Bijlage V Adviesrapport jaarstukken 2024 en begroting 2026 MGR
Tekst van het document
Gemeente Nijmegen coördinatie Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen Kas Baltussen Ben Kersten Marc van Rooij April 2025
Adviesrapport Jaarstukken 2024 & Begroting 2026 MGR
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
Inhoudsopgave ……..in één oogopslag Inleiding 1. Advies 1.1 Advies bij de jaarstukken 2024 1.2 Advies bij de begroting 2026 2. Kaders 2.1 BRN-normen 2.2 Overige kaders 3. Algemeen 3.1 Ontwikkelingen 3.2 Aanvullende bijdrage Sociale Werkvoorziening (SW) 4. Jaarstukken 2024 4.1 Algemeen 4.2 Controleverklaring accountant 4.3 Fiscaliteiten 4.4 Begroting 2024 en managementrapportages 4.5 Resultaatanalyse 4.6 Balanstoelichting 4.7 Voorstel bestemming resultaat 4.8 Deelnemersbijdragen 5. Gewijzigde begroting 2025 5.1 Algemene toelichting gewijzigde begroting 2025 6. Begroting 2026 6.1 Algemeen 6.2 BRN-normen, BBV-normen en overige kaders 6.3 Begrotingswijzigingen 6.4 Begrotingsanalyse 6.5 Deelnemersbijdragen 2026 6.6 Meerjarenbegroting 7. Weerstandsvermogen 7.1 Algemene reserve 7.2 Bestemmingsreserves 7.3 Risico’s
2 3 4 4 4 5 5 8 10 10 12 13 13 13 13 14 14 15 16 16 17 17 19 19 19 20 20 21 21 22 22 22 22
1
……..in één oogopslag VERMOGENSPOSITIE De MGR heeft geen weerstandsvermogen. De MGR hanteert vanaf 2024 een bestemmingsreserve. Door de MGR wordt voorgesteld om het resultaat van € 242.000 op het werkbudget (participatiebudget) toe te voegen aan deze bestemmingsreserve. Op de overige onderdelen vindt afrekening plaats met de deelnemende gemeenten. Risicoprofiel MGR € 4,4 miljoen. Risicobuffer bij de deelnemende gemeenten.
JAARSTUKKEN 2024 Accountant heeft een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven. Rekeningresultaat: € 2,8 miljoen voordelig Resultaatbestemming: er vindt een afrekening plaats met de deelnemende gemeenten. Per saldo wordt er € 2,5 miljoen terugbetaald aan de gemeenten. Voorstel MGR om € 242.000 toe te voegen aan de bestemmingsreserve.
BEGROTING 2026 - De meerjarenbegroting van de MGR is sluitend. Het begrotingstotaal 2026 bedraagt € 107,8 miljoen. - Begroting conform BBV-regels. - Begroting voldoet aan de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN).
ADVIES - in te stemmen met de jaarstukken 2024 en het resultaatbestemmingsvoorstel (afrekening met de deelnemende gemeenten) - in te stemmen met de dotatie van € 242.000 aan de bestemmingsreserve ‘risico’s participatiebudget’ - in te stemmen met de bijgestelde begroting 2025 - in te stemmen met de begroting 2026 - de meerjarenraming 2027 -2029 voor kennisgeving aan te nemen
DEELNEMERSBIJDRAGEN (bedragen in € * 1.000) Gemeente
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Berg en Dal
7.382
7.875
7.924
Beuningen
5.477
6.310
6.383
Druten
3.841
4.513
4.396
Heumen
2.778
3.231
3.340
672
834
864
Nijmegen
58.430
59.906
60.971
Wijchen
8.037
9.106
9.263
West Maas en Waal
1.027
1.144
1.177
65
71
73
Mook en Middelaar
Werkorg. Druten-Wijchen ODRN
1.121
1.066
1.103
Totaal
88.832
94.055
95.494
2
Inleiding Dit adviesrapport bevat de uitkomsten van de beoordeling van de jaarstukken 2024 en de begroting 2026 van de MGR Rijk van Nijmegen (hierna MGR). Hierbij hebben wij een advies geformuleerd voor de zienswijze die de MGR vraagt aan de deelnemende gemeenten bij de begroting 2026, en een advies bij de vaststelling van de jaarstukken 2024 en resultaatbestemming 2024. Vragen over de jaarstukken 2024 en begroting 2026 zijn schriftelijk teruggekoppeld. De vragen zijn schriftelijk beantwoord door de heer drs. Peters RA, concerncontroller van de MGR.
Tijdschema zienswijze De MGR heeft de definitieve jaarstukken 2024 en de begroting 2026 op 4 april 2025 aan de deelnemende gemeenten aangeboden. Volgens de BRN-planning geven wij een advies aan de deelnemende gemeenten op 25 april 2025 en zullen gemeenten uiterlijk 15 juni 2025 hun zienswijze indienen. De vaststelling van deze begroting en jaarstukken door het AB is gepland op 9 juli 2025.
Werkwijze Adviesfunctie Voor de beoordeling van de jaarstukken en de begroting hebben de gemeenten in de Regio Nijmegen de Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen opgericht (hierna: Adviesfunctie). Als Adviesfunctie beoordelen wij de jaarstukken en de begroting en brengen hierover advies uit aan de regiogemeenten. Bijzonderheid bij de MGR is dat niet alle regiogemeenten deelnemen aan alle modules van het WerkBedrijf of de modules van de IRVN: - Gemeente Mook en Middelaar neemt geen deel aan het onderdeel sociale werkvoorziening. - Gemeente Nijmegen neemt als enige gemeente deel in de module applicatiebeheer. - Gemeente West Maas en Waal neemt enkel diensten af op het gebied van de sociale werkvoorziening. Vertrekpunt bij de beoordeling zijn de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN), die de gemeenten in de Regio Nijmegen vastgesteld hebben. Hieraan toetsen wij. De index op de gemeentelijke bijdragen voor 2026 is 2,85%. Voor een uitgebreide toelichting op de indexeringssystematiek verwijzen wij naar de BRN 2026. Wij hebben de bijzonderheden die gelden voor de MGR verder in dit rapport toegelicht. Onze beoordeling van de jaarstukken richt zich op de financiële verantwoording en het voorstel over de bestemming van het resultaat.
Op basis van de accountantscontrole gaan wij uit van de juistheid van de jaarrekeningcijfers en richten wij ons op een beoordeling van deze cijfers. Daarbij nemen wij de bevindingen in het accountantsverslag mee. Daarmee valt een inhoudelijke beoordeling van geleverde prestaties buiten de scope van onze werkzaamheden. Onze beoordeling van de begroting richt zich allereerst op het realiteitsgehalte van de raming en de toepassing van de BRN-normen en richt zich vooral op het jaar 2026. De meerjarenraming gebruiken wij met name als basis voor de beoordeling van de vermogenspositie. Een inhoudelijke beoordeling van beleidsvoornemens valt buiten de scope van onze werkzaamheden. Zowel bij de jaarstukken als de begroting nemen wij de risico’s en de risicobeheersing in ogenschouw en beoordelen wij de vermogenspositie, met name het verloop van de algemene reserve.
3
1. Advies 1.1
Advies bij de jaarstukken 2024
Wij adviseren de deelnemende gemeenten van de MGR om: In te stemmen met de jaarstukken 2024 en het resultaatbestemmingsvoorstel van € 2,5 miljoen te verrekenen met de deelnemende gemeenten. In te stemmen met het voorstel van de MGR om het resultaat op het werkbudget (participatiebudget) toe te voegen aan de nieuw gevormde bestemmingsreserve (risico’s participatiebudget). Het te doteren bedrag bedraagt € 242.000.
1.2
Advies bij de begroting 2026
Wij adviseren de deelnemende gemeenten van de MGR om: In te stemmen met de bijgestelde begroting 2025. In te stemmen met de begroting 2026. De meerjarenbegroting 2027-2029 voor kennisgeving aan te nemen. Het bedrag aan risico’s van totaal € 4,4 miljoen voor iedere afzonderlijke gemeente –naar rato op basis van de verdeelsleutel inwoneraantal- op te nemen in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
4
2. Kaders 2.1
BRN-normen
Het indexeringspercentage (BRN-norm) voor 2026 is 2,71%. Voor de MGR geldt echter dat zij voor de BRN 2025 in eerste instantie een BRN indexcijfer gehanteerd hebben voor hun begroting 2025 van 6,4% en het uiteindelijke definitieve, vastgestelde BRN index percentage later 6,54% is geworden. Zij volgen de systematiek van de BRN berekening en corrigeren dit verschil van 0,14% nu op het BRN indexcijfer 2026 zodat zij nu per saldo uitkomen op 2,85% in plaats van 2,71%. Dit percentage is voor de MGR opgenomen in de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen 2026. De MGR heeft bij het opstellen van de begroting 2026 deze indexeringsafspraken gehanteerd. Onderstaande passages zijn overgenomen uit de begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN) 2026. Onderdeel Werk Voor dit onderdeel worden de ‘begeleidingsmiddelen beschut werk’ én het ‘werkbudget’ ingezet. Deze middelen worden opgehaald bij de deelnemende gemeenten. Voor het jaar 2024 wordt voor het werkbudget het laatst bekende, geïndexeerde, participatiebudget gehanteerd. Sinds 2023 is dit budget echter niet meer herkenbaar in de uitkering van het gemeentefonds. Vanaf 2025 gebruiken we voor dit onderdeel de objectieve rekentool die door Berenschot is ontwikkeld, om de hoogte van het werkbudget te bepalen. Dit is conform de financiële paragraaf in door de deelnemende gemeenten vastgestelde beleidskader arbeidsmarkt en re-integratie.
Periodiek zal, op basis van de rijkcirculaires, de hoogte en de afdracht van het werkbudget aan het WerkBedrijf herijkt worden. De begeleidingsmiddelen beschut werk blijven onderdeel uitmaken van de integratie-uitkering Participatie (zie bedragen ‘begeleiding beschut werk’ bij onderdeel WSW). Vanaf 2025 is er een taakstellende korting van 1,2 miljoen euro op het werkbudget afgesproken. De verdeling van deze korting op het werkbudget naar de deelnemende gemeenten is gebaseerd op de procentuele verdeling van het af te dragen werkbudget van de deelnemende gemeenten in 2025. Deze procentuele verdeling wordt bevroren op de stand van 2025 en zal derhalve ook de jaren daarna gelden. Gemeente Berg en Dal
Werkbudget (P-budget) 2026 €
1.862.469
Beuningen
€
1.057.683
Druten
€
922.901
Heumen
€
681.862
Nijmegen
€
15.510.273
Mook en Middelaar
€
226.529
Wijchen
€
1.951.297
Totaal
€
22.213.014
Gemeente
Taakstellende korting op werkbudget 2026
Berg en Dal
€
100.292
Beuningen
€
56.709
Druten
€
49.116
Heumen
€
36.574
Nijmegen
€
840.466
Mook en Middelaar
€
12.216
Wijchen
€
104.626
5
Totaal Gemeente Berg en Dal Beuningen Druten Heumen Nijmegen Mook en Middelaar Wijchen Totaal
€ 1.200.000 Werkbudget (P-budget) 2026 ná korting € 1.762.177 € 1.000.974 € 873.785 € 645.288 € 14.669.807 € 214.313 € 1.846.671 € 21.013.014
Onderdeel SW Ten aanzien van de financiering van SW-activiteiten wordt aan de gemeenten door de MGR het aantal werkelijke SE per gemeente tegen een kostendekkend tarief in rekening gebracht. Bij dit kostendekkend tarief wordt rekening gehouden met werkelijke salarisstijgingen (cao SW en voor ambtelijk personeel Caoambtenaren), werkelijke uitstroom pensioengerechtigden per gemeente en een aanname overige uitstroom SW en verder de te generen opbrengsten naar reële verwachtingen. Als kader wordt hierbij gesteld dat: De kostprijs SW zich per SE zal ontwikkelen binnen de bandbreedte van de BRN-norm. -
De toegevoegde waarde per fte zal zich tevens ontwikkelen binnen de bandbreedte van de BRN-norm.
De door gemeente ontvangen WSW-subsidie, onderdeel van het participatiebudget, blijft als dekking bij de gemeenten. Het optredende tekort voor gemeenten (verschil kostprijs maal SE minus WSW-budget) wordt inzichtelijk gemaakt in de begroting van de MGR, zodat gemeenten hun eigen raming hierop aan kunnen passen. Hierbij kan uitgegaan worden van de WSW bijdragen volgens de bijlage septembercirculaire 2024. Voor de bedragen voor de oplading voor de begroting 2026 gaan we uit van de volgende opstelling. Gemeente Berg en Dal Beuningen Druten Heumen Nijmegen Mook en Middelaar West Maas en Waal Wijchen Totaal
Begeleiding Beschut 2026 WSW 2026 Totaal € 269.144 € 3.291.293 € 3.560.437 € 188.111 € 2.688.803 € 2.876.914 € 127.337 € 1.840.072 € 1.967.409 € 101.291 € 1.166.947 € 1.268.237 € 2.543.845 € 20.595.067 € 23.138.912 € 49.198 € 49.198 € 1.117.435 € 1.117.435 € 335.706 € 3.733.644 € 4.069.350 € 3.614.632 € 34.433.261 € 38.047.892
Loonkostensubsidie Voor de loonkostensubsidie wordt uitgegaan van de laatst bekende bedragen voor het jaar 2025 (bron: voorlopig Buig budget 2025). Deze bedragen worden ook voor het jaar 2026 opgenomen . Gemeente Berg en Dal Beuningen Druten Heumen Nijmegen Mook en Middelaar Wijchen Totaal
Loonkostensubsidie € 757.246 € 580.175 € 550.692 € 382.123 € 5.345.599 € 104.608 € 935.022 € 8.655.465
Onderdeel IRVN en bestuursondersteuning Voor IRVN en bestuursondersteuning geldt eveneens de BRN-norm 2026.
6
7
Vastgoed Voor de panden in eigendom van de MGR (de panden van voorheen Breed) wordt een afzonderlijke exploitatie opgesteld. Overhead De norm voor overhead overeenkomstig de BBV-voorschriften is bepaald op maximaal 25%.
2.2
Overige kaders
De volgende (wettelijke) regelingen en kaders zijn van kracht: BBV richtlijnen (Besluit Begroten en Verantwoording) Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) Wet Open Overheid (Woo) Diverse notities die waarborgen dat de MGR binnen de wettelijke en financiële kaders handelt. Deze notities zijn benoemt in de jaarstukken en begroting van de MGR. Enkele voorbeelden zijn: Treasurystatuut, Financiële verordening en Re-integratieverordening. Taakvelden Vanaf 2017 is in de BBV vastgesteld dat provincies en gemeenten moeten rapporteren op taakvelden. In de jaarstukken en de begroting rapporteert de MGR op de taakvelden: inkomensregelingen, WSW en beschut werk, arbeidsparticipatie en overhead. De MGR heeft hierop op een goede manier inzicht gegeven. Kader weerstandsvermogen GR-en Het tot nu geldende kader weerstandsvermogen van de gemeenschappelijke regelingen dateert van 2014. Het kader is destijds in goede samenwerking tussen de AGR en de GR-en opgesteld en vervolgens vastgesteld in het regio PFO-Financiën en vastgelegd in de BRN 2016. Onder meer de bepaling van de verschillende soorten risico’s en wie verantwoordelijk voor deze risico’s dient te zijn en hiervoor het bijbehorende WVM voor moet hebben, maakt onderdeel uit van dit kader.
In dit kader van 2014 is, onder meer, bepaald dat voor politiek/bestuurlijke risico’s (strategisch) de deelnemende gemeenten aan zet zijn en dat voor bedrijfsvoeringsrisico’s een reserve bij de GR aanwezig hoort te zijn. Afgelopen jaar, in 2024, is, door de AGR, een uitgebreide inventarisatie gemaakt of het bestaande kader actualisatie behoefte. Dit is in overleg met/met medeweten van de controllers van de 5 GR-en gedaan. Met een afvaardiging van de GR-en zijn hiervoor in eerste instantie tijdens een workshop in maart 2024 de eerste verkenningen gedaan; onder andere naar de bepaling van risico’s en de benodigde weerstandscapaciteit. Tijdens het adviestraject t.a.v. de jaarrekening 2023 en de begroting 2025 is hieraan door de AGR in dit verband reeds de nodigde aandacht besteed aan: 1. De door de GR opgenomen risico’s; en 2. Het vorm en hoogte van de door de GR aangehouden weerstandsvermogen. Uitkomt van de inventarisatie en het onderzoek door de AGR naar het geldende kader is dat het kader geen inhoudelijke actualisatie behoeft en dat het huidige kader gehandhaafd kan worden. Het onderwerp is ook toegelicht door de AGR tijdens het regio PFO-Financiën van 28 november 2024 en besproken door de wethouders financiën.
8
De wethouders Financiën hebben in het PFO van 28 november 2024 besloten dat het huidige kader WVM inhoudelijk goed werkt en gehandhaafd kan worden. Zo is de afspraak over de verdeling met betrekking tot de soorten risico’s met bijbehorend benodigd WVM opnieuw bekrachtigd. Het kader is hiermee als geheel opnieuw bekrachtigd en opnieuw (met juiste datum) op schrift gesteld worden en zal vervolgens vastgelegd worden in de BRN 2027. Uitkomsten van het onderzoek en besluit in het PFO zijn op 15 januari 2025 gedeeld met de controllers van de GR-en.
9
3. Algemeen In de jaarstukken en de begroting besteedt de MGR aandacht aan inhoudelijke resultaten en ontwikkelingen. Hierbij ligt de nadruk op de module WerkBedrijf als meest beleidsrijke module. Nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen Per 1 juli is de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen van kracht en is de implementatie hiervan afgerond. In dit proces is de wens van de zeven gemeenteraden naar voren gekomen om te gaan werken met een regionale raadsadviescommissie MGR. De verwachting is dat het algemeen bestuur in juli 2025 de nieuwe raadscommissie zal instellen. Voorafgaand daaraan zal aan de gemeenteraden gevraagd worden om hierop hun zienswijze te geven. Implementatie nieuw informatieprotocol Eind 2024 heeft het algemeen bestuur het nieuwe informatieprotocol vastgesteld. In dit protocol is vastgelegd op welke moment en op welke wijze de MGR de deelnemende gemeenten informeert over de inhoudelijke en financiële voortgang.
3.1
Ontwikkelingen
Een aantal ontwikkelingen module WerkBedrijf • Nieuwe manier van budgetbepaling Vanaf 2025 wordt bij het onderdeel Werk niet meer gewerkt met het participatiebudget. Dit budget is namelijk niet meer te herleiden uit het Gemeentefonds. Conform de financiële paragraaf van het beleidskader arbeidsmarkt en re-integratie wordt het werkbudget (voorheen participatiebudget) inmiddels bepaald met de objectieve tool van Berenschot. •
Bestemmingsreserve risicoreserve participatie
Vanwege de volatiliteit van het werkbudget, heeft het algemeen bestuur in het najaar van 2024 ingestemd tot de vorming van een bestemmingsreserve ‘risico’s participatiebudget. Deze bestemmingsreserve is bedoeld om deze volatiliteit op te vangen. De bestemmingsreserve is gemaximeerd op 10% van het regionale participatiebudget. De bestemmingsreserve heeft in eerste instantie de duur van drie jaar. In 2027 wordt bezien of de bestemmingsreserve noodzakelijk blijft. • Verkennen mogelijkheden tot besparingen Vanaf 2026 krijgen gemeenten te maken met een korting op het gemeentefonds. Gemeenten hebben de MGR in hun zienswijzen op de kaderbrief 2026 opgeroepen om mogelijkheden tot besparingen te verkennen. In de eerste twee kwartalen van 2025 verkent de MGR, in afstemming met de deelnemende gemeenten, welke besparingen mogelijk zijn, wat hiervan de consequenties zijn en wat uiteindelijk wenselijk is. Vooruitlopend daarop is in de ontwerpbegroting een taakstellende bezuiniging van 3% opgenomen. De invulling wordt samen met de gemeenten uitgewerkt. Hierbij is belangrijk te benoemen dat binnen de module WerkBedrijf de komende jaren reeds drie kortingen opgevangen moeten worden: De korting van 1,2 miljoen euro op het werkbudget. Een korting op het werkbudget door de koppeling die bestaat met het Gemeentefonds. Het werkbudget herleid het cluster participatie uit het gemeentefonds.
Dit gebeurt op basis van de maatstaven die de Rijksoverheid ook gebruikt. Als er generiek op het gemeentefonds gekort wordt, werkt dit door in het werkbudget. Een korting op de begeleidingsbudgetten beschut werk. Vanaf 2026 gaat de Rijksoverheid de budgetten beschut werk, waarschijnlijk, toekennen op basis van het aantal gerealiseerd werkplekken.
10
-
Momenteel worden de budgetten toegekend op basis van doelstellingen. Omdat de realisatie in de regio achter ligt op de doelstelling, verwacht de MGR hierdoor tenminste 1,8 miljoen euro minder budget.
• Extra middelen toekomstbestendigheid maken van werkontwikkelbedrijven De Rijksoverheid wil een impuls geven aan de infrastructuur van werkontwikkelbedrijven. Het doel is om een toekomstbestendige infrastructuur te creëren voor kwetsbare werkenden en werkzoekenden. Hiervoor heeft het Rijk verschillende budgetten beschikbaar gesteld. Het gaat om de volgende drie stromen: Een eenmalig impulsbudget, deze is toegevoegd aan de integratie uitkering SW en verstrekt voor een specifiek doel, uitgekeerd aan de gemeenten met de meicirculaire van 2024 (1,2 miljoen euro voor onze regio); Een a-structureel Rijksbudget voor 10 jaar; Een structureel Rijksbudget. Het Rijk geeft behoorlijk veel ruimte aan de regio’s om invulling te geven aan de budgetten. De redenatie is dat iedere regio specifieke uitdagingen heeft. • Hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur De gezamenlijke publieke en private dienstverlening voor werk en scholing moet beter vindbaar en toegankelijker worden in Nederland. Bij de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur gaat het om de samenwerking tussen verschillende, private en publieke arbeidsmarktpartners om regionale knelpunten op de arbeidsmarkt te verhelpen.
De wijze waarop in deze arbeidsmarktregio vorm wordt gegeven aan de hervorming en de wijze waarop we een Werkcentrum gaan organiseren om te zorgen dat werkzoekenden, werkenden en werkgevers eenvoudiger de weg weten te vinden in het arbeidsmarktlandschap, zal naar verwachting medio 2025 duidelijk(er) worden. De hervorming moet in de loop van 2026 daadwerkelijk ingevoerd zijn. In de tussentijd is in onze regio ervoor gekozen om aanvullende dienstverlening via Mobiliteitsteam en Leerwerkloket zoveel als mogelijk voort te zetten. Dit realiseert de MGR gezamenlijk met UWV door inzet van de zogenoemde SUWI-middelen. Een aantal ontwikkelingen module IRvN
IRVN richt zich op enkele belangrijke trends:
•
Cloudcomputing en hybride werken:
Organisaties moeten hybride kunnen werken, met regionale infrastructuur in de Cloud voor meer continuïteit en minder kwetsbaarheid.
•
Software as a Service (SaaS):
IRVN maakt het mogelijk om het werken met software as a service op basis van regionale en landelijke architectuurprincipes mogelijk te maken (minder kwetsbaarheid, meer continuïteit, meer wendbaarheid).
•
Informatiebeveiliging:
Doel om volwassenheidsniveau 3 in 2026 te bereiken, met aandacht voor nieuwe cyberrisico’s en schaarste aan cybersecurity-personeel.
•
Technologische ontwikkelingen en ethiek:
IRVN reageert op nieuwe technologieën door kennisvergaring en advisering, met aandacht voor ethische vraagstukken rondom dataveiligheid en duurzaamheid.
•
Contractmanagement en kostenbeheersing:
Beheer van kosten in een monopolistische leveranciersmarkt, met aandacht voor het Microsoft 365-contract, beperkte leveranciersmarkt en arbeidskosten.
11
3.2
Aanvullende bijdrage Sociale Werkvoorziening (SW)
Sinds 2015 is het niet meer mogelijk om in te stromen in de sociale werkvoorziening. Doordat er geen mensen meer in de SW stromen, nemen de begrote lasten van de sociale werkvoorziening (SW) af van € 45,2 miljoen in 2025 naar € 35,3 miljoen in 2029. Deze daling van de begrote lasten heeft te maken met de voorziene afname van het aantal SW-medewerkers. Gemeenten ontvangen via de integratie-uitkering Participatie een Rijksuitkering voor de bekostiging van de SW. Deze Rijksmiddelen dragen de gemeenten af aan de MGR voor de bekostiging van de SW. De verwachting is dat de Rijksmiddelen van de deelnemende gemeenten voor de jaren 2025 en verder toereikend zullen zijn om de kosten van de SW te dekken. Opgemerkt dient te worden dat het Rijk de Rijksbijdragen SW met de meicirculaire nog indexeert voor de lpo (loon- en prijsontwikkeling). De deelnemende gemeenten dienen -vanuit hun gemeentelijke begroting- aanvullende middelen aan de MGR af te dragen, indien de Rijksbijdrage in enig jaar ontoereikend is. De Rijksbijdrage die de MGR heeft opgenomen in de begroting is gebaseerd op de septembercirculaire 2024. Tabel: Aanvullende bijdrage van gemeenten in de SW in de periode 2025 tot en met 2029 Bedragen € * 1.000
Jaar
Begroting 2026
Rijksbijdrage
Aanvullende
Aanvullende
SW bijdrage
SW bijdrage
begroting
begroting
2026
2025
Mutatie tov begroting 2025
2025
37.042
36.037
1.005
4.105
-3.100
2026
36.271
34.433
1.838
2.695
-857
2027
33.548
32.587
961
1.490
-529
2028
30.623
30.436
187
1.012
-825
2029
28.360
28.542
-182
n.b.
De aanvullende bijdragen van de deelnemende gemeenten in de begroting 2026 zijn afgenomen ten opzichte van de aanvullende bijdragen opgenomen in de begroting 2025. We adviseren de deelnemende gemeenten om in hun eigen begroting rekening te houden met de aanvullende SW-bijdrage. De gemeentelijke aanvullende bijdragen zijn –per gemeente- opgenomen in de begroting 2026 in bijlage 3 (pagina 92). Opgemerkt dient te worden dat het Rijk de Rijksbijdragen SW met de meicirculaire nog indexeert voor de lpo (loon- en prijsontwikkeling). Hierdoor zal de aanvullende bijdrage die in de tabel is genoemd lager gaan uitvallen.
12
4. Jaarstukken 2024 4.1
Algemeen
In 2024 heeft de MGR in totaal € 103,8 miljoen uitgegeven aan de uitvoering van haar taken. Het grootste deel van de uitgaven heeft betrekking op de module WerkBedrijf (€ 84,5 miljoen). Ten opzichte van de begroting is er een a-structureel voordeel behaald van € 2,8 miljoen (vóór dotatie aan bestemmingsreserve én afrekening deelnemende gemeenten/organisaties). Enkele van de in de begroting 2024 opgenomen doelstellingen op het gebied van uitstroom en plaatsingen zijn niet gerealiseerd. Er is ten opzichte van 2023 echter wel een stijgende lijn te zien. Financieel zijn er geen bijzonderheden ten aanzien van de MGR. De activiteiten zijn binnen de begrote budgetten uitgevoerd. De sociale werkvoorziening is in 2024 -net als in 2023- uitgevoerd binnen de door het Rijk beschikbaar gestelde bijdrage voor de SW. Daarmee is er geen aanvullende bijdrage SW vanuit gemeenten nodig geweest. De MGR beschikt over een nieuwe bestemmingsreserve (risico’s participatiebudget). De MGR stelt voor om het resultaat op het werkbudget (participatiebudget) toe te voegen aan deze bestemmingsreserve. Het doel van deze reserve is om de verwachte schommelingen binnen het participatiebudget te kunnen opvangen. Het gaat om een bedrag van € 242.000. Er is wel een rechtmatigheidsfout in de aanbestedingen geconstateerd ter grootte van € 102.000 bij module iRvN.
De gemeente Nijmegen is beheerder van het betreffende contract. Omdat het door de iRvN betaald wordt dit -ondanks het feit dat de gemeente Nijmegen de beheerder van het contract is- als onrechtmatig bij de MGR aangemerkt (aanbestedingsplichtige opdracht). Het gerealiseerde overheadpercentage bedraagt 23% en valt derhalve binnen de afgesproken norm van 25%.
4.2
Controleverklaring accountant
De jaarstukken zijn door de accountant Flynth Audit B.V. gecontroleerd. De accountant heeft op 2 april 2025 een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven voor de getrouwheid. In bijlage 12 is de controleverklaring van de accountant opgenomen. De verantwoording over de rechtmatigheid is een verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur. In de jaarstukken is de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur opgenomen (bijlage 10).
4.3
Fiscaliteiten
Ten aanzien van de vennootschapsbelasting, de loonheffing en de omzetbelasting zijn momenteel geen risico’s bekend. Naleving van de fiscale regels wordt geborgd door instructies en toetsing achteraf bij de BTW aangiften en bij de uitvoering van interne controles. De MGR laat zich bij fiscale vraagstukken bijstaan door externe deskundigen. De belastingdienst heeft in 2017 geconcludeerd dat de MGR onder voorwaarden niet vennootschapsbelastingplichtig is. Afspraken hierover met de belastingdienst zijn door de MGR toegepast. Omdat de module Werkbedrijf overheidstaken uitvoert valt het onderdeel Werk onder de BTWkoepelvrijstelling. Het voordeel hiervan is dat het Werkbedrijf over de ontvangen gemeentelijke bijdragen geen BTW hoeft af te dragen. Het nadeel is echter dat het Werkbedrijf de BTW aan de inkoopkant niet zelf kan terugvragen. Deze BTW schuift de MGR door naar de gemeenten die deze BTW wel kunnen terugvragen. Door hiervoor facturen te sturen naar de gemeenten krijgt de MGR de BTW alsnog terug, terwijl het de gemeente per saldo niets kost.
13
4.4
Begroting 2024 en managementrapportages
De vergelijkende cijfers in de jaarstukken zijn conform de ontwerpbegroting 2025-2028 die in juli 2024 is vastgesteld door het bestuur. Nadien heeft het dagelijks bestuur goedkeuring gegeven aan een aantal (technische) begrotingswijzigingen waarbij de baten en lasten zijn verlaagd met € 341.000 (van € 106,8 naar € 106,5 miljoen). De begrotingswijzigingen worden nader toegelicht in bijlage 6. In de halfjaarrapportage 2024 heeft de MGR de verwachting uitgesproken dat er een voordeel zou ontstaan dat zou liggen tussen 0,1 en 0,8 miljoen euro (ten opzichte van de door het AB vastgestelde begroting in juli 2024). Kort na de publicatie van de tussenrapportage heeft de controller van de MGR gemeld dat er een ramingsfout op de LKS zat. Hierdoor is het verwachte resultaat uit de halfjaarrapportage gecorrigeerd en zou het tussen de 1,2 en 2,4 miljoen euro voordelig komen te liggen. Het uiteindelijke resultaat is in 2024 uitgekomen op 2,8 miljoen euro (vóór dotatie aan bestemmingsreserve en vóór afrekening). De oorzaken van het ontstaan van dit voordeel worden uitvoering toegelicht in de jaarstukken.
4.5
Resultaatanalyse
In onderstaande tabel wordt inzichtelijk gemaakt welk resultaat is behaald per module en wat de afrekening per deelnemende gemeente/organisatie is. Het betreft hier het resultaat ná voorstel tot dotatie aan de bestemmingsreserve ‘risico’s participatiebudget’ van € 242.000. Bedragen in € 1.000
iRvN
BO
SW
Gemeente Berg en Dal
5
0
Gemeente Beuningen
5
Gemeente Druten
3
Gemeente Heumen
Werk
Vastgoed
Afrekening
263
222
6
496
0
28
262
4
299
0
152
-32
3
126
3
0
7
-25
2
-14
Gemeente Mook en Middelaar
1
0
0
43
Gemeente Nijmegen
93
0
766
297
32
1.189
Gemeente Wijchen
7
0
83
105
6
200
Gemeente West Maas en Waal
0
0
103
0
103
WBRN
53
0
0
0
53
ODRN
4
0
0
0
4
Totaal
174
0
1.402
873
44
52
2.501
Het resultaat MGR op de begrote gemeentelijke onderdelen bedraagt 2,5 miljoen euro (positief). Dit resultaat wordt afgerekend met de deelnemende gemeenten/organisaties (+ is terug te ontvangen van de MGR. – is te betalen aan de MGR). Zowel op de module WerkBedrijf als op de module iRvN is in 2024 een voordelig resultaat behaald. De resultaten op de modules worden hieronder toegelicht. Module WerkBedrijf Op het onderdeel Werk (participatie, LKS en arbeidsmatige dagbesteding) is een voordelig resultaat behaald van € 873.000. Onderdeel Werk bestaat uit: Participatie: € 37.000 nadeel (na dotatie aan bestemmingsreserve) Arbeidsmatige dagbesteding (OWNW): € 380.000 voordeel Loonkostensubsidie (LKS): € 530.000 voordeel
14
Het nadelige resultaat van € 37.000 op Participatie is ontstaan door het oplossen van een specifiek probleem bij de gemeente Nijmegen in het kader van de oud ID en WIW banen. Omdat dit specifiek de gemeente Nijmegen betreft wordt in de afrekening dit onderdeel ook specifiek met de gemeente Nijmegen afgewikkeld. Blijft regio breed een voordeel over van € 242.000. Door de MGR wordt voorgesteld om dit voordeel toe te voegen aan de bestemmingsreserve risico’s participatiebudget. Het voordelige resultaat op de arbeidsmatige dagbesteding (Op Weg naar Werk) bedraagt € 380.000. Het aantal gerealiseerde dagdelen per kandidaat is lager uitgevallen dan begroot. Het voordelige resultaat van € 530.000 op de loonkostensubsidies komt voornamelijk doordat het aantal detacheringsbanen minder snel is gegroeid dan verwacht. Op het onderdeel Sociale Werkvoorziening is een voordelig resultaat behaald van 1,4 miljoen euro. Dit voordeel is met name ontstaan door minder uitgaven aan loonkosten sociale werkvoorziening. Enerzijds doordat de aangekondigde extra loonstijging van het minimum loon niet is doorgegaan en anderzijds door een snellere daling van het aantal verloonde fte’s. Module iRvN Onderdeel Automatisering, voordelig resultaat van € 71.000. Dit bedrag wordt afgerekend met de deelnemende partijen. Onderdeel Applicatiebeheer, voordelig resultaat van € 104.000.
Dit bedrag wordt afgerekend met de deelnemende partijen. Op beide onderdelen zijn de voordelen met name ontstaan door een eenmalig voordeel op de overhead. Het investeringsbudget (onderdeel automatisering) is overschreden met € 31.000. IRvN geeft een fractie meer uit op mobile telefonie en centrale computercapaciteit.
4.6
Balanstoelichting
Naast de gerealiseerde kosten en opbrengsten van de jaarrekening 2024 geeft de balans per 31 december 2024 de bezittingen en schulden van de MGR weer. In de balans vallen de volgende punten op:
Vaste activa In 2024 heeft de MGR 6,5 miljoen euro geïnvesteerd in materiële vaste activa. De investeringen in 2024 van 6,5 miljoen euro betreft voor 2,5 miljoen euro ICT-gerelateerde aankopen, zoals laptops, telefoons, virtuele werkplekken en beveiligingsvoorzieningen. Voor 4,0 miljoen euro betreft het met name investeringen in de Boekweitweg. Op blz. 73 van de jaarrekening is een investeringsoverzicht opgenomen.
Vaste passiva De MGR zal de vorming van eigen vermogen beperkt houden, aangezien alle resultaten op de onderdelen verrekend worden met de deelnemende gemeenten. In 2024 is een bestemmingsreserve risico’s participatiebudget ingesteld. Het doel van deze bestemmingsreserve is om de verwachte schommelingen binnen het participatiebudget te kunnen opvangen. Voorgesteld wordt om -van het gerealiseerde resultaat op het onderdeel participatiebudget- € 242.000 toe te voegen aan deze bestemmingsreserve. De bestemmingsreserve risico’s participatiebudget is gemaximeerd op 10% van het regionale participatiebudget. De bestemmingsreserve heeft in eerste instantie de duur van drie jaar. In 2027 wordt bezien of de bestemmingsreserve noodzakelijk blijft. De MGR heeft een voorziening voor de strategische personeelsplanning (SPP). De voorziening SPP is in 2024 toegenomen van € 1.220.000 (eind 2023) naar € 1.357.000 (eind 2024). Hiervan is € 1.257.000 bestemd voor
15
het WerkBedrijf en € 100.000 voor de iRvN. Naast de voorziening SPP heeft de MGR voorzieningen voor spaaren bovenwettelijk verlof. Deze voorzieningen voor verlof bedragen per saldo € 1.093.000 eind 2024. In hoofdstuk 7 van dit adviesrapport wordt verder ingegaan op het weerstandsvermogen van de MGR.
4.7
Voorstel bestemming resultaat
Het jaar 2024 is afgesloten met een positief rekeningresultaat van afgerond 2,5 miljoen euro (ná dotatie aan bestemmingsreserve risico’s participatiebudget). Het resultaat voor de module WerkBedrijf bedraagt € 2.327.000 (positief) en het resultaat voor de module IRVN bedraagt € 174.000 (positief). Het voorstel van de MGR is om het resultaat 2024 volledig af te rekenen met de deelnemende gemeenten/ organisaties op de modules WerkBedrijf en IRVN. Er worden geen budgetoverhevelingen naar 2025 voorgesteld.
4.8
Deelnemersbijdragen
De deelnemersbijdrage over het jaar 2024 ziet er als volgt uit:
Bedragen in € 1.000
Bestuurs -
iRvN
ondersteuning
SW
Werk
Deelnemers-
Vastgoed
bijdrage
Gemeente Berg en Dal
1.160
26
3.735
2.451
10
7.382
Gemeente Beuningen
1.241
19
2.841
1.369
7
5.477
Gemeente Druten
629
14
2.044
1.149
6
3.841
Gemeente Heumen
721
12
1.213
829
3
2.778
367
6
0
300
0
672
Gemeente Nijmegen
12.796
131
22.210
23.234
59
58.430
Gemeente Wijchen
1.625
30
4.058
2.313
11
8.037
0
0
1.027
0
0
1.027
1.121
0
0
0
0
1.121
65
0
0
0
0
65
19.726
239
37.129
31.643
95
88.832
Gemeente Mook en Middelaar
Gemeente West Maas en Waal ODRN Werkorg Druten-Wijchen Deelnemersbijdrage
16
5. Gewijzigde begroting 2025 5.1
Algemene toelichting gewijzigde begroting 2025
Bedragen x € 1.000
P2025
B2025
Wijziging
Arbeidsparticipatie
26.533
18.833
-7.700
WSW en beschut werk
49.457
45.852
-3.605
Inkomensregelingen
7.825
8.655
830
Overhead
23.440
33.394
9.954
Totaal Baten
107.256
106.736
-520
Arbeidsparticipatie
20.527
18.483
-2.044
WSW en beschut werk
45.613
45.813
200
Inkomensregelingen
7.825
8.655
830
Overhead
22.168
22.744
576
Totaal Programmalasten
96.133
95.695
-438
Overhead MGR
11.122
11.041
-81
Totaal Lasten
107.256
106.736
-520
De gewijzigde begroting 2025 is met een 0,5 miljoen euro afgenomen, vergeleken met de in juli 2024 vastgestelde begroting 2025 (zie tabel). Dat komt o.a. door de gedaalde personeelskosten (zowel van SWmedewerkers als ambtelijke medewerkers). De personele lasten zijn met de laatst bekende cao-afspraken voor zowel ambtelijk als SW bijgesteld. Voor de begroting 2025 is bij het onderdeel Werk rekening gehouden met de korting van 1,2 miljoen euro. Deze is voor het begrotingsjaar ook ingevuld. Voor 2026 en volgende jaren werkt de MGR samen met de gemeenten scenario’s uit om tot scherpere keuzen te komen voor 2026 en volgende jaren.
Arbeidsparticipatie Vanaf 2025 zijn de budgetten voor het participatiebudget bepaald op basis van de binnen de regio afgesproken nieuwe verdeelsystematiek. Daarnaast is er vanaf 2025 rekening gehouden met de regionale korting van 1,2 miljoen euro. Deze is tevens voor 2025 geëffectueerd omdat de aangekondigde korting beschut werk vanaf 2025 niet is doorgegaan. Deze korting op Nieuw Beschut gaat nu waarschijnlijk vanaf 2026 ingevoerd worden. Meer duidelijkheid hierover volgt in de meicirculaire 2025.
WSW en beschut werk In de primaire begroting waren deze lasten nog begroot bij het product arbeidsparticipatie. In verband met gewijzigde BBV voorschriften zijn deze kosten nu verantwoord onder het product WSW en beschut werk.
Inkomensregelingen De MGR ontvangt gemeentelijke bijdragen voor het uitvoeren van de loonkostensubsidies. Deze subsidies verstrekt de MGR aan externe werkgevers en aan WerkBedrijf zelf. Voor een klein deel, de uitvoering van de detacheringsbanen is de MGR zelf werkgever. De bijdrage aan loonkostensubsidies voor 2025 is gebaseerd op het voorlopig Buigbudget zoals gepubliceerd is september 2024. Dit is een goede indicatie voor de verwachte uitgaven aan loonkostensubsidies in 2025.
Overhead (=ICT en Vastgoed) Wat betreft de overhead valt op dat de begrotingscijfers voor 2025, ten opzichte van de primitieve begroting van de MGR, zijn verhoogd met 0,5 miljoen euro (waarvan circa 0,6 miljoen Overhead en -0,1 miljoen Overhead MGR). Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van plusproducten en een hogere
17
deelnemersbijdrage als gevolg van de ophoging van 2 formatieplaatsen bij module iRvN, onderdeel automatisering. Bij het onderdeel applicatiebeheer van iRvN daalt de begroting echter wat, als gevolg van het begroten van de personele lasten op basis van max-1 (dit betreft het terugdraaien van de begrotingswijziging van de voorgaande begroting).
5.2
Deelnemersbijdrage 2025 na wijziging
Bedragen x € 1.000 Gemeente Beuningen
BestuursSW ondersteuning
iRvN
Vastgoed
Totaal gemeentelijke bijdrage
Werk
1.362
20
2.881
12
2.034
6.309
Gemeente Druten
691
15
2.143
9
1.656
4.514
Gemeente Heumen
791
13
1.193
5
1229
3.231
Gemeente Nijmegen
14.063
140
22.121
96
23.486
59.906
Gemeente Wijchen
1.784
32
3.974
17
3.297
9.104
403
6
1.274
Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Berg en Dal Gemeente West Maas en Waal
-
425
834
27
3.586
16
2.972
7.875
-
-
1.144
-
-
1.144
71
-
-
-
-
71
ODRN
1.067
-
-
-
-
1.067
Deelnemersbijdrage
21.504
254
37.042
157
35.098
94.055
Werkorg. Druten-Wijchen
In het onderdeel Werk zijn de budgetten voor participatie (inclusief korting), nieuw beschut, loonkostensubsidie en arbeidsmatige dagbesteding (OWNW) opgenomen.
18
6. Begroting 2026 6.1
Algemeen
Eind 2024 heeft het bestuur van de MGR een kaderbrief verstuurd aan de deelnemende gemeenten. Hierin zijn de financiële en beleidsmatige uitgangspunten voor deze begroting beschreven. Gemeenten konden hierop een zienswijze indienen. De kaderbrief en ingediende zienswijzen vormen de basis voor deze begroting.
6.2
BRN-normen, BBV-normen en overige kaders
Het indexeringspercentage (BRN-norm) voor 2026 is 2,85%. Dit percentage is voor de MGR opgenomen in de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen 2026. De MGR heeft bij het opstellen van de begroting 2026 deze indexeringsafspraken gehanteerd voor die onderdelen die hierop van toepassing op zijn. De begroting is opgesteld conform de voorschriften van de BBV. De begroting is sluitend. De regionale overhead-norm van 25% wordt niet overschreden.
Brief verbonden partijen in relatie tot gemeentelijke financiën Gemeenten hebben vanaf 2026 te maken met een grote financiële opgave. De MGR heeft najaar 2024 van de portefeuillehouders financiën een oproep ontvangen om te onderzoeken of besparingen mogelijk zijn. Gemeenten hebben in hun zienswijzen op de kaderbrief MGR 2026 deze oproep herhaald. Momenteel werkt het bestuur van de MGR scenario’s uit waarlangs deze besparingen vorm zouden kunnen krijgen. Er is gekozen voor een zorgvuldig proces om deze scenario’s uit te werken en af te stemmen, waarbij besluitvorming tweede helft juni is voorzien. Op die manier kunnen de effecten van de meicirculaire 2025 goed betrokken worden in de besluitvorming. Daarnaast biedt het ruimte voor een zorgvuldige uitwerking (en afstemming) van de scenario’s. Dit is van belang omdat binnen de module WerkBedrijf al verschillende kortingen landen, die inherent zijn aan de financiële uitgangspunten. Vooruitlopend op dit proces stelt het bestuur in de voorliggende ontwerpbegroting een taakstellende bezuiniging voor van 3% op de deelnemersbijdrage. Het gaat om het deel van de begroting dat door de deelnemende gemeenten wordt ingebracht, en bijvoorbeeld niet op de omzet die gegenereerd wordt in de sociale werkvoorziening. Enkele specifieke budgetten worden uitgesloten van de 3% taakstellende bezuiniging.
Deze taakstelling is MGR-breed en moet inhoudelijk de komende maanden nog verder ingevuld worden. Het kan zijn dat bij de meicirculaire 2025 blijkt dat de financiële opgave maakt dat de 3% taakstelling niet realistisch is. De MGR gaat dan met de deelnemende gemeenten in gesprek over alternatieve voorstellen. In de aanbiedingsbrief wordt per module aangegeven waarop de taakstelling van toepassing is en welke budgetten worden uitgesloten van de bezuinigingstaakstelling. Tevens wordt in de aanbiedingsbrief aangegeven wat de specifieke risico’s en kansen zijn van bezuinigingen. Binnen de module WerkBedrijf landen vanaf 2025 en 2026 al drie bezuinigingen, die inherent zijn aan de financiële uitgangspunten. Deze zijn onder andere vastgelegd in het beleidskader arbeidsmarkt en re-integratie. We benoemen ze onderstaand: Een korting van 5% op het werkbudget, vastgezet op 1,2 miljoen euro. Deze is vastgelegd in het beleidskader arbeidsmarkt en re-integratie. Deze is effectief vanaf 2025. Een korting van tenminste 1,8 miljoen euro op de budgetten beschut werk. Vanaf 2026 keert het Rijk, waarschijnlijk, deze budgetten uit op basis van realisatie en niet op basis van doelstelling. Door de koppeling van het werkbudget aan het gemeentefonds, werken kortingen op het gemeentefonds automatisch door in het werkbudget. Dit is met name relevant vanaf 2026.
19
6.3
Begrotingswijzigingen
Bedragen x € 1.000
B2025
B2026
B2027
B2028
B2029
Arbeidsparticipatie
18.833
19.492
18.714
18.288
19.544
WSW en beschut werk
45.852
45.545
45.725
42.760
40.460
Inkomensregelingen
8.655
8.655
8.655
8.655
8.655
Overhead
33.394
34.096
34.071
34.184
34.184
0
-1.348
-1.361
-1.378
-1.412
Totaal Baten
106.736
106.441
105.804
102.511
101.433
Arbeidsparticipatie
18.483
19.266
18.588
18.115
19.371
WSW en beschut werk
45.813
45.469
45.727
42.839
40.612
Inkomensregelingen
8.655
8.655
8.655
8.655
8.655
Overhead
22.744
23.394
23.517
23.642
23.642
Nog in te vullen taakstelling
Nog in te vullen taakstelling
0
-1.348
-1.361
-1.378
-1.412
Totaal Programmalasten
95.695
95.436
95.126
91.873
90.868
Overhead MGR
11.041
11.005
10.677
10.638
10.565
Totaal Lasten
106.736
106.441
105.804
102.511
101.433
De totale baten nemen af van 106,7 miljoen euro in 2025 naar 101,4 miljoen euro in 2029. Hierin is de 3% taakstellende bezuiniging vanaf 2026 verwerkt (inhoudelijke nog in te vullen taakstelling). Deze afname van 5,3 miljoen euro komt vooral door de nog in te vullen taakstelling van 3% vanaf 2026, de afbouw van de sociale werkvoorziening en het vervallen van een aantal tijdelijke middelen dan wel projecten. De budgetten 2025 zijn aangepast naar de meest actuele situatie. De baten zijn niet meer geïndexeerd behoudens Op Weg Naar Werk. De lasten zijn daar aangepast waar dat inhoudelijk noodzakelijk was of omdat de indexering de MGR daartoe dwong. Zoals bijvoorbeeld bij de personele lasten van de SW en ons ambtelijk personeel.
6.4
Begrotingsanalyse
Uit de tabel onder 6.3 begrotingswijzigingen zien we dat de begroting 2026 t.o.v. de bijgestelde begroting 2025 € 0,3 miljoen lager is.
Nog in te vullen taakstelling De daling wordt voornamelijk veroorzaakt door de opgenomen bezuinigingstaakstelling van 3% vanaf 2026. Hierdoor dalen de begrote lasten vanaf 2026 met 1,3 miljoen euro ten opzichte van 2025.
Arbeidsparticipatie De lasten nemen met 0,8 miljoen euro toe. De toename is voornamelijk toe te schrijven aan: - een toename van het instrumentenbudget met 0,8 miljoen euro onder andere door de indexeringen met de BRN-norm; - een afname van het budget ‘oude verplichtingen’ met 0,1 miljoen euro door uitstroom van de vroegere WIWen ID deelnemers; - een toename van 0,8 miljoen euro van het budget nieuw beschut door een toename van het aantal detacheringsbanen (stijging van de salariskosten) en hogere kosten voor werkplekaanpassingen en vergoedingen voor begeleiding van kandidaten die rechtstreeks bij werkgevers zijn geplaatst.
WSW en beschut werk
20
De lasten nemen met 0,3 miljoen euro af. De afname is voornamelijk toe te schrijven aan uitstroom van het aantal SW medewerkers en daarmee een daling van de totale salariskosten van de SW medewerkers.
Inkomensregelingen De lasten blijven meerjarig gelijk.
Overhead (=ICT en Vastgoed) In de meerjarenbegroting nemen de begrote baten in 2026 met € 0,7 miljoen toe ten opzichte van 2025. Deze stijging is voornamelijk te wijten aan het indexeren van de begroting volgens de BRN-norm van 2,85%. Daarnaast zullen de bijdragen jaarlijks stijgen tot en met 2028 vanwege de kostenontwikkelingen bij de iRvN.
6.5
Deelnemersbijdragen 2026
Bedragen x € 1.000 Gemeente Beuningen Gemeente Druten
BestuursSW ondersteuning
iRvN
Vastgoed
Totaal gemeentelijke bijdrage
Werk
1.410
21
2.832
13
2.107
6.383
715
15
1.938
9
1.719
4.396
Gemeente Heumen
818
13
1.229
6
1.274
3.340
Gemeente Nijmegen
14.530
144
21.694
99
24.505
60.972
Gemeente Wijchen
1.847
33
3.933
18
3.432
9.263
417
6
1.318
Gemeente West Maas en Waal Werkorg Druten-Wijchen ODRN Deelnemersbijdrage
Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Berg en Dal
0
441
864
28
3.467
16
3.094
7.923
0
0
1.177
0
0
1.177
73
0
0
0
73
1.103
0
0
0
1.103
22.229
261
161
36.572
95.494
36.271
In het onderdeel Werk zijn de budgetten voor participatie (inclusief korting), nieuw beschut, loonkostensubsidie en arbeidsmatige dagbesteding (OWNW) opgenomen. De Adviesfunctie adviseert – evenals voorgaande jaren- de deelnemende gemeenten om goed rekenschap te nemen van alle financiële ontwikkelingen in de begroting 2026 en bijgestelde begroting 2025 en zorg te dragen voor voldoende financiële dekking in de gemeentelijke begroting. N.b. het financiële effect van de taakstellende bezuiniging van 3% is nog niet verwerkt in bovenstaande tabel.
6.6
Meerjarenbegroting
Bezuinigingen Voor 2026 en volgende jaren werkt de MGR samen met de regio bezuinigingsscenario’s uit om tot scherpe keuzes te komen voor 2026 en volgende jaren. Deze scenario’s worden voor de modules iRvN en Werkbedrijf uitgewerkt. Besluitvorming hierover is in de tweede helft juni 2025 voorzien. De meerjarenbegroting 2027 en verder voor kennisgeving aannemen.
21
7. Weerstandsvermogen 7.1
Algemene reserve
De MGR zal de vorming van eigen vermogen beperkt houden, aangezien alle resultaten op de onderdelen verrekend worden met de deelnemende gemeenten.
7.2
Bestemmingsreserves
In 2024 is de bestemmingsreserve risico’s participatiebudget ingesteld. Het doel van deze reserve is om de verwachte schommelingen binnen het participatiebudget te kunnen opvangen. Voorgesteld wordt om, van het gerealiseerde resultaat op het onderdeel participatiebudget, € 242.000 toe te voegen aan deze bestemmingsreserve. De bestemmingsreserve risico’s participatiebudget is gemaximeerd op 10% van het regionale participatiebudget. De bestemmingsreserve heeft in eerste instantie de duur van drie jaar. In 2027 wordt bezien of de bestemmingsreserve noodzakelijk blijft.
7.3
Risico’s
De MGR houdt zelf geen buffer aan om risico’s op te kunnen vangen. Dit past bij de gedachte dat een gemeenschappelijke regeling een verlengstuk is van de deelnemende gemeenten. Een risico van de MGR is daarmee ook een risico voor de gemeenten. Dit betekent dat de deelnemende gemeenten de risico’s van de MGR naar rato (op basis van verdeelsleutel inwonersaantal) dienen op te nemen in de weerstandsparagraaf van hun begroting en jaarrekening. Het totale risicobedrag 2026 bedraagt € 4,4 miljoen euro. In de risicoparagraaf van de MGR wordt informatie gegeven over de grootste risico’s op het gebied van: Wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s Maatschappelijke risico’s Middelen, organisatie, wedewerkers en efficiency Voor een volledig overzicht van door de MGR benoemde en gekwantificeerde risico’s, verwijzen we naar paragraaf 7 ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van de begroting 2026-2029 (pagina’s 69 t/m 72). Enkele risico’s van de MGR willen we hieronder toelichten: Het aanbieden van beschut werk (nieuw) vanuit de Participatiewet. Het Rijk is voornemens om vanaf 2026 de bekostiging te baseren op basis van realisatie. Deze wijziging door het Rijk heeft voor de MGR financiële consequenties (lagere Rijksuitkering). Uittreden van een gemeente uit de MGR of uit een of meerdere modules heeft tot gevolg dat er frictiekosten ontstaan bij de MGR. Sociale werkvoorziening.
De MGR gaat uit van een kostendekkende deelnemersbijdrage voor de sociale werkvoorziening, waardoor dit risico bij de gemeenten ligt. ICT. Het betreft hier met name het risico van uitval of het hacken van ICT voorzieningen. Uitval kan leiden tot hoge herstelkosten. De Adviesfunctie raadt de deelnemende gemeenten aan om het risicobedrag per deelnemende gemeente op te nemen in hun eigen jaarrekening en begroting. Met deze bedragen dient de deelnemende gemeente rekening te houden voor de bepaling van het gemeentelijke weerstandsvermogen. In bijlage 11 is het op te nemen risicobedrag per gemeente opgenomen.
22