Bijlage V Toelichting Watertoets
Tekst van het document
WATERTOETS MAASSTRAAT 10 TE HEUMEN
Rapportage watertoets Maasstraat 10 te Heumen Opdrachtgever
familie Op den Camp AddressLine1 6566 ZM Millingen aan de Rijn
Rapportnummer Versienummer
14712.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
11 januari 2021
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
De heer ing. R. van den Berg
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Mevrouw M.G. van Meijel, BSc
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 14001:2015.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2
3
OMGEVINGSASPECTEN .......................................................................................................... 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10
4
WATERRELEVANT BELEID .................................................................................................... 12 4.1 4.2
5
Waterschap Rivierenland ............................................................................................... 12 Gemeente Heumen ........................................................................................................ 13
TOEKOMSTIGE SITUATIE ...................................................................................................... 14 5.1 5.2 5.3
6
Hoogteligging .................................................................................................................... 3 Bodemopbouw .................................................................................................................. 3 Waterdoorlatendheid ........................................................................................................ 3 Geohydrologie .................................................................................................................. 3 Grondwater ....................................................................................................................... 4 Oppervlaktewater.............................................................................................................. 8 Wateroverlast.................................................................................................................... 9 Veiligheid (waterkering) .................................................................................................... 9 Ontwatering en drooglegging ......................................................................................... 11 Riolering .......................................................................................................................... 11
Ontwikkeling ................................................................................................................... 14 Verhard oppervlak .......................................................................................................... 14 Waterbergingsopgave .................................................................................................... 15
PLANUITWERKING.................................................................................................................. 15 6.1 6.2
6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
Randvoorwaarden en uitgangspunten ........................................................................... 15 Hemelwater..................................................................................................................... 16 6.2.1 Regenwaterrecuperatie .................................................................................... 16 6.2.2 Groendak .......................................................................................................... 16 6.2.3 Hemelwatersysteem ......................................................................................... 16 Lediging .......................................................................................................................... 17 Calamiteit ........................................................................................................................ 17 Riolering .......................................................................................................................... 18 Keur ................................................................................................................................ 18 Kwaliteit .......................................................................................................................... 18
BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4.
- Topografische ligging - Gegevens verkennend bodemonderzoek - Samenvatting digitale watertoets - Resultaten digitale watertoets
14712.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van de familie Op den Camp opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor een ontwikkeling aan de Maasstraat 10 te Heumen. Op een onbebouwd stuk grond, tussen Maasstraat 6 en 12 te Heumen, is men voornemens een levensloopbestendige nul-op-de-meter woning met garage te realiseren. Bij nieuwe ontwikkelingen dient water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing te worden genomen. Concreet betekent dit dat onder andere onderzocht moet worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met water. Hierbij speelt vasthouden bergen en afvoeren van water in eigen gebied een belangrijke rol. Voor de gronden in het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Kernen Heumen, Overasselt, Nederasselt en Molenhoek ', zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld op 27 juni 2013. Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingen 'Wonen' met bouwvlak en 'Tuin'. Binnen het huidige woonbestemmingsvlak en het bouwvlak mag het aantal woningen niet worden vermeerderd. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dienen de bestemmingen voor de gronden te worden herzien en herschikt. Wanneer voor bouwplannen een bestemmingsplanwijziging nodig is, zal als een verplicht onderdeel van een ruimtelijk plan of besluit, een waterparagraaf opgenomen moeten worden.
De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt. De waterparagraaf omschrijft daarnaast de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit en omvat het wateradvies en de gemaakte afwegingen. Om invulling te kunnen geven aan de waterparagraaf en de waterbelangen te waarborgen is voor deze situatie een watertoets opgesteld. De watertoets omvat de onderbouwing voor de waterparagraaf die een onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit. Uitgangspunt hierbij is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Rivierenland en de gemeente Heumen). De informatie over de planlocatie is onder andere gebaseerd op informatie verkregen van Buro Waalbrug (contactpersoon de heer R. van den Oetelaar), het ontwerp bestemmingsplan ‘Maasstraat 10, Heumen’ en de reactie van het waterschap op het ontwerp bestemmingsplan1. Als onderdeel van de watertoets is de digitale watertoets van het waterschap doorlopen.
Hiermee is het waterschap inhoudelijk op de hoogte gebracht van het planvoornemen. De samenvatting en resultaat van deze digitale toets zijn bijgesloten in bijlage 3 en 4.
1 Reactie op bestemmingsplan Maasstraat tussen 6 en 12 (10) RB 26-11-2020/DI 02-12-2020
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 1 van 18
2
LOCATIEGEGEVENS
De planlocatie (± 480 m²) ligt ten zuiden van de kern Heumen en is onderdeel van het bebouwingslint aan de Maasstraat. De coördinaten van een centraalpunt zijn X = 186.715, Y = 419.565. Kadastraal maakt het plangebied onderdeel uit van het perceel dat bekend staat als gemeente Heumen, sectie C, nr. 3.089 en wordt begrensd door:
Noordzijde: de Maasstraat; Oostzijde: de zijdelingse woon perceelsgrens van Maasstraat 12 (perceel nr. 2768); Zuidzijde: de woon perceelsgrens van Maasstraat 12 (perceel nr. 2768); Westzijde: de zijdelingse perceelsgrens van het toegangspad Maasstraat 8 (perceel nr. 1760).
De planlocatie is in gebruik als siertuin, bestaande uit gras en is volledig onbebouwd en onverhard. In figuur 1 is de begrenzing van de planlocatie weergegeven. De topografische ligging is opgenomen in bijlage 1.
Figuur 1. Ligging en begrenzing planlocatie
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 2 van 18
3
OMGEVINGSASPECTEN
In dit hoofdstuk wordt de regionale geohydrologische situatie van de planlocatie beschreven. Hierbij wordt ingegaan op aspecten als bodemopbouw, grondwater, waterbeheer (peilbeheer en aan- en afvoer van water), waterkwaliteit en de riolering. Hierbij is uitgegaan van informatie verkregen van de opdrachtgever aangevuld met van gegevens van TNO, de provincie Gelderland, waterschap Rivierenland en de gemeente Heumen. 3.1
Hoogteligging
Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (ahn.nl), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 9,3 tot 9,5 m +NAP. De Maasstraat is op een hoogte van circa 9,8 m +NAP gelegen. 3.2
Bodemopbouw
De originele bodem bestaat, volgens de bodemkaart van Nederland, uit een ooivaaggrond (KRd1), die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lichte zavel. Uit locatiespecifiek onderzoek2 blijkt de bodem tot 2 meter beneden maaiveld voornamelijk te bestaan uit matig tot sterk zandige klei. De bovengrond bestaat tot 0,5 meter beneden maaiveld uit zwak humeus, matig siltig, matig fijn zand. Vanaf 2,0 meter beneden maaiveld wordt matig grindig, zwak siltig, matig grof zand aangetroffen. Ten tijde van het veldonderzoek is, tijdens de bemonstering van het grondwater, een grondwaterstand gemeten op 2,5 meter beneden maaiveld. In bijlage 2 zijn de gegevens van het verkennend bodemonderzoek weergegeven. 3.3
Waterdoorlatendheid
De waterdoorlatendheid (k- waarde) van de bodem is in-situ niet onderzocht. De bodem binnen de planlocatie wordt, mede op basis van de bodemopbouw, textuur en de aanwezigheid van stoorlagen in de ondergrond, in principe niet geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater. 3.4
Geohydrologie
Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II v2.2 en GeoTOP v1.4 model van TNO. Beide modellen geven op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. In tabel 1 is een omschrijving opgenomen van de hydrogeologische opbouw van de ondergrond. Tabel 1.
Geohydrologie Diepte m -mv
Formatie
Laagpakket
Typering
Bodem
0-0,5
Antropogeen
-
DKL
zand
0,5-2,0
Kreftenheye
Wijchen
SDL
kleiig zand, zandige klei en leem
2,0-5,0
Kreftenheye/Boxtel
Delwijnen
SDL
klei
2 Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 en NEN 5707, ORTAGEO, d.d. 10 november 2020 (213594/R01)
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 3 van 18
5,0-10,0
Kreftenheye/Boxtel
Delwijnen
WVP
zand, matig fijn tot uiterst grof
10-14
Beegden
-
WVP
zand, matig grof tot uiterst grof
14-17
Waalre
-
SDL
kleiig zand, zandige klei en leem
17-22
Peize-Waalre
-
WVP
zand
22-23
Kiezelooliet
-
SDL
kleiig zand, zandige klei en leem
23-40
Kiezelooliet
-
WVP
zand
DKL = deklaag
3.5
WVP = watervoerend pakket
SDL = slecht doorlatende laag
Grondwater
Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Het grondwater staat in de winter van nature hoog en in de zomer laag. In de winter is de temperatuur laag, waardoor de verdamping gering is en alle neerslag het grondwater kan aanvullen. In de zomer gebeurt het omgekeerde: de temperatuur is hoog en dus verdampt er veel neerslag en is de stijghoogte laag. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitoord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. Op basis van de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, stroomt het grondwater van het eerste watervoerend pakket in noordoostelijke richting.
Op een afstand van ± 255 m zijn ten noordoosten van de planlocatie, Dorpsstraat 19 en 32, twee grondwaterpeilputten gelegen (meetpunt B46A0049 en B46A1786). Grondwaterpeilput B46A0049 is gelegen op een diepte van maximaal 32 m -mv (20,65 m -NAP). Grondwaterpeilput B46A1786 is gelegen op een diepte van 4,87 m -mv (6,62 m +NAP). In tabel 2 zijn de gegevens van de grondwaterpeilputten opgenomen. In figuur 2 is de situering van de grondwaterpeilputten weergegeven. Figureren 3 en 4 geven beide meetreeksen en stijghoogtemetingen weer. Tabel 2. Overzicht grondwaterpeilputten TNO grondwaterpeilput
windrichting t.o.v. locatie
afstand t.o.v. locatie (m)
Filterstelling (m NAP)
meetperiode
GLG (m +NAP)
GHG (m +NAP)
B46A0049
NO
250
4,35+ tot -20,65
14-06-1950 tot 16-05-2011
7,65
8,5
B46A1786
NO
260
7,62+ tot 6,62+
3-12-2013 tot 25-05-2018
7,60
8,2
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 4 van 18
Figuur 2. Situering grondwaterpeilputten TNO
Figuur 3: Meetreeks grondwaterpeilput B46A0049
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 5 van 18
Figuur 4: Meetreeks grondwaterpeilput B46A1786
Op basis van een analyse de gegevens van de beide grondwaterpeilputten wordt voor de planlocatie uitgegaan van een Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) van circa 8,5 m +NAP. Hiermee zou de GHG zich op ± 0,8 tot 1,0 meter beneden maaiveld gelegen. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. Kwel Door de gemeente Heumen is aangegeven dat de afvoer van kwelwater via sloten naar de Maas na aanleg van de dijk te niet is gedaan. Bij hoogwater standen in de rivier de Maas zou sprake zijn van kwel. Op bassis van de meetreeks en stijghoogtemetingen in grondwaterpeilput B46A0049 blijkt dat de grondwaterstand in het verleden inderdaad periodiek hoger heeft gestaan dan 9,0 m +NAP. De hoogste gemeten grondwaterstanden zijn waargenomen in december 1993 en januari 1995. Beide jaren is sprake geweest van extreem hoogwater in de Maas. In beide jaren is een grondwaterstand waargenomen van meer dan 10,0 m +NAP. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de onderzijde van het filter van grondwaterpeilput B46A0049 zeer diep is gelegen en vanwege de lengte meerdere grondlagen doorsnijd. De filterstelling van grondwaterpeilput B46A0049 is slechts enkele meter diep gelegen. Sinds de start van de metingen zijn in deze betreffende grondwaterpeilput geen extreem hoge grondwaterstanden waargenomen.
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 6 van 18
Maasstraat 12 De gemeente Heumen heeft in een reactie aangeven dat de eigenaar van perceel Maasstraat 12 de mogelijkheid heeft om kwelwater met een eigen pomp af te voeren. Hierover heeft econulstany contact opgenomen met de eigenaar van perceel Maasstraat 12 (De heer T. Kersten). Volgens de heer Kersten is er geen kwel aanwezig op het perceel. Tijdens het hoogwater in de Maas in 1995 zou destijds sprake zijn geweest van piping. Na 1995 is het kleidek van de waterkering echter verbeterd. Sindsdien heeft dit probleem zich niet meer voorgedaan. Het is te verwachtten dat door de grootschalige rivierverruimingsprojecten, die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd en in de toekomst nog worden uitgevoerd, een situatie zoals die plaatsvond in 1995 niet meer voor zal komen. De heer Kersten heeft aangegeven dat de overlast op zijn perceel het gevolg is van de bouw van de woningen op de percelen Maasstraat 16 en 18. De betreffende percelen zijn op straatniveau aangelegd waardoor deze ten opzichte van het perceel van de heer Kersten hoger zijn gelegen. Tijdens en na hevige neerslagperioden stroomt overtollig water van de percelen Maasstraat 16 en 18 naar de percelen van de heer Kersten. Om dit probleem op te lossen is nabij het gemaal aan de Maasstraat 8 een rond 200 mm buis aangelegd.
De heer Kersten kan middels een pomp overtollig (regen)water van zijn terrein afvoeren naar de beduikerde A-watergang langs de Maasstraat en Oude Boterdijk. Deze leiding is met een terugslagvoorziening aangesloten op de beduikerde watergang (zie paragraaf 3.6).
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 7 van 18
3.6
Oppervlaktewater
Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. Op de leggerkaart van waterschap Rivierenland zijn de in de directe omgeving van de planlocatie gelegen oppervlaktewateren weergegeven. Nabij de voorzijde van de planlocatie ligt een beduikerde A-watergang (code: 095981). Rivier de Maas is op circa 430 m ten noorden van de planlocatie gelegen. Ten westen van de planlocatie, op een afstand van circa 500 meter, bevindt zich het MaasWaalkanaal. In figuur 5 is een uitsnede van de leggerkaart weergegeven.
Figuur 5. Uitsnede legger oppervlaktewater waterschap Rivierenland
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 8 van 18
3.7
Wateroverlast
De planlocatie is ten opzichte van de directe omgeving en de Maasstraat lager gelegen. Hierdoor kan (regen)water tijdens zware regenbuien naar de locatie stromen. Voor woningbouw moet het perceel daarom worden beveiligd door een waterkering of ophoging. Door de gemeente Heumen zijn de uitkomsten van een berekening van een afstromingsmodel aangeleverd (zie figuur 6). In het betreffende model is bij extreme neerslag situatie (T=100+10%) goed zichtbaar dat (regen)water vanuit de omgeving het perceel instroomt. De heer Kersten (Maasstraat 12) heeft aangegeven deze overlast niet te ervaren.
Figuur 6: Uitsnede afstromingsmodel bui T=100 + 10% (bron: gemeente Heumen)
3.8
Veiligheid (waterkering)
De planlocatie is gelegen binnen een beschremingszone van de binnenkant van een primaire waterkering. In figuur 7 is een uitsnede van de legger waterkeringen van het waterschap weergegeven. In beginsel is het op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de Keur verboden om zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren.
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 9 van 18
Figuur 7. Uitsnede legger waterkeringen waterschap Rivierenland
Met uitzondering van de onderstaande activiteiten kan voor het uitvoeren van activiteiten in de volgens de waterkeringslegger aangewezen buitenbeschermingszone vrijstelling worden verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, en/of artikel 5.4 van de keur omdat het uitvoeren van overige activiteiten in de buitenbeschermingszone van de waterkering een zeer gering effect hebben op de waterhuishoudkundige, waterstaatkundige en wegenbelangen. Om deze reden is voor overige werkzaamheden anders dan hieronder aangegeven geen vergunning op grond van de keur vereist. Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning. 1. het verrichten van afgravingen, ontgrondingen en seismisch onderzoek, en; 2. het aanbrengen van werken met een overdruk van 10 bar of meer, en; 3. het hebben van explosief materiaal of het hebben van explosiegevaarlijke inrichtingen, en; 4. het uitvoeren van diepe boringen voor bodemenergiesystemen (bijv. KWO-systemen).
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 10 van 18
3.9
Ontwatering
Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten en droogleggingseisen. De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen. Gangbare normen voor de ontwateringsdiepte zijn:
Woningen met kruipruimte: Woningen zonder kruiruimte: (Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld) Tuinen en openbare groenvoorzieningen: Primaire wegen: Secundaire wegen en woonstraten:
0,7 m -mv 0,3 m -mv 0,5 m -mv 1,0 m 0,7 m
Het huidige maaiveldniveau is gelegen op een hoogte van circa 9,3 tot 9,5 m +NAP. De GHG is ingeschat op 8,5 m +NAP. De ontwatering zal ten aanzien van de (bouw)peilen in de toekomstige situatie voldoende zijn. Geadviseerd wordt om de toekomstige bouwpeilen circa 20 cm hoger aan te leggen dan het naastgelegen wegpeil. De Maasstraat is gelegen op een hoogte van circa 9,8 m +NAP. Het toekomstig bouwpeil dient derhalve circa rond de 10 m +NAP te zijn. 3.10 Riolering De voor de planlocatie beschikbare DWA aansluiting is in 2018 bij de afkoppelwerkzaamheden hersteld en voor aansluiting beschikbaar.
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 11 van 18
4
WATERRELEVANT BELEID
De planlocatie is gelegen binnen het beheersgebied van waterschap Rivierenland en de gemeente Heumen. 4.1
Waterschap Rivierenland
Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 “Koers houden, kansen benutten” bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat is voor plannen met een toename van verharding compenserende waterberging nodig. In feite is waterberging extra ruimte in sloten. Hiermee kan (regen)water uit de omgeving worden opgevangen. Technisch gezien is waterberging de ruimte tussen het zomerwaterpeil in de sloot en de bovenzijde van de oever. Het waterschap bepaalt aan de hand van normbuien hoeveel waterberging nodig is. Er zijn vuistregels vastgesteld voor de benodigde waterberging in ruimtelijke plannen.
De benodigde ruimte voor waterberging dient berekend te worden op basis van maatgevende regenbuien, de toename aan verhard oppervlak en de maximaal toelaatbare peilstijging in de watergangen. Voor plannen met een toename aan verharding kan de vuistregel van 436 m³ per hectare verharding worden gebruikt bij bui T=10+10% en 664 m³ bij bui T=100+10%. De maatgevende afvoer bedraagt 1,5 l/s/ha. Bij een bui T=10+10% mag het waterpeil in principe maximaal 0,30 meter stijgen. Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen (T= 100+10%) mag het waterpeil stijgen tot de laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Bij de keuze van het soort bergingsvoorziening hanteert het waterschap de trits vasthouden-bergenafvoeren. In aansluiting hierop hanteert het waterschap de volgende voorkeursvolgorde:
Hemelwater vasthouden door hergebruik of infiltratie; Hemelwater bergen in open water (of droogvallende watergang); Hemelwater bergen in kunstmatige bergingsvoorzieningen (wadi, bassins, kratten, kelders).
Indien een infiltratievoorziening wordt gerealiseerd moet de bodem van de voorziening zich gelijk of hoger dan de GHG bevinden en mag bij een ontwerpbui T=100+10% het systeem tot aan maaiveld gevuld zijn. De ledigingstijd van het systeem bedraagt 48 tot 96 uur.
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 12 van 18
4.2
Gemeente Heumen
Het (hemel)waterbeleid van de gemeente Heumen is onder meer vastgelegd in het Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2018 - 2022. Voor alle nieuwbouwplannen binnen de gemeente Heumen geldt dat het regenwater op eigen perceel verzameld en verwerkt dient te worden. Het regenwater mag niet meer bij het vuilwaterriool worden aangesloten of oppervlakkig afstromen naar de openbare ruimte. De gemeente Heumen conformeert zich aan het beleid van het waterschap. De eis vanuit het waterschap voor solitaire infiltratiesystemen (dus zonder overloop op een sloot) dienen minimaal 66,4 mm per m2 verhard oppervlak te kunnen bergen. Bij een systeem met een overloop op het watersysteem van het waterschap moet minimaal 43,6 mm per m2 verhard oppervlak geborgen worden, waarbij maximaal 1,5 l/s/ha op het watersysteem mag worden geloosd. Voor het aansluiten van water of een overloop op het watersysteem van het waterschap moet een vergunning worden aangevraagd of gemeld worden. De wijze van infiltreren, bergen en verwerken van het hemelwater op eigen terrein is ter invulling van de perceeleigenaar. Bij de keuze en aanleg van een voorziening dient te worden voorkomen dat er afval in het hemelwatersysteem wordt geloosd. Daarnaast dient gebruik te worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwproducten en werkwijzen.
Er wordt derhalve geadviseerd geen gebruik te maken van niet uitloogbare bouwmaterialen of materialen die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient een voorziening bij voorkeur inspecteerbaar en reinigbaar te zijn. Het systeem dient binnen 48 uur weer leeg te zijn zodat de volledige bergingscapaciteit weer beschikbaar is. De gemeente adviseert binnen stedelijk gebied om minimaal 20 tot 30 mm in een voorziening te bergen met een overloop op eigen terrein. De overloop mag daarbij geen overlast voor de omgeving opleveren.
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 13 van 18
5
TOEKOMSTIGE SITUATIE
5.1
Ontwikkeling
De planlocatie is in gebruik als weide en is volledig onbebouwd en onverhard. De initiatiefnemer is voornemens één vrijstaande woning te realiseren. De woning, met maximaal twee bouwlagen en een kap, wordt levensloopbestendig en volgens het nul-op-de-meter principe gebouwd. Ten westen van de woning wordt een garage met inrit gerealiseerd. Op navolgende afbeelding is de beoogde situering van de nieuw te bouwen woning en de garage weergegeven.
Figuur 8: Uitsnede toekomstige situatie
5.2
Verhard oppervlak
Ten aanzien van het toekomstig verhard oppervlak wordt vooralsnog uitgegaan van een oppervlak van ± 215 m2 (met inbegrip van bijgebouwen, erf verharding en/of bestrating). In tabel 3 staan de oppervlakten van de toekomstige bebouwing(en) en verhardingen weergegeven. De oppervlakten zijn bij benadering en bepaald aan de hand van het stedenbouwkundige profiel zoals weergegeven in figuur 8. De toekomstige tuin en erfverhardingen zijn daarbij ingeschat en bedragen circa 27% van het netto kaveloppervlak (netto kaveloppervlak = totaal kaveloppervlak - dakoppervlak). Tabel 3.
Gegevens toekomstig verhard oppervlak
Type verharding
Oppervlak (m²)
Dak
± 115
Overig (tuin en erf)
± 100
Totaal
± 215
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 14 van 18
5.3
Waterbergingsopgave
Uit de verhardingsbalans blijkt dat de hoeveelheid verhard oppervlak met circa 215 m2 toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. Het waterschap heeft aangegeven dat geen gebruik gemaakt kan worden van de vrijstelling van 500 m² in stedelijk gebied. Op basis van de toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave voor het plangebied in totaal circa 9 m3 (215 m2 x 0,0436 m).
6 6.1
PLANUITWERKING Randvoorwaarden en uitgangspunten
In het kader van de planontwikkeling is het proces van de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de digitale procedure blijkt dat het plan een effect heeft (groot waterbelang). Vooroverleg met het waterschap is noodzakelijk. De samenvatting en de resultaten van de digitale watertoets zijn opgenomen in bijlage 3 en 4. Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.
De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO). Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd. Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De wateropgave baseren op de daadwerkelijke toekomstig verhard oppervlak. Vooralsnog is uitgegaan van 215 m2. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform 43,6 mm (T=100 + 10%) gerekend over het aantal m2. De maximale ledigingsduur van het systeem bij voorkeur gelijk of kleiner dan 48 uur. Calamiteit in beschouwing nemen. Aanlegdiepte bergingsvoorzieningen boven de GHG. GHG is ingeschat op 8,5 m +NAP (0,8 tot 1,0 m -mv). Bouwen volgens Duurzaam Bouwen (DuBo) principe.
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 15 van 18
6.2
Hemelwater
In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat worden verwerkt. 6.2.1 Regenwaterrecuperatie De initiatiefnemer is voornemens om hemelwater te hergebruiken (regenwaterrecuperatie). Bij dergelijke hergebruiksystemen wordt het regenwater vanaf het dak opgevangen in een regenwatertank. Deze (ondergrondse) tank heeft veelal een inhoud van 1.500, 3.000 en 5.000 liter. Ook kan het een flexibele zak zijn die in de kruipruimte wordt geplaatst. 6.2.2 Groendak In aanvulling op het hergebruik van regenwater, is de initiatiefnemer voornemens om op het dak van de garage (± 30 m2) een vegetatiedak aan te leggen. Bij het toepassen van vegetatiedaken kan de benodigde bergingscapaciteit worden teruggebracht. Onderzoek heeft aangetoond dat een groendak ongeveer 50% van het regenwater kan opnemen en terug afgeven in de atmosfeer. In de zomer kan dit tot wel 70-90% zijn3. Groendaken slaan regenwater op in de planten en het substraat en laten het terugkeren in de atmosfeer door verdamping. De hoeveelheid water die in een groendak opgeslagen kan worden is afhankelijk van de dikte en type van het substraat, type drainage en de gebruikte vegetatie. Wanneer wordt uitgegaan van een extensief groendak (sedumdak) kan circa 15 l/m2 water worden geborgen4.
Bij de verdere planontwikkeling zal de effectiviteit van het vegetatiedak moeten worden aangetoond door middel van een productrapport en een onderhoudsplan. 6.2.3 Hemelwatersysteem Om inzicht te krijgen in het ruimtebeslag die bij een (potentiële) voorziening hoort, is een alternatief uitgewerkt waarbij het hemelwater wordt geborgen middels een ondergrondse bergingsvoorziening i.c.m. de toepassing van een groendak en regenwaterrecuperatie. Bij de berekeningen is verder uitgegaan van de volgende uitgangspunten:
Waterbergingsopgave 9 m3; GHG 8,5 m +NAP; Infiltratie niet mogelijk; 1.500 liter (1,5 m3) effectieve berging bij toepassing watertank 3.000 liter; Berging groendak garage 0,45 m3 (15 l/m2).
Uitgaande van de aanleg van een extensief groendak op de garage en het toepassen van regenwaterrecuperatie bedraagt de restbergingsopgave nog circa 7 m3 (9 m3 - 1,5 m3 - 0,45 m3). Het planvoornemen voorziet in de mogelijkheid om onder de oprit of in de voortuin een ondergrondse bergingsvoorziening aan te leggen. Bij de berekening is uitgegaan van de inhoud van de Aquacell Infiltratie unit van Wavin. Het gebruik van andere systemen zoals de ACO Rainbloxx® (steenwol), ACO Strombrixx® of De Watertable®/Waterbucket® van Trewatin zijn uiteraard ook mogelijk.
3 https://www.groendak.nl/ 4 https://www.rooftoprevolution.nl/water-op-groene-daken/
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 16 van 18
De Aquacell infiltratiekrat van Wavin heeft de volgende kengetallen:
Holle Ruimte: Lengte: Breedte: Hoogte: Netto inhoud: Aansluitingen: Minimale gronddekking o Groenzones (onbelast): o Lichte verkeersbelasting (1 ton wiellast): o Zware verkeersbelasting (10 ton wiellast):
94-96 % 1,20 m 0,60 m 0,40 m 306 liter (0,306 m3) 160-315 mm buis 0,30 m 0,30 m 0,80 m
Om de wateropgave van 7 m3 met de Aquacell te kunnen bergen zijn in totaal 23 elementen benodigd. Wanneer de elementen niet worden gestapeld, is een minimaal oppervlak benodigd van circa 17 m2 (1,2 m x 0,6 m x 23 st.). De oprit heeft naar verwachting een oppervlak van 30 m2. Met de uitwerking wordt water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en wordt hemelwater op een duurzame wijze verwerkt. De ontwikkeling is daarmee hydrologisch neutraal. 6.3
Lediging
De doorlatendheid van de bodem is insitu niet onderzocht. Op basis van de GHG, bodemopbouw en textuur wordt infiltratie op voorhand niet mogelijk geacht. Vanuit de hemelwatervoorziening zal (hemel)water worden aangesloten op de beduikerde watergang en vertraagd worden afgevoerd. De vertraagde afvoer mag niet meer bedragen dan 1,5 l/s/ha. 6.4
Calamiteit
Het beschreven systeem is dusdanig robuust dat een situatie waarbij in een korte tijd circa 44 mm neerslag valt geborgen kan worden. In een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt kan overtollig water via maaiveld overstorten richting de Maasstraat. Tijdens reconstructiewerkzaamheden van de Maasstraat in 2018 is het hemelwater aan de voorzijde van de aanliggende woningen afgekoppeld van het riool. Hemelwater van de voorzijde watert vrij af richting de weg. Via kolken wordt het water vanaf de weg ingezameld en afgevoerd richting de beduikerde A-watergang. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen dient in het ontwerp na aanleg te worden voorkomen. Dit zal tijdens het verdere planproces nader bekeken en uitgewerkt worden.
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 17 van 18
6.5
Riolering
Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater wijzigen. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd. De berekening is gebaseerd op basis van aannames en betreft derhalve een indicatie van hoeveelheden. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. 6.6
Keur
Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aangevraagd moeten worden. 6.7
Kwaliteit
In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd de emissies vanuit bouwmaterialen richting het oppervlaktewater zoveel mogelijk te beperken in verband met de waterkwaliteit en zoveel mogelijk gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk beperkt te worden en wordt geadviseerd bij voorkeur gebruik te maken van alternatieven hierin. Ook het wassen van auto’s is bij afkoppeling van hemelwater niet wenselijk.
Econsultancy Boxmeer, 11 januari 2021
Rapport 14712.001 versie D1
Pagina 18 van 18
Bijlage 1
Topografische ligging
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Bijlage 2 Gegevens verkennend bodemonderzoek
&
&
&
&
&
)
&
&
0 DD VV WUD DW
)
&
&
&
RQGHU]RHNVORFDWLH
IRWRKRHN
SHLOEXLV
ERULQJWRWPPY
ERULQJWRWPPY
SURHIJDWDVEHVW
0HWHU
m
QSDVPDQ
3DUDDI
$
:?$OPHOR?3URMHFWHQ??B9DSU[
3URMHFWQXPPHU%LMODJH)RUPDDW'DWXPWHNHQLQJ
6FKDDO*HWHNHQG'DWXPYHOGZHUN
)DPLOLH2SGHQ&DPS
2SGUDFKWJHYHU
0DDVVWUDDWWXVVHQHQLQ+HXPHQ
7LWHO 9HUNHQQHQGERGHPRQGHU]RHNLQFODVEHVW1(11(1
m
/HJHQGD
Meetpunt: 1
Meetpunt: 2
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 15-10-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 15-10-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld 0
0
gras
1
50
50
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen baksteen, donkerbruin, 0,6kg>20mm t: 62,7
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen baksteen, zwak wortelhoudend, donkerbruin, 0,4kg>20mm t: 61,4
1
50
50
Meetpunt: 3
Meetpunt: 4
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 15-10-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 15-10-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld 0
0
gras
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin 1
50
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig grindig, sporen baksteen, donkerbruin, 0,7kg>20mm t: 60,9
1
50
50
gras
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, neutraalbruin 2
100
3
150
150
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, lichtgrijs 4
200
200
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, oranjebruin
250
300
320
Projectlocatie: Maasstraat (tussen nrs. 6 en 12), Heumen
Projectcode: 213594
Opdrachtgever: Familie Op den Camp
Pagina:1 / 2
Meetpunt: 5
Meetpunt: 6
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 15-10-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 15-10-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld 0
0
gras
1
50
50
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig grindig, sporen baksteen, donkerbruin, 0,4kg>20mm t: 61,3
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, 0,8kg>20mm t: 61,9
1
50 60
Klei, sterk zandig, zwak humeus, neutraalbruin 2
100
3
150
150
Klei, matig zandig, licht oranjebruin
4
200
200
Meetpunt: 7
Meetpunt: ASM-1
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 15-10-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 15-10-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld 0
0
gras
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, 0,9kg>20mm t: 61,2
1,2 en 4 t/m 7 (0-50)
1
50
gras
1
50
50
50
Projectlocatie: Maasstraat (tussen nrs. 6 en 12), Heumen
Projectcode: 213594
Opdrachtgever: Familie Op den Camp
Pagina:2 / 2
213594
Bijlage 3 Samenvatting digitale watertoets
01234 56768987 0 08987979566857 14 122 !"#$!%&''#($$)$"$'%'*)$+ , -. /0012343005326027899:3:0;99<2= & >53?08<03:0@0052038A:234?3B895:0CA0D= E#* F1. G9923H023B89534A2784A205D36I0;3145J2A0?AKLA:A5:3I953C072995D03C0C64?A5:3L65D0;31M7A0<03995B977A5:053I953D03C0C64?A5:3053D03;4A@20= G9923H023;4A@208AK<3B89536I0;39J2AIA20A205395D0;73D953?65A5:05N3C0D;AKI053613<80A57JH98A:03A51;972;4J244;= '#!$"$((O%"$P599*QR 500 S0;?9JH2343005326059@03I953I0;H9;DA5:3A53H023B8953:;620;3D953TUU3@V3A53720D08AK<3:0CA0D3613WTUU3@V3A53895D08AK<3:0CA0D= & XYZ [0\11-2\2 2[1
01233456783783 368743678 37
11123415647684692
Bijlage 4 Resultaat digitale watertoets
01234 56768987 0 08987979566857 24 !"##$$%&##%79%'( )*4 +,2 -.# ##(/701782997 34&$/"##$$%&##%795'( 6(%/'( '%7.#$!444&/8.9#4&!:;$.%#;< =77&9.#>%7.#!4/0?9 6#;@%.A&5 B@C%@%#%&$;@#7!DC&(&49&@%7.#EFGEHIJJE##4"##$$%&##%79'(9#4$%24#%&%%$2.2B%4 %%$.K>%4#%4!#!#&#%&%%$7&;4&(%9.!2L%%>%4#%&9&.!7.##%$(%94(%M#%&$;@#7 89&.#42'%#%&$;@#7.9&!%K4!(%(4>5C&(1$&9&4#%&@$@4>4!#$7;%9# 7.#N!"##$$%&##%79%'(O2'%#%&$;@#7&4.%C@%#%&.#!9.44!##&&!4$2LA %!#!$7% %%$4&4.9#4#%&%%$7&;4&2 LA%!#!$7% %%9&(%4$%#&%9&9&.!(%@%#%&$;@#72L%%$#%(#%$;@7!$%.47#$$9# #%&4!%>47.#!42M#%&$;@#789&.#4!C%4A%!#!$7% %%##.>#%&#$7;%9# .#!AK9&&(%.K>7.#2L!(%4&##!%>A&!9&#$7;%9#4#%&@$@4!2L##&($@%.#!&K>( 7.#>(%@#C%$%((2 B>%;%#;%7((%#;;%(##!&9#M#%&$;@#789&.#49&9&.!2L;%#;%C&(#%94%##@%49# 4A%!#!$7% %%2 P *0+Q121,+R *10
'%#%&@&7&!&#((#$7#.49&@%.49#M#%&$;@#789&.#4&4%4&A$K##&!#;%#.$&42'%7.#(9#% #..#%&%#>9#@%#%&$;@#77!49##%&9.!@45#C9#.#%&A9&!5$;@9.44#%&2L##&##$%$;@>%@% #%&$;@#79&9&&4!/4S&2T4S&$%##&!.$9&4$;@&(!9#4&#%&>&!5#%&!#! K@&4>$%&>2T43..#$$&##&44UKC@&.#4@&%@%#%&$;@#7>!%44>(V! 8K>$6C7&9;#.!W2'&$4S&>79#%7#$$!2L&>A##(@4C#K4#%&!#!5#%&>&! !@&K@%#%&$;@#7&4!%%$%##4&!.$4S&2U&@%%9&9#&>A##(@4># #%&9&! !4!AK2 X*4112101,212 M#%&&(%.K>&4!AK.$(#>.K>(%.>##&9&45A>&$9&4>.(##%2:Y%&(&4$%4$ 9#>&#C!$$.4(%7&49#4&!%2M.K9&##&$%&9(9.44#%&9#9.44>#.%%$;@>##&%@2 '%#%&$;@#7@C%$#((%4!(%4%##>(%A&!9&>.(##%$%4!&;@%!9#A.C(!9!2L% > %#..2B>%K4&#!.9&4&7.#A>.(##%$%4!(!.K>%&;@%2L>K9&.4##!& 4#>C#%&9&4.K>9&$2L>#.%%9#4.C(!9!C449&$%%>#A&49&!&%2=74$%V
@%%7$/ZZ.2&#!&.!&4$2;(Z#4#7%CZW>%A;@.#%$7&&4&>.(##%#4#7%#%97&K;%94%9&A;@% 9#(!.K>(##%&!.2 Q12 * 0 =($%$;@&(%!@!#%&@&%4&@4%@%#%&$;@#74#%&>&!VA#.$K9&.44K>W$ &9&!427.# (!A#%&9.!@4%!9##&&!2L##&($%##4S&7&>!9& #4&#;%9%%7.#!$#%&>&!2:&.!%!#%&$%##%$&>C$;@&(!$A7.#!42L&!.$%4S& 9&#;%9%%7.#!$#%&>&!AK9&%9#%7#$$!2 M9&#!4[32[ 4 \##%44(%#.!(##44!$&!./]&7.##%$9#4!4$##44!
012345623789 7 340347 82777669 1 23827766785 793787667836937923789 7 167 236325622378 737923789 79 347 187 6773 89667 7256212877378682613787 793939 72 7 5 27 7 122167 62667887167 72839!9 7 75 27 "93816623462366 "938166234 37233787 #$%&'()*+$,-)./+0++&1 26296331327673912675 2341 256233797 716627433 37328275623 5 77 7 1269 21 5 3738827562276623327 34712675 2341 2827562 7 2 7899:;<::=>: 42 88837839 665662663192667316 53172165623382 6139271 2 6631 72 888378167 ? 21 292663 72 888378167 271 253 72 888378167 @ 2A 1 2 1269 28275622 613927 72 7378375662 1269 28275627 39 56628 82756296771 2 7B7662877 7 12691 2 7C 2 716766287 347 871676631 5 7 722323 D>E=;F8<8<> G 395 793465678275627266394367 2 562373227B 5621691 228223743 676 7378375662 8275629677 7 56 67H679234 8371 2373263 3475 28817 673662373263837G 347 828277 78 26734 6627 12687347 6767682I 7373263 72 7J67K 72 7 7 5 534 373263676691377 L)*+$M%0N+&O)*P+
Q6781677351262 21631297 61 2167 562766256286787R1 2 7632 2 56212697966676678167 "26562283787 634 347A 5 212391672837837 879 2 S<>TU;=:<VW8=XYF<;;=>: Z37775677 1262378 B 779271 2123966756228378G 39 83461 2 7 7638 12349378167 7963337667 23784 7638 12349378834 7 76 371262378167 37267[ \3793483 737267[ \37673483A 1 2 75 6373135 729 7 79271 21 2373787 699229379249R938 6393975 7934 1234937837 7 6341 2 56239738 936367 12927] 7927 5622837839675 738Z 92 3 27 676768216756296 9 76 37126237882267[ \3793483 82267[ \376734836739 8346 123489 2169373723785 27826^ 37567 1262378341 2 _ \3793483 67 123493786621 2 \79272 8667 2167368 77 7 286739639 12349378 7 22 73777 79 2837378 A34732678 72 2 7B7767 7 6378128773787J128773787`5927K16756296 1234937866712687 B 7927 662877 7697337667 23781 2 12349378 69 123489 2169 129234B 6621276269267 767Z 92 3 5676768216756296 a<8<b<><>Vc<>9d=:d<VeUF<8f9Tg<>YUF=< 4
738 231 2562283785 227 6939167 76 1671262 21666817 28737 7 6"366 66623934837837 562867874 139283962h@_i56228378738392627351262 2164 6"366 6662393483782668 23783Q69925662 7C34 276777 29167 28316726296331327678 76"366 666239348378167 @ 24381 26777 7 76 1671262 216[ 4 1392886 7345622837837 7562769 28 7926 39167 327 67J341 2 5 K 7934836756228378 5 2782639 2136 756228378967J373793662K66777 7 76 167 1262 2163793483[ 7321 237667 2378 C 26777 267[ \"2612623785 2 766227378812668438 1 267773
012345678596 6 793773470943393 334337 86721 86233512334 3 11233 319349943012341 378!8!672789931934733012341 375321 37373932 11 6 3 "7 334336773331134##11419949332#$981103337112341 347 %&'##(#$)13433 76 127392433 "7 334336773331134#11492433232#$98110337112341 347 %&'#(#$)93234994532 824112379334993 7 1##72397523193437 *++,-./,01+23+,4.56672.35869.,:+;<.7069=. "73363153289942347 8994737 5123342532012348513994364899431825963>343>19343 343467 3!91825963 73470942532533012347 35321 3733413392732%7432)753293412301234234352721799433 32493393413301783292034>35334>39 34596818328333331 47349733994737 33 772712733347321129911423131233431783343347 1736279343 ?5931 49 332331349 01234821 53327724127393994364337 3359982349 01234821 %@@)92 73259341#9 345321173A623122327311427724127332114918473373399477241273793 196211349413"672333373378772412739993791 337 3359982349 01234821 732593492 1#9 341173B0339373373351234303337 3599823827599239 1253249
012347307234 %18347734821 35997)59349 34532117392337 35998238275992317325934931#9 34 1173B72412737 279943641128739314346723%9311449334332)B9343323196211341 57341094313033 "343 ? 3434334821103391 153301234753293412301234325330123415321 3730942931 37532 9341230123473453325324131736093412301234399436493532344923138211 01234"734671 38211 012341123994364672114012341 373732994C1234851D773431 09439 345963B53213333212 93812737">012341 3399436453329393812737E>012341 3E831141341112931293812737 33">9E>0123443373407873293778153201234851999381273738211 3973603F>012343293123 "71139111887 1012341 378532131 4337 23596332334371145379949 345967>367211211283 994117923398193753399489926734998?012341993 3012340172372235963%9473)7899532 343773 34931532012348G8233131 720942394349944337 23596332993 3012347323%82433 7832349678249913 )3993 393343321273%2168567237711H916034)734709425330123413934 713479347 E9343 734709425330123413934713479347
IJKLMNJONLO C341153373012341 533793930123411>31934301234347 95329 34596P9943303411533 3233346 7 >93752E>3">012341 353333385347 8933385347 89378733 349393 3385347 893133012341 78339821347382499Q323393094251 1273!9157119 3459613 012341 1131293731123094253221638534 "7E>012341 3783385347 8937711R3234 4333323672378233B3E1883401143P7533431 337532S1 136833E231783385347 893 771132344333323672378233"7">012341 3783385347 89377113234433F>012341 3533 33385347 893 "7 35321 3737233385347 893133E>01234"7 35321 3737233E>012341 "7 35321 37372 33">012341 933385347 893133">012341 "7 35321 3737233F>012341 *.,T..24=73 C34136E>012341 3233823318C12343385347 89313012341 359327322309433823 P9943 933 37339532072343349330336338237 C123482112C1234347 92333 IJKLMUVJWXKLXKYZJWNL[LLO\ 7349 3492331121133311 15286237333994348573 346723739207 37 3 @346733 67293 312347139187 9934]993331234713732738992234352@3467260367293 3
123471311532101234732435282433893892309433998
0 12345657 937234956255745 57237535657933753565653745356325753557925457 7455955254234393274535637556574 66557754575452337937 57 0 55 4552533645557575693755735637345 63374355 579 64552533645
9566 455 74563259552 55
!"#$%&'#%'()*#$%&+,#$-#% .56 2525293274564595637 6452/54937455557575555757375579 65337257937 07551 775757546/9571/455666567937533745 7/5756 937 77575645 52/545 6 2255 437337535743552356 6435524.53774355235655457 64359564.5 356333/75 937 7757937557046331554576 25675252.55235693756657956364757 6 /9 6567546535569235356.56 5564 65575634 453355356525657 1/546/9575665757 6456733656554555235655457937923563595657375325557 6456554 73365579565564554576 25675252 3752375 5425576 235656254793753563 3773 /52375 5425576 253329375356345349565773 /56 253325575659525755 653256571565553737356345 52/5457/77757237 5#$*!"&6$78#96 .5937523745373735693753563556557/52375765577545754574457 3375595737757573495574 /956 5577576565795645/5336523795645632 64579 65654 :737356.557 ;537<757 525 7=>?@@AB@CDEF
5A323465=757G6272 H32543565A45356572457557565564934555=II45356572II39374 6 75924555957573 6453375454 675924555957432534955555752454937D/336 ,,,JK#,76#$6!#6+J%"