CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage V Conceptbegroting 2025 VRGZ

Raad 6 juni 2024, gemeente HeumenBij agendapunt: Conceptjaarrekening 2023 en conceptbegroting 2025 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid23.568 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het niet tijdig invullen van vacatures leidt naast hoge werkdruk ook tot hogere kosten van inhuur en interim-oplossingen. Tenslotte komt de kwaliteit van de dienstverlening in brede zin onder druk te staan. Dit raakt niet alleen burgers, maar ook onze samenwerkingspartners.

Juridische ondersteuning De toename van handhavingszaken en maatwerkadviezen waarbij een juridische toets noodzakelijk is, zoals juridische kwesties rondom overeenkomsten en maatschappelijke ontwikkelingen, de Omgevingswet, controle op inspectierapporten en ontwikkelingen in jurisprudentie, leiden tot de noodzaak voor het aantrekken van een juridisch adviseur op dit gebied. Daarnaast komt de Brandweer steeds meer in aanraking met juridische procedures. Op dit moment is de juridische kennis en capaciteit binnen de VRGZ onvoldoende aanwezig. Onderzoeksbureau Berenschot heeft in 2021 de overhead kosten van de VRGZ vergeleken met 15 andere Veiligheidsregio’s en geconcludeerd dat bij de VRGZ de kosten van de overhead 20% lager liggen dan het gemiddelde in de benchmark. Deze uitbreiding is nodig in relatie tot toetsing van de complexe dossiers. Bij onvoldoende juridische capaciteit is de verwachting dat de VRGZ meer in juridische trajecten terechtkomt waarvoor we extern in zullen moeten huren. Onvoldoende capaciteit kan daarnaast consequenties hebben voor doorlooptijden en kwaliteit van advisering.

Formatie Veilig bouwen In de begroting 2024 heeft het bestuur VRGZ ingestemd met een uitbreiding van de formatie van de afdeling Veilig bouwen met 1 fte, waarna geëvalueerd zou worden of deze uitbreiding afdoende is om de continuïteit en de kwaliteit van de adviezen te kunnen garanderen. De reden van de uitbreiding was de toename van het aantal aanvragen: in 2017 verstrekte het team Veilig Bouwen iets meer dan 1.400 adviezen ten opzichte van bijna 1.900 in 2022. Uit de evaluatie is gebleken dat het aantal adviesaanvragen in 2023 wederom verder is toegenomen naar ruim 2.000. Daarnaast is

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

64

ook in samenwerking met de omgevingsdiensten en de gemeenten gekeken hoe de werkprocessen zo optimaal mogelijk kunnen worden ingericht. De verwachting is echter dat het aantal aanvragen en de complexiteit ervan niet zullen afnemen. Om de continuïteit en de kwaliteit van de adviesaanvragen te kunnen garanderen is het voorstel is om nogmaals 1 fte toe te voegen aan het team Veilig Bouwen. De VRGZ zal daarnaast blijven investeren in het aanscherpen van werkprocessen. Zonder uitbreiding zal extern moeten worden ingehuurd om het volume te verwerken. Aan de behandeling van de adviesaanvragen hangen wettelijke termijnen. Het halen van deze termijnen wordt steeds ingewikkelder. Indien de brandweer door capaciteitsgebrek niet tijdig een advies kan uitbrengen kan het zijn dat een gemeente of omgevingsdienst een besluit moeten nemen zonder dit advies mee te laten wegen. Hiermee kunnen mogelijk gevaarlijke situaties goedgekeurd worden. De stijging treedt nu verschillende jaren achtereen op en lijkt daarmee structureel.

Informatieveiligheid Ten behoeve van de versterking van de cyberweerbaarheid op basis van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid, de standaard die verplicht is voor overheidsorganisaties, vraagt het organiseren van de monitoring van dreigingen en kwetsbaarheden en de incident respons op digitale incidenten om extra formatie en software (zie ook paragraaf 5.4.3).

Energielasten Als gevolg van de gestegen prijzen voor energie en -belastingen stijgen de jaarlijkse energielasten.

Herziening MJOP De herziening van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) leidt als gevolg van hogere prijzen voor arbeid en materiaal en de ouderdom en staat van installaties en panden, tot een stijging van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud (zie ook paragraaf 5.2). Ten laste van het positieve resultaat van 2023 is een bestemde reserve gevormd om deze uitzetting de komende jaren te dekken. Begin 2028 resteert in deze reserve echter nog een bedrag van € 79.000,- (zie ook paragraaf 6.5), het resterende gedeelte van de uitzetting van de dotatie zal vanaf dat moment aan de gemeentelijke bijdrage worden toegevoegd (€ 540.000,- in 2028). Met ingang van 2029 zal het volledige bedrag van € 619.000,- onderdeel uit gaan maken van de gemeentelijke bijdrage.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

65

7.2 Baten en lasten per taakveld Baten en lasten per taakveld VRGZ bedragen x € 1.000,-

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Crisisbeheersing en brandweer

47.958

42.894

5.064

49.718

44.899

4.819

53.419

48.241

5.178

Samenkracht en burgerparticipatie

3.359

3.361

-2

0

0

0

0

0

0

Volksgezondheid

31.875

27.826

4.049

33.246

28.578

4.668

36.303

31.166

5.137

Algemene uitkeringen

8.901

0

8.901

9.235

0

9.235

9.994

0

9.994

Treasury

0

-126

126

0

35

-35

0

160

-160

Overhead

3.479

19.249

-15.770

3.987

24.235

-20.248

4.159

25.027

-20.868

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

95.572

93.204

2.368

96.186

97.747

-1.561

103.875

104.594

-719

708

0

708

1.461

0

1.461

619

0

619

96.280

93.204

3.076

97.647

97.747

-100

104.494

104.594

-100

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 20: baten en lasten per taakveld VRGZ

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

66

Baten en lasten per taakveld VRGZ meerjarig bedragen x € 1.000,-

Begroting 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

53.419

48.241

5.178

53.419

48.543

53.419

48.543

53.959

48.543

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Volksgezondheid

36.303

31.166

5.137

36.303

31.166

36.303

31.166

36.303

31.166

Algemene uitkeringen

9.994

0

9.994

10.296

0

10.296

0

10.296

0

Treasury

0

160

-160

0

160

0

160

0

160

Overhead

4.159

25.027

-20.868

4.059

24.827

4.059

24.827

4.059

24.827

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

103.875

104.594

-719

104.077

104.696

104.077

104.696

104.617

104.696

619

0

619

619

0

619

0

79

0

104.494

104.594

-100

104.696

104.696

104.696

104.696

104.696

104.696

Crisisbeheersing en brandweer Samenkracht en burgerparticipatie

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 21: baten en lasten per taakveld VRGZ meerjarig

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

67

Baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding bedragen x € 1.000,-

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Crisisbeheersing en brandweer

47.958

42.894

5.064

49.718

44.899

4.819

53.419

48.241

5.178

Samenkracht en burgerparticipatie

3.359

3.361

-2

0

0

0

0

0

0

Algemene uitkeringen

8.901

0

8.901

9.235

0

9.235

9.994

0

9.994

Overhead

3.479

15.514

-12.035

3.987

19.567

-15.580

4.159

19.891

-15.731

Treasury

0

-126

126

0

35

-35

0

160

-160

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

63.697

61.643

2.054

62.940

64.501

-1.561

67.572

68.291

-719

708

0

708

1.461

0

1.461

619

0

619

64.405

61.643

2.762

64.401

64.501

-100

68.191

68.291

-100

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 22: baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

68

Baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding meerjarig bedragen x € 1.000,-

Begroting 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

53.419

48.241

5.178

53.419

48.543

53.419

48.543

53.419

48.543

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Algemene uitkeringen

9.994

0

9.994

10.296

0

10.296

0

10.296

0

Overhead

4.159

19.891

-15.731

4.059

19.690

4.059

19.690

4.059

19.690

Treasury

0

160

-160

0

160

0

160

0

160

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

67.572

68.291

-719

67.774

68.393

67.774

68.393

67.774

68.393

619

0

619

619

0

619

0

619

0

68.191

68.291

-100

68.393

68.393

68.393

68.393

68.393

68.393

Crisisbeheersing en brandweer Samenkracht en burgerparticipatie

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 23: baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding meerjarig

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

69

Baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening bedragen x € 1.000,-

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

31.875

27.826

4.049

33.246

28.578

4.668

36.303

31.166

5.137

Algemene uitkeringen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overhead

0

3.735

-3.735

0

4.668

-4.668

0

5.137

-5.137

Treasury

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

31.875

31.561

314

33.246

33.246

0

36.303

36.303

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

31.875

31.561

314

33.246

33.246

0

36.303

36.303

0

Volksgezondheid

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 24: baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

70

Baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening meerjarig bedragen x € 1.000,-

Begroting 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

36.303

31.166

5.137

36.303

31.166

36.303

31.166

36.303

36.303

Algemene uitkeringen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overhead

0

5.137

-5.137

0

5.137

0

5.137

0

5.137

Treasury

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

36.303

36.303

0

36.303

36.303

36.303

36.303

36.303

36.303

0

0

0

0

0

0

0

0

0

36.303

36.303

0

36.303

36.303

36.303

36.303

36.303

36.303

Volksgezondheid

Saldo van baten en lasten Mutaties bestemde reserves Resultaat

Tabel 25: baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening meerjarig

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

71

7.3 Begrotingswijzigingen 2024 In onderstaande paragrafen zijn de wijzigingen verwerkt die zich hebben voorgedaan nadat de begroting 2024 is vastgesteld. Het betreft kostenneutrale verschuivingen en mutaties in de bestemde reserves die voortvloeien uit de realisatie 2023.

Verschuivingen De verschuivingen hebben plaatsgevonden ten behoeve van een beter inzicht en een betere presentatie en zijn budgettair neutraal. Daarnaast tracht de VRGZ uitzettingen zo veel als mogelijk op te vangen binnen de eigen begroting. Een aantal verschuivingen binnen deze kolom heeft hier betrekking op.

Mutaties bestemde reserves In 2023 is € 76.000,- minder uitgegeven aan het project Digitaal centraal (optimalisatie van archiefbeheer). Hierdoor is in 2024 zowel het budget voor personeelslasten als de bestemde reserve € 76.000,- hoger dan oorspronkelijk begroot. Ook is in 2023 minder uitgegeven aan de transitie naar fluorvrije schuimblusmiddelen (€ 184.000,-) en aan de aanpassingen om te voldoen aan de aangescherpte wettelijke normen voor diesel motor emissie (€ 124.000,-) waardoor de budgetten van respectievelijk Wagenpark en werkmaterieel en Huisvestingskosten met deze bedragen zijn opgehoogd en de begrote vrijval van de bestemde reserve duurzaamheid in 2024 € 308.000,- bedraagt. Daarnaast is in 2023 een bestemde reserve gevormd voor de toegekende extra BDuR-middelen ten behoeve van de versterking van crisisbeheersing. Een deel van deze middelen wordt in 2024 ingezet (€ 389.000,-). De herziening van het meerjarenonderhoudsplan leidt als gevolg van hogere prijzen voor arbeid en materiaal en de ouderdom en staat van installaties en panden, tot een stijging van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud van € 619.000,- (zie ook paragraaf 5.2). In de Jaarstukken 2023 is voorgesteld om ten laste van het positieve resultaat een bestemde reserve te vormen voor de kostenuitzetting als gevolg van deze herziening.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

72

Begrotingswijzigingen Crisis- en Rampenbestrijding bedragen x € 1.000,-

Begroting 2024

Verschuivingen

Mutaties bestemde reserves

Gewijzigde begroting 2024

Rijksbijdragen

9.134

445

0

9.579

Gemeentelijke bijdragen

48.761

0

0

48.761

Opbrengsten bedrijfsvoering

3.916

71

0

3.987

653

-40

0

613

62.464

476

0

62.940

Personeelslasten

44.449

727

271

45.447

Kapitaallasten

7.558

-501

0

7.057

Wagenpark

2.274

50

183

2.507

Communicatieapparatuur

3.210

-117

0

3.093

Huisvestingskosten

3.918

10

744

4.672

Overige bedrijfskosten

1.516

-238

194

1.472

Onvoorzien

218

0

0

218

Rentebaten en -lasten

-510

545

0

35

62.633

476

1.392

64.501

Saldo van baten en lasten

-169

0

-1.392

-1.561

Toevoegingen reserves

0

0

0

0

Onttrekkingen reserves

69

0

1.392

1.461

-100

0

0

-100

Baten

Overige opbrengsten Totaal baten Lasten

Totaal lasten

Resultaat

Tabel 26: begrotingswijzigingen 2024 C&R

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

73

Begrotingswijzigingen RAV bedragen x € 1.000,-

Begroting 2024

Verschuivingen

Gewijzigde begroting 2024

32.895

-44

32.851

Rijksbijdragen

285

0

285

Overige opbrengsten

110

0

110

33.290

-44

33.246

Personeelslasten

26.346

0

26.346

Kapitaallasten

1.606

-44

1.562

Wagenpark

1.144

0

1.144

511

0

511

5

0

5

Overige bedrijfskosten

3.678

0

3.678

Totaal lasten

33.290

-44

33.246

Saldo van baten en lasten

0

0

0

Toevoegingen reserves

0

0

0

Onttrekkingen reserves

0

0

0

Resultaat

0

0

0

Baten Budget aanvaardbare kosten

Totaal baten Lasten

Communicatieapparatuur Huisvestingskosten

Tabel 27: begrotingswijzigingen 2024 RAV

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

74

7.4 Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren programma Crisis- en Rampenbestrijding Realisatie 2023

Begroting Begroting 2024 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Formatie

0,64

0,65

0,66

0,66

0,66

0,66

Bezetting

0,64

0,61

0,61

0,61

0,61

0,61

Apparaatskosten

108

111

117

117

117

117

Externe inhuur

8%

3%

3%

3%

3%

3%

Overhead

19%

24%

23%

23%

23%

23%

Tabel 28: beleidsindicatoren programma Crisis- en Rampenbestrijding

Beleidsindicatoren programma RAV Realisatie 2023

Begroting Begroting 2024 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Formatie

0,42

0,42

0,42

0,42

0,42

0,42

Bezetting

0,39

0,38

0,38

0,38

0,38

0,38

Apparaatskosten

56

57

62

62

62

62

Externe inhuur

10%

2%

3%

3%

3%

3%

Overhead

12%

14%

14%

14%

14%

14%

Tabel 29: beleidsindicatoren programma RAV

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

75

7.5 Financiële spelregels In deze paragraaf zijn de spelregels en grondslagen opgenomen die de VRGZ hanteert op het gebied van financiën.

Spelregels Bij het budgethouderschap zoals bij de VRGZ is ingericht horen een aantal spelregels die een richtinggevende werking hebben op de handelingswijze bij inhoudelijke en financiële vraagstukken. Deze spelregels zijn hieronder opgenomen.

Begroten Bij het opstellen van de begroting hanteert de VRGZ onderstaande uitgangspunten.

P&C-cyclus De P&C-cyclus van de VRGZ bestaat uit een vooraf opgestelde begroting. De verantwoording vindt plaats via twee tussentijdse rapportages en een jaarrekening.

Relatie beleid-financiën De VRGZ heeft de ambitie om bij het begroten het zicht op de relatie tussen de inhoud en het budget te kunnen bieden: ▪

Dit stelt het Algemeen Bestuur, colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden, met respect voor ieders verantwoordelijkheid, beter in staat om politiek-bestuurlijke discussies te voeren die niet alleen over geld gaan, maar vooral over de inhoud.

▪

Dit betekent dat het management van de VRGZ verbinding zal zoeken met de portefeuillehouders, leden van het Algemeen Bestuur en de raden om hierbij inzicht en betrokkenheid te creëren.

▪

Daardoor kunnen bestuurders invulling geven aan hun rollen en taken binnen het Algemeen Bestuur en daarbuiten in de colleges en raden.

Structureel sluitende begroting De meerjarenbegroting is structureel sluitend, de laatste van de vier jaarschijven is altijd structureel sluitend. Daarbij wordt bij het begroten uitgegaan van onderstaande punten. ▪

Behoedzame, reële ramingen.

▪

Tegenover structurele uitgaven kunnen geen incidentele inkomsten of incidentele meevallers staan.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

76

Reguliere jaarlijkse indexering van de gemeentelijke bijdrage De indexering van de gemeentelijke bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een tweetal indexen; een loonindex en een materiële index. Een voorbeeld normering: ▪

Loonindex

Voor de loonindex wordt het centraal economisch plan (CEP) gepubliceerd in maart 2018 gebruikt als basis voor indexering. Het gaat dan om het CEP 2018 bijlage Middelen en Bestedingen 2020. Uit deze bijlage wordt genomen: ‘beloning werknemersoverheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen’ als indexering voor het loondeel. Er wordt eenmalig nagecalculeerd aan het einde van het begrotingsjaar. De nacalculatie is gebaseerd op de werkelijke lastenontwikkeling zoals deze volgt uit: ▪

de CAR (UWO) Veiligheidsregio’s;

▪

de pensioenpremies vanuit het ABP;

▪

de sociale premies vanuit het Rijk (loonbelasting en premies volksverzekeringen).

Het verschil tussen de voorcalculatie en werkelijke ontwikkeling wordt ten gunste of ten laste van de algemene reserve gebracht, daarnaast wordt de werkelijke ontwikkeling verwerkt in de meerjarenraming. ▪

Materiële index

Ook voor de materiële index wordt het centraal economisch plan (CEP), bijlage Middelen en Bestedingen 2020 gepubliceerd in maart 2018, gebruikt als basis. Uit deze bijlage wordt ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie’ gebruikt als indexering voor de materiele lasten. ▪

Verhouding loonindex/materiële index

De VRGZ houdt een verhouding van 70/30 aan.

Prijspeilaanpassingen Prijspeilaanpassingen worden budgettair neutraal behandeld, dus binnen de ruimte die door de indexering van de gemeentelijke bijdrage ontstaat.

Uitzettingen Er zijn drie typen uitzettingen van de begroting die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten:

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

77

▪

nieuwe beleidsvoorstellen o.a. in relatie tot de uitwerking van onze meerjarenstrategie en beleidsontwikkelingen binnen gemeenten;

▪

buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;

▪

autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen die voortkomen uit bestaand beleid. Bijvoorbeeld wet- en regelgeving of noodzakelijke uitzettingen in verband met toename van het inwoneraantal in de regio.

Onvoorzien Uit de post onvoorzien worden geen structurele uitgaven gedaan. De VRGZ begroot de post onvoorzien voor het programma Crisis- en Rampenbestrijding op 0,35% van de begrote baten.

Verantwoording kosten bedrijfsvoering Conform BBV wordt de overhead apart inzichtelijk gehouden en gerapporteerd.

Tussentijdse begrotingswijzigingen Wijzigingen binnen financiële kaders Gezien de financiële risico’s die er worden gelopen en onzekere toekomstige ontwikkelingen moet er behoedzaam om gegaan worden met financiële mee- en tegenvallers. Daarom blijven er inspanningen gaande omtrent: ▪

het bestaande financiële beleid zorgvuldig na te leven en jaarlijks bij de jaarrekening een zo gunstig mogelijk financieel resultaat te behalen. Dat houdt in een kostenbewuste houding en bijbehorend gedrag;

▪

tegenvallers door hogere lasten of lagere baten door verlaging van lasten binnen de sectoren of afdelingen op te vangen;

▪

bestemming van niet-voorziene voordelen in de exploitatie gedurende het jaar ter besluitvorming aan het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur voor te leggen.

In geval het Directieteam (DT) een voorstel doet om extra geld uit te geven aan nieuwe beleidsontwikkelingen op een ander moment dan bij de integrale afweging bij de begroting, moet solide dekking worden aangewezen. Tenzij er sprake is van externe dekking moet in het voorstel aangegeven worden welk bestaand beleid moet worden geschrapt of verminderd. Wijzigingen binnen financiële kaders worden in principe niet voorgelegd voor zienswijze aan de raden. Als gewijzigd of nieuw beleid politiek gezien een belangrijk onderwerp betreft kan het Dagelijks Bestuur besluiten de wijziging voor zienswijze aan de raden voor te leggen.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

78

Wijzigingen buiten de financiële kaders Als een wijziging substantieel is (boven de € 25.000,-) dan zijn er twee typen uitzettingen in de vorm van tussentijdse begrotingswijziging die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten: ▪

buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;

▪

autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen (zoals wet- en regelgeving) die voortkomen uit bestaand beleid.

Aangezien deze wijzigingen buiten de financiële kaders vallen hebben ze dus invloed op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage en worden voorgelegd voor zienswijze aan de raden.

Resultaatbestemming Als in de jaarrekening sprake is van meevallers door hogere baten of lagere lasten dan worden eerst vereiste bestemmingsreserves gevormd en de streefnorm aangevuld. Wat daarna nog resteert wordt aan de gemeenten terugbetaald. Bij een negatief resultaat wordt eerst het weerstandsvermogen aangesproken. Mocht dit onvoldoende zijn dan wordt een beroep gedaan op de gemeenten. Dit wordt hierna uitgewerkt. De VRGZ streeft ernaar in een zo vroeg mogelijk stadium via tussentijdse rapportages het Algemeen Bestuur te informeren over het vormen van bestemde reserves.

Risicomanagement, weerstandsvermogen en reservepositie Risico’s In 2014 is door de VRGZ de nota ‘Risicomanagement, voorzieningen en weerstandsvermogen’ opgesteld. Het bestuur nam hierover besluiten in 2015. Elk jaar worden bij de verschillende organisatieonderdelen de risico’s in kaart gebracht. Deze risico’s zijn gerubriceerd en gewaardeerd. ▪

In de begroting en jaarrekening wordt een cijfermatige samenvatting van de risico-inventarisatie opgenomen met de berekening van het weerstandsvermogen.

▪

In de begroting, jaarrekening en de twee tussentijdse rapportages worden de 10 grootste risico’s toegelicht.

▪

De frequentie van de rapportage over risico’s wordt groter als daar aanleiding voor is.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

79

Weerstandscapaciteit ▪

De benodigde weerstandscapaciteit is het resultaat van de gewogen risicocapaciteit van de geïnventariseerde risico’s.

▪

De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal van de algemene reserve.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de benodigde capaciteit wordt gedekt door de beschikbare capaciteit. Als het weerstandsvermogen ontoereikend is om de risico’s af te dekken en naarmate de gecalculeerde risico’s zich voordoen dan zal de VRGZ hiervoor bezuinigingsmaatregelen treffen of wordt de bijdrage van gemeenten hoger. Het weerstandsvermogen bij de VRGZ is bedoeld voor: a) het kunnen opvangen van incidentele financiële tegenvallers zonder direct ingrepen in de begroting te hoeven doen; b) het kunnen opvangen van de eerste klap van structurele financiële tegenvallers waardoor tijd wordt gecreëerd om zorgvuldig af te wegen hoe de structurele doorwerking wordt aangepakt. Als de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding hoger is dan de streefnorm wordt het meerdere teruggestort naar de gemeenten. Als de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding onder de streefnorm komt zal de VRGZ inspanningen doen deze aan te vullen. In het geval dat de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding onder € 0,- komt wordt aan de gemeenten gevraagd om het vermogen aan te vullen.

Reservepositie Geredeneerd vanuit bovenstaande zienswijze wordt alleen de algemene reserve als weerstandsvermogen gezien. ▪

Voor de omvang van de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding wordt 5% van de baten genomen als streefwaarde.

▪

Voor de omvang van de reserve aanvaardbare kosten RAV wordt 10% van de baten genomen als minimumnorm en is 15% de streefwaarde.

Bij de gepresenteerde cijfers wordt ervan uitgegaan dat de voorstellen voor bestemming resultaat door het bestuur worden overgenomen.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

80

Grondslagen De begroting en jaarrekening worden opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten daarvoor geeft. Het overzicht van baten en lasten van de VRGZ omvat het totaal van alle activiteiten die de VRGZ heeft uitgevoerd. De cijfers worden nader gepresenteerd en toegelicht in het overzicht baten en lasten programma Crisis- en Rampenbestrijding en het programma RAV. Onderlinge verrekeningen tussen beide programma’s worden opgenomen in het overzicht van baten en lasten per programma. In het overzicht van baten en lasten op het niveau van de totale VRGZ worden onderlinge verrekeningen geëlimineerd. Grondslagen van resultaatbepaling Bij de VRGZ worden de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Incidentele baten en lasten worden vanaf € 50.000,- vermeld. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Bij het programma RAV wordt afgeweken van deze regel omdat dit een zorggefinancierde taak is. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij de regelgeving voor zorginstellingen.

De lasten worden bepaald op basis van historische kosten, met inachtneming van de vermelde grondslagen van waardering van activa en passiva en toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Aangezien het niet is toegestaan voorzieningen te vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Het gaat dan om aanspraken op een overbruggingsperiode, levensloop en versterkt ouderdomspensioen. Voor jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde kosten zonder (naar verwachting) een jaarlijks vergelijkbaar volume is een verplichting opgenomen. Grondslagen van waardering Alle activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde tenzij anders is vermeld. De belangrijkste posten worden hieronder nader toegelicht. Activa Onder materiële vaste activa worden activa verstaan die bedoeld zijn om de bedrijfsuitoefening duurzaam te dienen. De materiële vaste activa (met een aanschafwaarde > € 10.000,-) worden gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs of vervaardigingkosten, verminderd met een lineaire afschrijving gebaseerd op economische levensduur of tegen lagere bedrijfswaarde.

Aan de materiële vaste activa wordt rente toegerekend tegen het bestuurlijk vastgestelde percentage van 1,25%. Indien de VRGZ investeringsbijdragen van derden ontvangt wordt dit expliciet toegelicht.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

81

Afschrijvingstermijnen Afschrijvingstermijnen

Afschrijvings termijn3

Persoonlijke beschermingsmiddelen en werkkleding Bluskleding en beschermingsmiddelen (bluspakken, gaspakken etc) Ademlucht (toestel, cilinder, gelaatstuk etc)

5 / 8 / 10 10 / 15

Automatisering Hard- en software

3/4/5/7

Telefonie

10

ICT-infrastructuur

7 / 15 / 30

Communicatie- en verbindingsmiddelen Alarmontvanger

5

Mobiele Data Terminal

4/5

Communicatienetwerksysteem (C2000/P2000)

4/5/7

Netwerkcomponenten

10

Signalering kazerne

10

Gebouwen en inventaris Installaties en testapparatuur ademluchtwerkplaats

8 / 15

Inventaris/meubilair/aggregaat

10 / 15

Verbouwing

10 / 20

Semi-permanente unit

20

Gebouw / kazerne

30 / 40

Medische inventaris Medische apparatuur (o.a. defibrillatoren, autopulse, AED)

5 / 7 / 10

Brancards

7

Vaartuigen Blusboten

30

Motorboot

10 / 15

Update blusboten

20

Hulpboot en trailer

20

Midlife update

10

Bepakking vaartuigen

3 Bij een aantal genoemde activa zijn meerdere afschrijvingstermijnen weergegeven. Dit komt doordat onder de genoemde

hoofdrubrieken een aantal subcategorieën vallen waarvan het te ver voert ze allemaal hier te vermelden. De vetgedrukte afschrijvingstermijnen zijn toegevoegd op basis van nieuwe activagroepen of langere technische levensduur.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

82

Afschrijvingstermijnen

Afschrijvings termijn3

Reddingsvest

5

Bepakking overig

10 / 15 / 20

Voertuigen Ambulance en rapid responder

5

MICU-voertuig

10 / 15

Tankautospuit, waterwagen, redvoertuig en hulpverleningsvoertuig

12 / 15

Schuimblus- en haakarmvoertuig

20

Haakarmbak

15 / 20

Overige voertuigen (vervoer van personen en materiaal)

5 / 7 / 8 / 10 / 15

MCU

4/8

Midlife updates van de diverse voertuigen

4 / 7 / 8 / 10

Inventaris en bepakking voertuigen Inventaris Tankautospuit

15

Inventaris haakarmbak

20

Inventaris overige voertuigen

7

Werken op hoogte

7

Hydraulisch redgereedschap

8 / 15

Midlife update redgereedschap TAS

7

Pneumatisch gereedschap / hefkussen

10

Meetapparatuur (explosiegevaar-, CO2-meter etc)

2 / 5 / 10 / 15

Oppervlakteredding (redbord, redsets ed.)

5 / 10

Watertransportsysteem

15 / 20

Kettingzaag

5 / 10

Overdrukventilator

10

Draagbare motorspuit

10

Warmtebeeldcamera

7

Vakbekwaamheidsmiddelen Oefenaanhanger en oefencontainer

5 / 15

Oefenmiddelen (PPMO)

5 / 8 / 10

Simulatiecontainer

3

Oefenterrein

20 Tabel 30: afschrijvingstermijnen

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

83

Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Deze zijn gewaardeerd op nominale waarde voor zover nodig rekening houdend met mogelijke oninbaarheid. De voorziening oninbaarheid wordt bepaald op basis van de ouderdom van de openstaande posten per balansdatum (dynamische methode).

Overige activa Alle overige activa in de balans zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Eigen vermogen Het eigen vermogen van het programma Crisis- en Rampenbestrijding bestaat uit een algemene reserve voor Crisis- en Rampenbestrijding en een aantal bestemde reserves. Het eigen vermogen van het programma RAV bestaat uit de reserve aanvaardbare kosten RAV. Het eigen vermogen bestaat daarnaast uit het nog te bestemmen resultaat over het laatste boekjaar.

Voorzieningen De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake zijn geformuleerd. De voorziening niet-actief personeel is gevormd voor de afdekking van kosten voor niet-actief personeel. De kosten van niet-actief personeel in verband met FLO (functioneel leeftijdsontslag) kunnen worden gedeclareerd en maken daarom geen onderdeel uit van deze voorziening. Dit geldt voor beide programma’s. De voorziening verlofsparen is gevormd voor de opbouw van opgespaarde bovenwettelijke vakantie-uren. Deze uren kunnen in de toekomst worden ingezet op een manier die aansluit bij de persoonlijke levens- en carrièreplanning en het vitaliteitsbeeld van medewerkers en leiden daarom tot een verplichting met een niet voorspelbare op- en afbouw. De voorzieningen zijn nominaal gewaardeerd. Er wordt geen rente toegerekend aan de voorzieningen.

Voor zover niet anders is vermeld zijn passiva gewaardeerd tegen nominale waarde.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

84

7.6 Begrippenlijst a. Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie respectievelijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft; b. Rentetypische looptijd; als gedefinieerd in de Wet Fido, artikel 1, onder b; c. Vaste schuld: het gezamenlijk bedrag van: ▪

De schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer, en

▪

De voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen;

d. Netto-vlottende schuld; als gedefinieerd in de Wet Fido, artikel 1, onder e; e. EMU-saldo: het geraamde respectievelijk gerealiseerde saldo van de ontvangsten en uitgaven van een provincie respectievelijk een gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie; f.

Overheadkosten: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces;

g. Taakvelden: wettelijk vastgelegde indeling van activiteiten die door alle overheden gebruikt wordt ten behoeve van de vergelijkbaarheid van cijfers.

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

85

7.7 Verklaring van afkortingen AB

Algemeen Bestuur

ABP

Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds

AW

Archiefwet

AZGM

Ambulancezorg Gelderland-Midden

AZGZ

Ambulancezorg Gelderland-Zuid

AZN

Ambulancezorg Nederland

BAK

Budget aanvaardbare kosten

BBV

Besluit begroting & verantwoording provincies en gemeenten

BDuR

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

BIO

Baseline Informatiebeveiliging Overheid

BOT

Bedrijfsopvangteam

BRN

Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen

Cao

Collectieve Arbeidsovereenkomst

CAR

Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling

CEP

Centraal Economisch Plan

CISO

Chief Information Security Officer

C&R

Crisis- en Rampenbestrijding

DB

Dagelijks Bestuur

DME

Diesel Motor Emissie

DPG

Directeur Publieke Gezondheid

DT

Directieteam

EMU

Economische en Monetaire Unie

FG

Functionaris voor de gegevensbescherming

FLO

Functioneel Leeftijdsontslag

GGD

Gemeentelijke Gezondheidsdienst

GGD GZ

Gemeentelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid

GHOR

Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio

HRM

Human Resource Management

HVO

Hydrotreated Vegetable Oil

IBD

Informatiebeveiligingsdienst

IC

Intensive care

ICT

Informatie- en communicatietechnologie

ISO

Information Security Officer

IZA

Integraal Zorgakkoord

JenV

Justitie en Veiligheid

KCR2

Knooppunt Coördinatie Regio’s - Rijk

KGR

Kosten Gemene Rekening

MICU

Mobiele Intensive Care Unit

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

86

MJOP

Meerjarenonderhoudsplan

MKON

Meldkamer Oost-Nederland

NEN

Nederlandse Norm

NIPV

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid

NOOVA

Nationale Openbare Orde en Veiligheidsarchitectuur

P&C

Planning & Control

PO

Privacy Officer

PPMO

Periodiek Preventief Medisch Onderzoek

PTSS

Posttraumatische stressstoornis

PTT

Push-to-talk

RAV

Regionale Ambulancevoorziening Gelderland-Zuid

RCDV

Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s

ROAZ

Regionaal Overleg Acute Zorgketen

SEH

Spoedeisende hulp

SemFire

Sustainable Employability Firefighters

SVM

Schuimvormend middel

TCO

Team Collegiale Opvang

TS

Tankautospuit

UvM

Universiteit van Maastricht

UWO

Uitwerkingsovereenkomst

VIK

Veiligheidsinformatieknooppunt

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

VNOG

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

VRGZ

Veiligheidsregio Gelderland-Zuid

VR-ISAC

Veiligheidsregio lnformation Sharing and Analysis Centre

VWS

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

WEP

Wet Elektronische Publicaties

Wet Fido

Wet Financiering decentrale overheden

Wmebv

Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer

Wnra

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren

Woo

Wet open overheid

Wgr

Wet gemeenschappelijke regelingen

Wvr

Wet veiligheidsregio’s

ZCV

Zorgcoördinatievoorziening

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

87

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14155440/1