CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage IV Concept Begroting 2022 VRGZ

Raad 3 juni 2021, gemeente HeumenBij agendapunt: Conceptjaarrekening 2020 en conceptbegroting 2022 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid17.535 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

41.356

42.352

42.052

42.052

42.052

Opbrengsten bedrijfsvoering

2.363

2.514

2.636

2.636

2.636

2.636

Overige opbrengsten

2.481

1.283

1.144

1.070

1.070

1.070

Totaal baten

76.202

75.891

79.272

78.898

78.898

78.898

Personeelskosten

52.876

55.200

58.188

57.725

57.675

57.675

Kapitaallasten

6.573

7.774

7.739

7.739

7.739

7.739

Wagenpark

2.694

2.814

2.871

2.871

2.871

2.871

Communicatieapparatuur

2.885

3.184

3.288

3.288

3.288

3.288

Huisvestingskosten

4.018

4.053

4.162

4.032

3.862

3.862

Overige bedrijfskosten

3.511

3.443

3.411

3.411

3.411

3.411

0

181

187

187

187

187

Rentebaten en -lasten

-77

-138

-154

-154

-154

-154

Bezuinigingstaakstelling

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

72.480

76.511

79.692

79.099

78.879

78.879

Saldo van baten en lasten

3.722

-620

-420

-201

19

19

Toevoegingen reserves

-3.722

0

-19

-19

-19

-19

Onttrekkingen reserves

0

620

439

220

0

0

Geraamd resultaat

0

0

0

0

0

0

Baten

Provinciale bijdragen

Lasten

Onvoorzien

Reservemutaties

Tabel 11: overzicht baten en lasten veiligheidsregio

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

38

6.2 Baten en lasten Crisis- en Rampenbestrijding In onderstaande tabel zijn de baten en lasten weergegeven van het programma Crisis- en Rampenbestrijding. Overzicht baten en lasten Programma C&R (x € 1.000,-)

Realisatie 2020

Gew begr 2021

Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Rijksbijdragen

6.687

6.593

6.637

6.637

6.637

6.637

Gemeentelijke bijdragen

39.146

41.356

42.352

42.052

42.052

42.052

Opbrengsten bedrijfsvoering

2.363

2.514

2.636

2.636

2.636

2.636

Overige opbrengsten

2.441

1.208

1.069

995

995

995

Totaal baten

50.637

51.671

52.694

52.320

52.320

52.320

Personeelskosten

33.141

36.470

37.244

36.781

36.731

36.731

Kapitaallasten

5.851

6.596

6.604

6.604

6.604

6.604

Wagenpark

1.754

1.815

1.845

1.845

1.845

1.845

Communicatieapparatuur

2.482

2.684

2.774

2.774

2.774

2.774

Huisvestingskosten

3.980

4.020

4.119

3.989

3.819

3.819

Overige bedrijfskosten

597

663

495

495

495

495

0

181

187

187

187

187

Rentebaten en -lasten

-77

-138

-154

-154

-154

-154

Bezuinigingstaakstelling

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

47.728

52.291

53.114

52.521

52.301

52.301

Saldo van baten en lasten

2.909

-620

-420

-201

19

19

Toevoegingen reserves

-2.909

0

-19

-19

-19

-19

Onttrekkingen reserves

0

620

439

50

0

0

Geraamd resultaat

0

0

0

0

0

0

Baten

Lasten

Onvoorzien

Reservemutaties

Tabel 12: overzicht baten en lasten programma C&R

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

39

Toelichting verschillen begroting 2022 en de gewijzigde begroting 2021 Hierna volgt een toelichting op de verschillen tussen de gewijzigde begroting 2021 en de begroting 2022. De toelichting die leidt tot de gewijzigde begroting 2021 is opgenomen in bijlage 7.3.1.

Rijksbijdragen

44

In de voorgaande begrotingen is voor de inschatting van de BDuR steeds rekening gehouden met een indexering van 2% (1% voor loonbijstelling en 1% voor prijscompensatie). In de afgelopen jaren is de werkelijke indexatie van de BDuR echter structureel lager uitgevallen omdat alleen de loonbijstelling is toegekend. In de begroting 2022 is nu voorzichtigheidshalve gerekend met een index van 1%.

Gemeentelijke bijdrage

996

De gemeentelijke bijdrage stijgt met € 996.000,- ten opzichte van de gewijzigde begroting 2021. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de indexering van 2,16%. Daarnaast is een bedrag van € 49.500,opgenomen voor een nieuwe functie t.b.v. informatiebeveiliging en vraagt de noodzakelijke nieuwe inrichting van de HOvD-taak om een structurele extra bijdrage van € 52.500,-. Een overzicht met de bijdrage per gemeente is opgenomen in paragraaf 7.1.

Opbrengsten bedrijfsvoering

122

De VRGZ verzorgt de ondersteunende dienstverlening aan de GGD. In 2021 stijgt dit bedrag met € 122.000,-, hier staan ook hogere kosten tegenover. De stijging wordt naast indexering veroorzaakt door de uitbreiding van de formatie met de nieuwe functie voor informatiebeveiliging.

Overige opbrengsten

-139

De lagere overige opbrengsten worden veroorzaakt door het wegvallen van OMS-inkomsten (€ 139.000,-).

Personeelskosten

774

De belangrijkste oorzaak voor de stijging van € 774.000,- ten opzichte van 2021 is de indexering van de personeelslasten met 2,36% (€ 700.000,-). Dit betreft 0,26% nacalculatie over 2020 (conform vastgestelde methodiek door het Algemeen Bestuur) en 2,1% indexering voor 2022. Ten behoeve van de verplichte certificering vanaf 2022 voor de informatiebeveiligingsnorm NEN7510 wordt de formatie uitgebreid met een Chief Information Security Officer (€ 105.000,-).

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

40

De huidige inrichting van de HOvD-taak is te uitgebreid waardoor het lastig is deze taak te combineren met de beheersmatige functie en het veeleisende pakket nieuwe instroom belemmert. De stapeling van taken maakt deze functie kwetsbaar, niet toekomstbestendig en vanuit goed werkgeverschap ook niet langer wenselijk (beperkt instroom, hoge oefenbelasting). Daarom is de taak van adviseur gevaarlijke stoffen uit het HOvD-piket gehaald en is daarvoor een nieuw piket Adviseur gevaarlijke stoffen ingericht (€ 52.500,-). Als gevolg van de uitgestelde oefenmomenten en opleidingen voor nieuwe instroom in de crisisorganisatie is ten laste van het positieve resultaat van 2020 de begroting voor 2021 eenmalig opgehoogd met € 50.000,-. Dit extra opleidingsbudget komt in 2022 weer te vervallen. Een mix van budgetwijzigingen leidt per saldo tot een verlaging van € 37.500,-.

Wagenpark

30

De stijging wordt volledig veroorzaakt door de indexering.

Communicatieapparatuur

90

De stijging van de kosten voor communicatieapparatuur wordt veroorzaakt door een ophoging van budget voor dataverbruik onder andere ten behoeve van de blackboxen in de voertuigen en de uitbreiding van een aantal licenties (€ 44.000,-). De resterende stijging van € 46.000,- is het gevolg van indexering.

Huisvestingskosten

99

Het grootste deel van de stijging wordt veroorzaakt door de indexering (€ 70.000,-). Een mix van kleinere wijzigingen waaronder energiekosten leidt tot een bijstelling van € 29.000,-.

Overige bedrijfskosten

-168

In november 2020 heeft het Algemeen Bestuur besloten tot het afsluiten van een dienstverleningsovereenkomst voor een jaar met Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden en Veiligheidsregio Brabant-Noord voor het inhuren van de duiktaak (€ 130.000,-). Dit bedrag wordt gefinancierd uit de resultaatbestemming van 2020. In 2021 wordt in opdracht van het Algemeen Bestuur een onderzoek opgestart naar de meest kosteneffectieve manier om hier invulling aan te geven. In afwachting van de uitkomst hiervan is in de begroting 2022 geen budget voor de duiktaak opgenomen.

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

41

Het uitbreken van de coronapandemie heeft er voor gezorgd dat daar waar mogelijk zoveel mogelijk vanuit huis is gewerkt. Ook nadat deze pandemie onder controle is zal het thuiswerken onderdeel blijven van het tijds- en plaatsongebonden werken. Hierdoor zal blijvend minder budget nodig zijn voor het verbruik van kantoormiddelen en papier (€ 25.000,-). Een mix van wijzigingen leidt tot een neerwaartse bijstelling van € 13.000,-.

Onvoorzien

6

De post onvoorzien bedraagt 0,35% van het begrotingstotaal. Door toename van de begrote lasten stijgt deze post met € 6.000,-.

Rentebaten en -lasten

-16

Als gevolg van de lage rentestand dalen de rentelasten ten behoeve van externe financiering.

Meerjarige mutaties Als gevolg van het uitbreken van de coronapandemie heeft in 2020 een aantal taken geen doorgang kunnen vinden. Deels veroorzaakt door een gewijzigde prioriteitstelling en deels door de opgelegde beperkingen. Voor de taken die in 2021 en 2022 alsnog zullen worden ingehaald is ten laste van het positieve resultaat van 2020 een bestemde reserve gevormd van € 699.000,-. Dit betreft o.a. kosten voor inhuur van extra personeel, het doorschuiven van de facturatie van uitgevoerd achterstallig onderhoud en het inhalen van extra oefenmomenten en opleiden van nieuwe medewerkers voor de crisisorganisatie. Deze doorgeschoven budgetten vallen in 2021, 2022 en 2023 weer vrij.

GHOR De GHOR is een onderdeel van de begroting van de VRGZ onder leiding van de DPG (Directeur Publieke Gezondheid) van de GGD. Het deel in de VRGZ-begroting dat voor de GHOR aangemerkt wordt is € 1.615.000,- in 2022.

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

42

6.3 Baten en lasten Regionale Ambulancevoorziening Overzicht baten en lasten Programma RAV (x € 1.000,-)

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

24.848

23.675

26.033

26.033

26.033

26.033

Rijksbijdragen

677

470

470

470

470

470

Overige opbrengsten

40

75

75

75

75

75

25.565

24.220

26.578

26.578

26.578

26.578

19.736

18.730

20.944

20.944

20.944

20.944

Kapitaallasten

722

1.178

1.135

1.135

1.135

1.135

Wagenpark

939

999

1.026

1.026

1.026

1.026

Communicatieapparatuur

403

500

514

514

514

514

Huisvestingskosten

38

33

43

43

43

43

Overige bedrijfskosten

2.914

2.780

2.916

2.916

2.916

2.916

Totaal lasten

24.752

24.220

26.578

26.578

26.578

26.578

813

0

0

0

0

0

Toevoegingen reserves

-813

0

0

0

0

0

Onttrekkingen reserves

0

0

0

0

0

0

Geraamd resultaat

0

0

0

0

0

0

Baten Budget aanvaardbare kosten

Totaal baten Lasten Personeelskosten

Saldo van baten en lasten Reservemutaties

Tabel 13: baten en lasten programma RAV

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

43

Toelichting verschillen begroting 2022 en de begroting 2021 Hierna volgt een toelichting op de verschillen tussen de begroting 2021 en de begroting 2022. De toelichting die leidt tot de gewijzigde begroting 2021 is opgenomen in bijlage 7.3.2.

Budget aanvaardbare kosten (BAK)

2.358

In 2019 heeft een lokaal onderzoek plaatsgevonden naar de bekostiging van AZGZ. Hierdoor is een aantal aanpassingen gedaan in de financiering voor 2020 en 2021. Ook voor 2022 heeft dit nog een effect voor de huisvesting, specifiek de nieuwbouw in Tiel en Beuningen (€ 43.000,-). Daarnaast is ook landelijk gekeken naar parameterbedragen. Voor AZGZ betekent dit een aantal verhogingen van het budget. De opleidingsvergoeding voor nieuwe medewerkers dekt nu ook de kosten voor het opleidingsapparaat (€ 200.000,-). Overige loonkosten bleken onvoldoende vergoed te worden en het budget hiervoor is met € 200.000,- verhoogd. Ten derde is het budget voor spreiding en beschikbaarheid € 1.405.000,- hoger dan aanvankelijk verwacht. Ook hier geldt dat landelijke parameters zijn aangepast, waaronder de salariskosten. Hiermee worden de gemaakte kosten structureel gefinancierd. AZGZ gaat uit van een index van 2% (€ 510.000,-), wat het restant verklaart.

Personeelskosten

2.214

De personeelskosten vallen in 2022 ruim 2 miljoen euro hoger uit dan in 2021. Dat komt ten eerste doordat de loonnormherijking nu volledig bekend is en doorgevoerd is in de begroting. Het gevolg is dat de gemiddelde loonsom per fte ruim 7% is gestegen (€ 1.652.000,-). Ten tweede is er extra formatie nodig – met name verpleegkundigen – om te compenseren voor de extra uren die medewerkers kwijt zijn aan opleiden, trainen en oefenen. Doordat dit meer tijd kost zijn er minder uren beschikbaar voor paraatheid, waardoor dus meer medewerkers nodig zijn om het rooster te vullen. Zoals hiervoor bij de toelichting bij BAK aangegeven worden deze kosten gecompenseerd door zorgverzekeraars (€ 562.000,-). Samen verklaren deze elementen die stijging van € 2.214.000,-.

Kapitaallasten

-43

De kapitaallasten in 2021 zijn € 43.000,- lager dan in de begroting voor 2021. Dit komt door het uitstellen van de aanschaf van defibrillatoren naar 2023 en levert dus een incidenteel voordeel op.

Wagenpark

27

De kosten voor schoonmaak van ambulances nemen toe, vanwege het verminderen van gebruik van chloor (€ 20.000,-). Een mix van overige kleine mutaties verklaart het restant (€ 7.000,-).

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

44

De vervanging van piket- en dienstvoertuigen wordt zoveel als mogelijk uitgesteld. Enerzijds om zo lang als mogelijk met deze voertuigen te doen en anderzijds om in te kunnen spelen op de ontwikkelingen rondom een duurzaam wagenpark.

Communicatieapparatuur

14

Voor de bevoorrading van de ambulanceposten is overgegaan naar een geautomatiseerd systeem. De kosten van deze methode zijn € 24.000,-. Daar tegenover staan lagere personeelskosten. Ook is de aanschaf van losse ICT en andere communicatiemiddelen met € 10.000,- naar beneden bijgesteld, op basis van de realisatie van de afgelopen jaren.

Huisvestingskosten

10

De uitgaven voor huisvestingskosten, zoals kantinekosten, worden centraal door de afdeling facilitair uitgevoerd. Het budget is nu ook overgeheveld naar deze afdeling. Via interne doorbelastingen komen de kosten uiteindelijk terug bij de RAV.

Overige bedrijfskosten

136

De RAV doorloopt een traject om ook in toekomst goed georganiseerd te zijn en zo de best mogelijke zorg te kunnen leveren. Die uitlopers van dit traject duren tot in 2022. Voor externe inhuur is daarom € 85.000,- meer begroot dan in 2021. De kosten voor medische apparatuur en instrumenten stijgen al jaren op rij. Op basis van de verwachting voor 2022 en de realisatie van de afgelopen jaren, is deze post met € 38.000,- verhoogd. Kleine overige mutaties op de overige bedrijfskosten verklaren de laatste € 13.000,- bijstelling.

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

45

6.4 Uiteenzetting financiële positie In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van de balanspositie opgenomen. Activa

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

56.889

66.176

70.553

78.338

79.698

86.114

Vaste Activa Materiële vaste activa

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Debiteuren

3.303

3.303

3.303

3.303

3.303

3.303

Debiteuren openbare lichamen

1.074

1.074

1.074

1.074

1.074

1.074

Uitzettingen Rijksschatkist

10.865

0

0

0

0

0

Overige vorderingen

1.541

1.541

1.541

1.541

1.541

1.541

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

16.783

5.918

5.918

5.918

5.918

5.918

Liquide middelen

1.258

1.258

1.258

1.258

1.258

1.258

Overlopende activa

901

901

901

901

901

901

75.831

74.253

78.630

86.415

87.775

94.191

Nog in tarieven te verrekenen Sluitpost (incl. rekeningcourant)

Totaal

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

46

Passiva

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Res. aanvaardbare kosten RAV

1.826

1.826

1.826

1.826

1.826

1.826

Subtotaal programma RAV

1.826

1.826

1.826

1.826

1.826

1.826

Algemene reserve C&R

3.902

2.532

2.551

2.570

2.589

2.608

Frictiekosten meldkamer

450

250

50

0

0

0

Uitgestelde werkzaamheden

699

409

170

0

0

0

Duiktaak

130

0

0

0

0

0

5.181

3.191

2.771

2.570

2.589

2.608

0

0

0

0

0

0

7.007

5.017

4.597

4.396

4.415

4.434

2.412

2.750

3.203

4.119

4.367

3.873

556

197

0

0

0

0

2.968

2.947

3.203

4.119

4.367

3.873

51.593

51.650

51.650

51.650

Vaste Passiva Eigen vermogen*

Bestemde reserves:

Subtotaal programma C&R Resultaat

Totaal Eigen vermogen Voorzieningen Groot onderhoud Niet-actieven

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van > 1 jaar Langlopende leningen

49.692

46.489

Vlottende Passiva Vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Sluitpost (incl. rekening-courant)

0

3.636

3.073

10.086

11.179

18.070

11.869

11.869

11.869

11.869

11.869

11.869

11.869

15.505

14.942

21.955

23.048

29.939

Overlopende passiva

4.295

4.295

4.295

4.295

4.295

4.295

Totaal

75.831

74.253

78.630

86.415

87.775

94.191

EMU-saldo **

2.162

-9.927

-4.541

-7.070

-1.092

-6.891

Kortlopende schulden

Tabel 14: verwachte balanspositie * Uitgangspunt is dat het voorstel voor (toekomstige) resultaatbestemming door het Algemeen Bestuur wordt goedgekeurd. De standen zijn vanaf de kolom begroting 2021 bijgewerkt op basis van de jaarrekening 2020 tenzij andere gegevens voorhanden zijn. ** Conform model berekening CBS Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

47

6.5 Stand en verloop voorzieningen en reserves Reserves Bedragen * € 1.000,-

Verwachting ultimo

Stand eind 2021

Storting 2022

Onttrekking 2022

2022

2023

2024

2025

Algemene reserve C&R

2.532

19

0

2.551

2.570

2.589

2.608

Reserve aanvaardbare kosten

1.826

0

0

1.826

1.826

1.826

1.826

Bestemde reserve meldkamer

250

0

200

50

0

0

0

Bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden

409

0

239

170

0

0

0

Bestemde reserve duiktaak

0

0

0

0

0

0

0

5.017

0

439

4.597

4.396

4.415

4.434

Totaal reserves

Tabel 15: stand en verloop reserves Voorzieningen Bedragen * € 1.000,-

Voorziening groot onderhoud Voorziening niet actieven Totaal voorzieningen

Stand eind 2021

Storting 2022

Onttrekking 2022

Verwachting ultimo 2022 2023 2024 2025

2.750

1.303

850

3.203

4.119

4.367

3.873

197

0

197

0

0

0

0

2.947

1.303

1.047

3.203

4.119

4.367

3.873

Tabel 16: stand en verloop voorzieningen

6.6 Incidentele baten en lasten en structureel evenwicht Het BBV definieert incidentele baten en lasten als volgt: ‘Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Het gaat om eenmalige zaken en om (meerjarige) projecten of subsidies als deze eveneens het karakter van tijdelijkheid c.q. eindig doel hebben.’. Incidentele baten en lasten VRGZ Bedragen * € 1.000,-

2022

2023

2024

2025

Totaal incidentele baten

0

0

0

0

Totaal incidentele lasten

0

0

0

0

Tabel 17: incidentele baten en lasten VRGZ Het structureel evenwicht geeft de saldi van de begroting en meerjarenraming na aftrek van incidentele baten/lasten. In de voorliggende begroting en meerjarenraming is geen sprake van incidentele baten of lasten, noch structurele reservemutaties, waarmee het structurele saldo gelijk is aan het saldo exclusief incidentele baten en lasten.

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

48

6.7 Investeringsplanning Bedragen * € 1.000,-

Vanuit JR 2020

Begro ting 2021

Gew. Begroting begr. 2022 2021

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Automatisering

0

0

0

0

80

0

0

Inventaris

0

0

0

0

0

0

0

Verbindingsmidd. & comm.techn.

28

180

208

405

355

966

675

Vakbekwaamheidsmiddelen

114

29

143

29

72

53

29

Ademlucht

280

174

454

2

64

100

615

Repressieve kleding

640

151

791

209

53

53

988

Totaal PBM

920

325

1.245

211

117

153

1.603

453

592

1.045

452

870

631

866

3.187

4.094

7.281

3.777

3.304

2.979

4.957

24

0

24

0

0

0

0

Totaal voertuigen

3.664

4.686

8.350

4.229

4.174

3.610

5.823

Totaal sector Brandweer

4.726

5.220

9.946

4.874

4.798

4.782

8.130

115

55

170

94

0

0

80

Verbindingsmidd. & comm.techn.

0

0

0

2

32

0

0

Inventaris

0

36

36

0

0

0

0

Repressieve kleding

0

0

0

25

0

0

0

Automatisering

0

0

0

245

0

0

0

115

91

206

366

32

0

80

Sector Brandweer

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

Voer- en vaartuigen Bepakkingen Voer- en vaartuigen Containers

Sector Crisisbeheersing Voertuigen

Totaal sector Crisisbeheersing

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

49

Bedragen * € 1.000,-

Vanuit JR 2020

Begr 2021

Gew. begr. 2021

Begr 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

144

50

194

66

50

50

96

Verbindingsmidd. & comm.techn.

0

0

0

70

0

0

0

Gebouwen

0

0

0

0

0

0

300

Inventaris

0

25

25

0

0

0

0

380

505

885

0

1.488

0

0

0

20

20

0

0

0

0

Voertuigen

2.315

250

2.565

670

1.130

543

1.453

Totaal sector RAV

2.839

850

3.689

806

2.668

593

1.849

Automatisering

306

269

575

417

767

177

527

Inventaris

33

75

108

100

100

100

100

Voertuigen en bepakkingen

0

44

44

0

30

0

0

Gebouwen

967

0

967

2.720

4.060

1.394

1.464

Grond en terreinen

133

0

133

1.090

1.680

586

618

Verbouwingen

59

100

159

520

140

140

140

Inventaris

0

0

0

0

25

25

25

1.498

488

1.986

4.847

6.802

2.422

2.874

Voertuigen

0

0

0

0

0

80

0

Totaal Staf

0

0

0

0

0

80

0

9.178

6.649

15.827

10.893

14.300

7.877

12.933

Sector RAV Automatisering

Inventaris medisch Verbouwingen

Ondersteunende diensten

Vastgoed

Totaal Bedrijfsvoering Staf

Totaal investeringsplanning

Tabel 18: investeringsplanning

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

50

7 Bijlagen

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

51

7 Bijlagen 7.1 Bijdragen deelnemende gemeenten In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de bijdrage van gemeenten weergegeven. Na het opstellen en verzenden van de primaire begroting 2021 is in maart 2020 door het Algemeen Bestuur ingestemd met de adviesnota Bluswater. Onderdeel van deze nota is dat het onderhoud van (openbare) geboorde putten dat nu door de veiligheidsregio wordt uitgevoerd overgaat naar de gemeenten. De bijdrage voor de betreffende gemeenten is met ingang van 2021 met dit bedrag verlaagd. Onderhoud geboorde putten

Gemeenten

Inwoners 2021*

Gemeentelijke bijdrage 2021

Gewijzigde bijdrage 2021

Berg en Dal

34.930

2.389.709

2.389.709

Beuningen

25.850

1.452.594

1.452.594

Buren

26.730

2.211.320

-4.791

2.206.529

Culemborg

28.899

2.035.328

-13.260

2.022.068

Druten

18.950

1.113.845

Heumen

16.527

1.247.820

Maasdriel

24.800

1.816.182

Neder-Betuwe

24.335

1.675.289

Nijmegen

177.800

14.364.914

14.364.914

Tiel

42.200

2.733.768

2.733.768

West Betuwe

51.038

4.113.166

-29.686

4.083.480

West Maas en Waal

19.300

1.500.409

-7.181

1.493.228

Wijchen

41.100

2.632.586

-12.103

2.620.483

Zaltbommel

28.950

2.139.910

Totaal

561.409

41.426.840

1.113.845 -2.670

1.245.150 1.816.182

-1.595

1.673.694

2.139.910 -71.286

41.355.554

Tabel 19: bijdrage deelnemende gemeenten * Bron: inwonersaantallen uit de Begrotingsrichtlijnen 2021 voor gemeenschappelijke regelingen in de regio Nijmegen (BRN).

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

52

Gemeenten

Inwoners 2022 *

Gewijzigde bijdrage 2021

Indexering (2,16%)

Informatiebeveiliging (1)

HOvD-taak (2)

Gemeentelijke bijdrage 2022

Berg en Dal

34.930

2.389.709

51.666

2.865

3.034

2.447.274

Beuningen

25.950

1.452.594

31.405

1.741

1.844

1.487.584

Buren

26.900

2.206.529

47.705

2.645

2.801

2.259.680

Culemborg

29.030

2.022.068

43.717

2.424

2.567

2.070.776

Druten

19.031

1.113.845

24.081

1.335

1.414

1.140.675

Heumen

16.455

1.245.150

26.920

1.493

1.581

1.275.144

Maasdriel

25.461

1.816.182

39.266

2.177

2.306

1.859.931

Neder-Betuwe

24.639

1.673.694

36.185

2.006

2.125

1.714.010

Nijmegen

177.500

14.364.914

310.569

17.220

18.235

14.710.938

Tiel

42.120

2.733.768

59.104

3.277

3.470

2.799.619

West Betuwe

51.430

4.083.480

88.285

4.895

5.183

4.181.843

West Maas en Waal

19.400

1.493.228

32.284

1.790

1.896

1.529.198

Wijchen

41.230

2.620.483

56.655

3.142

3.327

2.683.607

Zaltbommel

29.450

2.139.910

46.265

2.565

2.717

2.191.457

Totaal

563.526

41.355.554

894.107

49.575

52.500

42.351.736

Tabel 20: verloop bijdrage deelnemende gemeenten *

Bron: inwonersaantallen uit de Begrotingsrichtlijnen 2022 voor gemeenschappelijke regelingen in de regio Nijmegen (BRN).

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

53

Gemeenten

Inwoners 2022 *

Gemeentelijke bijdrage 2022

Achterstallig onderhoud (3)

Gemeentelijke bijdrage 2023

Gemeentelijke bijdrage 2024

Gemeentelijke bijdrage 2025

Berg en Dal

34.930

2.447.274

-17.254

2.430.020

2.430.020

2.430.020

Beuningen

25.950

1.487.584

-10.059

1.477.525

1.477.525

1.477.525

Buren

26.900

2.259.680

-15.966

2.243.714

2.243.714

2.243.714

Culemborg

29.030

2.070.776

-15.386

2.055.390

2.055.390

2.055.390

Druten

19.031

1.140.675

-7.606

1.133.069

1.133.069

1.133.069

Heumen

16.455

1.275.144

-9.295

1.265.849

1.265.849

1.265.849

Maasdriel

25.461

1.859.931

-13.118

1.846.813

1.846.813

1.846.813

Neder-Betuwe

24.639

1.714.010

-12.471

1.701.539

1.701.539

1.701.539

Nijmegen

177.500

14.710.938

-103.569

14.607.369

14.607.369

14.607.369

Tiel

42.120

2.799.619

-19.683

2.779.936

2.779.936

2.779.936

West Betuwe

51.430

4.181.843

-30.587

4.151.256

4.151.256

4.151.256

West Maas en Waal

19.400

1.529.198

-18.757

1.510.441

1.510.441

1.510.441

Wijchen

41.230

2.683.607

-10.810

2.672.797

2.672.797

2.672.797

Zaltbommel

29.450

2.191.457

-15.439

2.176.018

2.176.018

2.176.018

Totaal

563.526

42.351.736

-300.000

42.051.736

42.051.736

42.051.736

Tabel 21: bijdrage deelnemende gemeenten 2021-2025

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

54

Toelichting op de wijzigingen

Ad 1:

Per 1 januari 2022 moet de VRGZ gecertificeerd zijn voor de informatiebeveiligingsnorm NEN7510. Ten behoeve hiervan en voor het uitvoeren van en toezien op het informatiebeveiligingsbeleid, is een Chief Information Security Officer nodig.

Ad 2:

De huidige inrichting van de HOvD-taak is te uitgebreid waardoor het lastig is deze taak te combineren met de beheersmatige functie en het veeleisende pakket nieuwe instroom belemmert. De stapeling van taken maakt deze functie kwetsbaar, niet toekomstbestendig en vanuit goed werkgeverschap ook niet langer wenselijk (beperkt instroom, hoge oefenbelasting). Daarom is de taak van adviseur gevaarlijke stoffen uit het HOvD-piket gehaald en is daarvoor een nieuw piket Adviseur gevaarlijke stoffen ingericht.

Ad 3:

In 2019 heeft het Algemeen Bestuur besloten om voor de periode 2020 tot en met 2022 jaarlijks € 300.000,- beschikbaar te stellen voor het achterstallig onderhoud van de kazernes. Dit bedrag wordt derhalve met ingang van 2023 weer in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage.

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

55

7.2 Baten en lasten per taakveld Baten en lasten per taakveld VRGZ bedragen x € 1.000,-

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Crisisbeheersing en brandweer

41.960

35.244

6.716

42.906

40.206

2.700

43.751

39.954

3.797

Volksgezondheid

25.509

22.158

3.351

24.220

21.275

2.945

26.578

23.046

3.532

Algemene uitkeringen

6.239

0

6.239

6.251

0

6.251

6.307

0

6.307

Treasury

0

-77

77

0

-138

138

0

-154

154

Overhead

2.494

15.155

-12.661

2.514

14.987

-12.473

2.636

16.659

-14.023

Overige baten en lasten

0

0

0

0

181

-181

0

187

-187

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

76.202

72.480

3.722

75.891

76.511

-620

79.272

79.692

-420

0

0

0

620

0

620

439

0

439

76.202

72.480

3.722

76.511

76.511

0

79.711

79.692

19

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 22: baten en lasten per taakveld VRGZ

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

56

Baten en lasten per taakveld VRGZ meerjarig bedragen x € 1.000,-

Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Crisisbeheersing en brandweer

43.751

39.954

3.797

43.377

39.600

43.377

39.380

43.377

39.380

Volksgezondheid

26.578

23.046

3.532

26.578

23.046

26.578

23.046

26.578

23.046

Algemene uitkeringen

6.307

0

6.307

6.307

0

6.307

0

6.307

0

Treasury

0

-154

154

0

-154

0

-154

0

-154

Overhead

2.636

16.659

-14.023

2.636

16.420

2.636

16.420

2.636

16.420

Overige baten en lasten

0

187

-187

0

187

0

187

0

187

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

79.272

79.692

-420

78.898

79.099

78.898

78.879

78.898

78.879

439

0

439

220

0

0

0

0

0

79.711

79.692

19

79.118

79.099

78.898

78.879

78.898

78.879

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 23: baten en lasten per taakveld VRGZ meerjarig

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

57

Baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding bedragen x € 1.000,-

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Crisisbeheersing en brandweer

41.960

35.244

6.716

42.905

40.205

2.700

43.751

39.954

3.797

Algemene uitkeringen

6.239

0

6.239

6.251

0

6.251

6.307

0

6.307

Overhead

2.438

12.561

-10.123

2.514

12.042

9.528

2.636

13.127

-10.491

Treasury

0

-77

77

0

-138

138

0

-154

154

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

181

-181

0

187

-187

50.637

47.728

2.909

51.670

52.290

-620

52.694

53.114

-420

0

0

0

620

0

620

439

0

439

50.637

47.728

2.909

52.290

52.290

0

53.133

53.114

19

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 24: baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

58

Baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding meerjarig bedragen x € 1.000,-

Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Crisisbeheersing en brandweer

43.751

39.954

3.797

43.377

39.600

43.377

39.380

43.377

39.380

Algemene uitkeringen

6.307

0

6.307

6.307

0

6.307

0

6.307

0

Overhead

2.636

13.127

-10.491

2.636

12.888

2.636

12.888

2.636

12.888

Treasury

0

-154

154

0

-154

0

-154

0

-154

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

187

-187

0

187

0

187

0

187

52.694

53.114

-420

52.320

52.521

52.320

52.301

52.320

52.301

439

0

439

220

0

0

0

0

0

53.133

53.114

19

52.540

52.521

52.320

52.301

52.320

52.301

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 25: baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding meerjarig

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

59

Baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening bedragen x € 1.000,-

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

25.565

22.158

3.407

24.220

21.275

2.945

26.578

23.044

3.534

Algemene uitkeringen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overhead

0

2.594

-2.594

0

2.945

-2.945

0

3.534

-3.534

Treasury

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

25.565

24.752

813

24.220

24.220

0

26.578

26.578

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

25.565

24.752

813

24.220

24.220

0

26.578

26.578

0

Volksgezondheid

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 26: baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

60

Baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening meerjarig bedragen x € 1.000,-

Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

26.578

23.044

3.534

26.578

23.044

26.578

23.044

26.578

23.044

Algemene uitkeringen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overhead

0

3.534

-3.534

0

3.534

0

3.534

0

3.534

Treasury

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

26.578

26.578

0

26.578

26.578

26.578

26.578

26.578

26.578

0

0

0

0

0

0

0

0

0

26.578

26.578

0

26.578

26.578

26.578

26.578

26.578

26.578

Volksgezondheid

Saldo van baten en lasten Mutaties bestemde reserves Resultaat

Tabel 27: baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening meerjarig

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

61

7.3 Begrotingswijzigingen 2021 In onderstaande paragrafen zijn de wijzigingen verwerkt die zich hebben voorgedaan nadat de begroting 2021 is vastgesteld. Het betreft kostenneutrale verschuivingen, de financiële vertaling van de resultaatbestemming van 2020 die het gevolg is van de coronapandemie en een verschuiving van taken van de VRGZ naar de gemeenten.

Verschuivingen De verschuivingen hebben plaatsgevonden ten behoeve van een beter inzicht en een betere presentatie.

Resultaatbestemming Als gevolg van andere prioriteitstellingen die het gevolg waren van de coronapandemie heeft in 2020 op diverse plekken binnen de organisatie een aantal taken geen doorgang kunnen vinden. Een deel van deze taken zal echter in 2021 en 2022 alsnog ingehaald moeten worden. Hiervoor is in de oorspronkelijke begroting 2021 geen extra budget opgenomen. Daarom is uit het positieve resultaat van 2020 een bestemde reserve gevormd van € 699.000,- voor de uitvoering van deze doorgeschoven werkzaamheden. Het algemeen bestuur is in november 2020 akkoord gegaan met het afsluiten van een DVO tussen Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en Veiligheidsregio Brabant-Noord voor 2021. De kosten van deze overeenkomst bedragen €130.000 voor het jaar 2021. Voor de dekking is een bestemde reserve gevormd.

Onderhoud geboorde putten In maart 2020 is door het Algemeen Bestuur ingestemd met de adviesnota Bluswater. Onderdeel van deze nota is dat het onderhoud van (openbare) geboorde putten dat nu door de veiligheidsregio wordt uitgevoerd overgaat naar de gemeenten. De bijdrage voor de betreffende gemeenten is met ingang van 2021 met dit bedrag verlaagd.

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

62

Begrotingswijzigingen Crisis- en Rampenbestrijding bedragen x € 1.000,-

Begroting 2021

Verschuivingen

Resultaat bestemming 2020

Onderhoud geboorde putten

Gewijzigde begroting 2021

6.593

0

0

0

6.593

0

0

0

0

0

Gemeentelijke bijdragen

41.427

0

0

-71

41.356

Opbrengsten bedrijfsvoering

2.514

0

0

0

2.514

Overige opbrengsten

1.208

0

0

0

1.208

Totaal baten

51.742

0

0

-71

51.671

Personeelslasten

35.948

-94

290

0

36.144

Kapitaallasten

6.485

111

0

0

6.596

Wagenpark

1.886

0

0

-71

1.815

Communicatieapparatuur

2.702

-18

0

0

2.684

Huisvestingskosten

3.809

211

0

0

4.020

Overige bedrijfskosten

1.069

-210

130

0

989

Onvoorzien

181

0

0

0

181

Rentebaten en -lasten

-138

0

0

0

-138

Bezuinigingstaakstelling

0

0

0

0

0

51.942

0

420

-71

52.291

Saldo van baten en lasten

-200

0

-420

0

-620

Toevoegingen reserves

0

0

0

0

0

Onttrekkingen reserves

200

0

420

0

620

0

0

0

0

0

Baten Rijksbijdragen Provinciale bijdragen

Lasten

Totaal lasten

Resultaat

Tabel 28: begrotingswijzigingen 2021 programma C&R

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

63

Begrotingswijzigingen RAV bedragen x € 1.000,-

Begroting 2021 Verschuivingen

Gewijzigde begroting 2021

Baten Budget aanvaardbare kosten

23.675

23.675

Rijksbijdragen

470

470

Overige opbrengsten

75

75

Totaal baten

24.220

0

24.220

Lasten Personeelslasten

19.056

Kapitaallasten

1.269

Wagenpark

999

999

Communicatieapparatuur

500

500

Huisvestingskosten

244

-211

33

Overige bedrijfskosten

2.152

302

2.454

Totaal lasten

24.220

0

24.220

Saldo van baten en lasten

0

0

0

Toevoegingen reserves

0

0

0

Onttrekkingen reserves

0

0

0

Resultaat

0

0

0

19.056 -91

1.178

Tabel 29: begrotingswijzigingen 2021 programma RAV

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

64

7.4 Regionaal Beleidsplan 2020-2023 2020

2021

2022

2023

Actieve houding medewerkers versterken

x

x

x

x

Interne samenwerking en afstemming versterken

x

x

x

x

Samenwerking en afstemming met de gemeenten versterken

x

x x

x

x

Samenwerking en afstemming

Kennisnetwerk versterken t.b.v. advisering en crisisbeheersing Informatiemanagement

x

x

x

x

Flexibele crisisorganisatie

x

x

x

x

Meerjaren beleidsplan multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen

x

Integrale aanpak druk op acute zorgketen

x

x

x

x

Gedeelde visie ontwikkelen op risico’s, advisering, toezicht en handhaving

x

x

Voorbereiding zorginstellingen op regionale risico’s

x

x

x

x

Samenhang Regionaal risicoprofiel en advisering gemeenten i.r.t. de Omgevingswet

x

x

Nieuw regionaal evenementenbeleid

x

x

x

Real time omgevingsbeeld en signalering van trends

x

x

x

Onderzoek urgentieclassificatie

x

x

Naar een dynamisch risicoprofiel en beleidsprioriteiten

x

x

x

Risicocommunicatie

x

x

x

x

Gerichte voorlichting aan inwoners en bij bedrijven en instellingen

x

x

x

x

Burgerparticipatie

x

x

x

x

Iedereen is hulpverlener

x

x

Uitwerking vervolg verminderd zelfredzaamheid

x

Inwoners-onderzoeken of -informatie meteen na incidenten

x

x

x

x

x

x

Risicogericht werken

Een weerbare samenleving

Communicatiestrategie i.v.m. informatiedruk bij incidenten en crises

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

65

2020

2021

2022

2023

Inzetten op vitaliteit en duurzame inzetbaarheid

x

x

x

x

Visie op samenwerking meldkamer

x

Soepele overgang van de meldkamer naar de LMS Oost-Nederland

x

x

x

Zorgcoördinatiecentrum en zorgdifferentiatie

x

x

Inspelen op Wet ambulancezorg

x

Actieplan Ambulancezorg

x

x

Organisatie voorbereiden op Omgevingswet

x

x

Programma vrijwilligheid

x

Bemensing crisisorganisatie

x

Cybersecurity

x

Een toekomstbestendige veiligheidsregio

x

x

x

x

x

x

x

x

Gevolgen criminaliteit voor fysieke leefomgeving/ veiligheid

x

x

Gevolgen extreem weer

x

x

Risico’s met extra focus Gevolgen cyberrisco’s

x

Gevolgen energietransitie

x

x

x

Tabel 30: regionaal beleidsplan

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

66

7.5 Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren programma Crisis- en Rampenbestrijding Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Formatie

0,67

0,64

0,64

0,64

0,64

0,64

0,64

Bezetting

0,63

0,58

0,58

0,58

0,58

0,58

0,58

Apparaatskosten

86

93

94

93

93

93

93

Externe inhuur

3%

3%

3%

3%

3%

3%

3%

Overhead

18%

24%

25%

25%

25%

25%

25%

Tabel 31: beleidsindicatoren programma Crisis- en Rampenbestrijding

Beleidsindicatoren programma RAV Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Formatie

0,40

0,38

0,39

0,39

0,39

0,39

0,39

Bezetting

0,37

0,34

0,37

0,37

0,37

0,37

0,37

Apparaatskosten

44

43

47

47

47

47

47

Externe inhuur

5%

1%

1%

1%

1%

1%

1%

Overhead

9%

9%

13%

13%

13%

13%

13%

Tabel 32: beleidsindicatoren programma RAV

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

67

7.6 Financiële spelregels In deze paragraaf zijn de spelregels en grondslagen opgenomen die de VRGZ hanteert op het gebied van financiën.

Spelregels Bij het budgethouderschap zoals bij de VRGZ is ingericht, horen een aantal spelregels die een richtinggevende werking hebben op de handelingswijze bij inhoudelijke en financiële vraagstukken. Deze spelregels zijn hieronder opgenomen. A) Begroten Bij het opstellen van de begroting hanteert de VRGZ de volgende uitgangspunten: P&C-cyclus P&C cyclus van de VRGZ bestaat uit een vooraf opgestelde begroting. De verantwoording vindt plaats via twee tussentijdse rapportages en een jaarrekening.

Relatie beleid-financiën De VRGZ heeft de ambitie om bij het begroten het zicht op de relatie tussen de inhoud en het budget te kunnen bieden: ▪

Dit stelt het Algemeen Bestuur, colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden, met respect voor ieders verantwoordelijkheid, beter in staat om politiekbestuurlijke discussies te voeren die niet alleen over geld gaan, maar vooral over de inhoud.

▪

Dit betekent dat het management van de VRGZ verbinding zal zoeken met de portefeuillehouders, leden van het Algemeen Bestuur en de raden om hierbij inzicht en betrokkenheid te creëren.

▪

Daardoor kunnen bestuurders invulling geven aan hun rollen en taken binnen het Algemeen Bestuur en daarbuiten in de colleges en raden.

Structureel sluitende begroting De meerjarenbegroting is structureel sluitend, de laatste van de vier jaarschijven is altijd structureel sluitend. Daarbij gaan we bij het begroten uit van: ▪

behoedzame, reële ramingen;

▪

tegenover structurele uitgaven kunnen geen incidentele inkomsten of incidentele meevallers staan.

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

68

Reguliere jaarlijkse indexering van de gemeentelijke bijdrage De indexering van de gemeentelijke bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een tweetal indexen; een loonindex en een materiële index. Een voorbeeld normering: ▪

Loonindex

Voor de loonindex wordt het centraal economisch plan (CEP) gepubliceerd in maart 2018 gebruikt als basis voor indexering. Het gaat dan om het CEP 2018 bijlage Middelen en Bestedingen 2020. Uit deze bijlage wordt genomen: ‘beloning werknemersoverheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen’ als indexering voor het loondeel. Er wordt eenmalig nagecalculeerd aan het einde van het begrotingsjaar. De nacalculatie is gebaseerd op de werkelijke lastenontwikkeling zoals deze volgt uit: ▪

de cao voor gemeenteambtenaren;

▪

de pensioenpremies vanuit het ABP;

▪

de sociale premies vanuit het Rijk (loonbelasting en premies volksverzekeringen).

Het verschil tussen de voorcalculatie en werkelijke ontwikkeling wordt ten gunste of ten laste van de algemene reserve gebracht, daarnaast wordt de werkelijke ontwikkeling verwerkt in de meerjarenraming. ▪

Materiële index

Ook voor de materiële index wordt het centraal economisch plan (CEP), bijlage Middelen en Bestedingen 2020 gepubliceerd in maart 2018, gebruikt als basis. Uit deze bijlage wordt ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie’ gebruikt als indexering voor de materiele lasten. ▪

Verhouding loonindex / materiële index

De VRGZ houdt een verhouding van 70/30 aan.

Prijspeilaanpassingen Prijspeilaanpassingen worden budgettair neutraal behandeld, dus binnen de ruimte die door de indexering van de gemeentelijke bijdrage ontstaat.

Uitzettingen Er zijn drie typen uitzettingen van de begroting die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten:

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

69

▪

Nieuwe beleidsvoorstellen o.a. in relatie tot de uitwerking van onze meerjarenstrategie en beleidsontwikkelingen binnen gemeenten;

▪

Buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;

▪

Autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen die voortkomen uit bestaand beleid. Bijvoorbeeld wet- en regelgeving of noodzakelijke uitzettingen in verband met toename van het inwoneraantal in de regio.

Onvoorzien Uit de post onvoorzien worden geen structurele uitgaven gedaan. De VRGZ begroot de post onvoorzien voor het programma Crisis- en Rampenbestrijding op 0,35% van de begrote baten.

Verantwoording kosten bedrijfsvoering Conform BBV wordt de overhead apart inzichtelijk gehouden en gerapporteerd.

B) Tussentijdse begrotingswijzigingen Wijzigingen binnen financiële kaders Gezien de financiële risico’s die we lopen en onzekere toekomstige ontwikkelingen, willen we behoedzaam om blijven gaan met financiële mee- en tegenvallers. Daarom blijven wij ons inspannen om: ▪

ons bestaande financiële beleid zorgvuldig na te leven en jaarlijks bij de jaarrekening een zo gunstig mogelijk financieel resultaat te behalen. Dat houdt in een kostenbewuste houding en bijbehorend gedrag;

▪

tegenvallers door hogere lasten of lagere baten door verlaging van lasten binnen de sectoren of afdelingen op te vangen;

▪

bestemming van niet-voorziene voordelen in de exploitatie gedurende het jaar ter besluitvorming aan het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur voor te leggen.

In geval het Directieteam (DT) een voorstel doet om extra geld uit te geven aan nieuwe beleidsontwikkelingen op een ander moment dan bij de integrale afweging bij de begroting, moet solide dekking worden aangewezen. Tenzij er sprake is van externe dekking, moet in het voorstel aangegeven worden welk bestaand beleid moet worden geschrapt of verminderd.

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

70

Wijzigingen binnen financiële kaders worden in principe niet voorgelegd voor zienswijze aan de raden. Als gewijzigd of nieuw beleid politiek gezien een belangrijk onderwerp betreft, kan het Dagelijks Bestuur besluiten de wijziging voor zienswijze aan de raden voor te leggen.

Wijzigingen buiten de financiële kaders Als een wijziging substantieel (boven de € 25.000,-) is, zijn er twee typen uitzettingen in de vorm van tussentijdse begrotingswijziging die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten: ▪

Buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;

▪

Autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen (zoals wet- en regelgeving) die voortkomen uit bestaand beleid.

Aangezien deze wijzigingen buiten de financiële kaders vallen, hebben ze dus invloed op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage en worden dus voorgelegd voor zienswijze aan de raden.

Resultaatbestemming Als in de jaarrekening sprake is van meevallers door hogere baten of lagere lasten, worden eerst vereiste bestemmingsreserves gevormd en de streefnorm aangevuld. Wat daarna nog resteert, wordt aan de gemeenten terugbetaald. Bij een negatief resultaat wordt eerst het weerstandsvermogen aangesproken. Mocht dit onvoldoende zijn, wordt een beroep gedaan op de gemeenten. Dit wordt hierna uitgewerkt. De VRGZ streeft ernaar in een zo vroeg mogelijk stadium via tussentijdse rapportages het Algemeen Bestuur te informeren over het vormen van bestemde reserves.

C) Risicomanagement, weerstandsvermogen en reservepositie Risico’s In 2014 is door de VRGZ de nota ‘Risicomanagement, voorzieningen en weerstandsvermogen’ opgesteld. Het bestuur nam hierover besluiten in 2015. Elk jaar worden bij de verschillende organisatieonderdelen de risico’s in kaart gebracht. Deze risico’s zijn gerubriceerd en gewaardeerd. ▪

In de begroting en jaarrekening wordt een cijfermatige samenvatting van de risicoinventarisatie opgenomen, met de berekening van het weerstandsvermogen.

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

71

▪

Nieuwe, gewijzigde of verdwenen risico’s worden bij het uitbrengen van de begroting, jaarrekening en de twee tussentijdse rapportages als mutatie gemeld.

▪

De frequentie van de rapportage over risico’s wordt groter als daar aanleiding voor is.

Weerstandscapaciteit ▪

De benodigde weerstandscapaciteit is het resultaat van de gewogen risicocapaciteit van de geïnventariseerde risico’s.

▪

De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal van de algemene reserve.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de benodigde capaciteit wordt gedekt door de beschikbare capaciteit. Als het weerstandsvermogen ontoereikend is om de risico’s af te dekken en naarmate de gecalculeerde risico’s zich voordoen, zal de VRGZ hiervoor bezuinigingsmaatregelen treffen of wordt de bijdrage van gemeenten hoger. Het weerstandsvermogen bij de VRGZ is bedoeld voor: a) het kunnen opvangen van incidentele financiële tegenvallers zonder direct ingrepen in de begroting te hoeven doen; b) het kunnen opvangen van de eerste klap van structurele financiële tegenvallers, waardoor tijd wordt gecreëerd om zorgvuldig af te kunnen wegen hoe de structurele doorwerking wordt aangepakt. Als de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding hoger is dan de streefnorm, wordt het meerdere teruggestort naar de gemeenten. Als de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding onder de streefnorm komt, zal de VRGZ inspanningen doen deze aan te vullen. In het geval dat de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding onder € 0,- komt, wordt aan de gemeenten gevraagd om het vermogen aan te vullen.

Reservepositie Geredeneerd vanuit bovenstaande zienswijze zien wij alleen de algemene reserve als weerstandsvermogen.

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

72

▪

Voor de omvang van de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding wordt 5% van de baten genomen als streefwaarde.

▪

Voor de omvang van de reserve aanvaardbare kosten RAV wordt 10% van de baten genomen als minimumnorm en is 15% de streefwaarde.

Bij de gepresenteerde cijfers wordt ervan uitgegaan dat de voorstellen voor bestemming resultaat door het bestuur worden overgenomen.

Grondslagen

A) Grondslagen De begroting en jaarrekening worden opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten daarvoor geeft. Het overzicht van baten en lasten van de VRGZ omvat het totaal van alle activiteiten die de VRGZ heeft uitgevoerd. De cijfers worden nader gepresenteerd en toegelicht in het overzicht baten en lasten programma Crisis- en Rampenbestrijding en het programma RAV. Onderlinge verrekeningen tussen beide programma’s worden opgenomen in het overzicht van baten en lasten per programma. In het overzicht van baten en lasten op het niveau van de totale VRGZ worden onderlinge verrekeningen geëlimineerd.

Grondslagen van resultaatbepaling Bij de VRGZ worden de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Incidentele baten en lasten worden vanaf € 50.000,- vermeld. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Bij het programma RAV wordt afgeweken van deze regel, omdat dit een zorggefinancierde taak is. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij de regelgeving voor zorginstellingen. De lasten worden bepaald op basis van historische kosten, met inachtneming van de vermelde grondslagen van waardering van activa en passiva en toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Aangezien het niet is toegestaan voorzieningen te vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume, worden sommige personele

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

73

lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Het gaat dan om aanspraken op een overbruggingsperiode, levensloop en versterkt ouderdomspensioen. Voor jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde kosten zonder (naar verwachting) een jaarlijks vergelijkbaar volume is een verplichting opgenomen.

Grondslagen van waardering De VRGZ waardeert alle activa en passiva tegen nominale waarde en maakt vermelding als hiervan afgeweken wordt.

B) Toelichting op balansposten Activa De VRGZ verstaat onder materiële vaste activa, activa die bedoeld zijn om de bedrijfsuitoefening duurzaam te dienen. De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs of vervaardigingkosten, verminderd met een lineaire afschrijving gebaseerd op economische levensduur of tegen lagere bedrijfswaarde. Met ingang van het begrotingsjaar 2020 bedraagt de activeringsgrens € 10.000,-. Aan de materiële vaste activa wordt rente toegerekend van 2%. Conform BBV houdt de VRGZ als maximummarge 0,5% afwijking aan. Indien de VRGZ investeringsbijdragen van derden ontvangt wordt dit expliciet toegelicht.

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

74

Afschrijvingstermijnen Overzicht met afschrijftermijnen Afschrijvingstermijnen

Afschrijvings termijn2

Persoonlijke beschermingsmiddelen en werkkleding Bluskleding en beschermingsmiddelen (bluspakken, gaspakken etc) Ademlucht (toestel, cilinder, gelaatstuk etc)

5 / 8 / 10 10 / 15

Automatisering Hard- en software

3/4/5

Telefonie

10

ICT-infrastructuur

15 / 30

Communicatie- en verbindingsmiddelen Alarmontvanger

5

Mobiele Data Terminal

5

Communicatienetwerksysteem (C2000/P2000)

5/7

Signalering kazerne

10

Gebouwen en inventaris Installaties en testapparatuur ademluchtwerkplaats

8 / 15

Inventaris/meubilair/aggregaat

10 / 15

Verbouwing

10 / 20

Semi-permanente unit

20

Gebouw / kazerne

30 / 40

Medische inventaris Medische apparatuur (o.a. defibrillatoren, autopulse, AED)

5/7

Brancards

7

Vaartuigen Blusboten

30

Motorboot

10 / 15

Hulpboot en trailer

20

Midlife update

10

2

Bij een aantal genoemde activa zijn meerdere afschrijvingstermijnen weergegeven. Dit komt doordat onder de genoemde hoofdrubrieken een aantal subcategorieën vallen waarvan het te ver voert ze allemaal hier te vermelden. Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

75

Afschrijvingstermijnen

Afschrijvings termijn2

Bepakking vaartuigen Reddingsvest

5

Bepakking overig

10 / 15

Voertuigen Ambulance en rapid responder

5

MICU-voertuig

7

Tankautospuit, redvoertuig en hulpverleningsvoertuig

12 / 15

Schuimblus- en haakarmvoertuig

20

Haakarmbak

15 / 20

Overige voertuigen (vervoer van personen en materiaal)

5 / 7 / 8 / 10

Midlife updates van de diverse voertuigen

4 / 7 / 8 / 10

Inventaris en bepakking voertuigen Inventaris Tankautospuit

15

Inventaris overige voertuigen

7

Werken op hoogte

7

Hydraulisch redgereedschap

8 / 15

Pneumatisch gereedschap / hefkussen

10

Meetapparatuur (explosiegevaar-, CO2-meter etc)

5 / 10 / 15

Oppervlakteredding (redbord, redsets ed.)

10

Watertransportsysteem

15 / 20

Kettingzaag

10

Overdrukventilator

10

Draagbare motorspuit

10

Warmtebeeldcamera

7

Vakbekwaamheidsmiddelen Oefenaanhanger en oefencontainer

15

Oefenmiddelen (PPMO)

5/8

Simulatiecontainer

3

Oefenterrein

20 Tabel 33: afschrijvingstermijnen

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

76

Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Deze zijn gewaardeerd op nominale waarde, voor zover nodig rekening houdend met mogelijke oninbaarheid. De VRGZ bepaalt de voorziening oninbaarheid op basis van de ouderdom van de openstaande posten per balansdatum (dynamische methode).

Overige activa Alle overige activa in de balans zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit een algemene reserve, bestemde reserves en het nog te bestemmen resultaat over het laatste boekjaar.

Voorzieningen De VRGZ heeft een aantal voorzieningen. ▪

De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake zijn geformuleerd.

▪

Er is een voorziening voor de afdekking van kosten voor niet-actief personeel. De vorming van de voorziening wordt gebaseerd op de ingegane verplichtingen van niet-actief personeel.

De voorzieningen zijn nominaal gewaardeerd. Er wordt geen rente toegerekend aan de voorzieningen.

Schulden De VRGZ beperkt het aangaan van schulden tot een minimum.

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

77

7.7 Begrippenlijst a. Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie respectievelijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft; b. Rentetypische looptijd; als gedefinieerd in de Wet Fido, artikel 1, onder b; c. Vaste schuld: het gezamenlijk bedrag van: ▪

De schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer, en

▪

De voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen;

d. Netto-vlottende schuld; als gedefinieerd in de Wet Fido, artikel 1, onder e; e. EMU-saldo: het geraamde respectievelijk gerealiseerde saldo van de ontvangsten en uitgaven van een provincie respectievelijk een gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie; f.

Overheadkosten: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces;

g. Taakvelden: wettelijk vastgelegde indeling van activiteiten die door alle overheden gebruikt wordt ten behoeve van de vergelijkbaarheid van cijfers.

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

78

7.8 Verklaring van afkortingen ABP

Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds

AED

Automatische Externe Defibrillator

AZGZ

Ambulancezorg Gelderland-Zuid

BAK

Budget aanvaardbare kosten

BBV

Besluit Begroting & Verantwoording Provincies en Gemeenten

BDuR

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

C&R

Crisis- en Rampenbestrijding

CAO

Collectieve Arbeidsovereenkomst

CBS

Centraal Bureau voor de statistiek

CEP

Centraal Economisch Plan

CISO

Chief Information Security Officer

CoPI

Commando Plaats Incident

DIV

Documentaire Informatievoorziening

DMS

Document Management Systeem

DPG

Directeur Publieke Gezondheid

DT

Directieteam

DVO

Dienstverleningsovereenkomst

ELO

Elektronische Leeromgeving

EMU

Economische en Monetaire Unie

Fido

Financiering decentrale overheden

GGD

Gemeentelijke Gezondheidsdienst

GGZ

Geestelijke gezondheidszorg

GHOR

Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio

GO

Georganiseerd Overleg

HOvD

Hoofd Officier van Dienst

HRM

Human Resource Management

IBGS

Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen

ICT

Informatie- en communicatietechnologie

IM

Informatiemanager

LCMS

Landelijk Crisismanagementsysteem

LMO

Landelijke Meldkamer Organisatie

LMS

Landelijke Meldkamer Samenwerking

MAN

Meldkamer Arnhem-Nijmegen

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

79

MICU

Mobiele Intensive Care Unit

MKA

Meldkamer Ambulancezorg

MON

Meldkamer Oost-Nederland

NTS

Nederlandse Triage Standaard

NZa

Nederlandse Zorgautoriteit

OMS

Openbaar Meldsysteem

P&C

Planning & Control

PBM

Persoonlijke beschermingsmiddelen

PIOFACH PPMO

Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie, Huisvesting Periodiek Preventieve Medisch Onderzoek

RAV

Regionale Ambulancevoorziening Gelderland-Zuid

VIK

Veiligheidsinformatieknooppunt

VNOG

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Vpb

Wet op de Vennootschapsbelasting

VRGZ

Veiligheidsregio Gelderland-Zuid

VWS

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Wmebv

Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer

Wnra

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren

Wob

Wet openbaarheid van bestuur

Woo

Wet open overheid

Wvr

Wet veiligheidsregio’s

ZCC

Zorgcoördinatiecentrum

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

80

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10127918/1