Bijlage IV - 5 Beoordeling archeologisch bureauonderzoek
Tekst van het document
BEOORDELING
Onderwerp: Datum: Bijlage: Afschrift aan: Handtekeningen Bevoegd Gezag Archeologie:
Concept rapport bureauonderzoek 21-10-2021 geen D. Immers, beleidsmedewerker Ruimtelijke Ordening
E.K. Mietes, regioarcheoloog regio Nijmegen
Onderzoek - Onderzoeksrapport: Archeologisch bureauonderzoek, Hoogstraat 4 te Overasselt, Gemeente Heumen, KSP rapport 20875. - Auteur: E. van der Klooster - Versie: 1.0, autorisatie 27-01-2021
Beoordeling - Inleiding: In januari 2021 heeft KSP Archeologie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie aan de Hoogstraat 4 te Overasselt (gemeente Heumen). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging. Bureauonderzoek Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging op een rivierduin met ten oosten daarvan een restgeulen en de vele archeologische vindplaatsen in de omgeving is een hoge archeologische verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het LaatPaleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Deze resten worden op enige diepte verwacht, vanaf 70 à 150 cm-mv, onder het opgebrachte humeuze dek. Bekend is dat in het noordwesten van het plangebied een boerderijplaats ‘Bakelaar’ aanwezig was met ten oosten van het plangebied een huisplaats die in handen was van dezelfde eigenaar. Met name in het noorden geldt daarom ook een hoge verwachting voor een huisplaats uit de Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd. Deze resten kunnen vanaf het maaiveld worden verwacht.
Er kunnen tevens archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig zijn in het plangebied, maar door het ontbreken van een linie in nabijheid van het plangebied wordt de kans op archeologische resten klein geacht. Ten westen van het plangebied is tijdens archeologische booronderzoek in 2008 een humeus pakket aangetroffen met puinresten dat in de decennia daarvoor bleek te zijn op/ingebracht. Het is niet volledig
Pagina 1 van 3
uitgesloten dat in het plangebied de bodem op vergelijkbare wijze is verstoord, aangezien de dikte van het humeuze pakket dat is waargenomen tijdens het milieukundig onderzoek vergelijkbaar qua dikte was. Advies KSP Gezien het historische kaartmateriaal heeft er in minstens in de 19e eeuw in het plangebied bewoning plaatsgevonden. In hoeverre deze resten nog aanwezig zijn zal onderzocht moeten worden als hier bodemingrepen plaatsvinden dieper dan 30 cm -mv. Voor de omvorming van het huidige gebruik naar een woonwijk met straten en parkeerplaatsen is de kans groot dat de bodem dieper dan 30 cm -mv verstoord zal worden, ook buiten de bouwblokken. Buiten de bekende bebouwingscontouren op basis van de kadastrale minuut kunnen resten van het voormalig erf aanwezig zijn, zoals waterputten. Het bakhuis uit de 19e eeuw staat in de zone met een boomgaard, waardoor het erf van oudsher ook groter kan zijn geweest of elders kan hebben gelegen voor de 19e eeuw. Het is ook mogelijk dat de nog aanwezige historische bebouwing ten oosten van het plangebied en de voormalige bebouwing in het plangebied een erf / gehucht vormden die de kern vormde van Overasselt nabij de kerk.
Booronderzoek is over het algemeen geen geschikte methode om huisplaatsen uit de Nieuwe tijd op te sporen, omdat de verstoringen en het vondstmateriaal niet altijd onderscheidend genoeg zijn van vondsten die ook door het opbrengen van een humeus dek voor akkerbouw in de bodem aangetroffen kunnen zijn en verstoringen die samen kunnen hangen met de gedeeltelijke ondergrondse sloop van de huisplaats. Gezien de uitkomsten van het ten westen van het plangebied gelegen archeologisch booronderzoek met een geroerd en met recent puin aangereikt humeus op/ingebracht dek adviseert KSP Archeologie in dit geval om toch middels een verkennend booronderzoek in kaart te brengen wat de aard van het 70 tot 150 cm dikke tijdens het milieukundig onderzoek waargenomen humeuze pakket is. Met dit onderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht en wordt de intactheid van de bodem en het potentiële archeologische niveau vastgesteld. Als door het puindek de kans groot lijkt dat de historische vindplaats verstoord is, maar oudere vindplaatsen uit de prehistorie niet uit te sluiten zijn zou karterend geboord kunnen worden om te bepalen of er aanwijzingen zijn voor een prehistorische vindplaats.
Gezien de omvang van het terrein (0,55 ha) is het verschil tussen het aantal verkennende boringen (minimaal 6) en karterende boringen (ook 6) nihil als onderzoek gedaan wordt naar vindplaatsen met een strooiing van overwegend aardewerk (10 boringen per ha in zandgebied, methode C1 van de leidraad karterend onderzoek, Tol e.a. 2012). Als de aard van de bodemopbouw aanleiding geeft om de bredere archeologische verwachting te toetsen (de verbruiningslaag niet opgenomen is in het esdek) zou ook de verwachting voor vuursteenvindplaatsen getoetst kunnen worden door de inzet van methode E1 (20 boringen per ha). Dan zijn ca. 11 boringen nodig voor het plangebied. Aandachtspunt voor het booronderzoek is dat een groot deel van het terrein verhard is, waardoor er nieuwe gaten in de betonvloer geboord moeten worden in zones waar geen milieukundige boringen gezet zijn. Tijdens het milieukundig onderzoek is echter slechts in een beperkt deel van de boringen een bijmenging met puin aanwezig, waardoor de kans groot is dat in het plangebied toch sprake is van een esdek en niet zo zeer een recent op/ingebracht pakket met puin. De boring waar wel baksteenpuin aanwezig was tijdens het milieukundig onderzoek valt ook nog samen met de locatie van de historische bebouwing.
Als de huidige eigenaar geen diepe verstoringen als gevolg van ingebrachte pakketten grond verwacht is het daarom ook te overwegen om direct een gravend onderzoek uit te laten voeren. Met name ter hoogte van het braakliggende terrein in het noordwesten en zuidoosten (m.u.v. de zone met ondergrondse tanks) van het plangebied zou hiermee al in de huidige situatie middels een proefsleuvenonderzoek duidelijk kunnen worden of de voormalige boerderijplaats een behoudenswaardige archeologische vindplaats is en of er oudere behoudenswaardige archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Vervolgens kan/kunnen deze vindplaats(en) behouden worden middels een opgraving of planaanpassing / archeologievriendelijk bouwen. Gezien het huidige gebruik is een opgraving pas mogelijk tijdens de begeleiding van de sloop- en saneringswerkzaamheden van de bestaande bebouwing en het tankstation/wasstraat. - Opmerkingen: Slechts twee kleine administratieve opmerkingen: 1. De autorisatie staat nog op januari 2020.
Pagina 2 van 3
2. Het bevoegd gezag is de gemeente Heumen, contactpersoon Dennis Immers; dimmers@heumen.nl . Selectiebesluit De gemeente is akkoord met het advies van KSP betreffende de twee voorstellen/opties voor vervolgonderzoek. De argumenten voor beide voorstellen zijn in het advies helder verwoord. De verwachting is dat het proefsleuvenonderzoek sowieso plaats dient te vinden ten aanzien van de historische boerderijplaats, waarbij tevens een eventuele oudere vindplaatsen kunnen worden opgespoord. De keuze om daaraan voorafgaand een – in ieder geval – verkennend booronderzoek uit te voeren om grip te krijgen op een eventueel recent puinpakket, zoals ook aangetroffen ten westen van het plangebied, dient door de archeologisch adviseur in overleg met de initiatiefnemer nader te worden afgestemd.
Pagina 3 van 3