Bijlage V DEF advies van de Adviesfunctie
Tekst van het document
Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen Marcel Meier AA Stella van Hees April 2021
Adviesrapport Jaarstukken 2020 & Begroting 2022 MGR
Nota, beleids- of projectplan
Nota, beleids- of projectplan
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ……..in één oogopslag Inleiding 1. Samenvatting & advies 1.1 Advies bij de jaarstukken 2020 1.2 Advies bij de begroting 2022 2. Kaders 2.1 BRN-normen 2.2 Overige kaders 3. Algemeen 3.1 Ontwikkelingen 3.2 Aanvullende bijdrage Sociale Werkvoorziening (SW) 3.3 Ontwikkelingen in uitstroom naar werk 3.4 Afbouw en ontschotting Participatiebudget 4. Jaarstukken 2020 4.1 Algemeen 4.2 Controleverklaring accountant 4.3 Begroting 2020 en managementrapportages 4.4 Resultaatanalyse 4.5 Balanstoelichting 4.6 Deelnemersbijdragen jaarrekening 5. Gewijzigde begroting 2021 5.1 Algemene toelichting gewijzigde begroting 2021. 5.2 Deelnemersbijdragen 2021 na wijziging 6. Begroting 2022 6.1 Van begroting 2021 naar meerjarenraming 6.2 Deelnemersbijdragen 2022 6.3 BTW & VPB 6.4 Meerjarenbegroting 7. Weerstandsvermogen
1 2 3 4 4 4 5 5 6 7 7 8 9 10 11 11 11 11 11 12 13 14 14 14 15 15 16 16 17 18
1
……..in één oogopslag
JAARSTUKKEN 2020
VERMOGENSPOSITIE
Goedkeurende accountantsverklaring Rekeningresultaat: € 2,3 mln. voordelig De resultaten voor afrekening zijn: - Werkbedrijf, onderdeel werk V € 1,7 mln. - Werkbedrijf, onderdeel SW V € 0,56 mln.
De MGR heeft geen weerstandsvermogen. Het resultaat wordt meteen verrekend in de gemeentelijke bijdrage. Risicobuffer bij deelnemende gemeenten. Risicoprofiel MGR € 2,7 mln.
V=voordeel
BEGROTING 2022
-
Sluitend met een saldo van € 91 mln. met een SW-tekort van € 2,2 mln. Begroting is conform verslaggevingsregels (BBV) Voldoet aan de Begroting Richtlijnen Regio Nijmegen met uitzondering van de generieke korting op de IRvN voor 2023 e.v.
ADVIES in te stemmen met de jaarstukken 2020 en het resultaatbestemmingsvoorstel de bijgestelde begroting 2021 de begroting 2022 de meerjarenraming 2023-2025 voor kennisgeving aan te nemen opnemen van een risicoprofiel van € 2,7 mln. in de begroting van de deelnemende gemeenten.
DEELNEMERSBIJDRAGEN (bedragen in € * 1.000) Gemeente
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Berg en Dal
6.879
7.275
6.955
Beuningen
4.828
5.010
4.895
Druten
3.244
3.374
3.274
Heumen
2.397
2.617
2.570
494
556
560
Nijmegen
51.241
56.309
54.188
Wijchen
7.289
7.395
7.196
West Maas en Waal
1.309
1.252
1.146
Mook en Middelaar
Werkorg. Druten-Wijchen
0
61
61
ODRN
0
737
731
Totaal
77.681
84.586
81.577
2
Inleiding Dit adviesrapport bevat de uitkomsten van de beoordeling van de jaarstukken 2020 en de begroting 2022 van de MGR Rijk van Nijmegen (hierna MGR). Hierbij hebben wij een advies geformuleerd ten behoeve van de zienswijze die MGR vraagt aan de deelnemende gemeenten bij de begroting 2022, en een advies bij de vaststelling van de jaarstukken 2020 en resultaatbestemming 2020. Op 28 april hebben wij onze bevindingen besproken met de heer drs. Peters RA, concerncontroller van MGR. Tijdschema zienswijze De MGR heeft de jaarstukken 2020 en de begroting 2022 aan de deelnemende gemeenten op 31 maart 2021 aangeboden. Volgens de BRN-planning geven wij een advies aan de deelnemende gemeenten op 30 april 2021 en zullen gemeenten uiterlijk 21 juni 2021 hun zienswijze indienen. De vaststelling van deze begroting en jaarstukken door het AB is gepland op 8 juli 2021. Werkwijze Adviesfunctie Voor de beoordeling van de jaarstukken en de begroting hebben de gemeenten in de Regio Nijmegen de Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen opgericht (hierna: Adviesfunctie). Als Adviesfunctie beoordelen wij de jaarstukken en de begroting en brengen hierover advies uit aan de regiogemeenten.
Bijzonderheid bij de MGR is dat er niet elke gemeente deelneemt in alle ICT-modules van IRvN: Mook en Middelaar neemt geen deel in de module sociale werkvoorziening, en in de module informatieen applicatiebeheer neemt alleen Nijmegen deel in. Tevens is gemeente West en Waal geen deelnemer van de ICT-modules, maar neemt deze gemeente wel diensten af op het gebied van de sociale werkvoorziening. Vertrekpunt bij de beoordeling zijn de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN), die de gemeenten in de Regio Nijmegen vastgesteld hebben. Hieraan toetsen wij. De index op de gemeentelijke bijdragen voor 2022 is 0,24%. Voor een uitgebreide toelichting op de indexeringssystematiek verwijzen wij naar de BRN 2022. Wij hebben de bijzonderheden die gelden voor de MGR Rijk van Nijmegen verder in dit rapport toegelicht. Onze beoordeling van de jaarstukken richt zich op de financiële verantwoording en het voorstel over de bestemming van het resultaat. Op basis van de accountantscontrole gaan wij uit van de juistheid van de jaarrekeningcijfers en richten wij ons op een beoordeling van deze cijfers. Daarbij nemen wij de bevindingen in het accountantsverslag mee. Daarmee valt een inhoudelijke beoordeling van geleverde prestaties buiten de scope van onze werkzaamheden.
Onze beoordeling van de begroting richt zich allereerst op het realiteitsgehalte van de raming en de toepassing van de BRN-normen en richt zich vooral op het jaar 2022. De meerjarenraming gebruiken wij met name als basis voor de beoordeling van de vermogenspositie. Een inhoudelijke beoordeling van beleidsvoornemens valt buiten de scope van onze werkzaamheden. Zowel bij de jaarstukken als de begroting nemen wij de risico’s en de risicobeheersing in ogenschouw en beoordelen wij de vermogenspositie, en met name het verloop van de algemene reserve.
3
1. Samenvatting & advies -
Over 2020 houdt de MGR-geld over op participatie.
-
De doelstellingen van 2020 zijn door de corona niet behaald. Zie § 4.4 resultaatanalyse en pagina 9 van de jaarrekening 2020.
-
De begroting over het volgend jaar (2021) is bijgesteld door toename van re-integratie middelen en budgetoverheveling door de coronacrisis. Zie daarvoor § 5 gewijzigde begroting.
-
Meerjarig is de begroting neerwaarts bijgesteld, omdat SW wordt afgebouwd en er wordt meer inzet op loonkostensubsidie. De arbeidsmatige dagbesteding wordt in de begroting meegenomen conform vorige jaren. . Zie § 6 ontwikkelingen.
-
De gemeentelijke bijdragen zijn door voornoemde redenen meerjarig naar beneden bijgesteld.
-
De belangrijkste onzekerheden en risico’s bedragen € 2,7 mln. Zie § 7.3 in dit rapport en pagina 26 van de jaarrekening van de MGR.
1.1 Advies bij de jaarstukken 2020 Wij adviseren de deelnemende gemeenten van MGR om:
-
1.2
in te stemmen met de jaarstukken 2020 en het resultaatbestemmingsvoorstel van € 2,3 mln.
Advies bij de begroting 2022
Wij adviseren de deelnemende gemeenten van MGR om:
-
in te stemmen met de bijgestelde begroting 2021
-
in te stemmen met de begroting 2022
-
de meerjarenraming 2023-2025 voor kennisgeving aan te nemen en
-
de generieke korting van 1% vanaf 2023 voor IRvN door te voeren cf. de BRN-richtlijnen 2022
-
de risico’s van € 2,7 mln. op te nemen in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Dit naar rato van deelname.
4
2. Kaders 2.1 BRN-normen Het indexeringspercentage van de Begrotingsrichtlijn Regiogemeenten Rijk van Nijmegen (BRN) voor 2022 is 0,24%. Generieke korting vanaf begrotingsjaar 2021 De regiogemeenten Rijk van Nijmegen hebben in het PFO van 7 oktober 2019 afgesproken om na indexering van de GR-budgetten (op de bijdrage gemeenschappelijke regelingen) een generieke korting structureel toe te passen van 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023. Aanleiding voor deze bezuinigingstaakstelling is het feit dat gemeenten geconfronteerd worden met nadelen welke binnen de gemeentelijke begroting opgevangen moeten worden. Onderstaand worden enkele bijzonderheden per MGR-onderdeel aangegeven. Onderdeel Werkbedrijf Gemeenten dragen hun participatiebudget over aan het Werkbedrijf. Hiermee is voor dat deel de indexering niet van belang. Voor de begrotingssamenstelling 2022 kan rekening worden gehouden met het participatiebudget volgens de bijlage bij de septembercirculaire 2020. De Re-integratie middelen “klassiek WWB” zijn onderdeel geworden van de algemene uitkering. Vooralsnog worden deze middelen overgedragen aan de MGR. Definitieve uitspraken moeten hierover nog gedaan worden. In de onderstaande berekening is uitgegaan van de rekenmodellen van het Rijk bij de AU september 2020 ten aanzien van WWB-klassiek. In realiteit wordt de meest recente circulaire als op te halen geld aangehouden.
Dit wil zeggen dat datgene wat gemeenten ontvangen ook in zijn geheel beschikbaar wordt gesteld aan de MGR.
CBSGemeente code 1945 Berg en Dal 209 Beuningen 225 Druten 252 Heumen 944 Mook en Middelaar 268 Nijmegen 296 Wijchen Totaal
Uitkeringsjaar begroting 2022 Nieuw Nieuw Totaal WWB Klassiek Wajong begeleiding P-budget 94.477 216.493 1.135.563 1.446.533 55.827 151.313 363.290 570.430 36.502 102.427 275.852 414.781 40.797 81.476 242.005 364.278 15.030 39.574 71.643 126.247 800.907 2.046.213 11.743.179 14.590.299 135.274 270.035 805.556 1.210.865 € 18.723.433
Onderdeel SW Ten aanzien van de financiering van SW-activiteiten wordt aan de gemeenten door de MGR het aantal werkelijke SE per gemeente tegen een kostendekkend tarief in rekening gebracht. Bij dit kostendekkend tarief wordt rekening gehouden met werkelijke salarisstijgingen (cao SW en voor ambtelijk personeel Cao-ambtenaren), werkelijke uitstroom pensioengerechtigden per gemeente en een aanname overige uitstroom SW en verder de te generen opbrengsten naar reële verwachtingen. Als kader wordt hierbij gesteld dat: De kostprijs SW zal zich per SE ontwikkelen binnen de bandbreedte van de BRN-norm De toegevoegde waarde per fte zal zich tevens ontwikkelen binnen de bandbreedte van de BRN-norm
5
De door gemeente ontvangen WSW-subsidie, onderdeel van het participatiebudget, blijft als dekking bij de gemeenten. Het optredende tekort voor gemeenten (verschil kostprijs maal SE minus WSW-budget) wordt inzichtelijk gemaakt in de begroting van de MGR, zodat gemeenten hun eigen raming hierop aan kunnen passen. Hierbij kan uitgegaan worden van de WSW bijdragen volgens de bijlage septembercirculaire 2020.
Gemeente Berg en Dal Beuningen Druten Heumen Nijmegen West Maas en Waal Wijchen
WSW 2022 3.666.718 2.491.957 1.824.137 1.239.299 20.315.689 1.126.580 3.759.516
Totaal
€ 34.423.896
Onderdeel ICT en bestuursondersteuning Hiervoor geldt geen afwijkende financiering, hetgeen betekent dat de gemeentelijke bijdragen hier geïndexeerd moeten worden met de BRN-norm. Voor de gemeentelijke bijdrage in de bestuursondersteuning geldt een budget van € 221.000 als basis verhoogd met de BRN-norm 2022 van 0,24%.
2.2
Overige kaders
Geen.
6
3. Algemeen 3.1 Ontwikkelingen In de jaarstukken en de begroting begint de MGR met de inhoudelijke ontwikkelingen en resultaten. Hierbij ligt de nadruk op de module Werkbedrijf al meest beleidsrijke module. In beide stukken gaat de MGR voor het Werkbedrijf in op de realisatie van de doelstellingen. Een aantal ontwikkelingen: SW-medewerkers Door uitstroom is het aantal SW- medewerkers afgenomen van 1.679 eind 2019 naar 1.557 SW--medewerkers eind 2020. 92% van deze medewerkers zijn gedetacheerd bij een ondernemer, fors meer dan eind 2019 (66%). Dat komt omdat per 1 april 2020 Blueview de verantwoordelijkheid heeft voor de productie op de Boekweitweg. De werkvorm van de SW-medewerkers veranderde daarvoor van “ beschut” naar “detachering in een beschutte werkomgeving”. Gerealiseerde toegevoegde waarde per SW-medewerker De gerealiseerde toegevoegde waarde per SW-medewerker was in 2020 € 6.734 en de doelstelling was € 7.489. Reden voor het achterblijven van de doelstelling is eveneens het COVID-19 virus. De MGR kreeg medio 2020 het werk van de gedetacheerde medewerkers, vanuit de opdrachtgevers grotendeels weer terug. Dit heeft ertoe geleid dat de terugval in de omzet minder groot was dan in eerste instantie werd verwacht bij de halfjaarcijfers 2020 bij de MGR. De verwachting hierin was een tekort van € 882.000 op de SW.
Bij de jaarrekening 2020 is er werkelijk een voordeel gerealiseerd van € 583.000. De oorzaken hiervan zijn voornamelijk Corona gerelateerd en lastig te voorspellen. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim bedroeg in 2020 gemiddeld 17,3 % tegen 18,4 % van het jaar ervoor. Deze daling kan mogelijk worden verklaard doordat veel SW-medewerkers als gevolg van Covid-19 thuis zaten en om die reden niet aan werk konden. Zij meldden zich in deze periode dan ook niet ziek. Coronavirus (Covid-19) in relatie tot regionale arbeidsmarkt De ontwikkelingen op de regionale arbeidsmarkt staan in het teken van de coronacrisis. Deze crisis is anders dan eerdere crises en het verdere verloop valt moeilijk te voorspellen. Het Rijk heeft heel snel een aantal nood- en steunpakketten opgezet voor bedrijven. Deze pakketten fungeren als een vangnet die veel werkloosheid voorkomt. Op het moment dat deze steunpakketten wegvallen kan de werkloosheid zich alsnog manifesteren. Voorspellingen hieromtrent zijn lastig te maken. Voortgang op de verlaging overheadlasten In ons adviesrapport zijn we vorig jaar ingegaan op de huisvestingsplannen van de MGR. De oorspronkelijke plannen waren om € 0,5 mln. te besparen per 2021 door het WerkBedrijf volledig te huisvesten op de Boekweitweg. Nu de verhuizing niet door is gegaan is op een andere wijze invulling gegeven aan de bezuiniging. Deze ziet er nu als volgt uit: 1.
Het kantoorgedeelte van de Boekweitweg wordt verhuurd aan Stichting Talis. Het pand dient te worden verbouwd. De kosten van de verbouwing neemt Stichting Talis voor haar rekening, zijnde circa € 3,8 mln. De huurinkomsten die verwacht worden per 1 augustus 2022 bedragen € 200.000 op jaarbasis.
2.
De onderhoudslasten worden in de begroting verlaagd met € 100.000
7
3.
De begrote huurbaten worden verhoogd met € 90.000
4.
Op formatie wordt een bedrag bespaart van € 75.000
5.
De gemeentelijke bijdrage wordt verhoogd met € 55.000
6.
Tot 1 augustus 2022 worden de tijdelijke budgetten zoals studie, advies en automatiserings- en licentiekosten met een bedrag van € 180.000 verlaagd.
De contracten zijn inmiddels ondertekent door beide partijen. Dat betekent dat er een structurele invulling van deze taakstelling is gevonden. Ontwikkelingen IRvN Het accent blijft liggen op de doorontwikkeling van IRvN als ICT-dienstververlener voor een veilige, flexibele en moderne werkomgeving. De huidige (Corona) situatie vraagt om een versnelde realisatie van een professioneel ingerichte en 100% mobiele werkplek voor iedereen. Het al eerder aangekondigde evaluatieonderzoek in opdracht van de Kring van Gemeentesecretarissen naar ICT Rijk van Nijmegen en de I&A samenwerkingspartners van de deelnemende gemeenten zal in 2021 worden uitgevoerd. De conclusies en aanbevelingen uit dit onderzoek zullen de input leveren voor de verdere doorontwikkeling van de IRvN de komende jaren.
3.2 Aanvullende bijdrage Sociale Werkvoorziening (SW) Net zoals vorig jaar vraagt de Adviesfunctie aandacht voor het feit het Rijk de middelen vanuit het WSW-budget aan het afbouwen is. Sinds 2015 stromen er geen mensen in de sociale werkvoorziening. Hierdoor houdt de MGR in haar begroting rekening met een daling van het aantal SW-medewerkers en bijhorende kosten. Dit komt tot uitdrukking in de begrotingstotalen van de SW. De lasten dalen van € 49,1 mln. in 2021 naar € 37,2 mln. in 2025. De MGR brengt de gemeenten de kostprijs per Standaard Eenheid (SE1) in rekening. Een deel van deze kosten zijn beïnvloedbaar (organisatiekosten en de toegevoegde waarde), maar het overgrote gedeelte van de kosten niet, zijnde de loonkosten en overige kosten van de SW-medewerkers. De rijksbijdrage daalt ook van € 36 mln. in 2020 naar € 30,4 mln. in 2025. De onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de nettobijdrage van gemeenten in de SW in de periode 2021 tot en met 2025. 1
Een standaardeenheid (SE) is een eenheid die overeenkomt met een arbeidsplaats voor een werkweek van 36 uur (ofwel 1 fte) voor een werknemer die is ingedeeld in de arbeidshandicap categorie matig. Een arbeidsplaats omvat een of meer dienstbetrekkingen.
Bedragen € *1000
Jaar 2021 2022 2023 2024 2025
Begroting 2022
39.148 36.646 34.371 32.230 29.622
Rijksbijdrage
35.588 34.424 33.081 31.749 30.357
Netto bijdrage begroting 2022
3.560 2.223 1.290 481 -735
Netto bijdrage begroting 2021
Mutatie t.o.v. begroting 2021
4.320 760 Voordeel 3.684 1.461 Voordeel 2.188 898 Voordeel 1.050 569 Voordeel 735 Geen bedragen
De tabel maakt duidelijk dat ten opzichte van de begroting 2021 in de voorliggende begroting 2022-2025 de aanvullende gemeentelijke bijdrage wel neerwaarts wordt bijgesteld.
8
-
Er ontstaat een voordeel op de gemeentelijke bijdrage van tussen de € 0,6 mln. en € 1,5 mln. per jaar. Dit wordt veroorzaakt door de daling van het aantal SW-medewerkers, de indexering van de Rijksbijdrage door het Rijk. Ook de samenwerking met Blueview vanaf 1 april 2020 heeft een positief effect op de daling van de gemeentelijke bijdrage.
-
Hoewel de bovenstaande tabel een positief beeld weergeeft, wil de Adviesfunctie de deelnemende gemeenten toch adviseren om voldoende financiële buffer op te nemen in haar eigen begrotingen voor de gemeentelijke SWbijdrage. Zoals uit de bovenstaande tabel blijkt bedraagt de aanvullende bijdrage voor het jaar 2022 nog ruim € 2,3 mln. voor de deelnemende gemeenten.
3.3
Ontwikkelingen in uitstroom naar werk
Vanaf 2015 is de ambitie ten aanzien van de volledige uitstroom naar werk stabiel gebleven op 1.100 personen. Sinds 2019 merkt het Werkbedrijf dat het steeds meer moeite kost om de prestaties uit het verleden te kunnen evenaren, doordat de mogelijkheden van de kandidaten minder past bij de vraag van de ondernemers. Hierdoor groeit het risico op een mismatch, waardoor de ondernemers en kandidaten vragen om meer nazorg. Er zal in een toenemende mate een beroep worden gedaan op langdurige begeleiding (vanuit het Werkbedrijf) als gevolg van veranderingen in het bestand van de kandidaten. Waar voorheen mensen met een beperking konden werken in de Sociale Werkvoorziening, zal er nu een beroep moeten worden gedaan op de bijstand (Participatiewet). Instroom in de SW – zoals algemeen bekend- is niet meer mogelijk, maar de mensen zijn er natuurlijk nog wel. Er zijn hiervoor in de plaats een tweetal verschillende voorzieningen gekomen: de loonkostensubsidies in een beschutte omgeving en de arbeidsmatige dagbesteding Op weg naar Werk. In de begroting 2022-2025 zien we dat de MGR de budgetten voor de loonkostensubsidies inclusief beschut behoorlijk toenemen. Zie hiervoor de cijfers in onderstaande tabel. Inkomensregelingen Bedragen in € 1.000
WerkBedrijf - onderdeel WERK R 2020
B 2021
B 2021w
B 2022
B 2023
B 2024
B 2025
Wettelijke loonkostensubsidie Beschut
122
618
618
847
1.087
1.316
1.316
Wettelijke loonkostensubsidie Regulier
2.883
3.257
3.257
3.341
3.429
3.520
3.520
Totaal
3.005
3.875
3.875
4.188
4.516
4.836
4.836
Een onderverdeling van de begrote loonkosten per gemeente heeft de MGR in haar begroting over 2022 opgenomen in bijlage 3. Loonkostensubsidies Bij de deelnemende gemeenten worden de loonkostensubsidies gedekt vanuit het inkomensdeel bijstandsbudget (uit BUIG) van de gemeenten. Landelijk zijn er voorstellen in voorbereiding om de loonkostensubsidies te financieren op basis van de gerealiseerde loonkosten van voorgaande jaren. Deze wijziging kan al met ingang van het jaar 2022 ingaan en zal mogelijk financiële consequenties hebben voor de deelnemende gemeenten. Bovendien bestaat het risico dat de loonkosten de komende jaren verder zullen stijgen als gevolg van de komst van een basis CAO voor deze doelgroep in 2021. Begeleidingsvergoeding De begeleidingsvergoeding wordt gefinancierd uit de Participatiewet. Gemeenten lopen het risico dat enerzijds de loonkosten voor kandidaten met een nieuw dienstverband beschut blijft bestaan, omdat zij een tijdelijk dienstverband aangeboden hebben gekregen in een beschermde omgeving, terwijl de dekking vanuit het Rijk afneemt of wegvalt.
9
Arbeidsmatige dagbesteding Voor wat betreft de arbeidsmatige dagbesteding heeft de MGR in haar begroting een structureel budget opgenomen van € 2,8 mln. Dit is € 0,4 mln. hoger dan de uitgaven voor 2020 in werkelijkheid zijn geweest. De Adviesfunctie adviseert – evenals het voorgaande jaar- de deelnemende gemeenten om goed rekenschap te nemen van alle bovenstaande financiële ontwikkelingen en zorg te dragen voor voldoende financiële dekking in de gemeentelijke begroting.
3.4 Afbouw en ontschotting Participatiebudget De MGR heeft zowel in de jaarrekening 2020 als in de begroting 2022-2025 een paragraaf opgenomen over de afbouw en ontschotting van de Participatiewet, waaruit de begeleide participatie wordt bekostigd. Waarschijnlijk komt er per 2023 een nieuw budget-verdeelmodel voor het sociaal domein waarvan Participatie één cluster vormt. De MGR merkt hierover op dat het effect van het nieuwe model op dit moment nog niet duidelijk is maar er mogelijk wel kan leiden tot het ontstaan van frictiekosten. Dit omdat de personele lasten niet meer gedekt kunnen worden uit het participatiebudget. De MGR heeft om deze reden gekozen om te werken met een flexibele personele schil. We adviseren de MGR om ontwikkelingen te blijven volgen.
10
4. Jaarstukken 2020 4.1
Algemeen
Per 1 april 2020 heeft BlueView de productieverantwoordelijkheid overgenomen van MGR. Hiermee wordt de ambitie gerealiseerd om zoveel mogelijk SW-medewerkers bij een ondernemer te laten werken (pagina 5 van de jaarrekening). Eind 2020 is MGR gestart met het 100-banenplan, waarmee 100 kandidaten uit de Participatiewet via een detacheringsconstructie een baan bij BlueView wordt aangeboden (pagina 14 van de jaarrekening). Op 7 september 2020 heeft de MGR een huurovereenkomst afgesloten voor de huur van een bedrijfspand aan de Tarweweg 1 te Nijmegen. De huurovereenkomst is aangegaan voor een periode van 5 jaar lopend tot 31 augustus 2025. De resterende huurverplichting voor 2021 e.v. bedraagt € 244.500.
4.2
Controleverklaring accountant
De jaarstukken zijn door de accountant Deloitte gecontroleerd. De accountant heeft op 25 maart 2021 een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven voor zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid. Voor de accountantsverklaring van Deloitte verwijzen we naar de pagina’s 83 en 84 van de Jaarstukken 2020 van de MGR.
4.3
Begroting 2020 en managementrapportages
De vergelijkende cijfers in de jaarstukken zijn conform de ontwerpbegroting 2021-2024 die in juli 2020 is vastgesteld door het bestuur. Nadien heeft het dagelijks bestuur goedkeuring gegeven aan een technische begrotingswijziging waarbij de baten en lasten zijn verlaagd met € 768.000. De aangepaste begroting is opgenomen in de jaarrekening en de technische begrotingswijziging wordt toegelicht in bijlage 7 van de jaarstukken. In de halfjaarrapportage 2020 heeft de MGR de verwachting uitgesproken dat er een tekort zou ontstaan van € 882.000 op de Sociale Werkvoorziening. Uiteindelijk is er een voordeel behaald van € 583.100. De oorzaken van het ontstaan van dit voordeel wordt nader uiteengezet op pagina 72 en 73 jaarrekening.
4.4
Resultaatanalyse
In onderstaande tabel wordt inzichtelijk gemaakt welk resultaat is behaald vóór en na de eindafrekening met de deelnemende gemeenten per module. Resultaat vóór- en na eindafrekening Bedragen in € 1.000 Totale baten
Totale lasten
Werkbedrijf 75.175 72.849 iRvN 18.449 18.440 Bestuursondersteuning 316 316 Consolidatie -2.525 -2.525 Totaal: 91.415 89.080 *Na afrekening met deelnemende gemeenten. V= voordeel
Resultaat EindSaldo van voor eind- afrekening baten en afrekening lasten* 2.326 -2.326 9 -9 0 0 0 0 2.336 V -2.336
Gerealiseerd resultaat* 0 0 0 0
Als gevolg van corona heeft MGR minder uitgegeven aan instrumenten, wettelijke loonkostensubsidies en Op Weg Naar Werk. Gemeenten ontvangen de daarvoor ontvangen middelen terug.
11
0 0 0 0
Het resultaat vóór de eindafrekening bedraagt € 2,3 mln. positief. Dit resultaat is behaald, na aftrek van de mei/september en decembercirculaire van in totaal € 1,7 mln. en na de budgetoverheveling van 2020 naar 2021 van € 0,9 mln. Op zowel de module Werkbedrijf als iRvN is een voordelig resultaat behaald respectievelijk € 2,3 mln. en € 9.000. Het voorstel van het algemeen bestuur is om deze resultaten te verwerken in de gemeentelijke bijdrage van de onderdelen: Werk Bedrijf onderdeel Werk, resultaat € 776.600, zijnde arbeidsmatige dagbesteding € 406.300 en wettelijke loonkostensubsidies € 560.300; onderdeel SW, resultaat € 583.000; iRvN onderdeel Informatie & Applicatiebeheer: resultaat € 9.000. Overigens zijn bovenstaande resultaten behaald zonder dat de MGR een beroep heeft gedaan op de aan de gemeenten toegekende Coronamiddelen SW ad € 2,8 miljoen Voor een nadere toelichting hierover verwijzen we naar de pagina’s 45 t/m 47 van de jaarrekening. Daar wordt inzichtelijk gemaakt hoe de MGR per onderdeel de afrekening gaat uitvoeren, uitgesplitst naar de deelnemende gemeenten.
4.5
Balanstoelichting
Naast de gerealiseerde kosten en opbrengsten van de jaarrekening 2020 geeft de balans per 31 december 2020 de bezittingen en schulden van de MGR weer. In de balans vallen de volgende punten op: Vaste activa In de jaarrekening 2019 heeft de MGR een wijziging doorgevoerd in de waardering van activa. De MGR was voornemens te verhuizen naar de Boekweitweg per 1 januari 2021. Als gevolg van dit voornemen, is er vervroegd afgeschreven op alle activa die onlosmakelijk zijn verbonden aan het pand Nieuwe Dukenburgseweg. Dit had als gevolg dat de afschrijvingslasten voor de jaren 2019 en 2020 € 290.000 hoger uitvielen. Op 9 juli 2020 heeft het AB van de MGR besloten dat de geplande verhuizing niet doorgaat. Als gevolg hiervan is de gebruiksduur van de activa, die als gevolg van het eerdere besluit in 2019 versneld is afgeschreven, weer verlengd. Dit heeft geresulteerd in een lagere afschrijvingslast in de jaarrekening 2020. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar Hoofdstuk 3 (grondslagen voor waardering en resultaatbepaling) onder het kopje “Schattingswijzigingen” op pagina 48 van de jaarrekening 2020. Vaste passiva De MGR heeft geen vermogenspositie. Zie hiervoor ons advies in § 7 Weerstandsvermogen. De MGR heeft 2 voorzieningen gevormd reorganisatievoorzieningen Breed 2012 en reorganisatievoorziening strategisch personeelsplan (SPP).
Eind 2020 resteert nog een betalingsverplichting van € 88.000 op de voorziening Breed en is er in 2020 € 100.000 onttrokken aan de voorziening SPP ten behoeve van mobiliteitstrajecten. Voor nadere toelichting op de balans verwijzen we naar hoofdstuk 4 van de jaarrekening 2020 ( vanaf pagina 51 tot en met pagina 64). De jaarrekening 2020 is opgesteld conform de voorschriften van de BBV.
12
4.6
Deelnemersbijdragen jaarrekening
Na verrekening van de behaalde resultaten over het jaar 2020 ziet de deelnemersbijdrage over het jaar 2020 als volgt uit: Gemeentelijke bijdragen Bedragen in € 1.000 Berg en Dal Beuningen Druten Heumen Mook en Middelaar Nijmegen Wijchen West Maas en Waal Totaal:
Totaal Werk 5.948 3.843 2.738 1.823 204 38.851 6.085 1.309 60.798
Totaal Bestuur 23 17 13 11 5 119 27 0 216
Totaal iRvN 908 968 492 564 286 11.883 1.177 0 16.278
Subtotaal
Meerwerk
6.879 4.828 3.244 2.397 494 50.853 7.289 1.309 77.293
0 0 0 0 0 387 0 0 387
13
Totaal
6.879 4.828 3.244 2.397 494 51.241 7.289 1.309 77.681
5. Gewijzigde begroting 2021 5.1 Algemene toelichting gewijzigde begroting 2021. Met de aanbieding van de begroting 2022-2025 wordt eveneens de gewijzigde begroting 2021 aangeboden. Het verschil tussen de primitieve begroting 2021 en de aangepaste begroting bedraagt € 4,26 mln. Deze aanpassingen betreffen onder meer de effecten van de decembercirculaire 2020. Hierin zitten tijdelijke middelen opgenomen ten behoeve van een aanvullend pakket re-integratie. Hiervan is nu een bedrag van € 1,9 mln. opgenomen in de begroting 2021 en € 1,9 mln. in het begrotingsjaar 2022. Daarnaast is een bedrag van € 0,9 mln. via een budgetoverheveling vanuit het jaar 2020 toegevoegd aan de begrotingscijfers over het jaar 2021.Bovendien heeft het Rijks meer participatie-middelen toegekend voor het jaar 2021. Dit leidt tot een stijging van zo’n € 0,6 mln. toename op het taakveld arbeidsparticipatie en zal worden ingezet. Ook op applicatiebeheer en automatisering wordt de begroting 2021 aangepast met eenmalig € 457.000. Het terugdraaien van de verhuizing heeft een daling van € 242.000 ten opzichte van de primitieve begroting tot gevolg gehad. Ook de middelen vanuit POW en IPS-verhoging de primitieve begroting 2021 met € 263.000. De adviesfunctie kan instemmen met de aanpassingen op de primitieve begroting 2021. De begroting 2021 is opgesteld conform de voorschriften van de BBV.
Hoewel in de voorliggende begroting 2022-2025 op diverse plaatsen de wijzigingen inzichtelijk worden gemaakt, geven we de MGR in overweging om in de bijlagen bij de begroting per onderdeel een overzicht op te nemen welke wijzigingen zich hebben voorgedaan. Een dergelijk overzicht is ook opgenomen bij de jaarrekening 2020.
5.2 Deelnemersbijdragen 2021 na wijziging Bedragen x €1.000
Bestuursondersteuning
SW
Vastgoed
Werk
IRvN
Totaal Overige gemeentelij Bijdrage ke bijdrage
Totaal bijdrage
Beuningen
18
2.799
10
3.997
1.012
5.010
5.010
Druten
13
2.038
8
2.860
513
3.374
3.374
Heumen
11
1.384
5
2.029
588
2.617
Nijmegen
122
23.238
83
44.226
11.303
55.529
Wijchen West Maas en Waal Mook en Middelaar Berg en Dal Werkorg. DrutenWijchen Omgevingsdienst Regio Nijmegen
28
4.241 1.252
16
1.217
4.195
15
6.178 1.252 257 6.328
299 947
7.395 1.252 556 7.275
7.395 1.252 556 7.275
61
61
61
737
737
737
Totaal
221
16.678
83.805
5 24
39.148
136
67.127
Zie bijlage 2 van de begroting pagina 71.
14
2.617 780
780
56.309
84.585
6. Begroting 2022 6.1 Van begroting 2021 naar meerjarenraming De laatste begrotingswijziging van december 2020 is meteen de basis geweest voor de gewijzigde begroting 2021 en de onderstaande meerjarenbegroting vanaf 2022. Onderstaande tabel geeft de begrotingsbedragen weer na consolidatie.
Lasten bedragen x €1.000
R 2020
B 2021
B 2021 W
B2022
B 2023
B 2024
B2025
Arbeidsparticipatie Begeleide participatie Inkomensregelingen Overhead Totaal programma Overhead MGR Totaal lasten
11.644 49.826 3.005 16.760 81.235 7.845 89.080
13.264 48.731 3.875 16.531 82.401 8.485 90.886
17.040 48.545 3.875 16.937 86.397 8.749 95.147
16.082 45.580 4.188 16.263 82.113 8.926 91.039
14.715 42.823 4.516 16.235 78.290 8.790 87.080
14.891 40.129 4.836 16.235 76.092 8.787 84.878
15.578 36.995 4.836 16.235 73.645 8.787 82.432
Meerjarig worden in de begroting de volgende ontwikkelingen zichtbaar: Arbeidsparticipatie De begrote lasten voor arbeidsparticipatie stijgen in eerste instantie in de gewijzigde begroting voor het jaar 2021 naar ruim € 17,0 mln., met een daling naar € 15,6 mln. in 2025. Dit kan worden verklaard door de inzet van tijdelijke middelen in 2021 en 2022. Vanuit de decembercirculaire zijn er tijdelijke middelen beschikbaar gesteld vanuit een aanvullend pakket reintegratiekosten en een impuls re-integratie 2021 welke over de jaren 2021 en 2021 gelijkmatig zijn verdeeld te weten € 1,9 mln. per jaar. Bovendien is er een budgetoverheveling van € 0,9 mln. verwerkt in de begroting 2021. Deze tijdelijke middelen vallen in 2022 respectievelijk 2023 weer weg wat de verdere daling verklaart. Begeleide participatie De begrote lasten voor de sociale werkvoorziening dalen van € 48,7 mln. in 2021 naar € 37 mln. in 2025. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met de daling van het aantal SW-medewerkers. Doordat de Rijksbijdrage aan de deelnemende gemeenten niet toereikend is, moeten de gemeenten het tekort aanvullen. Het bedrag van de aanvulling is wel lager dan in de begrotingscijfers 2021 van de MGR is ingeschat. Oorzaken hiervoor zijn de Rijksindexeringen en de inspanningen (blue view) vanuit het Werkbedrijf.
Inkomensregelingen We zien hier de onder paragraaf 3.3 beschreven stijging van de loonkostensubsidies inclusief beschut werk inclusief meerjarenperspectief. Overhead (=ICT en Vastgoed) Ten aanzien van de overhead zien we dat de begrotingscijfers 2021 ten opzichte van de primitieve begroting van de MGR op dit punt zijn aangepast. Dit betreft voornamelijk doordat de plusproducten in 2021 zijn toegevoegd voor een bedrag van € 560.000 en de formatie I&A is afneemt met 2 fte (€ 142.000). In de BRN-richtlijnen is een generieke korting van 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023 vastgesteld. Voor de MGR is deze taakstelling van toepassing op het onderdeel IRvN . In de begroting 2022 is de taakstelling voor het jaar 2022 van 1% verder doorgevoerd. Voor het jaar 2023 is de verhoging tot 3% taakstelling nog niet doorgevoerd. De BRN-richtlijn is op dit punt niet juist opgevolgd. De resultaten van het evaluatieonderzoek IRvN vormen de input voor de realisatie van de aanpassing van de begroting 2023.
15
De begroting 2022 is opgesteld conform de voorschriften van de BBV. gemeentelijke De Adviesfunctie stelt voor ook de meerjarenbegroting (2023 e.v.) van de IRvN aan te passen en de verhoging van de korting van 2% naar 3% door te voeren, zodat de juiste bijdragen per gemeente ook meerjarig in de begroting wordt opgenomen conform de BRN-richtlijn.
6.2 Deelnemersbijdragen 2022
Bedragen x €1.000
Bestuursondersteuning
SW
Vastgoed Werk
IRvN
Totaal Overige gemeentelijke bijdrage bijdrage
Totaal bijdrage
Beuningen
18
2.672
10
3.890
1.005
4.895
4.895
Druten
13
1.929
7
2.765
509
3.274
3.274
Heumen
11
1.334
5
1.987
583
2.570
2.570
Nijmegen
122 21.693
84
42.642 11.176
53.818
Wijchen
28
15
5.937
7.196
7.196
3.985 1.146
West Maas en Waal Mook en Middelaar
5
Berg en Dal Werkorg. DrutenWijchen Omgevingsdienst Regio Nijmegen
24
3.886
221 36.646 Totaal Zie bijlage 2 van de begroting pagina 71.
1.259
1.146 15
136
370
54.188
1.146
1.146
263
297
560
560
6.016
939
6.955
6.955
61
61
61
731
731
731
64.645 16.561
81.206
Indexering In de BRN-richtlijnen is de index op de gemeentelijke bijdragen voor 2022 bepaald op 0,24%. Hiermee is in de voorliggende begroting rekening gehouden. Voor wat betreft het onderdeel SW is rekening gehouden met een CAO-stijging van 2% per 1 januari 2022 en 1% per 1 juli 2022.
6.3 BTW & VPB Omdat de module Werkbedrijf overheidstaken uitvoert is voor dit onderdeel bij de oprichting fiscaal gekozen voor een BTW-koepelvrijstelling. Het voordeel hiervan is dat het Werkbedrijf over de ontvangen gemeentelijke bijdragen geen BTW hoeft af te dragen. Het nadeel is echter dat het Werkbedrijf de BTW aan de inkoopkant niet zelf kan terugvragen. Deze BTW schuift de MGR door naar de gemeenten die deze BTW wel kunnen terugvragen. Door hiervoor facturen te sturen naar de gemeenten krijgt de MGR de BTW alsnog terug, terwijl het de gemeente per saldo niets kost. Overigens heeft de Hoge Raad op 10 juli 2020 een uitspraak gedaan inzake re-integratiekosten. Dit heeft ertoe geleid dat alle BTW op re-integratiekosten met terugwerkende kracht tot 1 januari 2018 compensabel is. De deelnemende gemeenten kunnen zo’n € 360.000,- aanvullend declareren binnen het BTW -compensatiefonds. De gesprekken tussen de MGR en de belastingdienst lopen inmiddels en het doel is om tot een integrale afspraak te komen. Voor de vennootschapsbelasting is de MGR niet VPB-plichtig, onder andere omdat een tekort of overschot in de resultatenrekening jaarlijks met de gemeenten wordt afgerekend.
16
370
81.576
6.4 Meerjarenbegroting De meerjarenbegroting wordt voor kennisgeving aangenomen.
17
7. Weerstandsvermogen De MGR houdt zelf geen buffer aan om risico’s om te kunnen vangen. Naast fiscale redenen (zie § 6.3) past dit bij de gedachte dat een gemeenschappelijke regeling een verlengstuk is van de deelnemende gemeenten. Een risico van de MGR is daarmee ook een risico voor de gemeenten. Dit betekent dat de gemeenten de risico’s van de MGR naar rato moeten opnemen in hun begroting en jaarrekening. Als we alle risico’s simpelweg optellen komen we op het maximale risico (MGR: verwachtingswaarde). Als we er rekening mee houden dat risico’s zich wél of niet kunnen voordoen en in de praktijk nooit tegelijkertijd, komen we op een gewogen risicoprofiel (MGR: benodigde weerstandscapaciteit). Het risicoprofiel is € 6,8 mln. en gewogen € 2,7 mln. Op basis van een actualisatie zijn nieuwe organisatorische risico’s gekwantificeerd, o.a. rondom ICT en personeel. In het advies voorin dit rapport (zie § 1.2) zijn gemeenten geadviseerd om bovengenoemde risico’s (naar rato van bijlage 10 van de begroting) in hun eigen jaarrekening en begroting op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen. De MGR wijst de deelnemende gemeenten op een drietal risico’s rondom rijksmiddelen waarbij op een verdere kwantificering nog niet is te maken, te weten: -
Het aanbieden van beschut werk (nieuw) vanuit de Participatiewet. We zijn op dit risico ingegaan in § 3.3.
-
Afbouw en ontschotting Participatiebudget. Zie hiervoor de toelichting in § 3.4.
-
Afbouw WSW-budget en stijging gemiddelde loonkosten SW-medewerkers, voor zover nog niet al meegenomen in de ramingen. In § 3.2. zijn we ingegaan op de aanvullende bijdrage voor de sociale werkvoorziening. De MGR gaat hier uit van een van een kostendekkende deelnemersbijdrage voor de sociale werkvoorziening, waardoor dit risico bij de gemeenten ligt. De Adviesfunctie raadt de MGR aan om de risico’s periodiek te bespreken en tegelijkertijd vraagt de MGR om op de bovenstaande risico’s in de kwartaalrapportages in 2021 specifiek te rapporteren.
18