Bijlage IX selectiebesluit archeologie
Tekst van het document
had“
“-s- gemeente
Cy
BEOORDELING
a
Beoordeling Datum:
2 oktober 2023
Bilage
Inventariserend Veldonderzoek — verkennende boringen
Rapport:
Valkstraat te Overasselt, gemeente Heumen, Een bureauonderzoek en
inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, ADC Rapport 6140, Amersfoort
2.0 d.d. 28 september 2023 Handtekeningen Bevoegd Gezag Archeologie:
5.1.2e , beleidsmedewerker Ruimtelijke Ordening
eerie, regioarcheoloog regio Nijmegen
Beoordeling Het rapport is goedgekeurd.
De gemeente is akkoord met het advies voor een dubbelbestemming Waarde Archeologie in het plangebied. Indien meer dan 200 m2 wordt verstoord, is vervolgonderzoek noodzakelijk. In het noorddeel zijn bodemingrepen tot 30 cm beneden het huidige maaiveld vrijgesteld. In het zuidwesten is de ondergrens 50 cm beneden het huidige maaiveld, in het zuidoosten is de ondergrens 70 cm beneden het huidige maaiveld. Voor de begrenzing van deze zones zie onderstaande advieskaart van ADC.
De gemeente is akkoord met het advies voor vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek indien de ondergrenzen worden overschreden.
Voor vragen of afstemming kan contact worden opgenomen metBEB
heumenni.
ee
\
i
;
|
ft
Ls
Se
ee
anna cutee acss
Afb. 17 ‘Vervolgonderzoek’ uit het ADC-rapport.
Pagina 1 van 3
Inleiding In het Kader van een bestemmingsplanwijziging heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek — verkennende boringen uitgevoerd voor plangebied Valkstrat te
Overasselt.
Bevindingen ADC ArcheoProjecten
Bureauonderzoek
Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Het plangebied ligt op een rivierduin en heeft daardoor een hoge verwachting voor archeologische resten. Verkennend booronderzoek
In het westelijk deel van het plangebied (boring 4 en 5) zijn rivierduinafzettingen (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen) in de ondergrond aanwezig. In het oostelijk deel (boring 1, 2 en 3) zijn pleistocene rivierafzettingen (Formatie van Kreftenheye) aanwezig. Het rivierduin bestaat uit zwak siltig, zwak grindig, matig slecht gesorteerd kalkloos zand. Het rivierterras bestaat uit matig grof, zwak siltig, zwak grindig, kalkloos zand met leemlagen. De top van de Pleistocene rivierafzettingen ligt tussen de 150 en 165 cm -mv (7,7 —-8 m +NAP). Deze afzettingen worden afgedekt door een verstoord/opgebracht pakket, waarbij onderin dit opgebrachte pakket een laag zonder moderne verstoringen voorkomt, welke verband zou kunnen houden met de linie uit de Tachtigjarige Oorlog. Vanaf ca. 150-100 cm -mv (7,80 m +NAP) zijn er moderne verstoringen aangetroffen in dit pakket. In boring 4 en 5 is vanaf het maaiveld tot aan 80 cm -mv in boring 4 en 100 cm -mv in boring 5 een pakket (licht)bruingrijs zand aangetroffen, waarbij het vanwege de droogte onduidelijk was of het om een plaggendek ging. In boring 5 is onder dit pakket nog sprake van een schone laag licht bruin, zwak siltig matig fijn zand aangetroffen, welke is geinterpreteerd als een BC-horizont die begint op een diepte van 100 cm -mv (8,95 m +NAP).
De diepte van de C-horizont is in boring 4 op 120 cm-mv (8,6 m +NAP) en in boring 5 op 110 cm -mv (8,85 m +NAP). De verwachting voor rivierduin kan in boringen 1, 2 en 3 naar laag worden bijgesteld. Mogelijk ligt hier wel een laag in de ondergrond die verband houdt met een linie uit de Tachtigjarige Oorlog. In het westen van het blijkt dat de top van het rivierduin relatief intact is. Hier kan de archeologische verwachting voor resten uit het Laat Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen blijven gehandhaafd. De verwachting voor resten gerelateerd aan de historische bebouwing in het zuiden van het plangebied blijft eveneens gehandhaafd. Advies
ADC ArcheoProjecten adviseert om in de gebieden ter hoogte van boringen 1, 2 en 3 een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P) bij verstoringen groter dan 200 m2 indien de verstoringsdiepte dieper reikt dan 70 cm -mv. ADC ArcheoProjecten adviseert daarnaast ook een IVO-P ter hoogte van boringen 4 en 5 bij verstoringen groter dan 200 m2 indien de verstoringsdiepte dieper reikt dan 50 cm -mv. In aanvulling hierop dient ook aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd bij verstoringen dieper dan 30 cm -mv ter plaatse van de historische bebouwing. Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Beoordeling Op basis van de eerste beoordeling is het rapport op punten aangepast. Er zijn geen aanvullende opmerkingen. Selectiebesluit
Het rapport is goedgekeurd.
De gemeente is akkoord met het advies voor een dubbelbestemming Waarde Archeologie in het plangebied. Indien meer dan 200 m2 wordt verstoord, is vervolgonderzoek noodzakelijk. In het noorddeel zijn bodemingrepen tot 30 cm beneden het huidige maaiveld vrijgesteld.
Pagina 2 van 3
In het zuidwesten is de ondergrens 50 cm beneden het huidige maaiveld, in het zuidoosten is de ondergrens 70 cm beneden het huidige maaiveld. Voor de begrenzing van deze zones zie onderstaande advieskaart van ADC.
De gemeente is akkoord met het advies voor vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek indien de ondergrenzen worden overschreden.
i=J
3 oO
=
a B 5
8 3
y
3
=
oO
_
an
®
1
=
oO5 3
@
Ee
2
=
e| N
\e [| 4 A 4
Edbs
&
3
+
0
10
——=— 183040 Legenda
20
183060
= Plangebied Cc) Historische bebouwing
30
40m
183080
== Te slopen Cc) Nieuwbouw
@ ADC 2023 183100
183120
183140
183160
Vervolgonderzoek bij verstoringen dieper dan 70 cm -mv Vervolgonderzoek bij versrtotoringen dieper dan 50 cm -mv
Aanvullende boringen bij verstoringen dieper dan 40 cm-mv
Afb. 17 ‘Vervolgonderzoek’ uit het ADC-rapport.
Pagina 3 van 3
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gedeeltes geanonimiseerd op grond van artikel 5 van de Wet open overheid: Art. 5.1 lid 2 onderdeel e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon instemt met openbaarmaking Pagina('s): 1