CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VI Evaluatierapport CR en DVO &vandeLaar

Raad 11 december 2025, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen zienswijze ontwerp wijzigingsbesluit centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang Gelderland-Zuid8.269 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept rapport

Verbinden en versterken Evaluatie van de centrumregeling en onderliggende dienstverleningsovereenkomst in Gelderland-Zuid

Auteur(s) Versie Datum

Hind Darid, Ben Maes en Bente van Ruremonde Eindrapport 17-09-2024

Inhoudsopgave Deel I Achtergrond, aanleiding & vraagstelling

Deel V Bijlagen

1.1. Achtergrond en aanleiding

A. Evaluatie beleidsplan “Samen Dichtbij” 2018-2020

1.2 Onze aanpak

B. Wet doordecentralisatie beschermd wonen

Schets van de context

C. Memo samenwerkingsvorm regionale samenwerking: besluit tot uitwerking samenwerking middels een centrumregeling

Deel II

2.1 Het regioplan, de CR en de DVO 2.2 De CR werkt op basis van uitgangspunten in het kader van samenwerking en financiën 2.3 Uitgewerkte afspraken in de DVO Deel III Onze bevindingen 3.1 Er gaat veel goed in de samenwerking, wel nog aandachtspunten 3.2 Tevredenheid over governance, balans centralisatie en lokale betrokkenheid aandachtspunt Deel IV Onze aanbevelingen 4. Laat construct intact, maar werk taken en verantwoordelijkheden scherper uit

Verbinden en versterken

2/27

Deel I Achtergrond, aanleiding & vraagstelling

Verbinden en versterken

3/27

1.1 Achtergrond en aanleiding bereikbaarheid van zorg nodig hebben. Het kan variëren van wonen in een instelling tot zorg in een eigen huis (ook wel Beschermd Thuis2 (hierna ook: BT)).

De context •

o

De 13 gemeenten in de regio Nijmegen en Rivierenland (Berg en Dal, Beuningen,

Maatschappelijke opvang (hierna ook: MO): bedoeld voor personen die dak- of thuisloos zijn, met nachtopvang voor korte termijn en 24-uursopvang voor

Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Neder-Betuwe, Nijmegen,

langere termijn met herstelgerichte hulp.

Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, en Wijchen) werken samen op het gebied van de inkoop of subsidiëring, declareren en betalen, contract- en relatiemanagement, monitoring, kwaliteitsbewaking en handhaving van beschermd wonen1, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg (hierna ook: OGGz) en verslavingszorg. •

•

o

“De centrumregeling zal binnen vier jaar na aangaan worden geëvalueerd onder gezamenlijk opdrachtgeverschap van de deelnemers. De resultaten van deze

vanaf 01-09-2021, waarin de gemeente Nijmegen als centrumgemeente fungeert voor

evaluatie zullen worden verstrekt aan de deelnemende colleges. Onderdeel van

een aantal in de regeling benoemde uitvoeringstaken. Het gaat dan om beschermd

de evaluatie is de vraag op welke wijze de centrumregeling kan worden

wonen, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg (hierna ook:

doorontwikkeld.”

en maatschappelijke opvang.

•

o o

zorg en ondersteuning aan cliënten binnen het kader van het regioplan vastgelegd.

o

De huidige werking van de samenwerking en in hoeverre deze nog aansluit op de samenwerkingspraktijk, en;

Het regioplan richt zich op het creëren van één centrale toegang voor zorg en zorg meer bij mensen thuis. Het plan omvat:

De manier waarop de centrumregeling en de dienstverleningsovereenkomst aansluiten op elkaar;

dienstverleningsovereenkomst (hierna ook: DVO) zijn de afspraken over de te leveren

ondersteuning, regionale samenwerking tussen gemeenten en het organiseren van

Aan bureau & Van de Laar is gevraagd om te komen tot een evaluatie van de samenwerkingsafspraken, vastgelegd in de CR en DVO, met specifiek aandacht voor:

De regionale visie, doelstellingen en strategieën voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang zijn vastgelegd in het regioplan. In de

•

In de gemeenschappelijke regeling (art. 13) is een evaluatiebepaling opgenomen:

De samenwerking heeft de vorm van een centrumregeling (hierna ook: CR), geldend

OGGz), verslavingszorg en het organiseren van de centrale toegang beschermd wonen

•

Onze opdracht

o

•

Eventuele verbeterpunten voor de toekomstige samenwerking.

Deze evaluatie wordt gezien als kans om niet alleen terug te blikken, maar vooral om te komen tot gerichte interventies en waar nodig bijsturing naar de nabije toekomst.

Beschermd wonen (hierna ook: BW): bedoeld voor inwoners met psychiatrische

Dit om vanuit een ‘lerend karakter’ te komen tot een (nog) betere relatie en

problemen die (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen en 24 uur per dag

taakuitvoering tussen de gemeente Nijmegen en regiogemeenten.

1

In deze rapportage is ‘beschermd wonen’ de overkoepelende term voor zowel beschermd wonen als beschermd thuis. Beschermd thuis is in beginsel namelijk geen product, maar staat voor een beweging naar inclusief wonen en passende ondersteuning voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid.

Verbinden en versterken

4/27

1.2 Onze aanpak In dit hoofdstuk schetsen wij een bondig beeld van de stappen die in het kader van de evaluatie zijn gezet.

Stap 4: Analyse feiten en meningen en opstellen concept evaluatierapport •

Deze expertmatige analyse hebben wij in een zogenaamde spiegelsessie met het kernteam gedeeld.

Stap 1: ‘Doorstartbijeenkomst’ met kernteam •

•

Na vaststelling van het definitieve plan van aanpak hebben wij een gesprek met het

ambtelijke spiegelsessie besproken met vertegenwoordiging vanuit alle betrokken

kernteam gepland als doorstart. Op basis van het definitieve plan van aanpak zijn

partijen.

proces- en communicatieafspraken gemaakt. Ook is er tijdens de bijeenkomst ruimte geweest voor het bespreekbaar maken van eventuele

•

Stap 2: Inventarisatie feiten: documentenanalyse Voorafgaand aan de eerste fase van het onderzoek hebben wij enkele

Betrokkenen zijn daarbij in de gelegenheid gesteld hierop te reflecteren, aan te scherpen en waar nodig aan te vullen of kritische vragen te stellen.

bijzonderheden/aandachtspunten tijdens de evaluatie.

•

Vervolgens hebben we het onderzoeksrapport (na eventuele aanscherping) in een

Stap 5: opstellen en vaststellen eindrapport •

De reflecties uit de spiegelsessie zijn meegenomen bij het opstellen van het eindrapport. Waar nodig zijn daartoe aanvullende analyses uitgevoerd (feiten en/ of

kerndocumenten geanalyseerd. Via deze werkwijze inventariseren wij de benodigde

meningen opgehaald). De resultaten uit de voorgaande stappen zijn hierna uitgewerkt

feiten voor de evaluatie.

in een helder leesbaar eindrapport. Daarbij hebben wij zowel beschreven wat ‘u‘ vindt, maar vooral ook wat ons expertmatig oordeel is op basis van wat we hebben

Stap 3: Interviews •

Voor het ophalen van meningen over de samenwerking hebben we groepsgesprekken

aangetroffen (binnen de reikwijdte van de opdracht). •

Dit concept eindrapport is tot slot besproken met het kernteam en de regiowerkgroep

gevoerd met de betrokken partijen. Tijdens deze gesprekken hebben we stilgestaan bij

en is bestuurlijk toegelicht. Op grond van de besprekingen van het concept

de mening van betrokkenen op de diverse elementen die in het plan van aanpak zijn

evaluatierapport zijn wij tot een definitieve versie gekomen ter vaststelling.

geland binnen de reikwijdte van het onderzoek. We hebben drie groepsgesprekken en één afzonderlijk interview gevoerd met respectievelijk de regiogemeenten en de gemeente Nijmegen, een bestuurlijk groepsinterview afgenomen en één individueel gesprek gevoerd met de bestuurlijk opdrachtgever (gemeente Nijmegen).

Verbinden en versterken

5/27

Deel II Schets van de context

Verbinden en versterken

6/27

2.1 Het regioplan, de CR en de DVO samenwerking rondom beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt ingericht en ingevuld. Het inrichtingsplan beschrijft de inrichting van, de sturing op en

Inhoudelijke samenhang tussen regioplan, centrumregeling, dienstverleningsovereenkomst, inrichtingsplan en strategische agenda •

de lokale afstemming met betrekking tot het regionale bestuurlijk en ambtelijk overleg, de regionale ontwikkeling van beleid en strategie en de regionale uitvoering

Het regioplan (april 2021) is het overkoepelende document waarin de regionale visie,

door de centrumgemeente.

doelstellingen en strategieën voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang zijn vastgelegd. Het regioplan is opgesteld door gemeenten en relevante partners op basis van lokale behoeften en landelijk beleid. •

•

onderwerpen waaraan dat jaar met voorrang wordt gewerkt. De strategische agenda volgt de thema’s die zijn vastgelegd in de beleidsplannen. De criteria voor prioritering

De centrumregeling (september 2021) is een gemeenschappelijke regeling en daarmee een formele overeenkomst tussen de deelnemende gemeenten binnen de regio. De

daarbij zijn:

regeling vormt het juridische kader waarin 13 gemeenten in de regio Rijk van

o

Nijmegen en Rivierenland samenwerken op het gebied van beschermd wonen en

Er is een urgentie vanwege een wetswijziging of stelselwijziging;

o

maatschappelijke opvang. In de CR zijn concrete afspraken vastgelegd over onder

Aanpak is nodig om te voorkomen dat mensen tussen de wal en het schip vallen;

o

andere de financiële en organisatorische samenwerking tussen de gemeenten met

Aanpak is nodig om veiligheid van inwoners en omgeving te waarborgen;

o

betrekking tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De gemeenten baseren

Aanpak is nodig om de regionale samenwerking te borgen;

o

Laaghangend fruit, waarmee makkelijk en snel goede voortgang geboekt kan

hun afspraken en samenwerking op de visie en doelen van het regioplan. •

Tot slot wordt jaarlijks een strategische agenda opgesteld (of bijgesteld) met

De dienstverleningsovereenkomst (december 2021) specificeert de afspraken over de te leveren zorg en ondersteuning aan cliënten binnen het kader van het regioplan. Hierbij gaat het om specifieke uitvoeringskaders, de kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening door Nijmegen moet voldoen, de wijze waarop de deelnemende

worden. •

Samen vormen de documenten een raamwerk voor effectieve en gecoördineerde zorg en ondersteuning binnen het domein van beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

gemeenten een financiële bijdrage leveren in de kosten die Nijmegen maakt voor de uitvoering van de taken en bevoegdheden, de informatieplicht en verantwoordingsplicht van het college van de gemeente Nijmegen aan de overige colleges van de regiogemeenten en de wijze waarop de colleges van de regiogemeenten elkaar informeren over het niet nakomen van hun verplichtingen en de gevolgen die zij daaraan verbinden. In de DVO wordt per taakgebied of per taak nadere uitwerking gegeven aan de regeling. Tevens regelt de DVO het mandaat dat aan de centrumgemeente wordt verleend. •

In het inrichtingsplan Regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang (november 2022) wordt de wijze beschreven waarop de regionale

Verbinden en versterken

7/27

2.2 De CR werkt op basis van uitgangspunten in het kader van samenwerking en financiën De centrumregeling •

•

De vorm voor samenwerking binnen het sociaal domein in de provincie Gelderland is

Financiële uitgangspunten •

deelnemende gemeenten op basis van ramingen en afspraken die zijn vastgelegd in

de meest lichte – geformaliseerde – publieke samenwerkingsvorm die mogelijk is voor

een dienstverleningsovereenkomst. Voor de taken beschermd wonen ontvangt

overheden.

Nijmegen van iedere deelnemer periodiek een voorschot. Het voorschot wordt op basis van kwartaalfacturen door de deelnemers overgemaakt aan Nijmegen.

Een centrumregeling kent geen formeel besluitvormend orgaan zoals een algemeen of dagelijks bestuur of bestuurscommissie. Bij een centrumregeling kan worden bepaald

•

De centrumgemeente maakt een jaarlijks of meer jaarlijks inkoopplan waarin staat

dat daarin omschreven bevoegdheden van bestuursorganen of van ambtenaren van de

opgenomen welke zorg zij gaat inkopen. Het inkoopplan wordt vastgesteld door de

regiogemeenten voortaan in mandaat kunnen worden uitgeoefend door

centrumgemeente wanneer partijen hierover bestuurlijke overeenstemming hebben

bestuursorganen of ambtenaren van de centrumgemeente. De basis voor deze vorm

bereikt, onder voorbehoud van de noodzakelijke lokale besluitvorming.

van samenwerking wordt gelegd in de tekst van de centrumregeling. Per deelnemer kunnen er vervolgens in een dienstverleningsovereenkomst nadere afspraken worden

•

De samenwerking is gericht op overleg en afstemming tussen de deelnemende gemeenten met betrekking tot het sociaal domein. De verbetering van kwaliteit en het

Sinds 2023 worden de centrumgemeentemiddelen die Nijmegen voor beschermd wonen en maatschappelijk opgaven ontvangt eerst volledig uitgeput voordat een

gemaakt. •

De kosten voor de uitvoering van taken beschermd wonen worden verdeeld over de

een CR op grond van artikel 8 lid 3 Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Dit is

bijdrage van regiogemeenten wordt gevraagd. •

Ieder jaar wordt een financieel kader voor centrumregeling vastgesteld. In de centrumregeling is de verdeelsleutel vastgesteld. Deze is gebaseerd op de

benutten van schaalvoordeel is leidend.

septembercirculaire. Aan de hand van de verdeelsleutel wordt de jaarlijkse bijdrage per gemeente bepaald.

Coördinatie en uitvoering •

De colleges van de regiogemeenten kunnen het college van Nijmegen verzoeken taken uit te voeren en bevoegdheden aan het college overdragen.

•

De bevoegdheden die ter uitvoering van deze regeling worden gemandateerd, zijn opgenomen in het Mandaatbesluit beschermd wonen en Maatschappelijke Opvang Regio Nijmegen en Rivierenland.

Verbinden en versterken

Kerntaken •

De gemeente Nijmegen is als centrumgemeente verantwoordelijk voor verschillende uitvoeringstaken binnen deze samenwerking: o

Inkopen van zorg en afsluiten van contracten met zorgaanbieders.

o

Betalen van de zorg.

8/27

o

•

Overleg voeren met zorgaanbieders over de afspraken die ze maken in de contracten.

voor een effectieve en efficiënte samenwerking tussen Nijmegen en de omliggende

Bijhouden van de aantallen cliënten die zorg gebruiken.

gemeenten. Het zorgt voor helderheid in verantwoordelijkheden, procedures en

o

Onderzoeken of de zorg die we bieden goed genoeg is.

financiële afspraken, waardoor de doelstellingen van de centrumregeling op het

o

Onderzoeken of aanbieders de zorg bieden, zoals is afgesproken. En aanbieders

gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang op een consistente en

waar dit niet goed gaat, aanspreken.

gecoördineerde manier kunnen worden nagestreefd.

De samenwerking richt zich in ieder geval op de inkoop/subsidiëring, het declareren en handhaving van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, OGGz en verslavingszorg.

Uittreding en opheffing •

toestemming heeft verleend. Uittreding kan niet eerder plaats vinden dan een jaar na afloop van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. Uittreding gedurende

De gewijzigde regeling wordt pas voorgelegd voor toestemming aan de

de eerste drie jaar na aangaan van deze regeling is niet mogelijk. De uittredende

gemeenteraden van de deelnemers, indien alle deelnemers met de gewijzigde regeling

deelnemer ontvangt van de centrumgemeente bij uittreding een eindafrekening, met

akkoord zijn. De deelnemende gemeenten gaan niet over tot wijziging van deze

een verrekening van de voorschoten en de daadwerkelijk gemaakte kosten. Daarnaast

regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden van de deelnemers.

worden in de eindafrekening de kosten opgenomen die verband houden met de

Iedere potentiële nieuwe deelnemer kan een voorstel doen tot toetreding van een college aan deze regeling.

Een deelnemer die wenst uit te treden maakt dit voornemen schriftelijk kenbaar aan de overige deelnemers. Een deelnemer besluit tot uittreding nadat zijn raad hiertoe

De regeling kan gewijzigd worden met toestemming van alle deelnemers. Iedere deelnemende regiogemeente kan een voorstel doen tot wijziging van deze regeling.

•

Een goede aansluiting tussen de centrumregeling en de DVO is van cruciaal belang

o

betalen, contract- en relatiemanagement, monitoren, kwaliteitsbewaking en

•

•

uittreding. Dit wordt nader uitgewerkt in de dienstverleningsovereenkomst. •

Naar aanleiding van de uittreding wijzigen de overige deelnemers de regeling of heffen zij de regeling op. De regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges van minimaal twee derde van de deelnemers. Een verzoek tot uittreding van

Rapportage: monitoring en evaluatie •

managementrapportages over de voortgang en realisatie van de ingekochte en gesubsidieerde zorg en ondersteuning. •

minimaal twee derde van de deelnemers wordt beschouwd als een verzoek tot

Nijmegen verstrekt de regiogemeente tweemaal per jaar geanalyseerde

opheffing. •

Voor wijzigingen, opheffingen, toe- en uittredingen gelden dezelfde procedures als bij de inzending en bekendmaking van de regeling (centrumgemeente Nijmegen dient de

Naast de managementrapportages voorziet de centrumgemeente periodiek in actuele

regeling in bij Gedeputeerde Staten van Gelderland en zorgt voor bekendmaking

monitoringsinformatie. Dit geeft inzicht in kosten, inzicht in zorggebruik en inzicht in

volgens wettelijke vereisten).

samenstelling van de cliëntpopulatie. •

De CR en DVO zijn complementair in termen van monitoring en evaluatie. In de DVO is vastgelegd hoe Nijmegen de uitvoeringstaken zal monitoren en evalueren en hoe rapportage plaatsvindt aan de deelnemende gemeenten.

Verbinden en versterken

9/27

2.3 Uitgewerkte afspraken in de DVO De dienstverleningsovereenkomst •

De dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente Nijmegen en de deelnemende

o

•

gemeenten in de regio Rijk van Nijmegen en Rivierenland is opgesteld om de afspraken uit de Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang verder uit te werken. •

De colleges van B&W van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, en Wijchen zijn opdrachtgever van de overeenkomst. Zij moeten tijdig besluiten

•

•

Maatschappelijke opvang (incl. de toegang).

o

OGGz, voor zover het geen lokale taken zijn.

o

Verslavingszorg, voor zover het geen lokale taken zijn.

Op dit moment wordt beschermd wonen (BW) door de gemeente Nijmegen ingekocht

De centrale toegang tot BW is belegd bij de GGD Gelderland-Zuid. Voor de overige gemeenten. Wanneer er een voorziening vanuit BW nodig is, verwijst de lokale

alle deelnemende gemeenten. De gemeente Nijmegen is verantwoordelijk voor het

toegang daarom door naar de centrale toegang.

coördineren en uitvoeren van taken en bevoegdheden conform wet- en regelgeving, •

In het inrichtingsplan beschrijven de gemeenten de wijze waarop de regionale

uitvoeren van taken voor de regiogemeenten en handhaving van kwaliteitsniveaus. De

samenwerking wordt ingericht en ingevuld. Het inrichtingsplan beschrijft de inrichting

gemeente Nijmegen:

van, de sturing op en de lokale afstemming met betrekking tot:

o

3

Beschermd wonen (incl. de toegang).

o

hulp vanuit de Wmo en de Jeugdhulp geldt een lokale toegang vanuit de individuele

is Nijmegen verantwoordelijk voor het coördineren en uitvoeren van de taken namens

het verstrekken van informatie aan opdrachtgevers, zorgen voor afdoende verzekering,

o

grondslag. Er is daarmee sprake van een gezamenlijke inkoop op regionaal niveau.3

en voorzien van informatie. De gemeente Nijmegen is als centrumgemeente opdrachtnemer van de DVO. Daarmee

Deze taken voert Nijmegen uit voor de voorzieningen:

voor de hele regio. Hier liggen financieringsafspraken met de gehele regio aan ten

over mandaten en volmachten, de opdrachtnemer (de gemeente Nijmegen) faciliteren

•

…vertegenwoordiging partijen in beroep en bij een voorlopige voorziening.

… is verantwoordelijk voor de implementatie en uitvoering van inkoop of

o

De regionale uitvoering door de centrumgemeente;

subsidiëring;

o

De regionale ontwikkeling van beleid en strategie;

o

…ontvangt declaraties en betaalt deze;

o

Het regionale bestuurlijk en ambtelijk overleg.

o

…is verantwoordelijk voor contract- en relatie management;

o

…monitort en rapporteert;

o

…functioneert als rechtmatigheids- en kwaliteitsbewaking en handhaving;

o

…neemt primaire indicatiebesluiten en besluiten op bezwaar;

•

De gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de ontwikkeling van lokale huisvestingsmogelijkheden en gezamenlijke handhavingstrajecten bij ernstige tekortkomingen. Alle gemeenten zijn daarnaast gezamenlijk verantwoordelijk voor een

Uit: Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis, Andersson Elffers Felix. 19 juni 2024

Verbinden en versterken

10/27

•

Regionale begroting. Nijmegen stelt als centrumgemeente jaarlijks een conceptregiobegroting op.

•

De overeenkomst geldt van 1 januari 2022 tot 31 december 2024 en kan tussentijds worden gewijzigd of beëindigd met akkoord van alle partijen. Indien partijen niet in overleg treden tot verlenging of beëindiging, dan wordt de overeenkomst stilzwijgend verlengd met de periode van één jaar.

Verbinden en versterken

11/27

• •

Deel III Onze bevindingen

Verbinden en versterken

12/27

3.1 Er gaat veel goed in de samenwerking, wel nog aandachtspunten samenwerking horen en welke bij de afzonderlijke gemeenten. De scherpte in de

Op basis van onze analyse zijn op de navolgende pagina’s onze bevindingen ten aanzien van

relatie opdrachtgever-opdrachtnemer vraagt blijvend aandacht.

de samenwerking rondom de centrumregeling opgetekend. Indien het bestuurlijke bevindingen zijn dan wordt dit specifiek erbij vermeld. De overige bevindingen zijn ambtelijk opgehaald.

•

De gemeente Nijmegen heeft daarnaast een dubbele rol als centrumgemeente en als gemeente binnen regio Rijk van Nijmegen. Nijmegen is daarmee enerzijds uitvoerder (vanuit CR), anderzijds beleidsmaker (vanuit regioplan). Op sommige vlakken is de

1. Er gaat veel goed in de samenwerking. De regiogemeenten zijn over het algemeen

bezetting vanuit de gemeente Nijmegen hetzelfde: dat maakt de verhouding vanuit

tevreden over de uitvoering van taken door de centrumgemeente

rolduidelijkheid (vanuit welke rol spreek je?) soms ingewikkeld.

•

Regiogemeenten geven aan over het algemeen tevreden te zijn over de taakuitvoering door de gemeente Nijmegen met betrekking tot de CR en DVO. Ook de onderlinge

•

•

samenwerking verloopt over het algemeen goed.

beleidsverantwoordelijk helder uiteengezet in de centrumregeling, DVO en het

De onderlinge verhoudingen tussen de regiogemeenten en de centrumgemeente zijn

als partners is een leerproces voor alle partijen. De regiogemeenten moeten vanuit

inrichtingsplan. De basis is aanwezig, maar de praktijk is weerbarstig: het samenwerken

verbeterd na het maken van duidelijke afspraken over financiën en de verdeling van

deze beleidsinhoudelijke rol minder naar Nijmegen kijken en in gezamenlijkheid tot

middelen. •

Het opdrachtgever- en opdrachtnemerschap en de gezamenlijke

beleidsvorming komen. Tegelijkertijd is het aan Nijmegen om juist op dit gebied wat meer los te laten. Hierover in de volgende bevindingen meer.

Bestuurlijk wordt aangegeven dat de discussies over financiën en middelen uit het verleden nog steeds enige impact hebben op de huidige samenwerking. Deze eerdere vraagstukken hebben hun sporen nagelaten en vormen af en toe een uitdaging voor een volledig naadloze samenwerking, de grip daarop en het vertrouwen daarin.

•

3. Transparantie en gelijkwaardigheid aandachtspunten •

Er ligt veel focus op Nijmegen als centrumgemeente; vanuit de regiogemeenten wordt

De uitvoering van de taken door de gemeente Nijmegen wordt over het algemeen als

vaak te weinig gelijkwaardigheid ervaren. Dit wordt ook gevoed door de

goed ervaren. Bestuurders zijn tevreden over de kwaliteit van en de manier waarop

afhankelijkheidsrelatie tussen de regiogemeenten en de gemeente Nijmegen. In het

stukken worden aangeleverd en de gesprekken die in de regio worden gevoerd.

verlengde hiervan wordt de verhouding in inspraak tussen grote en kleinere gemeenten niet altijd als evenredig ervaren.

2. Opdrachtgever- opdrachtnemerschap soms diffuus •

Door de betrokkenheid van de verschillende gemeenten bij en de verwevenheid van de centrumregeling en dienstverleningsovereenkomst enerzijds en het regioplan anderzijds is ambtelijk niet altijd helder welke verantwoordelijkheden bij de regionale

Verbinden en versterken

•

Binnen de samenwerking is meer aandacht nodig voor de manier waarop de gemeenten zich als samenwerkings-/businesspartners tot elkaar verhouden. o

Dit geldt niet voor alle aspecten van de regeling: een klant-leverancierrelatie is op enkele onderdelen onlosmakelijk verbonden met een centrumregeling (zoals op het gebied van inkoop).

13/27

o

De regiogemeenten worden graag nog aan de voorkant nog meer betrokken als businesspartner om gezamenlijk stappen te zetten en de samenwerking verder te versterken. Tegelijkertijd hoort hierbij de constatering dat de samenwerking nog

5. Kwaliteit van informatievoorziening •

wat betreft inhoud als wat abstractieniveau (bijvoorbeeld wat betreft het detailniveau

relatief kort bestaat en dat er grote bereidheid is om hier in gezamenlijkheid op

van de regiobegroting). Dit kan de effectiviteit van besluitvorming en sturing beperken.

in te zetten. •

Ook bestuurlijk ervaren enkele gemeenten een grote afstand tot de besluitvorming die

De kwaliteit van de sturingsinformatie die wordt verstrekt is nog in ontwikkeling, zowel

•

Vanuit de regiogemeenten is behoefte aan meer inzicht in de (sturings)informatie, bijvoorbeeld door meer aan de voorkant betrokken te worden en/of informatie op

in de gemeente Nijmegen plaatsvindt. Daarmee wordt het gevoel van invloed en grip

detailniveau te ontvangen. Ook is er de wens om meer te kunnen monitoren op het

op de samenwerking ingeperkt.

maatschappelijk effect. Bijvoorbeeld de invloed van bepaalde subsidies MO en BW op de uitstroom.

4. Natuurlijke verbindingen en geografische uitdagingen zorgen bij tijd en wijle voor

•

complexiteit in de samenwerking •

specifieke (en veranderende) wensen van de regiogemeenten wat betreft (sturings)informatie om dit effectief en efficiënt te kunnen faciliteren. is het uitdagend

Zowel ambtelijk als bestuurlijk worden in de uitvoering geografische verschillen

voor de gemeente Nijmegen om generieke sturingsrapportages te maken die voor alle

ervaren: Nijmegen en regio Rijk van Nijmegen zijn van nature meer met elkaar

gemeenten aan de wensen voldoen. De wensen voor informatie zijn namelijk niet altijd

verbonden, terwijl de geografische afstand en samenstelling voor regio Rivierenland

uniform. Boven op de afgesproken halfjaarlijkse rapportages verstrekt de gemeente

een grotere drempel oplevert (met Tiel als grootste stad, een samensmelting van

kwartaalrapportages. De gemeente Nijmegen wil met de regiogemeenten verkennen

dorpen, maar zonder één grote stad/grotere steden in de regio). Met name op

of deze kwartaalrapportages het beoogde effect hebben en welke meerwaarde ze

bestuurlijk niveau wordt dit gevoel versterkt doordat enkele subregio’s en gemeenten

bieden ten opzichte van de bestaande halfjaarrapportages.

deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen op andere thema’s, waarbij ook de gemeente Nijmegen betrokken is (zoals de GGD). •

Vanuit de gemeente Nijmegen bestaat de behoefte om meer inzicht te krijgen in de

•

Bestuurders zijn over het algemeen tevreden over de kwaliteit van de informatievoorziening en geven aan dat er de afgelopen periode veel stappen zijn

Mede door deze verschillen in (geografische) samenstelling botsen lokale belangen in

gezet. Wel is er bij verschillende bestuurders behoefte aan een hoger detailniveau en

sommige gevallen met de werkwijzen en processen vanuit de centrumgemeente:

structuur, vooral met betrekking tot financiële data. Met het gezamenlijk doorlopen

interventies en methoden die aangedragen worden door de gemeente Nijmegen

van de regiobegroting zijn de eerste stappen gezet. Ook hierin geldt dat het een

werken niet per definitie ook voor de regiogemeenten (bijv. het winterprotocol). Ook

zoektocht is op welk abstractieniveau over welke gegevens gerapporteerd dient te

bestuurlijk wordt aangegeven dat de geografische afstand negatieve invloed kan

worden om breed aan de wensen te voldoen.

hebben op hoe lokaal beleid en dienstverlening aansluiten bij de behoeften van verschillende regio’s. Dit is concreet voelbaar in de inkoop van zorg en de samenwerking met aanbieders, waarvan een groot deel voornamelijk opereert vanuit Nijmegen.

6. Afspraken over capaciteitsinzet deelnemers samenwerking ontbreken •

Wij constateren dat in de huidige situatie er geen concrete afspraken zijn gemaakt over de te leveren capaciteitsinzet vanuit zowel de uitvoerende partij als de andere deelnemers in de samenwerking. Er zijn ook geen formele afspraken gemaakt rondom

Verbinden en versterken

14/27

•

uitval of verminderde ambtelijke inzet. Dit kan leiden tot een kwetsbare samenwerking

Anderzijds wordt van de gemeente Nijmegen verwacht én door de gemeente

rondom de ambtelijke inzet.

Nijmegen erkend dat zij de regiogemeenten pro-actiever kan betrekken bij de verschillende processen in de samenwerking.

Hoewel dit niet formeel is opgenomen in de DVO, is afgesproken dat er 0,2 fte per deelnemende gemeente wordt begroot. Hierbij zijn verschillende werkwijzen te

•

Ook bestuurlijk wordt, met name naar aanleiding van de middelendiscussie uit het

onderscheiden bij de twee subregio’s. Rivierenland zet extra capaciteit in boven op de

verleden, vanuit de regiogemeenten meer verantwoordelijkheid genomen om de

bestaande formatie voor de coördinatie binnen de samenwerking. Bij het Rijk van

aandacht voor de samenwerking te vergroten.

Nijmegen is het onderdeel van de bestaande formatie. Vanwege dit organisatorische verschil is niet altijd duidelijk hoe gestuurd wordt of kan worden op de capaciteit van

•

•

de deelnemende gemeenten.

8. Sterke afhankelijkheid van wisselende sleutelfiguren is een risico in de samenwerking

Over de inzet van Nijmegen zijn geen afspraken gemaakt over de in te zetten

•

De samenwerking is op dit moment sterk afhankelijk van specifieke medewerkers,

capaciteit behorend bij de taakuitvoering. Deze is enkel onderdeel van de begroting in

waardoor personeelswisselingen kunnen leiden tot wisselende kennisniveaus en

de vorm van uitvoeringskosten, met risico dat er bij een diffuus takenpakket sprake is

minder stabiliteit in de uitvoering. Onvoldoende borging van kennis, expertise,

van een hogere noodzakelijke inzet dan voorzien. Afspraken over op- en afschalen van

capaciteit en betrokkenheid kan de kwaliteit van de dienstverlening en/of de

deze inzet zijn geen onderdeel van de DVO of CR.

samenwerking beïnvloeden. Zowel ambtelijk als bestuurlijk worden deze punten

Bestuurlijk wordt aangegeven dat de ambtelijke samenwerking juist op dit punt als

erkend als risicofactoren.

waardevol wordt ervaren en mogelijkheden biedt: de mogelijkheid om als kleine(re) gemeente terug te kunnen vallen op (de specialistische kennis binnen) een grote gemeente als Nijmegen, waar de ambtelijke bezetting op dit dossier wat ruimer is, biedt ruimte en zorgt voor onderlinge verbinding. •

Daarnaast speelt mee dat niet alle problematieken binnen dit dossier voor alle subregio’s en gemeenten herkenbaar zijn. Bestuurlijk wordt ervaren dat een goede ambtelijke samenwerking de uitwisseling en borging van kennis faciliteert.

7. Transparantie en proactiviteit •

De relatie tussen de gemeente Nijmegen en de regiogemeenten is wat betreft de informatievoorziening in de loop van de tijd verbeterd. Daarin tonen zowel de gemeente Nijmegen als de regiogemeenten, zowel ambtelijk als bestuurlijk, reflectief vermogen.

•

De gemeenten hebben goed inzicht in elkaars verwachtingen: enerzijds wordt van de regio verwacht én door de regio erkend dat deze steviger een stap naar voren kan zetten wat betreft het aanhaken bij de samenwerking en het uitvragen van informatie.

Verbinden en versterken

15/27

3.2 Tevredenheid over governance, balans centralisatie en lokale betrokkenheid aandachtspunt 1. Regioplan en centrumregeling zijn verweven geraakt •

•

Ondersteuningsbureau en de manier waarop deze de interactie tussen ambtenaren en

Het inkopen van zorg is een belangrijk instrument geworden voor de transformatie van

bestuurders op natuurlijke wijze invult voor het Rijk van Nijmegen.

het sociaal domein. Als gevolg hiervan zijn het regioplan (met daarin de regionale visie op de transformatie van het sociaal domein) en de CR en DVO (waarin afspraken

•

•

Juist de eenvoudige structuur van de samenwerking, met een lichte vorm van

tussen de gemeente Nijmegen en de regiogemeenten over de inkoop van zorg

organisatie die effectief is zonder overmatige bureaucratie, wordt door veel

formeel zijn vastgelegd) met elkaar verweven geraakt. Afspraken over rollen en

bestuurders als wenselijk ervaren. Wel benoemen enkele bestuurders dat de

verantwoordelijkheden zijn enerzijds goed vastgelegd en worden anderzijds vaak ad

samenwerking baat zou kunnen hebben bij een samenwerkingsvorm, waarin met name

hoc gemaakt.

raadsleden steviger worden gepositioneerd rondom de besluitvorming.

Met het regioplan, met daarin de beleidsontwikkelingen in het kader van de transformatie van het sociaal domein, maken de verschillende gemeenten gezamenlijk een beweging naar voren en regelen zij lokaal veranderingen in. Daarin heeft elke gemeente een eigen verantwoordelijkheid.

•

Bestuurders geven aan tevreden te zijn over de rol van het Regionaal

3. Afspraken vaker ad hoc gemaakt, passend bij de samenwerking •

Wij constateren dat er buiten de formele afspraken in de centrumregeling, DVO en inrichtingsplan ook sprake is van ad hoc afspraken. Dit komt doordat Nijmegen en de

Met de centrumregeling en dienstverleningsovereenkomst ligt de verantwoordelijkheid

regiogemeenten gezamenlijk de verantwoordelijkheid voelen om de samenwerking

voor het inkopen van zorg voor de regio bij gemeente Nijmegen. Daarin zijn de

goed te organiseren. Dit leidt tot het maken van ad hoc afspraken, die wellicht niet

regiogemeenten opdrachtgever. Zij dragen dan ook de verantwoordelijkheid om bij de

formeel zijn vastgelegd in bovengenoemde stukken, maar die wel de samenwerking en

centrumgemeente aan te geven wat nodig is.

taakuitvoering ten goede komen. Deze flexibiliteit in de samenwerking was ook een van de onderliggende criteria om te kiezen voor deze vorm.

2. Governance is in de basis goed •

•

inrichtingsplan, inclusief een omschrijving van de vaste werkgroepen en hun

Wij constateren dat de basis van de vastgelegde governance naar tevredenheid werkt.

belangrijkste taken, maar een volledig overzicht ontbreekt en de concrete

De structuur van subregionaal en vervolgens regionaal overleg wordt als prettig

samenstelling van de werkgroepen is niet voor alle deelnemers inzichtelijk.

ervaren. Het kernteam bereidt de regionale werkgroep voor en het subregionaal overleg wordt voorbereid door regio Rivierenland. •

De inzet van een onafhankelijke coördinator om de samenwerking te stroomlijnen

De globale structuur van de regionale samenwerking wordt beschreven in het

•

Daarnaast zijn de agenda’s van de verschillende werkgroepen vaak te vol, waardoor er vaak geen ruimte is voor de evaluatie van de gestelde (gemeenschappelijke) doelen.

werkt naar tevredenheid en is daarom recentelijk gecontinueerd.

Verbinden en versterken

16/27

4. Balans tussen centralisatie en lokale betrokkenheid •

Binnen de samenwerking is op bestuurlijk niveau behoefte aan een betere balans tussen centralisatie en lokale betrokkenheid: werkbezoeken en regionale raadsbijeenkomsten kunnen mogelijk bijdragen aan een beter begrip van en meer betrokkenheid bij de uitvoering van het beleid en regionale besluitvorming.

5. Financiële afspraken in centrumregeling en DVO nog niet in lijn met wetgeving doordecentralisatie beschermd wonen (inclusief woonplaatsbeginsel) •

Met de komst van de wet doordecentralisatie beschermd wonen komt er een nieuwe financiële verdeling over gemeenten, inclusief daarbij horend woonplaatsbeginsel. Op basis van een objectief verdeelmodel ontvangen vanaf de invoeringsdatum van de wet alle gemeenten de middelen voor BW. Hierbij geldt wel een ingroeipad. De centrumgemeente blijft verantwoordelijk voor bestaande cliënten. De middelen die bij gemeenten binnenkomen zijn bedoeld voor nieuwe cliënten. Hierover meer in bijlage B.

•

Door het woonplaatsbeginsel blijven gemeenten verantwoordelijk voor hun inwoners wanneer die verhuizen voor beschermd wonen. De verwachting is dat zeker in de eerste jaren nog niet alle gemeenten passend aanbod hebben voor alle nieuwe cliënten die behoefte hebben aan beschermd wonen. Daarnaast is de eigen gemeente niet altijd de beste plek voor herstel.

•

Er zullen dus altijd cliënten blijven verhuizen naar een andere gemeente om beschermd te wonen. Om gemeenten te stimuleren om in te zetten op preventie en een goede zorginfrastructuur voor de eigen inwoners, wordt er een woonplaatsbeginsel beschermd wonen ingesteld. Daarmee blijft de eigen gemeente verantwoordelijk voor cliënten beschermd wonen die vanuit die gemeente naar een instelling in een andere gemeente verhuizen om beschermd te gaan wonen.

•

Wij constateren dat de huidige financiële afspraken in de regeling en DVO nog niet in lijn zijn met de nieuwe financiële situatie die ontstaat na de invoering van de doordecentralisatie beschermd wonen. Logischerwijs vraagt dit aandacht in de herziening van de gemaakte afspraken.

Verbinden en versterken

17/27

Deel IV Onze aanbevelingen

Verbinden en versterken

18/27

4. Laat construct intact, maar werk taken en verantwoordelijkheden scherper uit beargumentering om te komen tot keuze voor dit construct weergegeven vanuit het destijds opgestelde beslismemo.

1. Laat het huidige construct intact, maar blijf sleutelen aan het samenspel: blijf werken aan onderlinge verbinding en vertrouwen •

Op basis van voorafgaande bevindingen en conclusies stellen wij voor om geen

2. Vergroot bewustzijn in opdrachtgever- en opdrachtnemerschap. Vergroot

aanpassing door te voeren in het huidige construct (de centrumregeling). In plaats

duidelijkheid in overlegstructuur

daarvan zou de focus moeten liggen op het optimaliseren van de bestaande (governance)structuur en het verbeteren van de onderlinge cultuur van samenwerking. •

•

centrumgemeente Nijmegen kan beter en scherper worden doorleefd. Oftewel, wie is

Het is van belang om het onderlinge vertrouwen tussen de gemeenten verder te

waarvan en wie staat waarvoor aan de lat? Dit is een leerproces waarin de afgelopen

versterken. De samenwerking tussen de regiogemeenten en de centrumgemeente

tijd stappen zijn gezet maar wat blijvend aandacht vraagt. De onderliggende afspraken

Nijmegen is de afgelopen periode duidelijk verbeterd, vooral na het maken van

én het handelen naar deze afspraken vormen hiervoor de sleutel. Het inbouwen van

heldere afspraken over financiën en middelenverdeling. Organiseer (lokale en

tussentijdse reflectiemomenten helpt in dit proces.

regionale) werkbezoeken en raadsbijeenkomsten om het begrip voor elkaars uitdagingen, verantwoordelijkheden en keuzes te vergroten en meer inzicht te krijgen

•

•

De samenwerking tussen de gemeenten kent twee sporen: enerzijds bestaat de centrumregeling, waarvan de uitvoering op basis van de dienstverleningsovereenkomst

in de operationele kant van de dienstverlening. •

Het opdrachtgever-en opdrachtnemerschap tussen de regiogemeenten en

bij de gemeente Nijmegen ligt. Anderzijds kent de samenwerking een strategisch en

Een manier om het onderlinge vertrouwen verder te versterken is door het organiseren

beleidsmatig karakter vanuit het regioplan. Beide werelden liggen dichtbij elkaar maar

van een jaarlijkse reflectiedag. Deze dag kan worden gebruikt om de samenwerking op

overlappen niet volledig. Dit vraagt bewustzijn van het feit dat de DVO en CR slechts

zowel inhoudelijk als procesmatig niveau te evalueren. Tijdens deze reflectiedag kan

gericht zijn op een beperkt deel van de taken. De samenwerkende gemeenten werken

ook de jaarplanning worden besproken en kunnen inhoudelijke speerpunten worden

veel breder met elkaar samen en voor die overige taken bestaan geen formele

vastgesteld.

afspraken met uitzondering van hetgeen dat is uitgewerkt in de strategische agenda.

Hoewel wij geen knelpunten hebben ervaren die dusdanig van aard zijn om het

•

In het verlengde hiervan adviseren wij om de duidelijkheid in de overlegstructuur te

construct te wijzigen, is wel een gevoel van een deel van de bestuurders dat een

vergroten door de bestaande overlegstructuur inzichtelijk te maken en daarbij inzicht

andere GR-vorm zou kunnen helpen om de gezamenlijkheid in de samenwerking te

te bieden welke gemeenten aan welke werkgroepen deelnemen. Uiteraard biedt het

versterken. Er is destijds bewust gekozen voor dit construct middels een afweging van

inrichtingsplan hier al een solide basis voor.

de voor- en nadelen van de verschillende samenwerkingsvarianten.4 In bijlage C is de

4

Memo samenwerkingsvorm regionale samenwerking (20 november 2020) van regionale werkgroep PFO Wonen/Zorg

Verbinden en versterken

19/27

3. Zet in op vinden balans tussen centralisatie en couleur locale/lokale betrokkenheid •

diepgang van deze rapportages. Door de te verstrekken informatie aan de voorkant met elkaar scherp vast te leggen, worden discussies hierover voorkomen. Hierbij

Een aandachtspunt in de samenwerking is de balans tussen centralisatie en couleur

zouden bijvoorbeeld ook indicatoren over maatschappelijke effecten kunnen worden

locale in de uitvoering. Hetzelfde geldt voor de lokale betrokkenheid op BW en MO

meegenomen (mits te produceren).

júist omdat de taakuitvoering in hoge mate gecentraliseerd is. Hiervoor is het wenselijk dat de regiogemeenten en Nijmegen continu met elkaar in gesprek blijven over hoe de

•

taakuitvoering van Nijmegen zo goed mogelijk aansluit op de lokale behoeften van de gemeenten die op grotere afstand liggen van Nijmegen. Het is daarin aan deze gemeenten en Nijmegen als respectievelijk opdrachtgever- en opdrachtnemer om dit

rapportages en welke frequentie is wenselijk? •

Om meer bestuurlijke lokale betrokkenheid op het thema van de samenwerking te

Ook in de DVO dienen de financiële afspraken naar aanleiding van de doordecentralisatie beschermd wonen (inclusief het woonplaatsbeginsel) aangepast te

ieder binnen zijn eigen verantwoordelijkheid te bewaken. •

Bespreek de onderlinge informatiebehoefte met elkaar: welke informatie landt in de

worden. •

Concretiseer en formaliseer de afspraken rondom ambtelijke capaciteit. Onze

creëren is het wenselijk om bijvoorbeeld werkbezoeken te organiseren of regionale

handreiking is om in de DVO scherp met elkaar vast te leggen hoeveel ambtelijk inzet

raadsbijeenkomsten te organiseren.

iedere individuele deelnemende gemeente inzet. Bepaal daarbij ook hoe om te gaan met tijdelijke of langdurige afwezigheid van ambtenaren om continuïteit in de dienstverlening te waarborgen Dit versterkt de samenwerking doordat enerzijds helder

4. Enkele concrete aanpassingen van de dienstverleningsovereenkomst zien wij als

gemaakt wordt wat van elkaar verwacht mag worden, anderzijds doordat iedere

opportuun

gemeente proportioneel bijdraagt aan de ambtelijke inzet dan wel in middelen.

Naast bovenstaande aanbevelingen die zich met name richten op de ‘zachte’ kant van de

•

Stel in de DVO vast dat er ten minste jaarlijks een rapportage wordt opgesteld voor

samenwerking, benoemen we hieronder een aantal concrete aanpassingen van de

zowel de regiogemeenten als de gemeenteraden over de voortgang en resultaten van

onderliggende stukken in de samenwerking.

de regionale samenwerking. Dit zorgt voor transparantie en houdt de raden goed

•

Hierbij adviseren wij de centrumregeling an sich niet te wijzigen, met uitzondering van

geïnformeerd.

één onderdeel. Namelijk de financiële afspraken die aan moeten sluiten op de doordecentralisatie van beschermd wonen. Dit is nu nog niet het geval. Dit moet wettelijk bezien vanaf het moment van de invoeringsdatum van de wet doordecentralisatie beschermd wonen. Gezien de uitspraak om niet langer op de invoering te willen wachten binnen de regio, dient dit in deze samenwerking te gebeuren op het moment dat de regio effectief gaat werken in lijn met deze wet. Hieronder een aantal suggesties tot aanpassing van de dienstverleningsovereenkomst: •

Stel met elkaar een beperkt aantal concrete indicatoren vast om de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen en evalueren. Dit helpt om de verwachtingen tussen de betrokken gemeenten te managen én te monitoren. De huidige afspraken hierover in de DVO zijn op hoofdlijnen, waardoor er ruimte blijft voor verschillende niveaus van

Verbinden en versterken

20/27

Deel V Bijlagen

Verbinden en versterken

21/27

A. Evaluatie beleidsplan “Samen Dichtbij” 2018-2020 Transformatie van BW, MO en de GGZ •

•

afspraken en doelen uit het beleidsplan. De diversiteit in uitvoering maakt een directe

Het beleidsplan "Samen Dichtbij" beschrijft de rol en ambities van gemeenten op het

vergelijking tussen gemeenten moeilijk.

gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en de geestelijke gezondheidszorg (hierna ook: GGZ) in het algemeen. Het plan is opgesteld door

Gemeenten en regio's hebben in verschillende mate actie ondernomen op de

•

dertien gemeenten in anticipatie op decentralisatie die in 2020 zou plaatsvinden, maar

Ondanks variaties in uitvoering, blijft het beleidsplan een waardevolle leidraad voor nieuwe beleidsontwikkelingen binnen de brede GGZ-doelgroep.

die werd meerdere malen uitgesteld naar 2023, 2024 en vervolgens naar 2025. Een verder uitstel naar 2026 is waarschijnlijk door de formatieperiode van het nieuwe

•

kabinet-Schoof.

Focus op aanpassing en (door)ontwikkeling

Met het vaststellen van dit beleidsplan in 2017 is een beweging ingezet om de GGZ,

•

beschermd wonen en de maatschappelijke opvang te transformeren. De kern van deze

bouwen, is niet langer haalbaar vanwege veranderingen in de Wet langdurige zorg.

transformatie is om de zorg veel meer (lokaal) in dorpen, wijken en bij mensen thuis te

Hierdoor is aanpassing van dit specifieke doel noodzakelijk.

organiseren, in tegenstelling tot zorg die geleverd wordt in grote zorginstellingen. Het beleidsplan bestaat uit 25 ambities en plannen. Deze zijn in te delen in de zes thema’s

•

en sociaal netwerk’, ‘Inkomen en schuldhulpverlening’ en ‘(Overige) organisatorische onderwerpen. De evaluatie is opgesteld op basis van de ervaringen van gemeenteambtenaren en

De ambulantisering is nog niet voltooid. Hoewel er stappen zijn gezet in de ambulantisering van zorg, is er nog steeds behoefte aan meer extramurale zorg, vooral

‘Een sluitend netwerk’, ‘Wonen’, ‘Werk en dagbesteding’, ‘Maatschappelijke participatie

•

Het oorspronkelijke doel om de helft van de bedden voor beschermd wonen af te

voor complexe doelgroepen met multiproblematiek. •

De focus ligt op het organiseren van zorg zo dicht mogelijk bij huis, in een normale omgeving, wat de komende jaren verder wordt uitgebouwd en ontwikkeld.

bestuurders in gesprekken met zorginstellingen, cliënten, cliënt-vertegenwoordigers en overige betrokken partijen. Het is de bedoeling om te zijner tijd, wanneer de regionale samenwerking goed van de grond is gekomen, een meer grondige evaluatie uit te voeren, waarbij betrokkenen meer uitgebreid aan het woord komen en gerichte input leveren.

Beleidsplan blijft relevant en actueel voor de huidige situatie in de GGZ •

Het beleidsplan "Samen Dichtbij" vormt een stevige basis voor het organiseren van geestelijke gezondheidszorg en blijft richtinggevend voor toekomstige ontwikkelingen, ondanks de noodzaak om enkele doelen bij te stellen vanwege veranderende omstandigheden

Verbinden en versterken

22/27

B. Wet doordecentralisatie beschermd wonen Wet doordecentralisatie BW herhaaldelijk uitgesteld •

De beoogde ingangsdatum van de wet doordecentralisatie beschermd wonen was 1-12023. Met de doordecentralisatie worden, in plaats van alleen de huidige centrumgemeenten, álle gemeenten verantwoordelijk voor de zorg en ondersteuning van hun inwoners met psychiatrische kwetsbaarheid. Zij ontvangen stapsgewijs ook de middelen om te zorgen voor een breed palet aan voorzieningen in nabijheid van inwoners. De overgang naar dit verder gedecentraliseerd systeem is alleen verantwoord als er sprake is van krachtige regionale samenwerking. Door onderling afspraken te maken, nemen gemeenten de verantwoordelijkheid om regionale samenwerking te verbeteren, het opdrachtgeverschap te versterken en de administratieve last te verminderen.

•

De decentralisatie vindt in 10 jaar tijd in stappen plaats. In het eerste jaar ontvangt Nijmegen nog een groot deel van de centrumgemeente middelen. Dit bouwt het Rijk in stappen af. Daar staat tegenover dat het Rijk het gemeentelijke budget voor deze taken in die jaren opbouwt. Het geld voor beschermd wonen verschuift dus in 10 jaar van de centrumgemeenten naar de individuele gemeenten. Figuur 1 geeft een

Figuur 1. Schematische weergave van de verschuiving van middelen voor beschermd wonen tussen en binnen regio’s. Bron: Objectief verdeelmodel Beschermd Thuis | VNG (https://vng.nl/artikelen/objectief-verdeelmodel-beschermd-thuis)

schematische weergave van de verschuiving van middelen voor beschermd wonen tussen en binnen regio’s. De bedragen zijn puur als voorbeeld bedoeld. •

•

De doordecentralisatie is al meerdere keren door het Rijk uitgesteld (o.a. wegens val

Het ontwikkelpad voor het schaalniveau van de voorzieningen beschermd wonen in de

van kabinet) en zal vermoedelijk niet eerder dan 1-1-2026 plaats vinden. Vanwege

regio Nijmegen en Rivierenland loopt hiermee gelijk. In 7 tot 10 jaar tijd wordt zoveel

herhaald uitstel van de wet doordecentralisatie beschermd wonen is in overleg met de

als mogelijk naar een lokaal voorzieningenniveau bewogen. Gedurende het

regiogemeenten voorgesteld om daar niet langer op te wachten.

ontwikkelpad bepalen gemeenten zelf hoe snel en ver ze gaan met de lokale inrichting en uitvoering. Beschermd wonen lokaal (subregionaal) organiseren en betalen, betekent dat gemeenten geld uit het regionale budget moeten halen. Dit heeft

Raadsvoorstel Verdeling centrumgemeentemiddelen BW en MO

gevolgen voor het huidige regionale voorzieningenniveau en kan effect hebben op

•

hoeveel geld alle gemeenten moeten inleggen. Dit traject stemmen de

In de CR en DVO is afgesproken om overschotten of tekorten BW en MO met elkaar te delen vanaf de ingang van wet doordecentralisatie BW.

regiogemeenten zorgvuldig op elkaar af.

Verbinden en versterken

23/27

•

Nijmegen heeft jarenlang een overschot op BW. In overleg met de regiogemeenten is op 26 maart 2024 in Nijmegen een raadsvoorstel5 ingediend om in 2024 voor 50% en vanaf 2025 voor 100% de overschotten of tekorten BW en MO met regiogemeenten te delen volgens het objectieve verdeelmodel. Hiermee beogen de gemeenten de samenwerking met de regiogemeenten te versterken.

•

Aangezien het raadsvoorstel budgettaire aanpassing vraagt, wordt in geval van aanpassing van de CR toestemming gevraagd aan de raad. Begin 2025 zal de raad worden geïnformeerd over de evaluatie van de CR en de DVO.

5

Gemeenteraad Nijmegen. (2024). Raadsvoorstel Verdeling centrumgemeentemiddelen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Collegebesluit 26 maart 2024. https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/View/413443fc-1bf2-445c-9631-d28ddf82944c

Verbinden en versterken

24/27

C. Memo samenwerkingsvorm regionale samenwerking: besluit tot uitwerking samenwerking middels een centrumregeling samenwerking kunnen meedenken en -sturen. De samenwerkingsvorm moet Onderbouwing van voorstel 2: De regionale samenwerking uitwerken in een centrumregeling met dienstverleningshandvest voor de regionale samenwerking BW en MO.

voldoende instrumenten bieden om dit te bereiken. •

Gemeenten zijn vanaf 2022 verantwoordelijk voor de uitvoering van BW. Die verantwoordelijkheid blijft, ongeacht de organisatie van de uitvoering van BW. Het

2.1 De samenwerkingsvorm is niet zwaarder dan nodig

goed borgen van deze verantwoordelijkheid in de samenwerkingsvorm is belangrijk. Gemeenten moeten elkaar kunnen aanspreken op het naleven van

Dit is een uitgangspunt uit het regionale beleidsplan ‘Samen Dichtbij’. Net als het niet willen

afspraken. De samenwerkingsvorm moet transparant zijn in de werkwijze en

oprichten van een nieuw openbaar lichaam. De samenwerking vindt nu plaats in een lichte

verantwoording bieden. Gemeenten spreken de samenwerkingsvorm aan op de

structuur. Alle gemeenten in de regio hebben daartoe Nijmegen mandaat gegeven om de

voortgang, ontwikkelingen en resultaten.

taken BW/MO uit te voeren. Uitgaande van het voorgaande, zijn er 4 vormen van samenwerking mogelijk: •

De regeling zonder meer;

•

Het gemeenschappelijk orgaan;

•

De centrumgemeente;

•

De bedrijfsvoeringsorganisatie.

In de bijlage treft u een beschrijving hiervan aan. Hieronder treft u de criteria aan die de basis vormen om tot een goede keuze te komen. 2.2 De basis voor een netwerksamenwerking is efficiency, betrokkenheid, verantwoordelijkheid en flexibiliteit Bij de keuze voor de samenwerkingsvorm zijn criteria ‘efficiency, betrokkenheid, verantwoordelijkheid en flexibiliteit’ belangrijk. De criteria bepalen de keuze als volgt: •

•

Verantwoordelijkheid

•

Flexibiliteit Het zorglandschap ontwikkelt zich voortdurend. Daarnaast vraagt de ambulantisering om het continu aanpassen van beleid en uitvoering. Het is belangrijk de samenwerkingsvorm zo in te richten dat snel schakelen mogelijk blijft.

Bovenstaande criteria sluiten het best aan bij de variant Centrumgemeente. In de bijlage is de uitwerking van de vier varianten te zien. De centrumregeling wordt geadviseerd omdat hiervoor op efficiency geldt dat er geen geld gaat naar extra bestuurslagen. Om de regiogemeenten betrokken te houden in deze lichte samenwerkingsvorm is een continue afstemming nodig. Meer nog dan bij een zwaardere samenwerkingsvorm. Voor verantwoordelijkheid geldt dat bij een lichte samenwerkingsvorm directere sturing mogelijk is. Tot slot, blijft flexibiliteit bij alle varianten een aandachtspunt. Bij een samenwerking met 14 gemeenten kost het tijd en

Efficiency

moeite om een gezamenlijke richting te kiezen. Dit is zeker het geval bij een

De budgetten voor zorg worden, zo veel mogelijk, besteed aan zorg. Zonder zware

centrumgemeenteconstructie. Een zwaardere samenwerkingsvorm biedt hier wellicht

of onnodige administratieve lasten.

meer voordelen doordat besluitvorming eenduidig via bestuurslagen plaatsvindt. Daar

Betrokkenheid

ontbreekt het alleen aan directe zeggenschap van alle aangesloten gemeenten.

In de regio werken 14 gemeenten samen. Alle gemeenten willen in deze

Waardoor de flexibiliteit over de gehele linie ook daar niet evident is.

Verbinden en versterken

25/27

2.3 Een dienstverleningshandvest sluit aan bij een opdracht tot uitvoering van centrale taken De centrumgemeente krijgt opdracht om uitvoeringstaken uit te voeren. In een dienstverleningshandvest, gekoppeld aan de centrumgemeente regeling, worden nadere afspraken gemaakt over taken die de bedrijfsvoering raken. U kunt daarbij denken aan: •

De uitvoeringskaders behorende bij de genoemde taken;

•

De kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening moet voldoen;

•

De hoogte van de financiële bijdrage voor de taakuitvoering;

•

De informatieplicht en verantwoordingsplicht van de centrumgemeente aan de regiogemeenten;

•

De wijze waarop gemeenten elkaar informeren over het niet nakomen van hun verplichting en de gevolgen die zij daar aan verbinden;

•

Kosten verbonden aan uittreding en verrekening hiervan;

Betrokkenheid regiogemeenten In de centrumregeling mandateren gemeenten de centrumgemeente. Zij dragen uitvoeringstaken over. In de praktijk kunnen deelnemende gemeenten zich hierdoor minder betrokken voelen, dan wanneer zij zelf verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en beleidsvorming. Dit kan ertoe leiden dat gemeenten (steeds vaker) afwezig zijn wanneer belangrijke keuzes nodig zijn. Dit stagneert niet alleen de samenwerking, maar ook het uiteindelijke tempo van doordecentralisatie. Om deze nadelen te beperken zijn goede afspraken essentieel. Deze afspraken komen terug in het op te stellen dienstverleningshandvest gekoppeld aan de centrumgemeente regeling.

Verbinden en versterken

26/27

Resultaatgericht, betrokken en met energie. Zo maken wij impact op maatschappelijke opgaven en bestuurlijke ambities. Zo brengen wij beweging in organisaties. Zo dragen wij bij aan een weerbare en wendbare publieke sector. Wij helpen bij het ontwikkelen van organisaties en organisatieonderdelen. Door het ontwerpen van passende organisatiestructuren en sturingsconcepten. En door het versterken van leiderschap en het werken aan gewenst gedrag. Wij helpen bij het verkennen van toekomstscenario’s voor publieke organisaties. En begeleiden de processen om deze organisaties te vitaliseren en om samenwerking of fusie tot stand te brengen. Wij doen kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de effecten van beleid en naar de sterke en verbeterpunten in organisaties en samenwerkingsverbanden.

In onze analyses zijn we scherp. In onze advisering bieden we concreet handelingsperspectief voor ontwikkeling. Wij kijken waar gewenst ook met een juridische, financiële en/of personele blik naar uw organisatie- en samenwerkingsvraagstukken. Onze passie om direct maatschappelijk impact te maken zetten wij in binnen het sociaal domein. Onder andere door het ’vertalen’ van de Hervormingsagenda Jeugd. Ook helpen wij bij de realisatie van de transities op het gebied van klimaat en energie. Het is een greep uit de vraagstukken waarop onze ervaren adviseurs én jonge talenten graag hun hersens kraken én waarvoor zij met passie hun handen uit de mouwen steken. Het zijn thema’s waarop wij via onze &VDL Academy graag onze kennis delen. Staat uw vraagstuk er niet tussen? Wij laten ons graag uitdagen op andere thema’s in het publieke domein!

Onderzoek & Advies | Procesbegeleiding & Realisatie | Interim | &VDL Academy & Van de Laar is in vriendschap verbonden met GNGMKRS, ons label voor Interimbemiddeling, Executive search & Werving en selectie.

& Van de Laar B.V. Emmasingel 29-11 5611 AZ Eindhoven 085 - 747 06 18

info@en-vdl.nl en-vandelaar.nl

& Van de Laar B.V. is lid van de Raad van Organisatieadviesbureaus.

Verbinden en versterken

27/27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16189924/1