Bijlage IV notitie urgentieverlening Huisvestingsverordening 2024, proces, organisatie en kostenverdeling
Tekst van het document
Notitie urgentieverlening hvv24, proces, organisatie en kostenverdeling Voorstel: 1. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid brengen we de totale kosten rondom de urgentieverlening beter in balans met als uitgangspunt 50% voor de corporaties, en 50% voor de gemeenten. 2. In het totale proces blijven de corporaties fase 1 en 2 uitvoeren en betalen (de intake). Ze krijgen daarbij als extra taak de intake van de mantelzorgurgenties. 3. De corporaties zetten daarbij in op verdere professionalisering, efficiëntie en snelheid in fase 1 en 2. 4. De gemeenten betalen voortaan de kosten van de Regionale Urgentiecommissie, en blijven de afhandeling van beroep en bezwaar voor hun rekening nemen (fase 3 en 4). Inleiding De huisvestingsverordening regelt de toewijzing van vrijkomende sociale huurwoningen. Daarnaast bevat de verordening een urgentieregeling. Die bepaalt wie voorrang op alle andere woningzoekenden verdient vanwege de noodsituatie waarin men zich bevindt. De urgentieregeling wordt uitgevoerd door de corporaties en een onafhankelijke Regionale Urgentie Commissie (RUC). Urgenties kunnen worden aangevraagd bij de corporaties. De rapporteur van de corporatie verzamelt informatie en stelt een rapportage op voor de RUC. De RUC neemt op basis van de rapportage en eventueel aanvullende informatie een besluit. De corporaties betalen hiervan alle kosten.
Beroep en bezwaar op beslissingen van de RUC worden afgehandeld door de gemeente Arnhem, voor de hele regio. De kosten hiervan worden door alle gemeenten gedeeld naar rato van inwonertal. Dit is opgenomen in de bestuursovereenkomst voor de uitvoering van de huisvestingsverordening. Verbetering in proces Omdat de afhandeling van aanvragen voor urgentie bij de corporaties in de woningmarktregio ArnhemNijmegen niet altijd efficiënt en uniform verliep, zijn in de afgelopen periode door de corporaties verbeteringen in het proces aangebracht. Steeds met als doel om het proces voor de aanvrager zo goed en efficiënt mogelijk te laten verlopen tegen zo laag mogelijke kosten. Daarbij hebben de corporaties gekozen voor een meer centrale verwerking van de aanvragen. Meer efficiëntie in het proces en betere kwaliteit van het werk door groei van expertise zijn dan het best geborgd. Corporaties die dat niet willen kunnen het zelf blijven organiseren. Hierbij is afstemming over aantallen en kwaliteit wel noodzakelijk Na een tweetal pilots worden nu in de subregio’s Arnhem en Nijmegen aanvragen nu sinds 2022 centraal verwerkt. Deze werkwijze heeft de kwaliteit en doorlooptijd verbeterd en daarnaast wordt er efficiënter gewerkt. Huidige kostenverdeling De verdeling van de kosten is ca. 20 jaar geleden ingericht op basis van “wie doet wat” in het proces.
Dat heeft er toe geleid dat de corporaties verreweg het grootse deel van de kosten betalen. Door de groei van het aantal urgenties is dat nog verscherpt. Nu de huisvestingsverordening wordt geactualiseerd is dit na twee decennia ook het moment om nog eens goed naar de verdeling van uitvoeringskosten van de verordening te kijken. De corporaties ervaren die als niet in balans, en zijn van mening dat de gemeenten in de regio meer zouden moeten betalen. Daarover gaat deze notitie. Kosten van urgentieaanvragen De kosten van het urgentieproces bestaan uit vier onderdelen c.q. processtappen: 1. aanvragen van urgentie door woningzoekende, intake 2. opstellen van de aanvraag: opstellen rapportage, indienen aanvraag 3. beoordelen van de aanvraag en besluit 4. afhandelen van bewaar en beroep
1
1. Aanvragen van urgentie De woningzoekende kan bij elke corporatie in de regio een aanvraag voor urgentie indienen. Dit is de start van het proces. De woningzoekende betaalt een bijdrage van € 56 voor het indienen van een urgentie. Dit is vastgelegd in de Huisvestingsverordening. De geschatte opbrengsten zijn € 50.400 (900 aanvragen x € 56). Deze opbrengsten zijn voor de corporaties. 2. Opstellen aanvraag; de intake Het opstellen van een complete aanvraag bestaat uit een intakegesprek, een urgentiegesprek en een rapportage. De inschatting van de kosten hiervan zijn gebaseerd op de evaluatie van de pilot in het Rijk van Nijmegen. Per urgentiedossier heeft een rapporteur gemiddeld 5 uur nodig om in te lezen in het dossier, een urgentiegesprek te voeren een rapportage te schrijven en het dossier in te dienen. Daarnaast zijn er de zogenaamde kans- en adviesgesprekken: Het eerste contact met de woningzoekende om te beoordelen of het aanvragen van een urgentie kansrijk is óf het verstrekken van informatie over de mogelijkheden tot het verkrijgen van woonruimte als een urgentieaanvraag niet kansrijk wordt geschat. In het Rijk van Nijmegen wordt hier gemiddelde 8 uur per week aan besteed. In totaal zullen de corporaties in de woningmarktregio aan dit onderdeel ongeveer 20 uur per week aan besteden.
In sommige situaties (bij meer complexe sociaal/medische problematiek) wordt Bureau Leijten & Van Hoek ingeschakeld voor het opstellen van de rapportage. In 2021 werden er van de 963 ingediende aanvragen in 134 gevallen een rapportage opgemaakt door Leijten & Van Hoek. De kosten bedragen gemiddeld € 300 per rapportage. Schatting van de jaarlijkse kosten zijn € 40.000 en worden betaald door de corporaties. Mantelzorgurgenties Mantelzorgurgenties worden afgegeven door de gemeenten zelf. Daarvoor is destijds gekozen vanwege de relatie met de Wmo. De kosten zijn onderdeel van de aanpak van de wijkcoaches, of een andere afdeling. De aanpak en randvoorwaarden verschillen per gemeente waardoor het aantal afgegeven mantelzorgurgenties per gemeente verschilt. De kosten zijn daardoor lastig in te schatten. Maar door het lagere aantal aanvragen en de eenvoudige afhandeling liggen ze erg laag. Gemeente Nijmegen krijgt ca 60 aanvragen per jaar die in 30 uur afgehandeld kunnen worden. Dat is nog geen € 1.000. Vanuit de corporaties en een groot deel van de gemeenten is er de wens om tot een regionaal uniforme en transparante aanpak te komen waarbij de urgentiecommissie de aanvraag voor een mantelzorgurgentie behandeld. Dit zal in de nieuwe bestuursovereenkomst wordt opgenomen. 3.
Beoordelen van de aanvraag Het beoordelen van de aanvraag en het nemen van een besluit is de verantwoordelijkheid van de regionale urgentiecommissie. De leden van de urgentiecommissie worden aangesteld door de contactgemeente Arnhem. De urgentiecommissie wordt ondersteund door een secretariaat. 4. Afhandelen van bezwaar en beroep De besluiten van de urgentiecommissie zijn vatbaar voor bezwaar en beroep krachtens de Awb. In de bestuursovereenkomst is geregeld dat de gemeente Arnhem deze taak uitvoert. De kosten daarvan zijn berekend op € 150.000 per jaar op basis van ca. 100 bezwaarprocedures. Deze kosten worden naar rato van het aantal inwoners betaald door alle regiogemeenten.
2
Financieel overzicht / kosten per fase
fase 1 fase 2 fase 3
fase 4
Kans en adviesgesprek (50 weken x 20 uur a € 100 = € 100.00 / 900 aanvragen per jaar Opstellen aanvraag (5 uur x € 100) Externe rapportages ( 135 x € 300 = 40.500 /900) RUC (kosten beoordelen aanvraag) totaal per aanvraag totaal bij 900 aanvragen minus opbrengsten leges beroep en bezwaar totaal generaal
110 500 45 375 1030 927.000 50.400 876.600 150.000 1.026.600
De totale kosten van de uitvoering van de urgentieregeling bedragen ruim een miljoen euro. De corporaties betalen daarvan € 876.000, de gemeenten € 150.000. Deze verdeling is op basis van afspraken uit het verleden: de corporaties betalen de uitvoering, de gemeenten betalen de kosten van bezwaar en beroep. Achtergrond van deze afspraak was dat de corporaties graag zelf het traject van de urgent-woningzoekende wilden begeleiden. Enerzijds vanwege de kennis van de mogelijkheden (kans/adviesgesprek), en anderzijds omdat de urgent woningzoekende vaak ook bij de betreffende woningcorporatie ging huren (en dan al met de toekomstige huurder in contact kwam). De gemeenten hebben hier toen mee ingestemd, mede vanwege de instelling van een onafhankelijke urgentiecommissie. Heroverweging Er zijn meerdere redenen om deze afspraken te heroverwegen: De kosten van de uitvoering zijn opgelopen door stijging van het aantal aanvragen en een toename van meer complexe aanvragen. De uitvoeringskosten zullen in de nabije toekomst verder stijgen door de invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting. Die wet voorziet in een extra aantal verplichte urgentiecategorieën, die door gemeenten in de huisvestingverordening moet worden opgenomen. Het verschil in de kosten tussen de gemeenten en corporaties is daarmee de afgelopen jaren al stevig toegenomen, en zal nog verder toenemen.
Daarnaast, en meer principieel, hebben en houden gemeenten een verantwoordelijkheid voor het huisvesten van juist deze, vaak meest kwetsbare groep woningzoekenden. We hebben als gemeenten de uitvoering vrijwel geheel gemandateerd, maar daarmee verdwijnt niet de verantwoordelijkheid. De corporaties blijven hun verantwoordelijkheid erkennen voor het vlot huisvesten van urgent woningzoekenden. Het is daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid, die niet weerspiegeld wordt in de verdeling van de kosten. De corporaties betalen 86% van de kosten, de gemeenten 14%. In de derde plaats biedt de recente ontwikkeling naar een meer centrale intake en verdere professionalisering van de afhandeling van aanvragen, in combinatie met een toename van het aantal aanvragen als gevolg van invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting, een goede kans om het proces anders te organiseren. Daarbij kan ook de gewenste uniformering van de mantelzorgurgenties een plek krijgen. Zo komen we tot het volgende voorstel: 1. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid brengen we de totale kosten rondom de urgentieverlening beter in balans met als uitgangspunt 50% voor de corporaties, en 50% voor de gemeenten. 2. In het totale proces blijven de corporaties fase 1 en 2 uitvoeren en betalen. Ze krijgen daarbij als extra taak de intake van de mantelzorgurgenties. 3.
De corporaties zetten in op verdere professionalisering, efficiëntie en snelheid in fase 1 en 2. 4. De gemeenten betalen voortaan de kosten van de Regionale Urgentiecommissie, en blijven de afhandeling van beroep en bezwaar voor hun rekening (fase 3 en 4). 3
Met dit voorstel wordt de kostenverdeling als volgt:1 Corporaties fase 1 + 2 = € 877.000 - € 327.000 = € 550.000 Gemeenten fase 3 + 4 = € 150.000 + € 327.000 = € 477.000 Hiermee ontstaat vanuit het principe van een gedeelde verantwoordelijkheid, een betere balans in de verdeling van uitvoeringskosten. Tegelijkertijd komt er zo een logische knip in het proces van de urgentieverlening: intake en opstellen rapportage door de corporaties, besluitvorming urgentiecommissie en bezwaar door gemeenten. Voor de individuele gemeenten betekent dit het volgende:
gemeente Arnhem Berg en Dal Beuningen Doesburg Druten Duiven Heumen Lingewaard Montferland Nijmegen Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Westervoort Wijchen Zevenaar
inwoners 162113 34983 26083 11003 19002 25084 16550 46716 36033 177166 48094 31459 43644 1699 15022 41203 44043 779897
%
bedrag20 bedrag24 toename 21 31.180 99.151 67.972 4 6.728 21.396 14.668 3 5.017 15.953 10.936 1 2.116 6.730 4.613 2 3.655 11.622 7.967 3 4.824 15.342 10.517 2 3.183 10.122 6.939 6 8.985 28.572 19.587 5 6.930 22.038 15.108 23 34.075 108.358 74.283 6 9.250 29.415 20.165 4 6.051 19.241 13.190 6 8.394 26.694 18.299 0 327 1.039 712 2 2.889 9.188 6.299 5 7.925 25.201 17.276 6 8.471 26.938 18.467 100 150.000 477.000 327.000
Met het verschuiven van taken/verantwoordelijkheden moeten we alert zijn op zaken zoals aanbestedingsplicht, (BTW) koepelvrijstelling , AVG impact etc. Dit zal in na een besluit over dit voorstel nader uitgewerkt worden. 1
4