de oprichting fiscaal gekozen voor een BTW-koepelvrijstelling. Het voordeel hiervan is dat het Werkbedrijf over de ontvangen gemeentelijke bijdragen geen BTW hoeft af te dragen. Het nadeel is echter dat het Werkbedrijf de BTW aan de inkoopkant niet zelf kan terugvragen. Deze BTW schuift de MGR door naar de gemeenten die deze BTW wel kunnen terugvragen. Door hiervoor facturen te sturen naar de gemeenten krijgt de MGR de BTW alsnog terug, terwijl het de gemeente per saldo niets kost.
17
6.4 Meerjarenbegroting De meerjarenbegroting wordt voor kennisgeving aangenomen.
7. Weerstandsvermogen De MGR houdt zelf geen buffer aan om risico’s om te kunnen vangen. Naast fiscale redenen (zie § 6.3) past dit bij de gedachte dat een gemeenschappelijke regeling een verlengstuk is van de deelnemende gemeenten. Een risico van de MGR is daarmee ook een risico voor de gemeenten. Dit betekent dat de gemeenten de risico’s van de MGR naar rato moeten opnemen in hun begroting en jaarrekening. Als we alle risico’s simpelweg optellen komen we op het maximale risico (MGR: verwachtingswaarde). Als we er rekening mee houden dat risico’s zich wél of niet kunnen voordoen en in de praktijk nooit tegelijkertijd, komen we op een gewogen risicoprofiel (MGR: benodigde weerstandscapaciteit). Het risicoprofiel is € 7,1 mln. en gewogen € 2,8 mln. Op basis van een actualisatie zijn nieuwe organisatorische risico’s gekwantificeerd, o.a. rondom ICT en personeel. In het advies voorin dit rapport (zie § 1.2) zijn gemeenten geadviseerd om bovengenoemde risico’s (naar rato van bijlage 10 Risico-inventarisatie MGR van de begroting) in hun eigen jaarrekening en begroting op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen. De MGR wijst de deelnemende gemeenten op een drietal risico’s rondom rijksmiddelen waarbij op een verdere kwantificering nog niet is te maken, te weten: -
Het aanbieden van beschut werk (nieuw) vanuit de Participatiewet. We zijn op dit risico ingegaan in § 3.3.
-
Uittreden van een gemeente uit de MGR of uit een of meerdere modules heeft tot gevolg dat er frictiekosten ontstaan bij de MGR
-
Afbouw WSW-budget en stijging gemiddelde loonkosten SW-medewerkers, voor zover nog niet al meegenomen in de ramingen. In § 3.2. zijn we ingegaan op de aanvullende bijdrage voor de sociale werkvoorziening. De MGR gaat hier uit van een van een kostendekkende deelnemersbijdrage voor de sociale werkvoorziening, waardoor dit risico bij de gemeenten ligt. De Adviesfunctie raadt de MGR aan om de risico’s periodiek te bespreken en tegelijkertijd vraagt de MGR om op de bovenstaande risico’s bij wijzigingen in de kwartaalrapportages in 2023 specifiek te rapporteren.
18