Bijlage III Vast te stellen bestemmingsplan – toelichting, regels en bijlagen
Tekst van het document
Gemeente Heumen Bestemmingsplan ‘Malden, Kerkweg 20’ Vaststelling
Mei 2023
Gemeente Heumen Bestemmingsplan ‘Malden, Kerkweg 20’ Vaststelling
Inhoud: - Toelichting - Regels - Verbeelding
werknummer: 618.147.00 datum: mei 2023 bestand: J:\618\147\00\3.Projectresultaat\ Procedureoverzicht Fase
Datum
Ontwerp
December 2022
Vaststelling
Juni 2023
Onherroepelijk
KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam
Gemeente Heumen Bestemmingsplan ‘Malden, Kerkweg 20’ Toelichting
Mei 2023
Inhoudsopgave van de toelichting
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel van het plan Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
1 1 2 2
2
Planbeschrijving
3
2.1 2.2 2.3
Bestaande situatie Ruimtelijke ontwikkeling Juridische aspecten
3 4 9
3
Beleidskader
12
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusies
12 13 16 16 18
4
Natuur en landschap
19
4.1 4.2 4.3
Kader Onderzoek Conclusie
19 21 21
5
Water
23
5.1 5.2 5.3
Kader Onderzoek Conclusie
23 25 26
6
Archeologie en cultuurhistorie
27
6.1 6.2.
Archeologie Cultuurhistorie
27 28
7
Milieu
30
7.1 7.2 7.3 7.4. 7.5 7.6 7.7 7.8
Algemeen M.e.r.-beoordeling Bodemkwaliteit Geluid Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe veiligheid Overige belemmeringen
30 30 31 32 33 34 35 36
8
Uitvoerbaarheid
37
8.1
Economische uitvoerbaarheid
37
8.2 8.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingsaspecten
Separate bijlagen bij de toelichting Bijlage 1: Quickscan Wet natuurbescherming, Econsultancy, 5 april 2022 Bijlage 2: Bezonningsstudie, KuiperCompagnons, 11 april 2022 Bijlage 3: Stikstofdepositie-onderzoek, KuiperCompagnons, 21 maart 2022 Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek, Econsultancy, 4 mei 2022 Bijlage 5: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, KuiperCompagnons, 17 maart 2022 Bijlage 6: Archeologisch onderzoek, Econsultancy, 11 juli 2022 Bijlage 7: Verslag inloopbijeenkomst 7 december 2021 Bijlage 8: Mailwisseling tussen omwonenden en initiatiefnemer over aanpassingen plan Bijlage 9: Selectiebesluit archeologisch onderzoek, 12 mei 2022 Bijlage 10: Ecologisch onderzoek, Econsultancy, 5 oktober 2022
37 38
1
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel van het plan Aan de Kerkweg 20 in Malden wordt een perceel herontwikkeld. Op de locatie wordt een bestaande woning met een aantal andere gebouwen (schuren en garages) gesloopt en vervangen door een appartementengebouw. Het nieuw beoogde stedenbouwkundig plan past niet binnen de bouwmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt de gewijzigde opzet in juridisch-planologische zin mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de Kerkweg, in het noordwesten van de kern Malden. Globaal wordt het plangebied begrensd door: Bestaande woonbebouwing aan de Kerkweg en de Stalmeesterslaan aan de noord- en oostzijde; een groenvoorziening, momenteel in gebruik als hondenuitlaatplaats, aan de zuidzijde en, de Kerkweg aan de westzijde. De exacte ligging van het plangebied is weergegeven op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. De globale ligging van het plangebied is in afbeelding 1.1 weergegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied (het plangebied is wit omkaderd).
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
2
1.3
Vigerend bestemmingsplan Op de planlocatie vigeert nu het bestemmingsplan ‘Kern Malden', dat op 13 juli 2017 door de gemeenteraad van Heumen is vastgesteld. In het vigerende bestemmingsplan kent het plangebied al een woonbestemming. De huidige bestemming staat echter geen extra woningen toe. Een nieuw bestemmingsplan is daarom gewenst. Naast ‘Wonen’ kent het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’.
Afbeelding 1.2: uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Kern Malden’ (het plangebied is rood omkaderd).
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt er een beschrijving van de beoogde ontwikkeling gegeven en wordt ingegaan op de bestaande situatie. Ook wordt de wijze van bestemmen nader toegelicht. Vervolgens wordt de beoogde ontwikkeling in hoofdstuk 3 getoetst aan het beleid van het Rijk, de Provincie Gelderland en de gemeente Heumen. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten ‘Natuur en landschap’, ‘Water’ en ‘Archeologie en cultuurhistorie’. In de hoofdstuk 7 wordt ingegaan op diverse sectorale milieuaspecten. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan. In hoofdstuk 9 wordt de bestemmingsplanprocedure beschreven.
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
3
2
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie Het plangebied ligt aan de Kerkweg, in het noordwesten van de kern Malden. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een woonhuis uit 1960, twee schuren en negen garageboxen.
Afbeelding 2.1: Plattegrond bestaande situatie
Afbeelding 2.2: impressie bestaande situatie (bron: Google streetview).
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
4
2.2
Ruimtelijke ontwikkeling
2.2.1 Stedenbouwkundig plan De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van tien appartementen. Het appartementengebouw wordt haaks op de Kerkweg gesitueerd, waardoor aan de noordzijde voldoende ruimte overblijft voor het realiseren van parkeerplaatsen op eigen terrein. Aan de westzijde van het plangebied zijn bergingen voorzien. Het appartementengebouw wordt omgeven door groen en de bergingen krijgen een sedumdak. Door het vergroenen van het perceel is er sprake van een verbetering van de huidige verouderde, en versteende, situatie. Het appartementengebouw bestaat uit drie lagen, waarbij op de begane grond en eerste verdieping ruimte is voor vier appartementen en op de tweede verdieping twee appartementen worden gerealiseerd. De appartementen variëren in oppervlakte van ca. 74 tot ca 124 m2 BVO. Minimaal twee appartementen zullen worden gerealiseerd in het betaalbare segment.
Afbeelding 2.3.: Plattegrond toekomstige situatie (bron: Halma Architecten)
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
5
Afbeelding 2.4.: Impressie toekomstige situatie (bron: Halma Architecten)
2.2.2 Communicatie Door de initiatiefnemer is begin maart 2021 een principeverzoek ingediend voor de realisatie van het plan. Met de gemeente en met de CRK (Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, zie ook paragraaf 3.4.3) zijn meerdere gesprekken gevoerd over het plan. Dit heeft geleid tot aanpassingen die zijn verwerkt in het plan. Zo had de CRK een voorkeur voor het een kwartslag draaien van het plan, zodat het gebouw met de smalle kant naar de Kerkweg kwam te staan. Daarnaast vond de CRK het mooi om hier van een lage gootlijn naar een hogere gootlijn te gaan, waardoor in de bovenste laag maximaal 2 appartementen gerealiseerd kunnen worden.
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
6
Na het doorvoeren van de aanpassingen heeft het college op 2 november 2021 besloten onder voorwaarden in principe medewerking te verlenen. Een belangrijke aanvullende voorwaarde, genoemd bij het principebesluit, is dat een participatief proces wordt doorlopen om de omgeving bij de ontwikkeling mee te nemen. Als deel van dit proces wenst het college dat tijdig met de eigenaren van de omliggende percelen in gesprek wordt gegaan. Om hieraan te voldoen zijn twee inloopavonden georganiseerd. De eerste inloopavond was op 7 december 2021 (17.00 uur tot 20.00 uur). De tweede inloopavond was op 24 mei 2022 (18.00 uur tot 21.00 uur). Beide inloopavonden vonden plaats in het Cultureel Centrum Maldensteijn. Voor beide avonden zijn dezelfde omwonenden uitgenodigd. Voor iedere avond zijn op 68 adressen direct rondom de planlocatie uitnodigingen in de bus gedaan. Als gevolg van de toen nog geldende coronamaatregelen is tijdens de eerste avond gewerkt met een tijdslot per straat. Voor ieder straat was een half uur gereserveerd. Deze maatregel is bij de tweede avond verlaten. De eerste avond was goed bezocht. In totaal hebben ongeveer 35 mensen deze avond bezocht. De waardering voor het plan liep uiteen. Mensen die verder van het plan vandaan wonen waardeerden het plan en zagen kansen om te verhuizen van hun huidige vrijstaande of twee-ondereen-kap-woning naar een appartement.
De direct omwonenden maakten bezwaar tegen het plan. Zij vreesden verkeers- en geluidsoverlast en vooral ook aantasting van hun privacy. Tijdens deze eerste inloopavond zijn geen nadere afspraken gemaakt. Om meer grip te krijgen op de vragen van de direct omwonenden heeft de initiatiefnemer een aantal onderzoeken laten uitvoeren. De meeste van deze onderzoeken zijn verplicht in het kader van het opstellen van dit bestemmingsplan. Als extra is een bezonningsonderzoek uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoek zijn samengevat in een ‘stand van zaken’ – notitie die, tijdens de tweede inloopavond, ook met de omwonenden is gedeeld. Uit de onderzoeken kwam naar voren dat het effect van de bouw van het appartementencomplex op de omgeving valt binnen de normen die aan een dergelijke ontwikkeling kunnen worden gesteld. De verkeersoverlast is minimaal en de bezonning verslechtert voor de omgeving maar zeer beperkt. De plannen zijn samen met de onderzoeksresultaten tijdens de tweede inloopavond opnieuw met de omwonenden besproken. Deze avond werd vooral bezocht door de direct omwonenden die zich tijdens de avond als collectief presenteerden. De omwonenden toonden zich (opnieuw) fel tegenstander van de plannen, waarbij het aantasten van de privacy als voornaamste punt naar voren werd gebracht.
Het betreft dan vooral het mogelijke zicht vanaf de balkons van de eerste en tweede verdieping op de achterzijde en in de tuinen van de woningen direct grenzend aan de planlocatie. Tijdens de tweede inloopavond is afgesproken te onderzoeken of partijen elkaar in goed overleg inhoudelijk konden naderen. Hiervoor is een mailwisseling gestart waarbij de initiatiefnemer heeft aangeboden de privacy te verbeteren door op de balkons zichtwerende voorzieningen te plaatsen en op de erfafscheiding bomen of wellicht een muur om het zicht op de tuinen te voorkomen. Daarnaast is aangeboden om bij de gemeente ruimte te zoeken om het gebouw te draaien en met brede kant richting Kerkweg te plaatsen. Daarover is telefonisch contact geweest met de
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
7
gemeente. Daarbij is aangeven dat de gemeente hecht aan het eerder in het principebesluit geaccordeerde plan en niets te zien in het draaien van het plan. De omwonenden geven aan dat ze kiezen voor een gebouw van maximaal twee bouwlagen. Drie bouwlagen vinden zij niet acceptabel. Hun voorkeur gaat uit naar een vrijstaande woning of een twee-onder-een-kap-woning. Zij kunnen zich niet vinden in de alternatieven die door de initiatiefnemer zijn aangeboden. Gezien het grote verschil in uitgangspunten, is besloten om geen vervolggesprek aan te gaan met omwonenden. Het lijkt onwaarschijnlijk dat een gezamenlijk gedragen plan kan worden ontwikkeld. Daarom is door de initiatiefnemer besloten om het oorspronkelijke plan in dit bestemmingplan te vertalen, waarbij het aanbod om de privacy te verbeteren door zichtbelemmerende maatregelen gehandhaafd blijft. Het verslag van de eerste inloopavond en de mailwisseling volgende op de tweede inloopavond zijn als bijlagen bijgevoegd. 2.2.3 Verkeer en parkeren Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381. De gemeente Heumen valt onder de categorie ‘weinig stedelijk’ en het plangebied ligt binnen ‘rest bebouwde kom’. De parkeerkencijfers uit de publicatie worden weergegeven in een minimale en maximale norm.
De gemeente Heumen gaat bij het bepalen van de parkeerbehoefte uit van het gemiddelde van deze bandbreedte: Programma Koop, appartement, duur Koop, appartement, goedkoop Totaal
Parkeernorm 2,1 1,6
Aantal 8 2 10
Parkeerbehoefte 16,8 3,2 20
Tabel 2.1: berekening parkeerbehoefte
De weergegeven parkeernorm is inclusief bezoekersparkeren (aandeel 0,3 per woning). In het ontwerp worden 16 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen worden aan de westkant van het perceel gerealiseerd en ontsloten vanaf de Kerkweg. De overige (bezoekers)parkeerbehoefte wordt opgevangen in het openbaar gebied. Verkeersgeneratie en ontsluiting Op basis van de CROW-publicatie 381 is ook de verkeersgeneratie van de huidige en de toekomstige situatie bepaald. De kencijfers van het CROW gelden voor een gemiddelde weekdag. In de bestaande situatie bevinden zich binnen het plangebied negen garageboxen. Hier is geen kencijfer van bekend. De garageboxen zullen naast de functie van parkeerplaats ook de functie van opslagplaats hebben. Voor de berekening is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 1 motorvoertuig per etmaal, per garagebox.
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
8
Huidig programma
Aantal
Gemiddeld kencijfer CROW
Koop, huis, vrijstaand Garageboxen Totaal
1 9
8,2 -
Verkeersgeneratie (mvt/etmaal) 8,2 9 17,2
Tabel 2.2.: berekening verkeersgeneratie huidig programma
Toekomstig programma
Aantal
Gemiddeld kencijfer CROW
Koop, appartement, duur Koop, appartement, goedkoop Totaal
8 2
7,4 5,6
Verkeersgeneratie (mvt/etmaal) 59,2 11,2 70,4
Tabel 2.3.: berekening verkeersgeneratie nieuw programma
Uit bovenstaande berekening blijkt dat het toekomstige programma gepaard gaat met een toename van circa 70 verkeersbewegingen per etmaal. De ontwikkeling wordt ontsloten aan de Kerkweg. Qua verkeersafwikkeling leidt dit niet tot problemen. De omliggende infrastructuur kan deze afwikkeling goed verwerken. 2.2.4 Bezonning Door KuiperCompagnons is een bezonningsstudie uitgevoerd, welke als bijlage 2 bij deze toelichting is gevoegd. De bezonningssituatie voor het appartementencomplex is in beeld gebracht voor zes verschillende data door het aantal bezonningsuren per dag te meten. Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeentes zijn daarom vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning. Wel zijn er normen van TNO; de lichte norm en de strenge norm. De meeste gemeenten gaan uit van de lichte TNO norm, de zware norm wordt zelden gehanteerd. De ‘lichte’ TNO-norm is: ‘Ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag voor de gevels van woningen, in de periode van 19 februari tot 21 oktober’. Uit de bezonningsstudie blijkt dat op 21 juni het aantal bezonningsuren het grootst is, namelijk 7 uur. Op 21 december is het aantal bezonningsuren het laagst, 5 uur. Op de twee data februari en oktober (grootste schaduwwerking voor de lichte TNO-vorm) is er 6,5 uur aan bezonning voor de gevels.
Dit betekent dat het plan voldoet aan de ‘lichte’ TNO-norm. Door de verhoging van de bebouwing ontstaat er op de woningen en tuinen achter het plan meer schaduwwerking op de woningen in de omgeving. Op 21 oktober en 19 februari is er 4,5 uur aan bezonning op de achtergevel. Ten opzichte van de huidige situatie is er een half uur meer schaduwwerking op de achterliggende tuinen en woningen. Dit betekent dat de situatie voor deze woningen licht verslechtert, maar ruim binnen de TNO-norm valt.
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
9
2.3
Juridische aspecten
2.3.1 Inleiding Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd. 2.3.2 Bestemmingsmethodiek Bij de opzet van het plan is gekozen voor directe eindbestemmingen, aansluitend bij de systematiek van het vigerende bestemmingsplan ‘Kern Malden’. Op basis van de bepalingen zoals opgenomen in de eindbestemmingen kan direct een omgevingsvergunning worden afgegeven, indien het bouwplan past binnen de regels die gelden bij de bestemming. De keuze voor eindbestemmingen komt voort uit de wens om zoveel mogelijk rechtszekerheid richting omwonenden te creëren. Waar mogelijk is wel de nodige flexibiliteit behouden. 2.3.3 Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: • Inleidende regels (hoofdstuk 1) • Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) • Algemene regels (hoofdstuk 3) • Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels.
Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna volgt een toelichting per artikel. Wonen De beoogde nieuwe woningen zijn voorzien van de bestemming ‘Wonen’. Deze gronden zijn bestemd voor woningen, al dan niet in combinatie met een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit. Bouwen is uitsluitend toegestaan binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. Binnen de bestemming ‘Wonen’ mogen maximaal 10 woningen worden gebouwd. Enkel gestapelde woningen zijn toegestaan, met een maximum goothoogte van 9 meter en een maximum bouwhoogte van 11 meter.
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
10
Waarde- Archeologische verwachting 1 De voor ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden in de gronden. Afhankelijk van de toegekende archeologische waarde krijgen de gebieden een hoge of minder hoge bescherming. Zie hiervoor paragraaf 4.1.1. Voor de gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’ geldt dat bij bodemverstorende activiteiten vooraf archeologisch onderzoek moet worden verricht en afhankelijk van de uitkomsten hieruit, maatregelen moeten worden getroffen. Deze bepalingen zijn van toepassing bij bodemverstoringen boven een oppervlakte van 200 m² en een diepte van 0,40 meter. Daarnaast is in de planregels een mogelijkheid opgenomen op grond waarvan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan verlenen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Deze vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ te verwijderen als blijkt dat archeologische bescherming niet langer nodig is.
Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, diverse aanvullende regels gesteld. Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In deze bepaling is onder andere vastgelegd, dat indien de maatvoering van een bestaand, legaal bouwwerk afwijkt van de in de bestemmingen opgenomen maatvoering, de bestaande maat als maximum geldt. Tevens zijn er regels gesteld aan de (her)bouw van woningen. Daarnaast is een voorwaardelijke bepaling betreffende parkeren opgenomen. Indien op grond van één van de in het voorliggende plan opgenomen bestemmingen wordt gebouwd dan wel het gebruik wordt gewijzigd, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van CROW-publicatie 381. Indien deze CROW-publicatie in de toekomst herzien wordt, dient getoetst te worden aan de rechtsopvolger. Algemene gebruiksregels In dit artikel is in algemene zin aangegeven wanneer sprake is van strijdig gebruik met de regels uit het bestemmingsplan.
Daarnaast is een voorwaardelijke bepaling betreffende parkeren opgenomen (zie algemene bouwregels).
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
11
Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier onder meer een standaardregeling die beperkte afwijkingen in de maatvoering bij de uitvoering van bouwplannen mogelijk maakt. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 2.3.4 Geometrische plaatsbepaling / verbeelding Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een GBKN-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven.
Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubliceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling worden opgeroepen.
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
12
3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet. Planspecifiek De NOVI heeft geen directe doorwerking op onderhavig bestemmingsplan.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR (beleid) is opgegaan in de NOVI. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitgewerkt in regelgeving op basis van het beleid dat in de NOVI staat. Planspecifiek Binnen het plangebied komen geen nationale ruimtelijke belangen voor. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Nieuwe ladder Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd.
De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
13
of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 10 woningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is met maximaal 10 woningen dus niet ladderplichtig. Daarnaast sluit het plan aan op de woonbehoefte in de gemeente en ligt het plangebied in bestaand stedelijk gebied. 3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 ingestemd met de nieuwe ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’. De kern van deze Omgevingsvisie is dat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken worden in de omgevingsvisie drie uitgangspunten centraal gesteld: een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland. Duurzaam Gelderland beschikt over talrijke initiatieven en kansrijke aanknopingspunten op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit. Gelderland maakt ruimte voor forse schaalsprongen ten behoeve van een duurzame omgeving, samenleving en economie. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Energietransitie: In 2050 is Gelderland energieneutraal. Dat bereiken we door grootschalig besparen, opwekken uit duurzame energiebronnen en innoveren. Als tussendoel realiseren we 49% CO2 reductie in 2030. • Klimaatadaptatie: In 2050 is Gelderland ingericht op het veranderde klimaat. • Circulaire economie: In 2050 is Gelderland een afvalloze provincie. Met als tussenstap 50% reductie van het gebruik van grondstoffen in 2030. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden. • Biodiversiteit: Vanaf 2019 denkt en werkt Gelderland natuur-inclusief.
Biodiversiteit gaat verder dan de bekende natuurgebieden. Ook daarbuiten, in woonwijken, op werklocaties en bij infrastructuur wordt van biodiversiteit een kernkwaliteit gemaakt. Een krachtige economie De ‘oude’ economie van ongelimiteerde groei verandert in een economie die in balans is met haar sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving. Nieuwe verdienmodellen en nieuwe technologieën doen hun intrede. De maakindustrie beleeft in Nederland een her- en opwaardering. Vestigingsklimaat, arbeidsmarkt, vakmanschap en kennisinfrastructuur worden steeds belangrijker.
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
14
De woningmarkt in Nederland kampt enerzijds met schaarste en anderzijds met krimp. Daarnaast is er een grote opgave om bestaande bouw te verduurzamen. Gelderland heeft sterke troeven voor een internationaal onderscheidende en uiterst potentiële positie – clustering van economische activiteit, maakindustrie, logistieke kracht, sociaal ondernemen, natuur, kennis en onderwijs, ruimte, cultuur en sport en een strategische ligging. Op woongebied heeft Gelderland eveneens een uitzonderlijke positie. Door zowel te investeren in een bruisende en levendige stad en in een vitaal platteland ontstaat een symbiose waarbij beide elkaar versterken. Hierdoor gaat van Gelderland aantrekkingskracht uit. De Gelderse economie is krachtig. Deze situatie is niet vanzelfsprekend. Duurzame werkgelegenheid en bedrijvigheid zijn cruciaal voor de economische kracht van de Gelderse regio’s. Daarnaast vraagt een goed vestigingsklimaat om hoogwaardige culturele voorzieningen. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Het uitnutten de strategische ligging van Gelderland. De Gelderse economie kan zich verder ontwikkelen binnen de natuur- en landschapswaarden en dragen duurzaam bij. • Het positioneren Gelderland als hét vestigingsgebied voor de nieuwe generatie ondernemers.
Ondernemers die duurzaam ondernemen in balans met de sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving hoog in het vaandel hebben; • Een sociaal evenwichtig vestigingsklimaat in Gelderland. Het versterken de positie van Gelderland op het gebied van food, health en energy en andere topsectoren en stimuleren kleinschalig ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten. • Het verduurzamen van de bestaande gebouwde woonomgeving. Dit is noodzakelijk om steden toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te maken. En we zoeken actief naar interessante transformaties, zoals bijvoorbeeld de functiemenging op bedrijventerreinen en het omzetten van kantoren in woningen. Blijvend verbonden Het is van belang dat mensen andere mensen kunnen ontmoeten. Dat geldt voor mensen in steden, wijken en voor het platteland. Of het nu gaat om werk of sociale contacten, de samenleving moet voor flexibele netwerken zorgen die voor iedereen open staan en beschikbaar zijn. Naast traditionele voorzieningen als auto en OV doen nieuwe spelers en technologieën op het gebied van verbindingen en netwerken hun intrede, zoals smart mobility, zelfrijdende auto’s en deelauto’s. Ook het belang van snelle en betrouwbare data-uitwisseling neemt toe en is hier onderdeel van. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en zijn soms onstuimig.
Het is van belang dat de relatief goede bereikbaarheid een toekomstvaste waarde voor Gelderland is. Systemen moeten meebewegen met nieuweontwikkelingen en deze ook faciliteren. Mobiliteit moet verder verduurzaamd worden. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Een optimale bereikbaarheid van Gelderland door onderlinge aansluiting van vervoersmogelijkheden en verplaatsingen te faciliteren. In 2050 dient de mobiliteit in Gelderland volledig duurzaam te zijn in termen van energie, klimaat, circulair en biodiversiteit. • Het creëren van slimme en duurzame oplossingen voor het verbinden van mensen, goederen en data. Daaronder wordt ook begrepen het beter benutten van bestaande infrastructuur en gedragsverandering. De opties tussen weg, rail en water worden zorgvuldig en duurzaam afgewogen. • Het stimuleren en faciliteren van nieuwe vormen van vervoer en verplaatsing. Dit kan bijvoorbeeld door autonoom rijden.
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
15
Planspecifiek De beoogde ontwikkeling draagt bij aan een versterking van het stedelijk gebied en sluit aan bij de wens van de provincie om voldoende, diverse woningen te realiseren. De omgevingsvisie doet geen specifieke uitspraken met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Provinciale Omgevingsverordening is geconsolideerd vastgesteld in maart 2021. De regels in de Omgevingsverordening vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. Ten opzichte van de Omgevingsvisie voorziet de Omgevingsverordening niet in nieuw beleid. De provincie zet de Omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de Omgevingsverordening concreet begrensd. De verordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Voor dit bestemmingsplan en de beoogde ontwikkeling is het volgende uit de Omgevingsverordening relevant.
Paragraaf 2.2.2.1 Nieuwe woonlocaties Het Gelderse kwalitatieve woonbeleid gaat uit van regionale woningmarkten. Aan de hand van basisdocumenten (bevolkingsprognose en woningbehoefteonderzoek) levert de provincie aan de regio's informatie over de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte voor de komende jaren. Deze informatie over de woningbehoefte werd per regio als indicatieve taakstelling door Gedeputeerde Staten vastgesteld in de ‘Kwantitatieve opgave wonen’ Deze afspraken vervangen het Kwalitatief Woonprogramma (KWP). De kwantitatieve taakstelling uit de ‘Kwantitatieve opgave wonen’ is een bovengrens. De Omgevingsverordening Gelderland sluit uit dat er bovenop de indicatieve taakstelling in de ‘Kwantitatieve opgave wonen’ in een regio mogelijkheden voor het realiseren van woningen in bestemmingsplannen worden opgenomen, die niet in de ‘Kwantitatieve opgave wonen’ passen. Het bouwen van meer woningen, dan waar in een regio behoefte aan is, kan tot onbedoelde migratiestromen leiden en uiteindelijk zelfs tot leegstand in die regio of elders. Bovendien vergroot overcapaciteit de kans op onrendabele investeringen en andere financiële risico's. In de provinciale Omgevingsverordening is de status van de kwantitatieve opgave vastgelegd (art. 2.2.1.1). Nieuwe woningen in bestemmingsplannen moeten passen in de door Gedeputeerde Staten goedgekeurde programmering.
Zodoende zijn de afspraken over de groei van de woningvoorraad vastgelegd in de ‘Subregionale Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030’. Planspecifiek Het voorliggende bestemmingsplan is passend binnen het regionale woningbouwprogramma, zie paragraaf 3.3.1. Voorgenomen ontwikkeling voldoet verder aan de randvoorwaarden en regelgeving van de Omgevingsverordening Gelderland.
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
16
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Woonagenda subregio Nijmegen e.o. 2020-2030 De subregio Nijmegen en omstreken bestaat uit gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen. Belangrijke thema’s uit de woonagenda zijn: • Versnellen van de woningbouw; streven om 16.000 woningen bouwen in de periode tot 2030, waarvan 12.000 in de eerste vijf jaar • Afstemmen op de ontwikkelingen in de bestaande woningvoorraad en zorgen voor voldoende betaalbare woningen • Duurzaam en toekomstbestendig bouwen en verbeteren • Aandacht voor de huisvesting van specifieke doelgroepen In het regionale woningbouwprogramma is voor gemeente Heumen tot 2025 een woningbehoefte van 380 woningen opgenomen. Tot 2030 komen daar nog eens 110 woningen bij.
Afbeelding 3.1: Woningbehoefte en gewenste plancapaciteit gemeente Heumen (Subregionale Woonagenda Nijmegen e.o.)
Planspecifiek Voorliggende ontwikkeling past met de ontwikkeling van tien woningen, waarvan minimaal twee in het betaalbare segment, binnen de afspraken uit de regionale woonagenda. 3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Heumen 2025 Voor het grondgebied van de hele gemeente Heumen is op 13 februari 2014 de structuurvisie Heumen 2025 vastgesteld. In deze visie wordt ten aanzien van de verschillende (gewenste) ruimtelijke ontwikkelingen een toekomstbeeld gegeven tot het jaar 2025. Hierbij worden onder andere wonen en werken, recreatie en toerisme, natuur en landschap, verkeer, cultuurhistorie en duurzaamheid belicht. Op het gebied van Wonen is het streven van de gemeente erop gericht om het inwonertal constant te houden ten opzichte van het inwonertal op 1 januari 2010. Daarbij geldt dat dit voor de
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
17
drie kleine kernen als doelstelling wordt gehanteerd in relatie tot het behouden van de leefbaarheid. Voor Malden is het een streven in relatie tot de beschikbare locaties en het behoud van de kwaliteit als groen dorp. In kwalitatieve zin kent de gemeente Heumen een relatief eenzijdig opgebouwde woningvoorraad, bestaande uit met name grote eengezinswoningen (twee-onder-een-kap en vrijstaand). De huursector is er ten opzichte van omliggende gemeenten relatief klein (1.895 op een totaal van 6.759 woningen (2010)). In de drie kleinere kernen blijft, in relatie tot de leefbaarheid, ingezet worden op de bouw van woningen met gepaste aandacht voor starters, ouderen en jongeren in de verschillende prijscategorieën en waar nodig en mogelijk door aanpassingen aan de bestaande woningvoorraad. Bij voldoende vraag wordt incidenteel gebouwd voor (jonge) starters en ouderen. In Malden zijn veel voorzieningen aanwezig. Daarom zal in het woningbouwprogramma extra aandacht zijn voor de bouw van levensloopbestendige woningen en voor woningen voor (jonge) starters. Daarnaast zal vooral ook in de bestaande woningvoorraad ingezet worden op aanpassingen die woningen breder inzetbaar maken en ouderen de mogelijkheid bieden langer zelfstandig te blijven wonen. Het woningbouwprogramma wordt gestuurd op basis van de kwaliteiten van een locatie en de lokale behoefte.
Voor Malden geldt dat geen uitbreiding meer aan de orde is, maar alleen inbreiding. Deze inbreiding vindt plaats op percelen waar bebouwing al aanwezig is en waar mogelijkheden ontstaan voor functiewijzigingen. Groengebieden worden niet ingezet voor inbreiding, met uitzondering van de onbebouwde terreinen ten westen van de Rijksweg in het zuiden van Malden. De Kanaalzone wordt gezien als transformatiegebied binnen de bebouwde kom van Malden en is in die zin een inbreidingslocatie. De voorliggende ontwikkeling sluit aan bij de ambities uit de structuurvisie Heumen 2025. De ontwikkeling voorziet in een inbreidingsmogelijkheid: sloop van de bestaande bebouwing en nieuwbouw van appartementen. Parkeren wordt binnen het plangebied opgelost. De appartementen variëren in prijscategorie en minimaal twee van de tien appartementen worden in de betaalbare sector gerealiseerd. Zodoende wordt de voorliggende ontwikkeling passend geacht binnen de ruimtelijke kaders van de Structuurvisie Heumen 2025. 3.4.2 Woonvisie De gemeente heeft op 1 november 2017 haar Woonvisie Heumen geformuleerd. Prettig wonen in een groene en landelijke gemeente is haar uitgangspunt om een goed woonmilieu tot stand te brengen, dat bijdraagt aan een hoge kwaliteit van leven. De bestaande woningvoorraad is het vertrekpunt, nieuwbouw is een aanvulling hierop.
Nieuwbouw is een kwalitatieve aanvulling op de bestaande voorraad en heeft een toekomstbestendige kwaliteit, waarbij inbreiding prevaleert boven uitbreiding. De woonontwikkelingen moeten de identiteit van de kernen versterken. Nieuwbouw moet zorgvuldig ingepast worden in de bestaande omgeving, vanwege de openheid en het groen in de gemeente. Belangrijke punten voor de nieuwbouw zijn dat de woning duurzaam is en bij voorkeur levensloopbestendig. Voor de behoefteraming gaat de gemeente uit van de korte termijn van de provinciale prognoses, waarvoor in de (sub)regio afspraken zijn gemaakt. Op basis hiervan is er binnen de gemeente van 2025 behoefte aan 380 woningen. Gezien de veranderde bevolkingsopbouw en huishoudingssamenstelling wonen mensen steeds vaker in kleine huishouden. Veel kleine huishoudens hebben traditionele woonwensen en willen een gezinswoning. Hierin wil de gemeente Heumen in haar woningvoorraad voorzien. Een deel kiest echter voor gemak en kleiner wonen. Dit aanbod is beperkt in de gemeente Heumen. De gemeente wil hier op inspelen. De
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
18
doelgroepen waarop de gemeente specifiek haar beleid richt zijn starters, senioren, lagere inkomens en middeninkomens. Het voorliggende bouwplan voorziet in de realisatie van 10 appartementen en draagt daarmee bij aan de gewenste uitbreiding van de woningvoorraad in de kern Malden. Zoals ook blijkt uit paragraaf 3.3.1 past de voorliggende ontwikkeling ook binnen de regionale woningbouwafspraken. 3.4.3 Welstandsnota 2019 In de Welstandsnota 2019 is vastgelegd op welke wijze het welstandstoezicht in de gemeente Heumen is geregeld. Deze nota geeft de uitgangspunten voor wanneer een voorgenomen bouwwerk aan welstand wordt getoetst en bevat de criteria die in het geval van toetsing gelden. Voorliggend plangebied valt binnen Welstandsvrij gebied. Op locaties die niet onder welstandsgebied vallen geldt dat alleen nieuwbouwplannen voor hoofdgebouwen aan welstand worden getoetst. Aan welke welstandscriteria bouwplannen voor nieuwe hoofdgebouwen worden getoetst, verschilt in de gemeente Heumen per gebiedstype. Voor Kerkweg 20 geldt het gebiedstype W4-6: Wederopbouw/Forumbeweging (woonerven). Over de ontwikkeling zijn meerdere gesprekken gevoerd met de welstandscommissie van de gemeente Heumen (de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) van Gelders Genootschap).
In overleg met de Commissie is het gebouw met de smalle kant van het gebouw naar de Kerkweg gesitueerd (en het brede gedeelte naar de hondenuitlaatplaats). Daarnaast is er in overleg gekozen om van een lage gootlijn naar een hogere gootlijn te gaan, waardoor er in de bovenste laag maximaal twee appartementen gerealiseerd kunnen worden. De Commissie kan zich dus vinden in het realiseren van appartementen op dit perceel. Het definitieve architectonisch ontwerp wordt bij de aanvraag van de omgevingsvergunning nogmaals door de Commissie getoetst aan de welstandsnota. 3.5
Conclusies Gezien het voorgaande vormen het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
19
4
Natuur en landschap
4.1
Kader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van planten- en diersoorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en overige natuurwaarden buiten het NNN.
4.1.1 Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl.
Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: ✓ er geen andere bevredigende oplossing is, en ✓ geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en ✓ sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen:
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
20
• •
de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.
3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: ✓ er geen andere bevredigende oplossing is, en ✓ indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de gemeente Goirle is de provincie NoordBrabant het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat eenieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb).
Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. 4.1.2 Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. 4.1.3 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid).
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
21
4.2
Onderzoek
4.2.1 Soortenbescherming De ontwikkeling zal samen gaan met de sloop van de bestaande bebouwing en begroeiing. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Daarom is door adviesbureau Econsultancy een quickscan uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. De quickscan is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. Uit de quickscan is gebleken dat het plangebied mogelijk geschikt is voor de huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Door Econsultancy is daarom aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd naar deze soorten. Dit onderzoek is als bijlage 10 bij deze toelichting opgenomen. In deze paragraaf zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek opgenomen. Op de onderzoekslocatie zijn geen beschermde functies aangetroffen van vleermuizen, gierzwaluwen of huis-mussen. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn huismusnesten en baltsterritoria aangetroffen. Geen van de onderzochte soorten vertoonde enige binding met de onderzoekslocatie. Met de voorgenomen ingreep komen geen beschermde functies in het geding. Er vindt geen overtreding plaats op de Wet natuurbescherming ten aanzien van de huismus, gierzwaluw en vleermuis.
Ten aanzien van overige broedvogels dient de verwijdering van begroeiing op de onderzoekslocatie dient buiten het broedseizoen plaats te vinden om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Daarnaast geldt altijd de zorgplicht. In het kader van de zorgplicht is noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. 4.2.2 Gebiedsbescherming Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plan. De notitie inclusief complete berekeningen is opgenomen als bijlage 3 bij deze toelichting. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000- gebieden in de gebruiksfase van deze nieuwe woningen. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering is op 1 juli 2021 in werking getreden. Via het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering, waarin de stikstofwet verder is uitgewerkt, gold vanaf 1 juli 2021 een vrijstelling voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten omdat de emissies tijdelijk en beperkt zijn.
Op grond van de uitspraak van 2 november 2022 van de Afdeling bestuursrechtsspraak van de Raad van State mag deze tijdelijke fase niet worden verwaarloosd. Dit betekent dat in voorgenoemd onderzoek ook de aanlegfase moet worden betrokken. Daarnaast komt naar verwachting eind 2022 is een nieuwe Aerius-rekentool beschikbaar. Hiermee zal de uitgevoerde stikstofdepositieberekening worden geactualiseerd. Naar verwachting zal dit niet tot belemmeringen leiden. Wanneer beschikbaar, zal deze paragraaf hierop worden aangevuld. 4.3
Conclusie Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat er geen overtreding plaatsvindt op de Wet natuurbescherming met betrekking tot soortenbescherming. De stikstofdepositieberekening wordt nog
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
22
aangevuld en geactualiseerd. Wanneer de resultaten hiervan beschikbaar zijn, zullen deze worden opgenomen in deze paragraaf.
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
23
5
Water
5.1
Kader
5.1.1 Rijks- en provinciaal beleid Het nationale en provinciale waterbeleid is beschreven in het Nationaal Waterplan en in het Provinciaal Waterplan 2016-2021. Nationaal Waterplan Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Provinciaal Waterplan 2016-2021 De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening.
Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Regionaal Waterprogramma Gelderland De provincie is vanuit diverse invalshoeken betrokken bij het thema water: vanuit de provinciale rol op het gebied van water en ondergrond, drinkwater, waterveiligheid en wateroverlast, natuur, waterkwaliteit en diverse gebruiksfuncties. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, is in de geest van de nieuwe Omgevingswet ingevuld.
In het verlengde daarvan wordt deze visie op hoofdlijnen aangevuld met een detaillering van het beleid in dit waterprogramma. De visie en het waterprogramma vormen samen ‘het beleid’. De ambitie is de komende jaren toe te werken naar een programma, dat vanuit raakvlakken in het provinciale beleid, bijvoorbeeld vanuit urgenties op gebiedsniveau, is ingevuld. Naar analogie
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
24
van wat gezegd wordt in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland: het gaat om het vinden van synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden, om Gelderland ook in de toekomst gaaf te houden. Raakvlakken worden in elk geval voorzien tussen water en de beleidsterreinen van bodembeheer, natuur-/ soortenbescherming, Natura 2000, klimaatadaptatie en met de programma’s van gebiedsontwikkeling Waar en hoe, wordt de komende jaren onderzocht, met de ambitie dit concreet te maken in programma(‘s) onder de nieuwe Omgevingswet. Zo staat Gelderland gesteld voor de toekomst. Dit waterprogramma is daarvoor een begin. Het bevat geen nieuw beleid, maar is een voortzetting van het bestaande waterbeleid. 5.1.2 Beleid waterbeheerder Waterbeheerprogramma 2016-2021 Met het Waterbeheerprogramma 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten' blijft het waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Hiermee trekt het Waterschap Rivierenland de lijn door van het vorige waterbeheerplan. Bij de uitvoering van het programma beweegt het waterschap mee met veranderingen en benutten zij de kansen die zich voordoen in de regio. Om inhoudelijke ambities te bereiken ligt het accent in de periode 20162021 onder meer op: • Gebiedsgericht werken; • Waterbewustzijn; • Innovatie.
Het waterbeheerprogramma is het centrale beleidsdocument van het waterschap. Het programma biedt houvast voor bestuurders en ambtenaren. De doelen en maatregelen in het waterbeheerprogramma zijn opgesteld samen met provincies, gemeenten en andere partijen. Het waterschap houdt rekening met provinciale functies en werkt mee aan het realiseren van provinciale doelen. Het Waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten is bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Keur Waterschap Rivierenland 2014 Het waterschap is verantwoordelijk voor het waterbeheer (waterkwaliteit en –kwaliteit) binnen het plangebied. Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de Keur van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer.
Zo mag men bijvoorbeeld geen hemelwater, afkomstig van nieuw verhard oppervlak, op een oppervlaktewaterlichaam lozen. Als er veel extra verharding bijkomt, moet er waterneutraal worden gewerkt; er moet gecompenseerd worden door bijvoorbeeld extra bergingscapaciteit.
Bestemmingsplan "Malden, Kerkweg 20" Toelichting Ontwerp
25
5.1.4. Gemeentelijk beleid Waterplan Heumen Heumen ligt dan wel hoog en droog op de oeverwallen, toch valt er genoeg te doen met water. Dat blijkt wel uit het waterplan dat de gemeente Heumen en Waterschap Rivierenland samen hebben opgesteld. Het waterplan Heumen gaat alleen over water in het stedelijk gebied van Heumen. Door "samen werken aan water", willen de gemeente en het waterschap bijdragen aan het creëren van een duurzame samenwerking om "water" in de verscheidenheid van belangen binnen het bebouwde gebied een belangrijke plaats te geven. In het waterplan wordt uitgegaan van de gezamenlijke visie van waterschap en gemeente: "Het creëren van een veerkrachtig watersysteem waarbij kwalitatieve en kwantitatieve doelen voor oppervlaktewater en waterketen gezamenlijk worden opgepakt, waarbij beleving van het watersysteem zo veel mogelijk wordt versterkt". In het waterplan komen het watersysteem, het onderliggende natuurlijke landschap en de waterketen aan bod. Daarnaast wordt besproken op welke manier de waterhuishouding op orde wordt gebracht en er wordt gekeken naar de te treffen maatregelen. 5.2
Onderzoek Hieronder volgt de inhoudelijke toetsing van het plan aan de verschillende ‘waterthema’s’, zoals die beschreven staan in de Handreiking Watertoets. Toetsing aan deze thema’s levert de watertoets op. Huidig watersysteem Het plangebied ligt binnen het peilbesluitgebied Bloemers, in het oosten van het rivierengebied, in het Land van Maas en Waal. De afwateringsgebieden Neerbosch en Malden liggen net ten oosten van het Maas-Waalkanaal. Beide gebieden bestaan uit één peilgebied en hebben een eigen gemaaltje dat water uitmaalt op het Maas-Waalkanaal. Het plangebied omvat ca. 1.940 m2. Binnen het plangebied is in de huidige situatie circa 592 m2 bebouwing aanwezig, bestaande uit een woonhuis, twee schuren en garageboxen. Rondom het woonhuis is een tuin aanwezig van ca. 340 m2. Het overige deel van het plangebied (1.008 m2) is verhard met tegels. Binnen het plangebied zijn geen bestaande watergangen aanwezig. Planbeschrijving Het toekomstige bouwvlak heeft in het bestemmingsplan een oppervlakte van ca. 500 m2. Rondom het bouwvlak is ca. 1.200 m2 groen voorzien. Het overige gedeelte van het plangebied wordt verhard ten behoeve van de parkeerplaatsen, ontsluitingen en bergingen. Het aantal m2 verharding neemt dus af ten opzichte van de huidige situatie, waardoor watercompensatie in het kader van het waterschapsbeleid niet benodigd is.