Bijlage VI DEF adviesrapport ODRN jaarstukken 2020 en begroting 2022
Tekst van het document
Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen Marcel Meier AA /Henk Jan Jansen van Doorn MC April 2021
Adviesrapport Jaarstukken 2020 & Begroting 2022 ODRN
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ……..in één oogopslag Inleiding 1. Advies 1.1 Advies bij de jaarstukken 2020 1.2 Advies bij de aangepaste begroting 2021 en begroting 2022 2. Kaders 2.1 BRN-normen 3. Algemene zaken 4. Jaarstukken 2020 4.1 Algemeen 4.2 Controleverklaring accountant 4.3 Fiscaliteiten 4.4 Begroting 2020 en managementrapportages 4.5 Resultaatanalyse 4.6 Balanstoelichting 4.7 Voorstel bestemming resultaat 4.8 Deelnemersbijdragen 5. Aangepaste begroting 2021 6. Begroting 2022 6.1 BRN-normen, BBV-normen en overige kaders 6.2 Begrotingswijzigingen 6.3 Begrotingsanalyse 6.4 Bevindingen en aanbeveling begrotingsbeoordeling 2022 6.5 Deelnemersbijdragen 6.6 Meerjarenbegroting 7. Weerstandsvermogen 7.1 Algemene reserve 7.2 Bestemmingsreserve 7.3 Risico’s
1 2 3 4 4 4 5 5 6 7 7 7 7 7 7 8 8 8 9 9 9 10 10 11 12 12 13 13 13 13
1
……..in één oogopslag
JAARSTUKKEN 2020
VERMOGENSPOSITIE
Goedkeurend oordeel ten aanzien van getrouwheid, maar een beperking ten aanzien van rechtmatigheid.
Algemene reserve € 457.704 (na resultaatbestemming 2020)
Rekeningresultaat: € 483.671 voordelig Resultaatbestemming: Voorstel ODRN: toe te voegen aan de algemene reserve.
Norm Algemene reserve € 675.000 Bestemmingsreserve € 36.407
Plaats voor een taart met verdeling gemeenten en verstrekte bijdragen BEGROTING 2022
- Sluitend met een saldo van € 0 - BBV proof - Voldoet aan de BRN
ADVIES - In te stemmen met de jaarstukken 2020 en het resultaatbestemmingsvoorstel. - In te stemmen met de aangepaste begroting 2021 - In te stemmen met de begroting 2022 - Kennis te nemen van de meerjarenraming 2023-2025. - Een apart besluit te nemen over de vervanging van het zaaksysteem (WRS) ad 310.000.
DEELNEMERSBIJDRAGEN
2
Inleiding Dit adviesrapport bevat de uitkomsten van de beoordeling van de jaarstukken 2020 en de begroting 2022 van de ODRN. Hierbij hebben wij een advies geformuleerd voor de zienswijze die ODRN vraagt aan de deelnemende gemeenten bij de begroting 2022, en een advies bij de vaststelling van de jaarstukken 2020 en resultaatbestemming 2020. Op 30 april hebben wij onze bevindingen besproken met Jacqueline Tiemens (controller ODRN).
Tijdschema zienswijze De ODRN heeft de jaarstukken 2020 en de begroting 2022 aan de deelnemende gemeenten op 14 april aangeboden. Volgens de BRN-planning geven wij een advies aan de deelnemende gemeenten op 30 april en zullen gemeenten uiterlijk 21 juni hun zienswijze indienen. De vaststelling van deze begroting en jaarstukken door het AB is gepland op 1 juli.
Werkwijze Adviesfunctie Voor de beoordeling van de jaarstukken en de begroting hebben de gemeenten in de Regio Nijmegen de Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen opgericht (hierna: Adviesfunctie). Als Adviesfunctie beoordelen wij de jaarstukken en de begroting en brengen hierover advies uit aan de regiogemeenten. Bijzonderheid bij ODRN is dat naast de regiogemeenten de provincie deelneemt in de gemeenschappelijke regeling. Vertrekpunt bij de beoordeling zijn de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN), die de gemeenten in de Regio Nijmegen vastgesteld hebben. Hieraan toetsen wij. De index op de gemeentelijke bijdragen voor 2022 is 0,24%. Voor een uitgebreide toelichting op de indexeringssystematiek verwijzen wij naar de BRN 2022. Wij hebben de bijzonderheden die gelden voor ODRN verder in dit rapport toegelicht. Onze beoordeling van de jaarstukken richt zich op de financiële verantwoording en het voorstel over de bestemming van het resultaat. Op basis van de accountantscontrole gaan wij uit van de juistheid van de jaarrekeningcijfers en richten wij ons op een beoordeling van deze cijfers. Daarbij nemen wij de bevindingen in het accountantsverslag mee. Daarmee valt een inhoudelijke beoordeling van geleverde prestaties buiten de scope van onze werkzaamheden.
Onze beoordeling van de begroting richt zich allereerst op het realiteitsgehalte van de raming en de toepassing van de BRN-normen en richt zich vooral op het jaar 2022. De meerjarenraming gebruiken wij met name als basis voor de beoordeling van de vermogenspositie. Een inhoudelijke beoordeling van beleidsvoornemens valt buiten de scope van onze werkzaamheden. Zowel bij de jaarstukken als de begroting nemen wij de risico’s en de risicobeheersing in ogenschouw en beoordelen wij de vermogenspositie, en met name het verloop van de algemene reserve.
3
1. Advies 1.1
Advies bij de jaarstukken 2020
Wij adviseren de deelnemende gemeenten van de ODRN om: A. in te stemmen met de jaarrekening 2020 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen. B. In te stemmen met de voorgestelde resultaatbestemming, zijnde het voordelig rekeningresultaat toe te voegen aan de algemene reserve.
1.2
Advies bij de aangepaste begroting 2021 en begroting 2022
Wij adviseren de deelnemende gemeenten van ODRN om: A.
In te stemmen met de aangepaste begroting 2021 rekening houdend met onderstaande kanttekening onder e.
B.
In te stemmen met de begroting 2022 rekening houdend met onderstaande kanttekeningen onder e.
C.
Kennis te nemen van de meerjarenraming 2023-2025.
D.
Een apart besluit te nemen over de vervanging van het zaaksysteem (WRS) ad 310.000.
Kanttekeningen: E. In de begroting de productie aantallen en kosten zichtbaar maken in lijn met het principe van outputfinanciering. In het kader van consistentie wordt voorgesteld aansluiting te zoeken met het onder 4.4. van de jaarrekening 2020 gepresenteerde inzichtelijke prestatieoverzicht. Aangevuld met een gelijksoortig overzicht met de bijbehorende kosten. Dit op totaalniveau in de begroting op te nemen en als bijlage voor iedere deelnemer. Dit vormt dan een brugstaat voor de achterliggende werkplannen. Tevens is het van belang dat er een transparant inzicht komt in de relatie tussen organisatieopbouw en deelnemersbijdrage. F.
De generieke korting vanuit de BRN-richtlijn is door de ODRN toegepast op het volume conform AB-besluit 13 juli 2020 in plaats van op de prijs. Hierdoor krijgt de opdrachtgever in de praktijk minder dienstverlening voor hetzelfde geld, terwijl de doelstelling was dezelfde dienstverlening voor minder geld. Het AB-besluit is hierin leidend en staat boven de BRN-richtlijnen.
Wij adviseren de deelnemende gemeenten om de risico’s van 735.000 euro voor zover deze de algemene reserve van de ODRN van 457.704 euro overstijgen, op te nemen in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (zie toelichting in hoofdstuk 6.2). Dit naar rato van deelname.
4
2. Kaders 2.1
BRN-normen
De regiogemeenten Rijk van Nijmegen hebben in het PFO van 7 oktober 2019 afgesproken om na indexering van de GR-budgetten (op de bijdrage gemeenschappelijke regelingen) een generieke korting structureel toe te passen van 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023. Aanleiding voor deze bezuinigingstaakstelling is het feit dat gemeenten geconfronteerd worden met nadelen welke binnen de gemeentelijke begroting opgevangen moeten worden.
Wijze van berekenen Concreet wordt de korting op de volgende wijze toegepast: Voor 2021 werd eerst het budget 2020 geïndexeerd met bijvoorbeeld 2,2% en vervolgens werd het geïndexeerde budget 2020 vermenigvuldigd met (100-1)%. Hiermee komt in dit voorbeeld de werkelijke budgettoename voor 2021 op 1,18%. Voor 2022 zal eerst het budget 2021 worden geïndexeerd en vervolgens wordt het geïndexeerde budget 2021 vermenigvuldigd met (100-1)%. Hetzelfde geldt voor 2023. Deze korting is als maatwerk per gemeenschappelijke regeling bezien: Korting van 1% oplopend tot 3% van de uniforme bijdrage; De korting van de ODRN is met een begrotingswijziging in de meerjarenbegroting verwerkt (besluit AB 13 juli 2020).
5
ODRN In beginsel is de BRN-indexering van toepassing op de ODRN. De ODRN heeft een omslag van input-naar outputfinanciering gemaakt. De BRN-norm geldt dan op de productprijzen. Het omzetkader wordt gevormd door de gemeentelijke bijdragen te verhogen met de BRN-norm en door de werkplannen 2022.
3. Algemene zaken Omgevingswet
De invoering van de Omgevingswet (zoals het er nu naar uitziet per 1-1-2022) brengt veranderingen mee, die in de komende jaren worden ingevoerd. Gemeenten hebben tot en met 2024 de tijd voor hun Omgevingsvisie, en tot en met 2029 voor het Omgevingsplan. De ODRN werkt daar op hun expert-onderdelen aan mee. Daarvoor is het nodig dat de medewerkers van de ODRN goed zijn opgeleid en over de jongste inzichten in wet- en regelgeving beschikken. Dat staat dan ook centraal in 2022. Wet Kwaliteitsborging
Ook met de invoering van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen verandert er veel. Niet de ODRN maar de initiatiefnemer zorgt voor de bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw. Daarvoor in de plaats komen twee andere taken: de toets op de risicobeoordeling en de toets van het dossier van het bevoegd gezag. Die komen bij de ODRN te liggen. De effecten van de invoering van de Omgevingswet (OW) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn in deze begroting niet meegenomen. De structurele financiële gevolgen hiervan zijn op dit moment nog niet goed inschatten. Ook is er kans dat de invoerdatum, nu nog 1 januari 2022, vertraagt. Bij de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen is wel rekening gehouden met het financiële risico hiervan. Overheveling taken wet bodembescherming
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat de bevoegdheid die nu bij de provincie ligt voor de Wet bodembescherming (Wbb) over naar de gemeenten. Gemeenten zijn dan primair beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze overdracht komen alle basistaken voor de bodem(sanering) bij de gemeenten te liggen. Het staat de gemeente vrij te bepalen of ze de bodemtaken extern of bij de ODRN beleggen. Hierover is nog geen besluit genomen. De effecten hiervan zijn dan ook niet in de begroting vertaald. De overdracht van bodemtaken van provincie naar gemeenten gaat mogelijk gepaard met overheveling van budget van provinciefonds naar gemeentefonds. De ODRN hoopt hier bij de meicirculaire 2021 meer zicht op te krijgen.
6
4. Jaarstukken 2020 4.1
Algemeen
Bij de ODRN heeft de bedrijfsvoering in 2020 vooral in het teken gestaan van de activiteiten uit de Ontwikkelagenda. Het heeft tot de nodige verbeteringen geleid, met name op het vlak van een betere grip op en inzicht in ontwikkelingen, en een betere structuur en informatievoorziening.
4.2
Controleverklaring accountant
De accountant heeft een controleverklaring met beperking afgegeven: bestaande uit een goedkeurend oordeel ten aanzien van getrouwheid en een beperking ten aanzien van rechtmatigheid. Deze beperking ziet toe op een onrechtmatigheid ten aanzien van de EU-aanbestedingswet. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar pagina 8 van het accountantsverslag. Aandachtpunt voor de ODRN blijft de omzetverantwoording en de onderhanden werk positie (zie pagina 14 accountantsverslag). De ODRN heeft in 2020 diverse interne controlemaatregelen getroffen om de risico’s te minimaliseren. De verdere verbetering rondom de omzetverantwoording en zaakregistratie staan hoog op de agenda binnen de ODRN. Zo zijn de kwaliteitschecks WRS verbeterd, is er een integrale ouderdomsanalyse uitgevoerd op het onderhanden werk en zijn de eerste stappen gezet naar een ODRN-brede dashboard. Een adequate voor- en nacalculatie op product- en zaak niveau, waarbij verschillen intern worden geanalyseerd, is een belangrijke randvoorwaarde voor een kwalitatieve planning &control cyclus. Daarbij is tevens het proces rondom urenverantwoording en productiviteitsanalyse van belang. Hierdoor verbetert het inzicht in de werkelijke tijdsbesteding per zaak/product en de kwaliteit van de gehanteerde prijzen.
4.3
Fiscaliteiten
BTW Ten aanzien van de BTW geldt dat de ODRN volledig in de Btw-heffing is betrokken en voor 100% vooraftrek geniet. De ODRN factureert naar de deelnemers inclusief BTW. De deelnemers kunnen deze BTW declareren bij het BTW compensatiefonds. VPB In de financiële verordening is opgenomen dat de resultaten voor commerciële activiteiten worden terugbetaald aan de opdrachtgever. Daarmee is er geen VPB-plicht voor de ODRN.
4.4
Begroting 2020 en managementrapportages
De begroting 2020 is op 4 juli 2019 vastgesteld en ter goedkeuring verzonden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De begroting is met wijziging nummer 1 op 13 juli 2020 gewijzigd. Met deze wijziging zijn de effecten van de tariefsaanpassing en het budget van het ontwikkelprogramma 2020 – 2021 verwerkt. Ook is de begroting met deze aanpassing op de werkplannen 2020 aangesloten. Op 4 november 2020 heeft het Algemeen Bestuur besloten € 8 ton van het budget ontwikkelprogramma 2020 – 2021 over te hevelen van 2020 naar 2021. Dit besluit is met een tweede wijziging in de begroting 2020 verwerkt.
4.5
Resultaatanalyse
De jaarrekening van de ODRN sluit met een voordelig saldo van 484.000 euro (wat overeenkomt met 2,2% van de baten hetgeen een zeer acceptabel percentage is). Als oorzaak hiervoor worden a-structurele baten van in totaal 144.000. euro aangegeven. Het restant voordeel van ongeveer 340.000 euro is behaald door bezuinigingsacties en
7
kostenbesparingen. In hoeverre deze effecten structureel zijn en welke invloed ze eventueel op de tariefstelling hebben wordt niet aangegeven. Voor een nadere verschillenanalyse verwijzen we naar pagina 37 tot en met 41 van de jaarrekening 2020. De grotere afwijkingen ten opzichte van de begroting zitten aan de lastenkant bij de post inhuur (€ 425.000 nadeel) en aan de batenkant bij de post deelnemersbijdragen (€ 970.000 voordeel).
4.6
Balanstoelichting
Netto schuldquote Ten opzichte van vorig jaar is de netto schuldquote sterk verbeterd. Dit betekent dat de schuldpositie gedaald is ten op ten opzichte van de omzet. Dit is onder andere het gevolg van het ophogen van tarief en de extra bijdrage voor het ontwikkelprogramma welke voor het over grote deel nog niet is uitgegeven. Solvabiliteit De solvabiliteit is het eigen vermogen gedeeld door het totale vermogen in het verslagjaar. Voor 2020 bedraagt 6,7% (2019: 1,4%). Door het behaalde voordelige saldo over 2020 is dit kengetal sterk verbeterd. Het solvabiliteitspercentage uitgaande van de maximale eigen reserve saldo van 675.000 euro zou eind 2020 9% mogen bedragen. Een hoger bedrag dan de 675.000 euro leidt tot terugbetaling aan de deelnemers. De ontwikkeling van de bovengenoemde onderdelen laat zien dat het met de ODRN financieel gezien beter gaat.
4.7
Voorstel bestemming resultaat
Het resultaat over 2020 bedraagt 484.000 euro voordelig. Het DB stelt aan het AB voor om dit bedrag toe te voegen aan de algemene reserve. Advies Regionale Adviesfunctie We adviseren om in te stemmen met de resultaatbestemming, aangezien: - zonder toevoeging van dit positief resultaat er een negatieve algemene reserve blijft bestaan. Volgens de verslaggevingsregels is een negatief algemene reserve slechts kortstondig toegestaan en dient deze weer op peil worden gebracht. - de algemene reserve na toevoeging van het positief rekeningresultaat onder het maximale eigen reservesaldo van 675.000 euro blijft. Waarmee ook een gezondere buffer ontstaat voor de komende begrotingsjaren. Een alternatieve afweging hierbij kan zijn dat het positief resultaat mede is ontstaan door aanvullende deelnemersbijdrage gedurende 2020. Het is daarmee ook verdedigbaar om de algemene reserve aan te vullen met 25.967 euro tot nul en het meerdere zijnde 457.704 euro te verrekenen met de deelnemers. Het risico hierbij is dat de ODRN zonder een buffer eerder genoodzaakt is om een aanvullende bijdrage te vragen van deelnemers.
4.8
Deelnemersbijdragen
De in 2020 gerealiseerde bijdragen van 19,4 miljoen euro bestaat uit 19,7 miljoen euro reguliere productie en 300.000 euro mutatie van het onderhandenwerk.
8
5. Aangepaste begroting 2021 De ODRN biedt tevens een begrotingswijziging aan op de primitieve begroting 2021. De aanpassing bedraagt een ophoging van de lasten en baten van per saldo 912.000 euro. De doelstelling van deze wijziging is om de begroting aan te passen aan de onderliggende geactualiseerde werkplannen. De grootste mutatie aan lastenkant zit op de inhuur en bedraagt een toename van 1.284.000 euro. Aan batenkant zien we een toename van de bijdrage van de deelnemers van 820.000 euro. Op deze plek verwijzen we naar paragraaf 7.4 onderdeel outputfinanciering. De opmerking die daaronder geplaatst zijn, gelden ook voor de aangepaste begroting 2021. Hierbij met name doelend op de causale relatie tussen organisatieopbouw en dienstenafname die niet inzichtelijk is bij de voorgestelde begrotingsmutatie. Desondanks stelt de adviesfunctie voor om in te stemmen met deze aangepaste begroting 2021.
6. Begroting 2022 6.1
BRN-normen, BBV-normen en overige kaders
De begroting is getoetst aan de BRN-norm, de BBV en de overige kaders. Uit de toetsing is het volgende geconstateerd: BRN Er is sprake van een sluitende begroting 2022. Outputfinanciering In de BRN 2022 is over ODRN het volgende gesteld: In beginsel is de BRN-indexering van toepassing op de ODRN. De ODRN heeft een omslag van input- naar outputfinanciering gemaakt. De BRN-norm geldt dan op de productprijzen. Het omzetkader wordt gevormd door de gemeentelijke bijdragen te verhogen met de BRN-norm. Indexering
9
Zoals hiervoor onder 2.1 vermeld heeft de ODRN In de begroting 2022 vermeld dat de productprijzen met 0,24% geïndexeerd zijn, conform BRN 2022. De 0,24% valt weg in de afronding van de uurtarieven. Feitelijk zijn de prijzen daardoor met 0,0% geïndexeerd. Generieke korting De generieke korting is door de ODRN als volumekorting beschouwd. Op deze wijze krijgen de deelnemers minder voor hetzelfde geld, terwijl het net andersom bedoeld was: Hetzelfde krijgen voor minder geld. Hoewel dit in de BRN-richtlijn is opgenomen, heeft het algemeen bestuur van de ODRN besloten om de generieke korting door te voeren op de hoeveelheid. BBV De begroting is opgesteld conform de voorschriften van het BBV.
6.2
Begrotingswijzigingen
De in de begroting 2022 opgenomen vergelijkende cijfers uit de begroting 2021 betreffen die van de gewijzigde begroting.
6.3
Begrotingsanalyse
nr.
Omschrijving
Jaarrekening 2020
Salariskosten Opleidingskosten Inhuur Piofah taken gastheer Kapitaallasten Overige materiele kosten Bijdrage regionaal stelsel Ontwikkelprogramma
12.181.310 156.608 4.214.844 2.725.000 433.982 843.731 266.228 602.171
14.203.261 14.541.997 14.491.309 14.435.130 14.435.130 181.000 285.777 285.777 285.777 285.777 3.272.739 2.892.550 2.767.635 2.035.714 2.035.714 2.826.335 2.788.404 2.787.035 2.785.666 2.785.666 380.000 400.000 400.000 400.000 400.000 948.956 935.090 933.721 932.352 932.352 336.000 355.796 355.796 355.796 355.796 1.467.895 447.000 310.000 0 0
21.423.874
23.616.186
1 2 3 4 5 6 7 8
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
22.646.614 22.331.273 21.230.434 21.230.435
De bovenstaande tabel geeft de financiële meerjarenbegroting 2022-2025 weer aan de lastenkant. We zien op totaalniveau de lasten voor het begrotingsjaar 2022 ten opzichte van de begroting 2021 dalen met 1 miljoen euro. De lasten dalen vervolgens vanaf het begrotingsjaar 2023 verder naar een saldo van zo’n 21,2 miljoen euro in 2024. De opvallende wijzigingen lichten we hieronder kort toe: 1.
Salariskosten De stijging van de salariskosten wordt voornamelijk veroorzaakt door de toepassing van de indexering van 2,1 % op de loonsom. Dit verklaart een stijging van 300.000 euro ten opzichte van de begroting 2021.
2.
Opleidingskosten Voor opleidingen is 2% van de loonsom geraamd. Aangezien de begrote loonsom stijgt, komt dit ook weer terug in de stijging van de opleidingskosten.
3.
Begroting 2025
Inhuurkosten De begrote inhuur daalt van 3,3 mln euro in 2021 naar 2,0 mln euro vanaf 2025. Het aflopen van het ontwikkelbudget en de kortingen op de omzet (1% vanaf 2023 en de afbouw van de toeslag met 3 euro vanaf
10
2024) zijn op het inhuurbudget in mindering gebracht. Ook de opbrengst van het project digitaal verzenden van 46.000 euro in 2022 oplopend naar 66.000 euro vanaf 2024 en de bezuiniging beperking inhuur, structureel 120.000 euro, zijn op dit budget gekort. 8.
6.4
Ontwikkelprogramma ODRN 2022 In de begroting 2021 en 2022 heeft de ODRN 2.517.000 euro opgenomen voor de uitvoering van het Ontwikkelprogramma 2020-2021. Het Algemeen Bestuur heeft op 4 november 2020 besloten tot een actualisatie van de begroting waarmee 8 ton euro van de ontwikkelbijdrage is overgeheveld naar 2021. Uiteindelijk heeft de ODRN eind 2020 897.829 euro minder aan het ontwikkelprogramma besteed dan begroot. Dit bedrag is op de balans gereserveerd als vooruit ontvangen en stellen voor dit vanaf 2021 in te zetten voor de ontwikkelopgaven. De vervanging van het zaaksysteem, WRS, is in het ontwikkelprogramma ondergebracht. Om de kosten hiervoor te dekken, wordt het saldo van de bezuinigingen in 2021 van 310.000 euro aan het ontwikkelprogramma toegevoegd. Ten slotte zijn de plannen voor de inzet van de verschillende onderdelen van het ontwikkelprogramma geactualiseerd. Dit heeft ertoe geleid dat de ODRN een bedrag van 447.000 euro respectievelijk 310.000 euro aan ontwikkelbijdrage in de begroting van de jaren 2022 en 2023 willen inzetten. Dat voorstel is deze begroting verwerkt. Na 2023 zijn er geen bedragen meer opgenomen in het ontwikkelprogramma, wat een verdere daling van de begrote lasten van zo’n 300.000 euro verklaart.
Bevindingen en aanbeveling begrotingsbeoordeling 2022
Outputfinancering De voorliggende begroting geeft niet het inzicht welke je van een begroting met outputfinanciering verwacht. Het behoort een zelfstandig leesbaar document te zijn en dat is het nu niet. Hoewel de achterliggende werkplannen aanwezig zijn en als basis hebben gediend voor deze begroting, ontbreekt een brugstaat in de begroting waaruit de koppeling met de werkplannen en de gestelde prijzen blijkt. Dit in tegenstelling tot de jaarrekening waarbij wel het gevraagd inzicht (aantallen en prijzen) wordt gegeven. Advies Regionale Adviesfunctie Wij adviseren om in de loop van 2021 de begroting zo in te regelen dat het inzicht (aantal producten en prijs) die behoort bij de outputfinanciering wordt verkregen. Gezien het aantal producten zal dit inzicht met name de belangrijkste af te nemen producten betreffen. Dit inzicht geeft ook een mogelijk handvat om de causale relatie tussen de organisatieopbouw (bijvoorbeeld vast en flexibel) en de dienstafname zichtbaar te maken. Deze omvang vormt vervolgens de basis voor de kostprijsbepaling van de producten die de ODRN levert. Het resultaat hiervan (p x q) is de omzet en vormt de basis voor de bijdrage van de deelnemers. De adviesfunctie vraagt dit voortvarend op te pakken.
Voordelen van inrichting op outputfinanciering zijn: - Betere sturing op de geleverde diensten (in hoeveelheid en in prijs) - Beter inzicht (transparantie) voor de deelnemers voor te maken beleidskeuzes (lees: dienstafname van de ODRN) - Het stelt de ODRN beter in staat om te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen zoals de omgevingswet. Voor de inrichting kan gebruik worden gemaakt van voorbeelden die elders (bij andere omgevingsdiensten) beschikbaar zijn. Tevens is het overzicht in paragraaf 4.4 van jaarrekening met daarin producten in aantallen een goede basis om hierbij te hanteren.
11
Indexering De ODRN heeft de BRN indexering aan de batenkant correct doorgevoerd. Aan de lastenkant wordt hier vanaf geweken. Hier is met een hoger percentage gerekend waardoor de lasten sneller stijgen dan de baten. Het is van belang dat de lastenstijging meerjarig niet tot knelpunten gaan leiden in de bedrijfsvoering van de ODRN. De hiervoor genoemde transparante opbouw van de begroting naar outputfinanciering kan helpen bij dat inzicht, aangezien er een duidelijkere relatie wordt gelegd tussen de omvang van de organisatie en de afgenomen diensten en producten. Vervangingsinvestering zaaksysteem (WRS) Op pagina 26 van de begroting is toegelicht dat vervanging van het zaaksysteem (WRS) is ondergebracht in het ontwikkelprogramma. Hiervoor is dekking gehaald vanuit de bezuinigingen 2021 van 310.000 euro. Ons is meegedeeld dat aanbesteding nog moet plaatsvinden. De ODRN geeft aan dat deze eind 2022 is gepland en dat de financiële effecten hiervan vertaald zullen worden in de begroting 2023. Het is nog niet bekend welk alternatief het gaat worden en wat de totale kosten zijn van de vervanging. Dit laatste heeft een mogelijk financieel risico in zich. De ODRN geeft aan dat dit risico verkleind wordt door de bestemming van de bezuinigingen 2021. Aan de deelnemers is geen keuze voorgelegd. Een expliciet beslispunt ontbreekt.
Advies Regionale Adviesfunctie Wij adviseren hiervoor een apart besluit te vragen van de deelnemers, waarbij tevens inzicht wordt gegeven in de totale kosten van vervanging van het zaaksysteem.
6.5
Deelnemersbijdragen
Een overzichtelijke tabel van de geraamde deelnemersbijdragen met aansluiting naar werkplannen 2022 is in de begroting 2022 niet opgenomen. Hierdoor is het niet mogelijk om dit overzicht op te nemen in dit rapport. Advies Regionale Adviesfunctie Wij adviseren de ODRN om dit overzicht weer op te nemen.
6.6
Meerjarenbegroting
De meerjarenbegroting 2023- 2025 is, conform de BRN normen, gebaseerd op het prijspeil 2022.
12
7. Weerstandsvermogen 7.1
Algemene reserve
De algemene reserve per 31-12-2020 bedraagt € 25.967 negatief. Inclusief het rekeningresultaat 2020 ad € 483.671 komt de algemene reserve op € 457.704 positief. De maximale omvang van de algemene reserve is door de regionale adviesfunctie berekend en genormeerd op 675.000 euro. De omvang van de algemene reserve per 31 december 2020 valt daarmee nog binnen de norm. De algemene reserve dient als weerstandsvermogen voor de primaire bedrijfsvoeringsrisico’s. Optredende risico’s die het aanwezige saldo van de algemene reserve overstijgen dienen door de deelnemers te worden gedragen.
7.2
Bestemmingsreserve
In jaarrekening is één bestemmingsreserve opgenomen van 36.407 euro ten behoeve van de energietransitie.
7.3
Risico’s
De ODRN heeft onder paragraaf 6.2 van de jaarrekening 2020 de risico-inventarisatie opgenomen. Aan de hand van deze risico-inventarisatie is bepaald hoe hoog het weerstandsvermogen moet zijn. Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de organisatie in staat is om het hoofd te bieden aan mogelijke nadelen die kunnen voortvloeien uit risico’s. Uit de risico-inventarisatie blijkt dat het weerstandsvermogen 735.000 euro zou moeten zijn. Hierbij is o.a. rekening gehouden heeft met de risico’s bij invoering nieuwe omgevingswet, bijstelling van hoeveelheid werk gedurende het uitvoeringsjaar. Als dekking voor optredende risico’s is binnen de ODRN in de vorm van een algemene reserve 457.704 euro beschikbaar. Optredende risico’s die het aanwezige saldo van de algemene reserve overstijgen dienen door de deelnemers te worden gedragen.
13