CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III Vergelijking met model-verordeningen

Raad 12 februari 2026, gemeente HeumenBij agendapunt: Deel 1: Verordening inwonersparticipatie: 20:00 - 21:00 uur5.732 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht van afwijkingen t.a.v. model-verordening Model-verordening (variant 1) Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: - beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren; - bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester; - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente]; - inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet; - inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet; - inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners [ondernemers] [en maatschappelijke partijen] bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid; - maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités [, sociale ondernemingen OF ondernemingen zonder winstoogmerk OF ondernemingen die geen winst uitkeren] en andere organisaties [die een collectief vormen en] die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente; - [ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;] - uitdaagrecht: het

recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.

Model-verordening (variant 2) Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: - beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren; - bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester; - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente]; - inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening over beleid te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet; - inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet; - inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners [ondernemers] [en maatschappelijke partijen] bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid; - maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités [, sociale ondernemingen OF ondernemingen zonder winstoogmerk OF ondernemingen die geen winst uitkeren] en andere organisaties [die een collectief vormen en] die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente; - [- ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;] - overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners en

maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, daaronder ook het uitdaagrecht begrepen; - participatie: de samenwerking tussen een bestuursorgaan en inwoners of maatschappelijke partijen, in welke vorm dan ook, daaronder ook inwonersparticipatie en overheidsparticipatie begrepen; - uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.

Heumense verordening Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: - beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente Heumen om een bepaald doel te realiseren; - bestuursorgaan: het bestuursorgaan van de gemeente Heumen dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester; - college: het college van burgemeester en wethouders; - inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden, zoals bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, biedt om hun mening over beleid te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet; - inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet; - inwonermacht: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid; - maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, woongroepen, vrijwilligersorganisatie of een georganiseerd collectief van inwoners zonder formele rechtsvorm die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente Heumen; - inwonerkracht: op initiatief van inwoners en maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, daaronder ook het uitdaagrecht begrepen; -

inwonerparticipatie: de samenwerking tussen een bestuursorgaan en inwoners of maatschappelijke partijen, in welke vorm dan ook, daaronder ook inwonermacht en -kracht begrepen; - participatiebeleid: de Visie op inwonerparticipatie; - uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.

Toelichting afwijkingen Door afwijkingen komen de definities niet volledig overeen. Ook wordt er soms bewust voor een andere definitie gekozen, zoals ‘inwonerkracht’ i.p.v. ‘overheidsparticipatie’ als het om initiatieven van inwoners of maatschappelijke partijen gaat. Uiteindelijk gaat het erom dat de definities aansluiten bij de verordening.

---

Artikel 2. Doelstelling Het doel van deze verordening is: a. duidelijkheid te geven over het proces van participatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is; b. de samenwerking tussen een bestuursorgaan enerzijds en inwoners en maatschappelijke partijen anderzijds te versterken; c. de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten; d. de samenleving binnen de gemeente te versterken; en e. (…).

Artikel 2. Reikwijdte 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of inwonersparticipatie plaatsvindt en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht. 2. Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.] 3. Er vindt geen inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats als: a. het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat; b. inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is; c. de uitkomst van de inwonersparticipatie of de toepassing van het uitdaagrecht vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; d. de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen; e. sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; f.

het om interne [organisatorische] aangelegenheden van de gemeente gaat; g. het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en

Artikel 3. Reikwijdte 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 2. Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht. 3. Er vindt geen participatie plaats als: a. het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat; b. participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is; c. de uitkomst van participatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; d. de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen; e. sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; f. het om interne [organisatorische] aangelegenheden van de gemeente gaat; g. het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat; of h. (…).

Artikel 2. Doelstelling Het doel van deze verordening is: a. het creëren van duidelijkheid over het proces van inwonerparticipatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is; b. de samenwerking tussen een bestuursorgaan enerzijds en inwoners en maatschappelijke partijen anderzijds te versterken; c. de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten; d. de samenleving binnen de gemeente te versterken, en e. het draagvlak voor beleid te vergroten. Artikel 3. Reikwijdte 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden of inwonerparticipatie wordt toegepast. 2. Het bestuursorgaan past bij inwonerparticipatie bij het vaststellen of wijzigen van: a. het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet; b. de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, of c. een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe, waarbij het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.2, 10.7 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht neemt. 3. Er vindt geen inwonerparticipatie plaats als: a. het om de uitvoering of evaluatie van bestaand beleid gaat geldend op de dag van inwerkingtreding van deze verordening, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, tenzij het bestuursorgaan uitdrukkelijk anders beslist; b.

het om een ten tijde van inwerkingtreding van deze verordening, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, lopend uitvoerings- of evaluatietraject gaat; c. het om een ondergeschikte herziening van het beleid of een traject als bedoeld onder b gaat; d. (inwoner)participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; e. de uitkomst van inwonerparticipatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; f. de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;

Op advies van de werkgroep is onderdeel e toegevoegd. Verder zijn er tekstuele verschillen.

De uitzonderingen in lid 3 zijn uitgebreid. De verordening geldt voor nieuw of gewijzigd beleid. Om die reden wordt bestaand beleid genoemd onder a. Uiteraard mag het wel (maar hoeft het niet). Bij het vernieuwen of wijzigen van bestaande beleid, wordt met inwonerparticipatie aangevangen, waarbij dit ziet op zowel de voorbereiding, uitvoering als evaluatie daarvan. De bepaling onder a in de model-verordening is voor de duidelijkheid opgeknipt in de bepalingen onder b en c van de verordening. Verder zijn er tekstuele verschillen.

h.

belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat; of (…).

---

Artikel 10. Participatieparagraaf 1. Het college neemt elk jaar een paragraaf in de begroting op waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden [en legt deze paragraaf ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor].] 2. Het college neemt elk jaar een paragraaf in het jaarverslag op waarin het college verslag doet van de uitvoering van deze verordening [en legt deze ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor].

g.

Artikel 4. Zorgplicht bestuursorgaan Het bestuursorgaan zorgt ervoor dat: a. inwoners en maatschappelijke partijen tijdig worden betrokken en als alle opties nog open staan; b. inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn; c. de voor het proces van participatie benodigde stukken openbaar zijn; d. tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is; e. het proces van participatie zorgvuldig verloopt; f. duidelijk is waar inwoners en maatschappelijke partijen terecht kunnen met vragen of klachten over het proces van participatie; g. na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming; en h. (…). Artikel 5. Participatieparagraaf en participatiejaarverslag 1. Het college neemt elk jaar een paragraaf in de begroting op waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden [en legt deze paragraaf ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor]. 2. Het college neemt elk jaar een paragraaf in het jaarverslag op waarin het college verslag doet van de uitvoering van deze verordening [en legt deze paragraaf ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor]. 3. In de paragraaf in het jaarverslag gaat het college in op: a.

de wijze waarop participatieprocessen zijn georganiseerd; b. de rolinvulling door de gemeenteraad en het college; c. de gebruikte instrumenten, resultaten en kosten van de participatieprocessen;

er sprake is van uitvoering van hogere regelgeving, waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; h. het om interne aangelegenheden van de gemeente gaat, of i. het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening of belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat. Artikel 4. Zorgplicht bestuursorgaan Er zijn tekstuele verschillen. Het bestuursorgaan zorgt ervoor dat: a. inwoners en maatschappelijke partijen tijdig worden betrokken; b. inzichtelijk is hoe het proces van inwonerparticipatie eruitziet en welke vormen van inwonerparticipatie tijdens het proces mogelijk zijn; c. de voor het proces van inwonerparticipatie benodigde stukken openbaar zijn; d. tijdens het proces van inwonerparticipatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is; e. het proces van inwonerparticipatie zorgvuldig verloopt; f. duidelijk is waar inwoners en maatschappelijke partijen terecht kunnen met vragen of klachten over het proces van inwonerparticipatie, en g. na afloop kenbaar is hoe het proces van inwonerparticipatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming. --Op advies van de werkgroep is deze bepaling niet opgenomen. De verordening vraagt al om veel extra inzet van de ambtelijke organisatie.

d.

---

Artikel 3. Plan voor inwonersparticipatie 1. Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid [, aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde participatiebeleid (naam beleidsplan noemen),] een plan met het proces en de planning van de inwonersparticipatie op en maakt dit [binnen (bijvoorbeeld twee weken)] openbaar. 2. Het plan bevat in elk geval: a. een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt; b. informatie over het doel, het proces en de planning van de inwonersparticipatie; en c. informatie over de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid. 3. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.

de belangrijkste ervaringen en de aanbevelingen die hieruit voortvloeien; e. (…). Artikel 6. Experimenteerprogramma 1. Het college stelt tweejaarlijks een experimenteerprogramma vast om de ontwikkeling van participatie te bevorderen [en legt dit programma ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor]. 2. Het programma omvat: a. een keuze van de te beproeven nieuwe vormen van participatie; b. een keuze van de te bereiken nieuwe doelgroepen; c. een overzicht van de benodigde middelen en capaciteit; d. een overzicht van de toetsingscriteria voor de evaluatie na het experiment; en e. (…). Artikel 7. Plan voor [participatie OF inwonersparticipatie] 1. Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid [, aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde participatiebeleid (naam beleidsplan noemen),] een plan met het proces en de planning van de [participatie OF inwonersparticipatie] op en maakt dit [binnen (bijvoorbeeld twee weken)] openbaar. 2. Het plan bevat in elk geval: a. een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt; b. het oogmerk van het proces waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit: i. kwaliteit of effectiviteit van het beleid verbeteren; ii. draagvlak voor het beleid vergroten; iii. zorgen voor betere besluiten, vaardigheden of financiële voordelen; iv.

democratische rechten en actief burgerschap bevorderen; v. zeggenschap en medeverantwoordelijkheid creëren; vi. democratisch ideaal, legitimiteit of overbrugging van de politieke kloof nastreven; vii. (…); of viii. een combinatie van deze oogmerken. c. de vorm van participatie, waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit:

Artikel 5. Experimenteerprogramma 1. Het college stelt aan het begin van iedere bestuursperiode een experimenteerprogramma vast om de ontwikkeling van inwonerparticipatie te bevorderen en legt dit programma ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor. 2. Het programma omvat: a. een keuze van de te beproeven nieuwe vormen van inwonerparticipatie; b. een keuze van de te bereiken nieuwe doelgroepen; c. een overzicht van de benodigde middelen en capaciteit, en d. een overzicht van de toetsingscriteria voor de evaluatie na het experiment.

Er zijn tekstuele verschillen. Verder wordt van de optie om het programma aan de gemeenteraad ter besluitvorming voor te leggen gebruik gemaakt.

Artikel 6. Plan voor inwonerparticipatie 1. Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde participatiebeleid, een plan op met het proces en de planning van de inwonerparticipatie en maakt dit openbaar. 2. Het plan bevat in elk geval: a. een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt; b. het oogmerk van het proces, waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit: i. kwaliteit of effectiviteit van het beleid verbeteren; ii. draagvlak voor het beleid vergroten; iii. zorgen voor betere besluiten, vaardigheden of financiële voordelen; iv. democratische rechten en actief burgerschap bevorderen; v. zeggenschap en medeverantwoordelijkheid creëren; vi. democratisch ideaal, legitimiteit of overbrugging van de politieke kloof nastreven, of vii. een combinatie van deze oogmerken. c. de vorm van inwonerparticipatie, waarbij het bestuursorgaan kiest uit: i. informeren: inwoners en maatschappelijke partijen krijgen informatie; ii. inspraak: inwoners en maatschappelijke partijen kunnen hun mening geven;

Op advies van de werkgroep is in lid 2 onder c de optie ‘beslissen’ weggelaten. Het bestuursorgaan beslist. Eventueel meebeslissen is wel een optie. In lid 1 is er niet gekozen voor de optie om een termijn op te nemen. Het is in het belang van de gemeente om dit zo spoedig mogelijk openbaar te maken. Stellen termijn is daarom onnodig. Verder zijn er tekstuele verschillen.

i.

Artikel 4. Inspraak Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt. ---

informeren: inwoners en maatschappelijke partijen krijgen informatie; ii. inspraak: inwoners en maatschappelijke partijen kunnen hun mening geven; iii. adviseren: het bestuursorgaan gaat in gesprek met inwoners en maatschappelijke partijen en betrekt hun adviezen bij het nemen van het besluit; iv. coproduceren: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en besluit daarover; v. meebeslissen: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en zij besluiten daar samen over; vi. beslissen: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en de inwoners en maatschappelijke partijen besluiten daarover; vii. (…); of viii. een combinatie van deze vormen; en d. informatie over de procedure en de planning van het proces waarbij in elk geval aandacht is voor de te betrekken doelgroepen en hoe die benaderd worden, de informatievoorziening aan die doelgroepen gedurende en na afloop van het proces en de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid.] 3. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.] Artikel 8.

Inspraak Als een bestuursorgaan in het kader van de [participatie OF inwonersparticipatie] voor inspraak kiest of inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt. Artikel 9. Ondersteuning inwonersparticipatie 1. Het college zorgt voor ondersteuning van degene die aan het proces van inwonersparticipatie wil deelnemen. 2. Het college zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.

iii.

3.

adviseren: het bestuursorgaan gaat in gesprek met inwoners en maatschappelijke partijen en betrekt hun adviezen bij het nemen van het besluit; iv. coproduceren: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en besluit daarover; v. meebeslissen: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en zij besluiten daar samen over, of vi. een combinatie van deze vormen. d. informatie over de procedure en de planning van het proces, waarbij in elk geval aandacht is voor: i. de te betrekken doelgroepen en hoe die benaderd worden; ii. de informatievoorziening aan die doelgroepen gedurende en na afloop van het proces, en iii. de besluitvorming over het beleid. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op, informeert de gemeenteraad over de inhoud en maakt dit openbaar.

Artikel 7. Inspraak Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonerparticipatie voor inspraak kiest of inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 (Uniforme openbare voorbereidingsprocedure) van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander procedure vaststelt. Artikel 8. Ondersteuning bij inwonerparticipatie Het college zorgt voor ondersteuning van degene die aan inwonerparticipatie wil deelnemen of een verzoek om inwonerparticipatie wil indienen of heeft ingediend.

Er zijn tekstuele verschillen.

Er is gekozen voor één artikel over ondersteuning i.p.v. twee (zie de artikelen 9 en 12 van de modelverordening). Lid 2 is niet opgenomen, omdat de gemeente Heumen een relatief kleine gemeente is en het gemeentehuis op de ondersteuning goed is toegerust.

Artikel 5. Eindverslag inwonersparticipatie 1. Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag van de inwonersparticipatie op en maakt dit [binnen (bijvoorbeeld twee weken)] openbaar. 2. Het eindverslag bevat in elk geval: a. een beschrijving van het proces dat is gevolgd; b. de uitkomsten van het proces en de argumenten die naar voren zijn gebracht; c. een onderbouwde reactie op die uitkomsten en argumenten waarbij is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; en d. een evaluatie van het proces dat is gevolgd. 3. Als het college op grond van artikel 3, derde lid het plan voor de inwonersparticipatie heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud. Artikel 6. Verzoek toepassing uitdaagrecht 1. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen. 2. Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt. 3. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan: a. wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is; b. welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; c.

hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen; en d. (…). 4. De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier.] 5. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.

Artikel 10. Eindverslag inwonersparticipatie 1. Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag op en maakt dit [binnen (bijvoorbeeld twee weken)] openbaar. 2. Het eindverslag bevat in elk geval: a. een beschrijving van het proces dat is gevolgd; b. de uitkomsten van het proces; c. een reactie op die uitkomsten waarbij beargumenteerd is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; en d. een evaluatie van het proces dat is gevolgd. 3. Als het college op grond van artikel 7, derde lid het plan heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.]

Artikel 7. Ondersteuning indiener verzoek toepassing uitdaagrecht 1. Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wil indienen of een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht heeft ingediend.

Artikel 12. Ondersteuning indiener verzoek overheidsparticipatie 1. Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om overheidsparticipatie wil indienen of heeft ingediend.

Artikel 11. Verzoek om overheidsparticipatie 4. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om overheidsparticipatie indienen. 5. Het verzoek bevat: a. een omschrijving van de overheidsparticipatie die de indiener voor ogen heeft; b. de reden dat de indiener het verzoek indient; en c. het resultaat dat de indiener beoogt. 3. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan: a. wat de relevante betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener is; b. welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn; c. bij een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen; en d. (…). 4. De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier. 5. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.

Artikel 9. Eindverslag 1. Nadat inwonerparticipatie in de vorm van inwonermacht heeft plaatsgevonden, stelt het bestuursorgaan een eindverslag op en maakt dit openbaar. 2. Het eindverslag bevat in elk geval: a. een beschrijving op hoofdlijnen van het proces dat is gevolgd; b. de uitkomsten van het proces; c. een reactie van het bestuursorgaan op die uitkomsten, waarbij beargumenteerd is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast, en d. een beknopte evaluatie van het proces dat is gevolgd. 3. Als het college op grond van artikel 6, derde lid, het plan heeft opgesteld, stelt hij ook het eindverslag op, informeert de gemeenteraad over de inhoud en maakt dit openbaar. Artikel 10. Verzoek inwonerkracht 1. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek met betrekking tot inwonerkracht indienen. 2. Het verzoek bevat: a. een omschrijving van de inwonerkracht die de indiener voor ogen heeft; b. de reden dat de indiener het verzoek indient, en c. het resultaat dat de indiener beoogt. 3. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan: a. wat de relevante betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener is; b. welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn; c. een indicatie van het draagvlak onder inwoners of maatschappelijke partijen, en d.

bij het uitdaagrecht, hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de lange termijn wil waarborgen. 4. De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier. 5. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. ---

Er is in lid 1 niet gekozen voor de optie om een termijn op te nemen. Dit wordt onnodig geacht. Verder zijn er tekstuele verschillen.

Er zijn tekstuele verschillen.

Artikel is geïntegreerd in artikel 8 van de verordening.

2.

Het college zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd. Artikel 8. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht 1. Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 2. Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.] 3. Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: a. het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet; b. het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; c. het verzoek niet voldoet aan de in artikel 6, derde lid gestelde eisen; of d. (…). 4. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als: a. het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn; b. als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt; of c. (…). 5. Het bestuursorgaan reageert binnen [(bijvoorbeeld vier)] weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met [(bijvoorbeeld vier)] weken verdagen. 6.

Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing [binnen (bijvoorbeeld twee weken)] openbaar. Artikel 9. Uitvoering taak Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over: a. het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak; b. het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak; c. het contact met [en de ondersteuning door] het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak;

2.

Het college zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd. Artikel 13. Beoordeling verzoek overheidsparticipatie 1. Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 2. Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor. 3. Onverminderd artikel 3, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: a. het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van overheidsparticipatie verzet; b. het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; c. het verzoek niet voldoet aan de in artikel 12, derde lid gestelde eisen; of d. (…). 4. Het bestuursorgaan kan een verzoek om overheidsparticipatie afwijzen als: a. het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de overheidsparticipatie niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn; b. de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt; of c. (…). 5. Het bestuursorgaan reageert binnen [(bijvoorbeeld vier)] weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met [(bijvoorbeeld vier)] weken verdagen. 6.

Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing [binnen (bijvoorbeeld twee weken)] openbaar. Artikel 14. Uitvoering overheidsparticipatie Als het bestuursorgaan het verzoek om overheidsparticipatie toewijst, maakt het met de indiener afspraken over: a. het proces, het resultaat en de looptijd van de overheidsparticipatie; b. het budget en de financieringswijze van de overheidsparticipatie; c. het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende het proces van de overheidsparticipatie;

Artikel 11. Beoordeling verzoek inwonerkracht 1. Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 2. Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor. 3. Onverminderd artikel 3, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: a. het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van inwonerkracht verzet; b. het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid, of c. het verzoek niet voldoet aan de in artikel 10, tweede en derde lid, gestelde eisen. 4. Het bestuursorgaan kan een verzoek met betrekking tot inwonerkracht afwijzen als: a. hij van oordeel is dat de taak niet beter wordt uitgevoerd; b. hij van oordeel is dat de kosten hoger zullen zijn, of c. de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt. 5. Het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek. 6. Het bestuursorgaan kan de termijn als bedoeld in het vijfde lid met maximaal vier weken verdagen. 7. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing openbaar.

Er zijn tekstuele verschillen. In een aantal gevallen zijn bepalingen voor de duidelijkheid opgeknipt, bijvoorbeeld lid 4 onder a. Dit is lid 4 onder a en b geworden. Hetzelfde geldt voor lid 5. Dit is opgeknipt in de leden 5 en 6.

Artikel 12. Uitvoering inwonerkracht Als het bestuursorgaan het verzoek met betrekking tot inwonerkracht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over: a. het proces, het resultaat en de looptijd; b. het budget en de financieringswijze; c. het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende het proces; d. de te nemen stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken of tussentijdse beëindiging, en e. de evaluatie.

Er zijn tekstuele verschillen.

d.

de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; en e. de evaluatie van de uitvoering van de taak. Artikel 11. Nadere regels college Het college kan over inwonersparticipatie OF het uitdaagrecht nadere regels vaststellen Artikel 12. Hardheidsclausule Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.

d.

de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de overheidsparticipatie; en e. de evaluatie van de overheidsparticipatie. Artikel 15. Nadere regels college Het college kan over participatie OF inwonersparticipatie OF overheidsparticipatie nadere regels vaststellen. Artikel 16. Hardheidsclausule Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.]

---

---

---

---

Artikel 13. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De [citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken. 2. De [citeertitel oude verordening] blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een [participatieprocedure OF inspraakprocedure] op grond van die verordening was gestart.

Artikel 17. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De [citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken. 2. De [citeertitel oude verordening] blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een [participatieprocedure OF inspraakprocedure] op grond van die verordening was gestart.

Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op [datum].

Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 3. Deze verordening treedt in werking op [datum].

Artikel 13. Nadere regels college Het college kan over inwonerparticipatie nadere regels vaststellen.

Er zijn tekstuele verschillen.

Artikel 14. Hardheidsclausule 1. Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze verordening. 2. Als het bestuursorgaan, zoals bedoeld in het eerste lid, niet de gemeenteraad betreft, wordt de gemeenteraad over de toepassing van de hardheidsclausule door het bestuursorgaan vooraf geconsulteerd. Artikel 15. Verhouding met andere wet- en regelgeving 1. Deze verordening heeft geen betrekking op participatie in de zin van de Participatiewet noch op participatie als aanvraagvereisten in de zin van de Omgevingswet. 2. Deze verordening laat onverlet: a. de ‘Verordening Burgerparticipatie 2015 Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet en Jeugdwet’; b. de Algemene subsidieverordening gemeente Heumen 2018. Artikel 16. Evaluatie De uitvoering van deze verordening wordt ten minste eenmaal per raadsperiode geëvalueerd. Artikel 17. Inwerkingtreding, citeertitel, intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. Deze verordening treedt op 30 maart 2026 in werking, met uitzondering van artikel 5 (Experimenteerprogramma) en hoofdstuk 5 (Aanvullende bepalingen inwonerkracht) welke op 1 januari 2027 in werking treden. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening inwonerparticipatie gemeente Heumen 2026. 3. De ‘Inspraakverordening gemeente Heumen’ wordt ingetrokken. 4.

De verordening als bedoeld in het derde lid blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart. ---

Op advies van de werkgroep is lid 2 toegevoegd. Let op! Als het bestuursorgaan besluit in een bepaalde situatie geen inwonerparticipatie toe te passen, wil dat niet automatisch zeggen dat daarmee wordt afgeweken van de verordening. Op grond van artikel 3, eerste lid, beslist het bestuursorgaan zelf over het wel of niet toepassen van inwonerparticipatie. Verder zijn er tekstuele verschillen. Dit artikel is op advies van de werkgroep toegevoegd om de verhouding met andere wet- en regelgeving duidelijk te maken.

Dit artikel is op advies van de werkgroep toegevoegd. Daar het nieuw beleid betreft, is het goed om dat periodiek te evalueren. De artikelen 17 en 18 van de model-verordening zijn samengevoegd tot één artikel in de verordening.

Zie artikel 17 van de verordening.

2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening [naam gemeente, jaartal].

4.

Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening [naam gemeente en eventueel jaartal].

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16547949/1