Bijlage IV Wijziging begroting ODRN 2022
Tekst van het document
1 Versie: AB 7 juli 2022
Inhoudsopgave
1.
Inleiding
3
2.
Begroting
6
2.1.
Financiële begroting 2022
7
2.2.
Toelichting op de begrotingsposten
8
3.
Bijlagen
14
3.1.
Begroting 2021 AB 1 juli 2021, mutaties 2021 en actuele begroting 2022
15
3.2.
Ontwikkelbijdrage per deelnemer
16
3.3.
Onze belangrijkste producten in aantallen
17
3.4.
Werkplannen 2022 en aansluiting op de begroting
19
2
1. Inleiding
3
We leggen u een begrotingswijziging voor waarmee we de begroting 2022 actualiseren. We stellen voor de begrote baten en de lasten 2022 met € 1,3 miljoen op te hogen naar € 23,9 miljoen. Met deze wijziging sluiten we de begroting 2022 aan op de geactualiseerde werkplannen1 (+ € 8,5 ton), actualiseren we de budgetten voor subsidies en diverse opdrachten (- € 1 ton) en stellen we ons ontwikkelbudget bij in verband met extra kosten voor de Omgevingswet (+ € 6,8 ton).
Vergelijking met de realisatie over 2021 Om de bijgestelde begroting 2022 in perspectief te plaatsen, vergelijken we deze met de realisatie over 2021. Deze vergelijking wordt enigszins vertekend door de Ontwikkelbijdrage. Als we deze bijdrage buiten beschouwing laten, groeien onze baten van € 22,6 miljoen. Als we deze bijdrage buiten beschouwing laten, groeien onze baten van € 22,6 miljoen (realisatie 2021) naar een begroting van € 22,9 miljoen in 2022. Dat is een toename van € 0,3 miljoen of +1 %. Deze toename is een beperkte volumestijging, want we hebben de tarieven 2022 niet geïndexeerd ten opzichte van 2021.
Gevolgen uitstel Omgevingswet In februari 2022 is aangekondigd dat de invoering van de Omgevingswet opnieuw wordt uitgesteld. Minister De Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft bepaald dat 1 januari 2023 de nieuwe ingangsdatum wordt. Dat sluit aan bij onze wens, omdat een inwerkingtreding gedurende een jaar ingewikkelder is. Bij de actualisatie van deze begroting en bij het maken van werkafspraken over 2022 is dat dan ook het uitgangspunt geweest. Uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet maakt dat we meer kosten maken. Ook zijn er tegenvallers door de gebrekkige ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Verder zijn er ook kosten die we bij het opstellen van het Ontwikkelprogramma in 2019 niet voorzien hadden. In de Kadernota 2023 gingen we nog uit van inwerkingtreding per 1 juli 2022 en begrootten we deze kosten op € 6 ton. Met het verdere uitstel van de inwerkingtreding van de wet is het bedrag opgelopen. Bij invoering op 1 januari 2023 ramen we dit op € 6,8 ton. We leggen hiervoor u een dekkingsvoorstel voor: 50% dekken we uit onze begroting (€ 339.000) en voor de andere 50% vragen we een eenmalige aanvullende bijdrage van onze deelnemers.
1. De begroting is opgesteld op basis van de werkplannen 2022 van februari 2022. De gemeente Nijmegen heeft aangegeven aanvullende werkzaamheden te willen opnemen om aan te sluiten bij het VTH-beleid. Hierover worden in de loop van 2022 besluiten genomen. Deze aanvulling en eventuele andere bijstellingen die in de loop van 2022 worden overeengekomen nemen we, voor zover deze doorwerken naar 2023, mee bij de actualisatie van de begroting 2023 in de eerste helft van 2023.
4
Budgetten en begrotingsposten geactualiseerd Met deze begroting actualiseren we onze budgetten voor formatie en inhuur. Ons MT heeft besloten dat we willen sturen op een norm van 20% inhuur. Dat streven vertalen we in de begroting. Dit is een behoorlijke ambitie, omdat het door de krapte op de arbeidsmarkt moeilijk is personeel aan ons te binden. Tot slot actualiseren we een aantal begrotingsposten, zoals de post voor PIOFAH en de materiële lasten.2 We nemen de actualisatie van de begroting 2022 mee in de zienswijzeprocedure van de begroting 2023.
2. PIOFAH staat voor personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering en huisvesting.
5
2. Begroting
6
2.1. Financiële begroting 2022 We stellen voor de lasten en de baten 2022 met afgerond € 1,3 miljoen te verhogen. In de volgende tabel ziet u de jaarcijfers 2021, de initiële begroting, de voorgestelde mutaties en de bijgestelde begroting over 2022. In het vervolg van dit memo lichten we de mutaties puntsgewijs toe.
LASTEN
nr.
Omschrijving
1 Salariskosten 1 Opleidingskosten
Jaarrekening
Initiële begroting
Mutaties
Bijgestelde begroting
2021
2022
2022
2022
12.708.040
14.649.911
-55.840
14.594.071
196.989
285.777
6.104
291.881
1 Inhuur
4.292.444
2.892.550
828.938
3.721.488
2 PIOFAH
2.783.663
2.680.490
67.379
2.747.869
3 Kapitaallasten
376.838
400.000
-75.000
325.000
4 Overige materiële kosten
999.633
935.090
-90.765
844.325
5 Bijdrage regionaal stelsel
253.630
355.796
1.424.843
447.000
666.052
1.113.052
Totaal lasten
23.036.081
22.646.614
1.346.869
23.993.483
Omschrijving
Jaarrekening
6 Ontwikkelprogramma
355.796
BATEN nr.
Initiële begroting
Mutaties
Bijgestelde begroting
2021
2022
2022
2022
7 Bijdrage deelnemers
20.392.131
19.438.000
907.609
20.345.609
7 Bovenregionale taken
2.097.804
1.710.202
2.148.437
-50.633
8 Subsidies en diverse opdrachten
429.359
613.177
-101.159
512.018
9 Bijdrage Ontwikkelprogramma
1.014.843
447.000
591.052
1.038.052
10 Vrijval voorziening harmonisatietoelage 11 Onttrekking bestemmingsreserve
Totaal baten
Rekening-/begrotingssaldo
7
52.505
0
36.407
0
23.635.447
22.646.614
599.366
0
1.346.869 23.993.483
0
0
2.2. Toelichting op de begrotingsposten 1. Salariskosten, opleidingskosten en inhuur, € 779.202 nadeel (- € 55.840 + € 6.104 + € 828.938) De aanpassing van de werkplannen en afspraken gastheerschap zorgt ervoor dat we onze budgetten voor salariskosten, opleidingen en inhuur moeten ophogen met per saldo € 7,8 ton. We hebben de ambitie te willen sturen op 20% inhuur. Bij gebrek aan een norm hebben we in het verleden mutaties zoals taakstellingen ten laste van ons inhuurbudget geboekt. Het gevolg hiervan is dat ons inhuurbudget te laag is. Dat stellen we nu bij, waardoor onze budgetten voor salariskosten en inhuur meer in overeenstemming komen. Het zal in praktijk moeilijk zijn de norm van 20% inhuur waar te maken. Door krapte op de arbeidsmarkt zijn we in 2021 uitgekomen op 25% inhuur. Ons budget voor opleidingskosten bedraagt 2% van de loonsom. We hebben de budgetten voor salariskosten, opleidingen en inhuur verdeeld conform de genoemde percentages. Dat kunt u zien in de volgende tabel: Aangepaste in € * 1.000
begroting 2022
Aandeel
Salariskosten
14.594
78%
Opleidingen
292
2%
Subtotaal
14.886
80%
Inhuur
3.721
20%
Totaal
18.607
100%
2. PIOFAH-taken, € 67.379 nadeel De mutaties op dit budget geven we in de volgende tabel weer: in € * 1.000 Stand initieel
2.680
Medewerker bedrijfsvoering
-53
Aanvulling ICT PIOFAH
91
Overige aanpassingen
20
Totaal aanpassingen
67
Aangepaste begroting 2022
2.748
Een medewerker bedrijfsvoering die onderdeel was van het PIOFAH-contract is met pensioen gegaan. We hebben voor de betreffende taken een medewerker in dienst genomen. Het budget hiervoor hebben we aan ons budget voor salariskosten toegevoegd. Dit geeft een verlaging van het PIOFAH-budget met € 53.000. De ICT-contracten betaalden we voorheen zelf. Deze hebben we nu bij onze gastheer, de gemeente
8
Nijmegen, ondergebracht. We hevelen hiervoor € 91.000 materieel budget over naar het budget voor PIOFAH-taken, zie punt 4. Tot slot zijn er nog wat overige bijstellingen, van in totaal € 30.000. Deze houden onder andere verband met aanpassingen van de dienstverlening aan ons groeiende personeelsbestand.
3. Kapitaallasten, € 75.000 voordeel We hebben onze afschrijvingslasten structureel op € 4 ton begroot. De ontwikkelkosten van ons zaaksysteem WRS hebben we, met het oog op mogelijke vervanging, niet geactiveerd de afgelopen jaren. Dat zorgt voor een afname van ons activabestand en een daling van de afschrijvingslasten. We verwachten € 75.000 minder afschrijvingslasten dan begroot en stellen voor dit bedrag aan de Ontwikkelbijdrage 2022 toe te voegen, zie ook punt 6.
4. Overige materiële kosten, € 90.675 voordeel Van het budget materiële kosten betalen we diverse uitgaven, zoals kosten voor woonwerkverkeer, dienstreizen, abonnementen, porto, drukwerk, representatie en advertenties voor de werving van personeel. We verlagen dit budget met € 90.675. Dat komt doordat we de ICT-kosten bij het PIOFAH-contract hebben ondergebracht, zoals benoemd bij punt 2.
6. Bijstelling Ontwikkelbudget 2022, € 666.052 nadeel De meeste projecten van de Ontwikkelagenda zijn in de afrondende fase en vergen nog een beperkte inzet. Dat geldt niet voor de inzet op de Omgevingswet. Het uitstel van de inwerkingtreding van deze wet naar 1 januari 2023 maakt dat we meer kosten maken. In de Kadernota 2023 gingen we nog uit van een invoerdatum per 1 juli 2022 en begrootten we deze kosten op € 6 ton. Met het verdere uitstel van de inwerkingtreding is het bedrag opgelopen naar € 6,8 ton. Er zijn extra kosten voor het in de lucht houden van de projectorganisatie, we maken meer kosten voor het op peil houden van het opleidingsniveau en voor het aanbieden van veegklassen voor nieuwe medewerkers. Verder zijn er tegenvallers door de gebrekkige ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Daardoor moest het proces van inrichten, testen en bijstellen verschillende malen opnieuw plaatsvinden en kon er weinig vooruitgang worden geboekt. Tot slot zijn er ook kosten die we bij het opstellen van het Ontwikkelprogramma in 2019 niet hebben voorzien. Voorbeelden daarvan zijn de kosten voor communicatie en voor het aanpassen van de legesverordeningen.
9
In de volgende tabel ziet u de kosten voor 2022 in verband met invoering van de Omgevingswet:
in € * 1.000
Begrote kosten 2022
Projectorganisatie
184
Werkprocessen aanpassen op de Omgevingswet
166
Opleidingen en grootschalig oefenen
238
Legesverordeningen aanpassen
35
DSO en processen
30
Communicatie
25
Totaal
678
Vooralsnog houden we deze raming aan. Maar er zijn geluiden dat invoering op 1 januari 2023 discutabel is vanwege technische problemen met het DSO. We houden de ontwikkelingen in de gaten en zullen, als dat aan de orde is, onze activiteiten tijdig afschalen. We zullen ons bestuur in het najaar van 2022 rapporteren over de stand van zaken. We hebben een uitvraag gedaan bij de projectleiders van de programmaonderdelen van de Ontwikkelagenda. Voor afronding van deze agenda in 2022 is, inclusief de genoemde kosten voor de Omgevingswet, in totaal € 1,1 miljoen budget nodig. Hiervan ziet u in de volgende tabel een overzicht: Benodigd budget in € * 1.000
2022
OWP Sturing Ontwikkelprogramma
23
OWP 1.1 Eigenaarschap
25
OWP 1.3 Gezamenlijk opdrachtgeverschap en regionale samenwerking
25
OWP 2.1 Verbetering bedrijfsvoering
87
OWP 2.2 Verbetering personele functie
85
OWP 2.3 Grip op informatievoorziening
170
OWP 3.1 Nieuwe Omgevingswet
678
OWP 3.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
20
Totaal
10
1.113
Het dekkingsvoorstel voor deze kosten ziet u in de volgende tabel:
Ontwikkelbijdrage 2022 en 2023
2022
2023
447
310
Onderbesteding 2021
43
-
Aanvullende bijdrage van deelnemers Overheveling Ontwikkelbijdrage 2023 naar 2022
339
-
209
-209
Bijstellingen deelnemersbijdragen
591
-209
Primitieve begroting
I
Mutaties:
Meevaller afschrijvingslasten Bijgestelde begroting
75 1.113
II III
101
I + II + III
In de jaarrekening 2021 stellen we voor de onderbesteding op het budget 2021 van € 43.052 over te hevelen naar 2022. We stellen voor dat bedrag aan de begroting 2022 toe te voegen. We vragen een aanvullende bijdrage van onze deelnemers van 50% van de kosten voor 2022 in verband met invoering van de Omgevingswet. Dit komt neer op € 339.000 (50% van 678.000). We stellen voor deze bijdrage te verdelen over de deelnemers op basis van relatieve aandelen in de realisatie van 2021. In bijlage 2 ziet u een overzicht van de bijdragen per deelnemer. We hebben in de begroting 2023 € 3,1 ton opgenomen voor kosten voor de vervanging van ons zaaksysteem WRS. Dit bedrag willen we voor € 209.000 in 2022 inzetten, om hiervan de uitgaven in 2022 te kunnen betalen. We stellen voor dit bedrag over te hevelen van 2023 en aan het begrote ontwikkelbudget 2022 toe te voegen. Het bedrag van € 3,1 ton was bedoeld als dekking voor de initiële vervangingskosten van ons zaaksysteem. In 2022 dekken we hiermee de kosten van een projectleider die we hiervoor hebben aangetrokken. Daarmee wordt het geld deels voor het bestemde doel ingezet. We houden na deze wijziging in 2023 nog € 101.000 over voor de initiële vervangingskosten van het zaaksysteem. We zullen u nog rapporteren over de kosten en dekking hiervan.
11
7. Aanpassing van de begrote baten op de werkplannen, € 856.976 voordeel (deelnemers € 907.609, provincie Overijssel en stelsel-omgevingsdiensten - € 50.633) De werkplannen 2022 geven aanleiding de baten 2022 met € 8,57 ton op te hogen.3 In de volgende tabel ziet u een specificatie van de aanpassing per opdrachtgever: Werkplan
Primitieve
Bijstellingen
in € * 1.000
2022
begroting 2022
2022
Gemeente Berg en Dal
2.137
2.027
110
Gemeente Beuningen
1.499
1.456
43
534
473
61
Gemeente Druten Gemeente Heumen
848
824
23
Gemeente Nijmegen
7.754
7.546
207
Gemeente Wijchen
965
858
106
Provincie Gelderland
6.611
6.253
358
20.346
19.438
908
Provincie Overijssel Brzo
855
817
38
ODA
257
300
(42)
ODRA
548
510
38
OddV
145
146
(0)
ODNV
136
190
(54)
ODR
79
89
(10)
OVIJ
77
96
(20)
2.098
2.148
(51)
22.443
21.586
857
Subtotaal baten deelnemers
Subtotaal bovenregionaal Totaal
In bijlage 3 ziet u een overzicht van onze belangrijkste producten in aantallen en in bijlage 4 vindt u een uitsplitsing van de werkplannen naar activiteiten. Meer details en een inhoudelijke onderbouwing per opdrachtgever kunt u vinden in de werkplannen die we per opdrachtgever hebben opgesteld.
3. De begroting is opgesteld op basis van de werkplannen 2022 van februari 2022.De gemeente Nijmegen heeft aangegeven aanvullende werkzaamheden te willen opnemen om aan te sluiten bij het VTH-beleid. Hierover worden in de loop van 2022 besluiten genomen. Deze aanvulling en eventuele andere bijstellingen nemen we, voor zover deze doorwerken naar 2023, mee bij de actualisatie van de begroting 2023 in de eerste helft van 2023.
12
8. Subsidies en diverse opdrachten, € 101.159 nadeel Onder deze post begroten we subsidiebijdragen van DCMR en ODNL, inkomsten uit detachering en overige baten. We stellen deze post met € 1 ton naar beneden bij. Het gaat vooral om een bijstelling van de begrote subsidie-opbrengsten. Deze bijdragen waren per abuis inclusief btw geraamd. Verder is de subsidiebijdrage verlaagd vanwege een herverdeling van de middelen naar het ICT-project GiR2.0 van Brzo+, waaraan wij een beperkte bijdrage leveren. In de volgende tabel ziet u de bijdragen na verwerking van de genoemde bijstelling:
in € * 1000
2022
Communicatie 6 Brzo-omgevingsdiensten
58
Meerjarenafspraak (MJA) 6 Brzo-omgevingsdiensten
118
Modernisering Omgevingsveiligheid (MOV) Cluster 1 Brzo
60
Subtotaal subsidies
236
Inkomsten uit detachering
176
Overige baten
100
Totaal
512
Naast subsidies ramen we € 1,7 ton voor baten in het kader van detacheringsovereenkomsten die geen deel uitmaken van de werkplannen. Ook nemen we € 1 ton op voor overige baten van incidentele opdrachtgevers en van kleine posten die niet in de werkplannen zijn opgenomen.
9. Bijdrage Ontwikkelprogramma, € 591.052 voordeel We stellen voor de begrote deelnemersbijdragen in 2022 met € 5,9 ton op te hogen. Voor een onderbouwing verwijzen we naar punt 6.
13
3. Bijlagen
14
3.1.
Begroting 2021 AB 1 juli 2021, mutaties 2021 en actuele
begroting 2022
In de volgende tabel ziet u de aansluiting tussen de primitieve begroting 2022, de mutaties en de actuele begroting 2022: Primitieve begroting 2022
Begrotingswijziging DB 28 mei 2021
Actuele begroting 2022
14.542
108
14.650
286
-
286
Inhuur
2.893
-
2.893
PIOFAH
2.788
-108
2.680
Kapitaallasten
400
-
400
Materiële lasten
935
-
935
Bovenregionaal
356
-
356
Ontwikkeluitgaven
447
-
447
22.647
-
22.647
in € * 1.000 Personele lasten Opleidingen
Totaal lasten Totaal baten
22.647
22.647
We hebben met de gemeente Nijmegen gesproken over de invulling van de P&O-taak. Met ingang van 1 juni 2021 is de adviesrol P&O uit de gastheerovereenkomst gehaald. Dit voorstel hebben we op 29 mei 2021 voorgelegd aan ons Dagelijks Bestuur. Bij het besluit hierover is met een begrotingswijziging budget van structureel € 108.000 overgeheveld van het PIOFAH-budget naar personele lasten.
15
3.2.
Ontwikkelbijdrage per deelnemer
In de volgende tabel ziet u de aandelen van de deelnemers in de Ontwikkelbijdragen die we in 2022 en 2023 inzetten:
Deelnemers
Saldo 31
Aanvullende
december 2021
bijdrage 2022
Gemeente Berg en Dal
83.564
34.655
118.219
Gemeente Beuningen
52.302
24.162
76.464
Gemeente Druten
19.593
8.846
28.439
Gemeente Heumen
36.168
13.851
50.020
Gemeente Nijmegen
299.950
130.244
430.194
in €
Totaal
Gemeente Wijchen
30.538
15.416
45.954
Provincie Gelderland
277.936
111.827
389.763
Totaal
800.052
339.000
1.139.052
Het saldo van € 800.052 is conform de verplichting op 31 december 2021 in onze jaarrekening 2021. Dit bedrag hebben we in afgelopen jaren al met onze deelnemers verrekend. De aanvullende bijdrage van € 339.000 is nieuw en hebben we op basis van de omzetbijdragen 2021 over de deelnemers verdeeld. Dat kunt u zien in de volgende tabel. Nadat het Algemeen bestuur heeft ingestemd met deze aanpassing van de begroting 2022, zullen we de bovengenoemde bedragen afrekenen met onze deelnemers. De verdeling van de aanvullende Ontwikkelbijdrage per deelnemer is als volgt: Omzet 2021 Deelnemers in €
Aanvullende
excl. mutatie
bijdrage 2022
onderhandenwerk
Aandeel
(ohw) Gemeente Berg en Dal
34.655
2.185.089
10%
Gemeente Beuningen
24.162
1.523.465
7%
Gemeente Druten
8.846
557.747
3%
Gemeente Heumen
13.851
873.360
4%
Gemeente Nijmegen
130.244
8.212.258
38%
Gemeente Wijchen
15.416
972.022
5%
Provincie Gelderland
111.827
7.051.003
33%
Totaal
339.000
21.374.944
100%
16
3.3
Onze belangrijkste producten in aantallen
Uitgevoerd in
Werkplan
2021
2022
5.447 u.
5.740 u.
Melding Besluit mobiel breken (V12) vaste prijs
10 st.
19 st.
Melding Activiteitenbesluit (V13) vaste prijs
294 st.
318 st.
Melding Besluit bodemkwaliteit (V14) vaste prijs
297 st.
267 st.
Melding Besluit bodemkwaliteit (V14) nacalculatie
10 u.
16 u.
Milieuvergunning (V52, V53 en V55) nacalculatie
14.860 u.
14.044 u.
75 st.
89 st.
Aantal Brzo-controles (T60) vaste prijs
68 st.
54 st.
Aantal Brzo-hercontroles (T61) vaste prijs
11 st.
24 st.
Bouwaanvragen (verleend) (V30) vaste prijs
1.823 st.
1.557 st.
Bouwaanvragen (verleend) (V30) nacalculatie
1.074 u.
679 u.
Sloopmeldingen (asbest) (V10) vaste prijs
in aantallen Vergunningverlening Milieu Vooroverleg Milieu (V5) nacalculatie
Milieuneutrale verandering (V54) vaste prijs
Brzo
Vergunningverlening BRIKS
2.287 st.
2.484 st.
Gebruiksmeldingen (V11) vaste prijs
205 st.
255 st.
Leegstandswetaanvragen (V87) vaste prijs
63 st.
110 st.
Aanvragen Huisvestingswet (V88) vaste prijs
28 st.
30 st.
Kapaanvragen (V35) vaste prijs
187 st.
204 st.
Reclame-aanvragen (V39) vaste prijs
108 st.
98 st.
Gebruiksvergunningen (V49) vaste prijs
39 st.
44 st.
Controles (T30) vaste prijs
684 st.
900 st.
Hercontroles (T32) vaste prijs
656 st.
604 st.
Voornemens last onder dwangsom (T80) vaste prijs
217 st.
176 st.
Last onder dwangsom / bestuursdwang (T81/T82) vaste prijs
Toezicht Milieu
68 st.
56 st.
Aantal klachten Milieu in S@men (T10C/T10D) vaste prijs
1.510 st.
970 st.
Aantal klachten Milieu in S@men (T10C/T10D) nacalculatie
776 u.
655 u.
573 st.
n.v.t. -> nacalculatie
Toezicht BRIKS Geïnspecteerde bouwdossiers (T34) vaste prijs
17
Uitgevoerd in
Werkplan
2021
2022
Geïnspecteerde bouwdossiers (T34) nacalculatie
549 u.
13.226 u.
Toezicht bestaande bouw (T35) vaste prijs
37 st.
35 st.
Toezicht bestaande bouw (T35) nacalculatie
2.723 u.
2.885 u.
Toezicht sloopmelding (T36) vaste prijs
553 st.
n.v.t. -> nacalculatie
Toezicht sloopmelding (T36) nacalculatie
924 u.
3.229 u.
Toezicht monumenten (T37 en T38) vaste prijs
112 st.
146 st.
Toezicht monumenten (T37 en T38) nacalculatie
408 u.
286 u.
Toezicht brandveilig gebruik (T39) vaste prijs
20 st.
12 st.
Toezicht brandveilig gebruik (T39) nacalculatie
79 u.
58 u.
Toezicht reclame (T44) vaste prijs
31 st.
29 st.
Toezicht reclame (T44) nacalculatie
124 u.
165 u.
Voornemens last onder dwangsom (T80) nacalculatie
1.074 u.
1.458 u.
Last onder dwangsom / bestuursdwang (T81/T82) nacalculatie
1.351 u.
1.840 u.
695 st.
547 st.
in aantallen
Aantal klachten Bouw in S@men (T10A/T10B) vaste prijs
18
3.3.
Werkplannen 2022 en aansluiting op de begroting
In de volgende tabel ziet u een samenvatting van de werkplannen 2022: Werkplannen 2022 Aantal producten
Uren
Exploitatie begroting in € * 1.000
(2.1): Vooroverleg voeren
568 st.
5.995 u.
1.316
(2.2): Melding behandelen
3.401 st.
16 u.
1.261
(2.3.1): Vergunningaanvraag Wabo behandelen
3.365 st.
16.470 u.
5.700
(2.3.2): Besluiten overige wetgeving
360 st.
1.049 u.
391
(2.3.3): Omgevingsvergunning BRIKS intrekken
56 st.
26
(2.3.3): Omgevingsvergunning Milieu intrekken Behandelen vergunning (3.1): Handhavingsverzoek behandelen (3.2): Incidentmelding en klachten behandelen (3.3): Piket / rampen (3.4): Controle uitvoeren (3.5): Handhavingsbesluit nemen
4.179 u.
483
7.750 st.
27.709 u.
9.177
6 st.
491 u.
85
1.610 st.
915 u.
658
7 st.
293 u.
36
2.023 st.
21.416 u.
5.128
232 st.
3.470 u.
554
3.878 st.
26.585 u.
6.462
(4.1): Last onder dwangsom ten uitvoer leggen
16 st.
81 u.
20
(4.2): Bestuursdwang ten uitvoer leggen
1 st.
71 u.
11
2.560 u.
242
Uitvoeren toezicht
(4.4): Proces-verbaal opleggen Handhaven
17 st.
2.712 u.
273
(5.1): Specialistisch advies verstrekken
264 st.
19.167 u.
2.178
5.750 u.
648
24.917 u.
2.825
(5.2): Juridisch advies verstrekken Advisering
264 st.
Projecten excl. Ontwikkelbijdrage
3.916
Totaal werkplannen
22.653
In de volgende tabel ziet u de aansluiting tussen onze werkplannen en de begrote baten: in € * 1.000
2022
Baten deelnemers
20.346
Baten bovenregionaal
2.098
Baten ODNL/DCMR en overige opdrachten
210
Subtotaal werkplannen 2022 Baten uit detacheringsovereenkomsten en overig baten
22.653 4
301
Bijdrage Ontwikkelprogramma
1.038
Totaal begrote baten 2022
23.993
4. Met een aantal kleine opdrachtgevers hebben we geen werkplan opgesteld. Voor deze baten hebben we een stelpost opgenomen.
19
3.4.
Normering van de inhuur
In de ontwikkelagenda is de ambitie genoemd om inhuur terug te dringen en daarvoor een norm (voor de flexibele schil) te benoemen. De reden hiervoor zijn de hoge inhuurkosten. Het aandeel inhuur wordt op verschillende manieren gedefinieerd. Wij hebben aansluiting gezocht bij de definitie van het A&O Fonds en van de Regeling beleidsindicatoren gemeenten: het aandeel inhuur als percentage van totale loonsom plus totale kosten inhuur externen In de monitor het A&O Fonds van over 2020 geeft het fonds aan dat het percentage inhuur van gemeenten sinds 2016 schommelt tussen 16 en 20 %5. Deze bevinding geeft aanknopingspunten voor bepaling van de norm. We zouden een percentage van 18% aan kunnen houden. Dat is het gemiddelde van het A&O Fonds % tussen 2016 en 2020. Gezien de recente ontwikkelingen, zoals de Omgevingswet en de WKB, waarmee we rekening dienen te houden, achten we een norm van 20% meer wenselijk en passend voor de ODRN. We stellen daarom voor een norm van 20% van de totale loonsom vast te stellen. Deze norm biedt een kader voor het maximale bedrag dat de ODRN kan besteden aan inhuur. De norm is flexibel en subjectief, omdat deze afhankelijk is van de situatie (ontwikkelingen, markt etc.) en geldt daarom echt als richtlijn. Het zal, gezien de krapte op de arbeidsmarkt, lastig zijn om aan deze norm te voldoen.
In het jaarverslag monitoren we het aandeel inhuur van de directe salariskosten (inclusief inhuur). We komen voor 2021 uit op 29% en in 2020 was het percentage 28%. We blijven echter kritisch zijn op inhuur (efficiënt inhuren), alleen waar nodig en zetten waar mogelijk inhuur om naar vast personeel.
5
Uitgaven aan externe inhuur blijven gelijk
In 2020 besteedden gemeenten 18 procent van de loonsom aan externe inhuur, gelijk aan het percentage in 2019. De uitgaven aan externe inhuur zijn daarmee dit jaar verder gestabiliseerd; sinds 2016 schommelt dit percentage tussen de 16 en 20 procent. … 70 procent van de gemeenten geeft aan ernaar te streven de uitgaven aan externe inhuur terug te dringen (2019:68 procent). Dit doen ze onder andere door flexibele banen om te zetten in vaste banen, het aanbieden van tijdelijke contracten en flexibele inzet van (eigen) medewerkers door bijvoorbeeld medewerkers van afdelingen waar het werk vanwege corona minder was te verplaatsen naar afdelingen waar juist meer werk was. Pagina 6 https://www.aeno.nl/uploads/AO-fonds-Gemeenten-Personeelsmonitor-2020.pdf
20