CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage V - 1 Bodemonderzoek

Raad 2 februari 2023, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Oude Boterdijk, Heumen"24.836 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend en aanvullend bodem- en asbestonderzoek Oude Boterdijk ong. te Heumen

Verkennend en aanvullend bodem- en asbestonderzoek Oude Boterdijk ong. te Heumen Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM21076 : Definitief (versie 1) : 3 juni 2021

Opdrachtgever

: BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel

Opgesteld door Paraaf

: ing. T.K.P.G. Thijssen :

Gecontroleerd door Paraaf

: ing. J.M.G. Reuver :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

2001 + 2002 + 2018

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en NEN5707 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2

AM21076

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING..............................................................................................................................................................................................................4

2.

VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................5

2.3

Historisch overzicht en omgeving ...........................................................................................................................................................6

2.4

Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie.........................................................................................................................................................7

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................8

2.7

Bodemkwaliteitskaart ..................................................................................................................................................................................8

2.8

Onderzoekshypothese .................................................................................................................................................................................8

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE ................................................................................................................................................................................9 3.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................9

3.2

Onderzoeksstrategie NEN 5740 ...............................................................................................................................................................9

3.3

Onderzoeksstrategie NEN 5707 ............................................................................................................................................................ 10

4.

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 11 4.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 11

4.2

Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 11

4.3

Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 12

5.

LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 14 5.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 14

5.2

Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) ........................................................................................................................................ 14

5.3

Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket .......................................................................................................................................... 15

5.4

Grondwatermonster(s) .............................................................................................................................................................................. 17

5.5

Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 17

6.

AANVULLEND BODEMONDERZOEK.......................................................................................................................................................... 18 6.1

Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 18

6.2

Veldwerkzaamheden ................................................................................................................................................................................. 18

6.3

Analyseresultaten ....................................................................................................................................................................................... 19

7.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 22

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten Verklaring veldmedewerker Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster Toetsingstabellen en analyserapporten grondmonsters aanvullend onderzoek Pagina | 3

AM21076

1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend en aanvullend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Oude Boterdijk ong. te Heumen

Gemeente

: Heumen

Kadastrale registratie

: Heumen sectie I, nummer 963

Oppervlakte

: circa 1.700 m2

Huidig gebruik van de locatie

: grasland en tuin

Toekomstig gebruik

: wonen

Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.

Aanleiding Dit bodemonderzoek is uitgevoerde in verband met de beoogde nieuwbouw van woningen.

Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-

en

grondwateronderzoek)

beschreven.

Hoofdstuk

5

beschrijft

de

laboratoriumwerkzaamheden

en

de

onderzoeksresultaten. In hoofdstuk 6 zijn de aanvullende veldwerkzaamheden en analyseresultaten beschreven van het aanvullend bodemonderzoek. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 7, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in april en mei 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).

Pagina | 4

AM21076

2. VOORONDERZOEK 2.1

Inleiding

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •

de opdrachtgever;

•

het kadaster;

•

topotijdreis.nl;

•

het dinoloket;

•

gemeente Heumen;

•

omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) ;

•

provincie Gelderland;

•

terreininspectie.

In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.

2.2

Topografische beschrijving

De onderzoekslocatie ligt in de bebouwde kern van Heumen. Kadastraal is de locatie bekend als Heumen sectie I, nummer 963. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 186.522/ Y = 419.893. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.

Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: pdokviewer) Pagina | 5

AM21076

2.3

Historisch overzicht en omgeving

In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. De ontwikkeling van de planlocatie en directe omgeving is weergegeven op onderstaande topografische kaarten. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat ter plaatse van de onderzoekslocatie reeds in 1910 bebouwing aanwezig was. In het noordelijk deel van de locatie ligt een klein gebouw. Het overig deel van de locatie is in gebruik als boomgaard en akkerland. De situatie in 1935 is ongewijzigd qua bebouwing. De hele locatie is nu aangemerkt als boomgaard. Op de kaart van 1970 is de bebouwing op het terrein uitgebreid. Dit betreft waarschijnlijk de huidige stal/schuur op het noordelijk terreindeel. Nadien is ook de bestaande woning Oude Boterdijk nr. 42 waar te nemen. Deze woning met tuin valt echter buiten het onderzoeksgebied.

jaartal 1910

jaartal 1935

jaartal 1950

jaartal 1970

jaartal 1990

jaartal 2000

Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)

2.4

Dossieronderzoek

Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Heumen. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. In het gemeentelijk archief waren echter geen, voor het verkennend bodemonderzoek relevante, bodemdossiers en milieu- en bouwvergunningdossiers beschikbaar. Pagina | 6

AM21076

Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Op de locatie zijn niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX. Uit informatie van de provincie Noord-Brabant (stortplaatsenkaart) blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen bekend zijn. In de directe omgeving (ten oosten grenzen aan de onderzoekslocatie) zijn de in tabel 2.1 weergegeven bodemonderzoek uitgevoerd. Onderzoek

Samenvatting resultaten

Verkennend bodemonderzoek

Het bodemonderzoek is uitgevoerd voor voorgenomen nieuwbouw (bestemmingsplanwijziging).

Batavierenstraat Heumen

Ten tijde van het onderzoek was de onderzoekslocatie niet bebouwd. Een deel van de locatie werd

Aeres Milieu, kenmerk AM11068

gebruikt als paardenweide. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek werd de

d.d. 17-03-2011

onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden werden in het opgeboorde bodemmateriaal van de bovengrond en ondergrond zintuiglijk geen bijmengingen/bijzonderheden aangetroffen. Uit de analyseresultaten bleek de bovengrond licht verhoogd met zink. In de ondergrond en het grondwater werden geen verhoogde gehalten gemeten.

Tabel 2.1: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie

De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv]

Hydrogeologische eenheid

Lithologie

0 – 1,2

Antropogeen

divers

1,2 – 3,3

Holocene afzettingen

Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand

3,3 – 11,2

Formatie van Kreftenheye

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

11,2 – 14,5

Formatie van Beegden

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken

14,5 – 17,8

Formatie van Waalre

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind

17,8 - 20

Formatie van Peize en

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig

Formatie van Waalre

zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B46A0049) Pagina | 7

AM21076

Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte variërend van circa 9,7 tot 10,2 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal zuidwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 8 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 2 april 2021 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Het noordelijk deel van de onderzoekslocatie is bebouwd met een stal/schuur. Het dak van het gebouw bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Het dak is niet voorzien van dakgoten voor het opvangen en afvoeren van hemelwater. Het overig deel van het noordelijk terreindeel bestaat voornamelijk uit gras met plaatselijk een tegelverharding. Ten oosten van de stal/schuur loopt een tegelpad naar het zuidelijke terreindeel. Het zuidelijk terreindeel is niet bebouwd en bestaat volledig uit grasland. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door de Batavierenstraat, aan de oost- en zuidzijde door woonpercelen en aan de westzijde door de Oude Boterdijk. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2.

2.7

Bodemkwaliteitskaart

Uit de bodemkwaliteitskaart van de Regio Nijmegen blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘Wonen’ geldt voor de bovengrond en de ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’ voor de ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Wonen’.

2.8

Onderzoekshypothese

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie grotendeels als “onverdacht” beschouwd. Vanwege het voormalig gebruik als boomgaard en daarbij de mogelijke toepassing van bestrijdingsmiddelen in het verleden wordt de bovengrond als verdacht beschouwd op het voorkomen van chloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s). In de onderzoeksopzet wordt hiermee rekening gehouden. Op basis van de uitgevoerde veldinspectie dient de onderzoekslocatie deels als verdacht beschouwd te worden op het voorkomen van asbest in de bodem. Ter plaatse van de stal/schuur op het noordelijk terreindeel is een asbestverdachte toepassing (dakplaten) aanwezig. Onder asbestdaken zonder goot of in de buurt van kapotte afvoerpunten kunnen asbesthoudende deeltjes en asbestvezels van verwerende dakplaten met afstromend regenwater op de bodem terecht komen. Pagina | 8

AM21076

3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1

Inleiding

Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.

3.2

Onderzoeksstrategie NEN 5740

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV' Aantal boringen

Aantal te onderzoeken (meng)monsters

oppervlakte (m²)

tot 0,5 m

èn tot 2 m

èn met peilbuis

bovengrond

ondergrond

grondwater

1.700

8

2

1

2

1

1

NEN-grond incl. lutos

NEN-grond incl. lutos

NEN-grondwater

Analysepakket

Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.

Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Vanwege het voormalige gebruik als boomgaard worden de mengmonsters van de bovengrond aanvullend onderzocht op chloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s). Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie

Pagina | 9

AM21076

3.3

Onderzoeksstrategie NEN 5707

Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem rondom de bebouwing op het noordelijk terreindeel is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. In principe worden de asbestgaten willekeurig verspreid over het asbestverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Oppervlakte (m²)

500 (rondom bebouwing)

Minimaal aantal te

Gaten in de verdachte laag

Gaten tot onderzijde

Aantal te analyseren

inspecteren punten

tot maximaal 0,5 m in de

verdachte laag met een

(meng)monsters

van het maaiveld

verdachte laag

maximum van 2 m

5

5

1

1

Tabel 3.2: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest

Pagina | 10

AM21076

4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1

Algemeen

Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.

4.2

Grondbemonstering

Op 2 april 2021 zijn de boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven conform protocol 2001 en 2018. De asbestinspectiegaten en boringen op het noordelijk terreindeel zijn gecombineerd. Zie bijlage 3 voor de situering van de geplaatste asbestinspectiegaten en boringen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer L. Koomen, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Assistentie is verleend door de heer L. de Graaff. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was het droog en zonnig weer. De inspectie efficiëntie van het terrein is ingeschat op 80-90%. Tijdens de inspectie zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Verdeeld rondom de stal/schuur zijn 5 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 30 x 30 cm tot 50 cm-mv. (inspectiegaten 1 t/m 5). Inspectiegaten 1, 2, 4 en 5 zijn geplaatst in de druipzone van het dak. Inspectiegat 3 is direct ten oosten van het gebouw geplaatst. In asbestinspectiegat 4 is met behulp van de Edelmanboor (ø 12 cm) een boring verricht tot 2,0 m-mv. Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen.

In het uitgegraven materiaal van alle asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld mengmonsters samengesteld. De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis. Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 8. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Pagina | 11

AM21076

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring

Diepte boring (m -mv) 1,0

1

Traject (m -mv) 0 – 0,2

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

klei

sporen baksteen

0,2 – 0,5

zand

sterk baksteenhoudend en sporen puin

2

1,0

0 – 0,5

zand

sterk baksteenhoudend en brokken puin

3

1,0

0,2 – 0,5

zand

matig baksteen- en puinhoudend, sporen kooldeeltjes

4

2,0

0 – 0,2

zand

sporen baksteen en puin

0,2 – 0,5

zand

matig baksteen- en puinhoudend

0,5 – 1,0

klei

sterk baksteenhoudend

0,5 – 0,2

zand

sporen baksteen

0,2 – 0,5

zand

matig baksteenhoudend en sporen kooldeeltjes

5

1,0

6

0,5

0,3 – 0,5

zand

sterk baksteenhoudend en sporen beton

7

1,1

0 – 0,6

zand

sporen baksteen, hout en metaalafval

8

3,3

0 – 0,8

zand

sporen slakken

Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen

4.3

Grondwatermonstername

De peilbuis is op 9 april 2021 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 8

Filterdiepte (m-mv.) 2,3 – 3,3

Grondwaterstand (m-mv.) 1,8

pH (-) 5,2

Ec (µS/cm) 257

Troebelheid (NTU) High (niet meetbaar)

Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername

De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. In het grondwater in de peilbuis is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Pagina | 12

AM21076

Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.4 grondwateranalyse). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.

Pagina | 13

AM21076

5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1

Algemeen

De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.

5.2

Grondmengmonsters asbest (fijne fractie)

Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) zijn in het veld op basis van de visuele waarnemingen en onderzoeksopzet (meng)monsters samengesteld van minimaal 10 kg. Een (meng)monster is genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.1 is de samenstelling van de grond(meng)monsters weergegeven. Mengmonster

Inspectiegat

Traject (m-mv.)

Visuele waarnemingen (%>20 mm)

ABM1 (zand)

2, 3, 4 ,5

0 – 0,2

baksteen- en puinhoudend (>20mm = 5-

Toplaag

Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen nee

Geselecteerd voor analyse

nee

ja

nee

ja

ja

25%)

ABM2 (zand)

1, 2, 3, 4, 5

0,2 – 0,5

Ondergrond

baksteen- en puinhoudend (>20mm = 1025%)

ABM3 (klei)

1

0 – 0,2

geen bijmengingen

Tabel 5.1: Schemagrond(meng)monster fijne fractie

De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume). Zie bijlage 6 voor de analyserapport. Monster

ABM1

Visuele waarneming

baksteen- en puinhoudend

Vastgestelde hoeveelheid asbest

Berekende asbestconcentratie [mg/kg d.s.kg]

grove fractie [mg/kg d.s.]

fijne fractie [mg/kg d.s.]

serpentijn

amfibool

serpentijn

amfibool

n.a.

n.a.

56 (isolatie)

<2

56

n.a.

n.a.

0,31

<2

0,31

n.a.

n.a.

33 (isolatie)

<2

33

(>20mm = 5-25%) ABM2

baksteen- en puinhoudend (>20mm = 10-25%)

ABM3

geen bijmengingen

Tabel 5.2: Analysemonsters grondmonsters fijne fractie n.a. = niet aangetroffen/aangetoond

In de geanalyseerde grondmengmonsters ABM1 (0-0,2 m-mv), ABM2 (0,2-0,5 m-mv) en ABM3 (0-0,2 m-mv) zijn verhoogde asbestconcentraties aangetoond. Opgemerkt wordt dat hierbij geen bundels vezels (te verwachten bij verwering van dakplaten) aangetroffen zijn maar wel asbesthoudend isolatiemateriaal. De berekende asbestconcentratie van 56 mg/kg d.s. in mengmonster ABM1 (toplaag rondom schuur) overschrijdt het onderzoekscriterium (= 50 mg/kg d.s.) voor een nader asbest in bodemonderzoek. Pagina | 14

AM21076

5.3

Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket

In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Vanwege de zintuiglijk waargenomen bijmengingen in het opgeboorde bodemmateriaal zijn twee extra (meng)monsters samengesteld voor analyse. Analysemonster

Deelmonsters

Analysepakket

MM1

Traject (m -mv) 0 – 0,5

1-2, 2-1, 4-2, 6-2

Standaardpakket incl. lu/os en OCB’s

MM2

0,2 – 0,5

3-2, 5-2

Standaardpakket incl. lu/os en OCB’s

M3

0 – 0,5

8-1

Standaardpakket incl. lu/os en OCB’s

MM4

0 – 0,5

9-1, 10-1, 11-1, 12-1, 13-1

Standaardpakket incl. lu/os en OCB’s

MM5

0,5 – 1,5

2-3, 3-3, 4-4, 5-3

Standaardpakket incl. lu/os

Tabel 5.3: samenstelling analysemonsters en analysepakket

De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.

*

Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor de toetsingstabellen en het analyserapport. (Meng)monster MM1 (zand)

MM2 (zand)

Traject (m -mv) 0 – 0,5

0,2 – 0,5

Zintuiglijke waarnemingen

Verhoogde component

baksteen- en puinhoudend

Lood

Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 100 *

Zink

309

*

som DDT

0,234

*

som DDD

0,0295

*

som DDE

0,2

*

baksteen- en puinhoudend en sporen

Kobalt

15,1

*

koolresten

Lood

124

*

Zink

258

*

som DDD

0,0305

*

Pagina | 15

AM21076

(Meng)monster

M3 (zand)

MM4 (zand)

MM5 (klei)

Traject (m -mv)

0 – 0,5

0 – 0,5

0,5 – 1,5

Zintuiglijke waarnemingen

sporen slakken

geen bijmengingen/bijzonderheden

geen bijmengingen/bijzonderheden

Verhoogde component som DDE

Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 0,144 *

gamma-HCH

0,019

*

Cadmium

0,939

*

Kobalt

18,1

*

Koper

81,2

*

Lood

75,4

*

Nikkel

38,4

*

Zink

493

**

PAK

2,4

*

som DDE

0,113

*

Cadmium

0,649

*

Koper

62,6

*

som DDE

0,199

*

Lood

83

*

Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond van het noordelijk terreindeel (mengmonsters MM1 en MM2) licht verhoogd is met zware metalen (kobalt, lood, zink) en OCB’s (DDT/DDD/DDE en gamma-HCH). Het separaat geanalyseerde grondmonster M3 (boring 8, traject 0 -0,5 m-mv) met zintuiglijk waargenomen slakken is matig verhoogd met zink en licht verhoogd met cadmium, koper, lood, nikkel, PAK en som DDE. De bovengrond van het zuidelijk terreindeel (mengmonster MM4) is licht verhoogd met cadmium, koper en som DDE. De ondergrond (klei) van het noordelijk terreindeel is licht verhoogd met lood.

Toelichting verhoogde gehalten Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.

De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar).

Pagina | 16

AM21076

OCB zijn (organochloor)bestrijdingsmiddelen, die vooral zijn toegepast als insecticide. In het verleden zijn bestrijdingsmiddelen gebruikt waarvan pas achteraf duidelijk werd dat ze erg slecht afbreken in de bodem, zoals DDT, Drins (Aldrin, Dieldrin en Endrin) en zogeheten HCH's. Daardoor is veel grond die vroeger werd gebruikt als landbouwgrond, nog steeds vervuild met deze bestrijdingsmiddelen. DDT is alomtegenwoordig in ons milieu door het vroegere gebruik ervan als pesticide. DDE en DDD komen in ons milieu terecht door de afbraak van DDT. DDT, DDE, en DDD worden afgebroken door het zonlicht of door bacteriën maar het kan 2 tot 15 jaar duren voor de helft verwijderd is. Ze worden opgenomen door planten en dieren en komen dus via het voedsel bij de mens terecht waar het wordt opgestapeld in het vetweefsel (vooral DDE).

5.4

Grondwatermonster(s)

De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.

*

Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 8 voor de toetsingstabel en het analyserapport. Peilbuis

Filtertraject [m-mv] 2,3 – 3,3

8

Grondwaterstand [m-mv.]

Verhoogde component

1,8

--

Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing -

Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat in het freatisch grondwater afkomstig uit peilbuis 8 geen van de onderzochte componenten zijn gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de streefwaarde.

5.5

Toetsing van de gestelde hypothese

Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de grond in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. Met uitzondering van het aangetoonde matig verhoogd gehalte aan zink in de bovengrond van boorpunt 8 (monster M3) geven de verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en chloorbestrijdingsmiddelen geen aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De analyseresultaten van het grondwater zijn in overeenstemming met de hypothese dat de locatie onverdacht is. De vooraf opgestelde hypothese dat sprake is van een verdachte deellocatie voor asbest in de bodem is op basis van de analyseresultaten van de fijne fractie terecht. De berekende asbestconcentratie van mengmonster ABM1 (toplaag rondom de stal) overschrijdt het onderzoekscriterium (= 50 mg/kg d.s.) voor een nader asbest in bodemonderzoek.

Pagina | 17

AM21076

6. AANVULLEND BODEMONDERZOEK 6.1

Inleiding

Naar aanleiding van het aangetoonde matig verhoogde gehalte aan zink in de bovengrond van boorpunt 8 is, in overleg met de opdrachtgever, besloten om direct een afperkend bodemonderzoek uit te voeren naar de aard en omvang van de verontreiniging met zink. Hiervoor zijn aanvullende boringen en analyses verricht. In tabel 6.1 is de opzet voor de velwerkzaamheden en laboratoriumanalyses uitgewerkt. Veldwerkzaamheden

Analyses

Verticale afperking boorpunt 8 geen veldwerkzaamheden

3 grondanalyses (grondmonsters verkennende fase) zware metalen (9) en lutos

Horizontale afperking 12 boringen tot 1,5 m-mv

9 grondanalyses zware metalen (9) en lutos

Grondmonstername Tabel 6.1: Onderzoeksopzet afperkend onderzoek boorpunt 8

6.2

Veldwerkzaamheden

Op 21 mei 2021 zijn de boringen geplaatst voor de horizontale afperking. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Assistentie is verleend door de heer R. Cox. De boringen (101 t/m 112) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). De boringen 101 t/m 104 staan in een raster van 2,5x2,5 meter rondom boorpunt 8. De overige boringen staan op een afstand van 5 meter van elkaar. Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 6.2 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring

Traject (m -mv) 0 – 0,6

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

103

Diepte boring (m -mv) 1,5

zand

sporen baksteen

104

1,5

0 – 0,5

zand

sporen baksteen

106

1,5

0 – 0,5

zand

sporen baksteen

110

1,5

0 – 0,5

Zand

sporen slakken

0,5 – 1,0

zand

sporen baksteen

Tabel 6.2: Overzicht zintuiglijke afwijkingen Pagina | 18

AM21076

6.3

Analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster

Traject (m -mv)

Analysepakket

8-2

0,5 – 0,8

zware metalen (9) incl. lutos

8-3

0,8 – 1,0

zware metalen (9) incl. lutos

8-4

1,0 – 1,5

zware metalen (9) incl. lutos

101-1

0 – 0,5

zware metalen (9) incl. lutos

101-2

0,5 – 1,0

zware metalen (9) incl. lutos

102-1

0 – 0,5

zware metalen (9) incl. lutos

102-2

0,5 – 1,0

zware metalen (9) incl. lutos

103-1

0 – 0,5

zware metalen (9) incl. lutos

103-2

0,5 – 1,0

zware metalen (9) incl. lutos

104-1

0 – 0,5

zware metalen (9) incl. lutos

104-2

0,5 – 1,0

zware metalen (9) incl. lutos

110-1

0 – 0,5

zware metalen (9) incl. lutos

Verticale afperking

Horizontale afperking

Tabel 6.3: samenstelling analysemonsters en analysepakket

De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *

Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 9 voor de toetsingstabellen en analyserapporten.

Pagina | 19

AM21076

Monster

Traject (m -mv)

Zintuiglijke waarnemingen

Verhoogde component

Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing

0,5 – 0,8

sporen slakken

Cadmium

1,9

*

Kobalt

26,6

*

Koper

61,7

*

Kwik

0,174

*

Lood

186

*

Nikkel

61,7

*

Zink

946

***

Nikkel

43,5

*

Zink

241

*

Verticale afperking 8-2

8-3

8-4

0,8 – 1,0

geen bijmengingen/bijzonderheden

1,0 – 1,5

geen bijmengingen/bijzonderheden

--

-

-

0 – 0,5

geen bijmengingen/bijzonderheden

Koper

50,6

*

Zink

195

*

Kobalt

16,3

*

Koper

44,6

*

Nikkel

43

*

Zink

157

*

Cadmium

0,769

*

Koper

94,4

*

Lood

50,5

*

Zink

341

*

Horizontale afperking 101-1

101-2

102-1

0,5 – 1,0

0 – 0,5

geen bijmengingen/bijzonderheden

geen bijmengingen/bijzonderheden

102-2

0,5 – 1,0

geen bijmengingen/bijzonderheden

--

-

-

103-1

0 – 0,5

sporen baksteen

Cadmium

0,602

*

Koper

59,8

*

Zink

163

*

103-2

0,5 – 1,0

geen bijmengingen/bijzonderheden

Nikkel

39,2

*

104-1

0 – 0,5

sporen baksteen

Cadmium

0,627

*

Koper

84,5

*

Lood

52,6

*

Zink

388

*

104-2

0,5 – 1,0

geen bijmengingen/bijzonderheden

Nikkel

43,4

*

110-1

0 – 0,5

sporen slakken

Cadmium

0,698

*

Koper

54,7

*

Lood

51,9

*

Zink

232

*

Tabel 6.4: Toetsingsresultaten van de grondmonsters

Uit de analyseresultaten van de verticale afperking ter plaatse van boorpunt 8 blijkt dat het traject van 0,5 tot 0,8 m-mv sterk verhoogd is met zink en licht verhoogd is met cadmium, kobalt, koper, kwik, lood en nikkel. Het traject van 0,8 tot 1,0 m-mv is licht verhoogd met nikkel en zink. In het traject van 1,0 tot 1,5 m-mv zijn geen verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. Pagina | 20

AM21076

Uit de analyseresultaten van de horizontale afperking blijkt dat in de geanalyseerde grondmonsters van de boringen 101, 102, 103, 104 en 110 geen of slechts licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. De aangetoonde matige en sterke verhoogde gehalten aan zink in het bodemtraject van respectievelijk 0 tot 0,5 m-mv en 0,5 tot 0,8 m-mv ter plaatse van boorpunt 8 zijn waarschijnlijk te relateren aan de aangetroffen bijmenging met slakken. In de geanalyseerde grondmonsters voor de verticale en horizontale afperking zijn geen of slechts licht verhoogde gehalten aangetroffen. Op basis van de resultaten van het aanvullend onderzoek kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van boring 8 geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zink. De aangetroffen verontreiniging met zink ter plaatse van boorpunt 8 betreft een puntverontreiniging van beperkte omvang.

Pagina | 21

AM21076

7. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de uitgevoerde veldwerkzaamheden zijn in het opgeboorde bodemmateriaal op het noordelijk terreindeel resten baksteen en puin aangetroffen. Ter plaatse van boorpunt 8 op het zuidelijk terreindeel zijn in het traject van 0 tot 0,8 m-mv zintuiglijk sporen slakken aangetroffen. Op het maaiveld en in het uitgegraven bodemmateriaal uit de asbestinspectiegaten zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond van het noordelijk terreindeel licht verhoogd is met zware metalen (kobalt, lood, zink) en OCB’s (DDT/DDD/DDE en gamma-HCH). Het separaat geanalyseerde grondmonster M3 (boring 8, traject 0 -0,5 m-mv) met zintuiglijk waargenomen slakken is matig verhoogd met zink en licht verhoogd met cadmium, koper, lood, nikkel, PAK en som DDE. De bovengrond van het zuidelijk terreindeel is licht verhoogd met cadmium, koper en som DDE. De ondergrond (klei) van het noordelijk terreindeel is licht verhoogd met lood. In het freatisch grondwater afkomstig uit peilbuis 8 zijn geen van de onderzochte componenten gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de streefwaarde. In de geanalyseerde grondmengmonsters van het asbest in bodem onderzoek zijn verhoogde asbestconcentraties aangetoond.

De berekende asbestconcentratie in mengmonster ABM1 (toplaag rondom stal) overschrijdt het criterium (= 50 mg/kg d.s.) voor nader onderzoek. Opgemerkt wordt dat hierbij geen bundels vezels (te verwachten bij verwering van dakplaten) aangetroffen zijn maar wel asbesthoudend isolatiemateriaal. Naar aanleiding van het aangetoonde matig verhoogde gehalte aan zink in de bovengrond van boorpunt 8 is een afperkend onderzoek uitgevoerd naar de aard en omvang van de verontreiniging met zink. Uit de analyseresultaten van de verticale afperking ter plaatse van boorpunt 8 blijkt dat het traject van 0,5 tot 0,8 m-mv sterk verhoogd is met zink en licht verhoogd is met overige zware metalen. De aangetoonde matige en sterke verhoogde gehalten aan zink in het bodemtraject van respectievelijk 0 tot 0,5 m-mv en 0,5 tot 0,8 m-mv ter plaatse van boorpunt 8 zijn waarschijnlijk te relateren aan de aangetroffen bijmenging met slakken. In de geanalyseerde grondmonsters voor de verticale en horizontale afperking zijn geen of slechts licht verhoogde gehalten aangetroffen. Op basis van de resultaten van het aanvullend onderzoek kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van boring 8 geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zink. De aangetroffen verontreiniging met zink ter plaatse van boorpunt 8 betreft een puntverontreiniging van beperkte omvang.

De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Ten aanzien van de aangetoonde verhoogde asbestconcentratie in de bodem wordt wel geadviseerd om na de asbestverwijdering en sloop van de stal/schuur een nader onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van asbest in bodem om vast te stellen of sprake is van een asbestverontreiniging. Het uitvoeren van grondroerende activiteiten (graven of andere grondbewerking) ter plaatse van het noordelijk terreindeel is niet toegestaan zonder instemming van de bevoegde overheid. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Tijdelijk Handelingskader PFAS van toepassing.

Pagina | 22

AM21076

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie

AM21076

Kadastrale kaart

Uw referentie: AM21076-LA

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Heumen I 963

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 18 februari 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

aeres milieu

Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie

AM21076

AM21076

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

AM21076

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto 10

aeres milieu

Bijlage 3 Situatietekening met boorpuntlocaties

AM21076

186526

186551

186576

419900

419900

419925

186501

419925

186476

Legenda Foto's boringen boring tot 1,5 m-mv

AM21076 Heumen Oude Boterdijk

asbestinspectiegat boring tot 0,5 m-mv

Schaal

boring tot 1,0 m-mv

N

boring tot 2,0 m-mv peilbuis Plangebied Kadastrale kaart

Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK

perceel

186476

Achtergrond: LuFo/Topo/AHN

419875

Boorpuntenkaart (A4)

v1.0_28-5-2021_LK

419875

Asbestinspectiegaten

186501

186526

186551

186576

aeres milieu

Bijlage 4 Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten

AM21076

getekend volgens NEN 5104

Boring:

01

Boring: 0

0 1

20

2 50

50

Boring:

0

Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraal oranjebruin, Graven, %>20mm = 0% 50

1

100

Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor

100

0 5

tegel

20

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht witbeige, Graven, %>20mm = 0%

50

50 3

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig baksteenhoudend, matig puinhoudend, sporen kooldeeltjes, donkerbruin, Graven, %>20mm = 10%

100

100

Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sterk baksteenhoudend, brokken puin, donkerbruin, Graven, %>20mm = 25%

75

3

Boring:

2

gras

2

03

0

0

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sterk baksteenhoudend, sporen puin, donker oranjebruin, Graven, %>20mm = 25%

3 100

gras

02

Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor

100

Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

0

erf

04

0 1

50

Zand, matig grof, zwak siltig, sporen baksteen, sporen puin, sporen grind, neutraalbeige, Graven, %>20mm = 5%

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig baksteenhoudend, matig puinhoudend, donkerbruin, Graven, %>20mm = 10%

20

2 50 3 100

Klei, sterk zandig, zwak humeus, sterk baksteenhoudend, donker oranjebruin, Edelmanboor

4

Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor

150 5 200

200

Boring:

05

0 1

Boring: 0 5

tegel

20

Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, sporen baksteen, neutraalbeige, Graven, %>20mm = 0%

2 50

50 3

100

100

06 0

0 1

30

2 50

gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, grijszwart, Edelmanboor

50

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen kooldeeltjes, sterk baksteenhoudend, sporen beton, grijszwart, Edelmanboor, Gestaakt op betonlaag

0

gras

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig baksteenhoudend, matig puinhoudend, sporen kooldeeltjes, donkerbruin, Graven, %>20mm = 10% Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor

Boring:

07

Boring: 0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen hout, sporen metaal afval, grijszwart, Edelmanboor

1 50

100

gras

60 70

2 110

Zand, matig fijn, sterk kleiïg, matig humeus, donker bruinbeige, Edelmanboor Klei, sterk zandig, oranjebruin, Edelmanboor

08

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen slakken, licht zwartgrijs, Edelmanboor

1 50 2 80

3 100

100

Klei, sterk zandig, oranjebruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, bruinbeige, Edelmanboor

4 150 5

180

Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, bruinbeige, Zuigerboor handmatig

200

250

300 330

Projectnaam: Oude Boterdijk ong., Heumen Projectcode: AM21076

Opdrachtgever: BRO

getekend volgens NEN 5104

Boring:

09

Boring: 0

0

gras

50

50

Boring:

0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker bruinbeige, Edelmanboor

1

Boring: 0

1 50

12

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, sporen wortels, donker bruinbeige, Edelmanboor

50

50

50

gras

0

gras

40

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartbeige, Edelmanboor

1 50

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruinbeige, Edelmanboor

1

11

0

10

2

60

Klei, sterk zandig, donker bruinbeige, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, licht beigebruin, Edelmanboor

3 100 4 150 5 200

Boring:

200

13 0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, sporen wortels, donker bruinbeige, Edelmanboor

1 50

gras

50

Projectnaam: Oude Boterdijk ong., Heumen Projectcode: AM21076

Opdrachtgever: BRO

getekend volgens NEN 5104

Boring:

101 0

0

Boring: gras

50

50

120

4 150

150

Boring:

0

3

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, oranjebruin, Edelmanboor

4 150

Boring:

Klei, sterk zandig, bruinoranje, Edelmanboor

2 100

100

Boring:

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen grind, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

Boring: gras

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, sporen grind, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, bruinoranje, Edelmanboor

Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, grijsoranje, Edelmanboor

106

0

0

gras

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, sporen baksteen, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

Klei, sterk zandig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor

2

gras

150

150

0

0

3

105

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, oranjebruin, Edelmanboor

100

100

150

150

150

2

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindhoudend, grijsoranje, Edelmanboor

3

Klei, sterk zandig, sporen grind, oranjebruin, Edelmanboor

1 50

60

120

104

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

100

100 Klei, zwak zandig, oranjebruin, Edelmanboor

gras

Klei, zwak zandig, oranjebruin, Edelmanboor

2

103

0

50

50

100

3

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor

1

Klei, sterk zandig, oranjebruin, Edelmanboor

2 100

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, Edelmanboor

1

102

Klei, sterk zandig, zwak humeus, donker oranjebruin, Edelmanboor

2 90

100

100 3

150

150

Boring:

3

0

Boring: gras

50

50

0

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50 Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker oranjebruin, Edelmanboor

2

108

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1

150

150

107

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjegrijs, Edelmanboor

100 Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindhoudend, oranjegrijs, Edelmanboor

Klei, sterk zandig, oranjebruin, Edelmanboor

2

90

Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, grijsoranje, Edelmanboor

100 3 150

150

100

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, oranjebruin, Edelmanboor

3 150

150

Projectnaam: Oude Boterdijk ong., Heumen Projectcode: AM21076

Opdrachtgever: BRO

getekend volgens NEN 5104

Boring:

109

0

0

gras

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, matig grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

Boring:

100

100 3

120

4 150

150

Boring:

0

50

0

50

50

150

50

Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen baksteen, donker oranjebruin, Edelmanboor

2 100

100

150

Klei, sterk zandig, bruinoranje, Edelmanboor

3 150

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor

1

Klei, zwak zandig, sporen grind, sporen roest, oranjebruin, Edelmanboor

3

0

50

100

100

112

0

Klei, sterk zandig, donker oranjebruin, Edelmanboor

2

Klei, zwak zandig, bruinoranje, Edelmanboor 150

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor

3

Boring: gras

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, sporen slakken, donkerbruin, Edelmanboor

100

100

111

0

gras

2

Klei, matig zandig, oranjebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, uiterst grindhoudend, oranjebruin, Edelmanboor

0

1

Klei, zwak zandig, oranjebruin, Edelmanboor

2

110

150

Projectnaam: Oude Boterdijk ong., Heumen Projectcode: AM21076

Opdrachtgever: BRO

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

AM21076

Asbestinspectiegat 1

Asbestinspectiegat 2

Asbestinspectiegat 3

Asbestinspectiegat 4

Asbestinspectiegat 5

aeres milieu

Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker

AM21076

VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000 en de bijbehorende protocollen. Projectnummer

AM21076

Onderzoekslocatie

Oude Boterdijk ong. Heumen

Opdrachtgever

BRO

Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)

Nee Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven

Uitvoering werkzaamheden protocol 2001

2 april en 21 mei 2021

Uitvoering werkzaamheden protocol 2002

9 april 2021

Uitvoering werkzaamheden protocol 2018

2 april 2021

Gecertificeerd monsternemer

H. van den Tillaar

L. Koomen

aeres milieu

Bijlage 6 Analyserapporten grondmengmonsters asbest (fijne fractie)

AM21076

SGS Environmental Analytics B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl

Analyserapport

Aeres Milieu BV Tom Thijssen Postbus 1015 6040 KA ROERMOND

Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer Rapport-verificatienummer

Blad 1 van 5

: Oude Boterdijk ong., Heumen : AM21076 : 13436674, versienummer: 1. : FSP5KJ19

Rotterdam, 14-04-2021

Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM21076. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SGS laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 23 maart 2021 is SYNLAB Analytics & Services B.V. overgegaan naar de nieuwe naam SGS Environmental Analytics B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12120915/1