Bijlage VI Toelichting en regels BP Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Tekst van het document
Gemeente Heumen Het (hemel)waterbeleid van de gemeente Heumen is onder meer vastgelegd in het Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2018 - 2022. Voor alle nieuwbouwplannen binnen de gemeente Heumen geldt dat het regenwater op eigen perceel
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
27
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
verzameld en verwerkt dient te worden. Het regenwater mag niet meer bij het vuilwaterriool worden aangesloten of oppervlakkig afstromen naar de openbare ruimte. De gemeente Heumen conformeert zich aan het beleid van het waterschap. De eis vanuit het waterschap voor solitaire infiltratiesystemen (dus zonder overloop op een sloot) dienen minimaal 66,4 mm/m² verhard oppervlak te kunnen bergen. Bij een systeem met een overloop op het watersysteem van het waterschap moet minimaal 43,6 mm/m² verhard oppervlak geborgen worden, waarbij maximaal 1,5 l/s/ha op het watersysteem mag worden geloosd. Voor het aansluiten van water of een overloop op het watersysteem van het waterschap moet een vergunning worden aangevraagd of gemeld worden. De wijze van infiltreren, bergen en verwerken van het hemelwater op eigen terrein is ter invulling van de perceeleigenaar. Bij de keuze en aanleg van een voorziening dient te worden voorkomen dat er afval in het hemelwatersysteem wordt geloosd. Daarnaast dient gebruik te worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwproducten en werkwijzen. Er wordt derhalve geadviseerd gebruik te maken van niet uitloogbare bouwmaterialen of materialen die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient een voorziening bij voorkeur inspecteerbaar en reinigbaar te zijn. Het systeem dient binnen 48 uur weer leeg te zijn zodat de volledige bergingscapaciteit weer beschikbaar is.
De gemeente adviseert binnen stedelijk gebied om minimaal 20 tot 30 mm in een voorziening te bergen met een overloop op eigen terrein. De overloop mag daarbij geen overlast voor de omgeving opleveren.
4.8.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Waterkeringen In het voorliggende plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Watergangen In het plangebied, of direct aangrenzend daaraan, komt geen oppervlaktewater voor. Watercompensatie De beoogde ontwikkeling betreft functieverandering van al bestaande bebouwing. In die zin vindt er geen toename van het verhard oppervlak plaats. Wel ontstaat er vanwege de woningsplitsing de mogelijkheid om een nieuw bijgebouw van maximaal 50 m² op te richten bij de nieuwe af te splitsen woning. Echter, omdat er een overkapping en een buitenstal gesloopt worden (samen 74 m²), neemt het dakoppervlak per saldo met 24 m² af. Aan de straatzijde wordt daarnaast voorzien in een nieuwe inrit voor de afgesplitste woning met een oppervlak van 35 à 40 m². Net als de bestaande inrit wordt deze uitgevoerd in halfverharding (fijn grind). Halfverharding wordt voor 50% gezien als verhard oppervlak. Daarmee neemt het verhard oppervlak met maximaal 50 % x 40 m² = 20 m² toe. Per saldo neemt het verhard oppervlak daarmee licht af ten opzichte van de bestaande situatie. Overigens heeft de initiatiefnemer tot op heden nog geen gebruik gemaakt van de vrijstelling van 1.500 m² in landelijk gebied, zodat dat er ook bij een toename van verharding geen sprake zou zijn van een bergingsopgave. Dit betekent dat er op basis van het beleid van het waterschap geen compensatie hoeft plaats te vinden.
Grondwater Het plan is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. In en om het plangebied is geen grondwateroverlast bekend. Ingrepen voorkomend uit dit plan zullen het functioneren van het grondwatersysteem niet beïnvloeden. Riolering en hemelwaterafvoer Het hemelwater van het nieuwe bijgebouw wordt niet gekoppeld aan het rioolsysteem, maar wordt op het eigen perceel verwerkt. Het afvalwater van het hoofdgebouw kan (ook in het geval van een afgesplitste woning) via de bestaande rioolaansluiting verwerkt worden.
28
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Waterkwaliteit Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente. Het Waterschap is verantwoordelijk voor de zuivering van het aangeleverde afvalwater. Het Waterschap is de beheerder van het totale watersysteem en van de waterkeringen. Het onderhoud van de waterkeringen en hoofdwatergangen is tevens de verantwoordelijkheid van het Waterschap. Het onderhoud van de overige watergangen ligt bij particulieren, de gemeente en andere instanties. Conclusie Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.9
Ecologie
4.9.1
Regelgeving
In 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien moet voor de start van die werkzaamheden ontheffing worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan moet duidelijk zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten.
Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl. Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien:
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
29
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en c. sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen: de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In Wijchen is de provincie Gelderland het bevoegd gezag voor de Wnb.
Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook moet gelet worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Gebiedsbescherming De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht.
Middels een 'habitattoets' moet worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN. Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-, sloop- en eenmalige aanlegactiviteiten, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen, in het kort de bouwvrijstelling. Er is een knip gemaakt tussen de bouw en het gebruik van een bouwwerk. De milieubelasting tijdens de bouw is tijdelijk, terwijl het gebruik een permanent karakter heeft.
Vanwege de vrijstelling is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies te toetsen op stikstof. Dit betekent dat voor het aspect stikstof alleen nog de depositie in de gebruiksfase een rol speelt. De vrijstelling geldt expliciet alleen voor stikstof en niet voor andere negatieve effecten die tijdens de bouwfase als gevolg van geluid, licht en trillingen op Natura 2000-gebieden kunnen optreden.
30
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
4.9.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Omdat het plan slechts functieverandering van al bestaande bebouwing betreft is het niet noodzakelijk om een quickscan Wet natuurbescherming uit te voeren. Soortenbescherming De huiskavel in het plangebied is in gebruik als woning met tuin en bed & breakfast en wordt ook als zodanig beheerd. Hierdoor zijn er geen mogelijkheden voor de groei van beschermde plantensoorten. Deze zijn ook niet aangetroffen. Enkel algemeen voorkomende plantensoorten zijn binnen het plangebied en de directe omgeving aangetroffen. Het overige deel van het plangebied, buiten de huiskavel, heeft een agrarische functie (weiland met paardenbak en stapmolen). Het beheer van een dergelijk perceel verkleint de kansen op aanwezigheid van beschermde soorten nog verder. Beschermde plantensoorten kunnen worden uitgesloten in het plangebied. Ook wordt de Wet natuurbescherming voor de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, ongewervelden, vissen en vleermuizen niet overtreden. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep broedvogels mogelijk overtreden bij het snoeien van de tuinbeplanting in de broedperiode ter plaatse van de beoogde locatie van de nieuwe inrit. Omdat eventuele werkzaamheden buiten de broedperiode zullen worden uitgevoerd, zijn broedvogels geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Gebiedsbescherming De ontwikkelingen in het plangebied leiden niet tot een ander gebruik en bovendien is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Sint Jansberg) gelegen op een afstand van meer dan 5 km. Op een dergelijke afstand zijn geen effecten meer te verwachten door de aard van de ontwikkelingen, het tussenliggende gebied en de afwezigheid van overeenkomstig habitat. De ontwikkelingen in het plangebied leiden niet tot aantasting van Natura 2000-gebieden. Wat betreft stikstofdepositie kan voor de aanlegfase worden aangesloten bij de in de Wet stikstofreductie en natuurbescherming (Wsn) opgenomen vrijstelling. De berekeningen van het projecteffect in de gebruiksfase (1 extra twee-aaneen gebouwde woning) zijn verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie oktober 2020) op basis van voornoemde uitgangspunten. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 3 van de toelichting. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Nader onderzoek is zodoende niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.10
Archeologie & cultuurhistorie
4.10.1 Regelgeving Erfgoedwet De Erfgoedwet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen golden, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling. Waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die in 2023 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende zaken:
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
31
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Bescherming van stads- en dorpsgezichten. Archeologische waarden- en verwachtingskaart gemeente Heumen Volgens de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Heumen ligt het plangebied ter plaatse van de aanduiding 'hoge verwachting, waarschijnlijk/ mogelijk goede conservering. Di betekent dat het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde heeft voor archeologische resten uit alle perioden. Voor gronden met een hoge verwachtingswaarde geldt dat bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 0,4 m archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Beleidsnota cultuurhistorie In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is een bepaling opgenomen, op grond waarvan het gemeentebestuur bij het opstellen van een bestemmingsplan moet aangeven op welke wijze zij rekening heeft gehouden met de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Ter onderbouwing van deze afweging hebben de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten gezamenlijk de beleidsnota cultuurhistorie 'Samen in verscheidenheid' opgesteld. Op de waarderingskaart, behorende bij de beleidsnota, is het plangebied aangewezen als cultuurhistorisch waardevol gebied.
Dit zijn gebieden waarvan de cultuurlandschappelijke waardering zeer hoog, hoog of middelhoog is. In hoeverre een ruimtelijke ontwikkeling afbreuk kan doen aan de cultuurhistorische waarden in een gebied is afhankelijk van: De aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling; De cultuurhistorische waarden in een gebied. 4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie De gronden binnen het plangebied hebben de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’.Het oppervlaktecriterium van 500 m2 wordt met onderhavige plannen niet overschreden, aangezien er alleen een nieuw bijgebouw van 50 m² kan worden gerealiseerd ter plaatse van de afgesplitste woning. Een nader archeologisch onderzoek is daarmee niet noodzakelijk. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Cultuurhistorie Het plangebied behoort tot een zone waaraan een hoge cultuurhistorische waardering is toegekend. Het plangebied valt binnen een 'waardevol cultuurhistorisch ensemble'. Op navolgende afbeelding is de uitsnede van het plangebied op de cultuurhistorische waarderingskaart weergegeven:
32
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Uitsnede cultuurhistorische waarderingskaart, met globale aanduiding plangebied (rood omcirkeld) Door de beoogde ontwikkeling worden geen cultuurhistorische waarden aangetast. Aangezien de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling beperkt is tot de functieverandering van al bestaande bebouwing. Daarnaast wordt de al bestaande landschappelijke inpassing verder versterkt. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.11
Leidingen
4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In de directe omgeving van het plangebied is geen planologisch relevante leiding aanwezig. Het aspect 'leidingen' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
33
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
4.12
Vormvrije MER-beoordeling
4.12.1 Regelgeving Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Aangezien het aantal woningen in de toekomstige situatie met maximaal één wooneenheid toeneemt, is er geen m.e.r.-beoordeling conform het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'.
De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.
34
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere (recente) bestemmingsplannen van de gemeente Heumen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen.
5.1.1
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
5.1.2
Bestemmingsregels
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving.
5.1.3
Algemene regels
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
35
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. In de algemene gebruiksregels is aanvullend een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing opgenomen. Deze laatste verplichting regelt dat de woningen landschappelijk moeten worden ingepast en dat de inpassing in stand moet worden gehouden. Algemene aanduidingsregels De gronden die liggen binnen de door de provincie op 1 juli 2009 vastgestelde ecologische hoofdstructuur (EHS), nu Natuurnetwerk Nederland geheten, hebben in het bestemmingsplan een aanduiding gekregen. Het plangebied valt binnen een zoekzone voor een ecologische verbindingszone en heeft daarom, in aansluiting op het geldende bestemmingsplan, de aanduiding 'overige zone - ehs verbinding' gekregen.
Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een regeling opgenomen waarbij de archeologische dubbelbestemming kan worden toegevoegd of verwijderd. In dit artikel is tevens een regeling opgenomen die het mogelijk maakt de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen in de bestemmingen Water, Groen - landschappelijke beplanting of Natuur uit het bestemmingsplan Buitengebied 2009 van de gemeente Heumen. Deze wijzigingsbevoegdheid maakt de realisatie van de EHS mogelijk of kan worden gebruikt indien ter compensatie van nieuwe activiteiten binnen de EHS nieuwe natuur moet worden aangelegd. Overige regels Deze bepaling bevat een regeling omtrent parkeren. 5.1.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.2
Bestemmingen
In het plangebied komen de volgende (dubbel)bestemmingen voor:
36
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschap Alle gronden ten westen van de A73 zijn aangemerkt als landschappelijk waardevol. De gronden met deze agrarische bestemming zijn dus gelegen in een zone ten westen en ten zuiden van het rivierduinencomplex (Vennengebied). Het gebied strekt zich uit ten noorden van de uiterwaarden rondom de kernen Overasselt en Nederasselt. De paardenbak en de stapmolen in het plangebied vallen binnen deze bestemming en zijn specifiek aangeduid. Artikel 4 Wonen Beide woningen in het plangebied vallen onder de bestemming ‘Wonen’. Het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Zowel de toegestane goot- en bouwhoogte, als de diepte en breedte van het hoofdgebouw zijn vastgelegd. Voor bijgebouwen geldt een ‘vrije’ situering binnen het bouwvlak, mits bijgebouwen minimaal 3,0 m achter de voorgevel van de woning en/of het verlengde daarvan worden gebouwd. Bovendien geldt voor alle bebouwing tezamen een maximum bebouwingspercentage. Naast de woonfunctie is het onder voorwaarden toegestaan in een woning of in een bijbehorend bijgebouw een aan huis gebonden beroeps- en bedrijfsmatige activiteit, een bed & breakfast en kamerverhuur uit te oefenen. Belangrijkste voorwaarde is dat de woonfunctie in alle gevallen de hoofdfunctie binnen de bestemming blijft.
Artikel 5 Waarde - Archeologische verwachting 1 Met de inhoud van de archeologische bestemming is aangesloten bij het gemeentelijke beleid met betrekking tot de bescherming van archeologische waarden. Op grond van de archeologische beleidskaart van de gemeente, zijn gebieden gewaardeerd op hun archeologische (verwachtings)waarde. Via de dubbelbestemming worden archeologische waarden in het bestemmingsplan beschermd. Voor de gronden met deze dubbelbestemming geldt dat bij bodemverstorende activiteiten vooraf archeologisch onderzoek moet worden verricht en afhankelijk van de uitkomsten hieruit, maatregelen moeten worden getroffen. Bij de gronden binnen deze dubbelbestemming zijn de bepalingen van toepassing bij bodemverstoringen boven een oppervlakte van 500 m 2 en een diepte van 0,4 m. Daarnaast is in de planregels een mogelijkheid opgenomen op grond waarvan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan verlenen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Deze vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. Ook zijn Burgemeester en wethouders bevoegd het plan te wijzigen, teneinde de dubbelbestemming te verwijderen als blijkt dat archeologische bescherming niet langer nodig is.
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
37
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
6.1.1
Exploitatieverplichting
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander moet worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, moet een exploitatieplan worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld.
6.1.2
Conclusie
Alle kosten die gemaakt moet worden voor het opstellen van een bestemmingplan zijn voor rekening van de initiatiefnemers. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Daarmee zijn de kosten voor de planontwikkeling anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Vooroverleg
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat gemeenten bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Te zijner tijd zullen eventueel ingediende vooroverlegreacties hier of in een separate nota van een gemeentelijke reactie worden voorzien.
6.2.2
Participatie
In het kader van de beoogde ontwikkeling heeft de initiatiefnemer met omwonende(n) gesproken. In bijlage 4 is de uitkomst hiervan opgenomen. Uitkomst is dat het een prettig gesprek was en de reactie van de buren op de beoogde ontwikkeling in het plangebied positief.
6.2.3
Ontwerpfase
Te zijner tijd zullen eventueel ingediende zienswijzen hier of in een separate nota van een gemeentelijke reactie worden voorzien.
6.2.4
Vaststellingsfase
Na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan.
38
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
39
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
40
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
41
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Bijlage 1
42
Verkennend bodemonderzoek
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
43
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Bijlage 3
44
Aeriusberekening gebruiksfase
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Bijlage 4
Memo inspraak
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
45
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
46
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Regels
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
47
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1 met identificatienummer NL.IMRO.0252.BUbpLoksheuvelswg1-OW01 van de gemeente Heumen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan huis verbonden beroepsmatige activiteiten het uitoefenen van een beroep of bedrijf door de bewo(o)n(st)er van de woning op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, kunstzinnig dan wel ontwerptechnisch gebied, alsmede het beroepsmatig verlenen van diensten op deze gebieden dan wel het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingsplichtig is; 1.6 archeologische verwachting een gebied waar naar verwachting relatief veel terreinen voorkomen met archeologische waarden; 1.7 archeologische waarde een terrein waarin zich voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen bevinden, die behouden dienen te worden; 1.8 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9 bed & breakfast een inpandige voorziening
gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als ondergeschikte toeristisch recreatieve activiteit; 1.10 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.11 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bijgebouw een niet voor bewoning bestemd vrijstaand gebouw, dat door zijn constructie en/of afmetingen ondergeschikt is en een gebruikseenheid vormt en dienstbaar is aan een woning, een stacaravan of een recreatiewoning;
48
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
1.14 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.15 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.16 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens een plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.18 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.19 compenserende maatregelen maatregelen die worden getroffen ter bescherming of ontwikkeling van kernkwaliteiten en/of omgevingscondities in verband met een, op een andere locatie voorkomende, aantasting van kernkwaliteiten en/of omgevingscondities; 1.20 containerteelt een niet-grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteit gericht op het telen van gewassen in potten, bakken of containers geplaatst op antiworteldoek en waarbij de rijpaden bestaan uit waterdoorlatend materiaal; 1.21 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling voor verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen
aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.22 ecologische hoofdstructuur een samenhangend netwerk van kwalitatief hoogwaardige natuurgebieden, natuurrijke cultuurlandschappen en verbindingszones, met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten; 1.23 ecologische waarde de aan een gebied, middels een theoretische benadering toegekende waarde voor soorten planten, dieren en vegetatietypen, waarbij het gangbaar is zich met name te richten op de bescherming, zeldzaamheid en bedreigdheid van de natuurwaarde van de aanwezige planten, dieren en vegetatietypen; 1.24 erf al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.25 erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.26 extensief recreatief medegebruik recreatief gebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en daarmee gelijk te stellen activiteiten, dat geen specifiek beslag legt op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet, fiets- en ruiterpaden, zwem- en vislocaties;
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
49
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
1.27 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.28 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.29 grondgebonden agrarisch bedrijf de agrarische bedrijfsvoering die geheel of hoofdzakelijk afhankelijk is van de open grond als agrarisch productiemiddel zoals akkerbouw, veeteelt, vollegrondstuinbouw, een bosbouwbedrijf en/of een paardenfokkerij; 1.30 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.31 horeca Een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor consumptie ter plaatse worden verstrekt en/of waar bedrijfsmatig logies worden verstrekt; 1.32 huishouden persoon of groep personen die een gemeenschappelijke huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.33 kampeermiddel tent, tentwagen, kampeerauto of caravan, dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend bestemd of opgericht dan wel worden of
kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.34 kelder een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer van de bovengenoemde bouwlaag onder het gemiddeld aangrenzend peil is gelegen, en tussen de buitenzijde van de gevels; 1.35 kernkwaliteiten de wezenlijke landschappelijke en ecologische kenmerken van een bepaald gebied; 1.36 landschappelijke waarden de aan een gebied toegekende waarde, die wordt bepaald door de aanwezigheid van de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de niet-levende en levende natuur (met inbegrip van de mens); 1.37 mitigerende maatregelen maatregelen die de aantasting van kernkwaliteiten of omgevingscondities beperken; 1.38 natuurwaarden de aan een gebied eigen zijnde ecologische waarden; 1.39 normaal onderhoud, gebruik en beheer een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt; 1.40 omgevingscondities de kwaliteiten van de omgeving voor zover deze van invloed zijn op kernkwaliteiten; 1.41 overkapping een overdekt bouwwerk met maximaal twee al dan niet tot de constructie behorende wanden;
50
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
1.42 paardenbak een omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal ten behoeve van het rijden op paarden; 1.43 peil de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse; 1.44 permanente bewoning bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een recreatiewoning, stacaravan of andere, voor wisselende bewoning bedoelde, ruimte als hoofdverblijf c.q. vaste woonof verblijfplaats; 1.45 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.46 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.47 stacaravan een caravan die als een bouwwerk in de zin van de Woningwet valt aan te merken; 1.48 uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.49 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van
terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt; 1.50 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
51
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; Voor de berekening van de inhoud van een bouwwerk wordt tevens meegeteld ruimte die door vier wanden, scheidingsmuren en/of dakvlakken is omsloten, maar niet door middel van een dak is afgesloten. De inhoud van deze ruimte wordt gemeten tussen de bovenzijde van de vloer, de binnenzijde van de wanden, scheidingsmuren en/of dakvlakken en de projectie van het dak, waarbij de hoogte van deze projectie wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde hoogte van de vier wanden, scheidingsmuren en/of dakvlakken.
2.4 de oppervlakte van een gebouw tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de verbeelding en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.
52
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden - Landschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, met dien verstande dat: 1. (glas)tuinbouw, fruit- en bomenteelt niet is toegestaan op een afstand van minder dan 50 m van burgerwoningen; b. behoud en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden; c. extensief recreatief medegebruik; d. voorzieningen voor de waterhuishouding. met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitingsvoorzieningen, parkeervoorzieningen binnen het bouwvlak en de bestaande nutsvoorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Gebouwen zijn niet toegestaan.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende kenmerken: a. een paardenbak uitsluitend binnen het bouwvlak, danwel ter plaatse van de aanduiding 'rijbak'; b. een stapmolen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - stapmolen'; a. bouwhoogte van naar de openbare weg gekeerde erf- en terreinafscheidingen maximaal 1 m; b. bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 2 m. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Schuilgelegenheden, melkstallen en veldschuren
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 3.2.1 voor het bouwen van schuilgelegenheden, melkstallen en veldschuren buiten het bouwvlak, mits: a. advies is verkregen van een onafhankelijke instantie op het gebied van agrarische bedrijfsvoering inzake de noodzakelijkheid voor een doelmatige bedrijfsvoering; b. de gezamenlijke oppervlakte van schuilgelegenheden, melkstallen en veldschuren buiten het bouwvlak per bedrijf maximaal 30 m² bedraagt; c. de bouwhoogte maximaal 3,0 m bedraagt. 3.3.2
Paardenbakken
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 3.2.2 onder a voor het aanleggen van paardenbakken voor hobbymatig gebruik buiten het bouwvlak, mits: a. de paardenbak aansluit aan het bouwvlak of de bestemming 'Wonen'; b. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden beperkt; d. voorzien wordt in een zorgvuldige landschappelijke inpassing; e. lichtmasten en andere aan de paardenbak verwante bouwwerken niet worden gebouwd; f. de oppervlakte maximaal 800 m² bedraagt; g. de bouwhoogte van de omheining niet meer dan 1,5 m vanaf het maaiveld bedraagt; h. de omheining voldoet aan redelijke eisen van welstand.
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
53
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
3.3.3
Erf- en terreinafscheidingen
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 3.2.2 onder b voor het oprichten van naar de openbare weg gekeerde erf- en terreinafscheidingen tot een hoogte van maximaal 1,8 m, mits dit uit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar is.
3.4 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 3.4.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 3.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontginnen, verlagen van de bodem of afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; b. het aanleggen en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het vellen en rooien van bomen en ander houtgewas en het verrichten van handelingen, die ernstige beschadiging of de dood van bomen en ander houtgewas ten gevolge kunnen hebben; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - openheid': het op of in de gronden planten van bomen en ander houtgewas. 3.4.2
Weigeringsgronden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 3.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoetgekomen.
3.4.3
Advies
Alvorens te besluiten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 3.4.1 wint het bevoegd gezag advies in bij een deskundige op het gebied van natuur en landschap.
3.4.4
Afstemming
Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend als bedoeld in sublid 3.4.1 onder c dient tevens te worden aangetoond dat bewoners en gebruikers van het gebied hiervan geen onevenredige overlast ondervinden.
3.4.5
Uitzondering
Geen omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 3.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die worden uitgevoerd binnen het bouwvlak; d. het periodiek vellen van hakhout.
54
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Artikel 4 4.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het bestaande aantal woningen, met dien verstande dat er plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gesplitste woningen' één extra woning is toegestaan ten opzichte van het bestaande aantal; b. behoud en herstel van waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; c. aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten en/of bed&breakfast in hoofd- en bijgebouwen, met dien verstande dat: 1. maximaal 40 % van de vloeroppervlakte van de gebouwen tot een maximum van 100 m 2 mag worden gebruikt; 2. er geen detailhandel wordt uitgeoefend behoudens een beperkte verkoop in het klein van ter plaatse vervaardigde producten en direct in verband met de aan huis verbonden beroepsen/of bedrijfsmatige activiteiten; 3. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu en de agrarische bedrijfsvoering in de omgeving mag opleveren en geen afbreuk mag doen aan het karakter van de omgeving; 4. er geen activiteiten mogen plaatsvinden die in de regel worden uitgeoefend op een industrieterrein of bedrijventerrein; 5. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; 6. er geen etalages en vitrines mogen zijn; 7. er gelijktijdig niet meer dan twee medewerkers werkzaam mogen zijn; 8.
er geen bedrijfsmateriaal buiten op het perceel opgeslagen mag worden; 9. er geen activiteiten mogen plaatsvinden die vergunningplichtig of meldingsplichtig zijn krachtens de Wet milieubeheer; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Hoofdgebouwen
Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. goothoogte maximaal 6,0 m; b. bouwhoogte maximaal 10,0 m; c. inhoud maximaal: 1. woningen in voormalige boerderijen de bestaande inhoud van het totale gebouw; 2. overige woningen maximaal 800 m3 dan wel de bestaande grotere inhoud; 3. gesplitste woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gesplitste woningen' maximaal de bestaande inhoud. 4.2.2
Kelders
Kelders zijn uitsluitend onder de woning en overige gebouwen toegestaan.
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
55
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
4.2.3
Bijgebouwen en overkappingen
Bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken: a. afstand tot zijgevel van het hoofdgebouw maximaal 15 m; b. afstand tot achtergevel van het hoofdgebouw maximaal 25 m; c. gebouwd op het zij- en achtererf en minimaal 5 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; d. gezamenlijke oppervlakte maximaal: 50 m2 per woning, met dien verstande dat als de bestaande oppervlakte groter is, deze oppervlakte als maximum geldt; e. goothoogte maximaal 3,0 m; f. bouwhoogte maximaal 5,0 m. 4.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal: a. erf- en perceelsafscheidingen vóór (het verlengde van) 1,0 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw: 1,0 m; b. erf- en perceelsafscheidingen achter (het verlengde van) 1,0 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw: 2,0 m; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 2,0 m. 4.2.5
Herbouw
Herbouw van een woning is uitsluitend toegestaan op de bestaande locatie met inachtneming van het bepaalde in sublid 4.2.1;
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Maximum oppervlakte bijgebouwen
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 4.2.3 onder d voor het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen per woning tot maximaal 75 m² indien de woning op een perceel staat met een oppervlakte groter dan 0,5 ha.
4.3.2
Paardenbakken
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 voor het aanleggen van paardenbakken voor hobbymatig gebruik, mits: a. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden beperkt; c. voorzien wordt in een zorgvuldige landschappelijke inpassing; d. lichtmasten en andere aan de paardenbak verwante bouwwerken niet worden gebouwd; e. de oppervlakte maximaal 800 m² bedraagt; f. de bouwhoogte van de omheining niet meer dan 1,5 m vanaf het maaiveld bedraagt; g. de omheining voldoet aan redelijke eisen van welstand.
56
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
4.4
Wijzigingsbevoegdheid
4.4.1
Verplaatsing van de woning
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van het verplaatsen van de woning, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de afstand die de woning zijwaarts mag worden verplaatst maximaal 20 m bedraagt en er een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens van minimaal 5,0 m in acht wordt genomen; b. de verplaatsing niet leidt tot beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van de in de omgeving aanwezige agrarische bedrijven; c. de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan moet zijn gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden: 1. dat bodemsanering niet noodzakelijk is dan wel vóór uitvoering van het wijzigingsplan zal plaatsvinden; 2. dat er met betrekking tot geluidhinder een aanvaardbaar verblijfsklimaat wordt gerealiseerd; 3. dat geen onevenredige aantasting van aan de grond eigen zijnde archeologische waarden zal plaatsvinden dan wel geen ingrepen in de bodem zullen worden verricht; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden.
bestemmingsplan "Buitengebied, Loksheuvelseweg 1" (ontwerp)
57
bestemmingsplan Buitengebied, Loksheuvelseweg 1
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologische verwachting 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Onderzoeksplicht
Bij een aanvraag voor een reguliere omgevingsvergunning voor het bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 500 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld.