CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage IV milieuneutraal

Raad 3 februari 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Valkstraat 19a en 28 te Overasselt1.985 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 2 Milieuneutrale wijziging

Derks Advies

26 januari 2018

1

Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen

+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl

kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01

Jules Derks biggen- en varkenshandel Valkstraat 28, 19 en 19a 6611 KW Overasselt

Titel : Bijlage 4 Omgevingsvergunning milieuneutrale wijziging Versie : 1.1 Datum : 17 november 2021

Pagina 1 van 11

Inhoud 1.

Gegevens inrichting ..................................................................................................................... 3 1.1

Inrichtinghouder en correspondentieadres ........................................................................ 3

1.2

Vestigingsadres bedrijf ......................................................................................................... 3

2.

Gegevens verandering ................................................................................................................. 3

3.

MER-(beoordelings)plicht ........................................................................................................... 4

4.

Bestemming .................................................................................................................................. 4

5.

Bodem............................................................................................................................................ 5

6.

Luchtkwaliteit ................................................................................................................................ 6

7.

Geur ................................................................................................................................................ 6

8.

Geluid en trillingen ....................................................................................................................... 7

9.

Samenvatting ................................................................................................................................ 7

Pagina 2 van 11

1. Gegevens inrichting 1.1

Inrichtinghouder en correspondentieadres

Bedrijfsnaam

: Jules Derks Biggen- en varkenshandel

Adres

: Valkstraat 28

Postcode

: 6611 KW

Contactpersoon

: Mevrouw G.W. (Diny) Tuitert

Mobiel

: 06 – 53 35 13 66

1.2

Plaats:

Overasselt Mail:

diny@julesderks.nl

Vestigingsadres bedrijf

Statutaire naam

: Dequo B.V.

Adres

: Valkstraat 19 en 19a

Postcode

: 6611 KV

Vestigingsnr.

: 000019322917

Statutaire naam

: Jules Derks Biggen- en varkenshandel

Adres

: Valkstraat 28

Postcode

: 6611 KW

Vestigingsnr.

: 000016717120

Kadastrale ligging

: Overasselt

Contactpersoon

: Mevrouw G.W. (Diny) Tuitert

Mobiel

: 06 – 20 33 18 00

Plaats:

Overasselt KVK nr.:

Plaats:

Sectie:

09126031

Overasselt KVK nr.:

09106111

G

530, 779, 793, 796, 888, 889 en 890

Mail:

Nr(s):

diny@julesderks.nl

2. Gegevens verandering Het betreft een gemengd landbouwbedrijf met aan de zuidzijde van de Valkstraat (nr 28) het veeteeltbedrijf onder de bedrijfsvoering van Jules Derks Biggen- en varkenshandel V.O.F. en aan de noordzijde (nr 19/19a) het akkerbouwbedrijf met bijbehorende machines en opslag en agrarisch transport onder Dequo B.V.. Ook zijn hier de veetransportwagens gestald en wordt de handel van hieruit gedreven. Voor de Valkstraat 28 is op 16 maart 2015 en daarvoor op 24 juli 2014 de laatste omgevingsvergunning verleend voor een milieuneutrale verandering en verder is op 8 mei 2014 een revisievergunning verleend. Op dit bedrijf verandert verder niets. Op de Valkstraat 19/19a is op 10 mei 2017 de laatste melding gedaan in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor de gezamenlijke bedrijven is op 21 juni 2019 de laatste vergunning verleend als milieuneutrale wijziging voor het samenvoegen van de bedrijven en het realiseren van een kelder bij Valkstraat 19.

Pagina 3 van 11

Met deze aanvraag wordt een pijpleiding tussen de kelder van Valkstraat 19a en de pompput bij Valkstraat 28 gerealiseerd onder de grond. Hiermee hoeven vrachtwagens en tractoren niet meer op en neer te pendelen en ontsmet te worden na het oversteken tussen de bedrijven. Het aantal dieren en de emissie per emissiepunt binnen het bedrijf veranderen verder niet. De verkeersbewegingen blijven gelijk en de gebouwen blijven in gebruik volgens vergunning. De pijpleiding zorgt alleen voor minder interne transporten tussen de bedrijfsonderdelen, waarmee ook de geluidsbelasting en luchtemissies (NOx) naar de omgeving zal verminderen. In de separaat bijgevoegde bijlage 1 is de pijpleiding en in bijlage 5 de inrichtingstekening met situatie in detail op tekening weergegeven. Het terrein, de bedrijfsvoering en het bedrijfsproces blijft gelijk met deze wijziging qua emissies verandert er ook niets en wordt voldaan aan de gestelde voorschriften in de vigerende vergunningen, waarmee de inrichting of de werking daarvan ook niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.

3. MER-(beoordelings)plicht Voor sommige projecten is het vanwege de mogelijke impact op het milieu verplicht om een milieueffectrapport (MER) op te stellen. De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure, of een omgevingsvergunningsprocedure. De m.e.r.-plicht of beoordelingsplicht geldt als uw activiteit in kolom 1 van onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage staat en de bijbehorende drempelwaarde genoemd in kolom 2 van onderdeel C of D wordt overschreden. Indien dat het geval is, moet de MER of MER-beoordelingsnotitie als bijlage aan deze aanvraag worden toegevoegd. Het bedrijf breidt niet uit in dieren. Het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren valt onder de categorie D 14 van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Het besluit is van toepassing als de oprichting of uitbreiding meer dan 750 zeugenplaatsen of 2.000 vleesvarkensplaatsen bedraagt. Dit is bij Valkstraat 28 het geval met meer dan 750 zeugen, maar in de dieraantallen vinden geen wijzigingen plaats.

Dit betekent dat het bevoegd gezag geen m.e.r.-beoordeling hoeft te doen.

4. Bestemming De bedrijfslocatie is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Heumen 2009” van de gemeente Heumen, zoals deze door de raad is vastgesteld op 16 december 2010 en “Buitengebied, Valkstraat 19-19A”, welke op 19 maart 2019 is vastgesteld. Binnen dit bestemmingsplan heeft de locatie de enkelbestemming “Agrarisch met waarden – Landschap”.

Pagina 4 van 11

De beoogde situatie past binnen deze bestemming en de hieraan gekoppelde regels, maar omdat de pijpleiding onder de provincialeweg doorgaat is hiervoor tevens een vergunning ruimtelijk afwijken aangevraagd. In de figuur hieronder is een uitsnede van de plankaart gemaakt vanuit ruimtelijkeplannen.nl.

5. Bodem Op grond van de Nederlandse Richtlijn Bodem (NRB) kunnen bij onderhavige inrichting de volgende activiteiten als bodembedreigend worden aangemerkt: • Opslag van mest en meststoffen; • Opslag reinigings- en ontsmettingsmiddelen in emballage; • Opslag bestrijdingsmiddelen in emballage; • Opslag van diergeneesmiddelen; • Opslag dieselolie; • Opslag van kadavers • Afspuiten van vrachtwagen, landbouwvoertuigen en kadavertonnen (wasplaats); • Opslag minerale oliën.

Pagina 5 van 11

Globaal is de NRB-aanpak samen te vatten als ‘vloeistofdichte vloeren met een minimum aan gedragsvoorschriften’ of ‘kerende vloeren en/of lekbakken met een zwaar accent op de daarop toegesneden gedragsvoorschriften’. Over het algemeen wordt binnen het bedrijf aandacht geschonken aan incidentenmanagement om het risico tot verontreiniging van de bodem tot een minimum te beperken. Zo wordt personeel geïnstrueerd hoe ze moeten om gaan met bodembedreigende activiteiten. Het uitgangspunt van de NRB is dat door een combinatie van voorzieningen en maatregelen (cvm) een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd. Alleen in bepaalde bestaande situaties kan conform de NRB onder voorwaarden volstaan worden met een aanvaardbaar bodemrisico. Over het algemeen kan gesteld worden dat de (voorgenomen) activiteiten op basis van de NRB beoordeeld worden en bepaald wordt welke cvm noodzakelijk is om tot een verwaarloosbaar bodemrisico te komen. Daarbij richt de NRB zich op de normale bedrijfsvoering en voorzienbare incidenten. Naar analogie van de geschetste systematiek wordt het bodemrisico voor de beoogde wijziging van de aanleg met een pijpleiding teruggedrongen doordat het risico van transport over de weg met vrachtwagens en tractoren, meer kans op vermorsing en lekkage geeft als de vaste leiding.

De pijpleiding is vergelijkbaar met de bestaande leidingen en riolering binnen de inrichting en kent geen groter gevaar of kans op lekkage. Dit komt dan ook overeen met de vigerende vergunning en is daarmee gedekt middels deze voorschriften.

6. Luchtkwaliteit In de landbouwsector is voornamelijk de emissie van fijn stof bepalend voor de luchtkwaliteit op de omgeving. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen zoals bedoeld in artikel 4.9 en 5.2 van deze wet. Emissies van de overige stoffen, waaraan volgens de Wet luchtkwaliteit getoetst moet worden, zijn verwaarloosbaar en voldoen aan de Wet luchtkwaliteit. Stikstofdioxide komt normaliter vrij bij grootschalige verbrandingsprocessen of vervoersbewegingen, hetgeen in onderhavige situatie niet het geval is. Dus wordt er alleen inzichtelijk gemaakt of de emissie van fijn stof voldoet aan de Wet luchtkwaliteit. De wijze van berekening van de concentraties luchtverontreinigende stoffen is vastgelegd in de “Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007”. Voor de veehouderij zijn voor de diverse diersoorten en stalsystemen specifieke emissiefactoren vastgesteld. Deze zijn gekoppeld aan de diercodes zoals vermeld in de Regeling ammoniak en veehouderij. De fijnstofemissie blijft evenals de ammoniakemissie gelijk met onderhavige aanvraag. Daarmee draagt de emissie van onderhavig bedrijf niet in betekende mate bij aan de totale emissie (NIBM) door deze wijziging. Een uitgebreide berekening is daarom niet noodzakelijk, conform de handleiding fijn stof.

7. Geur In de directe omgeving van het bedrijf zijn enkele geurgevoelige objecten gelegen, zijnde een aantal bedrijfswoningen van andere bedrijven en burgerwoningen in het buitengebied en de burgerwoningen in de bebouwde kom, zoals omschreven in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). In de Wgv wordt namelijk onderscheid gemaakt tussen geurgevoelige objecten binnen en buiten de bebouwde kom, behorende bij een veehouderij of niet bij een veehouderij en Pagina 6 van 11

gelegen in concentratiegebieden of niet-concentratiegebieden zoals gedefinieerd in de Meststoffenwet. De geuremissie van de dierverblijven dient overeenkomstig de Wgv echter individueel benaderd te worden. Bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning dient de geurbelasting op omliggende burgerwoningen niet hoger te zijn dan de hiervoor geldende normen, de normen kunnen per gemeente verschillend zijn, dit is vastgesteld middels een gemeentelijke geurverordening, danwel rechtsreeks voortkomend uit artikel 3 van de Wgv. Bij onderhavige aanvraag wijzigen de emissiepunten niet ten opzichte van de vergunde situatie en neemt de hoeveelheid geuruitstoot in odour units niet toe omdat er geen wijzigingen in de te houden dieren plaatsvinden. De geursituatie zal niet negatief wijzigen met deze vergunningaanvraag. Voor de woningen behorende bij andere (voormalige) veehouderijen gelden vaste afstanden ingevolge artikel 3, lid 2 van de Wgv. In onderhavige situatie ligt de dichtstbijgelegen bedrijfswoning aan de Vogelzang 8 op 325 meter en voldoet hiermee aan de gewenste afstand van 50 meter. Als laatste kent artikel 5, lid 1 van de Wgv nog een vaste afstand tussen de gevel van een stal en de gevel van een buurwoning. Deze bedraagt minimaal 25 meter. De dichtstbijgelegen gevel is Vogelzang 2 op 51 meter van de gevel.

8. Geluid en trillingen De Handreiking industrielawaai en vergunningverlening uit 1998 kan als hulpmiddel worden gebruikt voor het bepalen van een acceptabel geluidsniveau. Deze handreiking is in 2001 via een brief van het ministerie van VROM aangevuld met het onderwerp maximale geluidniveaus bij ongevallenbestrijding. In de beoogde situatie wordt middels een pijpleiding de kelder bij nummer 19a gekoppeld aan de pompput bij 28 en daarmee zullen de transporten tussen 28 en 19a niet meer noodzakelijk zijn voor het overhevelen naar 19. Bij de melding Activiteitenbesluit is een akoestisch onderzoek toegevoegd, waarin voor het pendelen van tractoren en vrachtwagens 26 bewegingen per dag zijn aangehouden. Deze komen nu te vervallen door het vervangen van een elektrische pomp. Het bedrijf ligt niet gevoelig en de geluidsuitstraling wijzigt niet of niet negatief. Ook blijven de laad en lospunten voor de overige activiteiten op dezelfde plaats, zodat ook deze de geluidsuitstraling niet wijzigt. De beoogde milieuneutrale wijziging in deze situatie blijft daarmee binnen de vergunde normen en voorschriften.

9. Samenvatting Er wordt vergunning gevraagd om een pijpleiding tussen de kelder van Valkstraat 19a en de pompput bij Valkstraat 28. Er komen geen nieuwe of andere activiteiten, emissies of emissiepunten en het proces en de laad- en lospunten wijzigen niet.

Pagina 7 van 11

Artikel 3.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) stelt dat een aangevraagde verandering van de inrichting of de werking daarvan met de reguliere procedure wordt vergund (milieuneutraal) wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan: • de verandering veroorzaakt geen andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende omgevingsvergunning is toegestaan; • de verandering leidt niet tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend; • er is geen verplichting tot het maken van een MER. De verandering zelf, zoals die wordt aangevraagd, veroorzaakt geen andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan de milieugevolgen die worden gedekt door de geldende vergunning. De emissies en activiteiten blijven binnen hetgeen is opgenomen in de bestaande vergunning. Voorschriften behoeven ook niet gewijzigd te worden. De aanvraag wijzigt ook niet de inrichting zelf of de werking daarvan als veehouderij. Tenslotte is er geen wijziging in capaciteit en daarmee ook geen verplichting tot het beoordelen van de milieueffecten middels een MER-rapportage.

Pagina 8 van 11

Pagina 9 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10909023/1